BN DeStem:
Eeuwenlang heeft Breda een intensieve band met ‘ons’ Nederlands-Indië gekoesterd. Wat is er in de stad over van deze koloniale erfenis? Historicus Wim Klinkert heeft het uitgezocht.
Wat verbindt Breda met het voormalige Nederlands-Indië? Wim Klinkert, gepensioneerd hoogleraar Militaire Geschiedenis, hoeft daar niet lang over na te denken: de Koninklijke Militaire Academie, de KMA. (foto: KMA-poort ca 1900)„ Dat is toch verreweg het meest koloniale instituut van de stad. Op het kasteel vind je allerlei spullen uit die tijd. Klewangs, schilderijen, onderscheidingen… Meer dan honderd jaar lang, van 1836 tot 1940, zijn er in Breda officieren opgeleid die later in Nederlands-Indië hebben gevochten.”In opdracht van stadssociëteit De Gouden Cirkel heeft Klinkert een boek geschreven over de Bredase relaties over en weer met de voormalige kolonie: De Oost in Breda, twee eeuwen koloniale banden.
Na de Tweede Wereldoorlog is die eeuwenoude band tussen stad en kolonie ingrijpend veranderd. Tussen 1945 en 1968 verhuisden zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Europa. Velen belandden in sobere ‘contractpensions’. Alleen al in de chique Baronielaan stonden er elf.Achter de statige gevels ging veel menselijke en financiële pijn schuil. Zo moesten de nieuwkomers tot wel 60 procent van hun maandinkomen afstaan voor kost en inwoning.






















































De heer Pierre H. de la Croix is van mening dat officieren ‘manusjes van alles zijn’. Als hij dat al van officieren vindt, ben ik benieuwd hoe hij ‘normale manschappen ‘ en sergeanten benoemd. Zijn zij dan het kanonnenvoer of de loopgravenslaven? Ook de manier waarop hij over zijn collega’s spreekt die op de TV hun mening geven zegt mij genoeg. Als dienstplichtige heb ik 21 maanden beleefd wie daar de manusjes van alles waren. Hoe dan ook heeft hij van het artikel dat hij becommentarieerd niet veel begrepen.
Hans HHM de Vaan schreef 27 juli 2026 om 10:59 onde meer: “De heer Pierre H. de la Croix is van mening …..etc.”
Tja … daar schuift de heer Vaan mij een zonde in de sepatoes die ik niet heb begaan. Hij leze het daaraan voorafgaande stukje van “Anoniem” van 16 juni 2026 om 05:57 “De officierskaste is slechts een kaste. Een officier is a jack of all trades and master of none”.
Ik beaamde de observatie van Anoniem slechts, op grond van eigen ervaring en observatie van lange jaren in de wereld buiten de krijgsmacht.
Ik had daaraan natuurlijk kunnen toevoegen dat militairen IN HET ALGEMEEN voor allerlei andere zaken in de samenleving buiten het krijgsbedrijf zeer bruikbaar zijn gebleken. Maar dat leek mij toen niet nodig, gegeven de context “officierskaste”.
Eerst goed begrijpend lezend meneer Vaan, dan passend reageren, niet in het wilde weg iets roepen.
Vóór ik de gelegenheid kreeg officier te worden, was ik dienstplichtig oliebol. Na een kaderopleiding van 7 maanden ruim 1 jaar sergeant bij de parate troep. Bij die parate troep als onderofficier, kreeg ik van mijn commandanten de gelegenheid een officiersopleiding aan een SRO te volgen. Die gelegenheid kreeg in mijn tijd niet iedereen.
Ik heb mijn sterretjes dus niet cadeau gekregen en heb nooit vergeten wat ik was. Ik kan er niets aan doen dat u – zoals ik uit uw reactie moet opmaken – gefrusteerd uit de armée bent gekomen. Had niet gehoeven.
De heer De Vaan heeft hier inderdaad een goed punt. Bij nadere bestudering vormde Nederlands-Indië — en in het bijzonder de KNIL-kaste — juist bij uitstek een koloniale samenleving waarin het kenteken “Ons Soort Menschen” (OSM) een grote rol speelde in het sociale verkeer.
