
van Joty ter Kulve
Open brief aan mijn overleden grootouders, vader, moeder, broer, zuster, nichtjes, ooms en tantes, vrienden… die hetzelfde lot deelden als ik tijdens WO II in de Pacific. In Burma, Thailand, Java. Met misschien een CC aan : voormalig Luitenant Generaal van Mook, Generaal Spoor, Rudy Kousbroek, de ouders van Adriaan van Dis… en waarom ook niet, oud-President Soekarno, Sutan Sjahrir, Moham. Hatta
Lieve Familie, Beste Vrienden, Excellenties,
Graag zou ik een retourtje willen nemen naar de plaats, waar u zich nu bevindt; even uw mening vragen over de ’’Stille Tocht’ ’die wordt georganiseerd door enkele gerepatrieerden van W. O. II in de Pacific. Hun grootouders en ouders moesten dwangarbeid verrichten in de Japanse concentratiekampen in Thailand, Birma, Java, of moesten zich redden onder erbarmelijke omstandigheden buiten de kampen.
Deze nazaten, voor de goede orde, vormen de vijfde generatie oorlogsslachtoffers ( zoals zij zich noemen). Mijn grootouders bij het uitbreken van de oorlog zestig jaar oud zijn de eerste generatie, mijn moeder veertig jaar oud is de tweede generatie en wij kinderen tussen 11 en 18, zijn de derde generatie ‘’slachtoffers’’ van WO II.
De Stille Tocht wordt georganiseerd door de vierde en vijfde generatie (meest vijftigers, zestigers) die de oorlog gelukkig niet aan den lijfe hebben ondervonden. Na de oorlog hebben zij met alle Nederlanders kunnen profiteren van het geboden onderwijs en de goede maatschappelijke en sociale voorzieningen.
Ik ben er altijd bijzonder trots op geweest, dat wij , ondanks alle teleurstellingen, tegenslagen, zo goed zijn geintegreerd en ons hebben ingezet voor de opbouw van Nederland. De tentoonstelling ‘’ AANPASSEN’’ die nu nog te zien is in de OBA, hartje Amsterdam en in de komende zeven maanden in Leiden, is een stille getuige van ons vermogen tot aanpassen.
U daarginder, die ongetwijfeld afstand hebben genomen van vele aardse perikelen zou ik willen vragen, begrijpt u waarom onze nazaten 70 jaar na de oorlog zich zo verliezen in een oorlog, die zij allen alleen kennen uit uw mond en de mijne. Het zit mij dwars dat zeventig jaar na de oorlog nog altijd geen lessen zijn getrokken uit onze gezamenlijke geschiedenis.
Velen uit de ‘’Nederlandse en Indische gemeenschap” hebben langs persoonlijke, maar ook middels conferenties en institutioneel (denk aan het Indisch Herinneringscentrum) getracht van de lessen uit het verleden te leren om een nieuw perspectief voor de toekomst te bieden aan de bewoners van Nederland, maar ook Indonesië.
Erkenning en materiële genoegdoening van de huidige regering eisen sommige nazaten. Tot twee keer toe is er in het verleden, zo laat ik mij vertellen, al geprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Onze eis werd niet ingewilligd. Ook van die les is niets geleerd.
Het is ongetwijfeld waar, dat tijdens WO II achterstallige salarissen van ambtenaren en KNIL manschappen niet zijn uitbetaald (het schijnt dat dit tijdens de VOC ook niet is gebeurd). Onteigeningen?
Ik ben geen historicus, politicus of socioloog, maar als burger moet ik dus wel constateren, dat onze overheid verplichtingen van de Japanse staat aan de oorlogsslachtoffers te niet heeft gedaan.
Ook heeft onze overheid in de overeenkomst van 1949 (de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesia) verplichtingen die zij had t.o.v. haar overzeese burgers overgeheveld naar de Republiek. Wat en hoe het een en ander tot stand is gekomen is ons nooit uit de doeken gedaan, een historische ommissie, waardoor ook denk, ik de huidige verwarring is ontstaan.
Feit is dat er veel onopgeloste kwesties het leven hebben beheerst van grote aantallen gerepatrieerden. Waarschijnlijk, hoe onbevredigend ook, zal dit nooit meer duidelijk worden, de verantwoordelijken zijn er ook niet meer.
Oorlog, revolutie laten altijd diepe sporen achter, maar nu anno 2013, vraag ik af of wij met zijn allen niet een bladzijde moeten omslaan.
En wij mogen ons toch ook verheugen in vele mooie ontwikkelingen die in ons moederland hebben plaats gevonden nadat Nederland haar kolonie, gedwongen door de internationale opinie, moest opgeven. De helft van de bevolking zit nu in de middenstand.
Indonesië behoort nu tot een opkomende grootmacht, zij zijn lid van de G 20, speelt een leidende rol in Azië. Laten wij eerlijk zijn, Nederland was nooit in staat geweest om de kolonie zo te ontwikkelen.
De verhouding tussen onze beide landen begint zich te herstellen. Dit wordt ook mogelijk gemaakt door een nieuwe generatie Nederlanders en Indonesiërs, die beseffen dat de noden van onze planeet zwaarder moeten wegen dan persoonlijke en nationale belangen.
Mijn generatie en generatie van mijn grootouders en ouders is praktisch uitgestorven. Daar waar ze zijn hebben ze geen “geld’’ meer nodig. De vierde en vijfde generatie heeft alle kansen gekregen zich te ontwikkelen, ze zullen moeten accepteren, dat oorlog altijd wonden achterlaat. Lessen trekken uit de geschiedenis en wat hun voorouders is overkomen.
Wij moeten ook beseffen, dat door onze keuze voor het Nederlands staatsburgerschap repatriëring onvermijdelijk was. Wij hadden ook kunnen kiezen voor het Indonesische staatsburgerschap. Een broer van mijn moeder heeft dat gedaan en er nooit spijt van gehad.
Hebben wij er ooit over nagedacht dat wij in de 17de eeuw door de bewoners van de Archipel bepaald niet waren uitgenodigd onze nationale vlag te planten op hun bodem en hun land te koloniseren. Allemaal geschiedenis en geschiedenis moet je nu eenmaal plaatsen in het tijdbestek. Maar toch…….
Ook de bevolking daar is onrecht aangedaan die niet valt te repareren. Denk aan de bevolking van Banda, uitgeroeid terwille van het monopolie van de Nederlanders op notenmuskaat maar later toch door de Fransen met wortel en al overgeplaatst naar Madagaskar en door de Engelsen naar Malakka. Allemaal zaken die je niet kunt keren om maar één voobeeld te noemen.
Over het bovenstaande lieve familie, vrienden, Excellenties, zou ik graag eens met u willen praten, maar helaas er is nog geen communicatie technologisch met u allen mogelijk. Daarom eindig ik met iets, waarvan ik overtuigd bent dat u in alle wijsheid, die u nu heeft, het met mij eens bent:
Erkenning krijg je nooit van een ander of door het scheppen van andere omstandigheden. Erkenning heb en voel je als je de ander daarvoor niet meer nodig hebt. Als je zelf weet wat je waard bent.
Joty ter Kulve, Wassenaar maart 2013
De documentaire ‘back to Linggajati’ met Engelse ondertitels