Andy Kraag (1976) groeide op in een arbeiderswijk in de Achterhoek. Als tiener werd de zoon van Indische ouders in winkels nauwlettend in de gaten gehouden, nu is hij hoofd van de Landelijke Recherche. Voor slachtoffergedrag heeft de oud-marinier dan ook weinig begrip. ‘Nederland is niet het Zuid-Afrika van de jaren zeventig.’ Slot van de serie Achtergrondgesprekken. fd.nl
**De documentaire ‘De slag in de Javazee’ zondag 27 februari 2022 in Close Up om 15.10 uur op NPO 2 extra.
**Twee granaathulzen, een wijnfles, en een afsluiter. Deze vier zogenaamde artefacten, gevonden op wraklocaties in de Javazee, zijn naar Nederland gebracht en zullen te zien zijn in het Marinemuseum in Den Helder. NH Nieuws
Nabestaanden van de MH17-ramp volgen het nieuws van Oekraïne op de voet. Silene en Rob Fredriksz, die hun 23-jarige zoon Bryce en hun 20-jarige schoondochter Daisy verloren bij de ramp, wilden altijd terug naar de plek des onheils, maar of dat er ooit nog van gaat komen? Hart van Nederland
Trouw: En op Java-Sumatra ging op een gegeven moment het geweld écht alle kanten uit: daar heb je meerdere betrokken partijen: Japanners, Britten, de Nederlanders, Indonesiërs – en binnen de laatste categorie zijn er dan ook nog allerlei facties.” Lang niet altijd zijn, ruim vijfenzeventig jaar na dato, oorzaak en gevolg te onderscheiden: het was te vaak een kluwen aan geweld. —————- Sinke: “Vast staat dat er 3723 bevestigde doden aan Nederlandse kant zijn. —- Daarnaast tellen Sinke en Captain de 2000 personen mee die in december 1949 nog als vermist geregistreerd stonden en waarvan het waarschijnlijk is dat ze niet meer in leven waren. — Het is ook extreem lastig om het échte slachtofferaantal aan Chinese zijde te vinden. Dat wordt nu wel geschat op 10.000 doden, alleen op Java, voor de periode 1945-1949.
Indische Letteren: Op vrijdag 18 maart 2022 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde alsnog de lezingenmiddag over de roman
De stille kracht van Louis Couperus
(de middag die op 18 februari gepland stond, kon vanwege storm niet doorgaan).
Lezers reageren op de excuses van premier Mark Rutte en op het het onderzoek waarin wordt geconcludeerd dat Nederlandse militairen op grote schaal en stelselmatig extreem geweld toepasten tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië (1945-1950). In het onderzoek is sprake van standrechtelijke executies en marteling van Indonesische gevangenen, het ‘platbranden’ van dorpen en buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen. „We moeten de waarheid onder ogen zien. Nederland voerde een koloniale oorlog waarin stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld werd gebruikt, tot martelingen toe, die in de meeste gevallen onbestraft bleven”, zei Mark Rutte. ed.nl
Het wooncomplex voor 55-plussers met een Indische/Molukse achtergrond in Malburgen-Oost bestaat 3 jaar. In februari en maart 2019 werden de twee woonblokken van Stichting Arnhem (SRIKA) aan de Charley Bosveldhof opgeleverd. Arnhemse Koerier
Leon Algra: Militairen die in de oorlog in Nederlands-Indië gestationeerd waren, kregen hiervoor nog altijd geen ”backpay”-salaris. Reden voor rechtszaken tegen de staat.Niet de oorlogsveteranen, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), Indische Nederlanders en Molukkers waren debet aan ons koloniale verleden. Essentieel is de rol die onze overheid daarin kabinettenlang speelde. Dat vraagt om nader onderzoek. Mijn vader was oud-militair in het KNIL, dat in opdracht van onze overheid werd ingezet voor orde en veiligheid in Nederlands-Indië. Bij mijn vader is heel zijn leven het gevoel gebleven ”ongewenst Nederlander” te zijn. Hij werd ontslagen uit het KNIL en kon fluiten naar zijn ”backpay”-salaris.
Al meer dan 75 jaar worden de oorlogsgetroffenen uit voormalig Nederlands-Indië niet gehoord!
Steun onze stichting om samen het negeren door de diverse kabinetten te stoppen! Inzamelingsactie Stichting Het Indisch Platform 2.0
Zaterdagen Zaterdag was niet alleen de dag van het zakgeld maar ook de dag van gezelligheid. De dag waarop je leerde je verlegenheid te overwinnen, door te zingen en voordrachten te geven. Tegen 7 uur in de avond gingen de grote jongens en meisjes naar de recreatiezaal om voordrachten te geven of te horen. De voordrachten bestonden uit gedichten voorlezen of opzeggen, een liedje zingen, moppen tappen. Iedere jongen of meisje kwam bij toerbeurt aan de beurt. Pa van der Steur zat dan op een stoel op het podium en de voordrachtgever stond naast Pa. Om de gezelligheid te vergroten bracht de muziekkapel muziek ten gehore. Midden in het gangpad van de zaal was een lange tafel met zitbanken. Op sommige hoekjes waren tafels met stoelen. De lange tafel was goed bezet met grote jongens en hun vriendinnetjes, die ze eens per week naast zich mochten hebben. Eens moest ik een voordracht geven. Ik wist het niet van tevoren en had me dus niet voorbereid. Wat ik moest voordragen, zal ik het wel doen? Dacht ik. Na lang aarzelen heb ik het toch gedaan. “Dames en heren, jongens en meisjes. Mijn voordracht luidt: ZATERDAG. Het is zaterdag…… het is zaterdag en ….. morgen is het zondag”. Weg was ik, weg van het podium. Weg, onder luid applaus. Hoe was het mogelijk, een applaus!
Vakantie Tijdens de grote vakantie die in juni begon, gingen we naar huis. Mijn vader haalde mijn broertje Otto en mij op om de vakantie thuis bij onze ouders en zusjes door te brengen. We werden in kleren gestoken die afkomstig waren van de liefdadigheid en op blote voeten gingen we op reis met de trein. Op een dag ging ik voor het eerst zonder vader en zonder begeleiding naar het huis van mijn ouders in Meester Cornelis, een voorstadje van Batavia. Gewapend met de verlofpas, die als bewijs diende dat je niet weggelopen was en die goed was voor een gratis treinreis heen en terug, begon de reis per tram van de NIS (Ned. Indisch Spoor) naar de 42 kilometer verder gelegen plaats Jogjakarta. In Jogjakarta werden we opgewacht door leurders van hotels. Met zo’n leurder reden we per andong (een vierwielig rijtuig getrokken door 2 paarden) naar het hotel.
Voor 50 cent kon je een kamer voor een nachtje krijgen zonder ontbijt maar wel met een kopje koffie of thee. De mogelijkheid een gezelschapsdame voor 10 cent te bestellen was niet uitgesloten. Je kon ook in een goedkoop hotel voor 10 cent per nacht dan had je geen ledikant maar een balé-balé (een bamboe-bed voor meerdere personen) zonder matras en met de mogelijkheid dat je het bed moest delen met andere reizigers, meestal kooplieden zoals verkopers van kippen en groenten. De volgende dag stonden we vroeg op, we wilden de trein naar Batavia niet missen. Ik was helemaal niet bang om te reizen. Er waren andere jongens die met dezelfde trein moesten. De locomotief zag er majestueus uit. Het grootste deel van de reis heb ik niet gezeten maar met mijn bovenlichaam over het raam van de treinwagon gehangen. Binnen korte tijd had ik dan ook een zwart gezicht van het roet dat de locomotief uitspuwde. Het stond stoer. Als de trein stopte stroomden de verkopers van etenswaren op de trein af. Ik kon niets kopen, ik had geen geld genoeg, ik moest zuinig zijn, de reis duurde nog lang. In de late middag kwam de trein in Meester Cornelis aan. Gauw heb ik een demo (een zes-persoons taxi) gepakt en me naar huis laten rijden. Thuis werden we uitbundig begroet en op allerlei lekkernijen onthaald.
Kerstmis De kerstdagen werden bij Pa altijd gevierd. De voorbereidingen voor de viering werden maanden tevoren getroffen. Er moest onder andere slaapgelegenheid komen voor de Oud Steurtjes die de kerst bij Pa wilden vieren. Een dag vóór 1e Kerstdag kwamen de Oud Steurtjes aan. De jonge Steurtjes hielpen graag met het dragen van de bagage want er viel altijd een fooitje te verdienen. Dat er op een fooitje geaasd werd, wist het Oud Steurtje wel, hij is immers ook een jong Steurtje geweest! De jonge Steurtjes keken met bewondering naar hun oudere pleegbroers, die het gemaakt hadden in de maatschappij en hoopten dat ze later het ook zouden maken. Onder de Oud Steurtjes waren onderwijzers, juristen, artsen en KNIL officieren. De eerste kerstavond werd in de kerk gebeden, waarna in de recreatiezaal het kerstfeest gevierd werd. De jongens kregen o.a. een pyjama en een door Pa geschreven kerstboek. De tweede kerstdag was voor de kleinere kinderen. Het cadeau voor de jongens bestond uit een rubberen bal, glazen knikkers en een geëmailleerd etensbord. Dit nieuwe bord was vaak nodig want het bord van de meeste kinderen zag er vreselijk uit, vol roestige kale plekken, plekken waar het emaille van af was door het vaak vallen van het bord.
Ed Vermeulen in Eemlands Allerlei: deel 1
Lichtvoetig en goed gemutst het nieuwe jaar in met voor de een historisch verantwoorde weetjes en voor de ander geschiedkundige niemendalletjes: een terugblik op het jaar 2021 en de eerste schermutselingen in 2022. Vijf miniverhaaltjes met een Eemlands tintje!
Drie van de vijf verhaaltjes dragen sporen van Indië in zich mee….Marion Bloem, met als uitgangspunt het door haar op FB geplaatste rapport van de Schoolartsendienst Baarn e.o. en de Soester Pelitahuizen, een onderdeel van het Ralph Ockerse verhaal en als derde een bescheiden maar wel leuke verwijzing naar het verhaal over Hofmeester Swart a/b s.s. Simaloer.
Selamat malam semuanya. De 1e Indo middag in Utrecht is een feit , SID was er ook bij en wat was het leuk om oude bekenden en nieuwe bekenden te zien , samen lachen , dansen , eten , ramé ,ramé desé !! pic.twitter.com/73wp6YCRFR
Johanna Diderika van Andel was geboren 2 juni 1898 te Meester Cornelis. Haar ouders waren de Javaanse Sijah (1866-1926 Batavia) en Willem Anton van Andel (1860 Keboemen -1898 Meester Cornelis ), in dienst van het Binnenlands Bestuur. Willem en Sijah werden met een zoon en kleindochter begraven op Tanah Abang. Grootouders en stamouders van Johanna waren Johanna Diederika Godefroy (1834 Batavia -1902 Padang) en Willem Frederik van Andel (1831 Den Haag-1878 Serang). Willem was resident van Bantam. Kijk hier naar de vader en moeder van Johanna Godefroy.
Johanna Diderika huwde Leonard Julius Alexander Albouts (1887 Tegal- 1945 jappenkamp Tjimahi), employée pandhuizen en later bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Hij pensioneerde ca 1935. Broer van Herman Ernst Paul. Zoon van Petrus Jacobus Albouts (1840 Amsterdam -1927 Weltevreden) en Louise Caroline Doelitzsch.(1853 Semarang -1916 Batavia) Petrus ging als militair uit Amsterdam in 1859 naar Indië, afgegaan in 1866 en was in 1900 steenbakker te Batavia. Louise was de dochter van een Duitse sergeant, die het leger verliet in 1839, en het indisch meisje Johanna Mischke.
Mensen die terugkeerden uit Indië en veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor Den Haag en werden daar begraven. Bijv op Nieuw Eykenduynen.
.. Na kinderboek over Indische familie volgt podcast: ‘Mijn oom schreef er emotionele nummers voor’
De familiegeschiedenis uitleggen aan haar kinderen; dat was het doel dat Stéphanie Teekens (39) voor ogen had toen zij het kinderboek Mama, waarom zijn wij Indo’s maakte. Het boek bleek niet alleen populair onder haar eigen familie. Inmiddels is de derde druk besteld én komt er een 10-delige podcastserie uit. pzc.nl
Oscar Garschagen in pzc.nl : ,,Ongelofelijk dat we het kamp hadden overleefd, maar dat we er bijna waren geweest als de Japanners ons niet hadden beschermd tegen de pemoedas die mataglap waren geworden”, vertelde mijn moeder vorig jaar een paar dagen voor haar dood. De razende pemoedas waren revolutionaire Indonesische jongeren die met klewangs en bamboesperen joegen op alles wat wit of Chinees was. Hun strijdkreet was ‘Bersiap’, geef acht. De Japanse kwelgeesten van mijn moeder en vele andere vrouwen en kinderen werden opeens hun redders. Waren zij niet zo snel naar Japan verscheept dan hadden vele vrouwen en kinderen de Bersiaptijd niet overleefd. ,,Ik zal die Japanse officier en zijn mannen daarom nooit vergeten. Bizar hè?”
OVT special over onafhankelijkheidsoorlog Indonesië 1945-1950 Een groot gesprek met Frank van Vree, leider van het onderzoek en tot voor kort directeur van het NIOD, Anne-Lot Hoek, historica en journalist die meewerkte aan het onderzoek en het boek De strijd om Bali schreef, Maurice Swirc, jurist en schrijver van het vorige week verschenen De Indische Doofpot, en de in Nederland wonende Indonesische journaliste en literatuurwetenschapper Feba Sukmana.
De Indische geschiedenis van Nederland kent vele facetten en hoofdstukken.
Om dit wat meer tastbaar te maken hebben we hieronder een tijdlijn geplaatst. Hier zijn de persoonlijke verhalen vanuit de direct betrokkenen in beelden geluid te bekijken . Ik Geef Een Gezicht.nl
NRC via Java Post : In eerder historisch onderzoek werd gesteld dat er tijdens deze eerste fase van extreem geweld tijdens de Indonesische revolutie tussen de 20.000 en 30.000 Nederlanders en ‘collaborateurs’ zouden zijn vermoord. Captain en Sinke stellen dat aantal drastisch naar beneden bij: het kunnen er voor de periode 17 augustus 1945–31 maart 1946 niet veel meer dan 6.000 geweest zijn, menen ze. Getallen uit bronnen zijn door andere onderzoekers te sterk geëxtrapoleerd, is hun conclusie. Trouw :Bersiapdebat wijst op afwijzing en miskenning van Indische Nederlanders EenVandaag: NIOD-onderzoek over Nederlands-Indië valt verkeerd bij Molukse gemeenschap: ‘Je wordt weggezet als oorlogsmisdadiger’ NRC via Java Post: Heel Nederland draagt schuld voor ‘beschamende feiten’ in Indonesië. Parool: ‘Geschiedvervalsing’ of ‘geen nieuws’? Kenners sterk verdeeld over onderzoek naar dekolonisatie Indonesië … Ze concluderen dat Nederlandse militairen op grote schaal en stelselmatig extreem geweld toepasten. Als voorbeelden noemen ze standrechtelijke executies, mishandeling en marteling, het in brand steken van huizen en dorpen, buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, en willekeurige arrestaties. De regering en militaire top wisten dat en tolereerden dat bewust, aldus de onderzoekers. Nederland wilde koste wat kost de Indonesische ‘opstandelingen’ verslaan en overtrad daarbij ethische grenzen. Daarbij speelde een koloniaal superioriteitsgevoel een rol, evenals de overtuiging dat Nederland ‘onmisbaar’ was in Indonesië.
BNR: Het Rijksmuseum heeft bedreigingen ontvangen die verband houden met de veelbesproken tentoonstelling Revolusi!, over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Dat bevestigt de Amsterdamse politie na vragen van BNR. RTL: Lara Nuberg is kleinkind van een Indonesië-veteraan en Erik Becking zoon van een KNIL-militair. Ze reageren op het nieuwe rapport (zie filmpje) NPO Radio1: Het rapport over het geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog maakt in Nederland veel reacties los, en die reacties zijn heel uiteenlopend. Maar hoe wordt er onder de jongere generatie Nederlanders met een Indische achtergrond naar die conclusies gekeken? (luister naar fragment)
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft besloten om in de toekomst af te zien van het onderscheid in westerse en niet-westerse migratieachtergrond in hun publicaties.
“Geografisch is de term westers en niet-westers niet juist. Daarbij is de diversiteit binnen de twee groepen groot, terwijl volgens de geconsulteerde betrokkenen het beeld is ontstaan dat het qua cultuur, economie, religie tegengestelde groepen zouden zijn.”Wetenschappers uitten eerder ook hun zorgen over het onderscheid. ‘‘Allochtoon werd een synoniem voor iemand die er niet bij hoort. Voor ‘niet-westers’ geldt hetzelfde”, zei migratie-onderzoeker Nadia Bouras tegen OneWorld. “Het verheft het Westen tot het centrum van de wereld, en mensen die er niet vandaan komen, definieer je naar wat ze SER.nl
In het rapport Over de grens worden de bevindingen gepresenteerd van vijf jaar onderzoek door 115 experts in Nederland en Indonesië. Hun conclusie botst met de lijn die opeenvolgende Nederlandse regeringen aanhielden, dat geweld weliswaar was voorgekomen maar een uitzondering was.
De onderzoekers maken aannemelijk dat geweld wijdverbreid was en door Den Haag nauwelijks werd bestraft. Het rapport rept van buitenrechtelijke executies, brandstichting van dorpen, martelingen en een gebrek aan aandacht voor de gevolgen van militaire acties op de burgerbevolking.
Limpach somt op dat ook de inlichtingendiensten zich schuldig maakten aan geweld. “In feite was martelen beleid”, stelt hij vast. “Het was van hoog tot laag bekend, maar werd gedoogd, verhuld en nagenoeg onbestraft gelaten.” Overigens onderstreept Limpach dat er ook excessen waren aan de kant van de Indonesische Republiek. NOS
Telegraaf:
Premier Mark Rutte biedt naar aanleiding van het onderzoek naar de onfhankelijkheidsoorlog in Indonesië (1945-1949) ‘diepe excuses’ aan richting de bevolking van Indonesië. Namens de Nederlandse regering biedt hij ook excuses aan iedereen die in ons land betrokken is geraakt bij deze periode, ook de veteranen.
Nederland neemt afstand van het oude officiële standpunt dat er ‘slechts bij uitzondering extreem geweld was gebruikt’ en de conclusie die het kabinet-De Jong trok in de excessennota uit 1969 ’dat de krijgsmacht als geheel zich correct heeft gedragen’.
Het kabinet onderschrijft nu de conclusie van het onderzoek dat er sprake was van ‘stelselmatig en wijdverbreid gebruik van extreem geweld; tot marteling aan toe’.
,,Voor het stelselmatige en wijdverbreide extreme geweld van Nederlandse zijde in die jaren en het consequent wegkijken door vorige kabinetten, maak ik vandaag namens de Nederlandse regering diepe excuses aan de bevolking van Indonesië”, zei Rutte in een korte verklaring in Brussel. ,,We moeten ook constateren dat excuses op zijn plaats zijn aan iedereen in ons land die met de gevolgen van de koloniale oorlog in Indonesië heeft moeten leven, vaak tot de dag van vandaag.”
In 1947 werd een eerste schatting gemaakt van 3.500 doden, maar dat ging toen alleen om Nederlanders en Indo-Europeanen. In het huidige onderzoek worden ook 226 Molukkers, 48 Chinezen, 93 Menadonezen, 15 Timorezen en 168 Indonesiërs meegerekend.
