Indise kersverhaaltje
Lang, lang heleden, er leef een fèn, hij heef vééééééél poen. Maar akelighe fèn, kassar en pelit. Zijn naam si Boetje. Als je was kasian of lapar, jammer dan, hij ghef nèks.. kurang adjar, di fen!
Maar hoed, hij had 1 beste vriend, si Nono, al sudah mati, dus si Boetje hij blijf alleen achter met zijn dagangan, zijn business. Hij huur een fèn voor de rotklusjes en is streng en niet reghvaardig. Deze fèn, si Bobbie, hij is arm, rijd in een grobak en zijn huis kayak kandang rombeng. Kasian hoor. Zijn zoontje, si Fentje, krempeng en sakit, dus si Bobbie hij moet veel poen verdienen om de rèkkening-rèkkening te bayar.
Toen, op kersavond, si Boetje haat naar huis. Heen selamatan met nasi kuning maar hij eet een kommetje soto, is lekker goedkoop. Plots hij hoor kledèng…kledèng. Duh sèh, wie daar? Dan: de deur haat open en hij ziet de momok van si Nono met bal aan zijn poot geketend. Hoe ken, wat doe jij hier? Si Nono zeg: ‘awas jij, als jij blijf dezelfde fèn jij word net als ik, voor altijd momok. Daarom deze nah er komen 3 momoks mampir bij jou’. Si Boetje moet lahhen, hahaha, hij heloof niet en haat lekker maffen.
En ja hoor, middernah daar behinn het gelazer. Duh seh.. een béééééldige nona manis staat aan zijn bed en neem hem mee naar kersnah tempoe doeloe. Wah..Boetje kijk zijn ogen uit, hij heloof niet, nee ehh niet!! Daar is Boetje als kleine fen, kasian, helemaal alleen. Niemand heef om hem maar hij wil niet huilen. Niet, cekal dese. Maar van binnen only the lonely..

Dan 2e keer hij word wakker van krrrr…krrrr.. Hij open één mata en ziet een nenèk op een schommelstoel. Ze seh: ‘ajoh Boetje, ik ben tante Pop, mee komen jij! Hij flieh door de luhh en komt aan in de rombeng van si Bobbie. Aduh, hij heloof niet, zo dingin daar. Geen kahhel die lui, geen kadootjes en een beetje bubur in de pan. Hij kijk naar si Fentje die rammeltt als een zak botjes zo krempeng. Loh, waar de rijsttafel? Dan hij haat naar zijn permilie. Die hebben een kumpulan, hij ziet lemper, pastei, tjendol, tafel vól. En ze praten over die hierige Boetje. Hij wil naar huis, aduh, dit is niet leuk meer.
3e keer, opnieuw een momok; naas zijn bed staat een lelijke fèn, zo lelijk ken eihenlijk niet seggen. Zijn haar kebulet, zijn smoel ompong. Si Boetje heef die fèn een lel maar ken niet. Oja is momok.
Hij haat mee naar een party. Die lui daar laghen-laghen en feesten hahaha, Boetje is dood. Loh..hoe ken, ik ben hier hij denk. Niet.. je bent in de future seg de momok. Iedereen wil jou snel vergeten akelige fèn! Dan ze haan naar Kembang Kuning. Si Boetje ziet een graf helemaal in de hoek ver weg van alles.
Zo kasian..hij kijk en kijk weer, zijn mata melottot. Dan hij haat janken, apa itu, is zijn eigen graf. Hoe ken? Hij val bijna in katzwijm. Dan hij word wakker, waduh, hij is helemaal blij. Hij niet mati, was maar mimpiyan, een droom. Hij rent meteen naar de toko en bestel nasi kuning, lemper., risolles voor tig personen. Daarna hij koop een kahhel en een trein en gaat naar de rombeng van Bobbie. Hier hij seg…voor jou. Merry Christmas en happy end. Al.
Zie je lui, als je heb veel poen, niet op zitten, ya. Voor je het weet klop de momok bij jou aan. Dus: alles membagi onder de armen (liefs onder mijn armen, hahaha).
Selamat, si jengot