Dit is site van de Stichting Tjidengkamp. De Stichting stelt zich ten doel de herinnering aan het Japanse concentratiekamp in de wijk Tjideng van Batavia levend te houden en die herinneringen door te geven aan opvolgende generaties. [lees meer…]
De volgende Tjidengkamp Reünie op 22 mei
De Tjidengkamp Reünie heeft als leidmotief: HERINNEREN (de eerste generatie), DOORGEVEN (aan de opvolgende generaties) en HELEN, ook wel HERKENNEN en ERKENNEN. Wij prijzen ons gelukkig met een toenemende belangstelling van die opvolgende generatie,
Architect in Bandoeng, verzetsstrijder in DelftLeven en werk van prof. ir. Richard Schoemaker (1886-1942)Het leven van Richard Schoemaker is niet in een paar woorden te vatten: hij stierf in 1942 als verzetsheld, maar was ook KNIL-militair, olympisch sporter, architect en hoogleraar. Dit rijke maar te vroeg beëindigde leven viel samen met de hoogtijdagen van het kolonialisme: Schoemaker was lid van de eerste gemeenteraad van Bandung en was de eerste hoogleraar aan de Technische Hoogeschool in Nederlands-Indië, waar hij lesgaf aan onder anderen de latere president Soekarno. Walburg Pers
Op woensdag 4 mei 2022 om 21:00 uur presenteert Theater Na de Dam de voorstelling De Oost bevrijd? in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam. De voorstelling belicht de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en de overgang naar de gewelddadige onafhankelijkheidsstrijd die daarop volgde. Naar aanleiding van het NIOD-rapport bood premier Rutte onlangs zijn “diepe excuses” aan voor die zwarte bladzijde in de geschiedenis. In De Oost bevrijd? wordt het verhaal verteld vanuit drie perspectieven: het Indonesische, Indische en Molukse perspectief. Met onder andere Charlie Chan Dagelet, Marcel Hensema en Denise Aznam.
riccardobruero : Podcast BERSIAP van Richard en Lotus Brouwer von Gonzenbach, aflevering 4 – Andere Geluiden. Een breder perspectief op de Bersiap, het bloedige begin van de Revolutie in Nederlands-Indië. Het laatste kwartier is een persoonlijke bezinning van Richard (Mijn Mening). Uitgaand van onze persoonlijke familietragedie, hebben Richard en Lotus Brouwer von Gonzenbach een 5-delige podcast documentaireserie gemaakt. Onze vader (gemengd bloed) heeft tijdens en vooral vlak ná de 2de wereldoorlog in Azië in 1945, de helft van zijn familie verloren. Google onze lange achternaam + oorlog of Bersiap en je vindt meer informatie en foto’s van oorlogsgraven.
Vanaf nu is het mogelijk de Visa On Arrival aan te schaffen op Jakarta’s Soekarno Hatta Airport, waarmee reizigers weer Indonesië (inclusief Bali) kunnen bezoeken. Travelpro
In Java duikt bestsellerauteur Maureen Tan nog dieper in de Indonesische keuken. De Javaanse keuken is die van haar ouders; het is de keuken waar ze mee is opgegroeid. ‘Eten is bij ons in de familie ontzettend belangrijk. Al mijn familieherinneringen zijn eraan verbonden.’De Javaanse keuken is in te delen in drie gebieden: de West-Javaanse keuken. De West-Javaanse keuken is friszuur en pittig. In MiddenJava eten ze een stuk zoeter maar ook iets minder pikant. In OostJava is de keuken juist weer pikant en erg hartig, doordat er veel trassi en petis udang worden gebruikt.
In het kader van de jaarlijkse Hari Peringatan op 12 april, een herdenkingsdag waarop er traditioneler wijs stil wordt gestaan bij de dood van mr. dr. Chr.R.S. Soumokil, voormalig president van de RMS -Republik Maluku Selatan (Republiek der Zuid Molukken), zullen op zaterdag 9 april 2022 voor de 13e keer honderden motorrijders een motorrit houden door het land om aandacht te vragen voor de Molukse politieke gevangen die vanwege het tonen van de Molukse vlag vastzitten. Barneveldse Krant
In het eerste deel van de serie staat Karel van der Heijden (1826-1900) centraal. Een self made man, dus zonder opleiding van de Koninklijke Militaire Academie. Hij was de eerste militaire en civiele gouverneur van Atjeh, dus met hem werd het koloniale gezag daar officieel gevestigd. Toch leidde het tot knallende ruzies. Dankzij het ingrijpen van Willem III werd Van der Heijden een respectabele generaal. Wat was eraan de hand?Historiek
Linde Lammers in Indies tijdschrift
… werd er in De Balie in Amsterdam op 17 maart 2022 een debatavond georganiseerd met de titel Wat de Indische doofpot zegt over Nederland. Naar aanleiding van het zojuist verschenen boek De Indische doofpot.
In aanloop naar de avond keek ik uit naar een interessante discussie waarin zou worden ingegaan op de betekenis van recente onderzoeken naar de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog voor de omgang met deze geschiedenis in Nederland. Helaas leken enkele panelleden er vooral op uit te zijn te suggereren dat de doofpotpraktijken van decennia geleden nog altijd spelen. Door deze suggestie werd aan de waarde van recente onderzoeken afgedaan en raakten de vele goede punten die deze avond ook werden gemaakt voor mij helaas ondergesneeuwd. Dit stuk vormt nadrukkelijk geen weergave van de hele avond, maar vooral een reflectie op de delen die mijns inziens correctie behoefden.
Mail 1 Wie was Eli van Dorssen Tijdens het reconstrueren van de kampervaringen van Dé Huizinga (geb. 1924 te Padang) komen we de naam Eli(sabeth) van Dorssen tegen. In het Japanse interneringskamp Moentilan maakte Eli van Dorssen voor de 20ste verjaardag van Dé deze tekening van Dé’s in 1935 overleden moeder. De naam van Elisabeth van Dorssen komt merkwaardig genoeg niet voor op de Moentilan-kamplijst, dus wie was deze Eli van Dorssen? In het Rode Kruis ontdekken we dat Eli van Dorssen is geboren op 13 augustus 1926 in Soerabaja. De oude Kleian Adresboeken van Nederlands-Indië vermelden rond 1926 slechts één echtpaar Van Dorssen woonachtig in Soerabaja. Het zijn Matthijs Cornelis Willem van Dorssen en Maria Catharina Kamper (Kämper). Maar waren zij ook de ouders of familie van Elizabeth van Dorssen?
Mail 2 Graag zou ik willen weten of iemand weet waar deze opname heeft plaatsgevonden. Plaatsnaam, gebouw?
Mail 3 Anna Uhlenbusch wordt op de tentoonstelling weliswaar als Bersiapslachtoffer getoond, maar zij heeft in tegenstelling tot de andere vertellers zoals de schrijvers Johan Fabricius of Pramudja Ananta Tur geen getuigenis kunnen afleggen. Weet jij iets over de Indo gemeenschap in Balapoelang en de Suikerfabriek in die tijd of ken jij getuigen (nabestaanden) die daar iets over kunnen vertellen ?
Het doet ons veel verdriet om te moeten melden dat Louk Bannink maandagochtend 21 maart, in de nabijheid van zijn familie, is overleden. Louk was als Birma Siam veteraan vaste bezoeker van de herdenking en is 100 jaar geworden. Hij laat zijn vrouw Els, familie en vrienden achter.
Louk werd op 29 december 1921 geboren in Malang. Op een koffie- en rubberonderneming ten zuidoosten van Malang groeide hij op met zijn twee jaar oudere broer Dick en zijn ouders. Bij de algehele mobilisatie van december 1941 werd hij als dienstplichtige ingezet als chauffeur bij de Wielrijders te Bandoeng. Ook Louk werd na de capitulatie krijgsgevangen gemaakt door de Japanners. Hij zat 6 maanden geïnterneerd op West Java en werd daarna al in oktober 1942, met een van de eerste krijgsgevangenentransporten, verscheept naar Birma. Louk lag daar tot twee maal toe op sterven, maar wist elke keer toch te overleven shbss.org
A new edition of our program the Indische Salon will be held in Museum Sophiahof. During Indo2nesia Revisited on Sunday April 24, we dive into the intergenerational connection between the Netherlands and Indonesia, with a strong focus on colonial buildings and architectural projects. Het Indisch Herinneringscentrum
Zeewolde Actueel
Op 1 april 2021 vierde Dhr. J. H. J. (Jos) Wessels zijn honderdste verjaardag. De gemeente Zeewolde eerde hem destijds met een bijeenkomst in de raadzaal, waarbij hem, als oud KNIL-militair, het Ereteken van Orde en Vrede en de veteranenspeld werden uitgereikt. Burgemeester Gerrit Jan Gorter beloofde bij die gelegenheid dat hij hem, bij leven en welzijn, op zijn volgende verjaardag weer zou bezoeken. Hij hield woord.
De eerste keer dat ik Indisch eten proefde, moet eind jaren vijftig zijn geweest. Mijn ouders behoorden tot de schaarse Hagenaars die geen enkele band met Insulinde hadden, maar wat voedsel betreft was mijn moeder wel avontuurlijk ingesteld. Op zekere dag is zij dus met een grote pan naar Soeboer in de Koningstraat getogen. Onze Indische buurvrouw Soraja had haar tevoren verteld wat ze moest bestellen. Zodoende proefden we die avond voor het eerst nasi goreng, smoor babi, atjar tjampoer, rendang, sambal telor, seroendeng en sajoer lodeh. En natuurlijk saté en kroepoek. Later op de avond zat mijn vader ineens aan de krant, die hij uitgestrekt voor zich hield, te ruiken. Het papier geurde volgens hem zo raar. Hij besefte pas later dat zijn eigen adem het aroma van specerijen tegen het dagblad weerkaatste. Voorburgs Dagblad
‘Tot mijn achtste woonde ik met mijn opa en oma van moederskant in Magelang, in Midden-Java. Mijn grootvader was notaris. De hele familie was Blanda-Indo, Nederlands-Indisch, daarom konden we in de oorlog buiten het kamp blijven, maar dat was later. Mijn moeder overleed twintig dagen na mijn geboorte. Zij was toen 19 jaar. Mijn vader was 23. Hij is toen als militair van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) uitgezonden naar Timor.
In 1945 capituleerde Japan. In de kolonie Nederlands-Indië werd de Republiek Indonesië uitgeroepen. Na een bijna vijf jaar durende oorlog droeg Nederland de soevereiniteit over.Hem zag ik voor het eerst toen ik vijf jaar oud was en hij me meenam naar Nederland omdat hij verlof had. Mijn kindermeisje, baboe Leh, ging ook mee, zij was als een tweede moeder voor mij. Ik weet nog hoe boos ik was toen mijn Nederlandse oma haar niet wilde binnenlaten. „Dat zwarte mens komt er niet in”, had ze gezegd. NRC
imexbo.nl:
Per 1 april 2022 (neen, geen 1-april grap) blijft deze site in de lucht in deze visuele vorm, doch ik zal geen aanvullingen c.q. aanvullende pagina’s hier meer plaatsen. Ik werd namelijk een paar weken geleden vereerd met het idee en plan van derden om deze site in/met zijn huidige software vormgeving te implementeren naar een andere modernere vormgeving welker werkzaamheden naar verwacht circa in het najaar 2022 gereed zullen zijn.
Als het zover is, dan deel ik het u allen mede en ook onder wiens paraplu ik dan ben komen te hangen. Alles wat ik hier op deze huidige site heb geplaatst, zal dan aldaar op de hernieuwde site ook gewoon te zien en te lezen zijn. Wellicht dan ik dan na gereedkoming van deze implementatie wederom aanvullingen e.d. plaats op de vernieuwde site, maar dat is sterk afhankelijk van mijn gezondheid.
Tot dan is mijn groet aan u:Een fijne zomer toegewenst en een goede gezondheid, want ome COR en tante ONA waren nog steeds rond. Hopelijk blijft u alle gespaard.
Discriminatie, als thema is het meer in de media dan ooit. Hoe gaan we er mee om? Wordt het beter? Wordt het slechter? Tijd om de tijdgeest te toetsen. Gijs de Swarte spreekt ervaringsdeskundigen en topwetenschappers over de stand van zaken en persoonlijke pijnpunten. Rob Malasch (Bandung, 1947), werkte als regisseur, acteur, choreograaf en lange […] dekanttekening.nl
Foto is van zijn facebookpagina.
Dit graf werd aangelegd voor Emelie Francke, geboren 1878 te Semarang, overleden in 1965 te Den Haag. Ze arriveert met twee kleinkinderen in december 1951 te Rotterdam per ms Sibajak. Waarna ze opvang vind in Markelo. Ze was dochter van Julie Mathilde Mosselman (1844 Batavia -1886 Batavia ) en John Francke (1833 Batavia -1889 Tegal) John Francke, opgegroeid in het weeshuis Parapattan te Batavia, tekent in 1850 voor het Oost-Indisch Leger, maar hij vermeldt niet de namen van zijn ouders. Wist hij die niet? In 1859 verlaat hij het leger en gaat aan de slag met vertoningen van een magische lantaarn (dissolving views), als geweermaker, werktuigkundig reparateur, annex fotograaf en vind uiteindelijk een stabiele betrekking als machinist stoombaggermolens van het gouvernement. Het huwelijk met Julie Mosselmans ging mis in 1884 .
Emelie trouwde in 1897 met Jean Charles Darricarrere (1874 Batavia -1941 Blimbing) klerk ter Algemene Secretarie, daarna employé van de Nederlandsch- Indische Landbouw Maatschappij, commies bij het Departement van Erediensten en Onderwijs. Ook in dit graf ter ruste is Emelies zoon Charles August Jules Darricarrère (1907 Batavia-1989 Den Haag), employé van de Dienst voor Waterkracht en Electriciteit, daarna sectiechef bij de Nederlandsch-Indische Waterkracht Exploitatie Maatschappij. Stamouders waren Maria Pongo en de fransman Jean Darricarère (1817 Sallispice – 1870 Batavia) opzichter suikeronderneming Pesing, Batavia.
Charles huwde in 1933 met Rene Lilij Akkermans die als laatste werd begraven. Overleden in 2002 te Den Haag, geboren 1914 in Malang, dochter van Louise Alexandrine Henriette barones van Lawick (1874 Pandeglang -1953 Soerabaja) en Rudolph Akkermans (1866 Djokjakarta-1929 Malang), employée suikerfabriek Balong Bendo, bij Soerabaja. Stamouders Akkermans waren Johanna van den Abeelen (1831 Nijmegen- ) en Adrianus Akkermans (1827 Namen- 1905 Salatiga), die in 1856 huwden te Den Bosch en kort daarna naar Indië gingen. Adrianus kreeg leidinggevende banen in de indigo, peper en koffieteelt. Alle kinderen werden in Indië geboren en getogen.
Boek 5 : van Rij en Stam
Politieke springstof met een ongekende kracht.
Die indruk blijft achter na lezing van de rapportage van twee juristen over Nederlandse militaire ‘excessen’ in Indonesië (voornamelijk Zuid-Celebes). Lang hebben kabinetten de documenten in een diepe la verborgen gehouden. Later waren ze beperkt toegankelijk voor wetenschappers. Nu kan het grote publiek er kennis van nemen. historiek.net
Social Beats Records & Sheephead Records Si Bung Parelpet is het Indische alter ego van Ron ‘Parelvet’ Smith. Ron, geboren in 1955 in Telukbetung Indonesië, kwam in 1958 met zijn ouders, broer en zus naar Nederland. Hij behoort tot de tweede generatie Indo’s. Gedurende zijn gehele muzikantenleven schreef en zong Parelvet in het Engels, totdat het Indisch ei gelegd moest worden. Dit deed hij tijdens de eerste corona lockdown met als resultaat een niet gepubliceerde familiekroniek en in het kielzog daarvan, een kloek aantal Indische liedjes in het Nederlands, hier en daar doorspekt met Maleis.
Een bijzonder moment voor zo’n dertig Indische Nederlanders, die als kind de Japanse bezetting en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meemaakten. In Heerlen ontvingen ze een erepenning die symbool staat voor de erkenning van hun leed.
De penning werd uitgereikt door de Heerlense burgemeester Roel Wever. Het is voor het eerst dat er in Nederland op deze manier aandacht is voor de tweede generatie Indische Nederlanders. 1Limburg
Foto is van initiatiefnemer de stichting Waringin
Moesson Live! Is een nieuwe serie programma’s in het OBA Theater met Het Indisch tijdschrift Moesson rond steeds een ander, actueel thema. Deze keer: Na de kolonie.
