Bersiap, uiting van rassenhaat

Veel ophef over bersiap, al vier weken .
Peter Rufi uit Geldrop vertelt. Herinneringen, overwegingen. 

Bersiap, uiting van rassenhaat

1.Dood aan de kolonialen.
Belanda di runtjing, Amerika di strika, Ingris de linggis, Singkeh di tintjang enz.
Ik hoor ze het nog uitschreeuwen en gillen, de Pemoeda’s van de Bersiap, toen ze door de straten van Makassar liepen met bambu runtings en parangs. De rillingen lopen nog altijd over mijn rug en het koud zweet breekt mij uit als ik aan die periode terug denk. Hollanders aan de spies, Amerika onder het strijkijzer, de Engelsen bewerken met breekijzers, van Chinezen gehakt maken. Ook Molukkers, Indiërs en Pakistanen werden niet vergeten. Maar vooral de Indische Nederlanders kregen het zwaar te verduren. Zij waren allemaal de vijand, omdat zij de koloniale belandas hebben gediend.
De haat van de Bersiap was voor 100% gericht op niet-Indonesiërs. Het was dus wel degelijk rassenhaat. Ook al zijn er slachtoffers gevallen onder de eigen Indonesische bevolking, die rijk zijn geworden door voor en met de Belanda’s te werken.
Het Rijksmuseum kan dit onmogelijk ontkennen en het is daarom ronduit schandalig dat zij de Bersiap niet wilde opnemen in hun tentoonstelling.
Gelukkig zijn zij tot inkeer gekomen.

2.Beweegreden Rijksmuseum.
Maar wat was nu reden waarom het Rijksmuseum de Bersiap wilde schrappen?
Het is voornamelijk de opvatting van Bonnie Triyana, Indonesisch historicus. Hij is hoofdredacteur van het online-tijdschrift Historia en secretaris van de Indonesische regeringscommissie die de teruggave van historisch erfgoed door Nederland moet begeleiden. Volgens hem heeft het woord Bersiap een sterk racistisch lading, omdat het geweld enerzijds gericht was op de “Belandas”, de Indische Nederlanders- de Indo’s, de Molukkers, de Chinezen, Indiërs en Pakistani, allen niet-Indonesiërs. Rassenhaat dus van Indonesische zijde. Anderzijds was het koloniale kwalificeren van de Indonesiërs als primitieve en ongeciviliseerde wilden, eveneens rassenhaat. Om te voorkomen dat oude wonden weer zouden worden open gereten, was het beter de Bersiap niet te benoemen. De rassenhaat legt hij wel voornamelijk bij de “Belanda’s en de Indo’s, en benadrukt dat het Bersiapgeweld ook gericht was op rijke Indonesiërs, die met en voor de Belanda’s hebben samen gewerkt. N.m.m. is het hem niet gelukt om: “de kool en de geit” te sparen.

3.Historicus Raben.
De ruggesteun die hij dacht te hebben van historicus Raben, die o.a. stelt dat: de Indonesische zienswijze door de Nederlanders als irrelevant wordt weggezet, mocht niet baten. Deze historicus is bepaald niet objectief, uitgesproken anti-kolonialisme en zeer pro-Indonesië. De directeur van het Museum heeft terecht afgezien van zijn rol als adviseur bij het opzetten van de tentoonstelling.
Hoe het ook zij, het geweld tijdens de Bersiap is door beide partijen gebruikt.

4.Wake-up call voor MERDEKA.
De Bersiap was het trompetsignaal, de klaroenstoot, het startschot voor de Indonesiërs om op te staan, de wapens te grijpen en tot de aanval over te gaan voor de beslissende strijd om onafhankelijkheid en vrijheid: MERDEKA!
De Bersiap was al begonnen vanaf het moment in de 16e eeuw dat de Portugezen, de Engelsen en uiteindelijk de Hollanders, voet aan wal zetten op de Indonesische eilanden. Verzet en opstand tegen uitbuiting, slavernij en mishandeling hebben voortgewoekerd tot halverwege de 20e eeuw en werden steeds met bloedig geweld neergeslagen. Dat voedde de haat en wraakgevoelens. Tot Japan in 1941 oost- Azië wakker schudde en de kwetsbaarheid van de koloniale machthebbers aantoonde. In Nederlands-Indië verloor in één klap de regering het gezag aan de Japanners en dat duurde tot 15 augustus 1945. In die 4 jaar werkte Sukarno zijn plannen uit voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Toen Japan capituleerde, ontstond er een machtsvacuüm, die hij wilde uitbuiten. In dat gat sprongen de voornamelijk jonge opstandelingen/vrijheidsstrijders, de Pemoeda’s met hun Bersiap. Zij waren de voorlopers, de stoottroepen van de onafhankelijkheidsstrijd. Zij zijn actief geweest van augustus 1945 tot november 1947, eerst als Bersiap-strijders en vervolgens mede o.l.v. generaal Abdul Harris Nasoetion als guerilla’s . Alle opgekropte haat en woede barstte los en werd verergerd door de komst van Nederlandse troepen. Die moesten de orde en rust herstellen en Indië weer veilig maken voor een voortzetting van het koloniale gezag. Twee politionele acties: operatie Product en Kraai werden opgezet en uitgevoerd. Deze acties waren geografisch beperkt tot de gebieden rond de steden Batavia, Bandoeng, Djokja en Soerabaja. De veroverde en “gepacificeerde” gebieden werden van de “buitenwereld” gescheiden door demarcatielijnen. Deze lijn mocht niet overschreden worden. Vrijheidsstrijders die in “ons” gebied onrust stookten, mochten tot die lijn worden bestreden en achtervolgd. Eenmaal over de lijn en veilig in hun gebied stonden ze onze jongens te provoceren.

