Door Simone Best
Naar Indonesië gaan of toch maar niet? Toeristen twijfelen uit angst voor bomaanslagen en politieke onrust.
Maar als de situatie stabiel is, zoals nu, zijn er genoeg attracties. AD Reizen geeft alvast aanbevelingen bij de toppers van Sumatra, Java en Bali.
1. Tobameer (Sumatra)
Na een verhitte tocht door lawaaiige steden en kleine buszitjes, kunnen wij het ons niet voorstellen dat er mensen zijn die dit paradijsje weer verlaten. Na twee dagen begrijp je dit wel. Het is er mooi, maar niet meer dan dat. De meeste toeristen verblijven in Tuk Tuk, een plaatsje op het schiereiland midden in het meer. Tuk Tuk is momenteel niet erg toeristisch en daardoor een beetje somber. Winkeliers, beeldhouwers, kappers, ze lijken er voor niks te zitten. Borden met: ‘Friet van Piet’ en ‘alleen hier, lekker koud bier’ doen vreemd aan. Dé tip voor deze plek is ook heel Nederlands: huur een fiets. Na vijf minuten zit je middenin de Indonesische samenleving, vrouwen komen net van de markt met bergen fruit op hun hoofden, schoolkinderen rennen met de fiets mee, ‘foto, foto!’ en uit alle huizen komt een ‘hallo!’.
Ja: Uitrusten en het maken van prachtige fietstochten kan hier uitstekend.
Nee: Al die vragende blikken van de bewoners om in hún restaurant te komen eten omdat ze anders failliet lijken te gaan, geven je geen prettig gevoel.
2. Bukittinggi (Sumatra)
Het stadje heeft toeristencafés om tips op te doen voor de verdere reis en veel aanbod van eilanden- en wandeltochten. Wij boeken een vijfdaagse trip naar het vulkaanpark Kerince met overnachting in de jungle en met inbegrip van een vogelgids. Na de jungle volgt een bezoek aan de theefabriek en een kanotocht door een doodstil landschap. Vooral de jungle is indrukwekkend. De theefabriek had op maandag geen proces.
Op een klein uur wandelen van Bukittinggi ligt de Sianok Canyon en het koloniale dorpje Koto Gadang. De canyon stelt niet veel voor, het dorpje met de koloniale Nederlandse huizen erachter en de moslimmeisjes in schooluniform wel. De grootste bloem ter wereld, de Rafflesia, bloeit ook in de buurt van Bukittinggi. Na een dik uur wandelen door rijstvelden, beekjes en langs berghellingen met een lokale gids, staan we oog in oog met een gigantisch, roze geval. Hij oogt bijna nep en bloeit slechts tien dagen per jaar (tussen augustus en november).
Ja: Er is genoeg te doen op sportief- en cultureel gebied en het is ook de juiste plek om in een cafeetje te hangen.
Nee: Zo rustiek en easy-going als de reisgidsen ons doen geloven is Bukittinggi niet. Het verkeer raast er door de straten.
3. Vulkaan Bromo (Java)
En daar staan we dan, na een rit van tien uur, in een mini-busje vanuit Yokjakarta, dik in de avond aangekomen, en om half vier weer uit het bed gezet om opnieuw in het busje te klimmen op weg naar het uitzichtpunt van het vulkaangebied. Dit zullen niet veel mensen ervoor over hebben denk je nog. Maar dat blijkt een teleurstelling. Op het hoogste punt staan er zeker honderd mensen te wachten bij een paar graden boven nul. Op de tenen staand zien we een glimp van de lucht die om de minuut andere kleurpatronen ontwikkelt. Iets teruggelopen, van de mensenmassa af, blijkt ineens een klein uitzichtpunt te zijn, met niemand! Ja, nu waarderen we het landschap met zijn bruin-rode kleuren, de verschillende kraters en vulkanen erin verspreid. Dan worden we in jeeps naar de Bromovulkaan vervoerd. Een letterlijk adembenemende zwavellucht dringt zich diep in de longen. De lange, steile trap is een beproeving. De adem ratelt, de zwavel zit diep in het lichaam, maar bovenaan is het prachtig. De krater met stoom ligt er vredig bij.
