
Roel de Neve is historicus en genealoog. Gespecialiseerd in Indische geschiedenis en Indisch familieonderzoek. Vorig jaar verscheen van hem het boek Asal Oesoel . Hij is medewerker van de Indische Genealogische Vereniging, als redacteur van het jaarboek de Indische Navorscher. In het jaarboek van 2009 verscheen van hem het artikel
De Indische roots van een bekende Nederlander. Geert Wilders.
Zie de kwartierstaat, blad 1, blad 2
De bewering van Ricci Scheldwacht in zijn artikel in de Geert dat dr. Lizzy van Leeuwen in De Groene Amsterdammer van 4 september 2009 over het Indoschap van Geert Wilders een doorwrocht verhaal heeft geschreven, geeft aanleiding het volgende op te merken.
Het artikel van Van Leeuwen is niet doorwrocht maar kwalijk, aangezien zij in haar gedrevenheid om Wilders Indische afstamming en verborgen culturele Indoschap te koppelen aan zijn rechtse gedachtegoed en islamofobie hetzelfde deed als Wilders. Wilders stigmatiseert Marokkanen door een link te leggen tussen hun etniciteit en de oververtegenwoordiging van hun jongeren in de criminaliteitsstatistieken. Van Leeuwen stigmatiseerde Indische Nederlanders door een link te leggen tussen hun etniciteit en het feit dat leden van die gemeenschap betrokken waren bij het uitbaten van rechts-nationalistisch gedachtegoed. Zo concludeerde Van Leeuwen: Het is opvallend hoe constant de deelname was van Indische Nederlanders aan partijvorming op basis van conservatief-nationalistische, (neo)koloniale beginselen, vergeleken met de deelname aan de progressieve beweging. De focus lag daarbij sterk op beschermen en bewaken van grenzen en op insluiten en/of buitensluiten van bevolkingsgroepen. Zij onderbouwde deze beweringen niet met cijfers en komt niet verder dan het noemen van wat namen. Het behoeft weinig betoog dat uit bovenaangehaalde passage het beeld zou kunnen worden opgepikt dat Nederlanders met een Indische achtergrond in grote meerderheid rechtse rakkers zijn, die het liefst koloniale tijden doen herleven en niets van buitenlanders moeten hebben.
Van Leeuwen versterkte dit beeld door de (inmiddels opgeheven) Vrije Indische Partij in een adem te noemen met allerlei extreem-rechtse clubs, zonder inzicht te geven in de mate waarin deze partij steun kreeg van de Indische Nederlanders. Haar bewering dat de VIP tegen de komst van vreemdelingen was, is onjuist. In het programma van die partij was ten aanzien van buitenlanders het volgende opgenomen: Ook vreemdelingen met economische motieven moeten binnen Nederland kunnen worden toegelaten en Vooruitlopend op Europese wet- en regelgeving dienen jaarlijks toelatingscontingenten te worden vastgesteld voor asielzoekers, arbeidsmigranten en mensen binnen het kader van gezinshereniging.
Vraagtekens kunnen ook worden gezet bij de vergelijking die Van Leeuwen maakte tussen Wilders geloof in de natiestaat als oplossing voor alle problemen en de politici en Indische Nederlanders die in de jaren vijftig streefden naar het behoud van Nederlands-Nieuw-Guinea. Die twee zaken zijn immers onvergelijkbaar. Wilders optreden is louter defensief en gericht tegen de vermeende islamisering van Nederland die in zijn ogen ten koste gaat van de volkseigen cultuur en de openbare veiligheid. Degenen in Nederlandsch-Indië die zich in de dertiger jaren en de jaren na de oorlog sterk maakten voor Nieuw-Guinea als Indisch stamland wilden begrijpelijkerwijs vasthouden aan hun Nederlanderschap. Zij zagen voor zichzelf geen toekomst in een zelfstandig Indonesië. Hun enige doel was het voor de Indische Nederlanders scheppen van een nieuwe plek onder de (tropen)zon. Politiek Nederland (van links tot rechts) steunde dit streven van harte omdat het dumpen van Indische Nederlanders op Nieuw-Guinea massale emigratie van de in Indië gewortelden naar Nederland kon voorkomen. En dit laatste was eigenlijk het enige waarover velen in politieke kring zich met betrekking tot de Indische Nederlanders gedurende de jaren direct voorafgaande aan de soevereiniteitsoverdracht druk maakte.