Twee van mijn ooms zaten bij het KNIL. Een van hen was marechaussee en heeft in die tijd regelmatig dienst gedaan aan die demarcatielijn en was duidelijk gefrustreerd over hun machteloosheid. Een neef van mij zat als dienstplichtige bij de genie en is regelmatig beschoten tijdens het bouwen van bruggen of bij het mijnen ruimen. Als zij hun verlof bij ons door brachten, vertelden zij in gruwelijke details wat ze meegemaakt hadden en hoe onze jongens bijna net zo gruwelijk reageerden. Zij vertelden ook dat het een onbegonnen zaak werd en we nooit zouden kunnen winnen. In Makassar op Celebes, waar wij na de bevrijding van 15 augustus 1945 woonden, werd er ook flink huisgehouden door de opstandelingen. Australiërs en Gurkha’s hebben daar toen bij afwezigheid van het Nederlands gezag, getracht het geweld te beteugelen. Maar eerst na de komst van het Korps Speciale Troepen met o.a. Westerling, werd het geweld tijdelijk de kop ingedrukt. Maar toen zij vertrokken kwam het geweld nog heviger terug. Bijna dagelijks werden wij geconfronteerd met sporen van geweld, zoals lijken van soldaten met doorgesneden kelen in een betjak(bakfiets voor personenvervoer), of langs de weg in de sloot.
Toen we bij mijn oma in Soerabaja logeerden (mijn oma en mijn tantes waren tijdens de Japanse bezetting zg.buitenkampers) vertelde zij ons van de gruwelen in de Simpangclub en over de moordpartij op vrouwen en kinderen van het Gubeng-transport. Zelf zijn wij ternauwernood aan een slachtpartij ontsnapt, toen we van Soerabaja naar Tretes, een ontspanningsressort in de bergen boven Soerabaja, onderweg vastliepen bij een locatie waar een rampok- en slachtpartij had plaats gevonden. Onder militaire escort mochten we verder rijden.

5.Soevereiniteitsoverdracht: einde Bersiap en geweld.
De vrijheidsstrijders wisten al snel, dat Nederland bakzeil moest halen, temeer omdat de VN met de VS voorop, er op aanstuurden dat Nederland de kolonie zou opgeven. Met die wetenschap werd het geweld nog eens extra opgevoerd, waardoor nog meer Hollandse jongens onnodig sneuvelden en de Indo’s, Molukkers, Chinezen, Indiërs en Pakistanen het geweld nog langer te verduren hadden.
Eerst toen op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht een feit werd, kwam er geleidelijk een einde aan het geweld van de Bersiap en de guerrilla, dat met de onafhankelijkheidsstrijd gepaard ging.

6. Bersiap en geweld in de herinnering.
Twee keer heb ik een grote rondreis door Indonesië gemaakt( 1989 en 2008). Ik wilde in ieder geval Bandjermasin op Borneo zien, waar ik “uit de klapperboom werd gespiegeld” zoals mijn pa mijn geboorte noemde. Daar ben ik 3 maanden na mijn geboorte weg gegaan en nooit meer teruggekeerd. En verder alle plaatsen waar ik tot mijn vertrek naar Nederland, heb gewoond en naar school ben geweest. Vanwege ons “nomaden bestaan”,( mijn vader werkte voor de BPM en kreeg na de oorlog de opdracht om olie-installaties in de buitengebieden die door de Jappen werden vernietigd, weer op te bouwen en in werking te stellen) hebben we door practisch de hele archipel gezworven. Medan, Palembang, Pangkal-Pinang, Djakarta, Bandung, Semarang, Djokja, Soerabaja, Malang, Pontianak, Makassar, Bali, Soembawa, Flores, Timor etc.
Tijdens mijn omzwervingen heb ik met veel Indonesiërs jong en oud gesproken over allerlei zaken: tempo doeloe, de oorlog en de Jappen, de Bersiap en de onafhankelijkheidsstrijd, de Pemoeda’s, de politionele acties, de overdracht en het onafhankelijk worden van de Republik en vooral het Indonesië van nu.
Een aantal opmerkingen hebben me wel geraakt:
a. toen ik zei: bapak, weet je wat mij opvalt aan jullie? Jullie zijn zo veranderd, vrijer en jullie praten meer. Nou tuan, dat ziet U wel verkeerd, hoor! Niet wij, maar jullie zijn veranderd. Jullie praten nu MET ons en niet TEGEN ons. En jullie luisteren ook naar ons. Na, itu ja, dat is veranderd!
b. over tempo doeloe kreeg ik te horen: ja voor jullie was dat een mooie tijd; voor ons soms ook,,hoor. Maar meestal niet; alleen maar ja mnir, tuan/ tida meprau/njonja, en opdienen en buigen. Adoe, heb nog pijn in mijn rug, ja.
c. over de oorlog: adoe, kasian ja, jullie. Dipukul terus; Djepang djahat betul , ja.( ai zielig voor jullie, almaar geslagen worden door slechte Jappen).
d. over de buitenkampers: ze waren zeer begaan met hun lot, want ze zagen heel goed dat die tussen twee vuren zaten: de Jappen en de opstandige Pemoeda’s.
e. over de Bersiap en de Pemoeda’s: adoe, itu ja djelek, djahat betul( dat was lelijk en echt slecht); bisa mengerti, tapi djahat betul( kan het wel begrijpen, maar het is echt slecht). De Pemoeda’s waren in hun ogen losgeslagen kwajongens, maar levensgevaarlijk. Maar jullie hadden toch ook de Geuzen in de 80jarige oorlog tegen de Spanjaarden en in WO II tegen de Duitsers?
Wat ze de Pemoeda’s het meest kwalijk namen, was zo als zij dat uitdrukten: ini ja, dia bikin malu bangsa( ze brachten de natie in verlegenheid); en kita tida mau kehilangan muka( wij wilden geen gezichtsverlies lijden! Voor oosterlingen is gezichtsverlies een grote schande.