De periode direct nadat Indonesië de onafhankelijkheid uitriep op 17 augustus 1945, was een zeer roerige tijd, gekenmerkt door een harde strijd waarbij veel slachtoffers vielen. Een tijd waarin Indische Nederlanders, vaak gedwongen, hun geboorteland verlieten. Het was een periode waar nu veel aandacht voor is. Niet alleen in de cultuur, maar ook in de wetenschap. In deze Moesson Live! praat Vivian Boon, hoofdredacteur van Moesson, met verschillende gasten over deze eerste periode na de kolonie.
Top-kok Ron Blaauw heeft de weduwe van Indië wiegend in de armen genomen en liefdevol nieuw leven ingeblazen. Op een iconische plek, met een rijsttafel en saté van geitenvlees om je vingers bij af te likken.
‘Deze vijfdelige podcastserie van Jorien Wallast vertelt het verhaal over haar oma Mies van Bekkum. “Oma Mies” ging als een van de eerste vrouwelijke militairen naar voormalig Nederlands-Indië . Zij was onderdeel van het Vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), een korps waar nauwelijks iets over bekend is. Oma Mies heeft 70 jaar gezwegen over haar soldatenbestaan, maar nu vertelt ze alsnog haar verhaal. Het Indisch Herinneringscentrum
Het Haags Historisch Museum en journalist en schrijver Herman Keppy organiseren in samenwerking met Atrium City Hall de expositie ‘Indisch Den Haag contra de Nazi’s’ in het Atrium Den Haag van 2 tot en met 19 mei. Wanneer de Duitsers op 10 mei 1940 binnenvallen, bevinden er zich in Nederland tienduizenden mensen uit Nederlands-Indië. Indo’s (Indische Nederlanders), totoks (uit Indië afkomstige Europeanen zonder Indonesisch bloed) en Indonesiërs. Relatief veel van hen, nemen deel aan het verzet en de strijd tegen de Duitse bezetter. Alleen al in Den Haag zijn er meer dan vijftig van hen betrokken bij vele vormen van verzet: laten onderduiken van mensen, sabotage, overvallen, de Ordedienst, illegale pers en Engelandvaart. Menig Indische jongen bemant de RAF-vliegtuigen die missies vliegen boven bezet gebied en Duitsland Atrium City Hall
Vilan van de Loo in Indische Schrijfschool
MULO, dat was: Meer Uitgebreid Lager Onderwijs. De school op de foto stond in Bandoeng, ongeveer in 1910. Dus nog voor de Eerste Wereldoorlog.Lang geleden, maar niet onbereikbaar.
Scholieren maakten huiswerk, dat soms bewaard bleef. Er waren er altijd, die een dagboek bijhielden. De een of de ander vertelde het aan de kinderen, die het onthielden en weer vertelden aan de volgende generatie. Dus ik vind 1910 helemaal niet zo lang geleden.
Maar die herinneringen, kloppen die wel? Ik vermoed: ja en nee tegelijkertijd.
Al ruim zeventig jaar worstelt Nederland met de verwerking van de Indonesië-oorlog (1945-1950). Hoe moeizaam dat verliep, en met horten en stoten, beschrijft Meindert van der Kaaij in het boek Een kwaad geweten.
Het is het vierde boek dat voortkomt uit het grote Indonesië-onderzoek door drie Nederlandse wetenschappelijke instituten, die op onderdelen samenwerkten met Indonesische historici. Volgens Van der Kaaij is de verwerking in Nederland nog altijd niet voltooid. “Het lijkt er, kortom, op dat het boek van deze geschiedenis nog niet is gesloten’’, aldus de allerlaatste zin van zijn slotbeschouwing. historiek.net
Zie de flyer:
Ons doel is het realiseren van een woongemeenschap voor zelfstandige senioren (55+) met een Indisch/Nederlands/ Molukse achtergrond en voor senioren met affiniteit voor Nederlands-Indie.
In deze woongemeenschap kunnen senioren zelfstandig wonen, in een sfeer van saamhorigheid waar naar elkaar omgekeken wordt. Bewoners kunnen op elkaar terugvallen en op deze manier zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. De sfeer en inrichting is Nederlands-Indisch
Deel 7 van de reeks History Matters gaat over de verbondenheid van de Molukse en de Rotterdamse geschiedenis. De aflevering staat in het teken van 21 maart, omdat op 21 maart 1951 ongeveer 900 Molukkers aankwamen in Rotterdam toen de Kota Inten aanmeerde aan de Lloydkade. Te gast zijn schrijfster Sylvia Pessireron (foto) en Andrew Roos van Stichting Landelijk Moluks Monument. Ook is er spoken word van Gloria Lappya. Zie de film van OPEN Rotterdam
Nieuws waar internationale reizigers al ruim twee jaar op zitten te wachten. Geen quarantaineplicht meer voor reizigers die vanuit het buitenland Indonesië binnenreizen. En meer landen op de Visa on Arrival-lijst. indonesienu.nl
Molukkers Wyldemerk
Tussen 1954 en 1969 was op het terrein van de Wyldemerk aan de weg Balk – Koudum een kamp gevestigd, waar enkele honderden Molukkers verbleven.
Deze ex-militairen, die gediend hadden in het Koninklijke Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), waren na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland getransporteerd omdat ze niet in Indonesië konden of wilden blijven.
Het overgrote deel van de Molukkers was Christen. Maar een klein deel, ongeveer tachtig gezinnen en een aantal vrijgezellen, was Islamitisch en raakte verspreid over een twintigtal kampementen.
Na verloop van tijd gaf dat spanningen. Onder meer de etensbereiding in centrale keukens gaf problemen, omdat er bijvoorbeeld vlees werd gebruikt dat niet op een rituele manier was geslacht. Ook het gebrek aan een eigen gebedsruimte en het ontbreken van eigen voorgangers werd als onplezierig ervaren.
In juli 1952 stelde de nieuw gekozen leider van de Islamitische Molukkers, Achmed Tan, voor om een verzoek in te dienen voor een eigen woonoord.
Op 8 december 1954 werd Gaasterland aangewezen als woonoord voor deze groep.
Zie deze film: ‘In Waarom niet naar Wyldemerk’ zoekt Nikki Manuputty uit waarom haar familie niet naar kamp Wyldemerk ging
alphens.nl: Marit Buur groeide op in een gezin met een Indische vader, een Nederlandse moeder en twee zusjes. ‘Namens mijn vader’ is haar debuutroman. De roman vertelt het verhaal van Eugène Bakker, die in 1930 op Sumatra wordt geboren als zoon van een Friese vader en een Indische moeder. Hij heeft een heerlijke jeugd op Java, totdat in 1942 de Japanners Nederlands-Indië binnenvallen en hij samen met zijn moeder en oudere broer wordt opgesloten in een interneringskamp
aaltenvooruit.nl Vrijdag 25 maart is dichter en NRC-columnist Ellen Deckwitz te gast in het Literair Café de Koppelkerk in Bredevoort. Haar bundel ‘Hogere natuurkunde’ werd door zowel Trouw als NRC Handelsblad uitgeroepen tot één van de beste boeken van het jaar. Sylvia Heijnen, directeur van de Koppelkerk, gaat met haar in gesprek over welke sporen de oorlog naliet bij haar Indische grootmoeder en met welke schaduwkanten van het leven de schrijfster zichzelf geconfronteerd ziet. Bron van de foto.
Herbert Louis Pechler (1921 Bandoeng-2004) ging in 1955 naar Nederland en werd later in Den Haag leraar op de LTS (Lagere Technische School). Zoon van Nji Raden Siti Sarah (1905 Bandoeng – 1977 Almelo), dochter van de regent van Pandeglang en Louis Alexander Pechler (1899 Madioen-1981 Almelo), opzichter in- en uitvoerrechten, beheerder gouvernementspandhuis te Bandoeng, expediteur, commies havenkantoor van Soerabaja. Stamouders Pechler waren Caroline Elisabeth Beem en Johannes Nicolaas Pechler (Peccheler) geboren te Slos Wiebag, die in 1768 als VOC-soldaat te Indië arriveerde met het schip Woestduin.
Hertha Ebertine van Hek, geboren 1938 in Batavia overleed in 2014 in Den Haag. Aldaar huwde ze Herbert Pechler in 1967. Met haar ouders Evert van Hek en Hetty Bousquet, en een oudere zus arriveerde ze in 1950 te Rotterdam per ms Willem Ruys. Haar ouders werden ook begraven te Nieuw Eykenduynen. Stammoeder van Hek van deze familietak was de Javaanse vrouw Konah. In 1823 werden 4 van haar kinderen geadopteerd door Leonard Adriaan van Hek, in 1785 geboren te Jaffnapatam, Ceylon. Sedert 1800 te Java en hij overleed in 1825. Misschien met zijn vader uit Ceylon vertrokken wegens de Britse bezetting ? Was hij ook de biologische vader van de kinderen van Konah ? Zijn stamvader te Ceylon in de 17e eeuw zou zijn Isaac van Hek uit Schoonhoven.
Mensen die terugkeerden uit Indië en veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor Den Haag en werden daar begraven. Bijv. op de begraafplaats Nieuw Eykenduynen.
In de week van 21 maart strijkt het radioprogramma 5 Dagen (NTR/PowNed) met presentator Waldy van Geenen en verslaggever Rens Turk neer in de Molukse wijk in Elst, bij de Stichting Maluku Elst.
In de bus met de mobiele studio worden elke avond tal van gasten verwacht.
Aanleiding is dat het deze week precies 71 jaar geleden is, namelijk 21 maart 1951, dat ‘de Kota Inten’ aanmeerde aan de Lloydpier van de Rotterdamse haven. Tifa Magazine
mail: Begin maart 2022 is de heer J.G. (Jan) Dijkstra op 94 jarige leeftijd onverwachts overleden. Jan ontmoette veel (oude) bekenden op de indische kumpulans van de TVR in Essesteijn te Voorburg. Van deze ontmoetingen genoot hij enorm en daarnaast uiteraard ook van het lekkere Indische eten, de vele koekjes en de snacks. Op deze manier willen wij Jan zijn kennissen, van zijn overlijden op de hoogte stellen. Jan is op 16 maart jongstleden gecremeerd.
Han Dehne, was niet van Indische komaf, maar werd door zjn echtgenote en schoonfamilie actief in Indische kringen, zoals in de beweging van Japans-Indische nakomelingen, pasar malam Den Helder en de laatste jaren in de Indische Kwestie/ Indisch Platform 2.0 Hij schreef 11 boeken en ook korte verhaaltjes op het internet. Het plaatje rechts is van zijn laatste boek ‘Liefde, lust en moord op Java‘
Wat is lezenswaardig deze week? Indisch maandblad Moesson deed precies wat het moest doen: een Bersiap-special uitbrengen
Na de uitkomsten van het grote dekolonisatieonderzoek en de kortstondige, maar hevige discussie over het gebruik van de term ‘Bersiap’ deed Moesson (‘hét Indisch maandblad’) precies wat het moest doen: een special maken over de bloedige jacht van Indonesische nationalisten op Nederlanders, Indische Nederlanders en Chinezen in het najaar van 1945.
Wat vooraf ging: naar aanleiding van de tentoonstelling Revolusi! in het Rijksmuseum in Amsterdam pleitte een van de gastconservatoren, de Indonesische historicus Bonnie Triyana, ervoor het woord Bersiap niet meer te gebruiken. De term zou een racistische lading hebben gekregen omdat het een beeld oproept van wat hij omschreef als ‘primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders’ – waarna de Indonesische gemeenschap in Nederland in grote woede ontstak. De Volkskrant
Mijn moeder was geboren in Nederlands-Indië. Ze had op verschillende plekken gewoond, waaronder in Semarang. Deze Javaanse stad is bekend om zijn uitmuntende loempia’s. Mama had het vaak over de exemplaren van straatverkoper Flip. “Ik had nooit gedacht dat ik ooit in Nederland zou wonen en zou dromen van zijn loempia’s.” In Amsterdam ken ik maar één plek waar ze loempia’s à la Semarang verkopen. Toko Ramee in de Ferdinand Bolstraat. Henk en zijn team vullen deze snack, die ze loempia speciaal noemen, met bamboescheuten, kip en Hollandse garnalen. Mijn moeder en haar huisgenoten glunderden als ik de loempia’s kwam brengen. De Westkrant
Onlangs overleed Daniël Cordus. De Volkskrant:
Als kleinzoon van een Afrikaanse soldaat groeide Daniël Cordus op in Kampung Afrikan op Java, maar over Afrika werd niet gesproken. ‘Hij was nogal nieuwsgierig, en al jong vroeg hij zich af hoe het kwam dat zij donkerder waren dan de gemiddelde Indonesiër en de gemiddelde Indische Nederlander. In brieven van een overleden oom ontdekte hij hoe het kamp tot stand was gekomen. Na zijn pensioen is hij in die verborgen geschiedenis gedoken’, zegt zijn oudste dochter Joyce.
In het Rijksmuseum is vandaag lesmateriaal gelanceerd bij de tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk. Het materiaal is samengesteld door ThiemeMeulenhoff, het Rijksmuseum en het Indisch Herinneringscentrum voor het vmbo en mbo. Het bestaat uit drie videoportretten van mensen die een link hebben met voormalig Nederlands-Indië, Indonesië en de Molukken. Het lesmateriaal stimuleert het gesprek in de klas over de impact van het koloniaal verleden en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. De video’s zijn toegankelijk voor iedereen. Rijksmuseum
25 maart: Koken met Marc Tierolf Achterkleinzoon Marc Tierolf bewaarde de culinaire erfenis van zijn oma Miet en legde het vast in het kookboek ‘Het Indische Kookschrift van oma Miet’. Oma Miet (Mimie Georgine van Spanje – de Liser de Morsain, Batavia, 9 februari 1900) begon in 1922 met haar cateringbedrijf. In 1958 moest Oma Miet Indonesië verlaten. Aan haar achterkleinzoon liet ze al haar recepten van de de authentieke Bataviaanse keuken na. Op 25 maart kunt u vanaf 14.30 uur kennismaken met deze specifieke keuken.
INDRA – Een vertelconcert 26 maart: Voorstelling Vragen, heeft dat zin? Er is geen einde, geen begin. Er is geen zoeken en geen tijd, geen beweging en geen strijd. INDRA is een jazz-vertelling over het Javaanse jongetje Indra, dat door het vinden van een magische kris op zoek gaat naar de vader die hij nooit heeft gekend. Een wereld vol verlangen, levensvragen, mystiek en de vechtkunst pencak silat ten tijde van het koninkrijk Majapahit in de 15e eeuw na Christus.
Meer informatie: Regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich toont in Klanken van Oorsprong het verhaal van diverse artiesten met een Nederlands-Indische achtergrond.
Het Tropenmuseum in Amsterdam heeft vanaf 9 juni een nieuwe vaste expositie over het Nederlandse koloniale verleden en hoe dit terugkomt in de hedendaagse wereld. De tentoonstelling Onze koloniale erfenis bestaat uit zo’n vijfhonderd voorwerpen uit de koloniale tijd, aangevuld met hedendaagse kunst. NU.nl
Applaus en geluiden van ongeloof klinken in de kleine ontvangstruimte op begraafplaats De Zuiderhof. Uitvaartstichting Hilversum neemt de grafrechten én het onderhoud van de acht graven van de Hilversumse mariniers van Molukse afkomst tot in lengte van dagen voor haar rekening. NH Nieuws
Was het Renville-akkoord (januari 1948) wel zo’n groot Nederlands succes als wordt beweerd? Hoe kwam Nederland ondanks boycots aan materieel voor de troepen in Indonesië? Het zijn twee van de vragen die aan de orde komen in het derde boek naar aanleiding van het grote Indonesië-onderzoek door drie wetenschappelijke instituten. Ditmaal staat de internationale context van de oorlog in Indonesië centra
Molukkers, Indische mensen en mensen die affiniteit hebben met Indonesië zijn welkom op 25 maart van 10 tot 14 uur in de het gebouw van Life Winterswijk aan de Jeugdkerkstraat (Balinkes). Die dag staat in het teken van ontmoeting. “Vanuit ontmoetingen die we in het verleden hebben gehouden en Rumah Kasih (woongroep voor mensen met een Moluks/Indische achtergrond waarvoor voorbereidingen zijn getroffen. red) weten we dat er behoefte is aan ontmoetingsmomenten”, legt Suzie Dekker uit. Samen met André Sletering, Refaim Pietersz, Non Singadji, Latoya Pietersz, Fery Janssen, Christien Tulaseket, Sarai Ombeng heeft ze de koe bij de horens gevat. Zij hebben de werkgroep Bersatu (verenigd/samen) opgezet. achterhoeknieuwswinterswijk.nl
Museum Sophiahof
Vanwege het succes vorig jaar wordt er weer een Pasar Buku georganiseerd in het weekend van 2 en 3 april. Met natuurlijk de uitgebreide boekencollectie van Stichting HALIN en schenkingen, die voor dit doel aan Stichting beheer Sophiahof zijn gedaan. Maar nu ook, en dat is nieuw: een veiling (Lelang) van zo’n 25 objecten op zondagmiddag. Onze terrastent wordt omgetoverd in een ‘Toko Oleh-Oleh’ waar u ook snuisterijen kunt kopen. De Pasar Buku is gratis te bezoeken.