In 1949 werden naast de doden ook tweeduizend vermisten meegeteld. De onderzoekers gaan ervan uit dat al die vermisten zijn omgekomen. Daarnaast worden 125 omgekomen personen meegeteld die opduiken in de archieven, maar daarin geen overlijdensdatum hebben. NU.nl
==
Bersiapdebat wijst op afwijzing en miskenning van Indische Nederlanders |
Maar ook al in het koloniale verleden werden Indo-Europeanen, hoewel zij wettelijk deel uitmaakten van de groep der Europeanen, niet voor vol aangezien en verwezen naar de marge van de Europese samenleving in Indië. Zij hadden niet dezelfde mogelijkheden als de totoks, zoals de volbloed Nederlanders werden genoemd. De geschiedenis van Indo-Europeanen is er één van afwijzing en vernedering, in de kolonie, de oorlog en tijdens de bersiap, tijdens de migratie en ontvangst in Nederland.Blijkbaar is het nog niet afgelopen met deze afwijzende houding van de kant van sommige Nederlanders, die weinig begrip en empathie kunnen opbrengen voor het perspectief van Indo’s. Het blijkt ook uit de geringe aandacht, met name van Nederlandse onderzoekers, voor hun geschiedenis. | Trouw
Tempo doeloe In mijn moeders verzorgingshuis ging het dagelijks over Indië. Mijn moeder schetste altijd een tempo doeloe-portret: felgroene rijstvelden, eeuwig bloeiende bloemen, de hoogste concentratie lieve mensen per vierkante meter. Maar in gesprekken met haar huisgenoten kwam het andere Indië naar voren en dook de koloniale maatschappij met haar onderscheid naar kleur op. Hun verhalen verklaren waarom Indische Nederlanders doorgaans minder zelfverzekerd zijn dan witte Nederlanders en hoe het komt dat ze opvallend bescheiden, autoriteitsgevoelig en risicomijdend zijn. Door hun verhalen ben ik beter gaan begrijpen waarom ik ben zoals ik ben. De Westkrant
Peter Rufi heeft al langere tijd zijn overwegingen naar aanleiding van het dekolonisatie-onderzoek die deze week met de verslagen komt.
1. Onrust De regering heeft in februari 2017 een onderzoek in een breder perspectief geïnitieerd naar het, tijdens de dekolonisatie in Nederlands-Indië(1945-1950) gepleegde excessieve geweld. De uitvoering van dit Onderzoek (MJO) werd toevertrouwd aan het NIOD (Nederlands instituut voor oorlogs, holocaust en genocide studies, het KITLV(Koninklijk instituut voor taal-, land- en volkenkunde) en het NIMH (Nederlands instituut voor militaire historie). De aankondiging van het onderzoek alleen al, veroorzaakte veel onrust bij de Veteranen, de Indische Nederlanders, de Molukkers, de Indische Chinezen, Indiërs en Pakistanen. Maar ook bij het Nederlandse volk, dat het regeringsbeleid steeds heeft goedgekeurd en gesteund. De onrust werd en wordt nog meer aangewakkerd door wetenschappers (?) die met hun onafhankelijke studiegroepen, nog voor dat de resultaten van het onderzoek worden/zijn gepubliceerd, al bij voorbaat twijfel zaaien, door het onderzoek te bestoken met hun kritiek. Een kritiek die zich hoofdzakelijk richt op de twijfel over het wetenschappelijke gehalte. De inhoud en essentie van het onderzoek worden daardoor ernstig overschaduwd. Met de publicatie van de bevindingen en resultaten van het onderzoek a.s. februari 2022, zal de onrust zeker niet worden weggenomen en zullen de discussies nog meer toenemen in felheid.
2.Onderzoek in breder perspectief Wat wordt bedoeld met het “breder perspectief”. Wordt hiermee bedoeld de rol die beide partijen, de Nederlanders en de Indonesiërs, hebben gespeeld en het geweld dat BEIDE partijen hebben gebruikt? Zo ja, dan is men in ieder geval een stap verder gekomen dan de eenzijdige voorstelling van zaken, die volgde op het interview van Joop Hueting door Hans Jacobs bij Achter het Nieuws van 1969, waarbij de Nederlandse soldaat werd afgeschilderd als DE misdadiger, terwijl het geweld van de “Bersiap” werd weggemoffeld. De bevindingen van het MJO zullen dan een evenwichtiger beeld weergeven.
Onze koning heeft tijdens het staatsbezoek aan Indonesië (10-12 maart 2020) een eerste blijk gegeven van erkenning en excuses gemaakt voor de geweldsexcessen in de periode 1945-1950. Eerder (1995) heeft zijn moeder, koningin Beatrix, haar excuses willen uitspreken, maar werd door premier Kok “terug gefloten”. Excuses gedaan door ministers van buitenlandse zaken Bot(2005) en Koenders(2016) kwamen niet verder dan: “dat Nederland toen aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond” (Bot) en dat het excuus beperkt werd tot de standrechtelijke executies (Koenders). Ze beperkten zich helaas tot het geweld van de dekolonisatieperiode van 1945-1950. Het breder perspectief is kennelijk bedoeld om ook aandacht te besteden aan het geweld in die periode van de tegenpartij, de Indonesiërs. Het geweld van beide partijen heeft echter geduurd van de 16e tot halverwege de 19e eeuw.
De beslissing van de koning om de Gouden Koets, vanwege de koloniale afbeeldingen, eerst dan weer in gebruik te nemen, wanneer het Nederlandse volk daar klaar voor is, komt precies op het goede moment en is alleen daarom al een wijs besluit. De koning voelt goed aan wat momenteel in de maatschappij aan de hand is: men, de jongste twee generaties m.n., wil weten door wie en hoe de welvaart en welstand is ontstaan. En dat is een terechte en goede ontwikkeling. Het getuigt van grote moed van de koning, temeer omdat hij zich realiseert, dat het hem en het koningshuis zal raken. Hij zegt terecht, dat wat in het verleden is gebeurd, beoordeeld moet worden met de kennis van toen en niet zoals er nu naar wordt gekeken. Maar voortschrijdend inzicht maakt dat wat toen is gebeurd, beter begrepen kan worden. De keuze tussen goed en kwaad is universeel en van alle tijden; wat nu goed of slecht is, was het toen ook. Wat echter evident anders was, waren de klasse-verschillen en de machtsverhoudingen. Wat voor de een goed, profijtelijk was, was voor de ander slecht en onrechtvaardig. Is daar vandaag de dag iets aan veranderd/verbeterd? Het besluit van de koning geeft hoop op een betere verstandhouding met Indonesië.
3.Onderzoek naar de oorzaak van de dekolonisatie Toch hoop ik, dat het MJO niet blijft steken in het onderzoek naar alleen de dekolonisatie en het daarmee gepaard gaande geweld, maar zich ook de vraag stelt waar dit vandaan komt en waarom dit nodig was. M.a.w: wat was de oorzaak van de dekolonisatie. Alleen al het woord geeft daar eigenlijk al een antwoord op: dekolonisatie veronderstelt een kolonisatie. Ergo: de kolonisatie/het kolonialisme is de oorzaak, de dekolonisatie het gevolg. Blijkbaar was dat kolonialisme zo verschrikkelijk, dat er verzet tegen kwam en uiteindelijke de dekolonisatie moest volgen. Oorzaak en gevolg. De vraag blijft: besteedt het MJO hier ook aandacht aan, of wordt het het zoveelste onderzoek dat om de hete brij blijft dansen, bagatelliseert, aansprakelijken uit de wind houdt en verdoezelt? Of brandt men liever de vingers niet aan een onderzoek naar de oorzaak van alle ellende, die sinds de 16e eeuw tot halverwege de 20ste eeuw, het gevolg was van het kolonialisme/de kolonisatie, omdat men dan zichzelf de spiegel moet voor houden. Toch is het ernstig aan te bevelen en zeer gewenst om een dergelijk onderzoek te doen, en het verschrikkelijke koloniale verleden te erkennen. Het zal de verstandhouding met Indonesië ten goede komen en de weg openen naar een serieuze dialoog.
Zo’n onderzoek zou langs de hierna beschreven lijnen kunnen lopen.
4.Koloniaal verleden Maar hebben we wel een koloniaal verleden en waarom hebben wij dat dan? Wat waren de drijfveren en de redenen? In de geschiedenisboeken is terug te vinden, dat ons zeevarend volkje in de 16e eeuw over de aardbol werd gezonden om nieuwe handelsroutes te verkennen en nieuwe gebieden te ontdekken, waar grondstoffen en andere nuttige zaken konden worden buit gemaakt. Gebieden die later afzetgebieden voor onze producten zouden worden. Met de bijbel in de hand en met verwijzing naar Genesis 9: 25-29 en andere bijbelteksten, meenden de Heren Zeventien het recht te hebben om het woord Gods en beschaving te brengen naar de onbeschaafde heidenen. In eerste instantie ging dit betrekkelijk vreedzaam, maar al gauw werden de gebieden met geweld veroverd, bezet en gekoloniseerd. Macht en hebzucht waren de drijfveren, en het vergroten van welvaart en welstand, ten koste van de gekoloniseerden. Het kolonialisme is een gevolg van deze machtshonger en hebzucht. Met de oprichting van de VOC in 1602 en de WIC in 1621, werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, later het Koninkrijk der Nederlanden, een koloniale macht. In die koloniale periode is veel geweld gebruikt en onrecht geschied, waar de oorspronkelijke bevolking verschrikkelijk onder te lijden had( uitbuiting, misbruik en slavernij). Maar was het dan alleen kommer en kwel? Neen, de inheemse bevolking moest ook leren wat beschaving was en dus kregen ze scholen en onderwijs, ze leerden lezen en schrijven. Maar het niveau werd zorgvuldig en angstvallig laag gehouden, want stel je voor dat de Indonesiërs slimmer zouden worden dan de Hollanders? Er werd ook wat gedaan aan hygiëne en geneeskundige verzorging, want men moest gezond en inzetbaar blijven. Aan infrastructuur werd ook aandacht besteed, maar alleen om de verbindingen en bereikbaarheid van plantages, fabrieken en andere ondernemingen met de steden en de havens goed in stand te houden. Hoe de kampong/dessa bewoners zich verplaatsten was hun zorg. Kortom, alle “beschavingen” van de inheemsen, stonden ten dienste van de “Belandas”. Een uitzondering zou kunnen zijn de aanleg van de Grote Postweg(1808) van Anjer naar Panarukan door Daendels. Deze weg werd overigens aangelegd onder protest van de lokale autoriteiten, omdat zij voor de bouw dwangarbeiders moesten leveren.
5. Verzet en opstand Tegen die uitbuiting, knechting en slavernij ontstond verzet. Dit verzet was niet alleen gericht op de Belandas, maar ook op de lokale inheemse vorsten, die door de Nederlanders als tussenschakel werden ingezet. Verzet tegen J.P.Coen bij het bouwen van de vesting Jacatra(1619)en zijn strafexpeditie naar de Banda-eilanden(1621) om het monopolie van de nootmuskaathandel, die uitliep op een genocide van duizenden Bandanezen. Verzet op Java eind 17e, begin 18e eeuw o.l.v. Oentoeng Soerapati, die in Indonesië wordt beschouwd als een van de eerste voorvechters van de Indonesische onafhankelijkheid. Opstanden op Java o.l.v. Diponegoro(zoon van sultan Hamengkubuwono III) tijdens de Java-oorlog van 1818-1830. Verzet van Teuku Umar tegen het optreden van van Heutz in Atjeh(1873-1904). Verzet tegen de strafexpeditie naar Lombok(1894) o.l.v. Colijn en het roven van de Lombokschat. Verzet tegen het optreden van Westerling in Celebes(1946-1947) en het bloedbad van Rawagedeh(1947) aangericht door Wijnen. Het verzet kwam ook vanuit Nederland, waar politici en wetenschappers vraagtekens zetten bij het koloniale systeem en het cultuurstelsel(1830). De “Max Havelaar” van Multatuli(E. Douwes Dekker) is één aanklacht tegen dat systeem en stelsel. Ook Snouck Hurgronje(1857-1936) werd na de Atjeh-oorlog een fel tegenstander en huwde achtereenvolgens twee inheemse vrouwen.
6. Vicieuze cirkel van geweld Vanaf de vestiging en kolonisering door de Hollanders in de 16e eeuw van de Indonesische eilanden tot aan de dekolonisering in de 20ste eeuw, was er hevig verzet en zijn er bloedige opstanden geweest tegen het koloniale systeem en het cultuurstelsel. Steeds werden deze meedogenloos en bloedig de kop ingedrukt en bestreden. Het geweld werd door beide partijen toegepast. De vraag is: wie heeft dat uitgelokt? Het is niet moeilijk te begrijpen dat op actie, reactie volgt(wetten van Newton). Het verzet en de opstand met geweld was een antwoord op de brute en gewelddadige kolonisering. De strafexpedities die daarop volgden waren meedogenloos en bloedig. Het werd één vicieuze cirkel van geweld, dat steeds heviger werd en escaleerde tot de climax tijdens de politionele acties en de Bersiap in de periode 1945-1949. Eerdere studies en onderzoeken naar het geweld, hebben de tendens om de nadruk te leggen op het gewelddadige optreden van de Nederlanders. Het bloedige verzet van de Indonesiërs werd gebagatelliseerd. Het is te hopen, dat het MJO met het “breder perspectief” een evenwichtiger beeld geeft.
7. Slachtoffers a. Slachtoffers, gedupeerden van het koloniale systeem waren in eerste instantie de Indonesiërs. Zij hadden niet alleen te lijden van de Hollanders, maar ook van hun eigen lokale vorsten, omdat de Hollanders een verdeel en heerspolitiek voerden en zo hun handen in onschuld konden wassen. b. De Indische Nederlanders(de Indo’s)hebben steeds tussen twee vuren gezeten: de Hollanders door wie ze niet voor vol werden aangezien en werden beschouwd als tweederangs burgers met een sterke voorliefde voor Indonesië vanwege de gemengde verbintenissen; de Indonesiërs door wie ze beschouwd werden als collaborateurs en verraders. Dit kwam het sterkst tot uiting in de dekolonisatie-periode tijdens de Bersiap. Pogingen om te repatriëren werd door het Nederlandse bestuur niet aangemoedigd; wel werd de mogelijkheid geboden om Warga Negara, Indonesisch staatsburger te worden. Een keuze voor het WN-schap betekende een veroordeling tot 5e-rangs burger, verlies van baan, huis en haard. Kans op werk was niet in te schatten, omdat toen het “eigen volk eerst” gold. De mogelijkheid om te repatriëren werd daarom met beide handen aangegrepen. Na een veelal lange ellendige bootreis werd men in het koude Nederland opgevangen en in contractpensions ondergebracht. Vanaf dat moment moest men het zelf uitzoeken. c. De Molukkers/Ambonezen overkwam een vergelijkbaar lot. Ook zij werden door de Indonesiërs met de nek aangekeken. De behandeling van de Nederlandse regering van deze trouwste aanhangers van het koningshuis( het staatsieportret van koningin Wilhelmina hing in practisch alle Molukse huizen) was meer dan schandalig. Het was niet de bedoeling dat zij naar Nederland zouden repatrieren, want Nederland had zelfbeschikking beloofd, maar kon dat niet waar maken. Ze werden daarom toch gerepatrieerd. Na aankomst werden alle militairen ontslagen en daardoor letterlijk in de kou gezet. d. De Chinezen, Indiërs en Pakistanen werden zowel door de Hollanders als Indonesiërs als vreemdelingen beschouwd en behandeld. Zij waren steeds afhankelijk van willekeur. e. Tenslotte de veteranen, de jonge mannen die naar het toenmalige Nederlands-Indië werden gestuurd om daar rust, orde en veiligheid te handhaven en later te herstellen. Vanaf de 16e eeuw hebben zij dat veelal met geweld gedaan, voor wat hen werd voorgehouden: de goede zaak. Dat hoorde toen zo. Met de uitzending na WO II, voor de politionele acties, veranderde die vanzelfsprekendheid. Er was veel weerstand en verzet vanuit het land en de politiek. Men voelde het einde van het kolonialisme opkomen. Tegen beter weten in moest Indië worden behouden, koste wat het kost onder het motto “Indië verloren, rampspoed geboren”. Te veel jonge mannen zijn zo opgeofferd. Bij terugkomst werden de veteranen ontvangen met scheldkanonades zoals:” moordenaars, wat hadden jullie daar te zoeken” en nog meer. En dan te bedenken, dat ze notabele door het volk zelf, via de gekozen regering, op missie zijn gestuurd. De veteranen verdienen beter!
8. .Onderzoek naar ons koloniaal verleden: wie durft?! Als het MJO zich inderdaad beperkt tot het geweld in de periode 1945-1949, dan is het een onderzoek naar een symptoom van een grotere kwaal; een onderzoek naar de verwonding en niet naar datgene dat de verwonding heeft veroorzaakt. Een onderzoek naar de oorzaak die geleid heeft tot de gewelddadige gevolgen is n.m.m. zinvoller en vooral eerlijker. Maar dat vraagt morele moed. Want dan moet men zichzelf de spiegel voorhouden en diep in het hart kijken. Is men daartoe bereid, dan wordt het al een stuk eenvoudiger om tot erkenning te komen, dat het koloniaal systeem en optreden van onze voorouders, een zwarte bladzijde is in onze geschiedenis. Het hoeft dan ook geen probleem te zijn om de bevolking van Indonesië, namens die voorouders, verontschuldigingen aan te bieden. De huidige Indonesische generatie begrijpt heel goed, dat onze generatie van nu geen blaam treft voor de gevolgen van de kolonisatie. Deze generatie moet echter wel bedenken en er eerlijk over zijn, dat ze nog altijd profiteert van de welvaart, die door de voorouders is verkregen. Hier ligt een mogelijkheid om de ontwikkelingshulp anders en beter in te richten.
Een erkenning zal geen gezichtsverlies zijn, maar eerder een betere verstandhouding met Indonesië bewerkstelligen, die weer kan leiden tot een serieuze en vruchtbare dialoog en een eerlijker verdeling van de verkregen welvaart.
2) Kijk morgen en woensdag a.s. naar De Indische rekening, het tweeluik van Hans Goedkoop en netwerklid Gerda Jansen Hendriks (NPO2, 22:18-23:17 uur).
3) Beiden nemen donderdag 17 februari ook deel aan de meetup in Beeld en Geluid Den Haag i.v.m. de presentatie van de eerste publicaties van het dekolonisatieonderzoek, eerder op die dag. Je kunt je voor deze meetup nog aanmelden.
6) Woensdag 16 februari is de gratis Rode Hoed-livestream van Revolusi Indonesia te zien, met Anne-Lot Hoek (De strijd om Bali), Tamara Soukotta (promoveert op maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen van de conflicten op de Molukken 1999-2004) en Feba Sukmana.
7) Luister naar Maurice Swirc over zijn boek De Indische doofpot, over verjaring van oorlogsmisdaden slechts voor de periode 1945-1949
Frits Geuther, 2004.
Kaalgeschoren
Alle kinderen die nog op de lagere school zaten hadden een kaal geschoren hoofd en liepen op blote voeten. De kale kop was uit hygiënische overwegingen. Dat gold ook voor de meisjes van de lagere school. Voor het naar bed gaan moesten de voeten worden gewassen.
Badlokaal
Baden deden we samen in een groot lokaal met douches en stenen badkuipen gevuld met water. Met z’n allen stonden we naakt onder de douches. Je kon ook met een schep het water van de badkuip over je heen gieten. Er werd veel gestoeid en geintjes gemaakt tijdens het douchen. Geintjes over alles en nog wat en ook over het geslachtsorgaan. Er was altijd lol tijdens het douchen.
Verbandkamer en ziekenzaal
Er waren een verbandkamer, een ziekenzaaltje en een kamer voor de verpleger. Deze verpleger hield ook toezicht op het naastgelegen ziekenzaaltje dat plaats bood aan hooguit 20 kinderen. De huisarts deed samen met Pa ’s ochtends de ronde over de ziekenzaal.
