Indisch in Beeld

vdmolen2
Mail:
Wie herkent de mensen op deze foto’s gemaakt in Tambaksari/Soerabaja-1946?
“Mijn Amboneesche vrienden in Tambaksari, mijn Thuis op Soerabaja”, deze woorden schreef mijn vader Pieter van der Molen onder deze foto’s in zijn fotoboek van Indië, waar hij als OVW-er, ingedeeld bij 1.1.R.I., van 1 januari 1946 tot 23 september 1948 diende.
Mijn vader (de man rechts op de foto), overleden op 76-jarige leeftijd op 23 juli 1992, ging als Oorlogsvrijwilliger (1.1.R.I.) naar Nederlands-Indië. Geen dienstplicht voor hem. Nee, hij melde zich vrijwillig aan. Omdat hij vond dat het z’n plicht was. Om  zijn landgenoten te helpen die niet meer veilig waren na de Japanse capitulatie en tijdens de uitzinnige moorden door loslopende benden en ook door soldaten van de T.N.I., het leger van de Republiek Indonesia. Veel heeft hij over die tijd niet gesproken, maar hij liet ons een fotoboek na waarin de beelden voor zich spreken. Toen mijn vader weer thuiskwam, na 33 maanden, was ik een meisje van 8 geworden en mijn broertje was 4 jaar. Mijn vader was zo lang weggeweest, dat ik hem niet meer herkende toen hij thuis kwam uit Indië.
Vele jaren van research en vele documentaires later over de gebeurtenissen in Nederlands-Indië, ben ik nu zelf op zoek naar het verleden van mijn vader in Indië. En ik hoop dat u mij daarbij kunt helpen. De foto’s moeten genomen zijn tussen maart en november 1946. Mijn vader vermelde geen namen in zijn onderschrift. Vandaar mijn vraag: Wie waren deze “Amboneesche vrienden”en wie gaf mijn vader een “Thuis op Soerabaja?”
Ik zou hen graag alsnog persoonlijk willen bedanken!
U kunt mij bereiken via mijn emailadres: info@pia-media.nl  of op mijn mobiele telefoon: 06-51 33 73 58.
Dank u wel.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Indisch in Beeld. Bookmark de permalink .

23 reacties op Indisch in Beeld

  1. Paul Vermaes zegt:

    @Dochter van Pieter van der Molen: Prachtige plichtsbesef had je vader. Gewoon Nederlanders in nood helpen. Net zoals je vaders “Amboneesche vrienden” hadden we de bevrijders van over zee in huis gastvrijheid geboden, maar dan in het voormalige Meester Cornelis (nu Jatinegara). We kwamen (moeder en 10 kinderen) op 10 december 1946 met een evacuatietrein vanuit Wates in Bekasi (demarcatiestad) aan. Daar wisselde de wacht van TNI-officieren (keurig nette goed Nederlands sprekende jongens overigens) naar reuzen van Hollandse militairen met blozende rode gezichten, zodat ik dacht dat het Indianen waren. De niet-kinderen onder de zeker 1000 geëvacueerden moesten de bevrijding weldadig hebben ervaren.

  2. Pierre de la Croix zegt:

    Net als Paul Vermaes breng ik de eregroet aan uw vader de OVW-er.

    Ik ken nog één OVW-er, inmiddels 91, maar nog kras mét rijbewijs en een goed werkend geheugen. Ik zal hem uw verhaal met foto zenden. Wie weet … niet geschoten altijd mis. Ik meld mij zeker als mijn vriendje voor u interessante info heeft.

    Over die “Amboneesche” vrienden: De jonge dame op de foto lijkt mij eerder Indisch, c.q. Indo-Europees en niet Ambonees. Maar misschien was ze gehuwd met een Ambonees (die wellicht de foto maakte), het kleine meisje met de strik in het haar zou hun dochter kunnen zijn.

    Maar …. de houding van die andere militair met de “platte pet” op, duidelijk net als uw vader een witte Nederlander, rechts van de jonge dame, links voor de kijker, kan ook iets anders doen vermoeden.

    Spannend ….