Met uw aankopen steunt u Stichting HALIN,stichting Tileng en Museum Sophiahof. Stichting HALIN zet zich in voor hulpbehoevende voormalig landgenoten in Indonesië (warga negara). Stichting Tileng ondersteunt een aantal desa’s (dorpen) op Java.
Het KNIL was raciaal verdeeld, vanaf het begin tot het eind van zijn bestaan. Hollanders en Indo-Europeanen, Javanen, Ambonezen en verschillende andere etniciteiten maakten deel uit van dit leger overzee. Velen van hen ontvingen de Militaire Willemsorde en andere onderscheidingen, waardoor menig militair het aureool van held kreeg. Nu staat het koloniale leger in een verdacht licht.
In Een eervol bestaan schetst Vilan van de Loo een verrassend portret van dit leger door contemporaine documenten te gebruiken, zoals dagboeken, brieven, krantenartikelen, nota’s, rapporten, liedjes en romanfragmenten.
Vilan van de Loo: Dit is het begin van mijn lezing bij Paagman. Ik was blij na alle lockdowns weer in een boekhandel te staan. Dat vrolijke is merkbaar. Verderop in de lezing werd het vanzelf serieuzer.
Mail 1 Poelau Bras – 7 maart 1942 – 7 maart 2022 Het was op dat moment 11:03, als Japanse straaljagers zijn begonnen aan hun aanval op de Poelau Bras, en in iets meer dan een half uur het schip in de oceaan verdwijnt. Slechts 116 opvarenden overleven het bombardement, en konden na een barre tocht over de oceaan ontsnappen aan het Japanse oorlogsgeweld. Uiteindelijk bereiken de overlevenden na 5 – 10 dagen in drie reddingssloepen op verschillende plaatsen de kust van Sumatra. Na de overtocht volgen nog ruim drie jaar ontberingen in de Japanse gevangenkampen. Na uitgebreid onderzoek, lezen van boeken, artikelen en het bestuderen van foto’s heeft Peter Versteeg het resultaat op de website: www.poelau-bras.nl gezet.
Mail 2 Tony Ernst op facebook: Selamat pagi, beste Indisch4ever-vrienden uit gemeente ’s-Hertogenbosch Volgende week woensdag 16 maart: gemeenteraadsverkiezingen Ik, Tony Ernst, anak KNIL, staat op lijst 9 van LEEFBAAR Den Bosch, op nr. 49. Kan ik op jullie stemmen rekenen? Bij voorbaat: ‘Terima Kasih’.
Tony is mede-initiatiefnemer van het HONI ’42-’49 monument (Herdenking Oorlogsslachtoffers Nederlands-Indië). Hij is secretaris van HONI sinds de oprichting in 2005.
Mail 4 Zaterdag 12 maart ben ik in Fotomuseum De Haag. Met alle plezier leg ik de details over de tentoonstelling en de foto’s uit. Ik hoor graag wat iedereen denkt en voelt bij het zien van de collectie, het ontwerp, de originele camera, de verhalen en de nieuwe fotografie over de herkende mensen
Mail 5 Iemand zoekt het graf van Karel Gelsing in Breda.
NOS: Indonesiërs kijken anders naar koloniaal erfgoed: ‘Nu van ons allemaal’ Luchtvaartnieuws ….quarantainevrij naar Bali reizen. Dat is voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis. Wel moeten zij nog voor vertrek en direct na aankomst een PCR-test doen. indonesienu.nl:Verschil tussen VOA en Visit Visa? De Indonesische immigratiedienst legt uit. Reuters: Russian tourists in Indonesia without cash as sanctions bite . Indonesia bij Melbourne: Waarom steunen zoveel Indonesiërs de Russische invasie van Oekraïne?
Mensen die terugkeerden uit Indië en veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor Den Haag en werden daar begraven. Bijv. op de begraafplaats Nieuw Eykenduynen.
George Bousquet (1881 Magelang-1964 Den Haag) was bij leve architect op het departement van Waterstaat en Burgerlijke Openbare Werken. Dit tot aan zijn pensionering ca 1925 en verkreeg toen de functie directeur regentschapswerken te Bangkalan. Ouders: De Javaanse vrouw Kina en Henri Louis Joseph Bousquet(1838 Buitenzorg-1890 Magelang), beheerder van de koffieonderneming Ngoho te Toeloengagoeng (Kediri). Stamouders waren Isaac Bousquet (1776 Amsterdam-1831 Pekalongan) en Jeanne Françoise Maria Monod de Froideville(1771 Aubonne, Zwitserland-1847 Batavia). Zij arriveerden in 1816 te Java met de kinderen. Isaac had bestuursfuncties, w.o resident van Batavia (1821) en lid Raad van Indië. (1829). De kinderen bleven in Indië en hadden nazaten, zoals Willem Einthoven en Ernest Douwes Dekker. George huwde in 1903 met Celestine Suzanne Lawson ( 1881-1939) geboren op suikerfabriek Brangkal, Modjokerto, vermoedelijke kleindochter van de schot Alexander Lawson (1819 Dundee-1877 Kemanglen, Tegal), die adminstrateur was van suikerfabriek Adiwerna bij Tegal.
Hun dochter Hetty Vera, geboren 1913 te Oleh Leh. Atjeh kwam als laatste in dit graf in 1990, waar ze eerder bijlegde haar echtgenoot Evert Fedor van Hek (1906 Semarang- 1974) zoon van de semarangers Elisabeth Ernestine Drinhuyzen ( 1879-1921) en Arnoldus Adrianus van Hek (1873-1932), employée van Internationale Crediet- en Handelsvereeniging “Rotterdam” . Hetty en Evert waren in 1936 met Europees verlof in Den Haag, waar een dochter werd geboren. Evert was voor 1942 beambte bij het departement van financiën in Batavia en na de oorlog bij het ministerie van financiën te ‘s-Gravenhage. In de jaren daartussen was hij krijgsgevangene. Stammoeder van Hek van deze familietak was de Javaanse vrouw Konah. In 1823 werden 4 van haar kinderen geadopteerd door Leonard Adriaan van Hek, in 1785 geboren te Jaffnapatam, Ceylon. Sedert 1800 te Java en hij overleed in 1825. Misschien met zijn vader uit Ceylon vertrokken wegens de Britse bezetting ? Was hij ook de biologische vader van de kinderen van Konah ? Zijn stamvader te Ceylon in de 17e eeuw zou zijn Isaac van Hek uit Schoonhoven.
Oorlogsverhaal van Loek Middel. Loek Middel is 96 jaar. Hij is geboren in 1925 in Tjimahi (Java). Hij ging in Hij werd tijdens de Japanse bezetting opgepakt en zat o.a. in de Glodok Gevangenis in Batavia. Na de Japanse capitulatie was hij ooggetuige was van de gevolgen van de bersiapmoorden in de wijk Indisch Bronbeek in Bandung. Stichting Oorlogsverhalen
Moesson: Het maartnummer van Moesson is geheel gewijd aan de bersiap. Een woord waarover het laatste woord nog niet is gezegd en geschreven. Wat gebeurde er tijdens die periode, die plaatsvond direct na de Japanse capitulatie? Welke impact heeft de bersiap nog altijd in de Indische gemeenschap in Nederland? En welke betekenis heeft het in het woord in Indonesië? Lees het in Dossier bersiap.
Wat weten wij eigenlijk van onze Aziatische voormoeders? Een naam, een vergeelde foto, misschien een anekdote. Toch is zij vaak de sleutel tot het begrijpen van onze familiegeschiedenis. Terecht staat zij meer en meer in de belangstelling, maar toch, het lijkt dat niet meer dan een tipje van haar sluier is opgelicht. Daarom is de IGV samen met stichting VerhalenOverLeven en anderen gestart met een project om onze Aziatische voormoeders beter te leren kennen. IGV
Vera Lith (1945) en Rudy Hagenbeek (1940) kwamen begin jaren zestig vanuit Nieuw-Guinea naar Nederland, vlak voor de overdracht aan Indonesië. Vera herinnert zich de enorme patatkraam even buiten het opvangkamp. Rudy zette zich als jurist al gauw in voor de eerste spijtoptanten.
In Kumpulan Bronbeek in Arnhem strijken dit weekend de liefhebbers van de kris neer. Aan deze dolken uit Indonesië in de vorm van een slang kennen mensen al sinds eeuwen magische krachten toe. Ben Eilers en Henk Jan Trip van de Nederlandse Studiegroep De Kris ( bron foto) behandelen hun verzameling met het grootste respect. Eilers: ,,Een kris leg je niet zomaar losjes op tafel. Daar gaat een heel ritueel aan vooraf.” gelderlander.nl
De eerst verschenen boeken van ‘Onafhankelijkheid, Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië, 1945-1950 zijn nu gratis digitaal beschikbaar.
Kijk linksboven op elke pagina voor de downloadlinkjes
Trouw: Indiëveteranen vinden excuses premier onvoldoende, willen ook erkenning koning RD: Militairen kregen instructie om geweld in Indië toe te passen. Tubantia: ‘Voor oorlogsmisdaden geldt geen excuus, maar van structureel geweld was nooit sprake’ Trouw: De bersiap was ook een kluwen aan geweld. Volkskrant: Meerstemmige geschiedenis leidt vooral tot koekoek eenzang. Oneworld: Wat kan Indonesië juridisch met Ruttes ‘diepe excuses’ . Gelderlander: Onderzoek dekolonisatie maakt veel emoties los: ‘Nu zijn die loyale Molukkers opeens oorlogsmisdadigers’. ED: De dekolonisatie van Indonesië zit na onderzoek en excuses bij veel lezers heel diep. Mareonline: In Indonesië waren we net Duitsers, schreef deze luitenant in zijn dagboek.
Erasmusmagazine: Dekolonisatie Indonesië: ‘De machtsverhouding is nog steeds niet evenwichtig’. Voxweb: Actualiteitencollege over Indonesië behandelt beladen periode. Pelita: Eerste kabinetsreactie op de uitkomsten van het onderzoeksprogramma ‘ Java Post: Evalueer nu ook het hele koloniale bewind. Trouw: Indië-weigeraars zijn er ook geweest. Ze werden nog tot eind jaren vijftig vervolgd NOS: ‘We hadden moeten spreken van oorlogsmisdaden’ Stentor: ‘Geef Indië-weigeraars alsnog eerherstel’ Caroline Drieënhuizen: Revolusi! Ervaringen en emoties zonder historische context.
De eerste groep Indonesische evacuees uit Oekraïne is op 3 maart 2022 rond 17.10 uur lokale tijd in Indonesië gearriveerd. De groep bestond uit 80 Indonesiërs. De evacuees vertrokken een dag eerder om 20.23 uur lokale tijd uit Henri Coandã International Airport in Boekarest (Roemenië) met een chartervlucht van de Indonesische luchtvaartmaatschappij Garuda Indonesia. Bron
O.a. deze updates:
Februari 2022. 03 febr 2022:
Geplaatst een subpagina kerkhof Peneleh met de graven B 8652 en B 6528 (Let op de nummering !!!) waarin liggen te rusten MOZES WILLEM VAN BUUREN en ARNOLD ROZENRAAD
05 febr 2022: Geplaatst iets over enkele leden van de families PERIÉ en PIETERSEN, die bij een auto-ongeluk nabij Soerabaja om het leven kwamen in okt 1936 en te Kembang Kuning rusten. De families werden door nog meer tragiek getroffen. Ik heb wat nadere details en foto’s geplaatst en iets uit de doeken gedaan over het leven van deze families, want zij verdienen respect en zij mogen niet in de vergetelhoek geraken.
De Indische naoorlogse ontmoetingsgroep (INOG) heeft zaterdag 5 maart is er weer een bijeenkomst bij buurtrestaurant Maxima’s aan het Maximaplein. Gastspreker is Vivian Boon en zij gaat vertellen over 65 jaar Moesson, waar zij sinds 1 mei 2020 de uitgever en hoofdredacteur van is. Leusder Krant
Je bent bij ons aan het juiste adres als je op zoek bent naar een leuke vrijwilligersbaan op een unieke locatie, en je tegelijkertijd nieuwsgierig bent naar de verhalen achter jouw roots in Nederlands-Indië. We zijn namelijk voor ons Museumcafé op korte termijn op zoek naar vrijwilligers, die doordeweeks of in het weekend aan de slag willen.Museum Sophiahof in Den Haag is de ontmoetingsplaats waar meerdere stichtingen en Stichting beheer Sophiahof invulling geven aan de culturele en historische erfenis van Nederlands-Indië. Daarbij verbinden ze organisaties, generaties en de samenleving met elkaar. Museum Sophiahof
“Wie zat in welke reddingboot “ op 7 maart 1942. Een missie van Peter Versteeg naar de zoektocht om te achterhalen met wie van de 116 overlevenden van de tot zinken gebrachte “Poelau Bras” zijn vader in een van de 3 overgebleven reddingboten zat. En wie in de andere 2 reddingboten zaten. www.poelau-bras.nl
Mijn naam is Peter Versteeg. Ik ben de oudste zoon van Marine vlieger P.N. Versteeg (Piet). In dienst bij de Koninklijke Marine van 1939 – 1968. Op 7 maart 1942 zat mijn vader op het koopvaardijschip de “Poelau Bras” van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) toen deze door Japanse jagers werd gebombardeerd en tot zinken gebracht. Op internet zijn diverse verhalen te vinden die de ramp in meer of mindere details beschrijven. Ook op deze website zijn die te vinden. Samen met 116 andere mensen van de Marine, de SMN, de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM), de SHELL en enkele passagiers is het hem gelukt om met een van de 3 overgebleven reddingboten na 5 dagen Sumatra te bereiken.
De overige reddingboten deden er respectievelijk 6 en 8 dagen over. Na een kort verblijf in de kampong bij Kroé waar ze gevoed en gekleed werden zijn ze na enkele dagen verraden en het merendeel heeft de oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap doorgebracht. POELAU-BRAS
MULO 1940, het eindexamen van de Mulo-school stond voor de deur. Ik studeerde veel, ik moest slagen want een leuker, vrijer leven wachtte me. Het hard studeren werd beloond met een diploma. De veranderingen in mijn leven kwamen: ik mocht mijn haar laten groeien. Weg met die kale kop. Ik kreeg schoenen die gemaakt waren in Pa’s schoenmakerij waar ook jongens van Pa werkten om het schoenmakersvak te leren.
De volgende verandering was het uniform. Het werd nu wit met een lange pantalon en een jas. De jas had nog steeds een kleine opstaande kraag. Deze jassen stonden bekend onder de naam jas toetoep (gesloten jas). Voor de tropen waren deze jassen onpraktisch. Ik verhuisde naar een kleinere slaapzaal waar maar twee rijen bedden stonden met in het midden een lange tafel met zitbanken waar je je huiswerk kon maken. Naar school gaan mocht je nu op eigen gelegenheid en mijn zakgeld werd meer. Als ik me niet vergis kreeg ik toen 10 cent per week. Het corveewerk, de eetzaal schrobben en in de tuin werken, verviel. Wel moest ik nu bij toerbeurt meedoen met het voorlezen in de kerk van het door Pa geschreven kerkblaadje. Nu ik niet meer op school zat, had ik heel veel bewegingsvrijheid. Ik hoefde geen toestemming meer te vragen om ergens naar toe te mogen gaan, je ging gewoon. De stad verkennen deed ik ook. Waar woonden de meisjes van mijn school? Studeren deed ik het liefst buiten op de hoek van het terrein waar Pa’s militair tehuis stond. Dat hoekpunt grensde aan de straat waar veel fietsende meisjes voorbij reden.
AMS Nadat ik in juni 1940 het Mulo-diploma behaalde ging ik naar de AMS, de Algemene Middelbare School in Jogjakarta. Met een van de bussen van Pa werd ik naar school gebracht en gehaald. De busrit duurt ongeveer een uur. Er werd vaak gevochten tussen de jongens van Pa en Indonesische leerlingen van de Taman Siswa (leerlingentuin) school. Knuppels, ijzeren staven en messen kwamen er aan te pas. De politie moest vaak tussenbeide komen. We gingen ook wel eens onder begeleiding van de politie naar school.