Het waren best goede gesprekken, waarbij ik toch wel het idee kreeg, dat mij een spiegel werd voorgehouden. Merkwaardig genoeg klonk in de gesprekken heel vaak door, dat zij het vreemd vinden dat wij, de Nederlanders, steeds maar weer de geschiedenis aan het oprakelen zijn. Pertjuma, zeggen ze, voor niets; gedane zaken nemen geen keer. Het meest viel mij op de nuchterheid en realiteitszin van zowel de ouderen als de jongeren wanneer zij op hun eigen wijze hun conclusie samenvatten:
“Ach bapak, itu ja, sudah lama, sudah habis, kenapa membawa lagi itu? Sudahlah!”
“Ach bapak, dat is al lang geleden, is al lang voorbij, waarom dat weer oprakelen? Laat maar!

Peter Rufi. 5 februari 2022. Geldrop.

Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

29 reacties op Bersiap, uiting van rassenhaat

  1. R.L. Mertens zegt:

    @PeterRufi; ‘sudah lama etc.’- Ach, als overwinnaars zijn zij natuurlijk hoffelijk in hun uitingen. In de jaren ’80 werd ik eens lachend door de gastheer begroet met; ‘ zult gij nog langer ons vertrappen, Uw harten vereelten door het geld? En doof voor de eis van recht en rede, De zachtheid tergen tot geweld….’ Ik lachte zuurzoet en was perplex; als een voorbode van bersiap! ( thuis opgezocht; uit de vloekzang van Sentot; de laatste dag der Hollanders op Java! Afgedrukt in de Multatuli 4e druk 1875! Idem opgenomen in HC.Beynon; Verboden voor honden en inlanders! -Sentot= legeraanvoerder van prins Diponegoro in de Java oorlog.- Mijn gastheer was duidelijk belezen; sprak perfect Nederlands. Op mijn vraag hoe hij onze tempo doeloe heeft ervaren, vroeg hij mij waarom ik dat wilde weten. ‘Van u als Indonesiër, die het bewust heeft meegemaakt ( hij was wat ouder als ik) wil ik het graag(!) weten/vernemen’; in Batavia jr.’20/’30 had de tram 3 klassen; de 1e klas uitsluitend voor de blanken, de 2e klas voor blank en bruin, de laagste klas, een open rijtuig uitsluitend bestemd voor Inlanders/pasar gangers. ‘Jullie Europeanen; goed gekleed, droegen altijd schoenen. En wij Indonesiërs veelal sandalen. Veelal stond ik; en bij een beschikbare zitplaats; trapten de binnenkomende Europese( ook Indo’s!) jongens mij veelal opzettelijk op mijn tenen. En keken mij dan strak in de ogen…..

  2. Boeroeng zegt:

    Dit is een foto van een tekst in zaal Geweld op de expositie Revolusi
    Het woord bersiap is niet geschrapt, was niet taboe verklaard.
    Ik neem aan dat deze gedrukte tekst er al was voor 10 januari.
    En dat door het schrijven van Triyana en de koppen die de NRC zette (ook in een ander artikel) het idee ontstond dat het woord bersiap verbannen was en zelfs het indonesisch excessief geweld op burgers niet of nauwelijks getoond wordt.
    Ik neem aan dat de expobouwers de periode najaar 1945 cq beginmaanden Indonesische revolutie niet wilde noemen met de bijnaam bersiap.

    Ik neem ook aan dat de expo toch te weinig het Indonesisch bruut geweld zal tonen.
    Maar het is even afwachten op de recensies en wat de bezoekers vertellen.

    De januariophef heeft ook laten zien dat er veel leed, emotie en boosheid is over de vervolgingen in die maanden van 1945. In mijn herinnering hebben Indische mensen niet eerder zo hun stem laten horen.
    Wat mee speelt is dat het anno 2022 veel makkelijker is je te laten horen via internet.
    Je kunt ook denken dat het verdriet, de angsten, de boosheid langere tijd is weggestopt en daarom zo ineens uitbarst.

    • Bung Tolol zegt:

      Die Laatste zinnen Vanaf De Januariophef slaan de spijker op de kop .De meeste mensen ,die die Bersiap als kind hebben meegemaakt zijn nu al van hoge leeftijd ,echte erkenning van hun leed als kind meegemaakt hebben ze nooit gekregen en nu komt er doodgewoon een Indonesische historicus verklaren “” Ja die term Bersiap kan echt niet meer hoor ,die is racistisch ! “” Ja dan slaan de stoppen door bij die mensen ,die dat als kind hebben doorgemaakt en inderdaad via het Internet kunnen die mensen makkelijker hun gram halen .Angsten en boosheid wegstoppen is geen goed idee ,laat het maar los komen !