    Pak Pierre

    • Anoniem zegt:

      Geachte heer De La Croix,
      Uw opmerking over de “Amboneesche ‘ vrienden is juist. Ik had met mijn oproep 3 foto’s meegestuurd naar Boeroeng, maar er is er een geplaatst. De tekst van mijn vader was onder een van de andere foto’s geschreven. Mijn oproep en de drie foto’s kunt u ook vinden op onze website http://www.archiefvantranen.nl. Misschien kunt u mij dan verder helpen.
      De man links op de foto was luitenant Vader en inderdaad, hij had geen goede naam onder zijn mannen. U hebt het feilloos aangevoeld.
      Ik heb ook een vraag aan u: bent u familie van wijlen mw. Jane de la Croix uit Den Haag? Zij was mij zeer dierbaar, wij hadden een dierbaar contact.
      Ik hoor graag van u.
      Pia van der Molen

      • Pierre de la Croix zegt:

        Adoeh ja …. wijlen mevrouw Jane de la Croix was mijn stiefmoeder ……

        Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        Beste Pia,

        Die 2 andere foto’s kon ik niet zien in de wordbijlage.
        Het duurde een paar seconden voordat het zichtbaar werd en voor die tijd had ik weer terug naar boven gescrolld .
        Ik zag maar 1 foto dus.
        Nu alsnog de twee andere foto’s
        vdmolen4vdmolen3

        • Anoniem zegt:

          Dank je wel, Boeroeng voor het plaatsen van de twee andere foto’s.
          Voor dhr. De la Croix: De tekst van mijn vader “Mijn Amboneesche vrienden in Tambaksari, mijn Thuis op Soerabaja” ,staat geschreven onder de bovenste foto, waarop mijn vader niet staat afgebeeld. Op de onderste foto staat met vader links met een jong meisje op schoot. Ik denk dat alle foto’s betrekking hebben op dezelfde familie. Ik hoop dat deze verduidelijking resultaten oplevert.
          Pia van der Molen

        • Pierre de la Croix zegt:

          De mensen op de bovenste kiek met moeders op de voorgrond in sarong en kabaja en de donkere man in zijn KNIL-pak erachter naast zijn blanke wapenbroeder kunnen heel goed de “Amboneesche vrienden” van uw vader zijn.

          Als ik dan nog door mag gaan met mijn foto analyse, dan denk ik ook dat het meiske op schoot bij uw vader hetzelfde is als dat op de allereerste foto en de staande jonge vrouw, waarschijnlijk de moeder van het meiske, dezelfde is als die op foto 1, maar nu staat ze wel heel dicht bij die andere militair, met bril. Tja …. wat moeten we daar nu weer van denken.

          Mijn goede vriend de OVW-er heeft nog niet geantwoord. Het zou een groot en gelukkig toeval zijn als hij uw vader heeft gekend en meer over de foto’s kan vertellen. Als ik het goed heb begrepen hebben zich indertijd 60.000 (of waren het er maar 6.000?) jonge mannen als OVW-er voor de krijg in Azië gemeld. Kom d’r nu maar eens om …….

          Pak Pierre

  3. Geachte heer De la Croix,

    20.000 mannen gaven in 1945 gehoor aan de oproep van de Nederlandse regering om zich vrijwillig te melden om naar Indië te gaan. Daar was mijn vader er een van. Anderen vonden het prettiger om de andere kant op te kijken.
    Ik ben er trots op dat hij dit niet heeft gedaan!
    Pia van der Molen

    • SiL. zegt:

      Geachte Pia van der Molen
      Dit is een persoonlijk waardeoordeel, en tevens een veroordeling van hen die niet zijn gegaan. Dit riekt naar simpel populisme .

    • Pierre de la Croix zegt:

      @ Mevrouw Van der Molen,

      Niet voor niets schreef ik in mijn vorige stukje “Kom d’r nu maar eens om”.

      U mag gerust trots zijn op uw vader die zich vrijwillig meldde om landgenoten elders te hulp te schieten. Hij had net zelf een oorlog achter de rug en had ook kunnen zeggen dat het welletjes was, dat hij liever dicht bij moeders pappot bleef en dat die landgenoten elders maar konden verrekken.

      Uw trots en uw uiting daarvan heeft niets met populisme te maken. Iemand die een verband ziet met populisme weet waarschijnlijk niet wat die kreet precies betekent en zeker niet wat het is om zijn leven voor anderen in de waagschaal te stellen.

