Een Steurtje vertelt: deel 9 – Laatste jaar.

Frits Geuther, 2004.

MULO
1940, het eindexamen van de Mulo-school stond voor de deur. Ik studeerde veel, ik moest slagen want een leuker, vrijer leven wachtte me. Het hard studeren werd beloond met een diploma. De veranderingen in mijn leven kwamen: ik mocht mijn haar laten groeien. Weg met die kale kop. Ik kreeg schoenen die gemaakt waren in Pa’s schoenmakerij waar ook jongens van Pa werkten om het schoenmakersvak te leren.

De volgende verandering was het uniform. Het werd nu wit met een lange pantalon en een jas. De jas had nog steeds een kleine opstaande kraag. Deze jassen stonden bekend onder de naam jas toetoep (gesloten jas). Voor de tropen waren deze jassen onpraktisch. Ik verhuisde naar een kleinere slaapzaal waar maar twee rijen bedden stonden met in het midden een lange tafel met zitbanken waar je je huiswerk kon maken. Naar school gaan mocht je nu op eigen gelegenheid en mijn zakgeld werd meer. Als ik me niet vergis kreeg ik toen 10 cent per week.
Het corveewerk, de eetzaal schrobben en in de tuin werken, verviel. Wel moest ik nu bij toerbeurt meedoen met het voorlezen in de kerk van het door Pa geschreven kerkblaadje. Nu ik niet meer op school zat, had ik heel veel bewegingsvrijheid. Ik hoefde geen toestemming meer te vragen om ergens naar toe te mogen gaan, je ging gewoon. De stad verkennen deed ik ook. Waar woonden de meisjes van mijn school?
Studeren deed ik het liefst buiten op de hoek van het terrein waar Pa’s militair tehuis stond. Dat hoekpunt grensde aan de straat waar veel fietsende meisjes voorbij reden.

AMS
Nadat ik in juni 1940 het Mulo-diploma behaalde ging ik naar de AMS, de Algemene Middelbare School in Jogjakarta. Met een van de bussen van Pa werd ik naar school gebracht en gehaald. De busrit duurt ongeveer een uur. Er werd vaak gevochten tussen de jongens van Pa en Indonesische leerlingen van de Taman Siswa (leerlingentuin) school. Knuppels, ijzeren staven en messen kwamen er aan te pas. De politie moest vaak tussenbeide komen. We gingen ook wel eens onder begeleiding van de politie naar school.

Mobilisatie
In juni 1941 werd ik opgeroepen voor militaire dienst. In december 1941 brak de oorlog tegen Japan uit. Ik werd gemobiliseerd. Met de zegen van Pa vertrok ik naar mijn mobilisatiebestemming. Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands Indië. Ik werd krijgsgevangene en moest onder zware omstandigheden aan de Birma-Siam-spoorweg werken(*). Het krijgsgevangenschap heb ik overleefd. Was dit te danken aan mijn harde leven bij Pa?

Terugblik
Met mijn broertje Otto had ik weinig contact, hij had zijn eigen vrienden en ik de mijne. Wel deelden we alles wat we hadden samen. Als ik terugkijk naar mijn jeugd dan mag ik wel zeggen dat ik geen lieverdje ben geweest maar ook geen bandiet. Nooit heb ik gevochten. Mijn jeugd was hard maar met veel vrijheid.

bron: “Belevenissen uit mijn jeugd in Nederlands-Indië” © 2004, auteur J.F. Geuther.
*) Hoe het hem als krijgsgevangene verging is te lezen in het driedelige verhaal “Spoorlijn naar de Vrijheid” hier op Indisch4Ever gepubliceerd op 12, 13 en 14 augustus 2015.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.