    • Boeroeng zegt:

      NRC meldde 3 weken terug dat direct na het opiniestuk van Triyana zij veel ingezonden brieven kregen.Per email of papieren brieven ? Maar als de krant meldt ‘veel’ dan is er wel iets uitzonderlijks gebeurd.
      Ik zag het niet aankomen, natuurlijk. De expositiebouwers zagen het nog minder aankomen dus….. en is dat niet-zien medebepalend op de hoeveelheid ruimte die ze hebben genomen voor het excessief Indonesisch geweld op burgers
      Hoe meet je die ruimte ? In oppervlakte vierkante meters op de muren of vloeren ?
      Hoeveel % moet er dan besteed worden aan dit excessief geweld
      10% ? Moet het 20 % zijn.
      En hoeveel is het geworden ?

      • Bung Tolol zegt:

        10% ? Moet het 20 % zijn .Maakt volgens mij niet uit welke hoeveelheid ruimte er besteed is geworden aan dat hoofdstuk Geweld .Het gaat er om welke beelden ze laten zien ,schokkende beelden van kleine kinderen ,die getjintjand werden of in putten werden gedonderd ,dat zijn beelden ,die aanslaan bij het “” grote publiek “” ,dat zijn beelden die een schok-effect geven .Die beelden zijn er wel ,geloof mij nou maar .Ik geloof alleen niet dat die beelden getoond worden ,Nee hoor vergeet het maar ,let maar op ! Wat gebeurde er in Duitsland toen die concentratie kampen ontdekt waren ? Er werden foto,s gemaakt ,die gingen de wereld rond ,schok en ontzetting brachten die foto,s teweeg .Dat kunnen we bij die tentoonstelling in het Rijks-Museum wel vergeten .Die organisatoren proberen de kool en de geit te sparen .

        • Bung Tolol zegt:

          @ De kool en de geit sparen in het Indonesisch Simpan kubis dan kambing .Het betekent gewoon beide partijen tevreden willen stellen .

      • Boeroeng zegt:

        Wat er toen gebeurde was voor Nederland ver-van-mijn bed.
        In Indische kringen zijn de familieverhalen verteld over de vervolgingen , Niet in de families te Nederland. De 4 expositiebouwers (2 Nederlanders, 2 Indonesiers) zijn niet met die verhalen opgegroeid. Hun band met die slachtoffers is veel minder. Het racisme-verwijt van Triyana laat dit zien.
        Dus… kun je verwachten dat de verhalen over extreem Indonesisch geweld op burgers in de marge zijn gezet op de expositie.
        Derhalve worden Indische mensen boos — terecht of onterecht-
        Plus, deze maand ook de boeken van het dekolonisatie-onderzoek. Hoeveel aandacht is daar voor Nederlandse slachtoffers. En hoe manifesteert de doofpotneiging zich over Nederlandse excessen, hoeverre wordt dit verborgen door te wijzen op Indonesische excessen.

  3. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

    Anna Sophie Uhlenbusch ligt samen met 13 andere personen (familie Lapré, Uhlenbusch en Van Wijk) in een verzamelgraf Balapoelang op het Nederlandse ereveld Kalibanteng te Semarang begraven. Zij hebben het “Geluk” gehad een waardige begraafplaats te hebben gekregen. Zij worden herdacht in het Rijksmuseum.

    Op het massagraf staat Balapoelang, dat de verwijzing is naar de Suikerfabriek S.F. Balapoelang waar zij allen op 11 oktober 1945 werden afgeslacht. Maar er zijn honderden, nee duizenden onbekende slachtoffers , die geen waardige begraafplaats hebben, waarvan de nabestaanden niet de mogelijkheid hebben hun te herdenken, laat staan dat zij als slachtoffer erkend worden.

    Dat is voor mij het grote drama van de Bersiap.

  4. ellen zegt:

    Er is nog weinig geschreven over de Indonesische slachtoffers van de bersiap. Men spreekt toch van een veelvoud aan Indonesische slachtoffers door toedoen van nationalistische vrijheidsstrijders. Een verkenning hiertoe is een artikel van Tom van den Berge: Indonesisch geweld tegen de burgerbevolking in West-Java, 1945-1949.

    https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/item%3A3180855/view

    • Boeroeng zegt:

      Ik verwacht toch meer informatie over de Indonesische slachtoffers van Indonesisch excessief geweld binnenkort in de boeken van het dekolonisatie-onderzoek.
      Ook meer informatie over slachtoffers van Nederlands excessief geweld.
      Bereid je voor

      Ber Siap ……. lente 2022

    • R.L. Mertens zegt:

      @ellen; ‘Indonesische geweld etc.’- Ook conform dit artikel is het voor mij een klaarheid(!), dat de verloochening(!) van het Atlantisch Handvest (voorloper VN) door Nederland in het 1e gesprek met de Republiek Batavia 4/10-’45 tussen vd.Plas ass.van Mook-Hatta; ‘geen zelfbeschikkingsrecht = geen merdeka!, de kern(!) van het conflic ist! En derhalve de oorzaak(!) is van alle(!) ellende daarna, die zowel de Indische/Nederlandse- en Indonesische gemeenschap heeft getroffen/ moeten ondergaan! Het Nederlands politiek beleid 1945-1949 van Romme, Logemann, Drees sr, Beel ea. hebben dit op hun geweten. *Bersiap is door Nederland uitgelokt ( Indië verloren ramspoed geboren)! De Britten hebben ons gewaarschuwd, dat wij Indische(!) families(vrouwen, kinderen, oudjes- zonder vaders!), buiten de beschermde kampen in gevaar waren. Echter van Mook in gesprek met Mountbatten/ gen.Christensen; Singapore dd. 7/10-’45 verzocht juist om harder op te treden tegen de Republiek. Idem den Haag: Logemann/Kleffens in Londen 8/10-’45.(onze troepen waren nog niet paraat) Maar de Britten wensten niet voor het Nederlands karretje gespannen te worden.( zoals het later in Soerabja, noodgedwongen door de moord op gen. Mallaby) Ook Nehru/ India protesteerde tegen de inzet van Indiase troepen tegen de Republiek. India(idem Egypte) erkende al meteen de facto en de jure(!) de Republiek! De VN was toen ook al meteen attent(!) in de Indonesische kwestie.
      Derhalve werd de Republiek toen al de facto door de VN erkend! -* De laatste, nog in leven zijnde ‘politionele’ politicus Mansholt verklaarde in 1995; ‘wij waren verkeerd…’! En in 2005 min.Bot op 17 aug.(!) 2005 te Jakarta; ‘we zaten aan de verkeerde kant van de geschiedenis’! **Ben benieuwd of in de expositie ook deze feiten (!) worden vermeld!