Een regelrechte misser is Van Leeuwens opmerking dat in de jaren dertig in Nederlandsch-Indië relatief veel Indo’s zich aan[sloten] bij de NSB (zeventig procent van het ledental). De Indische NSB heeft nooit meer dan 5.000 leden (in 1937) gehad, waaronder dus 3.500 Indo-Europeanen uitgaande van die zeventig procent. Algemeen is aangenomen dat het aantal Indo-Europeanen in Nederlandsch-Indië rond 1940 ongeveer 170.000 bedroeg. Zet men het bovengenoemde aantal van 3.500 hiertegen af, dan moet op het hoogtepunt van de Indische NSB niet meer dan ongeveer twee procent! van het totaal aantal Indo-Europeanen in Nederlandsch-Indië lid zijn geweest. De term relatief veel is dus volledig misplaatst.
Een ander punt van kritiek betreft het drama dat Wilders grootvader overkwam. De beschreven gebeurtenissen speelden zich medio jaren dertig van de vorige eeuw af, dus nog ver voor de dekolonisatie van Nederlandsch-Indië. Het onrecht kwam dus van het (christelijke) Nederlandse koloniale bestuur, vertegenwoordigd door de (christelijke) minister van Koloniën Colijn, en niet van het (islamitische) Indonesië. Aan de andere kant was het natuurlijk wel zo dat de Indonesische onafhankelijkheid de terugkeer van Wilders grootouders definitief onmogelijk maakte. Maar om in dit alles een verklaring te zien voor Wilders religieuze (tegen de Islam), dan wel etnische (tegen Marokkanen, Turken, e.d.) kruistocht riekt naar psychologie van de koude grond.
Van Leeuwen had bovendien kunnen bedenken dat Wilders moeder sinds haar prilste jeugd is opgegroeid in Nederland bij een Nederlandse vader en diens familie, en een Indische moeder. Wilders enige Indische familieleden die hij gekend heeft en die het leven in en de dekolonisatie van Nederlandsch-Indië bewust hebben meegemaakt, zijn Wilders oma van moederszijde (zij woonde, zij het noodgedwongen, het grootste deel van haar leven in Nederland), en zijn gerepatrieerde overgrootmoeder die overleed toen Wilders 10 jaar jong was. Men kan zich dan ook afvragen of Wilders zich emotioneel en cultureel wel zo Indisch/Indo voelt, als wordt gesuggereerd. Bovendien wijst genealogisch onderzoek uit dat 54 van Wilders 64 voorouders in de zesde generatie terug met zekerheid volbloed-Europeaan en slechts drie van hen met zekerheid volbloed-Aziaat waren. Wilders voorouders van zowel vaders- als moederszijde waren dus in overgrote meerderheid volbloed-Europeanen.
Van Leeuwen wekte niet de indruk dit alles te hebben overdacht, laat staan onderzocht. Zij koos voor de gemakkelijke weg en kwam niet verder dan Wilders een extreem uitvergroot geval van klassieke Indische identiteitsvervreemding te noemen en zijn grensoverschrijdend kapsel serieus als een symptoom daarvan te zien.
Het voorgaande maakt duidelijk dat de stellige bewering van Van Leeuwen dat Wilders moet worden gezien als een pur sang postkoloniale revanchist, geobsedeerd als hij is door het terugdraaien van naoorlogse geopolitieke en demografische veranderingen en het rechtzetten van historische fouten, vriendelijk gezegd op drijfzand rust.
Roel de Neve, Den Haag (Nederlander met Indische voorouders)