      Pak Pierre

  4. P.Lemon zegt:

    Je kunt je voorstellen dat de oorlogsvrijwiliger in zekere zin ‘voor het avontuur’ is gegaan en de dompet…

    * het verhaal van de toen bijna 20 jarige oorlogsvrijwilliger Theo Jacobs, die ruim vier jaar op de archipel verbleef en als parachutist telkens vooraan vocht.
    Omdat het KNIL nog steeds in de opbouwfase zat na de Tweede Wereldoorlog, werd besloten om vanuit Nederland oorlogsvrijwilligers te sturen. Later werd het door een wetswijziging ook mogelijk om dienstplichtigen tegen hun wil in naar Indonesië te sturen.
    Ik had mij aan het einde van de Tweede Wereldoorlog aangemeld bij het 2-13 R.I. Regiment Limburgse Jagers, begint de nu bijna 86 jaar oude Theo Jacobs te vertellen. Je moest toch werk zien te vinden en dat was in het herrijzende Nederland best lastig. Tot een vriend mij vertelde dat je je kon aanmelden als oorlogsvrijwilliger om naar Nederlands-Indië te gaan. Aangezien ik nogal avontuurlijk ben ingesteld leek mij dat wel iets. Mijn vader daarentegen was hier niet zo blij mee. Hij wilde dat ik bij hem op de boerderij bleef werken. De noodzakelijke toestemming van mijn vader kon ik dus wel vergeten. Er zat voor mij als minderjarige niets anders op dan de handtekening van mijn vader vervalsen op het aanmeldingsformulier om zo toch maar het avontuur tegemoet te kunnen gaan. Zo gezegd zo gedaan. Uiteindelijk vertrok ik op 12 oktober 1945 met de eenheid vanuit het Engelse plaatsje Aldershot richting Nederlands-Indië. Na een lange reis van zo’n 4 weken aan boord van de ‘Alcantara’ zijn we ontscheept in de haven van Malakka op Maleisi. Terwijl andere militairen in scholen werden ondergebracht, moesten wij daar met onze compagnie voor de bewaking van al het materiaal zorgen. De inlandse handelaren kregen ondertussen in de gaten dat wij onze sigaretten uit het rantsoen wel wilde ruilen voor kokosnoten en bananen. We hadden immers in geen jaren meer bananen gegeten. Tot we ontdekte dat er vlak buiten het havengebied ook bananenbomen stonden. Ik ben erin geklommen en enkele trossen losgehakt. Helaas verloor ik op een gegeven moment mijn grip bij het afdalen en verbrande ik mijn bovenbenen in de gang naar beneden. Dit was mijn eerste kennismaking met de oost.

    In maart 1946 kwam er de mededeling dat er een nieuwe commando-eenheid werd opgericht. Van elk bataljon mocht er 5 man naar deze nieuwe eenheid. Ik was er een van, vertelt Jacobs. Ik begreep dat er een nieuwe parachutisten-eenheid geformeerd zou worden. Dat maakte mij helemaal enthousiast! Met een man of 20 zijn we toen naar Hollandia in Nieuw Guinea gebracht om de commando-opleiding te volgen.
    http://www.dutchdefencepress.com/?p=7071

    • Jan A. Somers zegt:

      “Omdat het KNIL nog steeds in de opbouwfase zat na de Tweede Wereldoorlog” De eerste werving voor de oorlogsvrijwilligers was al vóór 15 augustus 1945. Zuidelijk Nederland was al in oktober/november 1944 bevrijd! Daar weet mijn Zeeuws meisje van mee te praten, moeder verloren. In die tijd. Die oorlogsvrijwilligers werden geworven voor de strijd tegen Japan. Zo zijn a.s. mariniers naar Amerika gestuurd voor hun opleiding. Half maart 1946 zijn ze naar Indië (Soerabaja) gestuurd om het gezag van de Brits-Indiërs over te nemen.

  5. bokeller zegt:

    #immers in geen jaren meer bananen gegeten. Tot we ontdekte dat er vlak buiten het havengebied ook bananenbomen stonden. Ik ben erin geklommen en enkele trossen losgehakt. Helaas verloor ik op een gegeven moment mijn grip bij het afdalen en #

    Hier zie je weer ,dat wij de verhalen voor zoete koek aannemen.
    nl.De bananenboom is een boom waar je niet in kan klimmen,’t
    lukt beslist niet.
    Verder moet het wel een bijzondere bananenboom zijn geweest
    want hij hakte enkele trossen af.
    Ik miste alleen het gruwelijk tijger gevecht nog,wie weet!
    siBo

    • P.Lemon zegt:

      @bokelier “De bananenboom is een boom waar je niet in kan klimmen,’t lukt beslist niet”
      Weet me te herinneren dat achter op het erf van een kantorencomplex rijen bananenbomen stonden grenzend aan ons woonerf. Vaag staat me voor de geest dat ze een vrij beperkte stamhoogte hadden(Een pisangboom heeft geen houten stam maar een schijnstam, gevormd door elkaar omhullende schutbladeren, op de manier van een ui, maar dan in de lengte en ongeveer zo dik (en zo stevig) als een dijbeen.)
      Maar ja Jacobs was ontscheept op Malakka/Maleisie en wie weet gaat het hier om een afwijkend hoger en groter exemplaar.