  5. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

    @Ellen
    Ik las met enige interesse het artikel van Tom van den Berge over het Indonesisch geweld tegen de burgerbevolking.
    Al vele jaren wordt in de niet-Nederlandse dwz buitenlandse Geschiedschrijving het Indonesisch Geweld geproblematiseerd. Neem nou de Amerikaanse onderzoeker Audrey R. Kahin “Regional Dynamics of the Indonesian Revolution”(1985) of de Australische onderzoeker Anthony Reid “The blood of the people: Revolution and the end of the traditional rule in Northern Sumatra (1979).

    Maar terug naar Tom van den Berge. Hij baseert zijn artikel over het Indonesisch geweld tegen de burgerbevolking op v.n.l. Nederlandse bronnen. Pas aan het eind van het artikel geeft hij zegge en schrijve 2, ik herhaal twee Indonesische bronnen aan. Dat lijkt mij iets te weinig, want het mogen toch wel Indonesiers zijn dieneten wat er met hun eigen bevolking gebeurde . Anders krijgen we het verwijt dat we het onderwerp éénzijdig behandelen

    Daarom is het interessant te weten wat de bijdrage van de Indonesische onderzoekers bij de tentoonstelling “Revolusi, Indonesie onafhankelijk” was en op basis van welke Indonesische bronnen zij hun voorstelling van de gang van zaken tijdens de Revolusi baseren. Ik ben vooral benieuwd wat voor informatie zij uit het Arsip Militer hebben kunnen halen. Dan kan dhr Bonnie Triyana zijn naam als serieuze onderzoeker waar maken. Laat hij zich maar eens dubbel bewijzen.

  6. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

    citaat Tom van den Berge over (Indo-)Europese slachtoffers:
    Het berekenen van het precieze aantal slachtoffers van geweld – laat staan het achterhalen van hun identiteit – is onbegonnen werk. Documentatie daarover ontbreekt!”, waarbij hij als voorbeeld de Krawangmoorden aanhaalt.

    De Opsporingsdienst Overledenen O.D.O. heeft tenminste (Indo-)Europese slachtoffers uit de bloedige periode tijdens de Revolusi in de Bijzondere Registers bij de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Batavia ingeschreven, duizenden namen waren in 1949 nog niet verwerkt.

    Tot het bijwerken van de Burgelijke Standen in Indonesië kwam het niet want het ODO werd in 1949 uit bezuinigingsoverwegingen opgeheven. Klinkt vreemd maar zo ging het Gouvernement, de Nederlandse regering met de informatie over haar vermoorde burgers om.
    De documentatie over de O.D.O. is weliswaar beschikbaar maar nu over verschillende archieven in Nederland verspreid, schreef de befaamde Amerikaanse onderzoeker W.H. Frederick (2013)

    Tom van den Berghe kan wel beweren dat het Onbegonnen werk is, maar als niemand begint met het achterhalen van de identiteit van de slachtoffers, dan blijven we achter de geraniums zwetsen over die 3500 Bersiapslachtoffers.
    Ik verwacht danook dat de onderzoekers van het dekolonisatieproject met duidelijke en concrete uitspraken komen over niet alleen het precieze aantal slachtoffers maar ook over de identiteit van de slachtoffers.

    Anders, Waar praten we dan over, gebakken lucht?

  7. ellen zegt:

    Indonesie stelt zijn onafhankelijkheid vast op 17 augustus 1945, met de proklamasi van Soekarno. Dit wordt ook in het Indonesisch geschiedenisonderwijs onderwezen. Op die dag worden ook overal in Indonesie de onafhankelijkheidsfeesten gevierd. Wat na 17 augustus 1945 gebeurde is voor Indonesie een aanval van de voormalige kolonisator op een zelfstandige staat. De Indonesische vrijheidsstrijders worden dus als helden gezien. Indonesie is een natie van helden die men dankbaar moet zijn. Het heldenlesprogramma op de Indonesische scholen omvat ongeveer 185 helden. Het gaat om een heel ander perspectief. Het begrip bersiap kent men in Indonesie niet. In Indonesië is volgens Schulte Nordholt alleen plaats voor helden. ‘De 100 duizend doden van de revolutie herdenken ze bijvoorbeeld niet. En Nederlanders zijn in hun geschiedenisboeken altijd de slechterik.’ Inderdaad zijn er weinig of geen Indonesische bronnen. Voor materiaal en documentatie over deze periode moet men in de Nederlandse archieven zijn. (Bron: De Indonesische blik op 350 jaar Nederlandse overheersing, debat in De Balie 29/1/2022).

