
Wouter Pieplenbosch, organisatie-adviseur en in het jappenkamp te Sumatra geboren, stond voor de noodzaak op latere leeftijd gevoelens te verwerken…. o.a. door ook zijn ouders een stem te geven in het boek ‘Indische emoties’ .
Weer de weg kwijt?
Beeldvorming en informatieverstrekking in het publieke debat zijn nu eenmaal erg belangrijk, want vooroordelen bloeien immers als champions op vette paardemest. Er wordt vaak door voor- en tegenstanders bewust met misleidende informatie gestrooid om tegenstanders op het verkeerde been te zetten en om de beeldvorming te benvloeden. Strategien worden door politici bedacht om vooral het electoraat voor zich te winnen. De term politiek correct is niet voor niets slim uitgevonden en is inmiddels overal gemeengoed geworden……
Maar hoe staat het eigenlijk met de beeldvorming van de Indo als groep? Hoe komt het toch dat velen van hen zich zo druk maken over het percentage Indisch bloed als legitimatie van hun denkbeelden en gedragsuitingen? Hoe komt het toch dat de Indische gemeenschap zo verdeeld is? Hoe komt het toch dat zij soms Roomser dan de Paus wil zijn door te koketteren met hun Nederlandse afkomst? Hoe komt het toch dat men volslagen onzinnige discussies (non-issues) begint, zoals een polemiek over Wieteke van Dort of ze wel een cht Indisch meisje is? Waar of niet waar, ze doet in ieder geval meer voor de Indische gemeenschap dan menig z.g. rechtgeaarde Indo.
Kijk maar naar de diverse Indische fora waar dit soort non-issues en dito discussies welig tieren. Waarvan sommige heel sarcastische en gemeen met onderwerpen als: waarom Indos nooit wat bereiken? Waarom pijpt men elkaar zo op met die banale onzin? Zijn er soms provocateurs onder hen die graag zout in de wonden strooien van mensen met dat minderwaardigheidscomplex en maar al te graag zien hoe ze elkaar in de haren vliegen en zich naderhand quasi naief verschuilen achter hun z.g. informatie-behoefte?
Ik heb vaak mijn twijfels, vooral als later blijkt dat afzender een behoorlijke maatschappelijke positie schijnt te bekleden. En dus verondersteld mag worden in het bezit te zijn van enige educatie en sociale intelligentie.
Maar los daarvan de vraag: waarom hebben wij, Indos, over het algemeen zon negatief zelfbeeld? We zijn het immers nooit met elkaar eens. We buigen wel het hoofd, slikken elke kritiek, maar zijn altijd in de contramine, al is het maar om tekeer te gaan tegen alles wat ons wordt opgelegd. We zijn gauw op de teentjes getrapt, maar toch ook weer bang de ander in reactie diep te kwetsen. Hoewel het tegenwoordig op internet, lekker verschuilend in de anonimiteit, weer best meevalt.
Maar, toch….. De jongeren tonen tegenwoordig niet echt belangstelling voor hun verleden en in hun nieuwe rol in het assimilatieproces helaas ook weinig respect meer voor hun ouderen. Want een grote bek leert je in de Nederlandse samenleving te handhaven. Deze houding wordt binnen de Indisch gemeenschap niet echt gewaardeerd, want hufterigheid past niet in onze cultuur. Het wordt gezien als teken van onmacht, maar vooral als gebrek aan innerlijke beschaving. Direct de bek opentrekken (het verbale geweld) ligt de Indische gemeenschap sowieso niet vanwege genoemde gevoeligheden en natuurlijk ook vanwege het ontbreken van een praat- en discussiecultuur. Ik denk dat deze jongere generatie dat waarschijnlijk verwart met assertiviteit, de sociale behendigheid om met verschillen om te gaan….
Vragen, vragen en nog eens vragen die ik me in de loop der tijd heb gesteld en nu maar een antwoord heb geformuleerd dat hopelijk in de buurt van de waarheid komt. Naar mijn stellige overtuiging zijn er twee directe oorzaken te noemen:
1. het structurele Indische minderwaardigheidscomplex (historisch argument)
2. het identificatie-probleem (niet altijd zichtbare etnisch-cultureel onderscheid voor derden en binnen de Indische gemeenschap)
1. het minderwaardigheidscomplex is m.i. een gevolg van een structureel identiteitsprobleem in de toenmalige koloniale (gelaagde) samenleving ontstaan. Men wilde als Indo (on)bewust bij die bovenste witte bestuurslaag horen, maar kon toen dat eindelijk formeel mogelijk werd geen keuze maken. Terecht. Het werd daarmee voor hen een pijnlijk gijzelingsdilemma. Men hield immers als gemengdbloedige van beide kanten en van beide ouders. Maar moest toen een keuze maken, wilde men sociaal integreren en maatschappelijke carrire maken. Maar een keuze bleef als verraad aanvoelen aan een van die partijen (Tjalie Robinson). Daarbij was de voortdurende sociale druk om te presteren steeds voelbaar om zich als underdog te bewijzen. Die psychologische verwarring heeft zich helaas doorgezet in diepe onzekerheid en verdeeldheid in de Indische gemeenschap: het niet goed weten waar thuis te voelen, heeft voor dat zelfvertrouwen grote gevolgen gehad. Zelfs nu die keuzes niet meer relevant zijn en de schaamte inmiddels ver voorbij, wordt die culturele en psychologische spagaat echter nog altijd gevoeld.
2. Maatschappelijk succes is vaak af te meten aan sociale positie enof materieel bezit. Het hebben van een topbaan of groot maatschappelijk aanzien is echter niet altijd direct te associren met mensen van Indische afkomst, simpelweg omdat deze alszodanig niet direct herkenbaar zijn (ze zijn er natuurlijk wel). Maar daarentegen bij herkenning dit altijd wel vol trots wordt uitgedragen. Een zekere trots als gewone universele eigenschap, zoals die ook bij alle andere bevolkingsgroepen wordt aangetroffen. Zelfs Hollanders in het buitenland zijn van enige trots vervuld bij het zien van historische sporen van hun beschaving. Want zon cultuur- historisch aspect maakt je ineens deelgenoot van dat gezamenlijke verleden en zorgt ook voor een mate van betrokkenheid bij dat succes. Een blanke Indo-minister, beroemd artiest, succesvol acteur of dito generaal wordt helaas niet direct geassocieerd met het maatschappelijk succes van de Indogroep. En iedere etnische of sociaal-culturele groep heeft nou eenmaal haar eigen symbolen en iconen nodig. Dit aspect van het niet zichtbare identificatieproces heeft m.i. het gesignaleerde minderwaardigheidsprobleem alleen maar uitvergroot. Vooral bij de intellectuele beroepsgroepen is dat lastig gebleken, omdat blijkbaar alleen artiesten een voortrekkersrol hebben mogen spelen in die Indische cultuuruiting in Nederland. Het negatieve zelfbeeld zou hierdoor best benvloed kunnen zijn door deze keyfactors: het nergens bijhoren en geen associatie met succes. Gelukkig vind ik dit in veel mindere mate terug bij onze jongere generatie. Daar vindt men het alleen maar bijzonder interessant, bijna exotisch, maar gaan zelf gelukkig niet meer onder dat historische dilemma gebukt.
Deze beknopte introspectie laat ons echter zien, dat ongeacht welke keuze we ook maken, het hele proces in feite toch weer een variant is van de historische keuzedwang van weleer…..
Hoe het ook zij, laten we nu eens gewoon voor onszelf kiezen.
Wouter Pieplenbosch 8 november 2009