Mobilisatie In juni 1941 werd ik opgeroepen voor militaire dienst. In december 1941 brak de oorlog tegen Japan uit. Ik werd gemobiliseerd. Met de zegen van Pa vertrok ik naar mijn mobilisatiebestemming. Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands Indië. Ik werd krijgsgevangene en moest onder zware omstandigheden aan de Birma-Siam-spoorweg werken(*). Het krijgsgevangenschap heb ik overleefd. Was dit te danken aan mijn harde leven bij Pa?
Terugblik Met mijn broertje Otto had ik weinig contact, hij had zijn eigen vrienden en ik de mijne. Wel deelden we alles wat we hadden samen. Als ik terugkijk naar mijn jeugd dan mag ik wel zeggen dat ik geen lieverdje ben geweest maar ook geen bandiet. Nooit heb ik gevochten. Mijn jeugd was hard maar met veel vrijheid.
Aan hard nieuws heeft het grote Indonesië-onderzoek door drie Nederlandse wetenschappelijke instituten vrij weinig opgeleverd. Toch zijn de resultaten waardevol. Ze bieden een goed overzicht van eerdere bevindingen, vullen die aan met nieuwe details en hier en daar een brok echt nieuws. Dat blijkt uit Over de grens, het eerste boek in een serie van twaalf over het onlangs afgeronde project ‘Onafhankelijkheid, de kolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’. De overige boeken verschijnen in de loop van dit jaar. In de bundel Over de grens geven de onderzoekers in handzame hoofdstukken van telkens dertig tot veertig pagina’s inzicht in wat ze hebben opgediept. historiek.net
Al een paar jaar vragen nabestaanden van de scheepsramp met de Van Imhoff op 19 januari 1942 in de Indische Oceaan om aandacht bij de Nederlandse staat voor deze gebeurtenissen. In 2021 werd de knoop doorgehakt: de regering financiert een onderzoek naar de scheepsramp, internering van Duitse burgers in Nederlands-Indië en de nasleep voor nabestaanden. Een twee jaar durend onderzoek zal van 2022 tot 2024 worden uitgevoerd door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, gevestigd in Den Haag. IGV
Dit is het graf van Piet Hein Benig en Emma Huffenreuter. Piet Hein Benig (1894 Rangkasbetoeng – 1967 Den Haag), zoon van Nji Koenah en Hendrik Carolus Benig (1862-1908), zoutverkooppakhuismeester in Rangkasbetoeng Veel werd er niet gehuwd in Indië. Maar ook veel wel en later. zoals Koenah en Hendrik huwden in 1902, waarbij de kinderen geëcht werden. Stamouders Benig zijn niet bekend, alleen de grootouders van Piet Hein: Tongkeng en Karel Benig, geboren 1835 in Semarang. Karel werd gedoopt in 1852. Ouders zijn niet genoteerd, maar een getuige was Johan Hendrik Benighaussen. Was Karel uit deze familie Benighaussen ? Piet Hein Benig was werkzaam op diverse gouvernementskantoren. In 1919 huwde hij Cornelia Dumais (1902 Rangkasbetoeng-). In 1914 erkende hij twee kinderen bij een onbekende vrouw. Na 1945 hertrouwde hij met :
Emma Huffenreuter (1910 Bandoeng – 1998 Den Haag). Haar ouders waren Saïa en Karel Gustaaf Huffenreuter (1874 Buitenzorg -1937 Batavia) die in 1905 te Kota Radja huwden. Ze kregen 12 kinderen. Karel was militair van 1887 tot 1921. Emma huwde in 1937, van wie twee kinderen, met Hendrik Willem Hengst ( 1908 Batavia-1942 Batavia). Hij was employee van het Centraal Kantoor Statistiek in Batavia, maar gemobiliseerd in de functie van militiematroos. Japanse bommenwerpers vielen 25 januari 1942 de haven Tandjong Priok aan. Hendrik raakte zwaargewond en overleed de volgende dag. Hij was zoon van Daniel Hengst, ambtenaar bij het gouvernement en Hendrika Carolina Benig (1887-1934), zus van Piet Hein Benig. Stamouders van Emma waren Anna Catharina Wijnand en Andreas Adam Huffenreuter, geboren te Sandersleben (Anhalt, Dessau) in 1743 en overleden en 1786 te Batavia. Andreas was in Batavia ritmeester, zadelmaker, ouderling Lutherse gemeente en brandspuitmeester.
Mensen die terugkeerden uit Indië en veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor Den Haag en werden daar begraven. Bijv. op de begraafplaats Nieuw Eykenduynen.
Andy Kraag (1976) groeide op in een arbeiderswijk in de Achterhoek. Als tiener werd de zoon van Indische ouders in winkels nauwlettend in de gaten gehouden, nu is hij hoofd van de Landelijke Recherche. Voor slachtoffergedrag heeft de oud-marinier dan ook weinig begrip. ‘Nederland is niet het Zuid-Afrika van de jaren zeventig.’ Slot van de serie Achtergrondgesprekken. fd.nl
**De documentaire ‘De slag in de Javazee’ zondag 27 februari 2022 in Close Up om 15.10 uur op NPO 2 extra.
**Twee granaathulzen, een wijnfles, en een afsluiter. Deze vier zogenaamde artefacten, gevonden op wraklocaties in de Javazee, zijn naar Nederland gebracht en zullen te zien zijn in het Marinemuseum in Den Helder. NH Nieuws
Nabestaanden van de MH17-ramp volgen het nieuws van Oekraïne op de voet. Silene en Rob Fredriksz, die hun 23-jarige zoon Bryce en hun 20-jarige schoondochter Daisy verloren bij de ramp, wilden altijd terug naar de plek des onheils, maar of dat er ooit nog van gaat komen? Hart van Nederland
Trouw: En op Java-Sumatra ging op een gegeven moment het geweld écht alle kanten uit: daar heb je meerdere betrokken partijen: Japanners, Britten, de Nederlanders, Indonesiërs – en binnen de laatste categorie zijn er dan ook nog allerlei facties.” Lang niet altijd zijn, ruim vijfenzeventig jaar na dato, oorzaak en gevolg te onderscheiden: het was te vaak een kluwen aan geweld. —————- Sinke: “Vast staat dat er 3723 bevestigde doden aan Nederlandse kant zijn. —- Daarnaast tellen Sinke en Captain de 2000 personen mee die in december 1949 nog als vermist geregistreerd stonden en waarvan het waarschijnlijk is dat ze niet meer in leven waren. — Het is ook extreem lastig om het échte slachtofferaantal aan Chinese zijde te vinden. Dat wordt nu wel geschat op 10.000 doden, alleen op Java, voor de periode 1945-1949.
Indische Letteren: Op vrijdag 18 maart 2022 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde alsnog de lezingenmiddag over de roman
De stille kracht van Louis Couperus
(de middag die op 18 februari gepland stond, kon vanwege storm niet doorgaan).
Lezers reageren op de excuses van premier Mark Rutte en op het het onderzoek waarin wordt geconcludeerd dat Nederlandse militairen op grote schaal en stelselmatig extreem geweld toepasten tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië (1945-1950). In het onderzoek is sprake van standrechtelijke executies en marteling van Indonesische gevangenen, het ‘platbranden’ van dorpen en buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen. „We moeten de waarheid onder ogen zien. Nederland voerde een koloniale oorlog waarin stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld werd gebruikt, tot martelingen toe, die in de meeste gevallen onbestraft bleven”, zei Mark Rutte. ed.nl
Het wooncomplex voor 55-plussers met een Indische/Molukse achtergrond in Malburgen-Oost bestaat 3 jaar. In februari en maart 2019 werden de twee woonblokken van Stichting Arnhem (SRIKA) aan de Charley Bosveldhof opgeleverd. Arnhemse Koerier
Leon Algra: Militairen die in de oorlog in Nederlands-Indië gestationeerd waren, kregen hiervoor nog altijd geen ”backpay”-salaris. Reden voor rechtszaken tegen de staat.Niet de oorlogsveteranen, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), Indische Nederlanders en Molukkers waren debet aan ons koloniale verleden. Essentieel is de rol die onze overheid daarin kabinettenlang speelde. Dat vraagt om nader onderzoek. Mijn vader was oud-militair in het KNIL, dat in opdracht van onze overheid werd ingezet voor orde en veiligheid in Nederlands-Indië. Bij mijn vader is heel zijn leven het gevoel gebleven ”ongewenst Nederlander” te zijn. Hij werd ontslagen uit het KNIL en kon fluiten naar zijn ”backpay”-salaris.
Al meer dan 75 jaar worden de oorlogsgetroffenen uit voormalig Nederlands-Indië niet gehoord!
Steun onze stichting om samen het negeren door de diverse kabinetten te stoppen! Inzamelingsactie Stichting Het Indisch Platform 2.0
Zaterdagen Zaterdag was niet alleen de dag van het zakgeld maar ook de dag van gezelligheid. De dag waarop je leerde je verlegenheid te overwinnen, door te zingen en voordrachten te geven. Tegen 7 uur in de avond gingen de grote jongens en meisjes naar de recreatiezaal om voordrachten te geven of te horen. De voordrachten bestonden uit gedichten voorlezen of opzeggen, een liedje zingen, moppen tappen. Iedere jongen of meisje kwam bij toerbeurt aan de beurt. Pa van der Steur zat dan op een stoel op het podium en de voordrachtgever stond naast Pa. Om de gezelligheid te vergroten bracht de muziekkapel muziek ten gehore. Midden in het gangpad van de zaal was een lange tafel met zitbanken. Op sommige hoekjes waren tafels met stoelen. De lange tafel was goed bezet met grote jongens en hun vriendinnetjes, die ze eens per week naast zich mochten hebben. Eens moest ik een voordracht geven. Ik wist het niet van tevoren en had me dus niet voorbereid. Wat ik moest voordragen, zal ik het wel doen? Dacht ik. Na lang aarzelen heb ik het toch gedaan. “Dames en heren, jongens en meisjes. Mijn voordracht luidt: ZATERDAG. Het is zaterdag…… het is zaterdag en ….. morgen is het zondag”. Weg was ik, weg van het podium. Weg, onder luid applaus. Hoe was het mogelijk, een applaus!
Vakantie Tijdens de grote vakantie die in juni begon, gingen we naar huis. Mijn vader haalde mijn broertje Otto en mij op om de vakantie thuis bij onze ouders en zusjes door te brengen. We werden in kleren gestoken die afkomstig waren van de liefdadigheid en op blote voeten gingen we op reis met de trein. Op een dag ging ik voor het eerst zonder vader en zonder begeleiding naar het huis van mijn ouders in Meester Cornelis, een voorstadje van Batavia. Gewapend met de verlofpas, die als bewijs diende dat je niet weggelopen was en die goed was voor een gratis treinreis heen en terug, begon de reis per tram van de NIS (Ned. Indisch Spoor) naar de 42 kilometer verder gelegen plaats Jogjakarta. In Jogjakarta werden we opgewacht door leurders van hotels. Met zo’n leurder reden we per andong (een vierwielig rijtuig getrokken door 2 paarden) naar het hotel.
Voor 50 cent kon je een kamer voor een nachtje krijgen zonder ontbijt maar wel met een kopje koffie of thee. De mogelijkheid een gezelschapsdame voor 10 cent te bestellen was niet uitgesloten. Je kon ook in een goedkoop hotel voor 10 cent per nacht dan had je geen ledikant maar een balé-balé (een bamboe-bed voor meerdere personen) zonder matras en met de mogelijkheid dat je het bed moest delen met andere reizigers, meestal kooplieden zoals verkopers van kippen en groenten. De volgende dag stonden we vroeg op, we wilden de trein naar Batavia niet missen. Ik was helemaal niet bang om te reizen. Er waren andere jongens die met dezelfde trein moesten. De locomotief zag er majestueus uit. Het grootste deel van de reis heb ik niet gezeten maar met mijn bovenlichaam over het raam van de treinwagon gehangen. Binnen korte tijd had ik dan ook een zwart gezicht van het roet dat de locomotief uitspuwde. Het stond stoer. Als de trein stopte stroomden de verkopers van etenswaren op de trein af. Ik kon niets kopen, ik had geen geld genoeg, ik moest zuinig zijn, de reis duurde nog lang. In de late middag kwam de trein in Meester Cornelis aan. Gauw heb ik een demo (een zes-persoons taxi) gepakt en me naar huis laten rijden. Thuis werden we uitbundig begroet en op allerlei lekkernijen onthaald.
Kerstmis De kerstdagen werden bij Pa altijd gevierd. De voorbereidingen voor de viering werden maanden tevoren getroffen. Er moest onder andere slaapgelegenheid komen voor de Oud Steurtjes die de kerst bij Pa wilden vieren. Een dag vóór 1e Kerstdag kwamen de Oud Steurtjes aan. De jonge Steurtjes hielpen graag met het dragen van de bagage want er viel altijd een fooitje te verdienen. Dat er op een fooitje geaasd werd, wist het Oud Steurtje wel, hij is immers ook een jong Steurtje geweest! De jonge Steurtjes keken met bewondering naar hun oudere pleegbroers, die het gemaakt hadden in de maatschappij en hoopten dat ze later het ook zouden maken. Onder de Oud Steurtjes waren onderwijzers, juristen, artsen en KNIL officieren. De eerste kerstavond werd in de kerk gebeden, waarna in de recreatiezaal het kerstfeest gevierd werd. De jongens kregen o.a. een pyjama en een door Pa geschreven kerstboek. De tweede kerstdag was voor de kleinere kinderen. Het cadeau voor de jongens bestond uit een rubberen bal, glazen knikkers en een geëmailleerd etensbord. Dit nieuwe bord was vaak nodig want het bord van de meeste kinderen zag er vreselijk uit, vol roestige kale plekken, plekken waar het emaille van af was door het vaak vallen van het bord.
Ed Vermeulen in Eemlands Allerlei: deel 1
Lichtvoetig en goed gemutst het nieuwe jaar in met voor de een historisch verantwoorde weetjes en voor de ander geschiedkundige niemendalletjes: een terugblik op het jaar 2021 en de eerste schermutselingen in 2022. Vijf miniverhaaltjes met een Eemlands tintje!
Drie van de vijf verhaaltjes dragen sporen van Indië in zich mee….Marion Bloem, met als uitgangspunt het door haar op FB geplaatste rapport van de Schoolartsendienst Baarn e.o. en de Soester Pelitahuizen, een onderdeel van het Ralph Ockerse verhaal en als derde een bescheiden maar wel leuke verwijzing naar het verhaal over Hofmeester Swart a/b s.s. Simaloer.
Selamat malam semuanya. De 1e Indo middag in Utrecht is een feit , SID was er ook bij en wat was het leuk om oude bekenden en nieuwe bekenden te zien , samen lachen , dansen , eten , ramé ,ramé desé !! pic.twitter.com/73wp6YCRFR
Johanna Diderika van Andel was geboren 2 juni 1898 te Meester Cornelis. Haar ouders waren de Javaanse Sijah (1866-1926 Batavia) en Willem Anton van Andel (1860 Keboemen -1898 Meester Cornelis ), in dienst van het Binnenlands Bestuur. Willem en Sijah werden met een zoon en kleindochter begraven op Tanah Abang. Grootouders en stamouders van Johanna waren Johanna Diederika Godefroy (1834 Batavia -1902 Padang) en Willem Frederik van Andel (1831 Den Haag-1878 Serang). Willem was resident van Bantam. Kijk hier naar de vader en moeder van Johanna Godefroy.
Johanna Diderika huwde Leonard Julius Alexander Albouts (1887 Tegal- 1945 jappenkamp Tjimahi), employée pandhuizen en later bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Hij pensioneerde ca 1935. Broer van Herman Ernst Paul. Zoon van Petrus Jacobus Albouts (1840 Amsterdam -1927 Weltevreden) en Louise Caroline Doelitzsch.(1853 Semarang -1916 Batavia) Petrus ging als militair uit Amsterdam in 1859 naar Indië, afgegaan in 1866 en was in 1900 steenbakker te Batavia. Louise was de dochter van een Duitse sergeant, die het leger verliet in 1839, en het indisch meisje Johanna Mischke.
Mensen die terugkeerden uit Indië en veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor Den Haag en werden daar begraven. Bijv op Nieuw Eykenduynen.