Glasscherf
Op een dag, tijdens het spelen op het grasveld, had ik met mijn blote voet op een glasscherf getrapt. Bloed stroomde uit mijn voet. Ben toen gauw naar de verbandkamer gegaan voor behandeling van de wond. Een forse meneer, een ex sergeant-majoor verpleger van het KNIL hielp me. De wond werd eerst uitgeknepen waarna met een watje flink wat jodium erover heen gewreven werd.
Malaria
In het ziekenzaaltje heb ik ook gelegen. Hoewel het niet koud was, bibberde ik over heel mijn lichaam. Het was malaria. Na een paar dagen behandeling met kininepillen was ik weer beter.
Niet alleen malaria maar ook schurft heb ik gehad. Voor schurft werd ik in een ander zaaltje met andere schurftlijders behandeld. We waren geïsoleerd van de andere jongens. De behandeling bestond uit het dagelijks meerdere malen inwrijven van de huid met zwavelzalf, die onaangenaam rook. Na een paar dagen behandeling werd de huid bruiner en harder en er ontstonden huidschilfers die bij wrijven loslieten.
Knobbel
Een niet pijnlijke knobbel ter grootte van een kers moest operatief verwijderd worden in het hospitaal. Daar kreeg ik in bezoek van Pa. Ik kreeg wat te lezen en een pot met witte suiker. Toen ik het hospitaal mocht verlaten was er niemand die me afhaalde, ik moest lopend maar thuis zien te komen.
Sterfgevallen
De kali Progo was een geliefd zwemplekje voor de jongens van Pa. Bij zijn poging een in moeilijkheden geraakte zwemmer te redden werd een redder zelf het slachtoffer van de verdrinkingsdood.
Grote verslagenheid heerste toen onder de zwemmers.
Er werd niet verder gezwommen.
Een meisje van een jaar of vijf viel tijdens het spelen in een grote pan met heel hete soep. Het meisje liep grote brandwonden op die ze niet overleefde.
Een ongeneeslijk zieke jongen kreeg veel liefde van Pa. Hij nam hem vaak op de schoot. Ondanks alle zorgen en alle liefde heeft de jongen zijn ziekte niet overleefd.
Zoals altijd werd een begrafenis voorafgegaan door de muziekkapel, gevolgd door de lijkwagen en de auto met Pa en tenslotte de kinderen van Pa en de anderen, lopend.
In 1936 is Moe overleden.
Toen op een vroege ochtend Pa’s muziekkapel een stukje muziek wilde spelen, werd hij door een paar meisjes van de meisjes-afdeling geroepen “Moe is ziek. Moe is ziek”. We waren allemaal verbaasd. Later bleek dat Moe van der Steur in haar slaap was overleden.
Op Moe’s begrafenis waren heel wat Oud-Steurtjes aanwezig om haar de laatste eer te bewijzen. Ook hoge pieten zoals de resident, de burgemeester, de garnizoenscommandant en anderen waren bij de begrafenis aanwezig. Voorop liep Pa’s muziekkapel gevolgd door de met veel bloemen getooide lijkwagen. Hierna volgden de volgauto’s met Pa en zijn medewerkers dan volgden de auto’s met de hoge pieten en de Oud-Steurtjes. Als laatste volgden kilometers lang mensen te voet.
Over ons verleden met Nederlands-Indië is te lang door de overheid en de Nederlandse samenleving gezwegen. Ontdek de aangrijpende verhalen over ons gedeelde verleden met Nederlands-Indië in het tweeluik De Indische Rekening. Vanavond zie je het eerste deel om 22:15 uur op NPO 2. pic.twitter.com/1LLmAgf1Qe
Luister deel 1 van ik herken en herbeleef. Als tijdens het werken aan een tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd Iris haar eigen familiegeschiedenis plotseling in beeld komt wordt ze overvallen door een verdriet dat ze niet begrijpt. Verdriet dat zich nestelt in haar buik en dezelfde rugpijn veroorzaakt als die waar haar Nederlands-Molukse vader al jaren last van heeft.
bd.nl:
Ze stonden tussen 1945 en 1949 aan verschillende kanten van de geschiedenis. Francisca Pattipilohy (95) zag de onafhankelijkheid van Indonesië als bevrijding van de Nederlands kolonisator. Godfried Jansen (83) werd als Indo het mikpunt van Indonesische volkswoede
Over Francisca Pattipilohy
Tegelijk ervaart ze het racisme van het koloniale systeem. Inlanders worden op het strand door prikkeldraad gescheiden van Europeanen, eten niet in Nederlandse restaurants, zitten in aparte wagons van de trein en moeten via een aparte ingang naar de pasar (jaarmarkt) op het Koningsplein. ,,Ik kwam niet bij Nederlandse vriendinnen thuis en zij niet bij mij’’, vertelt Pattipilohy. ,,Ik wist niet beter en dacht dat het zo hoorde. Inlanders waren gewoon niks, de allerlaagste rang.’
Over Godfried Jansen:
Het gezin van Godfried Jansen (1938, Soerabaja) woont aan de oostrand van de havenstad Soerabaja. Zijn vader, een marineman, belandt in een Japans krijgsgevangenkamp. ,,Scholen werden gesloten, want de Japanners wilden alles wat Nederlands was wegvagen’’, vertelt Jansen. (…)
Nederlanders en Indo’s raken geïsoleerd en worden bedreigd. Jansen: ,,We werden geboycot door de Indonesiërs. We konden geen eten kopen. Vrienden hebben ons ‘s nachts in het geheim bevoorraad.’’
Kent u het krontjonglied: “Ja hoera”? Ik niet. En in het krontjong-boek van Bintang Soerabaja zag ik niets dat ik kon meezingen, omdat ik geen notenschrift ken.
Nina Bobo
Dus zelfs Nina Bobo lukte niet, want ik heb tekst voor mijn ogen nodig, dan snap ik wat ik moet zingen. Ik ben een beperkt mens en toch kocht ik dit boek. Het rook ook zo heerlijk muf, de geur van iets ouds dat lang ergens op een zolder heeft gelegen. Voor mij is dat een aanbeveling.
Van binnenHet onbekende van dit boek bleef aan me knagen. Helemaal toen de Tong Tong Fair een datum aankondigde voor september. Want daar luister ik altijd naar live krontjong, stil zittend in een zaal, en voelend hoe deze muziek me diep, diep van binnen raakt.
Het is misschien een beetje gek om te zeggen, maar ik geloof dat ik daardoor een beter mens wordt
Susanne Groot heeft heel goede herinneringen aan: De nasi van haar opa. Haar opa en oma woonden in Indonesië, maar moesten in 1950 terug naar Nederland. Haar opa maakte heerlijke nasi en was heel precies over de wijze waarop dit klaar gemaakt moest worden. Met de juiste hoeveelheid kruiden en natuurlijk altijd gebakken op de ovenplaat, want nasi moet knapperig zijn! Susanne heeft dierbare herinneringen aan haar grootouders, die nog zeer aanwezig zijn in de familie en waarover vaak wordt gesproken.
De oma van Susanne was na de oorlog verloofd met een Canadees, de relatie ging helaas uit en zij besloot radicaal een andere weg in te slaan en vertrok als verpleegkundige naar Indonesië. Na verloop van tijd kreeg zij een nieuwe relatie met de chauffeur van de ambulance waarop zij reed, zij werkten samen in een Rode Kruis team. Deze chauffeur werd later de opa van Susanne. Nieuws uit de regio Bunnik
De Nederlandse familie Taihuttu, die in 2017 z’n hele vermogen omzette in bitcoins, is na vijf jaar rondreizen neergestreken in Portugal. De reden waarom zij zich hier vestigen is simpel, vertelt vader Didi Taihuttu aan CNBC: het crypto-vriendelijke belastingstelsel.Na de dood van zijn vader besluit Taihuttu zijn geld om te zetten in bitcoins, vertelde hij in 2017 aan Business Insider. Het was een zware periode die hem aan het denken zette om zijn hectische bestaan om te gooien. Hij verkocht zijn ICT-bedrijf en maakte negen maanden lang een wereldreis met zijn gezin door Australië en Azië. Hier kwam de familie in aanraking met meer mensen die “in de coins” zaten. businessinsider.nl
Door Vivian Boon op moesson.com:
Vandaag opent in het Rijksmuseum de veel besproken tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk. Aan de hand van 23 persoonlijke verhalen en beelden die nog niet eerder werden vertoond, wordt het verhaal van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd verteld. Stille getuigen van een beladen verleden.
Verhalen op de expositie Parool: Vlak bij de leprakolonie was een rivier waar Obermayers moeder vele lijken voorbij zag drijven, slachtoffers van revolutionair geweld. “Nederlanders en Indo’s, maar ook Indonesiërs. Er was een put in de buurt waar lijken in werden gegooid.
Nu.nl:|Nederland heeft tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog duizenden foto’s, armbanden en andere persoonlijke eigendommen van Indonesiërs in beslag genomen en in het geheim verscheept naar het Nationaal Archief. Een aantal van die objecten zijn vanaf vrijdag te zien in de omstreden tentoonstelling Revolusi! Indonesiëonafhankelijk in het Rijksmuseum.
Mail 1
Ik ben Maureen.
Sinds 2013 woon ik in Nederland-Amsterdam met mijn man en kinderen. Ik ben artist geweest in indonesia. Mijn artiestennaam was Maureen Marissa. Mijn single “jemput aku di sini “ Ik ben op tv en radio geweest in Indonesie.
Ik zing nu alleen nog in de kerk en wil graag weer beginnen op bruiloften/feesten etc.
Ik zag jullie website en mijn familie heeft ook hun verhaal.
Als jullie een zangeres nodig hebben voor een bijeenkomst of programma ben ik beschikbaar. Ik ben al bij verschillende bureaus te boeken als zangeres.
Ik ben bereikbaar op 0640522353. maureen.bakker@yahoo.com
Mail 2
Ik ben voor de 2e helft van april 2022 op zoek naar een ervaren gids en cameraman/vrouw in Cepu en Malang (Oost Java), kan iemand mij helpen? https://www.facebook.com/paul.kotvis 🤔
Mail 3
Voor een familie dag in juli bij dé INOG Leusden wordt een Indische verhalen verteller gezocht die sprookjes op z’n petjoks kan vertellen, zoals Johan Fabricius dat deed. Reacties kunnen gestuurd worden via messenger naar Ellen Eilbracht. Alvast bedankt https://www.facebook.com/ellen.eilbracht
Mail 4
Op zoek naar nazaten van Christiaan (Chris) Jan de Jong (“chris de Jong’)
In verband met familieonderzoek naar de familie Van Braam zou ik graag in contact treden met nazaten van Chris de Jong, geboren Magelang 1920, overleden Apeldoorn 2009. Hij was getrouwd met Janna J. Oxener en na de tweede wereldoorlog in Nederland terecht gekomen. Met zijn vrouw had hij kinderen (wrschl. José en Kees) en kleinkinderen.
U kunt me mailen op: egbertfortuin@hotmail.com Zie archieftopic, mail 1
Victorine Mulder was in 1904 geboren te Makassar en in 1906 te Den Haag overleden, dochter van Martina Delia Bookelman en George Lodewijk Mulder. Haar vader werkte bij de Waterstaat te Makassar, aldaar geboren in 1877. In 1927 ging hij gepensioneerd in Den Haag wonen en overleed in 1932 te Voorburg. Victorine arriveerde in 1951 te Rotterdam met drie kinderen en haar echtgenoot:
Martijn William George Bax, geboren 1901 te Makassar, overleden in 1974. Hij was zoon van de klerk van meerdere assistent-residenten Anton Martin Christiaan Bax (1877 Makassar -1939 Makassar) en Marie Antoinette Voll (1882 Makassar – 1940 Malang). Voorvader Bax zou geboren te Leiden zijn ca 1750. Stamvader Voll was geboren voor het jaar 1700 in Duitsland. En beiden voor het jaar 1800 te Makassar wonend. Martijn was beambte bij de invoer en uitvoerrechten (douane). Later werd bijgelegd de oudste zoon van Victorine en Martijn:
Harry Bax, geboren in 1926 te Makassar en overleden in 2009.. Als student was hij geïnterneerd in een jappenkamp. In 1952 huwde hij met Louk van Leeuwen ( Marie Louise) geboren te Bandoeng in 1927. overleden in 1995. Harry en Louk moeten Louks moeder hebben bijgezet in dit graf. Zij was: Marie Hartwig, geboren te Pasoeroean in 1902 en overleden in 1977. Gehuwd in 1926 met Henk van Leeuwen, in 1927 boekhouder van onderneming Soeban Ajam te Tjoeroep (rubber koffie thee kina)
Herstel 23-02-2025: Anton Martin Christiaan Bax moet zijn Anthon Martin Carel Bax , volgens de regeringsalmanak van 1879, pagina 275
** Een krokodil in Indonesië leefde al 6 jaar met een autoband om zijn nek. Maar het dier is er nu eindelijk van bevrijd. NOS Jeugdjournaal
** Indonesiënu.nl: Indonesië is begonnen met het testen van een Covid-19-vaccin dat in eigen land is ontwikkeld. Het vaccin wordt ook ‘Vaksin Merah Putih’ genoemd, het ‘Rood-Witte Vaccin’,
** Bali has returned from Level 2 to Level 3 of the 4-tiered Enforcement of Restrictions on Public Activities (PPKM) protocol amid a wave of COVID-19 infections dominated by the Omicron variant. Coconuts
** Omroep Zeeland: Lian Gogali uit Indonesië krijgt de award van Vrijheid van Godsdienst. Volgens de jury van de Four Freedoms Awards laat Gogali zien dat ‘een individu het verschil kan maken en het leven van velen positief kan beïnvloeden’. Met haar ‘moedige en vastberaden inzet’ verdient Gogali volgens de jury de onderscheiding. Zij zet zich in het door conflict verscheurde gebied Poso, in Centraal-Sulawesi in voor interreligieuze dialoog en godsdienstvrijheid.
Veel ophef over bersiap, al vier weken .
Peter Rufi uit Geldrop vertelt. Herinneringen, overwegingen.
Bersiap, uiting van rassenhaat
1.Dood aan de kolonialen. Belanda di runtjing, Amerika di strika, Ingris de linggis, Singkeh di tintjang enz.
Ik hoor ze het nog uitschreeuwen en gillen, de Pemoeda’s van de Bersiap, toen ze door de straten van Makassar liepen met bambu runtings en parangs. De rillingen lopen nog altijd over mijn rug en het koud zweet breekt mij uit als ik aan die periode terug denk. Hollanders aan de spies, Amerika onder het strijkijzer, de Engelsen bewerken met breekijzers, van Chinezen gehakt maken. Ook Molukkers, Indiërs en Pakistanen werden niet vergeten. Maar vooral de Indische Nederlanders kregen het zwaar te verduren. Zij waren allemaal de vijand, omdat zij de koloniale belandas hebben gediend.
De haat van de Bersiap was voor 100% gericht op niet-Indonesiërs. Het was dus wel degelijk rassenhaat. Ook al zijn er slachtoffers gevallen onder de eigen Indonesische bevolking, die rijk zijn geworden door voor en met de Belanda’s te werken.
Het Rijksmuseum kan dit onmogelijk ontkennen en het is daarom ronduit schandalig dat zij de Bersiap niet wilde opnemen in hun tentoonstelling.
Gelukkig zijn zij tot inkeer gekomen.
2.Beweegreden Rijksmuseum.
Maar wat was nu reden waarom het Rijksmuseum de Bersiap wilde schrappen?
Het is voornamelijk de opvatting van Bonnie Triyana, Indonesisch historicus. Hij is hoofdredacteur van het online-tijdschrift Historia en secretaris van de Indonesische regeringscommissie die de teruggave van historisch erfgoed door Nederland moet begeleiden. Volgens hem heeft het woord Bersiap een sterk racistisch lading, omdat het geweld enerzijds gericht was op de “Belandas”, de Indische Nederlanders- de Indo’s, de Molukkers, de Chinezen, Indiërs en Pakistani, allen niet-Indonesiërs. Rassenhaat dus van Indonesische zijde. Anderzijds was het koloniale kwalificeren van de Indonesiërs als primitieve en ongeciviliseerde wilden, eveneens rassenhaat. Om te voorkomen dat oude wonden weer zouden worden open gereten, was het beter de Bersiap niet te benoemen. De rassenhaat legt hij wel voornamelijk bij de “Belanda’s en de Indo’s, en benadrukt dat het Bersiapgeweld ook gericht was op rijke Indonesiërs, die met en voor de Belanda’s hebben samen gewerkt. N.m.m. is het hem niet gelukt om: “de kool en de geit” te sparen.
3.Historicus Raben.
De ruggesteun die hij dacht te hebben van historicus Raben, die o.a. stelt dat: de Indonesische zienswijze door de Nederlanders als irrelevant wordt weggezet, mocht niet baten. Deze historicus is bepaald niet objectief, uitgesproken anti-kolonialisme en zeer pro-Indonesië. De directeur van het Museum heeft terecht afgezien van zijn rol als adviseur bij het opzetten van de tentoonstelling.
Hoe het ook zij, het geweld tijdens de Bersiap is door beide partijen gebruikt.
4.Wake-up call voor MERDEKA.
De Bersiap was het trompetsignaal, de klaroenstoot, het startschot voor de Indonesiërs om op te staan, de wapens te grijpen en tot de aanval over te gaan voor de beslissende strijd om onafhankelijkheid en vrijheid: MERDEKA!
De Bersiap was al begonnen vanaf het moment in de 16e eeuw dat de Portugezen, de Engelsen en uiteindelijk de Hollanders, voet aan wal zetten op de Indonesische eilanden. Verzet en opstand tegen uitbuiting, slavernij en mishandeling hebben voortgewoekerd tot halverwege de 20e eeuw en werden steeds met bloedig geweld neergeslagen. Dat voedde de haat en wraakgevoelens. Tot Japan in 1941 oost- Azië wakker schudde en de kwetsbaarheid van de koloniale machthebbers aantoonde. In Nederlands-Indië verloor in één klap de regering het gezag aan de Japanners en dat duurde tot 15 augustus 1945. In die 4 jaar werkte Sukarno zijn plannen uit voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Toen Japan capituleerde, ontstond er een machtsvacuüm, die hij wilde uitbuiten. In dat gat sprongen de voornamelijk jonge opstandelingen/vrijheidsstrijders, de Pemoeda’s met hun Bersiap. Zij waren de voorlopers, de stoottroepen van de onafhankelijkheidsstrijd. Zij zijn actief geweest van augustus 1945 tot november 1947, eerst als Bersiap-strijders en vervolgens mede o.l.v. generaal Abdul Harris Nasoetion als guerilla’s . Alle opgekropte haat en woede barstte los en werd verergerd door de komst van Nederlandse troepen. Die moesten de orde en rust herstellen en Indië weer veilig maken voor een voortzetting van het koloniale gezag. Twee politionele acties: operatie Product en Kraai werden opgezet en uitgevoerd. Deze acties waren geografisch beperkt tot de gebieden rond de steden Batavia, Bandoeng, Djokja en Soerabaja. De veroverde en “gepacificeerde” gebieden werden van de “buitenwereld” gescheiden door demarcatielijnen. Deze lijn mocht niet overschreden worden. Vrijheidsstrijders die in “ons” gebied onrust stookten, mochten tot die lijn worden bestreden en achtervolgd. Eenmaal over de lijn en veilig in hun gebied stonden ze onze jongens te provoceren.