    • Bung Tolol zegt:

      Helemaal waar wat er hierboven door Mw Ellen wordt beschreven ! Geen speld tussen te krijgen ! Die Indonesische vrijheidsstrijders worden dus als helden gezien ,Indonesie is een natie van helden ,die men dankbaar moet zijn .Ja lachen je kan jonge mensen op die scholen alles wijsmaken ,gaat er allemaal als zoete kwe manggok in ! Maar ja er is altijd een maar ,als zo,n kind ouder wordt en op H et Internet gaat zitten klooien ,zien en lezen ze dingen ,die niet in hun Indonesische geschiedenis -boekjes stonden ! Jammer genoeg is hun beheersing van de Engelse taal niet wat het wezen moet ,dus daar schort nog wat aan .Met het beetje Engels wat ze beheersen komen ze toch al een stuk verder .Zo heb je daar die Indonesische student ,die opmerkte “” Nou ja heb ik altijd Bung Tomo als een held gezien ,blijkt hij een gewone volksmenner te zijn geweest ,die mensen aanspoorde dood en verderf te zaaien ! “” Tja zo valt de ene na de andere Indonesische held van zijn voetstuk ! Echte Indonesische helden worden wel genoemd door jonge mensen ,helden zoals Pattimura ,Generaal Soedirman en prins Diponegoro ja maar dat waren ook echte helden ! Dat er miljoenen Romusha,s zijn omgekomen wordt natuurlijk niet in die Indonesische geschiedenis -boekjes vermeldt ,om over die weerzin wekkende Bersiap moorden maar te zwijgen ! Die kinderen wordt maar wat op de mouw gespeld ,wat er werkelijk gebeurd was lezen en zien ze wel op het Internet ! Overigens waren die Nederlandse geschiedenis boekjes ( Waaruit ik geleerd heb ) in Suriname ook misleidend maar dat begreep ik pas later !

    • R.L. Mertens zegt:

      @ellen; ‘helden etc.’- Elke natie in opbouw ziet/noemt alleen maar helden in hun geschiedenis, die de vrijheid/onafhankelijkheid hebben bewerkstelligd. Zie onze geschiedenis; Geuzen, Piet Hein; de zeerover, JP Coen de genocide pleger ea.! Maar bersiap wordt wel degelijk daar genoemd, zie youtube; Tragedi Berdarah dalam periode Bersiap! Balas dendam Pejuang…https://youtu.be/eLj3ZvBGijE. Dat bersiap een smet is op Revolusi is duidelijk. En het moet zeker benoemd worden, als de guillotine bij de Franse revolutie hoort! – Maar zoals vele historici(!) het betaamd; liever weglaten; de zwarte bladzijden; zie bij ons:.Nordholt, die beweert; ‘in een gezagsvacuüm(!) begonnen de pemoeda’s te moorden.. etc. Dus zomaar, zonder enig oorzaak; moorden? Ook; ‘In een gezagsvacuüm….; hoezo, er was toch Japans/Engels gezag? Omdat Nederlands gezag toevallig er niet was?

  8. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

    @Heer Bung Tolol, doe vooral Uw naam geen eer aan. Trouwens wat U schrijft heeft toch wel een racistisch lading (zie Bonnie Triyana): Ik kwam eens op de TU Eindhoven een Indonesische studente tegen en die zei in keurig Engels aan mij: You are Indo! Onderschatten is bij Indische Nederlanders tot kunst verheven.

    Ik probeer het B-woord uit op de Indo-versie van google en wat krijg ik als link:
    https://www.harianmassa.id/humaniora/pr-272439875/kesaksian-pembantaian-massal-di-pabrik-gula-djatibarang-pada-masa-bersiap-1945

    Kesaksian Pembantaian Massal di Pabrik Gula Djatibarang pada Masa Bersiap 1945!!!!!: mijn Bahasa Indonesia is rudimentair van karakter maar toch begrijp ik dat het gaat over de Suikerfabriek in Djatibarang, Tiga Daraeh-district. Ik kan mij dan wel een feitelijke voorstelling maken wat daar toen (oktober 1945) gebeurde met honderden nee duizenden Indo’s, is ook gedocumenteerd.

    Natuurlijk is er wat informatie beschikbaar over de Indonesische slachtoffers tijdens de Revolusi, zie de link https://anri.go.id/en maar daar vind ik niks. Ik moet bij het Arsip Militer zijn en tot nu toe had van de buitenlanders alleen Harry A. Poeze, die een proefschrift schreef over Tan Malakka, toegang tot dit Arsip. Zelf Marjolein van Pagee had voor haar scriptie over Bung Tomo geen toegang tot dit Arsip ondanks dat ze zich verkleedde als K’tut Tantri. Haar scriptie is wat dat betreft eenzijdig, leunt en steunt op Nederlandse bronnen.Wellicht kan Bonnie Triyana of dhr Pondaag een aanbevelingsbrief schrijven voor mij voor toegang tot dit zeer geheim archief.

    Nu ik het toch heb over dhr. Pondaag. Tot nu toe had dhr Pondaag of zijn (ex) advocate Mevr. Zegveld hadden vrijelijk toegang tot de Nederlandse archieven. Als ik nu dezelfde kansen krijg in Indonesie, dan mag van mij dhr Pondaag i.s.m. dhr Bonnie Triyana over van alles een meningkje hebben , maar ook hier geldt: de Feiten tellen.