Wanneer we de Genealogie van het KNIL-officierenkorps nader bekijken, vallen er namelijk een aantal bijzondere zaken op.
In welk ander land konden kinderen van officieren op kosten van de staat (het Indische Gouvernement) aan de Militaire Academie in het moederland studeren? En in welk ander land konden diezelfde officieren profiteren van gunstige regelingen zoals vervroegd en vorstelijk pensioen zoals in Nederlands-Indië?
Het KNIL-officierenkorps genoot aanzienlijke privileges.
Ook vormde het geen afspiegeling van de gehele bevolking. In het hoger kader , top- en opperofficieren, was het in de praktijk voornamelijk een wit korps met hier en daar wat bruine vlekken, waarbij complete witte officierenfamilies van deze overheidsvoorzieningen rijkelijk gebruik konden maken. Ze OSM hielden van balspelen en speelden elkaar de bal toe. Het cronisme was ingebakken in de KNILstructuur
Er zijn interessante statistieken, die gebaseerd zijn op grondig archiefonderzoek. Gezien zijn eigen achtergrond aan de Zeevaartschool en latere ervaring als officier bij de Landmacht, een unieke combinatie, kan dit best zijn ogen openen!
In welk land? Eh makkelijk hoor; Brits Indië.
Military Academy Education: Children of officers serving in British India could study at the Royal Military Academy, Woolwich or the Royal Military College, Sandhurst in the mother country (Britain) via privileged pathways such as King’s India Cadetships funded or subsidized through the India Office.
Favorable / Royal Retirement: Civil and military officers of the British Indian administration benefited from generous early retirement schemes, extensive furlough rules, and high pensions guaranteed by the British Crown and the Secretary of State for India.
Het is allemaal helemaal niet zo uniek. Als je de geschiedenis van de East India Company bekijkt zie je ongelofelijk veel overeenkomsten.
@ Mister Bule .
Dan heb ik het werkelijk niet goed begrepen maar er was ook een Indian Military Academy IMA in Dehradun.
Daarnaast stroomden ook militairen horizontaal in, waarbij voorbij werd gegaan aan Royal Military College Sandhurst. Dat althans was de ervaring bij officieren van bijvoorbeeld de 3/9 Gurkha Rifles Regiment.
Verhalen van deze officieren en hun opleiding zijn te raadplegen op de web site van het Imperial War Museum IWM. N.B. veel officieren kwamen niet uit een geslacht van officieren!
Mijn verhaal gaat toch over een officierskaste of heb ik mijzelf niet begrepen?
Wellicht is dhr Bule onbekend met het verschijnsel van Viceroy’s Commissioned Officers VCO, anders had zijn verhaal er waarheidgetrouw uit gezien.
En daar gaat ie weer, als een paling in een emmer met snot. Gelijk halen is blijkbaar zoooo belangrijk. 🤭
KNIL-kaste – van den Broek schreef 27 juli 2026 om 19:10 onder meer: “De heer De Vaan heeft hier inderdaad een goed punt”.
O ja? Wat schreef de heer De Vaan ook alweer? “De heer Pierre H. de la Croix is van mening dat officieren ‘manusjes van alles zijn’. Als hij dat al van officieren vindt, dan ben ik benieuwd hoe hij ‘normale manschappen ‘ en sergeanten benoemd”.
Ik heb dat “goede punt” netjes weerlegd door mijn eigen militaire verleden – met tegenzin – te openbaren. Opgeklommen door de rangen. Ik moge er aan toevoegen dat ik tijdens oefeningen het liefst in een pubtentje tussen de soldaten van mijn peloton bivakkeerde en niet sliep op een veldbed in de officierstent.
Dan snap ik het hele verhaal van die officierskinderen die ook officier werden, niet. Andere beroepen gingen ook over van vader op zoon zonder kwade degeneratieverschijnselen. Integendeel zou ik zeggen. Net als onder mensen zoals – pak’m beet – officieren KMR, moet je arrogante types vinden en aimabele, goedzakken en slechterikken, lafaards en dapperen, opscheppers en bescheiden lieden.