      -Linnaeus, nog onbekend met de later door Darwin ontvouwen evolutietheorie, ging uit van de schepping van alle leven op aarde door God en speculeerde dat met het ‘verboden fruit’ in het Oude Testament de banaan bedoeld was. Vandaar de wetenschappelijke naam voor de bananen- ofwel pisangboom – feitelijk een grassoort en de grootste kruidachtige plant – van ‘Musa paradisiaca’, bedoeld als een verwijzing naar de Hof van Eden.
      http://ilibrariana.wordpress.com/2012/01/02/linnaeus-op-de-hartekamp-1735-1737/

      • Arthur Olive zegt:

        Wij hadden een pisang radja sereh op ons erf in California.
        De radja was zo’n 7 meter hoog en we hebben ze moeten weg doen omdat ze niet tegen de wind waren opgewassen en de plant er vreeselijk door uitzag. De pisang was wel heel lekker en sommige van mijn kenissen aten het met kaas, op de oude manier dus.
        Pisang “bomen” kunnen hoog worden, vandaar dat lied; “Yellow bird up high in the banana tree”. We hebben echter nooit een vogel in de pisang boom gezien, ik zou niet weten hoe een vogel zich kan vasthouden aan die blaren.

      • Arthur Olive zegt:

        Linnaeus, nog onbekend met de later door Darwin ontvouwen evolutietheorie, ging uit van de schepping van alle leven op aarde door God, enz.
        Wel vreemd dat de auteur het van zelf sprekend vindt dat Linnaeus de schepping van God zou hebben ontkent als hij de evolutietheorie van Darwin had gekend.

    • Pierre de la Croix zegt:

      @ Pak Bo:

      Je moet zo’n jonge enthousiaste Totok maar enige dichterlijke vrijheid gunnen. Hij schrijft ook ergens dat hij bij het klimmen zijn “grip” verloor. Dat is dan weer plausibel, want de stam van de pisangboom was/is glad en bood/biedt weinig houvast.

      Wij gebruikten de stam als bokszak en als drijver in de kali.

      @ P.Lemon, on 12 maart 2014 at 00:35: “Je kunt je voorstellen dat de oorlogsvrijwiliger in zekere zin ‘voor het avontuur’ is gegaan en de dompet…”.

      Zeker, die jongemannen van toen waren uit een ander hout gesneden dan de meesten van nu. Geboren en opgegroeid in crisistijd, volwassen geworden in oorlogstijd. Misschien ondergedoken geweest, of in het verzet, of voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland. Dan bevrijd door vreemde troepen. Zij wilden ook wel bevrijden. Velen zullen zich uit idealisme hebben opgegeven, anderen vanwege het avontuur. Voor de poen hoefden ze het – dacht ik – niet te doen. Later zouden ze merken dat ze het voor de eer ook niet hadden hoeven te doen. Ze waren in “de verkeerde oorlog” terecht gekomen.

      In ieder geval voor mij en vele anderen in het woelige indië van direct na de oorlog GOED dat zij kwamen, die OVW-ers.

      “Kom d’r nu maar eens om” schreef ik eerder. We zullen ze altijd nodig hebben, dat soort jonge mannen. Helaas, maar het is zo. Ergens in het Oosten is er nu een meneer Poetin die probeert tot hoe ver hij kan gaan. Weinig boodschap aan gepalaver – alleen gevoelig voor dikke spierballen.

      Vergeten is een meneer Chamberlain die het Sudetenland offerde aan een meneer Hitler, in ruil voor vrede. Wij weten hoe dat is afgelopen.

      Pak Pierre

  6. Huib zegt:

    Wat een merkwaardig toeval.

    In een ander topic adviseerde ik de heer Peter vd Broek o.m. eens kennis te nemen van de door Mevr. Pia vd Molen niet zo lang geleden gemaakte documentaire Archief van Tranen over de Bersiap tijd en de daarmee samenhangende afschuwelijke moordpartijen op onschuldige burgers, oudere mannen, vrouwen en zelfs kinderen, omdat hij kennelijk van mening was dat ik het allemaal verzon.

    Ik maak van deze gelegenheid ook graag gebruik mijn erkentelijkheid en groot respect uit te spreken voor uw vader en al die andere jonge mannen die werden uitgezonden, al dan niet vrijwillig, om hun levens te wagen om de onze te redden. Zonder hen zou het nog veel beroerder zijn afgelopen met al die Indische mensen die hun leven hebben kunnen voort zetten in Nederland.

    • Geachte heer Huib (Otto?)

