Een Steurtje vertelt: deel 5 – Jagertjes.

Frits Geuther, 2004.
waarschuwing: bevat enkele wrede scènes.

Loewak en maïs
De honden Poetih en Itam lagen languit op het grasveld naar elkaar te kijken. We moesten ze bezig houden. Een drijfjacht op loewaks (civetkat) en visotters met de honden als drijvers leek ons, zes jongens, een pracht idee. Nu nog voor lange stevige stokken zorgen en de jacht kon beginnen.
We liepen kampong in, kampong uit, over de dijkjes van de rijstvelden. Niets, geen visotter of loewak.
Toen we gingen rusten hoorden we hondengeblaf. De honden zaten achter een loewak aan. Wij gingen de rennende en blaffende honden achterna. We probeerden de loewak te omsingelen en hem als hij door de omsingeling probeerde te komen, met een stok neer te knuppelen. Deze loewak had geluk, hij kon de dans ontspringen.

Het werd al laat in de middag en nog steeds hadden we niets. Toen we naar huis gingen zagen we een maïsveld met rijpe maïskolven. Dan maar wat maïskolven mee naar huis nemen dan kwamen we tenminste niet met lege handen thuis. Nauwelijks hadden we twee of drie maïskolven gepikt of we hoorden het geschreeuw van een boer “rampok, rampok” (roof, roof). Meerdere boeren kwamen dreigend met kapmessen op ons af. In een mum van tijd waren we op de vlucht, ieder zijn eigen weg. De beide honden volgden ons. Een boer had één van ons te pakken gekregen en dreigde met zijn kapmes. “Ampoen, ampoen” (excuus) smeekte het slachtoffer. De boer grijnsde. Het bleef gelukkig bij een dreigement.
Toen we na een hele tijd weer bij elkaar waren, werd de thuisreis begonnen. Thuis genoten we van de gepofte gestolen maïskolven.

Hagel
Ook ben ik een keer naar het militair schietterrein gegaan om de loden kopjes van de afgeschoten patronen te verzamelen om er hagel van te maken. Het schietterrein ligt bij de 300 meter hoge heuvel Tidar, bekend als de spijker van het eiland Java. Er werd gezegd dat als deze heuvel er niet was het eiland Java weg zou drijven.

Schildpaddenjacht
Omdat ik geholpen had bij het verzamelen van de loden koppen van afgeschoten geweerpatronen mocht ik mee op schildpaddenjacht. We waren met vier man. Het wapen was een zelfgemaakte voorlader. Kruit en hagel waren ook zelfgemaakt. We volgden de loop van de kali Progo stroomopwaarts. Op een plekje met stilstaand water gingen we posten. Na een halfuur zagen we nog geen snuit van een schildpad. We trokken toen verder stroomopwaarts tot we een plekje zagen met stilstaand water en kleine keien. Warempel, drie snuitjes verschenen boven het water. Het geweer werd geladen. Weg waren de snuitjes. De schildpadden waren kennelijk geschrokken van het laden van het geweer. Weer wachten. Weer verschenen snuitjes. Het geladen geweer werd gericht op de snoezige snuitjes en toen … een hevige knal. Het was raak. Het kon ook niet missen want er werd hagel, die alle richtingen op ging, gebruikt. Twee van ons lieten zich van de helling naar beneden glijden naar de getroffen schildpad.

Inmiddels was het laat geworden, we moesten nog een eind lopen naar huis. De boel werd bijelkaar gezocht en fluitend werd de thuisreis begonnen met als buit één kleine schildpad. Thuis moest de schildpad geslacht worden. Om het dier te kunnen doden moesten we zijn kop hebben. Deze kop konden we niet te pakken krijgen. Het arme dier werd toen maar levend gevild. Het dier had maar zijn kop moeten laten zien! Akelig om te zien. Het zij zo. Kinderen zijn wreed.

Muizen
Het was een periode dat er veel muizen waren. Van een leeg conservenblik, een stukje plank, een stuk ijzerdraad en een stukje elastiek van een een fiets- of autoband werden de muizenvallen gemaakt. Iemand riep “Jongens, komen jullie, ik heb hier een levende voetbal”. De gevangen muis in het blik was niet dood. Er werd een kring gevormd waarin de muis losgelaten zou worden. Voordat de muis losgelaten werd, werd de muizenval met de muis er in flink heen en weer geschud zodat de muis duizelig werd en niet snel weg kon rennen wanneer hij losgelaten werd. Je kon aan zijn muizenogen zien dat hij angstig was.
“Opgepast jongens. Daar gaat ie.” In een mum van tijd ging de muis van de ene naar de andere voet van de jongens in de kring om niet veel later knock out op de grond te liggen. Een van ons liet de dode muis aan Pa zien en kreeg een cent van Pa.

bron: “Belevenissen uit mijn jeugd in Nederlands-Indië” © 2004, auteur J.F. Geuther.
Volgende keer: Kwajongens

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.