En die privileges voor officierskinderen? Heel verstandig beleid van de kompenie. Personeelsbinding. Philips en andere grote bedrijven subsidieerden onderwijs van de kinderen van hun werknemers. De besten kregen studiebeurzen.
En “OSM” was en is nog steeds een verschijnsel, dat je in alle geledingen van de samenleving tegenkomt. Bij “OSM” voelt men zich thuis en veilig. Het verschijnsel tref je niet alleen aan binnen de officierskaste.
KNIL-kaste – van den Broek raast verder over mij: “Gezien zijn eigen achtergrond aan de Zeevaartschool en latere ervaring als officier bij de Landmacht, een unieke combinatie, kan dit best zijn ogen openen!”
Ach, hij vergeet dat ik na de zeevaartschool eerst nog 5 jaar heb gevaren. Grote vaart, jongen van de lange deining, waaronder 1,5 jaar de wereld rond op 2 zeesleepboten, varen met een grote letter V, de eredivisie van de koopvaardij. Anderhalf jaar op een bootje opgesloten zitten met zo’n 15 – 20 anderen, vogels van allerlei pluimage. Dat vergt wat van sociale vaardigheden.
Moet ik nog vertellen wat ik na mijn zeemansleven en militaire dienst van 8 jaar met krabben en bijten heb gepresteerd? Het zou écht op opscheppen gaan lijken en daar houd ik niet van.
Dus …. als KNIL-kaste – van den Broek in zijn grote wijsheid toch nog vindt dat ik mijn ogen verder moet openen, dan zij dat zo. Ik laat het er bij.
Tijd om te tidoeren.
Het officierskorps in Nederlands-Indië vertoonde de kenmerken van een besloten kliek waarin zelfgenoegzaamheid en superioriteitsgevoel de boventoon voerde. Er werd neergekeken op het Filipijnse leger wegens het hoge aandeel dienstplichtigen, in tegenstelling tot het professionele karakter van het KNIL. Daarnaast heerste er een hardnekkige onderschatting van de Japanse militaire capaciteiten.
De gevolgen hiervan waren ingrijpend. In iets meer dan een week werd het KN IL op Java overrompeld en door de Japanse strijdkrachten ingenomen. De tactische onmogelijke positie werd versterkt door een structurele kloof: de KNIL-top werd gevormd door theoretisch geschoolde, witte KMA-officieren, terwijl de uitvoerende lagen voornamelijk uit Indische en Indonesische beroepssoldaten bestonden.dat kon natuurlijk niet goed gaan.
Het Filipijnse leger wist daarentegen een maand lang op gecoördineerde wijze weerstand te bieden, waarna zij overgingen op een effectieve guerrillatactiek.
Een opvallende anomalie binnen de organisatiestructuur van het KNIL was bovendien het ontbreken van de rang van brigadegeneraal, terwijl overige generaalsrangen wel bestonden. Welke militaire of bestuurlijke logica lag hieraan ten grondslag?
Wordt het KNIL vergeleken met het Brits-Indisch leger dat ook uit vrijwilligers bestond dan zijn er toch duidelijke verschillen te onderscheiden. maar dat kan natuurlijk niet in twee woorden worden uitgelegd, nou , de Brits-Indiers vochten wel door en hebben Nederlands-Indie bevrijd van de Japanners. Daar zullen de deskundigen onder ons een andere mening over hebben.
Grappig wat AI antwoordt als ik vraag waar de tekst “ De gevolgen hiervan waren ingrijpend. In iets meer dan een week werd het KN IL op Java overrompeld en door de Japanse strijdkrachten ingenomen. De tactische onmogelijke positie werd versterkt door een structurele kloof: de KNIL-top werd gevormd door theoretisch geschoolde, witte KMA-officieren…” vandaan komt:
Deze tekst komt niet van een specifieke openbare website of één unieke AI, maar is typisch geschreven in de stijl van een AI-taalmodel zoals ChatGPT, Claude of Gemini. Kenmerken van de tekst hebben een hoog AI-woordgebruik gehalte: Termen zoals “ingrijpend”, “overrompeld”, “structurele kloof” en “theoretisch geschoolde” worden heel vaak door AI gebruikt. Typfout: Het woord “KN IL” (met een spatie) duidt op een kleine invoer- of verwerkingsfout die vaker ontstaat bij het genereren of kopiëren van tekst door AI-modellen.
