SPOORLIJN NAAR DE VRIJHEID
(1942 – 1946)
Hoofdstuk 3. BEVRIJDING EN TERUGKEER
Capitulatie van Japan, 15 augustus 1945
Van Tamarkan gingen we naar Chungkai en van daar naar Kanchanaburi, een plaats dichtbij Bangkok. Daar was ik toen Japan capituleerde.
“De oorlog is voorbij”
“Japan heeft gecapituleerd”
“De stad Hiroshima is plat gebombardeerd”
Deze geruchten werden in het kamp rondgefluisterd, niemand durfde het hardop te zeggen. Dagen gingen voorbij. We werden nog steeds door de Japanners bewaakt. Van een beëindiging van de oorlog was niets te merken. Onze blijdschap werd met de dag minder tot op een dag een paar geallieerde officieren het kamp binnenstapten begeleid door Japanse officieren. Ze gingen rechtstreeks naar het verblijf van de Japanse kampcommandant. Onze Nederlandse commandant ging mee.
Bevrijding
Enkele ogenblikken later werden we door hem bijeengeroepen. Een korte toespraak volgde:
“De oorlog is voorbij. We moeten ons waardig gedragen. Geen wraakacties tegen de Japanse bezetters. We moeten ons ook netjes gedragen tegenover de plaatselijke bevolking”.
Een groot gejuich steeg op en iedereen maakte vreugdesprongen. Maar hoewel de oorlog voorbij was werden we nog steeds door de Japanners bewaakt. Bewaakt, niet om vluchten te voorkomen maar om ons te beschermen tegen kwaadwilligen. Het kostte moeite om aan de nieuwe situatie te wennen. We hoefden onze hoofden niet meer te buigen voor de Japanners. Nu deden zij dat, soms reeds enige meters van tevoren. Corveediensten werden nu door de Jappen gedaan, door ons met een vergenoegd gezicht gadegeslagen. Hoewel sommigen van ons tijdens de krijgsgevangenschap wraakgevoelens hadden jegens bepaalde Japanse bewakers waren deze gevoelens verdwenen. Waren we misschien te blij met onze verkregen vrijheid?
Om echt feest te kunnen vieren moesten we wachten op fatsoenlijke kleding en geld. Gelukkig heeft dit niet lang geduurd. Kleding, noodrantsoenen, sigaretten enz. werden het kamp binnengebracht. Soldij werd uitbetaald.

Siamese artiesten, 1945
In de stad, ruim een half uur lopen vanuit het kamp, verschenen eet- en danstentjes en zoals te verwachten verschenen ook Thaise schonen uit de omgeving op het toneel. Er werd ons wel aangeraden om niet alleen de stad in te gaan omdat er wel eens berovingen plaatsvonden. Het feesten duurde soms tot in de vroege ochtenduren. Bij het kamp verschenen verkoopsters met manden vol etenswaren en fruit. Natuurlijk werd er ook met deze verkoopsters geflirt. Dat liep soms op een huwelijk uit. Er waren zoveel huwelijken tussen ex-krijgsgevangenen en Thaise meisjes dat zij een eigen barak kregen. Deze barak werd bewaakt door een Japanse soldaat om ongewenste personen buiten te houden.
Terugkeer
Het waren niet alleen dagen van feesten maar ook van piekeren. Velen dachten aan de situatie op Java met ouders, echtgenotes en kinderen, familie en vrienden. Sommigen is het gelukt vrouw en kinderen te laten overkomen naar Siam om van daaruit naar Nederland gerepatrieerd te worden. De meesten wilden echter zo gauw mogelijk terug naar Java om weer herenigd te worden met hun gezin en familie. Anderen wilden terug om de orde in Indië te herstellen. Ze mochten niet zo gauw terug, ze moesten eerst op krachten komen. Uiteindelijk gingen we in het voorjaar van 1946 per boot terug naar Indië naar de haven Tandjung Priok. De Indonesische nationalisten hadden intussen volop tijd gehad om door te gaan met hun strijd. De politionele acties begonnen.
Frits Geuther, Siam 1946
Terug op Java, werden we in kazernes ondergebracht om later ingedeeld te worden in de diverse compagnieën van het KNIL. Ik heb niet lang hoeven te zoeken voor ik mijn moeder, een zuster en een broer vond. Ze waren allemaal zoals vele anderen in een kazerne ondergebracht. De ontmoeting was zeer emotioneel ook met mijn nieuwe zwager. Toen hoorde ik dat mijn vader was overleden in 1944. Hij heeft een zwaar leven gehad maar was een goed mens. We moesten allemaal opnieuw beginnen met elkaar en de schamele bezittingen die we nog hadden. Ik had het geluk de oorlog overleefd te hebben en gezond te zijn en besloot verder te gaan als soldaat van het KNIL. Nu met de verantwoordelijkheden als oudste zoon van mijn vader.
Drieëntwintig jaar oud en eindelijk een vrij man!
In datzelfde jaar ontmoette ik Lucie Klein, het meisje met wie ik de rest van mijn leven zou delen.
Lucie Klein en Frits Geuther
Bandoeng 1949
Johan Frederich Geuther
Eindhoven, 1999.
NAWOORD
Nooit pronkte mijn vader met zijn onderscheidingen. Bij dit verhaal mogen ze niet ontbreken: Het Koningin Wilhelmina Oorlogsherinneringskruis (1949), de Medaille voor Orde en Vrede (1949) en de Medaille voor Trouwe Dienst (1958).
Hij overleed in 2004 maar schreef in dat laatste jaar ook nog uitgebreid en optimistisch over de belevenissen in zijn jongensjaren bij Pa van der Steur.
“Vooruitkijken, dat is belangrijk”, zei hij en hij gaf ons zijn levensverhaal. Een verhaal dat ons kan helpen bij het vooruitkijken.
Ferry Geuther
Augustus 2015
© F.G. Geuther, 2015 Foto’s tenzij anders vermeld: collectie F.G. Geuther
e-mail: blikveld@outlook.com
Lees deel 1, deel 2.