
In 2015 kondigde staatssecretaris Van Rijn van het ministerie VWS aan dat er een regeling zou komen waarin zou worden bepaald dat de oud-ambtenaren en oud-militairen werkzaam in voormalig Nederlands-Indië een bedrag van 25.000 euro zouden krijgen als vergoeding voor de periode dat zij geen salaris hebben ontvangen. Deze periode loopt tijdens de tweede wereldoorlog van 1942 tot 1945. Het zure is dat de erfgenamen van de oud-ambtenaren en oud-militairen niets krijgen. Dat is te zeggen: de erfgenamen van de oud-ambtenaren en oud-militairen krijgen wel de 25.000 euro als deze oud-ambtenaren en oud-militairen nog in leven waren op 1 augustus 2015. Dit is natuurlijk bijzonder zuur voor erfgenamen indien de oud-ambtenaar/oud-militair overleed in, bijvoorbeeld, januari 2015.
De organisatie “Ons Stille, Indische Leed”komt hiertegen in het geweer, omdat dit onrechtvaardig is. De onrechtvaardigheid doet des te meer pijn omdat Nederlanders met een Indische achtergrond, of met een Molukse achtergrond het erg zwaar hebben gehad tijdens en na de tweede wereldoorlog. Deze trauma’s zijn voor vele mensen nog altijd voelbaar. Wij vinden dat er een morele verplichting heerst bij de Nederlandse overheid om Nederlandse erfgenamen van Nederlandse ambtenaren/staatsburgers niet in de kou te laten staan. De erfgenamen van ambtenaren uit Roodeschool of Lutjebroek krijgen wel gewoon geld indien deze ambtenaren uit Roodeschool of Lutjebroek overlijden. Waarom krijgen de erfgenamen van Indische Nederlanders niets? De organisatie “Ons Stille Indische Leed” wil in een positieve dialoog proberen om de inktzwarte bladzijde uit de recente vaderlandse geschiedenis om te slaan.
De website van de organisatie “Ons Stille, Indische Leed” heeft ook als doel om informatie te geven aan alle Nederlanders, dus niet alleen aan Nederlanders met een Indische of Molukse achtergrond. Daarom volgt er een piepklein stukje Indische, vaderlandse geschiedenis over de bevolkingsgroepen in voormalig Nederlands-Indië.
Groningen hoorde bij het Koninkrijk der Nederlanden evengoed als Java, Bali, Sumatra en al de andere eilanden behorende tot voormalig Nederlands-Indië. Helaas associëren mensen Nederlands-Indië hoogstens met de Pasar Malam, saté, bami en nasi. Het gaat te ver om op de homepagina van deze webstek de geschiedenis van Nederlands-Indië uit de doeken te doen, omdat deze geschiedenis vier eeuwen teruggaat in de tijd. Wel volgt er een korte weergave van de herkomst van de Indische Nederlanders.
In de afgelopen eeuwen zijn er diverse etnische minderheden ontstaan door immigratie naar Nederlands-Indië. De Arabische handelaren in specerijen waren al voor de komst van de eerste Europeanen aanwezig in voormalig Nederlands-Indië. Zij brachten de Islam naar de gordel van smaragd. Na het einde van de middeleeuwen kwamen de Europeanen naar Indië om in eerste instantie handel te drijven in specerijen. Specerijen werden namelijk populair in Europa. Tot dan toe beheersten de Arabieren de handel in specerijen. De Europeanen wilden de specerijen zelf gaan halen. Eerst kwamen de Portugezen naar voormalig Nederlands-Indië. Daarna kwamen de Britten en de Nederlanders naar voormalig Nederlands-Indië. Uiteindelijk bleef de Portugese aanwezigheid in de Indische archipel beperkt. De Hollandse aanwezigheid bleef niet beperkt. Hoewel pas in de negentiende en de twintigste eeuw het Nederlandse gezag pas echt stevig werd gevestigd. Vanaf 1816 maakte Nederlands-Indië onderdeel uit van het Koninkrijk der Nederlanden.