      Dank u wel voor uw erkentelijkheid en respect voor mannen als mijn vader. Inderdaad, zij hebben hun leven, mijn vader vrijwillig, in de waagschaal gesteld om anderen te redden. Ruim 6200 soldaten zijn destijds in Indië gesneuveld en er zijn nog steeds ruim 120 vermiste soldaten.

      Volgens mij bent u de heer Otto (Gelderland) die ik heb ontmoet tijdens mijn research voor Archief van Tranen. Het spijt mij zo dat ik weinig heb kunnen terugvinden van de ‘moordlocaties’ in de wijk Indisch Bronbeek in Bandoeng (in 2012), waar uw vader (als u Huib Otto bent) van het leven is beroofd. Slechts zeer vijandige houdingen en geen medewerking hebben wij ontmoet, toen we in de wijk van vroeger Indisch Bronbeek navraag deden naar het verleden. Misschien ooit kunnen wij van het verhaal van Indisch Bronbeek een documentaire maken. Ter nagedachtenis van alle landgenoten die daar van het leven zijn beroofd.

      Pia van der Molen

      • Huib zegt:

        Geachte Mevrouw Pia van der Molen,

        Sorry dat ik nu pas reageer op uw aan mij gerichte bericht. Ik had Uw bericht blijkbaar eerder gemist. Ik ben inderdaad de Huib Otto die U bedoelt. Vermoede al dat het onderzoek naar de gebeurtenissen in Indisch Bronbeek stuk liep omdat er geen (nog levende?) getuigen te vinden waren die het verhaal van de Indonesische kant konden vertellen.

        Inmiddels beijver ik me zoals U waarschijnlijk weet voor een gedenksteen voor de Bersiap
        slachtoffers en ook voor de Buitenkamp.moeders, oma’s en tantes die hun vaak jonge kinderen in de moeilijke bezettingsjaren en die daarna met weinig middelen in leven hebben gehouden.

        Bij voorkeur bij te plaatsen bij het Nationaal Indisch Monument in den Haag.

        Zoals U weet was er aanvankelijk geen graf of gedenkteken voor mijn vader en zijn lotgenoten. Pas na bemoeienissen mijnerzijds ergens in de 80-er of 90-er jaren via Rode Kruis en OGS is er een gedenkteken op Pandu voor mijn vader en zijn lotgenoten geplaatst. Waarvoor ik het OGS dankbaar ben.

        Wat zou ik het geweldig vinden als U die Indisch Bronbeek documentaire zou kunnen maken en ook als u zich mede zou willen inzetten voor het realiseren van dat Bersiap gedenkteken.

        Hopelijk gaat dat volgend jaar lukken na 70 jaar verzwijgen van die traumatische gebeurtenissen.

        Huib Otto

  7. Anoniem zegt:

    Een late reactie:het is nu augustus en Uw vraag was reeds in maart gesteld Mevrouw Pia van der Molen.Ik raad U aan zich niets van aan te trekken van een van die cynische opmerkingen van iemand hier op de site.Het is triest om zo te reageren;juist omdat deze persoon in die erbarmelijke tijd in Surabaya stukken jonger is en eigenlijk niets weet van wat zich toen allemaal afspeelde;zoals de internering.Ik was toen een dreumes van drie;die persoon weet dus totaal niets er van;denkelijk van de naweeen.Waarom ik het weet is dat ik ergens in het blad Moesson zijn korte impressie heb gelezen over zijn schooltijd.Persoonlijk ken ik hem niet,echter weet wel wie de persoon is die probeert U te schofferen.Wat dat betreft mag hij weten hoe de heer Huib Otto zich naar U gedraagt;gewoon respect hebben naar een dame toe en niets anders.
    U was een tijd geleden bij mij in het dorp langs geweest,helaas ik blies mij op en raakte vol emoties aangaande het verleden en moest U teleurstellen omdat U mij niet verder vragen kunt stellen.Nogmaals mijn verontschuldigingen. Hopelijk U t.z.t. te ontmoeten;doet U de groeten aan Uw wederhelft.Met vriendelijke groeten Jos H Crawfurd.

    • Anoniem zegt:

      Goedenavond mijnheer Crawfurd,

      Ik weet nog precies wie u bent en ik herinner me ook nog ons gesprek. U hoeft zich niet te verontschuldigen voor uw emoties. Zij waren oprecht en kwamen uit het diepst van uw ziel. Ik voel me bevoorrecht dat u mij deze emoties hebt willen laten zien.
      Dank u wel nogmaals en een hartelijke groet
      Pia van der Molen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s