.. Na kinderboek over Indische familie volgt podcast: ‘Mijn oom schreef er emotionele nummers voor’
De familiegeschiedenis uitleggen aan haar kinderen; dat was het doel dat Stéphanie Teekens (39) voor ogen had toen zij het kinderboek Mama, waarom zijn wij Indo’s maakte. Het boek bleek niet alleen populair onder haar eigen familie. Inmiddels is de derde druk besteld én komt er een 10-delige podcastserie uit. pzc.nl
Oscar Garschagen in pzc.nl : ,,Ongelofelijk dat we het kamp hadden overleefd, maar dat we er bijna waren geweest als de Japanners ons niet hadden beschermd tegen de pemoedas die mataglap waren geworden”, vertelde mijn moeder vorig jaar een paar dagen voor haar dood. De razende pemoedas waren revolutionaire Indonesische jongeren die met klewangs en bamboesperen joegen op alles wat wit of Chinees was. Hun strijdkreet was ‘Bersiap’, geef acht. De Japanse kwelgeesten van mijn moeder en vele andere vrouwen en kinderen werden opeens hun redders. Waren zij niet zo snel naar Japan verscheept dan hadden vele vrouwen en kinderen de Bersiaptijd niet overleefd. ,,Ik zal die Japanse officier en zijn mannen daarom nooit vergeten. Bizar hè?”
OVT special over onafhankelijkheidsoorlog Indonesië 1945-1950 Een groot gesprek met Frank van Vree, leider van het onderzoek en tot voor kort directeur van het NIOD, Anne-Lot Hoek, historica en journalist die meewerkte aan het onderzoek en het boek De strijd om Bali schreef, Maurice Swirc, jurist en schrijver van het vorige week verschenen De Indische Doofpot, en de in Nederland wonende Indonesische journaliste en literatuurwetenschapper Feba Sukmana.
De Indische geschiedenis van Nederland kent vele facetten en hoofdstukken.
Om dit wat meer tastbaar te maken hebben we hieronder een tijdlijn geplaatst. Hier zijn de persoonlijke verhalen vanuit de direct betrokkenen in beelden geluid te bekijken . Ik Geef Een Gezicht.nl
NRC via Java Post : In eerder historisch onderzoek werd gesteld dat er tijdens deze eerste fase van extreem geweld tijdens de Indonesische revolutie tussen de 20.000 en 30.000 Nederlanders en ‘collaborateurs’ zouden zijn vermoord. Captain en Sinke stellen dat aantal drastisch naar beneden bij: het kunnen er voor de periode 17 augustus 1945–31 maart 1946 niet veel meer dan 6.000 geweest zijn, menen ze. Getallen uit bronnen zijn door andere onderzoekers te sterk geëxtrapoleerd, is hun conclusie. Trouw :Bersiapdebat wijst op afwijzing en miskenning van Indische Nederlanders EenVandaag: NIOD-onderzoek over Nederlands-Indië valt verkeerd bij Molukse gemeenschap: ‘Je wordt weggezet als oorlogsmisdadiger’ NRC via Java Post: Heel Nederland draagt schuld voor ‘beschamende feiten’ in Indonesië. Parool: ‘Geschiedvervalsing’ of ‘geen nieuws’? Kenners sterk verdeeld over onderzoek naar dekolonisatie Indonesië … Ze concluderen dat Nederlandse militairen op grote schaal en stelselmatig extreem geweld toepasten. Als voorbeelden noemen ze standrechtelijke executies, mishandeling en marteling, het in brand steken van huizen en dorpen, buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, en willekeurige arrestaties. De regering en militaire top wisten dat en tolereerden dat bewust, aldus de onderzoekers. Nederland wilde koste wat kost de Indonesische ‘opstandelingen’ verslaan en overtrad daarbij ethische grenzen. Daarbij speelde een koloniaal superioriteitsgevoel een rol, evenals de overtuiging dat Nederland ‘onmisbaar’ was in Indonesië.
BNR: Het Rijksmuseum heeft bedreigingen ontvangen die verband houden met de veelbesproken tentoonstelling Revolusi!, over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Dat bevestigt de Amsterdamse politie na vragen van BNR. RTL: Lara Nuberg is kleinkind van een Indonesië-veteraan en Erik Becking zoon van een KNIL-militair. Ze reageren op het nieuwe rapport (zie filmpje) NPO Radio1: Het rapport over het geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog maakt in Nederland veel reacties los, en die reacties zijn heel uiteenlopend. Maar hoe wordt er onder de jongere generatie Nederlanders met een Indische achtergrond naar die conclusies gekeken? (luister naar fragment)
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft besloten om in de toekomst af te zien van het onderscheid in westerse en niet-westerse migratieachtergrond in hun publicaties.
“Geografisch is de term westers en niet-westers niet juist. Daarbij is de diversiteit binnen de twee groepen groot, terwijl volgens de geconsulteerde betrokkenen het beeld is ontstaan dat het qua cultuur, economie, religie tegengestelde groepen zouden zijn.”Wetenschappers uitten eerder ook hun zorgen over het onderscheid. ‘‘Allochtoon werd een synoniem voor iemand die er niet bij hoort. Voor ‘niet-westers’ geldt hetzelfde”, zei migratie-onderzoeker Nadia Bouras tegen OneWorld. “Het verheft het Westen tot het centrum van de wereld, en mensen die er niet vandaan komen, definieer je naar wat ze SER.nl
In het rapport Over de grens worden de bevindingen gepresenteerd van vijf jaar onderzoek door 115 experts in Nederland en Indonesië. Hun conclusie botst met de lijn die opeenvolgende Nederlandse regeringen aanhielden, dat geweld weliswaar was voorgekomen maar een uitzondering was.
De onderzoekers maken aannemelijk dat geweld wijdverbreid was en door Den Haag nauwelijks werd bestraft. Het rapport rept van buitenrechtelijke executies, brandstichting van dorpen, martelingen en een gebrek aan aandacht voor de gevolgen van militaire acties op de burgerbevolking.
Limpach somt op dat ook de inlichtingendiensten zich schuldig maakten aan geweld. “In feite was martelen beleid”, stelt hij vast. “Het was van hoog tot laag bekend, maar werd gedoogd, verhuld en nagenoeg onbestraft gelaten.” Overigens onderstreept Limpach dat er ook excessen waren aan de kant van de Indonesische Republiek. NOS
Telegraaf:
Premier Mark Rutte biedt naar aanleiding van het onderzoek naar de onfhankelijkheidsoorlog in Indonesië (1945-1949) ‘diepe excuses’ aan richting de bevolking van Indonesië. Namens de Nederlandse regering biedt hij ook excuses aan iedereen die in ons land betrokken is geraakt bij deze periode, ook de veteranen.
Nederland neemt afstand van het oude officiële standpunt dat er ‘slechts bij uitzondering extreem geweld was gebruikt’ en de conclusie die het kabinet-De Jong trok in de excessennota uit 1969 ’dat de krijgsmacht als geheel zich correct heeft gedragen’.
Het kabinet onderschrijft nu de conclusie van het onderzoek dat er sprake was van ‘stelselmatig en wijdverbreid gebruik van extreem geweld; tot marteling aan toe’.
,,Voor het stelselmatige en wijdverbreide extreme geweld van Nederlandse zijde in die jaren en het consequent wegkijken door vorige kabinetten, maak ik vandaag namens de Nederlandse regering diepe excuses aan de bevolking van Indonesië”, zei Rutte in een korte verklaring in Brussel. ,,We moeten ook constateren dat excuses op zijn plaats zijn aan iedereen in ons land die met de gevolgen van de koloniale oorlog in Indonesië heeft moeten leven, vaak tot de dag van vandaag.”
In 1947 werd een eerste schatting gemaakt van 3.500 doden, maar dat ging toen alleen om Nederlanders en Indo-Europeanen. In het huidige onderzoek worden ook 226 Molukkers, 48 Chinezen, 93 Menadonezen, 15 Timorezen en 168 Indonesiërs meegerekend.
In 1949 werden naast de doden ook tweeduizend vermisten meegeteld. De onderzoekers gaan ervan uit dat al die vermisten zijn omgekomen. Daarnaast worden 125 omgekomen personen meegeteld die opduiken in de archieven, maar daarin geen overlijdensdatum hebben. NU.nl
==
Bersiapdebat wijst op afwijzing en miskenning van Indische Nederlanders |
Maar ook al in het koloniale verleden werden Indo-Europeanen, hoewel zij wettelijk deel uitmaakten van de groep der Europeanen, niet voor vol aangezien en verwezen naar de marge van de Europese samenleving in Indië. Zij hadden niet dezelfde mogelijkheden als de totoks, zoals de volbloed Nederlanders werden genoemd. De geschiedenis van Indo-Europeanen is er één van afwijzing en vernedering, in de kolonie, de oorlog en tijdens de bersiap, tijdens de migratie en ontvangst in Nederland.Blijkbaar is het nog niet afgelopen met deze afwijzende houding van de kant van sommige Nederlanders, die weinig begrip en empathie kunnen opbrengen voor het perspectief van Indo’s. Het blijkt ook uit de geringe aandacht, met name van Nederlandse onderzoekers, voor hun geschiedenis. | Trouw
Tempo doeloe In mijn moeders verzorgingshuis ging het dagelijks over Indië. Mijn moeder schetste altijd een tempo doeloe-portret: felgroene rijstvelden, eeuwig bloeiende bloemen, de hoogste concentratie lieve mensen per vierkante meter. Maar in gesprekken met haar huisgenoten kwam het andere Indië naar voren en dook de koloniale maatschappij met haar onderscheid naar kleur op. Hun verhalen verklaren waarom Indische Nederlanders doorgaans minder zelfverzekerd zijn dan witte Nederlanders en hoe het komt dat ze opvallend bescheiden, autoriteitsgevoelig en risicomijdend zijn. Door hun verhalen ben ik beter gaan begrijpen waarom ik ben zoals ik ben. De Westkrant
Peter Rufi heeft al langere tijd zijn overwegingen naar aanleiding van het dekolonisatie-onderzoek die deze week met de verslagen komt.
1. Onrust De regering heeft in februari 2017 een onderzoek in een breder perspectief geïnitieerd naar het, tijdens de dekolonisatie in Nederlands-Indië(1945-1950) gepleegde excessieve geweld. De uitvoering van dit Onderzoek (MJO) werd toevertrouwd aan het NIOD (Nederlands instituut voor oorlogs, holocaust en genocide studies, het KITLV(Koninklijk instituut voor taal-, land- en volkenkunde) en het NIMH (Nederlands instituut voor militaire historie). De aankondiging van het onderzoek alleen al, veroorzaakte veel onrust bij de Veteranen, de Indische Nederlanders, de Molukkers, de Indische Chinezen, Indiërs en Pakistanen. Maar ook bij het Nederlandse volk, dat het regeringsbeleid steeds heeft goedgekeurd en gesteund. De onrust werd en wordt nog meer aangewakkerd door wetenschappers (?) die met hun onafhankelijke studiegroepen, nog voor dat de resultaten van het onderzoek worden/zijn gepubliceerd, al bij voorbaat twijfel zaaien, door het onderzoek te bestoken met hun kritiek. Een kritiek die zich hoofdzakelijk richt op de twijfel over het wetenschappelijke gehalte. De inhoud en essentie van het onderzoek worden daardoor ernstig overschaduwd. Met de publicatie van de bevindingen en resultaten van het onderzoek a.s. februari 2022, zal de onrust zeker niet worden weggenomen en zullen de discussies nog meer toenemen in felheid.
2.Onderzoek in breder perspectief Wat wordt bedoeld met het “breder perspectief”. Wordt hiermee bedoeld de rol die beide partijen, de Nederlanders en de Indonesiërs, hebben gespeeld en het geweld dat BEIDE partijen hebben gebruikt? Zo ja, dan is men in ieder geval een stap verder gekomen dan de eenzijdige voorstelling van zaken, die volgde op het interview van Joop Hueting door Hans Jacobs bij Achter het Nieuws van 1969, waarbij de Nederlandse soldaat werd afgeschilderd als DE misdadiger, terwijl het geweld van de “Bersiap” werd weggemoffeld. De bevindingen van het MJO zullen dan een evenwichtiger beeld weergeven.
Onze koning heeft tijdens het staatsbezoek aan Indonesië (10-12 maart 2020) een eerste blijk gegeven van erkenning en excuses gemaakt voor de geweldsexcessen in de periode 1945-1950. Eerder (1995) heeft zijn moeder, koningin Beatrix, haar excuses willen uitspreken, maar werd door premier Kok “terug gefloten”. Excuses gedaan door ministers van buitenlandse zaken Bot(2005) en Koenders(2016) kwamen niet verder dan: “dat Nederland toen aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond” (Bot) en dat het excuus beperkt werd tot de standrechtelijke executies (Koenders). Ze beperkten zich helaas tot het geweld van de dekolonisatieperiode van 1945-1950. Het breder perspectief is kennelijk bedoeld om ook aandacht te besteden aan het geweld in die periode van de tegenpartij, de Indonesiërs. Het geweld van beide partijen heeft echter geduurd van de 16e tot halverwege de 19e eeuw.
De beslissing van de koning om de Gouden Koets, vanwege de koloniale afbeeldingen, eerst dan weer in gebruik te nemen, wanneer het Nederlandse volk daar klaar voor is, komt precies op het goede moment en is alleen daarom al een wijs besluit. De koning voelt goed aan wat momenteel in de maatschappij aan de hand is: men, de jongste twee generaties m.n., wil weten door wie en hoe de welvaart en welstand is ontstaan. En dat is een terechte en goede ontwikkeling. Het getuigt van grote moed van de koning, temeer omdat hij zich realiseert, dat het hem en het koningshuis zal raken. Hij zegt terecht, dat wat in het verleden is gebeurd, beoordeeld moet worden met de kennis van toen en niet zoals er nu naar wordt gekeken. Maar voortschrijdend inzicht maakt dat wat toen is gebeurd, beter begrepen kan worden. De keuze tussen goed en kwaad is universeel en van alle tijden; wat nu goed of slecht is, was het toen ook. Wat echter evident anders was, waren de klasse-verschillen en de machtsverhoudingen. Wat voor de een goed, profijtelijk was, was voor de ander slecht en onrechtvaardig. Is daar vandaag de dag iets aan veranderd/verbeterd? Het besluit van de koning geeft hoop op een betere verstandhouding met Indonesië.
3.Onderzoek naar de oorzaak van de dekolonisatie Toch hoop ik, dat het MJO niet blijft steken in het onderzoek naar alleen de dekolonisatie en het daarmee gepaard gaande geweld, maar zich ook de vraag stelt waar dit vandaan komt en waarom dit nodig was. M.a.w: wat was de oorzaak van de dekolonisatie. Alleen al het woord geeft daar eigenlijk al een antwoord op: dekolonisatie veronderstelt een kolonisatie. Ergo: de kolonisatie/het kolonialisme is de oorzaak, de dekolonisatie het gevolg. Blijkbaar was dat kolonialisme zo verschrikkelijk, dat er verzet tegen kwam en uiteindelijke de dekolonisatie moest volgen. Oorzaak en gevolg. De vraag blijft: besteedt het MJO hier ook aandacht aan, of wordt het het zoveelste onderzoek dat om de hete brij blijft dansen, bagatelliseert, aansprakelijken uit de wind houdt en verdoezelt? Of brandt men liever de vingers niet aan een onderzoek naar de oorzaak van alle ellende, die sinds de 16e eeuw tot halverwege de 20ste eeuw, het gevolg was van het kolonialisme/de kolonisatie, omdat men dan zichzelf de spiegel moet voor houden. Toch is het ernstig aan te bevelen en zeer gewenst om een dergelijk onderzoek te doen, en het verschrikkelijke koloniale verleden te erkennen. Het zal de verstandhouding met Indonesië ten goede komen en de weg openen naar een serieuze dialoog.
Zo’n onderzoek zou langs de hierna beschreven lijnen kunnen lopen.