Twee van mijn ooms zaten bij het KNIL. Een van hen was marechaussee en heeft in die tijd regelmatig dienst gedaan aan die demarcatielijn en was duidelijk gefrustreerd over hun machteloosheid. Een neef van mij zat als dienstplichtige bij de genie en is regelmatig beschoten tijdens het bouwen van bruggen of bij het mijnen ruimen. Als zij hun verlof bij ons door brachten, vertelden zij in gruwelijke details wat ze meegemaakt hadden en hoe onze jongens bijna net zo gruwelijk reageerden. Zij vertelden ook dat het een onbegonnen zaak werd en we nooit zouden kunnen winnen. In Makassar op Celebes, waar wij na de bevrijding van 15 augustus 1945 woonden, werd er ook flink huisgehouden door de opstandelingen. Australiërs en Gurkha’s hebben daar toen bij afwezigheid van het Nederlands gezag, getracht het geweld te beteugelen. Maar eerst na de komst van het Korps Speciale Troepen met o.a. Westerling, werd het geweld tijdelijk de kop ingedrukt. Maar toen zij vertrokken kwam het geweld nog heviger terug. Bijna dagelijks werden wij geconfronteerd met sporen van geweld, zoals lijken van soldaten met doorgesneden kelen in een betjak(bakfiets voor personenvervoer), of langs de weg in de sloot.
Toen we bij mijn oma in Soerabaja logeerden (mijn oma en mijn tantes waren tijdens de Japanse bezetting zg.buitenkampers) vertelde zij ons van de gruwelen in de Simpangclub en over de moordpartij op vrouwen en kinderen van het Gubeng-transport. Zelf zijn wij ternauwernood aan een slachtpartij ontsnapt, toen we van Soerabaja naar Tretes, een ontspanningsressort in de bergen boven Soerabaja, onderweg vastliepen bij een locatie waar een rampok- en slachtpartij had plaats gevonden. Onder militaire escort mochten we verder rijden.
5.Soevereiniteitsoverdracht: einde Bersiap en geweld.
De vrijheidsstrijders wisten al snel, dat Nederland bakzeil moest halen, temeer omdat de VN met de VS voorop, er op aanstuurden dat Nederland de kolonie zou opgeven. Met die wetenschap werd het geweld nog eens extra opgevoerd, waardoor nog meer Hollandse jongens onnodig sneuvelden en de Indo’s, Molukkers, Chinezen, Indiërs en Pakistanen het geweld nog langer te verduren hadden.
Eerst toen op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht een feit werd, kwam er geleidelijk een einde aan het geweld van de Bersiap en de guerrilla, dat met de onafhankelijkheidsstrijd gepaard ging.
6. Bersiap en geweld in de herinnering.
Twee keer heb ik een grote rondreis door Indonesië gemaakt( 1989 en 2008). Ik wilde in ieder geval Bandjermasin op Borneo zien, waar ik “uit de klapperboom werd gespiegeld” zoals mijn pa mijn geboorte noemde. Daar ben ik 3 maanden na mijn geboorte weg gegaan en nooit meer teruggekeerd. En verder alle plaatsen waar ik tot mijn vertrek naar Nederland, heb gewoond en naar school ben geweest. Vanwege ons “nomaden bestaan”,( mijn vader werkte voor de BPM en kreeg na de oorlog de opdracht om olie-installaties in de buitengebieden die door de Jappen werden vernietigd, weer op te bouwen en in werking te stellen) hebben we door practisch de hele archipel gezworven. Medan, Palembang, Pangkal-Pinang, Djakarta, Bandung, Semarang, Djokja, Soerabaja, Malang, Pontianak, Makassar, Bali, Soembawa, Flores, Timor etc.
Tijdens mijn omzwervingen heb ik met veel Indonesiërs jong en oud gesproken over allerlei zaken: tempo doeloe, de oorlog en de Jappen, de Bersiap en de onafhankelijkheidsstrijd, de Pemoeda’s, de politionele acties, de overdracht en het onafhankelijk worden van de Republik en vooral het Indonesië van nu.
Een aantal opmerkingen hebben me wel geraakt:
a. toen ik zei: bapak, weet je wat mij opvalt aan jullie? Jullie zijn zo veranderd, vrijer en jullie praten meer. Nou tuan, dat ziet U wel verkeerd, hoor! Niet wij, maar jullie zijn veranderd. Jullie praten nu MET ons en niet TEGEN ons. En jullie luisteren ook naar ons. Na, itu ja, dat is veranderd!
b. over tempo doeloe kreeg ik te horen: ja voor jullie was dat een mooie tijd; voor ons soms ook,,hoor. Maar meestal niet; alleen maar ja mnir, tuan/ tida meprau/njonja, en opdienen en buigen. Adoe, heb nog pijn in mijn rug, ja.
c. over de oorlog: adoe, kasian ja, jullie. Dipukul terus; Djepang djahat betul , ja.( ai zielig voor jullie, almaar geslagen worden door slechte Jappen).
d. over de buitenkampers: ze waren zeer begaan met hun lot, want ze zagen heel goed dat die tussen twee vuren zaten: de Jappen en de opstandige Pemoeda’s.
e. over de Bersiap en de Pemoeda’s: adoe, itu ja djelek, djahat betul( dat was lelijk en echt slecht); bisa mengerti, tapi djahat betul( kan het wel begrijpen, maar het is echt slecht). De Pemoeda’s waren in hun ogen losgeslagen kwajongens, maar levensgevaarlijk. Maar jullie hadden toch ook de Geuzen in de 80jarige oorlog tegen de Spanjaarden en in WO II tegen de Duitsers?
Wat ze de Pemoeda’s het meest kwalijk namen, was zo als zij dat uitdrukten: ini ja, dia bikin malu bangsa( ze brachten de natie in verlegenheid); en kita tida mau kehilangan muka( wij wilden geen gezichtsverlies lijden! Voor oosterlingen is gezichtsverlies een grote schande.
Het waren best goede gesprekken, waarbij ik toch wel het idee kreeg, dat mij een spiegel werd voorgehouden. Merkwaardig genoeg klonk in de gesprekken heel vaak door, dat zij het vreemd vinden dat wij, de Nederlanders, steeds maar weer de geschiedenis aan het oprakelen zijn. Pertjuma, zeggen ze, voor niets; gedane zaken nemen geen keer. Het meest viel mij op de nuchterheid en realiteitszin van zowel de ouderen als de jongeren wanneer zij op hun eigen wijze hun conclusie samenvatten:
“Ach bapak, itu ja, sudah lama, sudah habis, kenapa membawa lagi itu? Sudahlah!”
“Ach bapak, dat is al lang geleden, is al lang voorbij, waarom dat weer oprakelen? Laat maar!
December 2011 hadden we een foto van Amelia Charlotta Wilhelmina Eschweiler gepubliceerd.
Ze was geboren in 1844 te Fort de Kock, (Bukittinggi, Sumatra) Haar vader was de Nederlandse officier Jean Jacques Henri Eschweiler, uit een militaire familie. Haar moeder was de Sumatraanse vrouw Sarinah. ………………….
Twee nieuwe foto’s:
Links: Amelia, met vermoedelijk haar dochter Henriette Theodose Adrienne in 1878, mogelijk te Bandoeng
Rechts: De aanname is dat ze hier rouwkleding draagt voor haar man Roelof Cornelis van der Palm die in 1899 te Kampen overleed.
Rondom het gebruik van de term Bersiap bij de tentoonstelling ‘Revolusi! Indonesië onafhankelijk’ die op 11 februari 2022 in het Rijksmuseum wordt geopend, ontstond in januari van dit jaar grote controverse. Dit leidde onder meer tot twee aangiften wegens groepsbelediging.
Eén tegen een Indonesische gastcurator van de tentoonstelling en één tegen het Rijksmuseum en de directeur en een curator van het museum. Beide aangiften zijn geseponeerd, omdat er volgens het OM geen strafbare feiten zijn gepleegd. Bersiap betekent ‘Wees paraat’ en werd tijdens een gewelddadige periode na de capitulatie van Japan als strijdkreet gebruikt door jonge Indonesische strijders voor een onafhankelijk Indonesië.
Beledigend voor Indische-Nederlanders.
De eerste van de twee aangiften werd op 13 januari 2022 gedaan door de Federatie Indische Nederlanders(FIN). De aanleiding voor de aangifte was een opinieartikel in NRC Handelsblad van 10 januari 2022. In dat artikel deed de Indonesische gastcurator van de tentoonstelling ‘Revolusi! Indonesië onafhankelijk’ een aantal uitlatingen die volgens FIN beledigend zijn voor Indische Nederlanders. De gastcurator zou in het artikel de verantwoordelijkheid van de Indonesische daders aan de gewelddadige periode bagatelliseren en ontkennen. Historische feiten zou hij verdraaien en Indonesiërs presenteren als slachtoffers en de Nederlanders als daders. De curator zou zich hierdoor volgens de aangifte schuldig hebben gemaakt aan groepsbelediging.
Vrije meningsuiting.
De uitlatingen die aan de curator kunnen worden toegeschreven, vallen volgens het OM onder het recht op vrijemeningsuiting. De uitlatingen bevatten naar oordeel van het OM geen negatieve conclusie over de groep Indische-Nederlanders als geheel. Ook zouden de uitlatingen passen in het maatschappelijk debat over historische gebeurtenissen, in dit geval de gewelddadigheden na de Japanse capitulatie in voormalig Nederlands-Indië.
Het OM is daarom van oordeel dat er geen sprake is van groepsbelediging.
Beledigend voor Indonesiërs. Het Komite Utang Kehormatan Belanda (Stichting Comité Nederlandse Ereschulden) heeft ook aangifte gedaan. De aangifte dateert van 21 januari en is gericht tegen het Rijksmuseum, de directeur van dit museum en een curator. De reden van de tweede aangifte is het gebruik van de term Bersiap bij de tentoonstelling. Volgens de aangever is de term racistisch en beledigend voor Indonesiërs. Het comité verwijt het Rijksmuseum Indonesiërs opnieuw buiten te sluiten. Deze koloniale apartheid zou volgens de aangifte onder racisme vallen.
Gekken pesten Het was een dag van de schoolvakantie. Wij, zes jongens, verveelden ons rot en besloten toen naar het 5 km verder gelegen zwembad Kali Bening te gaan om daar gratis te zwemmen. Het zwembad had kleine bootjes en een trapeze waar je gratis gebruik van kon maken.
Halverwege de wandeling passeerden we het gekkenhuis Kramat, waar ernstige gekken ondergebracht waren. We stopten en keken naar de in de moestuin werkende gekken. We trokken gekke bekken en maakten rare lichaamsbewegingen. Ze deden ons na. Het leek of ze er veel plezier in hadden. Fanatiek werd er gedanst en gehost door de gekken. De oppasser verscheen. Ze gingen weer aan het werk. We zetten onze voetreis voort met de wetenschap: we hebben de gekken blij gemaakt en de niet-gekken waren ook blij. Stokslagen Met de stok van deze oppasser maakte ik kennis toen ik nog op de lagere school zat. Tijdens de schoolpauze stond ik opzij van de school stenen te gooien naar Chinezen die voorbij kwamen. Tijdens de catechesatieles had Pa namelijk gezegd dat het woekeraars waren. Een Chinees nam het niet en klaagde bij de hoofdonderwijzer. Ik werd aangewezen als schuldige hoewel er meerdere leerlingen waren die aan het smijtpartij hadden meegedaan. In opdracht van de hoofdonderwijzer werd ik onder begeleiding van de Skolah (toezichthouder van de school) naar huis gebracht en bij Pa afgeleverd. Pa gaf me over aan de oppasser en daar begon het. De stok ging met flinke vaart van links naar rechts en terug. Het hield maar niet op. Je kon alleen maar hard huilen en hard schreeuwen om medelijden op te wekken. Hoewel die slagen pijn deden had ik die liever dan een gratis logies in het hotel Oranje Nassau.
Celstraf Dat “hotel” was een soort gevangenis met vijf cellen van 2 bij 1 meter met een hard bed en een WC-pot. Een ijzeren deur gaf toegang tot de cel en een getralied venster gaf uitzicht op een prachtige groentetuin met palmbomen. Men zei dat daar ’s nachts spoken en gedaanten ronddwaalden en dat die vaak via het getraliede venster een kijkje in de cel kwamen nemen en de celbewoner grote angst aanjoegen.
Siwah spoken Sommige jongens kenden een siwah, een landarbeider meestal oud en alleenstaand, die behoefte had aan aanspraak en verhalen vertelde. Ze hielpen elkaar bij karweitjes. Soms kreeg de jongen wat eten van de siwah en het gebeurde ook wel dat de jongen een cent van zijn zakgeld aan de siwah gaf. Het contact bleef soms ook nadat de jongen niet meer bij Pa zat. De verhaaltjes van de siwah waren meestal verhaaltjes van tempo doeloe (vroeger) of over geesten en spoken. Spoken met een holle rug, spoken met paardenvoeten, spoken die in waterplassen of bomen woonden. Spoken die het speciaal op kinderen gemunt hebben. “Pas op voor mooie vrouwen. Er zijn spoken die de gestalte van een mooie vrouw hebben. En als je straks naar huis gaat en je ruikt de geur van gekookte aardappelen, wees dan op je hoede want je bent in de buurt van een plaats met spoken. Loop deze plaats snel voorbij”. Zei hij. “Niet leuk dat U ons bang heeft gemaakt”, antwoordden wij. De oude man grijnsde. Waarachtig, onderweg naar huis roken we de geur van gekookte aardappelen. Gauw op een lopen gezet om maar snel weg te zijn van de onheilsplaats. De volgende dag ontdekten we dat die gekookte aardappelgeur uit een huis kwam waar we langs geweest waren. Doordat het donker was en het huis verscholen lag achter bomen hadden we het huis niet gezien.
NTR: Hans Goedkoop – zelf uit een familie met wortels in Nederlands-Indië – gaat in een tweeluik op zoek naar de resten van de koloniale geschiedenis. Hij spreekt met de eerste, tweede en derde generatie over de ontvangst in Nederland, het zwijgen, de vernederingen en de band met een verloren land en cultuur.
Zo is de vader van muzikant Wouter Muller sergeant-majoor in het KNIL, maar bij de komst naar Nederland krijgt het gezin de vraag ‘Wat komen jullie bruintjes hier doen?’. De Molukse Saar Letsoin ontdekt op 14-jarige leeftijd dat haar ouders drie kinderen in Indonesië hebben moeten achterlaten. En Anis de Fretes verhaalt over gewelddadigheden binnen de Molukse gemeenschap door de toenemende frustratie over verloren rechten en gebroken beloftes. De tot ‘buitenstaanders’ gebombardeerde groepen vinden voornamelijk troost bij elkaar en in de gemeenschappelijke cultuur.
Wieteke van Dort, geboren in 1943 in Soerabaja, wordt met haar optredens als tante Lien hét symbool voor het heimwee naar vervlogen tijden: ‘Tempo Doeloe’. Zelf heeft ze zich in Nederland lang nieuwkomer gevoeld, maar haar moeder wees de weg vooruit: ‘Wiet, dat boek moet dicht’. ….
Kruisbestuiving
In de toegepaste Kunst en Architectuur in Nederland en Indonesië
Premiere Try-Out, Leiden 6 februari 2022
Kenner Frans Leidelmeijer en filmmaker Bie Muusze maken een documentaire over de wederzijdse beïnvloeding die plaatsvond tussen Nederland en Indonesië/ Nederlands-Indië.
Waar culturen elkaar op een positieve manier raken en inspireren.
In de nog steeds prachtige bioscoop Trianon in Leiden vond de Try-Out, zoals de makers zelf vertelden, van Deel 1 plaats: In Nederland tussen 1890 en 1915.
In Nederland kunnen bijzondere en fraaie voorbeelden worden gevonden, juist in het begin van de vorige eeuw. Het tijdperk van Art Nouveau, Art Deco, Amsterdamse School.
Men liet zich inspireren door Boeddhistische en Hindoeïstische filosofie, motieven en voorbeelden.
. Batik kunst en gebruiksvoorwerpen – Op textiel, perkament, hout en zelfs celluloid.
. Houtsnijwerk – Decoratie van interieurs en gebruiksvoorwerpen (hoogstaande kwaliteit Japara).
. Beeldende kunst – Steen, hout.
. Aardewerk – o.a. vazen geïnspireerd op de schilden van Asmat krijgers.
. Meubilair en gebruiksvoorwerpen – o.a. uurwerken.
. Last but not least Architectuur – ook invloeden van Sumatraanse bouwstijlen (Minangkabau, Batak).
Het Scheepvaarthuis en de Trouwzaal in Amsterdam en ook de Indische Zaal in paleis Noordeinde zijn voorbeelden van een totale omvang en beleving!
Aan Deel 1 wordt nog geschaafd, Deel 2: In Indonesië volgt later.
Op de website Kruisbestuivingfilm.nl meer informatie; er zijn ook schoollessen en een fietstocht in Amsterdam in de maak. Ook kunnen sponsors nog bijdragen aan de totstandkoming van Deel 2.
Peter van Riel bespreekt De Voormoeders. Een verborgen Nederlands-Indische familiegeschiedenis, Ambo/Anthos 2021. Suze Zijlstra leest een fragment voor uit haar boek. Luister online naar deel 15
Deel 14 : Bea en Toeti Gentenaar kwamen in 1950 met de Atlantis aan in Nederland. Het gezin werd gehuisvest in Kamp Conrad, een dependance van Kamp Westerbork. Na twee jaar kregen de Gentenaars een huis in de nieuwe wijk Kolping in Nijmegen.
Pelita: Elke laatste zondag van de maand zijn te gast schrijvers van boeken over Nederlands-Indië, Indonesië en Azië. Na afloop is er gelegenheid tot vragen, discussie en signeren. Presentatie en discussieleider: Peter van Riel
Museum Sophiahof in Den Haag gaat terug in de tijd met de expositie ONS LAND –
Dekolonisatie, generaties, verhalen. Het is volgens de initiatiefnemers een tentoonstelling die laat zien hoe de vroegere kolonie Nederlands-Indië doorleeft in de Nederlandse samenleving van nu.
De tentoonstelling is opgezet als een reis van het nu tot in de jaren 50 van de vorige eeuw. Het draait vooral om persoonlijke familieverhalen van de verschillende generaties. ‘De jongste generatie laat zien hoe ze hun familieverhaal weet om te buigen tot een kracht’, zeggen de samenstellers. En er wordt vanuit zo veel mogelijk perspectieven gekeken, verzekert Sophiahof. AD.nl
De vulkaan Anak Krakatau in Indonesië heeft een aswolk tot anderhalve kilometer hoogte de lucht in gespuwd. Dat heeft de nationale geologiedienst van het land gezegd. hln.be
Vanuit Museum Sophiahof in Den Haag wordt een live programma gestreamd, van 11.00 uur tot 12.30 uur. Twee onderzoekers, prof. dr. Fridus Steijlen en dr. Esther Captain, geven een toelichting op het onderzoek: wat is er onderzocht? Hoe is het onderzoek uitgevoerd? Wat was de aanleiding van het onderzoek? Daarnaast komen betrokkenen aan het woord. Zoals Henriette van Raalte-Geel die in verschillende Japanse interneringskampen zat en vervolgens de Bersiap meemaakte.
De livestream is alleen te zien na aanmelding. U krijgt dan een link van de livestream toegestuurd. U kunt zich aanmelden via contactpunt@pelita.nl. Voor meer informatie neemt u contact op met Ed Roso: e.roso@pelita.nl
Gunay Uslu, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, heeft kamervragen nav de bersiapophef van januari beantwoord.
Martin Bosma stelde vragen die op aannames stoelen, zoals het vermeende schrappen van het woord bersiap in en door het Rijksmuseum, omdat het een racistische term zou zijn. (zijn vraag 4, en 6) (vraag 2:) Het Indonesisch extremistisch geweld op burgers in 45-50 kun je deels racisme noemen. Het is ook roofzuchtig,revanchistisch, etnisch en komt voort en of wordt gerechtvaardigd door het politieke streven naar een eigen staat zonder dictatuur vanuit een ver land. Ook onwetend van Bosma is dat hij in vraag 3 lijkt te denken dat vooral mensen uit de jappenkampen komend werden aangevallen.