    • A. Olive zegt:

      “Ik probeer het B-woord…..”
      Noem het beestje toch bij zijn naam; Bersiap. Die Bersiapers schreewden toch ook niet BEEEEE! ! als ze op jacht gingen tegen weerlooze mensen. Maak de naam niet erger dan de daad.

    • Bung Tolol zegt:

      Lopen er twee Engelse ayams over straat ,zegt de ene ayam “” TOK “” Zegt die andere ayam Ingriss “” Are you tokking to me ?””

  9. Anoniem zegt:

    Ook dhr Olive maakt een denkfout, hij is in vertrouwd gezelschap. Bij het B-woord gaat het om de slachtoffers, want neem nou het artikel dat mevr. Ellen aanhaalt.

    De schrijver Tom van den Berge heeft het over twee slachtoffers n.l. mevr H.M. van Buuren-Prins en haar dochtertje Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand, maar kijk nu naar de geboortedatum van het dochtertje, 12/9/43, dus geconcipieerd begin 1943! Mevr. van Buuren komt waarschijnlijk uit een Japans interneringskamp, want wie gaat in oktober 1945 reizen, alleen ex-geinterneerden, deze kampen waren mannen- of vrouwenkampen, dan kan ik me afvragen wie dat kind wel geconcipieerd heeft, maar dat zijn de privézaken van mevr. van Buuren-Prins (in 1945 23 jaar oud).

    Mevr van Buuren-Prins en haar dochtertje behoorden tot een groep van 18 Nederlanders (ook Indo-Europeanen?), die op 7 oktober 1945 door 3 gewapende Indonesiers op station Krandji uit de trein werden gehaald. Vervolgens werden zij in 3 groepen gesplitst. Een groep van 4 werd in de gevangenis van Krawang geïnterneerd en op 21 oktober door minister van propaganda Sjarifoedin bevrijd. De overige 14 Nederlander (Indo-Europeanen?) werden nog op dezelfde dag om het leven gebracht.

    Tom van den Berge kan wel beweren dat het berekenen van het precieze aantal slachtoffers van geweld, laat staan het achterhalen van hun identiteit onbegonnen werk is, maar dat lijkt mij meer een vergevorderde vorm van intellectuele luiheid, ook wel indolentie genoemd.
    want wie zijn. de 14 nederlanders:
    1) mevr. van Haaren-Prins (23) overlijdingsdatum en plaats onbekend
    2) haar dochtertje E.C.M. van Haaren (2) overlijdingsdatum onbekend
    3) L.J.H. Brand (63), 7/10/1945 Krandji – gepen. chef instrumentenmaker geneeskunde. Hogeschool Batavia
    4) O.C. Wafelbakker (52) 7/10/1945 Krandji – hoofdopzichter S..C.S. (KNIL)
    5) M. van Gelder (51)7/10/1945 Krandji . chef zetterij der landsdrukkerij
    6) E.W.M. Povel (27) 7/10/1945 Krandji – scholier
    7)

    • vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

      correctie: van Haaren-Prins moet zijn van Buuren-Prins, ik werd afgeleid door het geruis van dhr. Mertens. Let wel Bersiap gaat feitelijk nog steeds over slachtoffers.

    • A. Olive zegt:

      “Ook dhr Olive maakt een denkfout, hij is in vertrouwd gezelschap. Bij het B-woord gaat het om de slachtoffers”
      De slachtoffers van de Bersiap kunnen niet uit elkaar gehaald worden met de Bersiap..
      Om het leed te proberen te verzachten door het woord Bersiap een B-woord te noemen is het begin van ontkenning zoals dat in Indonesia is gedaan. Het is een insult to injury voor de slachtoffers.

  10. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

    7) M.C. Berends-Lodder (46) 7/10/1945 Bekasi
    8) V.F. van Katwijk (51) 7/10/1945 Bekasi – res.kap KNIL
    9) A.W. Pestel (40) 4/10/1945 Bekasi – Molenbaas Billiton Mij.
    10) C.A. Pestel (12) 4/10/1945 Bekasi
    11) C.J. Draayer (35) 4/10/1945 Bekasi – machinist
    12) U. van Polanen Petel (28) 5/10/1945 – huis- en landeigenaar

    Er blijven dan 2 vermisten/slachtoffers over maar met wat doorzettingsvermogen is de identiteit van deze 2 slachtoffers te achterhalen.

    De gevangenis van Krawang is hoogstwaarschijnlijk de politiekazerne van Bekasi. Deze kazerne zowel als Tamboen, een chinees huis worden in de atlas Bersiapkampen.nl als Republikeins bescherming- of opvangkamp betiteld!!Beschermingskamp lijkt zacht uitgedrukt een eufemisme

  11. vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

     @Ellen

    Ik heb nogmaals de bronvermeldingen bij het artikel van Tom van den Berge doorgenomen, en in het Nationaal archief rondgeneusd, want wat is het verband tussen deze slachtpartijen op (Indo-) Europeanen tijdens de Indonesische Revolusi?
    De onderzoekers van het dekolonisatieproject m.n. Captain en Sinke mogen na jaren van onderzoek volgende week 17 februari eindelijk eens een duidelijk en concreet antwoord geven.