4.Koloniaal verleden Maar hebben we wel een koloniaal verleden en waarom hebben wij dat dan? Wat waren de drijfveren en de redenen? In de geschiedenisboeken is terug te vinden, dat ons zeevarend volkje in de 16e eeuw over de aardbol werd gezonden om nieuwe handelsroutes te verkennen en nieuwe gebieden te ontdekken, waar grondstoffen en andere nuttige zaken konden worden buit gemaakt. Gebieden die later afzetgebieden voor onze producten zouden worden. Met de bijbel in de hand en met verwijzing naar Genesis 9: 25-29 en andere bijbelteksten, meenden de Heren Zeventien het recht te hebben om het woord Gods en beschaving te brengen naar de onbeschaafde heidenen. In eerste instantie ging dit betrekkelijk vreedzaam, maar al gauw werden de gebieden met geweld veroverd, bezet en gekoloniseerd. Macht en hebzucht waren de drijfveren, en het vergroten van welvaart en welstand, ten koste van de gekoloniseerden. Het kolonialisme is een gevolg van deze machtshonger en hebzucht. Met de oprichting van de VOC in 1602 en de WIC in 1621, werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, later het Koninkrijk der Nederlanden, een koloniale macht. In die koloniale periode is veel geweld gebruikt en onrecht geschied, waar de oorspronkelijke bevolking verschrikkelijk onder te lijden had( uitbuiting, misbruik en slavernij). Maar was het dan alleen kommer en kwel? Neen, de inheemse bevolking moest ook leren wat beschaving was en dus kregen ze scholen en onderwijs, ze leerden lezen en schrijven. Maar het niveau werd zorgvuldig en angstvallig laag gehouden, want stel je voor dat de Indonesiërs slimmer zouden worden dan de Hollanders? Er werd ook wat gedaan aan hygiëne en geneeskundige verzorging, want men moest gezond en inzetbaar blijven. Aan infrastructuur werd ook aandacht besteed, maar alleen om de verbindingen en bereikbaarheid van plantages, fabrieken en andere ondernemingen met de steden en de havens goed in stand te houden. Hoe de kampong/dessa bewoners zich verplaatsten was hun zorg. Kortom, alle “beschavingen” van de inheemsen, stonden ten dienste van de “Belandas”. Een uitzondering zou kunnen zijn de aanleg van de Grote Postweg(1808) van Anjer naar Panarukan door Daendels. Deze weg werd overigens aangelegd onder protest van de lokale autoriteiten, omdat zij voor de bouw dwangarbeiders moesten leveren.
5. Verzet en opstand Tegen die uitbuiting, knechting en slavernij ontstond verzet. Dit verzet was niet alleen gericht op de Belandas, maar ook op de lokale inheemse vorsten, die door de Nederlanders als tussenschakel werden ingezet. Verzet tegen J.P.Coen bij het bouwen van de vesting Jacatra(1619)en zijn strafexpeditie naar de Banda-eilanden(1621) om het monopolie van de nootmuskaathandel, die uitliep op een genocide van duizenden Bandanezen. Verzet op Java eind 17e, begin 18e eeuw o.l.v. Oentoeng Soerapati, die in Indonesië wordt beschouwd als een van de eerste voorvechters van de Indonesische onafhankelijkheid. Opstanden op Java o.l.v. Diponegoro(zoon van sultan Hamengkubuwono III) tijdens de Java-oorlog van 1818-1830. Verzet van Teuku Umar tegen het optreden van van Heutz in Atjeh(1873-1904). Verzet tegen de strafexpeditie naar Lombok(1894) o.l.v. Colijn en het roven van de Lombokschat. Verzet tegen het optreden van Westerling in Celebes(1946-1947) en het bloedbad van Rawagedeh(1947) aangericht door Wijnen. Het verzet kwam ook vanuit Nederland, waar politici en wetenschappers vraagtekens zetten bij het koloniale systeem en het cultuurstelsel(1830). De “Max Havelaar” van Multatuli(E. Douwes Dekker) is één aanklacht tegen dat systeem en stelsel. Ook Snouck Hurgronje(1857-1936) werd na de Atjeh-oorlog een fel tegenstander en huwde achtereenvolgens twee inheemse vrouwen.
6. Vicieuze cirkel van geweld Vanaf de vestiging en kolonisering door de Hollanders in de 16e eeuw van de Indonesische eilanden tot aan de dekolonisering in de 20ste eeuw, was er hevig verzet en zijn er bloedige opstanden geweest tegen het koloniale systeem en het cultuurstelsel. Steeds werden deze meedogenloos en bloedig de kop ingedrukt en bestreden. Het geweld werd door beide partijen toegepast. De vraag is: wie heeft dat uitgelokt? Het is niet moeilijk te begrijpen dat op actie, reactie volgt(wetten van Newton). Het verzet en de opstand met geweld was een antwoord op de brute en gewelddadige kolonisering. De strafexpedities die daarop volgden waren meedogenloos en bloedig. Het werd één vicieuze cirkel van geweld, dat steeds heviger werd en escaleerde tot de climax tijdens de politionele acties en de Bersiap in de periode 1945-1949. Eerdere studies en onderzoeken naar het geweld, hebben de tendens om de nadruk te leggen op het gewelddadige optreden van de Nederlanders. Het bloedige verzet van de Indonesiërs werd gebagatelliseerd. Het is te hopen, dat het MJO met het “breder perspectief” een evenwichtiger beeld geeft.
7. Slachtoffers a. Slachtoffers, gedupeerden van het koloniale systeem waren in eerste instantie de Indonesiërs. Zij hadden niet alleen te lijden van de Hollanders, maar ook van hun eigen lokale vorsten, omdat de Hollanders een verdeel en heerspolitiek voerden en zo hun handen in onschuld konden wassen. b. De Indische Nederlanders(de Indo’s)hebben steeds tussen twee vuren gezeten: de Hollanders door wie ze niet voor vol werden aangezien en werden beschouwd als tweederangs burgers met een sterke voorliefde voor Indonesië vanwege de gemengde verbintenissen; de Indonesiërs door wie ze beschouwd werden als collaborateurs en verraders. Dit kwam het sterkst tot uiting in de dekolonisatie-periode tijdens de Bersiap. Pogingen om te repatriëren werd door het Nederlandse bestuur niet aangemoedigd; wel werd de mogelijkheid geboden om Warga Negara, Indonesisch staatsburger te worden. Een keuze voor het WN-schap betekende een veroordeling tot 5e-rangs burger, verlies van baan, huis en haard. Kans op werk was niet in te schatten, omdat toen het “eigen volk eerst” gold. De mogelijkheid om te repatriëren werd daarom met beide handen aangegrepen. Na een veelal lange ellendige bootreis werd men in het koude Nederland opgevangen en in contractpensions ondergebracht. Vanaf dat moment moest men het zelf uitzoeken. c. De Molukkers/Ambonezen overkwam een vergelijkbaar lot. Ook zij werden door de Indonesiërs met de nek aangekeken. De behandeling van de Nederlandse regering van deze trouwste aanhangers van het koningshuis( het staatsieportret van koningin Wilhelmina hing in practisch alle Molukse huizen) was meer dan schandalig. Het was niet de bedoeling dat zij naar Nederland zouden repatrieren, want Nederland had zelfbeschikking beloofd, maar kon dat niet waar maken. Ze werden daarom toch gerepatrieerd. Na aankomst werden alle militairen ontslagen en daardoor letterlijk in de kou gezet. d. De Chinezen, Indiërs en Pakistanen werden zowel door de Hollanders als Indonesiërs als vreemdelingen beschouwd en behandeld. Zij waren steeds afhankelijk van willekeur. e. Tenslotte de veteranen, de jonge mannen die naar het toenmalige Nederlands-Indië werden gestuurd om daar rust, orde en veiligheid te handhaven en later te herstellen. Vanaf de 16e eeuw hebben zij dat veelal met geweld gedaan, voor wat hen werd voorgehouden: de goede zaak. Dat hoorde toen zo. Met de uitzending na WO II, voor de politionele acties, veranderde die vanzelfsprekendheid. Er was veel weerstand en verzet vanuit het land en de politiek. Men voelde het einde van het kolonialisme opkomen. Tegen beter weten in moest Indië worden behouden, koste wat het kost onder het motto “Indië verloren, rampspoed geboren”. Te veel jonge mannen zijn zo opgeofferd. Bij terugkomst werden de veteranen ontvangen met scheldkanonades zoals:” moordenaars, wat hadden jullie daar te zoeken” en nog meer. En dan te bedenken, dat ze notabele door het volk zelf, via de gekozen regering, op missie zijn gestuurd. De veteranen verdienen beter!
8. .Onderzoek naar ons koloniaal verleden: wie durft?! Als het MJO zich inderdaad beperkt tot het geweld in de periode 1945-1949, dan is het een onderzoek naar een symptoom van een grotere kwaal; een onderzoek naar de verwonding en niet naar datgene dat de verwonding heeft veroorzaakt. Een onderzoek naar de oorzaak die geleid heeft tot de gewelddadige gevolgen is n.m.m. zinvoller en vooral eerlijker. Maar dat vraagt morele moed. Want dan moet men zichzelf de spiegel voorhouden en diep in het hart kijken. Is men daartoe bereid, dan wordt het al een stuk eenvoudiger om tot erkenning te komen, dat het koloniaal systeem en optreden van onze voorouders, een zwarte bladzijde is in onze geschiedenis. Het hoeft dan ook geen probleem te zijn om de bevolking van Indonesië, namens die voorouders, verontschuldigingen aan te bieden. De huidige Indonesische generatie begrijpt heel goed, dat onze generatie van nu geen blaam treft voor de gevolgen van de kolonisatie. Deze generatie moet echter wel bedenken en er eerlijk over zijn, dat ze nog altijd profiteert van de welvaart, die door de voorouders is verkregen. Hier ligt een mogelijkheid om de ontwikkelingshulp anders en beter in te richten.
Een erkenning zal geen gezichtsverlies zijn, maar eerder een betere verstandhouding met Indonesië bewerkstelligen, die weer kan leiden tot een serieuze en vruchtbare dialoog en een eerlijker verdeling van de verkregen welvaart.
2) Kijk morgen en woensdag a.s. naar De Indische rekening, het tweeluik van Hans Goedkoop en netwerklid Gerda Jansen Hendriks (NPO2, 22:18-23:17 uur).
3) Beiden nemen donderdag 17 februari ook deel aan de meetup in Beeld en Geluid Den Haag i.v.m. de presentatie van de eerste publicaties van het dekolonisatieonderzoek, eerder op die dag. Je kunt je voor deze meetup nog aanmelden.
6) Woensdag 16 februari is de gratis Rode Hoed-livestream van Revolusi Indonesia te zien, met Anne-Lot Hoek (De strijd om Bali), Tamara Soukotta (promoveert op maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen van de conflicten op de Molukken 1999-2004) en Feba Sukmana.
7) Luister naar Maurice Swirc over zijn boek De Indische doofpot, over verjaring van oorlogsmisdaden slechts voor de periode 1945-1949
Frits Geuther, 2004.
Kaalgeschoren
Alle kinderen die nog op de lagere school zaten hadden een kaal geschoren hoofd en liepen op blote voeten. De kale kop was uit hygiënische overwegingen. Dat gold ook voor de meisjes van de lagere school. Voor het naar bed gaan moesten de voeten worden gewassen.
Badlokaal
Baden deden we samen in een groot lokaal met douches en stenen badkuipen gevuld met water. Met z’n allen stonden we naakt onder de douches. Je kon ook met een schep het water van de badkuip over je heen gieten. Er werd veel gestoeid en geintjes gemaakt tijdens het douchen. Geintjes over alles en nog wat en ook over het geslachtsorgaan. Er was altijd lol tijdens het douchen.
Verbandkamer en ziekenzaal
Er waren een verbandkamer, een ziekenzaaltje en een kamer voor de verpleger. Deze verpleger hield ook toezicht op het naastgelegen ziekenzaaltje dat plaats bood aan hooguit 20 kinderen. De huisarts deed samen met Pa ’s ochtends de ronde over de ziekenzaal.
Glasscherf
Op een dag, tijdens het spelen op het grasveld, had ik met mijn blote voet op een glasscherf getrapt. Bloed stroomde uit mijn voet. Ben toen gauw naar de verbandkamer gegaan voor behandeling van de wond. Een forse meneer, een ex sergeant-majoor verpleger van het KNIL hielp me. De wond werd eerst uitgeknepen waarna met een watje flink wat jodium erover heen gewreven werd.
Malaria
In het ziekenzaaltje heb ik ook gelegen. Hoewel het niet koud was, bibberde ik over heel mijn lichaam. Het was malaria. Na een paar dagen behandeling met kininepillen was ik weer beter.
Niet alleen malaria maar ook schurft heb ik gehad. Voor schurft werd ik in een ander zaaltje met andere schurftlijders behandeld. We waren geïsoleerd van de andere jongens. De behandeling bestond uit het dagelijks meerdere malen inwrijven van de huid met zwavelzalf, die onaangenaam rook. Na een paar dagen behandeling werd de huid bruiner en harder en er ontstonden huidschilfers die bij wrijven loslieten.
Knobbel
Een niet pijnlijke knobbel ter grootte van een kers moest operatief verwijderd worden in het hospitaal. Daar kreeg ik in bezoek van Pa. Ik kreeg wat te lezen en een pot met witte suiker. Toen ik het hospitaal mocht verlaten was er niemand die me afhaalde, ik moest lopend maar thuis zien te komen.
Sterfgevallen
De kali Progo was een geliefd zwemplekje voor de jongens van Pa. Bij zijn poging een in moeilijkheden geraakte zwemmer te redden werd een redder zelf het slachtoffer van de verdrinkingsdood.
Grote verslagenheid heerste toen onder de zwemmers.
Er werd niet verder gezwommen.
Een meisje van een jaar of vijf viel tijdens het spelen in een grote pan met heel hete soep. Het meisje liep grote brandwonden op die ze niet overleefde.
Een ongeneeslijk zieke jongen kreeg veel liefde van Pa. Hij nam hem vaak op de schoot. Ondanks alle zorgen en alle liefde heeft de jongen zijn ziekte niet overleefd.
Zoals altijd werd een begrafenis voorafgegaan door de muziekkapel, gevolgd door de lijkwagen en de auto met Pa en tenslotte de kinderen van Pa en de anderen, lopend.
In 1936 is Moe overleden.
Toen op een vroege ochtend Pa’s muziekkapel een stukje muziek wilde spelen, werd hij door een paar meisjes van de meisjes-afdeling geroepen “Moe is ziek. Moe is ziek”. We waren allemaal verbaasd. Later bleek dat Moe van der Steur in haar slaap was overleden.
Op Moe’s begrafenis waren heel wat Oud-Steurtjes aanwezig om haar de laatste eer te bewijzen. Ook hoge pieten zoals de resident, de burgemeester, de garnizoenscommandant en anderen waren bij de begrafenis aanwezig. Voorop liep Pa’s muziekkapel gevolgd door de met veel bloemen getooide lijkwagen. Hierna volgden de volgauto’s met Pa en zijn medewerkers dan volgden de auto’s met de hoge pieten en de Oud-Steurtjes. Als laatste volgden kilometers lang mensen te voet.
Over ons verleden met Nederlands-Indië is te lang door de overheid en de Nederlandse samenleving gezwegen. Ontdek de aangrijpende verhalen over ons gedeelde verleden met Nederlands-Indië in het tweeluik De Indische Rekening. Vanavond zie je het eerste deel om 22:15 uur op NPO 2. pic.twitter.com/1LLmAgf1Qe
Luister deel 1 van ik herken en herbeleef. Als tijdens het werken aan een tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd Iris haar eigen familiegeschiedenis plotseling in beeld komt wordt ze overvallen door een verdriet dat ze niet begrijpt. Verdriet dat zich nestelt in haar buik en dezelfde rugpijn veroorzaakt als die waar haar Nederlands-Molukse vader al jaren last van heeft.
bd.nl:
Ze stonden tussen 1945 en 1949 aan verschillende kanten van de geschiedenis. Francisca Pattipilohy (95) zag de onafhankelijkheid van Indonesië als bevrijding van de Nederlands kolonisator. Godfried Jansen (83) werd als Indo het mikpunt van Indonesische volkswoede
Over Francisca Pattipilohy
Tegelijk ervaart ze het racisme van het koloniale systeem. Inlanders worden op het strand door prikkeldraad gescheiden van Europeanen, eten niet in Nederlandse restaurants, zitten in aparte wagons van de trein en moeten via een aparte ingang naar de pasar (jaarmarkt) op het Koningsplein. ,,Ik kwam niet bij Nederlandse vriendinnen thuis en zij niet bij mij’’, vertelt Pattipilohy. ,,Ik wist niet beter en dacht dat het zo hoorde. Inlanders waren gewoon niks, de allerlaagste rang.’
Over Godfried Jansen:
Het gezin van Godfried Jansen (1938, Soerabaja) woont aan de oostrand van de havenstad Soerabaja. Zijn vader, een marineman, belandt in een Japans krijgsgevangenkamp. ,,Scholen werden gesloten, want de Japanners wilden alles wat Nederlands was wegvagen’’, vertelt Jansen. (…)
Nederlanders en Indo’s raken geïsoleerd en worden bedreigd. Jansen: ,,We werden geboycot door de Indonesiërs. We konden geen eten kopen. Vrienden hebben ons ‘s nachts in het geheim bevoorraad.’’