Kamerlid van Haga wenst een onderzoek naar verwezenlijking van een Nationaal Bersiap Monument in Den Haag. Gunay Uslu ziet geen reden voor zo’n onderzoek. Dat is weer haar onwetendheid dat enkele honderdduizenden mensen in Nederland (ook elders) een familiegeschiedenis hebben met dit Indonesisch excessief geweld. Ouders, grootouders, broers en zussen, ooms,tantes en hun kinderen, kennissen die beroofd, mishandeld of vermoord werden. Dan wel dat mensen dit op oogafstand meemaakten. Het is leedverwerking, postuum eerbetoon, maar ook Nederlandse geschiedenis doorvertellen met dit monument.
Het nieuwe jaar is begonnen. Een nieuw jaar waarin wij hoopten om op 5 & 6 maart 2022 wederom een succesvolle editie te kunnen organiseren. Na de geslaagde editie van november zijn wij druk aan de slag gegaan met alle voorbereidingen en hadden wij gehoopt u positiever nieuws te kunnen brengen. pasarmalamrijswijk.nl
Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 91 van Historisch Heusden over Indische mensen in Elshout en Heusden. Op zaterdag 1 oktober 1950 wordt in Elshout bekend gemaakt dat de Broeders van Liefde het St. Norbertusgesticht zullen verlaten en dat de Rijksgebouwendienst het gebouw wil bestemmen als opvangcentrum voor Indische mensen uit Nederlands-Indië.
Wisselend verblijven er tot 200 Indische mensen en hebben er tussen 1951 en 1968 ongeveer zevenhonderd mensen voor korte of langere tijd gewoond. In 1955 wordt Heusden door de Zusters van Liefde verlaten en komt het bejaardenhuis Huize St. Antonius leeg te staan. In 1958 krijgt het een bestemming als bejaardenhuis voor Indische mensen. Er komen 85 bejaarden, waarvan 6 echtparen.
Wouter Muller in tubantia.nl: hoop ik dat het gebruik van ‘bersiap’ in de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum voor Indische Nederlanders ook een erkenning kan zijn voor het verdriet over het verlies van ‘hun’ Indië. Voor hen is ‘bersiap’ zeker niet ‘racistisch’, maar vooral dramatisch.
Moesson schrijft op facebook: Deze week ligt ons februarinummer weer bij jullie op de mat. Met een prachtige cover van Peter van Dongen, artikelen over een revolutie in het Rijks, het grote onderzoek over Onafhankelijkheid, Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945-1950 en nog veel meer over de periode ná de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Februari staat ook in het teken van de liefde. Tony en Sylvia vertellen over het geheim van 60 jaar huwelijk, en lezers sturen foto’s van hun interpretatie van liefde in. Bestel ‘m via www.moesson.com of neem jouw eigen abonnement!
Awaskaki te Semarang, voetbalschool van Ronald Lepez, (archieftopic)…laatste nieuws: oa ** Onze trainers bereiken met voetbal kinderen en tieners op vele eilanden. Meest belangrijke blijft het opleiden van trainers. ** Nieuwe outfits .
Onlangs werd ik benaderd door de weduwe van de fotograaf Han Hehuat die destijds samen met zijn vrouw Marianne foto’s in Indonesië had gemaakt voor het boek ‘Het land onder de zon’ van schrijver Mochtar Lubis dat in 1981 verscheen. Op pagina 133 van dit boek staat een foto van perkenier Van den Broeke op de nootmuskaatplantage Groot Waling op de Banda Eilanden. De uitgever had daarna een brief van mijn (inmiddels overleden) oom Guus van den Broeke gekregen die meende dat dit zijn opa was. Hij wilde graag de precieze voorletters weten van deze oude baas om vast te stellen of dit echt zijn opa was. Marianne Hehuat informeerde recent of ik er mee van wist.
Met de kennis van nu weet ik dat dit niet mijn overgrootvader c.q. de opa van Guus van den Broeke, maar dat dit de opa is van de huidige perkenier van het perk Groot Waling, Pongky van den Broeke. Het is Adee van den Broeke(1896-1984). Wijlen perkenier Wim van den Broeke was zijn zoon en Pongky, die nu als laatste perkenier van Banda de plantage Groot Waling beheert, is zijn kleinzoon.
Al weer een raadsel opgelost.
Zie ook de genealogie van onze familie op Genealogie Online: https://www.genealogieonline.nl/stamboom_van-den-broeke/
Op vrijdag 18 februari 2022 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde weer een lezingenmiddag, ditmaal over de roman De stille kracht van Louis Couperus.
Programma
14.00 Opening
14.10 H.T.M. van Vliet, ‘De verbleekte gouden galon’. De ambtenarenwereld in De stille kracht
14.40 Liesje Schreuders, Het failliet van het patriarchale erfgoed in de vorm van de tragedie? De stille kracht en de receptie van het klassieke
15.10 Pauze
15.40 Michiel Leezenberg, Hoe islamitisch is De stille kracht? Louis Couperus over seks, mystiek en kolonialisme 16.10 Looi van Kessel, ‘Éene mengeling van verschillenden lust’. De stille kracht vanuit een queer-perspectief
16.40 Presentatie Tekst in context-deel De stille kracht (uitgegeven door Amsterdam University Press), door Rick Honings en Olf Praamstra
17.00 Afsluiting
Plaats: Universiteit Leiden, Lipsius-gebouw, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden, zaal 005.
De toegang is gratis. Alle belangstellenden zijn van harte welkom.
Hoogstwaarschijnlijk vertoont IndoFILMcafé op zondag 13 februari om 19.30 uur in Lux-Nijmegen de Indonesische documentaire Help is on the way onder regie van Ismael Fahmi Lubis.
Miljoenen Indonesische vrouwen op het platteland hopen en dromen van het werken als huishoudster in het buitenland in landen als Taiwan, Hong Kong en Singapore.
Help Is On The Way volgt vier vrouwen: Sukma, Meri, Muji en Tari.De documentaire brengt eerst een drukke nanny-school in Indramayu, West-Java, in beeld die vrouwen voorbereidt op het werken in het buitenland als huishoudster. IndoFILMcafé
Frits Geuther, 2004. waarschuwing: bevat enkele wrede scènes.
Loewak en maïs De honden Poetih en Itam lagen languit op het grasveld naar elkaar te kijken. We moesten ze bezig houden. Een drijfjacht op loewaks (civetkat) en visotters met de honden als drijvers leek ons, zes jongens, een pracht idee. Nu nog voor lange stevige stokken zorgen en de jacht kon beginnen. We liepen kampong in, kampong uit, over de dijkjes van de rijstvelden. Niets, geen visotter of loewak. Toen we gingen rusten hoorden we hondengeblaf. De honden zaten achter een loewak aan. Wij gingen de rennende en blaffende honden achterna. We probeerden de loewak te omsingelen en hem als hij door de omsingeling probeerde te komen, met een stok neer te knuppelen. Deze loewak had geluk, hij kon de dans ontspringen.
Het werd al laat in de middag en nog steeds hadden we niets. Toen we naar huis gingen zagen we een maïsveld met rijpe maïskolven. Dan maar wat maïskolven mee naar huis nemen dan kwamen we tenminste niet met lege handen thuis. Nauwelijks hadden we twee of drie maïskolven gepikt of we hoorden het geschreeuw van een boer “rampok, rampok” (roof, roof). Meerdere boeren kwamen dreigend met kapmessen op ons af. In een mum van tijd waren we op de vlucht, ieder zijn eigen weg. De beide honden volgden ons. Een boer had één van ons te pakken gekregen en dreigde met zijn kapmes. “Ampoen, ampoen” (excuus) smeekte het slachtoffer. De boer grijnsde. Het bleef gelukkig bij een dreigement. Toen we na een hele tijd weer bij elkaar waren, werd de thuisreis begonnen. Thuis genoten we van de gepofte gestolen maïskolven.
Hagel Ook ben ik een keer naar het militair schietterrein gegaan om de loden kopjes van de afgeschoten patronen te verzamelen om er hagel van te maken. Het schietterrein ligt bij de 300 meter hoge heuvel Tidar, bekend als de spijker van het eiland Java. Er werd gezegd dat als deze heuvel er niet was het eiland Java weg zou drijven.
Schildpaddenjacht Omdat ik geholpen had bij het verzamelen van de loden koppen van afgeschoten geweerpatronen mocht ik mee op schildpaddenjacht. We waren met vier man. Het wapen was een zelfgemaakte voorlader. Kruit en hagel waren ook zelfgemaakt. We volgden de loop van de kali Progo stroomopwaarts. Op een plekje met stilstaand water gingen we posten. Na een halfuur zagen we nog geen snuit van een schildpad. We trokken toen verder stroomopwaarts tot we een plekje zagen met stilstaand water en kleine keien. Warempel, drie snuitjes verschenen boven het water. Het geweer werd geladen. Weg waren de snuitjes. De schildpadden waren kennelijk geschrokken van het laden van het geweer. Weer wachten. Weer verschenen snuitjes. Het geladen geweer werd gericht op de snoezige snuitjes en toen … een hevige knal. Het was raak. Het kon ook niet missen want er werd hagel, die alle richtingen op ging, gebruikt. Twee van ons lieten zich van de helling naar beneden glijden naar de getroffen schildpad.
Inmiddels was het laat geworden, we moesten nog een eind lopen naar huis. De boel werd bijelkaar gezocht en fluitend werd de thuisreis begonnen met als buit één kleine schildpad. Thuis moest de schildpad geslacht worden. Om het dier te kunnen doden moesten we zijn kop hebben. Deze kop konden we niet te pakken krijgen. Het arme dier werd toen maar levend gevild. Het dier had maar zijn kop moeten laten zien! Akelig om te zien. Het zij zo. Kinderen zijn wreed.
Muizen Het was een periode dat er veel muizen waren. Van een leeg conservenblik, een stukje plank, een stuk ijzerdraad en een stukje elastiek van een een fiets- of autoband werden de muizenvallen gemaakt. Iemand riep “Jongens, komen jullie, ik heb hier een levende voetbal”. De gevangen muis in het blik was niet dood. Er werd een kring gevormd waarin de muis losgelaten zou worden. Voordat de muis losgelaten werd, werd de muizenval met de muis er in flink heen en weer geschud zodat de muis duizelig werd en niet snel weg kon rennen wanneer hij losgelaten werd. Je kon aan zijn muizenogen zien dat hij angstig was. “Opgepast jongens. Daar gaat ie.” In een mum van tijd ging de muis van de ene naar de andere voet van de jongens in de kring om niet veel later knock out op de grond te liggen. Een van ons liet de dode muis aan Pa zien en kreeg een cent van Pa.
Slavernij herbezien verkent de geschiedenis van slavernij in Azië door visuele bronnen centraal te stellen. Het traditionele beeld van slavernij in Azië wordt gevormd en gedomineerd door woorden als ‘mild’, ‘schuld’ en ‘huishoudelijk’. Maar dit is aan het verschuiven door nieuw historisch onderzoek dat juist wijst op de hardere kanten en op overeenkomsten met het Atlantische slavernijverleden. LM Publishers
Haar erenaam was moeder is de waargebeurde kroniek van de familie Bogers en gebaseerd op onder meer brieven (uit 1918-1922 en 1957-1967), documenten, getuigenissen en interviews. Deze familiegeschiedenis begint als de jonge Stans van Belkum in 1918 op de boot stapt en via New York en San Francisco naar Nederlands-Indië reist om zich daar bij haar man, Marius Ypeij, te voegen. Over die reis en haar leven in de Oost schrijft ze lange brieven naar haar familie, totdat ze plotseling overlijdt, haar twee jonge kinderen Hetty en Dirk en haar man achterlatend.
Nona Mas van Coby Nuruwé-Tuhuteru: De jongvolwassen vrouw Nona, raakt door een verboden liefde in conflict met haar familie en zoekt haar heil op de Molukken. Daar doet ze een grote ontdekking die voor nog meer wrijving met haar familie zorgt. Het boek legt de bijzondere Molukse familiebanden bloot. € 25,– E-boekvorm is mogelijk, luisterboek is komend.
ONS LAND – Dekolonisatie, generaties, verhalen
Deze tentoonstelling gaat over de Nederlandse koloniale geschiedenis in de Oost en hoe die nog altijd doorwerkt. In Museum Sophiahof vertellen ooggetuigen van die geschiedenis en hun nazaten hun verhaal. Op dit moment wonen in Nederland circa twee miljoen mensen met een bijzondere band met het voormalige Nederlands-Indië. Zij of hun voorouders kwamen na het uitroepen van de Republik Indonesia naar Nederland. Het was de grootste migratiegolf ooit. Een deel van hen dacht dat hun verblijf hier tijdelijk zou zijn. De stemmen van acht families vormen de kern van Ons Land. Deze persoonlijke en diverse maar voor velen herkenbare verhalen geven een beeld van de complexe postkoloniale geschiedenis, en hoe verschillend die beleefd werd en wordt. Het Indisch Herinneringscentrum
** NOS: ‘Sad Clown’ Sutinah symbolisch voor corona-armoede in Indonesië.
** Indonesiënu: Indonesië heeft op donderdag (27/1/2022) zijn eerste museum geopend dat specifiek over de Holocaust gaat. Het museum, dat in West-Tondano (Noord-Sulawesi) ligt, is tevens het eerste Holocaust-museum in de regio Zuidoost-Azië.
**PZC: Maryna (38) verkoopt meubels uit haar thuisland Indonesië.
Jan van der Vliet was de zoon van schipper en oesterkweker Leunis van der Vliet (1858 Brouwershaven -1899 Yerseke ) en de dienstbode Jannetje van den Berge (1860 Bruinisse – 1938 Den Haag) In 1907 geplaatst als onderwijzer te Semarang, 1933 pensioneerde hij als leraar van de Prins Hendrik School te Weltevreden. In 1938 woonde hij in Den Haag, sedert 1933 en het is aan te nemen dat hij daar ook woonde in de oorlog 40-45 , samen met sinds 1914 de echtgenote…
Alette Florentine Ronkes Agerbeek, geboren in 1883 te Pamekasan op het eiland Madoera. Ze overleed in 1964 in Den Haag. Drie weken na haar zus Maria Nancy Christina. Haar vader was Theodorus Henricus Ronkes (1842 Probolinggo -1888 Pamekasan) die in 1884 toestemming vroeg zijn naam en die van de kinderen te veranderen naar Ronkes Agerbeek. De toevoeging Agerbeek was de naam van echtgenote Maria Christina Agerbeek (1848 Pasoeroean -1912 Meester Cornelis). Theodorus was commies op het residentiekantoor te Pamekasan. Stamouders Ronkes waren de Duitser Reyke Ronkes en Christina Cannenberg, voor 1800 wonend te Soemenep. Stamouders Agerbeek waren Petronella Elisabeth Grave (1753 Batavia – 1814 Batavia) en Alexander Agerbeek uit Batavia en aldaar in het college van schepen gezeteld.
Sinds The voice of Holland van de buis is gehaald, zendt RTL4 op vrijdagavond I can see your voice uit. In dit programma moet een panel raden wie van de zeven deelnemers goed kan zingen. Op basis van uiterlijk bijvoorbeeld of aan de manier waarop iemand een microfoon vastheeft. Libelle
1) Must read: de reactie van netwerklid Pim ten Hoorn op Bonnie Triyana’s Bersiap-debat, c.q. over de positie van Indo-Europeanen binnen historisch onderzoek en presentatie. 2) Mooie en heldere Nieuws & Agenda van het Indies Tijdschrift! Zie ook de nieuwsbrief. 3) Zie zaterdag 29 januari om 14:00 uur de gratis livestream van De Indonesische blik op 350 jaar Nederlandse overheersing, c.q. een programma van De Balie. 4) Mooi interview met Yvonne Keuls in Matthijs gaat door. 5) Zie Yvonne Keuls ook bij haar voordracht ivm 75 jaar Pelita. Netwerklid Reggie Baay sprak toen deze column uit, over rekest. 6) In verband met de start van herinneringsjaar 75 jaar Pelita hield Hans Goedkoop onder meer een interview Marianne des Bouvrie hoe oorlog kan doorwerken op volgende generaties. 7) Op 8 februari opent Sophiahof haar nieuwe vaste tentoonstelling Ons Land. Lees het Indies Tijdschrift hierover
Het Rijksmuseum gebruikt bij de expositie over de Indonesische revolutie de term Bersiap niet zelf als historische tijdsaanduiding. Gastcurator Bonnie Triyana motiveerde dat besluit in NRC met het argument dat die term een racistische ondertoon heeft. Hieronder een selectie van reacties op dat stuk. —-
quote Henk Itzig Heine, lid raad van toezicht van het Indisch Herinneringscentrum, zie zijn vader— Ik heb uit de mond van mijn Indische grootouders en vader nooit een onvertogen woord over Indonesiërs gehoord, laat staan uitingen van racisme of rassenhaat. Ook niet in het kader van hun tragische verlies. Het koppelen van racisme aan Bersiap stuit me dan ook tegen de borst en ervaar ik als grievend. Als iemand anders het gebruik van de term Bersiap als grievend ervaart, dan moeten we het daar over hebben. Naar een ander begrip toegroeien kan wat mij betreft prima, maar koppel dat beladen woord van racisme er niet aan. Het klopt niet, het polariseert en het helpt het moeilijke gesprek over kolonisatie en dekolonisatie al helemaal niet. NRC, 22 januari
Ander NRC-artikel van 28 januari:
Ruim 6.000 woorden hebben de NRC-kolommen in de afgelopen weken al gewijd aan dat ene woord, en nog is het niet genoeg. Bersiap. Bérsiap? Bersíap? Bersiáp? Veel Nederlanders hadden er nog nooit van gehoord, wat de kwestie voor anderen juist des te pijnlijker maakt.
—
Twee Indische Nederlanders van de derde generatie, muzikant en schrijver Robin Block (41) en oudheidkundige Miko Flohr (44), schreven artikelen waarin zij beide kanten proberen te begrijpen.
Indonesiërs schrijven:
** vertaalde quote van cnnindonesia.com, zie een vertaling.
Historicus Anhar Gonggong drong er bij de regering op aan een standpunt in te nemen om de betrokkenheid bij de ‘tentoonstelling van revolutie’ in het Rijksmuseum in februari in te trekken. **Ariel Heryanto, Emeritus hoogleraar, Monash University, lees de vertaling De controverse over ‘Bersiap’ explodeerde, niet alleen vanwege een opiniestuk of de tentoonstelling van dit jaar. De bron van het probleem: dit incident wordt al decennia lang niet meer in het officiële discours van de nationale geschiedenis in Nederland of in Indonesië opgenomen. Het wordt alleen pijnlijk besproken door enkele inwoners van de voorsteden verspreid over verschillende regio’s van de wereld. Het is pas sinds kort dat steeds meer jongeren het beginnen te weten.
Van Lelyveld zag een steeds groter verschil tussen de in zichzelf gekeerde schrijvende moeder thuis en de moeder voor de bühne. “Ze was dol op publiek en genoot daar ontzettend van. Dan werd ze opeens een ander mens. Mijn zusje en ik waren stomverbaasd toen we haar voor het eerst zagen optreden in het satirische programma Hou je aan je woord’. We konden nauwelijks geloven dat die mooie geestige vrouw vol kwinkslagen onze moeder was. Hoe meer het publiek haar bewonderde, hoe groter onze irritatie werd.” Nieuwsuur
De grootste keten van toko’s in ons land heet Amazing Oriental. In de 24 vestigingen die er nu zijn vinden klanten van het Chinese bedrijf exotische producten uit landen als Korea of Vietnam. De 25ste winkel opent eind dit jaar in Rotterdam ed.nl
Mail: Beste, Graag zou ik de volgende oproep willen plaatsen op de site: Mijn grootouders zijn altijd zwijgzaam geweest over het verleden en waren gestorven toen ik nog te jong was om hiermee bezig te zijn. Omdat ze dus zo zwijgzaam waren, wisten hun kinderen (mijn vader, ooms en tantes) mij ook niets te vertellen. Omdat ik meer over mijn roots en mijn grootouders wil weten, ben ik in 2013 begonnen met een stamboomonderzoek. In het verleden hebben al veel mensen mij via dit platform kunnen helpen met het ontrafelen van het verleden van mijn oma. Nu heb ik wat vragen over mijn opa, ik hoop opnieuw dat mensen mij weer kunnen helpen.