In ieder geval ontbreekt in de appels en peren vergelijking van KNIL – van den Broek (28 juli 2026 om 12:08) iedere nuance en poging tot objectiviteit. Ook een kenmerk van AI of uit de mouw geschud van de schrijver him self?
Ik heb van AI helaas geen verstand. Wel gehoord dat je het programma alle mogelijke opdrachten kunt geven, zoals een wetenschappelijke studie over het paargedrag van de homoseksuele garnaal.
Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik AI gebruik; dit gebeurt echter voornamelijk bij correcties voor taal en grammatica, zoals ook bij deze tekst het geval is. Nou, ik gebruik wel eens Google Cloud Enterprise Search of Google Pinpoint. Maar soms komt mijn Apple PC met dingen waarvan ikzelf versteld sta.
Wat de beschuldiging van de heer Bule betreft , de door mij getoonde feiten (content) staan niet ter discussie . Had hij zijn zoekvraag aan AI wat zorgvuldiger geformuleerd, dan zou hij bemerkt hebben dat mijn argumenten gebaseerd zijn op het werk van de gerenommeerde militaire historica prof. dr. Petra Groen en artikelen uit het Indisch Militair Tijdschrift (IMT) uit de vooroorlogse periode. Blijkbaar ontbreekt het hem aan de nodige kennis en ervaring om mijn beweringen inhoudelijk te toetsen.
AI kan een waardevol hulpmiddel zijn, zolang bronmateriaal digitaal beschikbaar is. Het punt bij mijn analyse is echter dat deze niet stoelt op vrij toegankelijke internetbronnen (Wikipedie) of AI-generalisaties, maar op gedegen archiefonderzoek van nog niet-gedigitaliseerde documenten of boeken. Het zou hem sieren daar voortaan rekening mee te houden.
Hij kan dan wel beweren dat ik mijn gelijk wil halen, maar laat hij eerst met relevante feiten komen, dan kunnen we een begin maken van een normale discussie, die in Nederland gebruikelijk en maatschappelijk relevant is.
Hiermee zijn tevens de insinuaties van de andere criticaster weerlegd.
kritiek – van den Broek schreef 29 juli 2026 om 10:12 onder meer
“Hiermee zijn tevens de insinuaties van de andere criticaster weerlegd”.
Welk een ongelooflijke arrogantie spreekt uit dit slot.
De officierskaste is slechts een kaste. Een officier is a jack of all trades and master of none.
Jack of all trades. In goed Nederlands “Manusje van alles”. Klopt. In het krijgsbedrijf kan je voor onverwachte problemen komen te staan die je ter plekke en acuut dient op te lossen.
Oud officieren tref je dan ook aan in allerlei functies in de burgermaatschappij. Niet voor niets. Jammer dat een hele heuse generaal-majoor b.d. en ex chef BVD zich leent als side kick bij een ouwe jongens krentenbrood TV programma als Vandaag Inside, dat lompe uitspraken tot kunst heeft verheven.
Sorry, off topic. Sommige Jacks of all trades verliezen officierseer en fatsoen uit het oog voor een beetje meer poen boven op het pensioen. Dat moet me van het hart.
Wel, als U heeft gesproken met Duitse veteranen die vochten in de steppen van de toen Soviet Union 1941-1945, dan weet U misschien wat fatsoen en officierseer betekent in die omstandigheden. Eerst werden de trekpaarden gedood en opgegeten door de soldaten en daarna de officieren met de grootste bek.
Ik heb die Duitse steppenveteranen niet gesproken. Weet dus van niets.
Hans Goedkoop heeft dacht ik verteld dat zijn grootvader generaal b.d. van Langen al dan niet gratis de opleiding op de KMA volgde.
De mogelijkheid voor zonen van KNIL-officieren om goedkoop of kosteloos aan de KMA in Breda te studeren, was wettelijk en organisatorisch stevig verankerd in het Nederlandse koloniale bestel. Het Ministerie van Koloniën financierde deze zogenaamde “Indische cadetten” om de constante vraag naar officieren in de archipel te waarborgen.