Kent u het krontjonglied: “Ja hoera”? Ik niet. En in het krontjong-boek van Bintang Soerabaja zag ik niets dat ik kon meezingen, omdat ik geen notenschrift ken.
Nina Bobo
Dus zelfs Nina Bobo lukte niet, want ik heb tekst voor mijn ogen nodig, dan snap ik wat ik moet zingen. Ik ben een beperkt mens en toch kocht ik dit boek. Het rook ook zo heerlijk muf, de geur van iets ouds dat lang ergens op een zolder heeft gelegen. Voor mij is dat een aanbeveling.
Van binnenHet onbekende van dit boek bleef aan me knagen. Helemaal toen de Tong Tong Fair een datum aankondigde voor september. Want daar luister ik altijd naar live krontjong, stil zittend in een zaal, en voelend hoe deze muziek me diep, diep van binnen raakt.
Het is misschien een beetje gek om te zeggen, maar ik geloof dat ik daardoor een beter mens wordt
Susanne Groot heeft heel goede herinneringen aan: De nasi van haar opa. Haar opa en oma woonden in Indonesië, maar moesten in 1950 terug naar Nederland. Haar opa maakte heerlijke nasi en was heel precies over de wijze waarop dit klaar gemaakt moest worden. Met de juiste hoeveelheid kruiden en natuurlijk altijd gebakken op de ovenplaat, want nasi moet knapperig zijn! Susanne heeft dierbare herinneringen aan haar grootouders, die nog zeer aanwezig zijn in de familie en waarover vaak wordt gesproken.
De oma van Susanne was na de oorlog verloofd met een Canadees, de relatie ging helaas uit en zij besloot radicaal een andere weg in te slaan en vertrok als verpleegkundige naar Indonesië. Na verloop van tijd kreeg zij een nieuwe relatie met de chauffeur van de ambulance waarop zij reed, zij werkten samen in een Rode Kruis team. Deze chauffeur werd later de opa van Susanne. Nieuws uit de regio Bunnik
De Nederlandse familie Taihuttu, die in 2017 z’n hele vermogen omzette in bitcoins, is na vijf jaar rondreizen neergestreken in Portugal. De reden waarom zij zich hier vestigen is simpel, vertelt vader Didi Taihuttu aan CNBC: het crypto-vriendelijke belastingstelsel.Na de dood van zijn vader besluit Taihuttu zijn geld om te zetten in bitcoins, vertelde hij in 2017 aan Business Insider. Het was een zware periode die hem aan het denken zette om zijn hectische bestaan om te gooien. Hij verkocht zijn ICT-bedrijf en maakte negen maanden lang een wereldreis met zijn gezin door Australië en Azië. Hier kwam de familie in aanraking met meer mensen die “in de coins” zaten. businessinsider.nl
Door Vivian Boon op moesson.com:
Vandaag opent in het Rijksmuseum de veel besproken tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk. Aan de hand van 23 persoonlijke verhalen en beelden die nog niet eerder werden vertoond, wordt het verhaal van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd verteld. Stille getuigen van een beladen verleden.
Verhalen op de expositie Parool: Vlak bij de leprakolonie was een rivier waar Obermayers moeder vele lijken voorbij zag drijven, slachtoffers van revolutionair geweld. “Nederlanders en Indo’s, maar ook Indonesiërs. Er was een put in de buurt waar lijken in werden gegooid.
Nu.nl:|Nederland heeft tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog duizenden foto’s, armbanden en andere persoonlijke eigendommen van Indonesiërs in beslag genomen en in het geheim verscheept naar het Nationaal Archief. Een aantal van die objecten zijn vanaf vrijdag te zien in de omstreden tentoonstelling Revolusi! Indonesiëonafhankelijk in het Rijksmuseum.
Mail 1
Ik ben Maureen.
Sinds 2013 woon ik in Nederland-Amsterdam met mijn man en kinderen. Ik ben artist geweest in indonesia. Mijn artiestennaam was Maureen Marissa. Mijn single “jemput aku di sini “ Ik ben op tv en radio geweest in Indonesie.
Ik zing nu alleen nog in de kerk en wil graag weer beginnen op bruiloften/feesten etc.
Ik zag jullie website en mijn familie heeft ook hun verhaal.
Als jullie een zangeres nodig hebben voor een bijeenkomst of programma ben ik beschikbaar. Ik ben al bij verschillende bureaus te boeken als zangeres.
Ik ben bereikbaar op 0640522353. maureen.bakker@yahoo.com
Mail 2
Ik ben voor de 2e helft van april 2022 op zoek naar een ervaren gids en cameraman/vrouw in Cepu en Malang (Oost Java), kan iemand mij helpen? https://www.facebook.com/paul.kotvis 🤔
Mail 3
Voor een familie dag in juli bij dé INOG Leusden wordt een Indische verhalen verteller gezocht die sprookjes op z’n petjoks kan vertellen, zoals Johan Fabricius dat deed. Reacties kunnen gestuurd worden via messenger naar Ellen Eilbracht. Alvast bedankt https://www.facebook.com/ellen.eilbracht
Mail 4
Op zoek naar nazaten van Christiaan (Chris) Jan de Jong (“chris de Jong’)
In verband met familieonderzoek naar de familie Van Braam zou ik graag in contact treden met nazaten van Chris de Jong, geboren Magelang 1920, overleden Apeldoorn 2009. Hij was getrouwd met Janna J. Oxener en na de tweede wereldoorlog in Nederland terecht gekomen. Met zijn vrouw had hij kinderen (wrschl. José en Kees) en kleinkinderen.
U kunt me mailen op: egbertfortuin@hotmail.com Zie archieftopic, mail 1
Victorine Mulder was in 1904 geboren te Makassar en in 1906 te Den Haag overleden, dochter van Martina Delia Bookelman en George Lodewijk Mulder. Haar vader werkte bij de Waterstaat te Makassar, aldaar geboren in 1877. In 1927 ging hij gepensioneerd in Den Haag wonen en overleed in 1932 te Voorburg. Victorine arriveerde in 1951 te Rotterdam met drie kinderen en haar echtgenoot:
Martijn William George Bax, geboren 1901 te Makassar, overleden in 1974. Hij was zoon van de klerk van meerdere assistent-residenten Anton Martin Christiaan Bax (1877 Makassar -1939 Makassar) en Marie Antoinette Voll (1882 Makassar – 1940 Malang). Voorvader Bax zou geboren te Leiden zijn ca 1750. Stamvader Voll was geboren voor het jaar 1700 in Duitsland. En beiden voor het jaar 1800 te Makassar wonend. Martijn was beambte bij de invoer en uitvoerrechten (douane). Later werd bijgelegd de oudste zoon van Victorine en Martijn:
Harry Bax, geboren in 1926 te Makassar en overleden in 2009.. Als student was hij geïnterneerd in een jappenkamp. In 1952 huwde hij met Louk van Leeuwen ( Marie Louise) geboren te Bandoeng in 1927. overleden in 1995. Harry en Louk moeten Louks moeder hebben bijgezet in dit graf. Zij was: Marie Hartwig, geboren te Pasoeroean in 1902 en overleden in 1977. Gehuwd in 1926 met Henk van Leeuwen, in 1927 boekhouder van onderneming Soeban Ajam te Tjoeroep (rubber koffie thee kina)
Herstel 23-02-2025: Anton Martin Christiaan Bax moet zijn Anthon Martin Carel Bax , volgens de regeringsalmanak van 1879, pagina 275
** Een krokodil in Indonesië leefde al 6 jaar met een autoband om zijn nek. Maar het dier is er nu eindelijk van bevrijd. NOS Jeugdjournaal
** Indonesiënu.nl: Indonesië is begonnen met het testen van een Covid-19-vaccin dat in eigen land is ontwikkeld. Het vaccin wordt ook ‘Vaksin Merah Putih’ genoemd, het ‘Rood-Witte Vaccin’,
** Bali has returned from Level 2 to Level 3 of the 4-tiered Enforcement of Restrictions on Public Activities (PPKM) protocol amid a wave of COVID-19 infections dominated by the Omicron variant. Coconuts
** Omroep Zeeland: Lian Gogali uit Indonesië krijgt de award van Vrijheid van Godsdienst. Volgens de jury van de Four Freedoms Awards laat Gogali zien dat ‘een individu het verschil kan maken en het leven van velen positief kan beïnvloeden’. Met haar ‘moedige en vastberaden inzet’ verdient Gogali volgens de jury de onderscheiding. Zij zet zich in het door conflict verscheurde gebied Poso, in Centraal-Sulawesi in voor interreligieuze dialoog en godsdienstvrijheid.
Veel ophef over bersiap, al vier weken .
Peter Rufi uit Geldrop vertelt. Herinneringen, overwegingen.
Bersiap, uiting van rassenhaat
1.Dood aan de kolonialen. Belanda di runtjing, Amerika di strika, Ingris de linggis, Singkeh di tintjang enz.
Ik hoor ze het nog uitschreeuwen en gillen, de Pemoeda’s van de Bersiap, toen ze door de straten van Makassar liepen met bambu runtings en parangs. De rillingen lopen nog altijd over mijn rug en het koud zweet breekt mij uit als ik aan die periode terug denk. Hollanders aan de spies, Amerika onder het strijkijzer, de Engelsen bewerken met breekijzers, van Chinezen gehakt maken. Ook Molukkers, Indiërs en Pakistanen werden niet vergeten. Maar vooral de Indische Nederlanders kregen het zwaar te verduren. Zij waren allemaal de vijand, omdat zij de koloniale belandas hebben gediend.
De haat van de Bersiap was voor 100% gericht op niet-Indonesiërs. Het was dus wel degelijk rassenhaat. Ook al zijn er slachtoffers gevallen onder de eigen Indonesische bevolking, die rijk zijn geworden door voor en met de Belanda’s te werken.
Het Rijksmuseum kan dit onmogelijk ontkennen en het is daarom ronduit schandalig dat zij de Bersiap niet wilde opnemen in hun tentoonstelling.
Gelukkig zijn zij tot inkeer gekomen.
2.Beweegreden Rijksmuseum.
Maar wat was nu reden waarom het Rijksmuseum de Bersiap wilde schrappen?
Het is voornamelijk de opvatting van Bonnie Triyana, Indonesisch historicus. Hij is hoofdredacteur van het online-tijdschrift Historia en secretaris van de Indonesische regeringscommissie die de teruggave van historisch erfgoed door Nederland moet begeleiden. Volgens hem heeft het woord Bersiap een sterk racistisch lading, omdat het geweld enerzijds gericht was op de “Belandas”, de Indische Nederlanders- de Indo’s, de Molukkers, de Chinezen, Indiërs en Pakistani, allen niet-Indonesiërs. Rassenhaat dus van Indonesische zijde. Anderzijds was het koloniale kwalificeren van de Indonesiërs als primitieve en ongeciviliseerde wilden, eveneens rassenhaat. Om te voorkomen dat oude wonden weer zouden worden open gereten, was het beter de Bersiap niet te benoemen. De rassenhaat legt hij wel voornamelijk bij de “Belanda’s en de Indo’s, en benadrukt dat het Bersiapgeweld ook gericht was op rijke Indonesiërs, die met en voor de Belanda’s hebben samen gewerkt. N.m.m. is het hem niet gelukt om: “de kool en de geit” te sparen.
3.Historicus Raben.
De ruggesteun die hij dacht te hebben van historicus Raben, die o.a. stelt dat: de Indonesische zienswijze door de Nederlanders als irrelevant wordt weggezet, mocht niet baten. Deze historicus is bepaald niet objectief, uitgesproken anti-kolonialisme en zeer pro-Indonesië. De directeur van het Museum heeft terecht afgezien van zijn rol als adviseur bij het opzetten van de tentoonstelling.
Hoe het ook zij, het geweld tijdens de Bersiap is door beide partijen gebruikt.
4.Wake-up call voor MERDEKA.
De Bersiap was het trompetsignaal, de klaroenstoot, het startschot voor de Indonesiërs om op te staan, de wapens te grijpen en tot de aanval over te gaan voor de beslissende strijd om onafhankelijkheid en vrijheid: MERDEKA!
De Bersiap was al begonnen vanaf het moment in de 16e eeuw dat de Portugezen, de Engelsen en uiteindelijk de Hollanders, voet aan wal zetten op de Indonesische eilanden. Verzet en opstand tegen uitbuiting, slavernij en mishandeling hebben voortgewoekerd tot halverwege de 20e eeuw en werden steeds met bloedig geweld neergeslagen. Dat voedde de haat en wraakgevoelens. Tot Japan in 1941 oost- Azië wakker schudde en de kwetsbaarheid van de koloniale machthebbers aantoonde. In Nederlands-Indië verloor in één klap de regering het gezag aan de Japanners en dat duurde tot 15 augustus 1945. In die 4 jaar werkte Sukarno zijn plannen uit voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Toen Japan capituleerde, ontstond er een machtsvacuüm, die hij wilde uitbuiten. In dat gat sprongen de voornamelijk jonge opstandelingen/vrijheidsstrijders, de Pemoeda’s met hun Bersiap. Zij waren de voorlopers, de stoottroepen van de onafhankelijkheidsstrijd. Zij zijn actief geweest van augustus 1945 tot november 1947, eerst als Bersiap-strijders en vervolgens mede o.l.v. generaal Abdul Harris Nasoetion als guerilla’s . Alle opgekropte haat en woede barstte los en werd verergerd door de komst van Nederlandse troepen. Die moesten de orde en rust herstellen en Indië weer veilig maken voor een voortzetting van het koloniale gezag. Twee politionele acties: operatie Product en Kraai werden opgezet en uitgevoerd. Deze acties waren geografisch beperkt tot de gebieden rond de steden Batavia, Bandoeng, Djokja en Soerabaja. De veroverde en “gepacificeerde” gebieden werden van de “buitenwereld” gescheiden door demarcatielijnen. Deze lijn mocht niet overschreden worden. Vrijheidsstrijders die in “ons” gebied onrust stookten, mochten tot die lijn worden bestreden en achtervolgd. Eenmaal over de lijn en veilig in hun gebied stonden ze onze jongens te provoceren.
Twee van mijn ooms zaten bij het KNIL. Een van hen was marechaussee en heeft in die tijd regelmatig dienst gedaan aan die demarcatielijn en was duidelijk gefrustreerd over hun machteloosheid. Een neef van mij zat als dienstplichtige bij de genie en is regelmatig beschoten tijdens het bouwen van bruggen of bij het mijnen ruimen. Als zij hun verlof bij ons door brachten, vertelden zij in gruwelijke details wat ze meegemaakt hadden en hoe onze jongens bijna net zo gruwelijk reageerden. Zij vertelden ook dat het een onbegonnen zaak werd en we nooit zouden kunnen winnen. In Makassar op Celebes, waar wij na de bevrijding van 15 augustus 1945 woonden, werd er ook flink huisgehouden door de opstandelingen. Australiërs en Gurkha’s hebben daar toen bij afwezigheid van het Nederlands gezag, getracht het geweld te beteugelen. Maar eerst na de komst van het Korps Speciale Troepen met o.a. Westerling, werd het geweld tijdelijk de kop ingedrukt. Maar toen zij vertrokken kwam het geweld nog heviger terug. Bijna dagelijks werden wij geconfronteerd met sporen van geweld, zoals lijken van soldaten met doorgesneden kelen in een betjak(bakfiets voor personenvervoer), of langs de weg in de sloot.
Toen we bij mijn oma in Soerabaja logeerden (mijn oma en mijn tantes waren tijdens de Japanse bezetting zg.buitenkampers) vertelde zij ons van de gruwelen in de Simpangclub en over de moordpartij op vrouwen en kinderen van het Gubeng-transport. Zelf zijn wij ternauwernood aan een slachtpartij ontsnapt, toen we van Soerabaja naar Tretes, een ontspanningsressort in de bergen boven Soerabaja, onderweg vastliepen bij een locatie waar een rampok- en slachtpartij had plaats gevonden. Onder militaire escort mochten we verder rijden.
5.Soevereiniteitsoverdracht: einde Bersiap en geweld.
De vrijheidsstrijders wisten al snel, dat Nederland bakzeil moest halen, temeer omdat de VN met de VS voorop, er op aanstuurden dat Nederland de kolonie zou opgeven. Met die wetenschap werd het geweld nog eens extra opgevoerd, waardoor nog meer Hollandse jongens onnodig sneuvelden en de Indo’s, Molukkers, Chinezen, Indiërs en Pakistanen het geweld nog langer te verduren hadden.