Recent heb ik brieven van mijn opa Johan (Hans) Christiaan Hoorn (24 augustus 1928 Bandung – 30 maart 2009 Roosendaal) gevonden waarin hij zijn tijd in Nederlands-Indië beschrijft rond de Tweede Wereldoorlog. In de brief staan een aantal details waar ik nog vragen over heb, ik hoop dat iemand mij kan helpen.
Hij schrijft dat in (of wellicht rond) het jaar 1938 een dodelijke epidemie was uitgebroken in Bandung en dat hij en zijn zusje getroffen werden door deze ziekte. Zijn zusje overleefde het niet, hij wel. De stad was destijds totaal geïsoleerd van de buitenwereld. Na het zoeken op het internet kan ik niet vinden over welke ziekte dit ging. Hebben meer mensen hierover gehoord en/of weten jullie misschien over welke ziekte mijn opa sprak? Hij was toen uiteraard nog maar 10 jaar oud, de gebeurtenissen kan hij als een kind misschien vergroot hebben.
In de Tweede Wereldoorlog heeft hij en zijn familie onderdak gevonden bij een Zwitserse familie Flaks, waarschijnlijk was dit aan de Vesthofweg 24 te Bandung. De heer Flaks was een chemicus bij de BPM en werd vanwege zijn nationaliteit door de Japanners ontzien als er razzia’s gehouden werden. De familie Flaks was vrij snel na de Japanse capitulatie vertrokken. Weet iemand of kent iemand deze familie Flaks waar mijn opa over spreekt?
Mijn opa zegt dat hij bij een groep hoorde die zich ‘Belanda Gila’ noemde. Deze groep was ca. 80-90 man groot en bestond voornamelijk uit jongens die uit de kampen kwamen en ik citeer ‘het als hun plicht beschouwden om de burgers tegen de moordende en plunderende pemoeda’s te beschermen’. Later sloten steeds meer Ambonezen en KNIL militairen aan en werd de groep meer omgevormd toe een geregeld bataljon genaamd ‘Anjin Nica’ . Mijn opa schrijft dat ze rode dassen en emblemen droegen met een bloedrode hondenkop.
Hij noemt de volgende namen die bij deze groep (toen nog Belanda Gila) hoorde: Ingenegre Freiburg, Luyke Roskott, Landau, Alting Sieberg (wellicht 2 broers) Juliën en Smit. Ook zijn vader Theodoor Hoorn en diens broer Willem Hoorn, sloten zich aan. Volgens mijn opa nam zijn vader een leidinggevende rol aan binnen de groep.
Weet iemand wellicht meer over de groep ‘Belanda Gila’ en/of Anjin Nica en wie de mannen zijn die er in de brief genoemd worden?
Ik hoor graag van jullie. Groetjes, Daniëlle Hoorn
Moesson: 28 januari 2022 is de release date van een nieuw dansproject: “Maluku”. Regisseur Mano Beeftink: ‘Het is een project over de Molukse identiteit. Veel boeken, films en TV-shows zijn al gemaakt over de Molukse identiteit, maar de meeste kiezen de invalshoek van het verleden. Nu is de tijd voor een nieuw geluid: de invalshoek van de toekomst. Hoe kan de pijn van vroeger worden erkend? Hoe kun je vergeven en doorgaan? Hoe kun je bloeien als jonge Molukse artiest?’ De trailer van de voorstelling is via deze link te bekijken.
Omroep MAX zendt vanaf zondag 13 februari de vijfdelige documentairereeks Indië in je Ziel uit. De korte documentaires zijn gemaakt door Stichting Oorlogsverhalen en bevatten portretten van zowel Indische Nederlanders als Indië-veteranen. | Historiek
Uitzendschema:
** Aflevering 1: Franklin van Kappen – zondag 13 februari om 14.50 uur op NPO 2
Franklin van Kappen zat als baby met zijn moeder in het vrouwenkamp
** Aflevering 2: Anneke Schults – zondag 20 februari om 14.50 uur op NPO 2
Anneke Schults woont met haar vader, een KNIL-militair en haar moeder voor de oorlog in Bandoeng
** Aflevering 3: Ron Brus – zondag 27 februari om 14.50 uur op NPO 2
Tijdens de oorlog werkt de vader van Ron Brus als krijgsgevangene aan de Birmaspoorlijn.
**Aflevering 4: Loek Middel – zondag 6 maart om 14.50 uur op NPO 2
Loek Middel is geboren in 1925 vlakbij Bandoeng. Hij werd tijdens de Japanse bezetting opgepakt en zat o.a. in de Glodok Gevangenis in Batavia
**Aflevering 5: Michiel Eduard – zondag 13 maart om 14.50 uur op NPO 2
Michiel Eduard is singer-songwriter en producer van Indonesische popmuziek en is van Nederlands-Indische afkomst. Zijn overgrootouders komen uit Java
Ranomi Kromowidjojo (31) heeft besloten per direct te stoppen met zwemmen. De drievoudig olympisch kampioene is één van de succesvolste zwemsters die Nederland ooit heeft gehad.
Ze wist in haar carrière 17 wereldtitels en 24 Europese titels te veroveren. Ook werd ze drie keer olympisch kampioen.
Haar besluit om te stoppen heeft ze toegelicht tegenover de NOS. “Het is niet zo dat ik het niet meer leuk vind of dat mijn lichaam klaar is”, zegt ze. “Maar, ik ben 31 jaar en ik heb al zoveel bereikt. Wat wil ik nog bereiken? Natuurlijk, ik kan altijd nog harder of beter zwemmen, maar eigenlijk denk ik: het is goed zo.” rtlnieuws
Stentor: Met pijn in het hart trekken moeder Cynthia Pereira (69) en dochter Samantha van der Laan (51) de stekker uit hun restaurant aan de Stromarkt in Deventer. Zeven jaar lang verzorgden ze er Javaans-Indonesische maaltijden in huiskamersetting. ,,Corona en de gezondheid van mijn moeder maken dat we ermee stoppen”, vertelt Samantha in een donker en leeg restaurant.
Inez Hollander in The Indo Project: We feel that the Rijksmuseum brawl is a mere symptom of a festering colonial wound that won’t heal until we see some sort of truth and reconciliation commission that is not solely subsidized by the Dutch government, or led by an Indonesian task force, but by an independent and international body of researchers and organizations.
On a more modest scale, a Bersiap monument in The Hague or Amsterdam might be a start to tell the victims: We see you, we hear you and we will not forget you.
We are in this together. The Dutch and the Indonesians. Let’s stop waving flags, exchange barbed insults on social media and let’s come out of our silos and camps to join hands so that colonial exploitation and mutual genocides never happen again. Only then, we can move on in a postcolonial and more humane world.
Inez Hollander, Ph.D., Author of Silenced Voices (Ohio University Press: 2008) and Director Emeritus of The Indo Project (foto van haar facebook)
* Ga bersiap niet uit de weg. Taal is geen ‘precisiebombardement’; er is altijd ‘collateral damage’, schrijft columnist Robin Block. Lees hier zijn betoog waarom we het woord bersiap niet uit de weg moeten gaan. Robin Block in Moesson
* Heeft het dan wel zin om ruzie te maken over bijvoorbeeld ‘Bersiap’?‘Dat is een politieke kwestie. Geen enkel woord is neutraal en objectief, hoewel gebruikers dat vaak pretenderen. Ik heb persoonlijk geen mening over deze term, maar je ziet hoeveel emotie de discussie aan beide kanten oproept. Je kunt dus niet willekeurig welk woord gebruiken.’ Historisch Nieuwsblad
* In februari worden de eerste resultaten openbaar gemaakt van het nationaal onderzoek naar de periode 1945-1950, en opent het Rijksmuseum de deuren voor de tentoonstelling ‘Revolusi’. Als voorafje bij deze laatste gebeurtenis werd in de media al druk gediscussieerd over de vraag of het woord ‘bersiap’ mag worden gebruikt. Bert Immerzeel in Java Post
* Is de naam ‘Bersiap’ historisch gezien ideaal? Ik zou zeggen: nee. Een onomatopee – want dat is het feitelijk – is wellicht zinnig als naam voor een dier (‘koekoek’, ‘oehoe’), maar voor een historische periode vol dodelijk geweld schiet de term hopeloos tekort. Het verklaart niets, en bedekt de ellende en het verdriet onder een combinatie aan klanken die in het Nederlands geen verdere betekenis heeft. Maar precies daar zit wellicht ook de kracht van de term in het dagelijks gebruik: door het leed te koppelen aan klanken die je verder toch nooit gebruikt kun je het een plaats geven buiten het dagelijkse taalspectrum, en kun je aan elkaar uitleggen wat er is gebeurd zonder zware woorden vol betekenis te hoeven gebruiken. ‘Hoe is het met je tante afgelopen?’ Miko Flohr
* Dit is dus de ene miskenning, die van de Indische Nederlanders, wier lot nooit meer was dan een voetnoot in de nationale herinnering aan de oorlog. Voor hen is het schrappen van een woord veel meer dan het schrappen van zeven letters – ze voelen dat hun geschiedenis niet alleen wordt genegeerd, maar zelfs dreigt te worden uitgewist. En hun zenuwen liggen toch al bloot, zo veronderstel ik, omdat de hele ‘dekolonisatie’ onderwerp is van onderzoek in opdracht van de overheid. — Triyana in de Volkskrant : “Daarom gebruik ik liever een neutrale term. Laten we het ‘geweld’ noemen.” Dat lijkt me geen slecht voorstel. Noem alle geweld geweld. En geef de context. Stevo Akkerman in Trouw
Een Steurtje vertelt: deel 4 – Meehelpen. Frits Geuther, 2004.
Eetzaal schoonmaken De eetzaal werd iedere week schoongemaakt door de grote jongens. Het zag er altijd smerig uit. De jongens gooiden het eten dat ze niet op konden op tafel of op de grond en nooit in de vuilnisbakken die er voor bestemd waren. Bij de schoonmaak van de eetzaal moesten de zitbanken, schragen en tafelbladen de eetzaal uit om buiten de eetzaal schoon geschrobd te worden. De andere jongens die de tafels niet hoefden te doen stelden zich in de eetzaal naast elkaar op, gewapend met een korte harde sapoe lidi (bezem gemaakt van de nerven van de bladeren van de kokosplant) in de hand. Water werd over de vloer gegooid, de ruggen werden gekromd, de bezem tegen de vloer en daar ging het schrobben: bezem van links naar rechts, weer naar links, rechts, links, rechts een stapje voorwaarts, links, rechts, links, rechts, stapje voorwaarts, links, rechts, links, rechts, links, rechts, stapje voorwaarts, weer links, rechts, links, rechts, voorwaarts. Zo ging het al maar door tot de eetzaal helemaal geschrobd was. Het schrobwater werd weggeveegd en weer gingen een paar emmers water over de vloer en weer werd het water weggeveegd. Dit werd een keer of drie herhaald. Tenslotte werd de vloer met lange bezems droog geveegd. Dit gebeurde ook zo’n keer of vier. Als de vloer schoon was dan was de middag ook voorbij.
Wandluizen bestrijden De schoolvakantie was een mooie tijd om de bedden van wandluizen te bevrijden. Het bed was van ijzer en was een soort krib waartussen een soort brancard hing. De brancard bestond uit zeil met twee ijzeren draagstaven. Alle bedden werden van de bedzeilen ontdaan waarna ze naar buiten gedragen werden.
De zeilen werden in de douche/badruimte grondig met water en zeep en een harde borstel van de wandluizen en de eieren ontdaan. Er was ook kokend water voor. Buiten op het terrein waar de ijzeren bedden stonden werden alle plekken waar wandluizen en eieren zich bevonden met vlammen van kaarsen of van een oliepitje of van een lucifer bestookt. De verbrande luizen en eieren verspreidden een akelige lucht. Deze wandluizen heten in het Indonesisch koetoe boesoek wat ‘rotte luis’ betekent. Dat is zo. Als je een luis dooddrukte kreeg je de doordringende lucht van een rottend dier te ruiken.
Tuinonderhoud De zorg voor de tuin moest ook wekelijks door de grote jongens worden gedaan. De zorg voor de tuin kon een hele middag duren. Het werk bestond uit onkruid wieden, grond omspitten, cassave en zoete aardappel planten. Als ze rijp waren werden de cassave en zoete aardappelen geoogst. Die oogst ging naar de keuken waar een heerlijke stoofschotel van bereid werd.
Voorlezen Ook moest ik bij toerbeurt meedoen met het voorlezen in de kerk van het door Pa geschreven kerkblaadje. De eerste keer dat ik het moest lezen, was ik op van de zenuwen. Ik had het kerkblaadje wel een aantal malen gelezen en van vele accent-tekens en komma’s voorzien. In de kerk zaten niet alleen de jongens en meisjes van Pa maar ook mensen van buiten. Ik moest me niet laten kennen en hield me zenuwachtig groot.
** The Jakarta Post: Inheemse volkeren kunnen van land worden verdreven voor nieuw kapitaal
** indonesienu.nl : Balinese immigratiedienst zet Nederlander Indonesië uit.
** indonesienu.nl : Indonesiër bezoekt tientallen locaties uit Kuifje-reeks.
** Nieuwsuur : ‘Als wij de genocide nu niet stoppen, hebben Papoea’s geen toekomst meer’
** Nieuwsblad.be: 19 doden brand in nachtclub.
2 lezers stuurden deze foto’s van de familie Lucardie
1909: De bruid is Christine Hermine Josephine Lapré, geboren in 1893. Dochter van in 1902 overleden Pieter Jacobus Lapré. De bruidegom is George Frederik Lucardie (1886-1921), roepnaam Frits. De zittende vrouw is Theodora Bronkhorst, de moeder van van de bruid (1859-1946), Haar ouders waren het echtpaar Bronkhorst-Fredriksz uit Semarang. Foto’s onder: 1909: Christine Lapré en haar moeder Theodora Lapré-Bronkhorst Foto rechts , na 1945 ? Christine werd Moesje genoemd
De Stichting Japanse Ereschulden, een belangenorganisatie van slachtoffers van de oorlog met Japan, eist maandag voor de rechtbank in Den Haag een vergoeding voor oorlogsschade van de Nederlandse staat. De stichting doet dat samen met vijftien individuelen, slachtoffers en nabestaanden. Wel.nl
De voorzitter van de stichting doet maandag zijn verhaal in de rechtszaal. ,,De Nederlandse staat heeft onze rechten op schadevergoeding weggecontracteerd’’, zegt Jan van Wagtendonk (83) misnoegd tegen deze site. Hij doelt op het vredesverdrag met Japan, in 1951. ,,Daarin werd afgesproken dat Nederlandse slachtoffers van oorlogsmisdaden tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië geen schadeclaims bij Japan zouden indienen. Doordat Nederland die verantwoordelijkheid voor schadevergoeding niet overnam, iets wat de Verenigde Staten bijvoorbeeld wél deden, konden mensen zoals wij nergens terecht’’, vervolgt de tachtiger.OntberingenHij woonde als kind op Java en verloor zijn vader, grootvader en jongere broer door toedoen van de Japanners. Na de ontberingen in een Jappenkamp te hebben overleefd, werden zijn moeder en hij gerepatrieerd naar Nederland. ,,Wij waren alles kwijt’’, zegt Van Wagtendonk terugblikkend. AD.nl
Onze Indonesische vriendin Ratna(Bandung) heeft een Nederlandse voorvader met de naam Franssen Herderschee. Zij is benieuwd naar de historie. Ik verzamel voor haar info, ook om een artikel te schrijven over deze bijzondere familie. Alle info is welkom, Derk, dizaks@xs4all.nl
Defensie.nl Voor zijn inzet tijdens de Slag om Muar in Malakka ontving sergeant Harvey Alexander ‘Nono’ Anthonio postuum het Mobilisatie Oorlogskruis. Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Dennis Luyt reikte de onderscheiding uit aan Anthonio’s jongste broer Ruud. Dat gebeurde vandaag in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg, precies 80 jaar na dato.
Toptheater Deze voorstelling is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van: Fonds Podiumkunsten, Prins Bernhard Cultuurfonds en Kickstart Cultuurfonds. ‘Lichter dan ik’ is online gezet in het kader van de landelijke actie Kapsalon Theater, om de voorstelling voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar te maken in een tijd waarin de theaters helaas gesloten moeten blijven. ‘Lichter dan ik’, geschreven door Dido Michielsen en bewerkt voor toneel door Esther Scheldwacht, is het aangrijpende verhaal van een jonge vrouw die de standenmaatschappij van Indonesië wil ontvluchten en haar eigen pad kiest. Als zij vervolgens als njai, oftewel huishoudster en minnares van een Hollander, een dochter op de wereld zet, blijkt de vader hun relatie noch de dochter te willen erkennen.
Vanaf 4 februari staat ‘ie op de Netflix: No Man’s Land, de eerste Nederlandse speelfilm over de Eerste Wereldoorlog. Volop soldatendrama, zand tussen de kiezen en knallen dus! De film vertelt het waar gebeurde verhaal van Arthur Knaap, een Nederlandse jongen van Indische komaf, die zich aanmeldt voor het Franse Vreemdelingenlegioen en zo in een afgrijselijke loopgravenoorlog terechtkomt. Daar blijkt de oorlog toch niet zo avontuurlijk te zijn als hij dacht. FHM
Het jubileumjaar begon op 20 januari met een feestelijke kick-off die, vanwege de coronamaatregelen, online plaatsvond. Het gehele programma, gepresenteerd door Hans Goedkoop, kunt u hier terugzien.
Op donderdag 27 januari zijn Rick Honings, Coen van ’t Veer en Jacqueline Bel te gast in de online boekensalon van Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL). Hoofdconservator Garrelt Verhoeven interviewt de drie redacteuren over het boek De postkoloniale spiegel. De Nederlands-Indische letteren herlezen. In de boekensalon wordt de Nederlands-Indische literatuur besproken in de context van de koloniale overheersing in Nederlands-Indië. Conservatoren Kasper Van Ommen en Anouk Mansfeld presenteren eerste drukken en koloniale foto’s en Indonesicus Judith Bosnak vertelt over haar onderzoek naar een Javaans reisverslag.
Op donderdag 17 februari wordt het langverwachte onderzoek gepubliceerd naar het Nederlandse geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog van 1945 tot 1949. De NOS maakt er een programma over, dat ’s avonds wordt uitgezonden en wordt gepresenteerd door Winfried Baijens. NOS
Op 21 januari 2022 heeft Jeffry Pondaag, voorzitter van stichting Komite Utang Kehormatan Belanda (K.U.K.B., Comité Nederlandse Ereschulden), aangifte gedaan tegen het Rijksmuseum, curator Harm Stevens en museumdirecteur Taco Dibbits.
Stigmatiserend en denigrerend Het Rijksmuseum gaat willens en wetens door met het gebruik van een term die Indonesiërs op een koloniale wijze stigmatiseert. Het hele concept van de Bersiap voedt het racistische cliché dat Indonesiërs beestachtige wilden zijn. De term wordt ook gebruikt om het kolonialisme te legitimeren door te praten in de trant van: waar twee vechten hebben twee schuld.