Echter, waar bestond de bevolking van Nederlands-Indië uit? Grofweg kan gezegd worden dat de bevolking bestond uit inheemsen, Europeanen en Indo-Europeanen. Indo-Europeanen waren het resultaat van huwelijken en het zogenaamde concubinaat van Inheemse vrouwen en Europese mannen. Nadat Nederlands-Indië onderdeel van het koninkrijk was geworden, nam het aantal ambtenaren toe. Ook werd er een leger gevormd, het KNIL. ‘Veel Indo-Europeanen waren ambtenaar of dienden in het Koninklijke Nederlands-Indisch leger (KNIL), en waren Nederlands/Europees georiënteerd. Het KNIL was tussen 1816 en 1870 voor Indo-Europeanen de grootste werkgever,’ aldus het Centrum Onderzoek Maatschappelijke tegenstellingen in 1992. Ook in de jaren daarna waren vele Indo’s ambtenaar en militair, maar zij hebben tijdens die periode van 1942-45 nooit salaris ontvangen. Ook voor Molukkers geldt hetzelfde verhaal. Terwijl de Molukkers toch trouwe militairen waren van het KNIL. Zeker in de tijd na de tweede wereldoorlog (tijdens de politionele acties) waren de Molukkers trouwe militairen. Er zijn verhalen bekend van Molukkers, die krijgsgevangenen waren en na de tweede wereldoorlog een paar maanden moesten aansterken en daarna, hup een nieuwe oorlog in. Deze keer had die oorlog de naam Politionele Actie. Tot dusverre de zeer, zeer korte weergave van een stuk vaderlandse geschiedenis.
De Back pay regeling.
Allereerst wil ik duidelijk maken dat deze zeer korte uitleg beslist niet gaat over WUBO- uitkeringen of WUV-uitkeringen, enz. Bovendien zijn dit totaal andere trajecten, die je als oorlogsgetroffene moet doorlopen. WUBO-uitkeringen en WUV-uitkeringen staan dus volledig los van de uitbetalingen van salarissen van oud-ambtenaren en oud-militairen in voormalig Nederlands-Indië werkzaam tijdens de tweede wereldoorlog.
Voor alle duidelijkheid: deze zaken staan los van elkaar, omdat deze uitleg gaat over tegoeden uit een overeenkomst. Om uit te leggen wat er aan de hand is, moet ik eerst in het kort de casus weergeven. Wat is er nu eigenlijk aan de hand? Normaal gesproken krijg je als werknemer salaris. De werknemer stelt zijn arbeid beschikbaar en de werkgever betaalt voor die arbeid. Eigenlijk is het daarom vreemd dat de oud-ambtenaren hun salarissen nooit gekregen hebben. Uiteindelijk heeft staatssecretaris van Rijn namens de regering als gebaar van goede wil daarom besloten de oud-ambtenaren en oud-militairen een vergoeding van 25.000 euro per persoon toe te kennen, maar de weduwen en de kinderen van de reeds overleden oud-ambtenaren krijgen geen uitkeringen. Dit is toch een vreemde situatie, want normaal gesproken erven de erfgenamen vorderingen van overleden werknemers. Bovendien vallen vorderingen meestal in een huwelijksgoederengemeenschap. Deze strategie doorbreekt de normale gang van zaken in het burgerlijke recht. Deze juridische bevoegdheid is er, maar een breuk met de normale gang van zaken in het burgerlijk wetboek blijft raar.
Toch zijn er heel misschien nog mogelijkheden voor de weduwen en kinderen van de oud-ambtenaren om toch de achterstallige salarissen te ontvangen.
De regeling Backpay genaamd valt onder het bestuursrecht.
Edoch, wat is het bestuursrecht? De overheid in al haar gedaantes van provincies, gemeentes, tot het CBR heeft een bepaalde macht om te besturen. De overheid kan burgers, bedrijven, stichtingen, verenigingen binnen de grenzen van de wet haar wil opleggen. Wij moeten allemaal de overheid gehoorzamen, omdat moet er bestuurd moet worden in dit land. Van bovenaf wordt de wil opgelegd. Het bestuursrecht gaat dus uit van een verticale benadering. Natuurlijk is de macht van de overheid beperkt. Zij moet zich houden aan de wet en dan met name de Algemene Wet Bestuursrecht. Regels zijn vaak nader gespecialiseerd in bijzondere bestuursrecht.
De overheid in al haar gedaantes kan bestuursrechtelijke wetgeving nader concretiseren d.m.v. van besluiten en beschikkingen. Een besluit bindt iedereen. Denk, bijvoorbeeld, aan de plaatsing van een verkeersbord op de autosnelweg. Iedere automobilist moet zich daaraan houden. Echter, een beschikking richt zich tot een of meerdere, bepaalde personen. Tegen een beschikking staat altijd bezwaar open. Tegen een besluit staat geen bezwaar open. Als het bezwaar niet wordt gehonoreerd, dan kan men terecht bij de bestuursrechter. Om terug te komen op dat geldbedrag dat de weduwen en kinderen zouden moeten krijgen: als dat geldbedrag naar de regels van het burgerlijk recht wordt uitgekeerd, dan kunnen de weduwen en kinderen van de ambtenaren niets. Wordt het geld in de vorm van een beschikking uitgekeerd, dan kunnen zij bezwaar maken als zij niets krijgen. De rechtsbescherming is dus veel beter.