    2022 “Toempang-affaire” (Malang),
     2026 “Moorden te Banjoewangi”,
     2027 “Patjet-moorden” (Malang),
     2029 “Serang moorden”,
     2030 “Krawang moorden”, 8
     2031 “Moorden te Madoera”,
     2035 “Koeningan moorden”,
     2036 “Tegal moorden”,
     2037 “Moorden te Balapoelang en omstreken”,
     2038 “Moorden op K.B.D.-ers te Soerabaia”,
     2039 “Moorden Sinpang-Club” te Soerabaia,
     2041 Moorden op NICA en RAPWI personeel in regentschap Tjiandjoer,
     2042 “Moorden op Europeanen te Palaboehan Ratoe”,
     2043 “Soebang moorden”,
     2044 “Sidoardjo moorden”,
     2045 “Garoet moorden”,
     2046 “Moorden Buitenzorg en omgeving”,
     2047 “Moorden Soekaboemi”,
     2048 “Moorden Batavia”,
     2049 “Moorden te Bandoeng”,
     2050 “Moorden Madioen en omstreken”,
     2051 “Moorden Soerabaia”,
     2052 “Moorden Soerabaia en omstreken”,
     2053 Moorden te Malang en omstreken,
     2054 Moorden te Batoe en omstreken,
     2055 Moorden te Djember en omstreken,
     2056 Moorden te Pasaroean en omstreken,
     2057 Moorden te Probolinggo en omstreken,
     2058 Moorden te Padang en omstreken,
     2059 Moorden te Palembang en omstreken,

  12. ellen zegt:

    Heer Van den Broek. Wat een speurwerk heeft u verricht. Indrukwekkend. Ondanks dat mijn vader had deelgenomen aan de politionele acties, hebben mijn ouders amper verteld over de bersiapperiode en het geweld van sommige groepen nationalisten. Later kwam ik – mede door gevonden brieven van mijn oma – op het spoor van hun verhaal. Mijn ouders moeten langzaamaan het Nederlands-Indie zien veranderen in het Indonesie van na de onafhankelijkheid. Indonesie is een heel ander land. Omdat ons gezin pas in 1958 naar Nederland vertrok, heb ik tot mijn 11e jaar in Bandung (West-Java) gewoond, waarbij alleen het jonge Indonesie mij bekend is geworden. Mijn indruk is die van een jonge natie en een trots volk omdat zij tenslotte de overwinning hadden behaald. Van de term bersiap heb ik nooit gehoord in mijn jeugd. Op school ook niet (ik zat op een Europese lagere school, ELS). Mijn vader wilde helpen het land opbouwen (zo zei hij altijd), maar wij moesten – na Zwarte Sinterklaas – toch vertrekken.

    • vandenbroek@libero.it (1953) zegt:

      Op de tentoonstelling Revolusi staat op een tekst: “Indonesische militante groepen vallen Indo-Europese, Chinese en Molukse burgers aan”.
      De tekst is in zijn algemeenheid waar maar in het algemeen is alles waar en onwaar. Het is een nietszeggend tekst. Daarbij “vergeten” de samenstellers van de tentoonstelling (hopelijk geen historici) te vermelden dat Molukse burgers volgens de wet Indonesiers dwz Inlanders waren, ten hoogste gelijkgesteld aan Europeanen. Ook maken ze de denkfout over burgers (citoyen) te spreken,. Vele Indo-Europeanen, Chinezen en Molukkers waren zelfs dat niet, ze hadden de status van onderdaan, een soort tweederangs burger in de kolonie. De samenstellers krijgen van mij niet het verwijt zich nauwkeurig in het Nederlands uit te kunnen drukken.

      Natuurlijk werden ook Indonesiërs, die verdacht werden loyaal te zijn aan de voormalige koloniale macht slachtoffer van het geweld. Maar hoeveel waren dat er nou precies in de gewraakte periode? Dat mogen de Indonesische onderzoekers, zoals de expert Bonnie Triyana eens haarfijn uitleggen, het noemen van concrete getallen uit de gewraakte periode laat hij welbewust buiten beschouwing. waar heeft hij het eigenlijk over?

      • Indisch4ever zegt:

        Je bedoelt deze tekst, wat hangt in de zaal “geweld” (foto van Thom de Graaff )

        Mij viel op dat het woord bersiap is gebruikt. Hoeveel keer is dat woord te zien op de expositie ?

  13. vandenbroiek@libero.it (1953) zegt:

    De hele discussie over het gebruik van het woord Bersiap is een afleidingsmanoeuvre want wat Bersiap inhoudt wordt met geen woord gerept, het gaat toch om de geslachtofferenden? . Het rumoer om de tentoonstelling wordt een banale taaloefening, zelfs taalkundigen houden zich er mee bezig, dan gaat het toch over niks, de gebakken lucht wordt ook nog eens als Nasi goreng van gisteren opgebakken. Maar het blijft gebakken lucht.

    Als laatste in de tekst wordt Anna-Sophia Uhlenbusch genoemd als “één van de VELE burgerslachtoffers van het geweld in de eerste maanden van de Revolusi”! Onvermeld of weggelaten wordt, dat zij met 13 andere personen in één massagraf werd begraven. 3 families n.l. Van Wijk (7) Uhlenbusch (3) en Lapré (4) Het zal mij niet verbazen dat alle slachtoffers Indo-Europeanen waren, ik weet welhaast zeker. Die mensen werden niet toevallig en ook nog eens en masse vermoord. Want neem nou Charles Robert (2) of Jeanne van Wijk (3), de enige misdaad die zij begingen was dat zij als Indo-Europeaan werden geboren, onschuldig en onbeschermd als beesten afgeslacht.
    Als één paneel al fröbelwerk is, hoe staat het met de rest van de tentoonstelling? het Rijksmuseum, dat toch van de belastingcenten wordt betaald, mag zich diep schamen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.