Leopold Reinhart Anton Urbach, geboren 1915 in Batavia, overleed in 1969. Hij was even militiesoldaat alvorens in 1935 beroepsmilitair bij het KNILte worden tot de opheffing van het KNIL. In 1950 ging Leopold per stoomschip Volendam naar Nederland met het gezin. Als krijgsgevangene kwam hij terecht in Japan, kamp Osaka. Hij was toen al gehuwd in 1938 te Ambon met Anna Maria Wurl, twee kinderen waren er en een derde kind was geboren mei 1942. Was hij reeds geïnterneerd ? Heeft hij dit kind pas na de oorlog gezien ? Anna Maria Wurl moet een dochter zijn van de Duitse militair Otto Herman Wurl, maar dit is niet zeker. De ouders van Leopold : Christina Theodora Mallien (1887 Riam Kiwa- 1953) en Herman Anton Urbach (1884 Nangapinoh- 1926 Buitenzorg ) employée van de Bataafsche Petroleum te Pladjoe. Stamvader was grootvader Hijman Urbach (1861 Oldenzaal – 1937 Malang). Als fuselier gearriveerd in 1881, gegageerd in 1903. En werd employée van steenkoolonderneming Pramoean Besar bij Kota Baroe. Vermoedelijk was de stammoeder/oma van Leopold een Javaanse vrouw en opa huwde later Louise Albertine Mallien (1877 Pengaron, Borneo -1953 Jakarta) en had met haar ook nazaten.
Project 1 Een ode aan Bram Olckers De documentaire gaat over het leven van mijn oudoom Bram Olckers, die in de Tweede Wereld oorlog overleed aan de Birma spoorweg in Thailand. Over dit verlies werd binnen mijn familie gezwegen. Doordat verdriet blijkbaar overgedragen kan worden aan opvolgende generaties, is dat onbewust bij mij terecht gekomen.
Project 2Foto Americain: De crowdfunding voor het boek van mijn tentoonstelling ´Foto Americain – Wie zijn wij´ in Fotomuseum Den Haag is bijna op de helft! Samen met Luvia van Bold Idea en Wim van Sinderen van Fotomuseum Den Haag hebben we het ontwerp gemaakt. Het is helemaal klaar voor de drukker. Help mij om die laatste stap te zetten. Foto : zusjes Tielman
Vanaf vandaag zijn ook de jaargangen 2007-2019 van Moesson te doorzoeken in het digitale archief. Daarmee zijn nog dertien jaargangen toegevoegd aan het al bestaande archief.Via de website van Moesson waren de eerste vijftig jaargangen van het Indische maandblad al te doorzoeken. De edities van Onze Brug, Tong Tong, The American Tong Tong en Moesson tot en met 2006 stonden al online. Moesson
In korte tijd werd Bumbu Bali een begrip voor veel Deventenaren die van de Indonesische keuken houden. Toch moet het restaurant nu de deuren sluiten. “Met gemengde gevoelens.”Zeven jaar lang konden we terecht bij Bumbu Bali op de Stromarkt voor authentieke Indonesische gerechten en nu valt het doek. “De spekkoek is op”, laten de restauranteigenaren weten. indebuurt Deventer
Het is één van de langst slepende conflicten ter wereld: de strijd om onafhankelijkheid die al ruim een halve eeuw woedt in de Indonesische provincie West-Papua. Een onafhankelijkheidsstrijd die door Indonesië systematisch en met harde hand wordt neergeslagen. #Nieuwsuurpic.twitter.com/zWA0lJQ4H3
Een Steurtje vertelt: deel 3 – Ach, wat smaakt een Steurtje nou niet! Frits Geuther, 2004.
Maaltijden Bij Pa werd drie keer per dag rode rijst gegeten. Het ontbijt was dus geen broodmaaltijd. De jongens die met de tram of bus naar school moesten aten eerder, daarna volgden de anderen. Etenstijd werd kenbaar gemaakt met het luiden van de bel door de oppasser. De kleine jongens gingen met het etensbord en de lepel in de hand, in de rij staan om onder begeleiding af te marcheren naar de eetzaal. De grote jongens gingen op een later tijdstip aan tafel, ze konden op eigen gelegenheid naar de eetzaal gaan. Binnen de eetzaal zocht ieder zijn plekje. In de eetzaal stonden de grote manden met rode rijst, wel vier in getal, en de pannen met stukjes tempeh (sojakaas) of stukjes vlees of stukjes gezouten vis of gezouten vlees en een grote pan met sajoer (gevulde soep) al klaar op de cementen toonbank. Uit de eigen tuin hadden we ook cassave en zoete aardappelen. Soms was er een extra stukje vlees als een jager zijn buit, meestal een wild zwijn, aan Pa gaf. Als er te weinig vlees was kreeg de ene helft van ons rijst met een stukje gebakken spek of vlees en de andere helft rijst met de jus van het gebakken vlees. Vóór het eten werd de bel geluid voor stilte, er werd een stukje uit de bijbel gelezen en daarna gebeden. Na het gebed werd weer aan de bel getrokken ten teken dat er gegeten kon worden. Nadat er gebeden was stonden de jongens weer in de rij voor de toonbank om het eten op hun bord opgeschept te krijgen. Hierna kon weer plaats genomen worden aan de lange eettafel. Na het eten kon een ieder op eigen houtje de eetzaal verlaten. Aan het avondeten deed Pa ook mee. Hij zat ook aan zo’n lange houten tafel en had zijn eigen eten, een aardappelpotje klaargemaakt door Moe. Je kon ook bij Pa aan tafel gaan zitten en kon dan de restjes van Pa krijgen. Er waren altijd veel restjes, dat was met opzet gedaan. Vreemd, er werd niet gevochten om een plaatsje bij Pa.
De menagemeester Hoe ik met de menagemeester bevriend was geraakt weet ik niet, maar ik had het wel getroffen met hem als vriend. Hij had namelijk het toezicht op de keuken en had daar dus veel te vertellen. Op een dag had hij een bosje kangkoeng (waterspinazie) gedurende een paar minuten in warme vleesbouillon gedompeld en het mij op een bordje gegeven. “Lekker dat het was! Hmmm!”. Ik kwam geregeld in de keuken om te helpen of om wat hem te praten en intussen van de gebakken tempeh of wat anders te snoepen.
Na de Mulo ging ik naar de Algemene Middelbare School maar door de vriendschap met de menagemeester ging mijn studie niet goed. Er werd niet veel meer gestudeerd, meestal zat ik in de keuken. Als de oorlog niet uitgebroken was, was ik waarschijnlijk niet overgegaan naar de 3e klas, het laatste schooljaar van de AMS. De oorlog had me deze schande bespaard.
Eten kopen Zaterdag was de dag van het zakgeld. De hoogte van het zakgeld was afhankelijk van de school waar je op zat en de klas waarin je zat. Zo kreeg iemand van de eerste klas lagere school één cent per week en een tweede klasser twee cent. Het leek weinig, maar voor een halve cent kon je al een portie eten of een loempia kopen. De verkopers van etenswaren wisten dat zaterdag zakgeld dag was. Zondagmorgen stonden ze dan ook al buiten de poort te wachten met hun etenswaar. Er werd goed zaken gedaan. In gehurkte houding zaten de klanten van het etenswaar te genieten. De vingers aflikken werd niet vergeten. Pah Kromo, een siwah (landarbeider) die twee jongens en ik kenden, had een keertje wat eetbare waterplanten uit een braakliggend rijstveld gehaald en het klaargemaakt voor ons. Samen met hem zaten we met gekruiste benen naast elkaar op de grond te genieten van de groentenmoes. Het was echt lekker, “Ach, wat smaakt een Steurtje nou niet!”.
De Arbeiderspers: Tijdens onderzoek voor De Groene Amsterdammer stuitte Maurice Swirc op documenten (met de status ‘zeer geheim’), die laten zien dat de hoogste militaire leiding en de regering in Den Haag door Nederlandse militairen gepleegde oorlogsmisdaden in de doofpot stopten. Dit gebeurde onder meer door klokkenluiders te negeren en te intimideren, bewijsmateriaal te vernietigen, onafhankelijk onderzoek te traineren en via juridische constructies als de Verjaringswet. Dit brisante en onthullende boek laat gedetailleerd zien hoe groot de impact van de Indische doofpot was op onze rechtsstaat. De Tweede Generatie, 25 interviews met Nederlands-Indische vrouwen en mannen van de tweede generatie… €17,95….dit boekje verschijnt medio januari 2022.
— Demi van Hutten studeerde journalistiek aan de Hogeschool in Utrecht, ze heeft de studie in 2021 afgerond. In het kader van haar studie begon ze medio 2020 aan een stage bij MIMM, als uitgever onder meer betrokken bij Pindah* Magazine.
Berichten van een dwaalster uit Indië
Ineke was vijf toen ze in een Jappenkamp werd opgesloten. In 26 brieven beschrijft ze ervaringen en onderwerpen die in haar door de oorlogsjaren gevormde leven een belangrijke rol hebben gespeeld.
Commotie over een tentoonstelling in het Rijksmuseum, berust volgens historicus Henk Schulte Nordholt op een misverstand over de slachtoffers van de Indonesische revolutie.
Volgende maand opent de tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk. Vooraf ontstond grote commotie toen het Rijksmuseum aankondigde de term ‘bersiap’ daarbij te vermijden. Dat woord wordt volgens de Indonesische mede-curator Bonnie Triyana in Nederland namelijk uitsluitend geassocieerd met extreem geweld van jonge Indonesische revolutionairen tegen (Indo-)Europeanen en heeft een racistische ondertoon.
Tegen deze bewering werd furieus geprotesteerd door vertegenwoordigers uit de Indische gemeenschap in Nederland. Zij voelen zich weggezet als racisten en hebben het gevoel dat het leed dat hun is aangedaan verdonkeremaand wordt Trouw
De nieuwe hoofdstad van Indonesië gaat Nusantara heten. Nusantara betekent ‘eilandengroep’ of ‘archipel’ in het Indonesisch. De bekendmaking van de nieuwe naam volgt een dag voor de stemming in het parlement over de verplaatsing van de hoofdstad. Een meerderheid gaat akkoord, is de verwachting. hln.be
Ik ben bezig een familiekroniek te schrijven, maar, er ontbreekt nog informatie…
De kroniek is pas compleet als ik ook nog weet wanner en met welke boot mijn aangetrouwde tante met haar twee kinderen in Nederland zijn aangekomen en op welk adres (contractpension?) zij ondergebracht/gewoond hadden.
Het gaat om Eleonora Theresia Bury (weduwe van Roland (Rolly) Richard van Dulken), geboren 14-03-1931 in Semarang en haar kinderen Lissy en Esther. Volgens de kabar angin zijn ze eind 1955 of begin 1956 uit Indonesia vertrokken. Ik heb me rot-gezocht in de passagierslijsten van de repatriëringsschepen en in het Nationaal Archief c.a. maar niets gevonden, en, ik werd van hot naar her verwezen tot ik een ons woog.
Wie mij kan helpen krijgt een hangmat in de Hemel!
Hoor ik iets waar ik blij van wordt? Hartelijk dank bij voorbaat, en een gezond 2022 toegewenst van;
Erik Michels emichels@xs4all.nl
Ze leerden elkaar kennen als correspondentievrienden. Drie jaar lang gingen brieven over en weer van Drachten naar Indonesië. Op 8 januari 1962 trouwden George van den Oudenaller (87) en Tini Veenstra (88) in het Amerikaanse Boston. De zus van Tini had twee correspondentieadressen in Indonesië. “Se hie gjin nocht oan twa en frege my oft… Lees meer bij sa24.nl
Pelita: Dit jaar bestaat Stichting Pelita 75 jaar.
En dat vieren we dit hele jaar tot en met 17 november, de oprichtingsdatum in 1947, onder het motto ‘Pelita 75 Jong’.
We starten op 20 januari met een feestelijke kick-off die we, vanwege de coronamaatregelen, online zullen uitzenden vanuit Museum Sophiahof in Den Haag. Met gesprekken over verleden, heden en toekomst van Pelita; gesproken columns van Yvonne Keuls en Reggie Baay; muziek van vader en zoon Louis en Patrick Drabe; gesprekken met vrijwilligers en leden van de naoorlogse generatie en een vooruitblik op de speciale activiteiten tijdens ons jubileumjaar met Masoek Sadja’s XL en een Landelijke Molukse Ouderendag.De live stream wordt afgesloten met een speciaal optreden van theatermaker Joshua Timisela, ook wel beschouwd als de grappigste Molukker van Nederland.
Presentatie is in handen van Hans Goedkoop.
‘Pelita 75 Jong’ is op donderdag 20 januari vanaf 14.00 uur hier te volgen.
vpro meldt: Het zorgde voor veel beroering eerder deze week: het besluit van het Rijksmuseum om de term ‘Bersiap’ niet te gebruiken bij de tentoonstelling ‘Revolusi! Indonesië onafhankelijk’ omdat het racistisch zou zijn. Historici Lara Nuberg en Remco Raben over de herkomst van ‘Bersiap’ en over of dit besluit terecht is.
Museum Sophiahof zoekt een programmamanager ‘van spraakmakende en aansprekende publieksprogramma’s’
Het betreft een nieuwe functie binnen Museum Sophiahof. De programmamanager ontwikkelt zelfstandig en in samenwerking met partners samenhangende en aantrekkelijke publieksprogramma’s voor diverse doelgroepen. De programma’s vinden vooral plaats binnen Museum Sophiahof, maar kunnen ook op andere locaties in het land plaatsvinden. De programmamanager draagt ook bij aan de inhoudelijke verdieping van het evenementenaanbod.
Vilan van de Loo: In het Nationaal Archief bevindt zich een archief met documenten die de naam dragen: ‘Memories van Overgave’. Wat is dat? Pro memorie: voor de herinnering. Overgave: een korter of langer document van de vertrekkende resident voor de komende resident van dat gebied, waarin de belangrijkste gebeurtenissen en eigenschappen van dat gebied stonden. Dan was de nieuwe man meteen op de hoogte. Ja, een man. Een resident was nooit een vrouw.
Een Memorie van Overgave was dus een ambtelijk stuk, dat deel uitmaakte van de koloniale bureaucratie. Daar kunnen we veel van vinden maar die burecratie was heel goed in bewaren en daar kunnen wij ons voordeel mee doen. Extra fijn: het kan online. Ik heb een uitlegvideo gemaakt.
Gezocht Wie heeft als kind ná de oorlog, van september 1945 tot augustus 1946 in het bevrijdingskamp Tawangsari (bij Malang, Oost-Java) gezeten? Bij voorbaat dank voor je reactie.
Met een voor- en nawoord van Ed Vermeulen
Actie is reactie, oftewel het een haalt het ander uit. Eind augustus 2021 verscheen het verhaal ’Baarnsche Allerhande deel 1’ met daarin onder meer aandacht voor de door generaties leerlingen van Het Baarnsch Lyceum gekende sport- en gymnastiekdocent Jaap Manting. Dankzij een verrassende omweg via internet werd dit verhaal gelezen door Ralph Ockerse (1933), oud inwoner van Soest, al sinds de jaren zestig wonend in de USA. groenegraf.blogspot.com
Indosole Essential soil : leuke slippers van ons nieuwe merk Indosole. Dit merk komt uit Bali en gebruikt oude autobanden om de zolen van deze slippers te maken. Deze oude autobanden zorgen normaal voor veel vervuiling in het milieu. Indosole, opgericht in 2009, probeert dit probleem tegen te gaan door deze banden dus te recyclen en hiervan leuke, duurzame slippers te maken.
Hij stond in de schaduw van de Indonesische nationalisten Sukarno en Hatta,
maar de invloed van Soetan Sjahrir was groot. Onlangs gepubliceerde brieven
van de eerste Indonesische premier aan zijn Hollandse geliefde doen hem
kennen als een onafhankelijk denker en een hartstochtelijk minnaar. rd.nl
Eerder waren er nog plannen om de boostervaccinatie tegen betaling aan te bieden aan mensen die zich een betaalde prik kunnen veroorloven. Op dinsdag (11/1/2022), een dag voor de aftrap van de boostercampagne, maakte president Joko ‘Jokowi’ Widodo echter bekend dat de boosterprik gratis is. ‘De veiligheid van het volk heeft de hoogste prioriteit’ aldus Jokowi. indonesienu.nl
FB: Het allereerste nummer van 2022 is er!Danseres Cheroney Pelupessy siert samen met dit mooie gedichtje van Jessica Anthonio de cover van het januarinummer, deze keer geheel in het teken van Poëzie. Deze maand sprak Moesson met Indisch dichterspaar Robin block en Ellen Deckwitz over je ontheemd voelen en de helende kracht van poëzie, delen we zelfgeschreven gedichten ingezonden door Moessonlezers en hield Dewi de Nijs Bik speciaal voor Moesson een dagboek bij in de aanloop naar de verschijning van haar dichtbundel ‘Indolente’.Dit en nog veel meer lees je in het januarinummer. Deze week op je deurmat óf te bestellen via onze website.
Een Steurtje vertelt: deel 2 – Wedstrijdspelletjes en zwemmen. Frits Geuther, 2004.
Vliegeren Bijna iedereen was bezeten van vliegeren. Vlieger en vliegertouw maakten we zelf. Het zakgeld ging op aan het kopen van papier, touw, houtlijm en bamboestokjes. De vlieger moest zelf gemaakt zijn anders was je geen echte vliegeraar. Het maken van het vliegertouw vergde veel tijd. Het touw, glastouw genoemd, moest namelijk voorzien zijn van een dun laagje poederglas. Je had dan ook handschoenen nodig bij het vliegeren anders sneed je je in de vingers. Vliegeren werd als een sport gezien. Er werden ook gokwedstrijden gehouden. In Nederlands-Indië waren vliegergevechten een geliefde bezigheid en ze werden altijd goed bekeken want het was spannend. De vlieger werd zo hoog mogelijk de lucht in gemanoeuvreerd, vanuit deze hoge positie kon je met een snelle duik de vijand ongenadig aanvallen. Je zag heel hoog in de lucht een vlieger een snelle duikvlucht nemen naar een andere vlieger om het vliegertouw van deze vlieger door te snijden. Als je de strijd verloor, verloor je niet alleen de vlieger maar ook wat vliegertouw. Bij twee of drie verloren gevechten kon je zoveel vliegertouw verloren hebben dat je niet genoeg touw overhield om verder te vliegeren. Vliegers die geen staart hadden mochten niet aangevallen worden. Als een vlieger de strijd verloren had en al dwarrelend naar beneden zweefde dan werd ze achterna gezeten door vliegerjagers. Er werd in bomen geklommen en door plassen gelopen om de vlieger te pakken te krijgen. Zo’n vlieger was meer waard dan een nieuwe uit de winkel omdat ze haar luchtwaardigheid bewezen had.
Tollen Behalve het vliegeren hadden we ook het tollen met eigenhandig gemaakte houten draaitollen. Bij het tollen ging het niet zozeer om het lang laten draaien van de tol maar om de tijd waarin je met jouw tol de tol van de tegenstander kon splijten. De punt van de tol bestond namelijk niet uit een puntig staafje maar uit een kleine beitel. Met behulp van een stuk touw om de tol wierp je je tol in de richting van de tol van de tegenstander in de hoop dat de beitel van jouw tol een stuk tol van de tegenstander wegsloeg.
Krekelgevechten In de krekeltijd, de maanden juni, juli, augustus, vonden de krekelgevechten plaats. De krekels kon je op de markt kopen of zelf vangen in de rijstvelden, je moest dan wel vroeg op pad gaan want de krekels sjirpten alleen in de ochtenduren. Ze sjirpten om te kennen te geven dat ze gevangen wilden worden om aan de krekelstrijd mee te kunnen doen. Het gevecht vond plaats in een arena gemaakt van een bamboekoker van 15 cm lang en 7 cm diameter. Boven de koker waren een paar sleuven waardoorheen een grasspriet gestoken kon worden om de krekels te kietelen en kwaad te maken zodat ze bereid waren te vechten. Het gevecht ging altijd op leven en dood want een vluchtweg was er niet, zowel in- als uitgang waren afgesloten. Voor het gevecht begon werden de krekels een paar keer een stukje omhoog de lucht in gegooid om ze wakker te schudden. De ene krekel ging aan de ene kant de koker in en de andere krekel de andere kant. Als sumovechters naderden de krekels elkaar langzaam en wanneer ze niet verder wilden, moest de grasspriet hen daartoe aansporen. Als een krekel helemaal knock-out was, werd de strijd gestaakt. In mijn tijd als krijgsgevangene zag ik dat in Siam (Thailand) ook kevergevechten werden gehouden met boktorren.