In dit verband is het van belang om uit te leggen wat een bestuursorgaan is in de zin van het algemene bestuursrecht, want alleen een bestuursorgaan kan beschikkingen geven. Een bestuursorgaan in de zin van het bestuursrecht is bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders. Zo kunnen zij op basis van o.a. de Woningwet een bouwvergunning afgeven. Die bouwvergunning is een beschikking. Als de vergunning niet wordt toegewezen, dan kun je in bezwaar gaan.
Wat betreft de uitkering aan de oud-ambtenaren: de uitkering is een beschikking. Artikel 10 van de ministeriële regeling met de naam Backpay geeft de mogelijkheid om in bezwaar te gaan als men het niet eens is met de beslissing van de staatssecretaris van sociale zaken. Het is zeer aan te raden om een aanvraag te doen als erfgenaam. Volgens de regels van de Algemene Wet Bestuursrecht is het bestuursorgaan verplicht om te antwoorden. Als het bestuursorgaan, in dit geval de minister, weigert om te antwoorden, dan is de weigering ook een beschikking waarmee men naar de bestuursrechter kan stappen. De weduwen en de nabestaanden vallen volgens artikel 3 en 4 uitdrukkelijk niet onder de Backpayregeling, maar dat moet hen niet weerhouden om toch een aanvraag te doen.
Waarom moeten ze de aanvraag toch doen ondanks het feit dat hun aanvraag niet zal worden toegewezen? Welnu, die aanvraag moet gedaan worden, omdat er op juridisch gebied toch nog wel iets valt af te dingen op deze regeling. Men zou heel misschien kunnen zeggen deze regeling het in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het gelijkheidsbeginsel is een rechtsbeginsel dat in de Grondwet staat. Om het gelijkheidsbeginsel heel erg in het kort te concretiseren: artikel 4 van de ministeriële regeling bepaalt dat degene, die in aanmerking wilde komen wel in leven moest zijn op vijftien augustus 2015. Als een oud-ambtenaar in (bijvoorbeeld oktober 2015 overleden) is, dan krijgen de erfgenamen wel 25.000 euro. Als een oud-ambtenaar in (bijvoorbeeld januari 2014) overleden is, dan krijgen de erfgenamen helemaal niets. Kortom: gelijke gevallen worden niet gelijk behandeld. Je kunt ook nog andere redenen aanvoeren waarom deze ministeriële regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechter kan deze backpay regeling naar aanleiding van de bezwaarschriften dan toetsen aan hogere wetgeving, Algemene Maatregels Van Bestuur (AMVB) De rechter kan deze regeling zelfs toetsen aan het internationale recht, met de vraag: is deze regeling niet in strijd met internationale verdragen?
In het verleden is geprobeerd om via de rechter de achterstallige salarissen van de oud-ambtenaren uitgekeerd te krijgen in de rechtszaken het Comité Civiele Vorderingen (8 december 1955) en de Stichting tot Opeising van Militaire Inkomsten ex-Krijgsgevangenen (30 november 1955) en het geding Froeling (24 oktober 1957, zijn deze pogingen mislukt. Het hoogste gerechtelijke college heeft gezegd dat de staat Indonesië hier verantwoordelijk voor was. Dat is inderdaad zo volgens de doctrine van het internationale recht. Elke keer vingen de oorlogsgetroffenen bot. Daarom moet er eerst gekeken worden of er juridische gaten kunnen worden geschoten in de huidige Backpay regeling.
Advies.
Het is van eminent belang dat de nabestaanden zich verenigen in een belangenvereniging, of dat ze een stichting oprichten. Dit scheelt namelijk in de procedurekosten. Een advocaat, of een andere juridische deskundige moet dan maar eens uitleggen aan de belanghebbende wat de proceskansen zijn. Ik maan hierbij tevens tot spoed, omdat de aanvragen tot 1 januari 2017 gedaan kunnen worden. Als de aanvragen daarna pas gedaan worden, dan loopt men de kans dat zij niet in behandeling worden genomen. Het devies is dus niet: dit gaan wij eventjes doen!
Peter Logman
Contact: Peter Logman Zonegge 4 08 6903 EH Zevenaar
Email: sl.lotus@online.nl
Auteur: mr. C.O.V. van Randwijck
Franky Nijman