Eerst toen op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht een feit werd, kwam er geleidelijk een einde aan het geweld van de Bersiap en de guerrilla, dat met de onafhankelijkheidsstrijd gepaard ging.
6. Bersiap en geweld in de herinnering.
Twee keer heb ik een grote rondreis door Indonesië gemaakt( 1989 en 2008). Ik wilde in ieder geval Bandjermasin op Borneo zien, waar ik “uit de klapperboom werd gespiegeld” zoals mijn pa mijn geboorte noemde. Daar ben ik 3 maanden na mijn geboorte weg gegaan en nooit meer teruggekeerd. En verder alle plaatsen waar ik tot mijn vertrek naar Nederland, heb gewoond en naar school ben geweest. Vanwege ons “nomaden bestaan”,( mijn vader werkte voor de BPM en kreeg na de oorlog de opdracht om olie-installaties in de buitengebieden die door de Jappen werden vernietigd, weer op te bouwen en in werking te stellen) hebben we door practisch de hele archipel gezworven. Medan, Palembang, Pangkal-Pinang, Djakarta, Bandung, Semarang, Djokja, Soerabaja, Malang, Pontianak, Makassar, Bali, Soembawa, Flores, Timor etc.
Tijdens mijn omzwervingen heb ik met veel Indonesiërs jong en oud gesproken over allerlei zaken: tempo doeloe, de oorlog en de Jappen, de Bersiap en de onafhankelijkheidsstrijd, de Pemoeda’s, de politionele acties, de overdracht en het onafhankelijk worden van de Republik en vooral het Indonesië van nu.
Een aantal opmerkingen hebben me wel geraakt:
a. toen ik zei: bapak, weet je wat mij opvalt aan jullie? Jullie zijn zo veranderd, vrijer en jullie praten meer. Nou tuan, dat ziet U wel verkeerd, hoor! Niet wij, maar jullie zijn veranderd. Jullie praten nu MET ons en niet TEGEN ons. En jullie luisteren ook naar ons. Na, itu ja, dat is veranderd!
b. over tempo doeloe kreeg ik te horen: ja voor jullie was dat een mooie tijd; voor ons soms ook,,hoor. Maar meestal niet; alleen maar ja mnir, tuan/ tida meprau/njonja, en opdienen en buigen. Adoe, heb nog pijn in mijn rug, ja.
c. over de oorlog: adoe, kasian ja, jullie. Dipukul terus; Djepang djahat betul , ja.( ai zielig voor jullie, almaar geslagen worden door slechte Jappen).
d. over de buitenkampers: ze waren zeer begaan met hun lot, want ze zagen heel goed dat die tussen twee vuren zaten: de Jappen en de opstandige Pemoeda’s.
e. over de Bersiap en de Pemoeda’s: adoe, itu ja djelek, djahat betul( dat was lelijk en echt slecht); bisa mengerti, tapi djahat betul( kan het wel begrijpen, maar het is echt slecht). De Pemoeda’s waren in hun ogen losgeslagen kwajongens, maar levensgevaarlijk. Maar jullie hadden toch ook de Geuzen in de 80jarige oorlog tegen de Spanjaarden en in WO II tegen de Duitsers?
Wat ze de Pemoeda’s het meest kwalijk namen, was zo als zij dat uitdrukten: ini ja, dia bikin malu bangsa( ze brachten de natie in verlegenheid); en kita tida mau kehilangan muka( wij wilden geen gezichtsverlies lijden! Voor oosterlingen is gezichtsverlies een grote schande.
Het waren best goede gesprekken, waarbij ik toch wel het idee kreeg, dat mij een spiegel werd voorgehouden. Merkwaardig genoeg klonk in de gesprekken heel vaak door, dat zij het vreemd vinden dat wij, de Nederlanders, steeds maar weer de geschiedenis aan het oprakelen zijn. Pertjuma, zeggen ze, voor niets; gedane zaken nemen geen keer. Het meest viel mij op de nuchterheid en realiteitszin van zowel de ouderen als de jongeren wanneer zij op hun eigen wijze hun conclusie samenvatten:
“Ach bapak, itu ja, sudah lama, sudah habis, kenapa membawa lagi itu? Sudahlah!”
“Ach bapak, dat is al lang geleden, is al lang voorbij, waarom dat weer oprakelen? Laat maar!
December 2011 hadden we een foto van Amelia Charlotta Wilhelmina Eschweiler gepubliceerd.
Ze was geboren in 1844 te Fort de Kock, (Bukittinggi, Sumatra) Haar vader was de Nederlandse officier Jean Jacques Henri Eschweiler, uit een militaire familie. Haar moeder was de Sumatraanse vrouw Sarinah. ………………….
Twee nieuwe foto’s:
Links: Amelia, met vermoedelijk haar dochter Henriette Theodose Adrienne in 1878, mogelijk te Bandoeng
Rechts: De aanname is dat ze hier rouwkleding draagt voor haar man Roelof Cornelis van der Palm die in 1899 te Kampen overleed.
Rondom het gebruik van de term Bersiap bij de tentoonstelling ‘Revolusi! Indonesië onafhankelijk’ die op 11 februari 2022 in het Rijksmuseum wordt geopend, ontstond in januari van dit jaar grote controverse. Dit leidde onder meer tot twee aangiften wegens groepsbelediging.
Eén tegen een Indonesische gastcurator van de tentoonstelling en één tegen het Rijksmuseum en de directeur en een curator van het museum. Beide aangiften zijn geseponeerd, omdat er volgens het OM geen strafbare feiten zijn gepleegd. Bersiap betekent ‘Wees paraat’ en werd tijdens een gewelddadige periode na de capitulatie van Japan als strijdkreet gebruikt door jonge Indonesische strijders voor een onafhankelijk Indonesië.
Beledigend voor Indische-Nederlanders.
De eerste van de twee aangiften werd op 13 januari 2022 gedaan door de Federatie Indische Nederlanders(FIN). De aanleiding voor de aangifte was een opinieartikel in NRC Handelsblad van 10 januari 2022. In dat artikel deed de Indonesische gastcurator van de tentoonstelling ‘Revolusi! Indonesië onafhankelijk’ een aantal uitlatingen die volgens FIN beledigend zijn voor Indische Nederlanders. De gastcurator zou in het artikel de verantwoordelijkheid van de Indonesische daders aan de gewelddadige periode bagatelliseren en ontkennen. Historische feiten zou hij verdraaien en Indonesiërs presenteren als slachtoffers en de Nederlanders als daders. De curator zou zich hierdoor volgens de aangifte schuldig hebben gemaakt aan groepsbelediging.
Vrije meningsuiting.
De uitlatingen die aan de curator kunnen worden toegeschreven, vallen volgens het OM onder het recht op vrijemeningsuiting. De uitlatingen bevatten naar oordeel van het OM geen negatieve conclusie over de groep Indische-Nederlanders als geheel. Ook zouden de uitlatingen passen in het maatschappelijk debat over historische gebeurtenissen, in dit geval de gewelddadigheden na de Japanse capitulatie in voormalig Nederlands-Indië.
Het OM is daarom van oordeel dat er geen sprake is van groepsbelediging.
Beledigend voor Indonesiërs. Het Komite Utang Kehormatan Belanda (Stichting Comité Nederlandse Ereschulden) heeft ook aangifte gedaan. De aangifte dateert van 21 januari en is gericht tegen het Rijksmuseum, de directeur van dit museum en een curator. De reden van de tweede aangifte is het gebruik van de term Bersiap bij de tentoonstelling. Volgens de aangever is de term racistisch en beledigend voor Indonesiërs. Het comité verwijt het Rijksmuseum Indonesiërs opnieuw buiten te sluiten. Deze koloniale apartheid zou volgens de aangifte onder racisme vallen.
Gekken pesten Het was een dag van de schoolvakantie. Wij, zes jongens, verveelden ons rot en besloten toen naar het 5 km verder gelegen zwembad Kali Bening te gaan om daar gratis te zwemmen. Het zwembad had kleine bootjes en een trapeze waar je gratis gebruik van kon maken.
Halverwege de wandeling passeerden we het gekkenhuis Kramat, waar ernstige gekken ondergebracht waren. We stopten en keken naar de in de moestuin werkende gekken. We trokken gekke bekken en maakten rare lichaamsbewegingen. Ze deden ons na. Het leek of ze er veel plezier in hadden. Fanatiek werd er gedanst en gehost door de gekken. De oppasser verscheen. Ze gingen weer aan het werk. We zetten onze voetreis voort met de wetenschap: we hebben de gekken blij gemaakt en de niet-gekken waren ook blij. Stokslagen Met de stok van deze oppasser maakte ik kennis toen ik nog op de lagere school zat. Tijdens de schoolpauze stond ik opzij van de school stenen te gooien naar Chinezen die voorbij kwamen. Tijdens de catechesatieles had Pa namelijk gezegd dat het woekeraars waren. Een Chinees nam het niet en klaagde bij de hoofdonderwijzer. Ik werd aangewezen als schuldige hoewel er meerdere leerlingen waren die aan het smijtpartij hadden meegedaan. In opdracht van de hoofdonderwijzer werd ik onder begeleiding van de Skolah (toezichthouder van de school) naar huis gebracht en bij Pa afgeleverd. Pa gaf me over aan de oppasser en daar begon het. De stok ging met flinke vaart van links naar rechts en terug. Het hield maar niet op. Je kon alleen maar hard huilen en hard schreeuwen om medelijden op te wekken. Hoewel die slagen pijn deden had ik die liever dan een gratis logies in het hotel Oranje Nassau.
Celstraf Dat “hotel” was een soort gevangenis met vijf cellen van 2 bij 1 meter met een hard bed en een WC-pot. Een ijzeren deur gaf toegang tot de cel en een getralied venster gaf uitzicht op een prachtige groentetuin met palmbomen. Men zei dat daar ’s nachts spoken en gedaanten ronddwaalden en dat die vaak via het getraliede venster een kijkje in de cel kwamen nemen en de celbewoner grote angst aanjoegen.
Siwah spoken Sommige jongens kenden een siwah, een landarbeider meestal oud en alleenstaand, die behoefte had aan aanspraak en verhalen vertelde. Ze hielpen elkaar bij karweitjes. Soms kreeg de jongen wat eten van de siwah en het gebeurde ook wel dat de jongen een cent van zijn zakgeld aan de siwah gaf. Het contact bleef soms ook nadat de jongen niet meer bij Pa zat. De verhaaltjes van de siwah waren meestal verhaaltjes van tempo doeloe (vroeger) of over geesten en spoken. Spoken met een holle rug, spoken met paardenvoeten, spoken die in waterplassen of bomen woonden. Spoken die het speciaal op kinderen gemunt hebben. “Pas op voor mooie vrouwen. Er zijn spoken die de gestalte van een mooie vrouw hebben. En als je straks naar huis gaat en je ruikt de geur van gekookte aardappelen, wees dan op je hoede want je bent in de buurt van een plaats met spoken. Loop deze plaats snel voorbij”. Zei hij. “Niet leuk dat U ons bang heeft gemaakt”, antwoordden wij. De oude man grijnsde. Waarachtig, onderweg naar huis roken we de geur van gekookte aardappelen. Gauw op een lopen gezet om maar snel weg te zijn van de onheilsplaats. De volgende dag ontdekten we dat die gekookte aardappelgeur uit een huis kwam waar we langs geweest waren. Doordat het donker was en het huis verscholen lag achter bomen hadden we het huis niet gezien.
NTR: Hans Goedkoop – zelf uit een familie met wortels in Nederlands-Indië – gaat in een tweeluik op zoek naar de resten van de koloniale geschiedenis. Hij spreekt met de eerste, tweede en derde generatie over de ontvangst in Nederland, het zwijgen, de vernederingen en de band met een verloren land en cultuur.
Zo is de vader van muzikant Wouter Muller sergeant-majoor in het KNIL, maar bij de komst naar Nederland krijgt het gezin de vraag ‘Wat komen jullie bruintjes hier doen?’. De Molukse Saar Letsoin ontdekt op 14-jarige leeftijd dat haar ouders drie kinderen in Indonesië hebben moeten achterlaten. En Anis de Fretes verhaalt over gewelddadigheden binnen de Molukse gemeenschap door de toenemende frustratie over verloren rechten en gebroken beloftes. De tot ‘buitenstaanders’ gebombardeerde groepen vinden voornamelijk troost bij elkaar en in de gemeenschappelijke cultuur.
Wieteke van Dort, geboren in 1943 in Soerabaja, wordt met haar optredens als tante Lien hét symbool voor het heimwee naar vervlogen tijden: ‘Tempo Doeloe’. Zelf heeft ze zich in Nederland lang nieuwkomer gevoeld, maar haar moeder wees de weg vooruit: ‘Wiet, dat boek moet dicht’. ….
Kruisbestuiving
In de toegepaste Kunst en Architectuur in Nederland en Indonesië
Premiere Try-Out, Leiden 6 februari 2022
Kenner Frans Leidelmeijer en filmmaker Bie Muusze maken een documentaire over de wederzijdse beïnvloeding die plaatsvond tussen Nederland en Indonesië/ Nederlands-Indië.
Waar culturen elkaar op een positieve manier raken en inspireren.
In de nog steeds prachtige bioscoop Trianon in Leiden vond de Try-Out, zoals de makers zelf vertelden, van Deel 1 plaats: In Nederland tussen 1890 en 1915.
In Nederland kunnen bijzondere en fraaie voorbeelden worden gevonden, juist in het begin van de vorige eeuw. Het tijdperk van Art Nouveau, Art Deco, Amsterdamse School.
Men liet zich inspireren door Boeddhistische en Hindoeïstische filosofie, motieven en voorbeelden.
. Batik kunst en gebruiksvoorwerpen – Op textiel, perkament, hout en zelfs celluloid.
. Houtsnijwerk – Decoratie van interieurs en gebruiksvoorwerpen (hoogstaande kwaliteit Japara).
. Beeldende kunst – Steen, hout.
. Aardewerk – o.a. vazen geïnspireerd op de schilden van Asmat krijgers.
. Meubilair en gebruiksvoorwerpen – o.a. uurwerken.
. Last but not least Architectuur – ook invloeden van Sumatraanse bouwstijlen (Minangkabau, Batak).
Het Scheepvaarthuis en de Trouwzaal in Amsterdam en ook de Indische Zaal in paleis Noordeinde zijn voorbeelden van een totale omvang en beleving!
Aan Deel 1 wordt nog geschaafd, Deel 2: In Indonesië volgt later.
Op de website Kruisbestuivingfilm.nl meer informatie; er zijn ook schoollessen en een fietstocht in Amsterdam in de maak. Ook kunnen sponsors nog bijdragen aan de totstandkoming van Deel 2.
Peter van Riel bespreekt De Voormoeders. Een verborgen Nederlands-Indische familiegeschiedenis, Ambo/Anthos 2021. Suze Zijlstra leest een fragment voor uit haar boek. Luister online naar deel 15
Deel 14 : Bea en Toeti Gentenaar kwamen in 1950 met de Atlantis aan in Nederland. Het gezin werd gehuisvest in Kamp Conrad, een dependance van Kamp Westerbork. Na twee jaar kregen de Gentenaars een huis in de nieuwe wijk Kolping in Nijmegen.
Pelita: Elke laatste zondag van de maand zijn te gast schrijvers van boeken over Nederlands-Indië, Indonesië en Azië. Na afloop is er gelegenheid tot vragen, discussie en signeren. Presentatie en discussieleider: Peter van Riel
Museum Sophiahof in Den Haag gaat terug in de tijd met de expositie ONS LAND –
Dekolonisatie, generaties, verhalen. Het is volgens de initiatiefnemers een tentoonstelling die laat zien hoe de vroegere kolonie Nederlands-Indië doorleeft in de Nederlandse samenleving van nu.
De tentoonstelling is opgezet als een reis van het nu tot in de jaren 50 van de vorige eeuw. Het draait vooral om persoonlijke familieverhalen van de verschillende generaties. ‘De jongste generatie laat zien hoe ze hun familieverhaal weet om te buigen tot een kracht’, zeggen de samenstellers. En er wordt vanuit zo veel mogelijk perspectieven gekeken, verzekert Sophiahof. AD.nl
De vulkaan Anak Krakatau in Indonesië heeft een aswolk tot anderhalve kilometer hoogte de lucht in gespuwd. Dat heeft de nationale geologiedienst van het land gezegd. hln.be
Het archief van Indisch4ever is best wel te filmen !!
......................................
.......... Bekijk ook de archipelsite met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. !
Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel