De vlucht

gastpikirans Claran Postema schrijft:

Hallo,
Al een paar dagen zoek ik het internet af naar gegevens over de periode eind december 1957 met betreffende de SS Waterman en het Changi Camp in 1957.
Op 17 of 18 december 1957 ben ik met mijn moeder en twee broers vanuit Soerabaja, Tanjung Perak met de SS Waterman vertrokken naar Singapore. Ik was toen 12 jaar Vanwege de onrustige situatie in Indonesië heeft mijn vader ons naar Nederland gestuurd. Zelf bleef hij achter.

De boot was overvol, we sliepen met twee mensen in een bed, vrouwen bij de vrouwen, mannen bij de mannen. Mijn broers waren net iets te oud om als “kind” bij mijn moeder te mogen slapen, zij moesten naar een grote slaapplaats ergens anders op de boot. ´s Nachts zijn zij met andere jongens over de boot gaan “zwerven” en toen zijn ze bij mijn moeder en mij ook in dat ene bed komen liggen. Het duurde niet zo lang want in Singapore moesten wij van boord.
Toen we in Singapore aankwamen kregen sommige mensen een rood lintje en de anderen een blauw lintje.Waar dat precies voor was weet ik niet maar uiteindelijk kwamen alle rode lintjes bij elkaar in het Changi Camp in Singapore.

Het waren hoofdzakelijk vrouwen en kinderen. Het kamp was van Britse militairen en bij aankomst kregen we allemaal een kussen en een deken,een bord en beker en een lepel, vork en mes die aan elkaar konden met een soort klemmetje.
Je kreeg een barak toebedeeld en daar stonden rijen veldbedden.
Ik denk dat de lintjes bedoeld waren om de mensen te splitsen. De maatschappij kon met zo´n volgepropte boot natuurlijk niet naar Nederland varen dus werden de mensen gespitst en tijdelijk ondergebracht in het kamp.Van daaruit konden de mensen dan alsnog met een boot of vliegtuig verder naar Nederland.
Het was een kamp met Britse militairen, maar met zoveel mensen op elkaar, weinig hygiëne en te weinig toiletten, brak er al heel erg snel een dysenterie-besmetting uit.
Toen kwam het hele kamp in quarantaine, niemand eruit en niemand erin.
Een stel vrouwen en wat grotere meisjes, waaronder mijn moeder en ik zelf hebben toen de boel grondig schoongemaakt en gehouden en na 5 dagen werd de quarantaine opgeheven.

U moet zich voorstellen dat alle mensen uit Soerabaja waren vertrokken met een klein beetje handbagage, we zouden immers meteen doorgaan naar Nederland, dus na een paar dagen kwamen alle mensen van alles tekort.
Geen eten, dat was goed verzorgd door de militairen.
Aan het begin van de eetbarak ga je in de rij staan met je bord, beker en eetgerei en dan krijg je het eten. Iedereen eenzelfde portie, maar als kind was het soms te weinig, dus wij aten ons bordje leeg – einde van de barak was een afwasgedeelte – bordje en bestek afwassen en opnieuw in de rij.
Natuurlijk zagen de militairen dat best wel, want de sfeer was eigenlijk best goed.
Mijn moeder was kapster en die heeft in het kamp veel mensen hun haren geknipt, er werd een kindje geboren, maar er was niet echt op kleertjes gerekend, mijn babypop had de juiste kleertjes aan, dus die werden gebruikt.
Nadat de quarantaine was opgeheven mochten we wel naar het centrum met een grote legerauto om boodschappen te doen, maar ja we hadden geen van allen echt geld om dat te doen. We wilden naar Nederland.
De Nederlandse radio en televisie zijn ook op bezoek geweest, er was echt voldoende aandacht maar niemand die ons kon zeggen wanneer we daar weg mochten.

Met de kerst zaten we er nog en aan die Kerst heb ik mooie herinneren; de militairen hadden zo goed en zo kwaad als het kon voor wat snoep en limonade gezorgd en samen met hun en een dominee hebben we kerstliederen gezongen.
Er gingen wel mensen naar Nederland, zo om de paar dagen ging zo´n grote legertruck met wat mensen naar het vliegveld.
Eenmaal uit het kamp kon je niet meer terug.
Waarschijnlijk deed het thuisfront hevig hun best om de mensen daar weg te krijgen, hoewel dat te betwijfelen valt,
Mijn vader wist niet beter dan dat wij op weg waren naar Nederland.
Telefoon en communicatie was niet zo simpel als nu.

Op 28 december 1957 worden wij door de commandant van het kamp via de luidspreker opgeroepen om in zijn kantoortje te komen en krijgen we bericht dat we de volgende
morgen heel vroeg klaar moesten staan want we konden en mochten naar het vliegveld en naar Nederland.Veel in te pakken hadden we niet en de reis naar het vliegveld vonden we ook best spannend.
Daar aangekomen moesten we ons inchecken en toen………
We stonden niet op de lijst, er was niet voor ons geboekt.
Wij waren mevrouw Postema met drie kinderen en er was geboekt voor mevrouw Posthumus met drie kinderen.
De Britse commandant heeft waarschijnlijk niet goed gekeken of de namen verward, maar wij konden niet weg.
De andere familie werd snel nog opgehaald en wij zagen “ons” vliegtuig vertrekken.
U begrijpt wel dat daar toen menig traantje is gelaten.
De KLM heeft ons toen opgevangen, we kregen iets te eten, een uitsmijter, zoiets vergeet je nooit, en die hebben verder gezorgd dat er iemand ingeschakeld werd om ons verder te helpen.

Mijn vader werkte voor de Cultuurbank N.V., een bedrijf voor suikerplantages en via via hebben ze in Singapore een soortgelijk bedrijf en relatie gevonden dat ons kon helpen.
Wij werden dan ook uiteindelijk welkom geheten door de heer Weber van Quthrie.
Naar het kamp terug mochten we dus niet, maar hij bracht ons naar hotel de L`Europe.
Een heel mooi hotel met airconditioning en een eigen badkamer. Dat was ineens wel erg veel luxe.
Met de heer Weber zijn we de volgende dag wat warme kleren gaan kopen, want in Nederland was het winter enwij hadden geen winterjassen en truien.

Op 31 december 1957 mochten wij dan met het vliegtuig naar Nederland.
Toentertijd landde een vliegtuig ook in Karachi en er was besloten dat we in een hotel konden slapen en dan volgende dag verder, maar net toen we onder de douche stonden werd er geklopt op de deur of we naar het vliegtuig wilde komen want oud en nieuw zouden we in de lucht vieren. Ja, we kregen oliebollen en er was champagne voor de ouderen, weer het meest vrouwen en kinderen, heel veel kinderen.

En dan… eindelijk op 1 januari 1958 s´avonds laat komt Schiphol in zicht…
Het sneeuwt in Nederland, de baan is glad, we kunnen niet landen.
We cirkelen wat boven Amsterdam en dan eindelijk kan er toch geland worden.
De trap (sluizen waren er toen nog niet) was spiegelglad en we moesten achterstevoren de trap af, maar we voelden geen kou, geen wind… we roken en voelden Holland.
In het vliegtuig was nog gezegd dat er op Schiphol mensen klaar zouden staan om ons op te vangen met kleding en andere dingen, maar helaas, dat was voor ons een beetje vreemde gewaarwording, die hulp was niet voor de “blanke” Nederlanders.
Wij stonden daarom wat verbaasd te kijken tussen al die drukte en ineens zagen we onze opa en een tante en oom.
Opa had een volkswagenbusje gehuurd en zo werden we toch opgevangen en reden we naar Den Bosch.
We hadden natuurlijk geen onderdak, maar gelukkig was het huis van mijn opa groot genoeg om bedden bij te schuiven en konden we eindelijk na een paar enerverende weken slapen in een Nederlands bed op Nederlandse grond. Deze aankomst op 1 januari 1958 zal ik nooit vergeten.
Mijn vader kwam 7 maanden later ook terug naar Nederland en daar hebben we toen een nieuw bestaan opgebouwd.