Het studeren aan de KMA was in de basis een dure aangelegenheid omdat ouders zelf moesten opdraaien voor het kostgeld (voeding, huisvesting en uniformen). Voor de Indische instroom golden echter uitzonderingen:
1. Vrijstelling van kostgeld: Vanaf de 19e eeuw (onder andere vastgelegd in KMA-reglementen en Begrotingen van Koloniën) nam het Departement van Koloniën het kostgeld over voor cadetten die tekenden voor de “Dienst in de Overzeesche Bezittingen”.
2. Pensioenen en Toelagen: KNIL-officieren die gepensioneerd waren of overleden (de zgn. “Indische wezen”), kregen via speciale fondsen of rechtstreekse koninklijke besluiten voorrang op deze Rijksbeurzen. Dit gold ook voor zonen van officieren die in Indië verbleven.
Bronnen
• Teitler, G. (1981). De koloniale legerofficier. Een studie over de opkomst van een professionele groep (Nederlands-Indië, 19e eeuw).
• Klinkert, W., & Groen, P.M.H. (2003). Studeren in uniform: 175 jaar Koninklijke Militaire Academie 1828-2003. SDU Uitgevers.
• Zwitzer, H.L., & Eshuis, C. (1977). Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1830-1950. Staatsuitgeverij.
Het valt dan ook niet te verwonderen dat er in Nederlands-Indie KNIL-officierenfamilie bestonden , een kaste? Maar ook wel begrijpelijk, want wat zou een zoon van een KNIL-officier voor een beroep kiezen in Nederlands-Indie?
Zo functioneerde de rangen- en standenmaatschappij in Nederlands-Indie, wie voor een dubbeltje was geboren, werd nooit een kwartje. Van sociale mobiliteit was geen sprake.
Het blijft toch wel een prestatie op zich dat 300.000 migranten van Nederlands-Indische afkomst in relatief korte tijd geabsorbeerd werden in de Nederlandse maatschappij. Het zegt wel iets over de Indische flexibiliteit en het Indische integratie-vermogen, ondanks de bemoei- en bedilzucht van de Dienst Maatschappe Zorg DMZ.
Wat waren de succesfactoren van deze migrantengroep?. Een gedegen kwantitatieve analyse is daarover nooit gemaakt?
flexibiliteit en integratie – van den Broek schreef 11 juni 2026 om 17:48 onder meer: “Zo functioneerde de rangen- en standenmaatschappij in Nederlands-Indie, wie voor een dubbeltje was geboren, werd nooit een kwartje. Van sociale mobiliteit was geen sprake”.
Tja …. dat was vóór de oorlog niet alleen in NOI zo. In moederland Nederland was het niet anders. In NOI waren de sociale scheidslijnen misschien duidelijker zichtbaar omdat daar ook “kleur” een rol speelde. Maar hoe dan ook, NOI was niet exclusief een (Indo) Europese samenleving waar “OSM” in het sociaal verkeer een grote rol speelde.
Dan heeft de geachte schrijver het ergens ook over het ontstaan van een “officierskaste”. Wat is daar mis mee? Veel andere (burger)beroepen werden van vader op zoon op kleinzoon, etc. beoefend. In mijn Duitse (aangetrouwde) familie zijn een 4de generatie “Glasermeister” en eveneens een 4de generatie “Steinmetz” (steenhouwer), gespecialiseerd in grafstenen en een derde generatie artsen. Die “kastes” zijn zo gek nog niet, want bezitters van een poel van kennis en ervaring op hun vakgebied.
Ja, glasmakers, steenhouwers, die grafstenen maken, en artsen zijn nog steeds beroepen met een toekomst hoop ik. In mijn familie waren de beroepen Klaviermacher, boeren en ouwe hoeren, niet veel toekomst daarin denk ik, met al die Artificial Intelligence nu.
Nou … dan kan er ook niets tegen een officierskaste – al dan niet in Indië – zijn, zo lang zo’n kaste niet aantoonbaar meer deugnieten voortbrengt dan andere kasten.