
Eric Neyndorff zit voor twee maanden in Indonesië. Hij zou proberen reisverhalen door te sturen. Dit is nr 2. Zie hier voor deel 1.
Hallo beste vrienden en vriendinnen,
Ik ben vrijdag bij het museum Prastasti (niet Traasti, zoals ik het in mijn eerste mail abusievelijk noemde) geweest. Het kerkhof wordt duidelijk gerestaureerd, zoals blijkt uit de vele standbeelden, die in plastic zijn verpakt. Ik heb graven gezien, waarvan ik dacht, die naam ken ik. Zoals de gedenksteen van notaris. De Riemer, Hierbij moest ik onmiddellijk denken aan Roy de Riemer, die eens in het bestuur van de Pasar Malam Besar verkeerde en geen onverdienstelijk journalist was, van wie ik de stukjes onder het pseudoniem Frederik Hazenpad elke week verslond. Ook zag ik het graf van Generaal Majoor Koehler, die in Atjeh sneuvelde. Ik heb een hoop foto’s gemaakt. De link naar de fotosite zal ik t.z.t. doorgeven, omdat ik er nog niet achterben, hoe ik de foto’s kan downloaden vanaf mijn camera, mijn denkraam is namelijk niet zo groot als van Heer Bommel de bekende heer van stand, zoals de oplettende lezertjes ongetwijfeld weten.
Ik heb mij na het bezoek aan het museum door een taxi naar het warenhuis Sarinah laten vervoeren. Hier stapte ik van mijn principe af, om alleen taxi’s van de Bluebird (Burung Biru) groep aan te houden af, noodgedwongen, omdat ik geen taxi van de groep zag en ik niet langer wilde wachten. Ik werd onmiddellijk voor dit vergrijp gestraft. De taxichauffeur zette de meter niet aan en toen ik een opmerking erover maakte, zei hij dat de rit 30.000 rupiah (€ 1,92) zou kosten. Volgens de meter van de Bluebird groep zou ik zeker 20.000 rupiah betaald hebben, wat mij €0.64 zou hebben bespaard. Laat het jullie een les wezen bij een bezoek aan dit mooie land.
Aangekomen bij Sarinah begaf ik mij, omdat mijn maag begon te rammelen, naar het foodcourt in de kelder van het warenhuis. Ik keek rond bij de diverse restaurantjes en besloot, nou ja besloot, ik werd min of meer getackeld door een mooie jongedame om bij haar werkgever een nasi goreng spesial te nemen. Bij mijn keus speelde de prijs van de spijs ook een rol, die was namelijk 30.000 rupiah. Het gerecht was verrukkuluk. Er was een kip voor geslacht, waar de helft van op mijn bord verscheen. Ook was er ruim gebruik gemaakt van lombok en cabe rawit, wat een aangenaam branderige smaak veroorzaakte. In de prijs was een flesje ijsthee begrepen. Omdat het bezoek aan het museum mij dorstig had gemaakt, besloot ik een tweede flesje te nuttigen. Hetgeen de prijs tot 38.500 rupiah opdreef. Incluis de fooi, die ik vanwege de mooie ogen van de serverster, niet kon nalaten te geven, kostte de hele maaltijd mij de riante prijs van 44.000 rp (€2,82).
Dit was hoe ik mijn eerste vrijdag in Indonesië besteedde.
Het laatste biertje dat ik heb gedronken was een San Miguel aan boord van het vliegtuig naar Hong Kong. Hier drink ik voornamelijk ijsthee of een vers vruchtensapje.
Zaterdag werd ik weer gewekt door de automatische wekker, wat mij er weer aan herinnert, dat ik voortaan een hotel uitzoek, dat ver van een moskee is verwijderd, voorwaar geen eenvoudige opgave op Java. Na mijn ontbijt ben ik weer in slaap gevallen. Om 9 uur ben ik naar het Gambir station gegaan om een plaats in de trein, de Argo-Parahyangan, voor mijn reis naar Bandung te reserveren. Nadat een half uur voor het verkeerde loket had gestaan, omdat ik niet in de gaten had dat ik in de rij voor direct vertrek stond, heb ik goede loket gevonden Ik moest echter eerst een formulier invullen waar ik 2 keer mijn naam moest opgeven, mijn paspoortnummer en de klasse waarmee ik wil reizen. Ik opteerde voor de eksekutif klasse. Ik moest hiervoor de somma van 70.000 rupiah ( 4,48 euro) betalen. Voor dit enorme bedrag reis ik dan wel 180 km verder naar het Oosten.
Ik ga nu wachten op mijn stiefdochter, om naar het graf van Tilly en daarna het Ereveld Menteng Pulo te gaan.
Ik breng hiervan in een volgend mailtje verslag uit, tot dan