Waarom ik dit allemaal schrijf?.
Zo´n verhaal, dat hebben wij niet alleen meegemaakt, maar ondanks al mijn gezoek op internet kan ik hierover niets vinden.
Is het Changi Camp niet belangrijk geweest voor de opvang van evacuees?. In het jaaroverzicht van 1957 wordt er wel over gesproken.
In de gegevens van SS Waterman worden deze transporten slechts genoemd voor “repatriëring”, terwijl het toch meer was.
Zijn er geen mensen meer die dit hebben meegemaakt? Er waren zoveel kinderen.
Misschien is mijn verhaal te lang voor uw pagina, eigenlijk hoop ik dat u zo´n verhaal al eens eerder bent tegengekomen en mij dan verder kunt helpen met eventueel misschien een klein fotootje.
Hartelijk bedankt en ik hoop van u te horen,

Vriendelijke groet,
Claran Postema

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

12 reacties op De vlucht

  1. Paul Vermaes zegt:

    Dank Claran voor dit repatriëringsverhaal. Het hele verhaal bevat interessante details o.a. dat het Changi in 1957 nog Brits was en dat tot 1957 de Cultuurbank N.V. in Indonesië nog actief was, dat jullie bij aankomst op Schiphol geen hulp kregen omdat jullie Totoks waren en niet Indo’s.

    • Claran Postema zegt:

      Hallo Paul Vermaes, leuk dat je in mijn verhaal nieuwe details vond, misschien heb je voor mij ook wel leuke details.
      Hoor ze graag, groeten Claran

    • Pierre de la Croix zegt:

      Pak Vermaes: Singapore, dus ook Changi, was tot 1959 Brits. Daarna werd de stadstaat onafhankelijk, om zich vervolgens aan te sluiten bij de Maleisische Federatie en zich tenslotte weer af te scheiden.

      Pak Pierre

  2. Jan A. Somers zegt:

    Heel nuttig verhaal voor de verhalenbundel. Weer eens wat anders dan de pure ellende die in andere verhalen doorklinkt. Louis Paul Boon had toch gelijk met zijn roman over ieders eigen kleine oorlog.

    • Claran Postema zegt:

      Hallo Jan. A. Somers bedankt voor je positieve reactie, mocht u meer weten uit de tijd 1950-1957, uit Soerabaja zou ik dat heel leuk vinden.
      groeten Claran Postema

      • Jan A. Somers zegt:

        Ik ben al in 1946 uit Soerabaja naar Nederland vertrokken. Het was toen een stad die weer tot leven was gekomen na de bersiap.

  3. Pierre de la Croix zegt:

    Ik wil u ook gaarne danken voor uw relaas, Vrouwe Claran Postema.

    31 December 1957 – De dag dat ik, net 2 weken thuis in Den Haag van een reis, een telegram kreeg met het dringende verzoek mij in Amsterdam te melden om te monsteren en vervolgens aan boord te gaan van het m.s. “Helena” van de KNSM dat nog die avond zou vertrekken naar “de West”, om de plaats in te nemen van “een zieke”. Zo ging dat in die dagen.

    Maar dat v.w.b. de persoonlijke herinnering die ineens bij lezing van uw relaas boven kwam.

    Ik ging in 1952 alleen met mijn zusje naar Nederland, met de Zuiderkruis. Geen luxe, ik sliep als 14 jarige in een hut met 7 volwassen mannen. Maar iedereen had z’n tampatje, er was geen overbevolking aan boord.

    Uw verhaal leert mij dat het er 5 jaar later anders aan toe ging, ontegenzeggelijk dankzij de haatcampagne van Boeng Karno tegen Nederland en alles wat Nederlands was. Door die politiek werden schepen als de “Waterman” (zusterschip van de “Zuiderkruis”) in Indonesische havens kennelijk mudjevol geladen om een goed heenkomen te bieden aan zoveel mogelijk “repatrianten” en dat in Singapore het “surplus” weer van boord moest, in afwachting van beschikbaar transport. Inderdaad meer een “vlucht” dan een sentimental journey home.

    Tja …. come to think of it …… we zouden eigenlijk ook “bootvluchteling” kunnen worden genoemd. Gelukkig eindigde onze reis niet in de branding bij Lampedusa, maar in een contractpension van DMZ.

    Pak Pierre

  4. Huib zegt:

    Vergeet de ruzie niet tussen Indonesie en Australie over bootvluchtelingen die blijkbaar geen van beide landen wil hebben.

    Hoeveel “Lampedusa’s” zijn er daar al niet geweest?

  5. Boeroeng zegt:

    Achtergrondinformatie over december 1957 en de verbanning
    http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1135670

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s