Ja: Het landschap geeft een ‘ik ben op de maan’ gevoel, als je al die mensen even wegdenkt.
Nee: Zie ‘ja’. Het is er heel erg druk.
4. Prambanan en Borobudur (Java)
Waarom, vragen we ons bij Prambanan af, besteden de Indonesiërs geen geld aan het park rond de tempels? De Hindu-tempels zijn de moeite waard, dat zeker, maar de omgeving is zo’n treurig niemandsland dat de moed in de schoenen zinkt. De grote oppervlakte bestaat uit desolaat gelig gras met een gesloten restaurant, een gesloten speeltuin, gesloten souvenirwinkels en een verdwaalde muzikant en een nimmer bezocht audiovisueel centrum waar een krakerig filmpje uit de jaren 80 wordt gedraaid.
Dan heeft collega-tempel Borobudur het beter begrepen. Omgeven door bergen heeft het een voorsprong, maar ook het park zelf is mooi bijgehouden. De gids verrast ons met zijn enorme kennis aan feitjes over de tegelafbeeldingen. Natuurlijk moeten we ook even de ringvinger (voor de heren) en de ‘ringteen’ (voor de vrouwen) van de buddha, verstopt in een klokachtig bouwwerk, aanraken voor het bemachtigen van een wens. De gids weet dat Beatrix moest vertrekken zonder wens. De prins was het wel gelukt, maar ja, die heeft ook net iets langere armen.
Ja: De geschiedenis van de tempels is prachtig om aan te horen door een goede gids.
Nee: Rustig rondlopen is er niet bij. Er zijn erg veel opdringerige verkopers bij de tempels.
5. Kuta-Legian (Bali)
Het is een echte badplaats met alle gevolgen vandien; de cafés knallen hun muziek naar buiten en op klaarlichte dag kom je nog al eens een dronken Australiër in de supermarkt tegen. Maar: het erg rustige strand mag er zijn. Huur een stoel voor twee euro en geniet van de surfboy’s en -girls die hun kunsten vertonen op de golven. Voor rust: kies een hotel en strandplek in Legian, voor Kuta moet je een echte clubganger zijn. Winkelen in Kuta is geen straf; dvd’s voor een euro – het is alleen officieel verboden ze in te voeren – en vele winkeltjes met mooi servies, houtwerk en sieradenwinkels.
Ja: Dompel jezelf onder in het leven van strand, cocktails en een dvd-tje alvorens uit te gaan in één van de vele clubs.
Nee: Slechts een aantal eettentjes verraadt nog dat je in Indonesië bent.
6. Tempels Ulu Watu en Tanah Lot (Bali)
Nee, we willen niet oneerbiedig zijn, maar is ‘m dat? Dat gebouwtje hoog op de rots waarvan we eerst dachten dat het een restaurantje was? Ja. Dat is de tempel Ulu Watu, dé trekpleister van Zuid-Bali. Net als bij de tempel Tanah Lot (in het westen) geldt: de omgeving is vooral de moeite waard. Prachtige kliffen, uitzicht op zee en een kleurrijke zonsondergang. Bij Ulu Watu zijn ook de agressieve apen in combinatie met onverschillige toeristen een grappig vermaak. Op woensdag, vrijdag en zaterdag kun je er voor €3,50 een Kecakdans – apendans- bijwonen, met uitzicht op de zee. Mannen met ontbloot bovenlijf begeleiden het toneelstuk met stotende geluiden, het werkt een beetje op de slaapspieren of komt dat door die zacht deinende golven in de verte? Tanah Lot is vooral bij eb de moeite waard en dat is in de middag, tegen zonsondergang aan, wanneer ook de meeste toers ernaar toe trekken. De groeven van de zee staan in de rotsen gekerfd, waar je overheen kunt wandelen tot bijna rond de tempel.
Ja: Maak een wandelingetje in de mooie omgeving.
Nee: De tempels zijn niet van een hoogstaande architectuur die je per se gezien moet hebben.
het AD 4mrt 2005 klik