Knikkeren December, januari en februari was het knikkertijd. Met kerstmis kregen de jongens van Pa van der Steur behalve een rubberen bal ook knikkers. Overal werd er geknikkerd, op straat, op school, op de paden, overal. Er werd echt om de knikkers gespeeld. De kampioen knikkeraar kon je herkennen aan het aantal zakken met knikkers die hij bij zich droeg. Als de knikkertijd achter de rug was, werden de knikkers als projectielen van de katapult gebruikt.
Zwemmen Menig Steurtje heeft het zwemmen in de kali (rivier) Progo geleerd. De rivier is niet ver gelegen van de gebouwen van Pa. De gemeente stortte het stadsvuil in deze rivier. Ook mensenlichamen werden er gedumpt. Op een dag zagen we een lijk van een vrouw voorbijdrijven. Ook hebben we eens een lijk op een grote kei zien liggen. De Progo eiste ook offers. Een jongen die een in moeilijkheden geraakte jongen wilde redden kwam zelf in moeilijkheden en verdronk.
Het deed ons niet veel, we bleven toch zwemmen in de Progo. Onze zwemplek lag bovenstrooms boven de gemeentelijke stortplaats. De plek waar we zwommen had niet alleen stromend maar ook stilstaandwater en een klein strandje waar we salto’s konden beoefenen. Na het zwemmen gingen we ons wassen onder een pantjoeran of pancuran, een bamboepijp waaruit irrigatiewater stroomde, om het vuile rivierwater van ons lichaam af te spoelen.
Op een dag tijdens de schoolvakantie verveelden wij, zes jongens, ons rot en besloten toen naar het vijf km verder gelegen zwembad Kali Bening te gaan om daar gratis te zwemmen. Het zwembad had kleine bootjes en een trapeze waar je gratis gebruik van kon maken.
De datum van de 62e Tong Tong Fair is vastgesteld: van 1 t/m 11 september 2022 staat het Malieveld in Den Haag voor ons gereserveerd. We hopen van harte dat de Tong Tong Fair op die datum na ruim drie jaar wachten eindelijk kan plaatsvinden. Meer informatie volgt komende maanden. Tong Tong Fair
Bij de aanstaande tentoonstelling in het Rijksmuseum over de Indonesische onafhankelijkheidsperiode wordt de historische term ‘bersiap’ niet gebruikt. Volgens gastcurator en historicus Bonnie Triyana heeft de term, die geregeld wordt gebruikt voor de gewelddadige periode in Indonesië na de Japanse capitulatie in 1945, een racistische lading, zo schrijft hij in een opiniestuk in NRC. Triyana schrijft dat bersiap werd geroepen door met name jonge Indonesische onafhankelijkheidsstrijders als strijdkreet in een tijd waarin onder anderen Nederlanders die net uit de Japanse kampen kwamen, werden aangevallen. Vervolgens is het woord met name in Nederland gebruikt als naamgever voor die periode: de Bersiap-periode.’Sterk racistische lading’De “sterk racistische lading” van het woord, dat in het Indonesisch “sta paraat” betekent, zit volgens Triyana onder meer in het gegeven dat de term met name door Nederlanders wordt gebruikt en doelt op “primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders van de gewelddadigheden”. Dat is volgens hem “niet geheel vrij van rassenhaat”. NOS
Arthur Erland Smith was geboren 1886 in Soerakarta en overleed in 1965 te Goor. Hij was commies bij de Posterijen op Java.
Ouders Alexander Smith (1862 Soerakarta- ) en Charlotte Mariana Portier (1867 Soerakarta-). Twee families die voor 1800 ontstonden te Soerakarta, maar hoe precies is onduidelijk.
Arthur huwde in 1911 met Erlandina Heidenreich (1886 Kendal-1918 Batavia), dochter van Nicolaas Heidenreich (ca 1855 – 1916 Temanggoeng) en Louise Heidenreich (1858 Semarang – )
Na overlijden van Erlandina hertrouwde Arthur ca 1923 met ..
…. Laura Kneefel, geboren 1898 in Klaten. Dochter van Jacobus Albertus Kneefel (1851 Soerabaja – 1916 Semarang) en Jacoba Anna Catry (1874 Djokjakarta – 1920 Semarang). Jacobus was zoutverkooppakhuismeester in Tanara, later Laboean en sinds 1891 te Klaten, waar hij pensioneerde in 1900. Stamouders Kneefel waren Barbara Tawaris uit Ternate (1743-1809) en steenhouwer Carel Friederik Kneefel van Dresden (1725-1787) die in 1749 met het VOC-schip Oudcarspel arriveerde.
De 100-jarige is tijdelijk ingetrokken bij zijn zoon en schoondochter. Hij is herstellende van een operatie en wil zijn bijna 99-jarige echtgenote niet tot last zijn. Regelmatig is hij te vinden in de fitnessruimte in de kelder van zijn logeeradres. Zijn zoon laat foto’s en een filmpje op zijn smartphone zien van zijn sportende vader: op de loopband, op een fiets en trekkend aan het gewicht van een krachtstation. Thuis fietst Bannink elke dag 15 à 20 minuten op de hometrainer. ‘Ik heb er niet altijd zin in, maar dwing mezelf ertoe, om in conditie te blijven.’Geconcentreerd vertelt hij tot in de kleinste details over zijn persoonlijke geschiedenis.
Wat is uw mooiste jeugdherinnering?‘Het gelukkigst was ik als kind op de koffie- en rubberplantage op Oost-Java, waar we vanaf mijn 7de woonden. Mijn vader was er administrateur, manager zou je nu zeggen. Ik ben geboren op een rubberplantage in Malang, maar ik hield meer van koffieplanten, want die bloeien zo mooi, met hun witte takken. Ik genoot van buiten zijn, van de bedrijvigheid op de plantage en de natuur in de omgeving. We woonden aan de voet van de Semeru, met 3.676 meter de hoogste berg op Java De Volkskrant
Eddy Zittir: „Ik woon al wel bijna heel mijn leven in Alphen, maar ben geboren in Indonesië. Vanaf de middelbare school ben ik als kind met mijn ouders naar Nederland verhuisd. Er woont nog wel familie in Indonesië, dus af en toe gaan we op bezoek. ” Leidsch Dagblad
Tot op de dag van vandaag vragen Nederlandse vrouwen de Japanse regering om erkenning voor wat hen is overkomen. Onderzoeksjournalist Griselda Molemans schreef in 2020 het boek Levenslang Oorlog over de Japanse dwangprostitutie tussen 1932 en 1945. Ze beschrijft daarin hoe in Nederlands-Indië minimaal 70.000 vrouwen en meisjes door Japanse militairen tot prostitutie werden gedwongen. In een officieel rapport uit 1994 noemde Nederland zelf veel kleinere aantallen: 65 tot 300 vrouwen.
De getuigenissen van deze vrouwen waren tot nu toe meestal niet (volledig) openbaar. Maar elk jaar worden bij het Nationaal Archief op Openbaarheidsdag verschillende documenten opvraagbaar die eerder niet of alleen onder voorwaarden in te zien waren. Dit jaar zijn dat onder andere documenten over de (dekolonisatie)oorlog in Nederlands-Indië. LINDA.nl
In het heuvelachtige midden van Sulawesi, het vroegere Celebes, ligt Toraja-land. Het gebied staat bekend om zijn bijzondere architectuur en begrafenisrituelen. Het is uniek in de wereld en komt alléén voor op Sulawesi.
Maar wat zegt dit over Toraja, praktijk voor natuurgeneeskunde, Veendam?
Toen Loes Smid voor de eerste keer van haar leven voet zette op Sulawesi voelde dat als een thuiskomen. “Heftig,” vertelt ze. Mijn (voor)ouders komen uit dit deel van het huidige Indonesië, de vroegere Indische Archipel. “Ik merk aan alles dat mijn genen verbonden zijn met Sulawesi,” doet Loes uit de doeken. “Als we als kind iets mankeerden, behandelde mijn vader ons door met warme natte, bijna hete, handdoeken met etherische oliën de plek des onheils te verzorgen. Zeker weten dat het de andere dag over was!”
Over haar oma vertelt Loes dat het een échte kruidenvrouw was. Die plukte zelf de kruiden en maakte er olie van. Klachten als migraine maakten door deze behandeling plaats voor levensblijheid. parkstadveendam.nl
Mail 1 Beste, mijn man is Indo en geboren in Bandung. We wonen in Nederland, maar willen ons orienteren om misschien naar Curacao te gaan emigreren. Wij vroegen ons af of er veel of enkele Indo’s daar wonen. Al zoekende ben ik op deze site gekomen. Interessant om te lezen elders dat er 6.000 toen tertijde Indo’s naar Curacao emigreerden. Mijn man zei een paar dagen geleden: indo’ op Curcao, ken niet! In ben nu benieuwd hoe het leven op Curacao zal zijn, is als Indo. Toch fijn om te weten dat er wel enkelen of meerderen er wonen. Hoop wat van u te vernemen, met vriendelijke groeten ja? … de indo’s uit Nederland.
Mail 2 Download The_Esperanto_movement_in_the_Dutch_East_Indies_and_Indonesia_
Mail 3 De NRC Boeken had vandaag zo’n lovende recensie over het boek van Suze Zijlstra…………..ik stuur het je, maar als je geen abonnee bent, kan je het misschien niet lezen – of heb je een computer-om-de-tuin-leiden –truuk? Fijne dag en het komende jaar hopelijk heel veel interessants in Indisch4ever en blijf je een enthousiast verzamelaar van Indisch Nieuws!! Dag! en hartelijke groet, NRC vandaag, 7-1-2022, Suze Zijlstra ‘’De Voormoeders’’ Over de schrijfster Suze Zijlstra, maar het artikel is wel al van 23 aug. 2021 toen haar boek nog niet verschenen was. NRC-artikel:
Bijgaande schoolfoto van een schoolklas van mijn vader, Hans Vermeulen, dateert van 1939 (of daarna). In die tijd woonden mijn grootouders in Bandoeng na uit Den Pasar te zijn gekomen.
Het is een mooie foto met duidelijk herkenbare gezichten. Helaas is mijn vader niet meer in leven en kan ik niemand meer vragen waar en wanneer deze foto genomen is. Wellicht herkennen uw lezers iemand of vinden zij het leuk.
Beste groet, Robert Vermeulen , Voorburg
Woensdag gehaktdag…. Ik wilde eens iets anders maken dan gehakt, aardappels en sperziebonen. Ik had ook wel zin in iets Aziatisch, maar kun je Hollandse pot combineren met Aziatisch. Zou toch moeten kunnen dacht ik. Ik heb diverse recepten van internet en kookboeken gecombineerd en heb uiteindelijk een super lekkere Indische gehaktschotel met sperzieboontjes en aardappelpuree gemaakt. Heerlijk, zo zie je maar dat fusion koken echt leuk en lekker is. BonApetit
Op 22 februari 1944 begint de ellende in het Jappenkamp Gedangan in Semarang (Java). ,,Er kwam een hele deputatie Jappen het kamp in die onze meisjes wilden weghalen voor de bordelen”, verklaart een vrouw na de oorlog in haar proces-verbaal tegenover de Nefis, de Nederlandse militaire inlichtingendienst.
Onthullingen over seksslavinnen: Japan financierde oorlog met ‘troostmeisjes’Alle meisjes en vrouwen tussen 16 en 30 jaar worden opgeroepen naar het kantoor van de kampcommandant te komen. Ze moeten een voor een langs een tafel met Japanse militairen paraderen.Het is een vleeskeuring door een ‘jury’. De Japanners grappen en grollen. De jonge vrouwen moeten een paar vragen beantwoorden. Achter hun namen op de lijst wordt een kruisje of een streepje gezet. ,,De meisjes die er leuk uitzagen, vermoedden niets en gingen zo naar het kantoor, waar ze voor de keuringscommissie kwamen”, verklaart de getuige.
(…)
De wanhoop is groot. Oudere vrouwen bieden zichzelf vrijwillig aan voor de bordelen, sommigen om de meisjes te redden, anderen in de hoop op een luxer leven. Als de Japanners dat weigeren, komen de vrouwen van Gedangan collectief in verzet. ,,Alle vrouwen, moeders of niet, besloten geen enkel meisje het kamp uit te laten gaan.’’ Terwijl Japanse militairen klaarstaan om de meisjes mee te nemen, stormen de vrouwen met stokken en gaspijpen op de Japanners af. De militairen lopen met hun klewang tussen de joelende menigte door, maar het lukt ze niet om de meisjes door de poort te krijgen. ,,Gelukkig hebben wij gezamenlijk het gevaar kunnen afwenden, waarmee we onszelf plusminus 1,5 jaar van erge terreur op de hals haalden, maar de meisjes van Gedangan waren gered.” ad.nl
Een Steurtje vertelt: deel 1 – Van klein naar groot. Frits Geuther, 2004.
Kinderafdeling In 1930 bracht mijn vader mij en mijn broertje Otto, zijn oudste kinderen, met de trein naar Magelang, naar het tehuis van Johannes van der Steur. Bij Pa van der Steur werden wij geplaatst in de afdeling waar kinderen tot 8 jaar zaten. Deze kinderafdeling werd geleid door Juffrouw Otto die geholpen werd door oudere meisjes van de meisjesafdeling. Deze meisjes zaten niet meer op school, ze waren in afwachting van een baantje of van een huwelijkskandidaat. De meisjesafdeling werd geleid door Anna Zwager, “Moe van der Steur”, de echtgenote van Pa. In de kinderafdeling had ik het niet slecht. Ik kreeg veel knuffels en snoepjes van de meisjes die op ons pasten en heb veel aandacht gekregen.
Ook een zwart meisje van Surinaamse afkomst kreeg veel aandacht. Je kunt wel zeggen dat dit zwarte meisje de lieveling was van alle meisjes. Onlangs zag ik op TV een programma over een kinderopvang in Amsterdam. Aan het woord was de eigenares. Ze vertelde wie ze was en dat ze een Steurtje was! Toen wist ik het, dit moest haar zijn. Er was maar één zwart meisje bij Pa. Ze was mooi en erg geliefd. Nu is ze van ongeveer mijn leeftijd en wat gezet. Maar aan haar gelaatstrekken zag ik dat ze het was.
Kleinejongensafdeling Ik werd ouder en groter en hoorde niet meer in de kinderafdeling thuis en werd overgeplaatst naar de kleinejongensafdeling. Ik kwam terecht bij zeker 100 leeftijdgenoten. Al deze jongens sliepen bij elkaar in een grote slaapzaal. De bedden stonden naast elkaar in vier rijen. Het waren eigenlijk kribben die uit ijzerwerk bestonden waarop een soort brancard rustte. Opstaan. Als de bel, een kleine torenklok, zes keer luidde, dan moesten we uit bed. De geborgenheid, die je in de kinderafdeling had, was je kwijt. Niemand knuffelde je, niemand las je uit een boek voor, niemand troostte je als je verdriet had. Je moest voor jezelf zorgen en opkomen. Ik kreeg een hansop, een handdoek, ondergoed, een grijs uniform met een kleine opstaande kraag en een pet, een emaille bord en een emaille mok, een tinnen eetlepel en een houten kistje om mijn spulletjes in te doen. Dat kistje moest onder het bed geplaatst worden. De pet en het grijs geblokte uniform waren voor de school, de kerk en andere bijzondere gelegenheden. Meestal had de pet geen lange levensduur. De hele dag had je de hansop aan, met een zak vóór op de buik. Die buikzak was een goede uitvinding, je kon er van alles in stoppen én er werd ook van alles ingestopt tot dode vogels aan toe.
Nummer Er werd ook een nummer van drie cijfers gegeven dat je goed moest onthouden. Al je kleren en eigendommen en het kistje moesten van dit nummer voorzien zijn. Alle vuile kleren van de kinderen werden op een grote hoop gedaan en gewassen. Na de was werden ze nummersgewijs in de kasten gedaan. Ik weet mijn nummer nu nog: 631, ook dat van broertje Otto: 211 en van twee anderen. Velen kennen hun nummer en dat van anderen tot op heden ook nog. Dat vergeet je niet. Een jongen kon het getal drie niet uitspreken, zijn nummer weet ik nog. Als je hem vroeg wat zijn nummer is dan antwoordde hij “diehondeddie”.
Vriend en knechtje In de kleine jongens afdeling moest je voor jezelf zorgen en voor jezelf weten op te komen. Er waren geen oudere meisjes die op je letten, die je troostten of hielpen, alles moest je zelf doen. Je zocht een vriend met wie je samen een plaaggeest te lijf kon gaan of een vriend, een grote sterke, bij wie je bescherming kon krijgen. Je was dan zijn “knechtje” die zijn etensbord afwaste en kleine klusjes deed.
De oppasser Toezicht op de kleine jongens werd gehouden door een door Pa aangestelde werkeloos Steurtje. Hij hield niet alleen toezicht maar zorgde er ook voor dat alles goed reilde en zeilde. Hij zorgde er voor dat de kinderen op tijd naar bed gingen en de voeten wasten voor het naar bed gaan, hun kleren op tijd in de was deden, op tijd naar school gingen, in de rij naar de eetzaal liepen, in marscolonne naar school liepen, enz. Deze oppasser had een kamer met bed en tafel bij de slaapzaal. Hij mocht de kinderen ook slaan, soms ging het er hard aan toe.
Grotejongensafdeling. Een jaar of twee later ging ik over naar de grotejongensafdeling. Ik werd te groot en te oud voor de kleinejongensafdeling. Er was ook een kleinere slaapzaal waar maar twee rijen bedden stonden met in het midden een lange tafel met zitbanken waar je je huiswerk kon maken. Naar school gaan mocht je nu op eigen gelegenheid en mijn zakgeld werd meer. Als ik me niet vergis kreeg ik toen 10 cent per week. Er veranderde niet veel voor me behalve dan dat ik van slaapzaal moest veranderen, een ander uniform en een grotere houten kist kreeg. Nu kon ik zelf een knechtje hebben. Hiertegenover stond dat ik mijn knechtje moest helpen wanneer hij door een grote jongen werd geplaagd of geslagen.
In dit handzame boek neemt Titi Waber, chef-kok van het gerenommeerde restaurant Blauw, je mee op sambalreis door de Indonesische archipel. Van de noordelijke kant van Sumatra tot de Kleine Soenda-eilanden. Je proeft het verschil in sambal, door de verscheidenheid van kruiden, specerijen en de lokale producten die erin verwerkt worden. Zo leer je sambal uit elke streek van Indonesië
te herkennen. Kookwinkel Oldenhof
Volkskrant maart 2021: De Indonesische keuken hoeft niet moeilijk of tijdrovend te zijn, zegt chef Titi Waber. Maar gebruik verse ingrediënten en begin bij het begin: boemboe.
Hilda Breitkopf (1958) werd in Indonesië geboren. Haar ouders wilden aanvankelijk blijven maar zouden uiteindelijk in 1964 als spijtoptant naar Nederland komen. Haar verhaal is opgetekend in Indisch Cahier Nijmegen en wordt voorgelezen door Gerda Lamers en Peter van Riel De Indische Podcast
Het archief van Indisch4ever is best wel te filmen !!
......................................
.......... Bekijk ook de archipelsite met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. !
Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel