Persoonlijke verhalen

Juliana (Meity) Molenaar-Legand (1938) groeide op in Batavia. Tijdens de Japanse bezetting werd haar vader, die kort daarvoor gemobiliseerd was, krijgsgevangen gemaakt en naar Birma gestuurd. Haar moeder, die zwanger was van haar derde kind, ging werken in een restaurant om aan eten te komen. Overgebleven voedsel nam ze mee naar huis totdat ze op een dag werd opgepakt en verkracht door Japanse soldaten. Na de Japanse capitulatie verbleven Meity met haar moeder en zus op een omheind terrein, waar ze door Britse Gurkhas werden beschermd tegen de terreur van de Pemuda’s (Indonesische vrijheidsstrijders). keeswouters.wordpress.com

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

12 reacties op Persoonlijke verhalen

  1. R Geenen zegt:

    Persoonlijke Verhalen
    Ik wil deze titel toch wat veranderen: Het zijn INDISCHE VERHALEN!
    Want ik heb al diverse Indische verhalen, ook rond het 10de BAT gehoord. Ook van Ron Sitterop.
    Ook de Bersiap moorden, ook de jappenverkrachtingen, enz En als toetje na de behandelingen bij aankomst en de eerste jaren in Nederland. Goed luisteren heer Somers.

  2. Jan A. Somers zegt:

    “Goed luisteren heer Somers.” Deze heer Somers heeft de 720 verhalen van de SMGI-collectie ‘Hoe was het? Hoe ging het’ tot ‘Zo was het! Zo ging het!’ tot zijn beschikking. 720 (audio) interviews (waaronder dat van mij) uit 1997-2001. Mijn oudste dochter zat in het team van Fridus Steijlen. Daarnaast heeft deze heer Somers toegang tot het bestand (video) interviews van het IHC (waaronder dat van mij) uit 2012. Alleen weet ik niet om hoeveel verhalen dat gaat. Verder nog drie verhalen (waaronder dat van mij) in het boek ‘De bevrijding volgens ooggetuigen’ van het Erfgoedhuis Zuid-Holland. Maar naar al die verhalen zult u waarschijnlijk toch niet benieuwd naar zijn.

  3. Jan A. Somers zegt:

    Iemand heeft mij ergens gevraagd hoe bij deze bundels interviews te komen. Kan die vraag niet meer terug vinden. De SMGI-collectie was van het KITLV, Leiden. Met Fridus Steijlen als beheerder. Daar heb ik nog een account van. Maar die collectie is verhuisd naar de Leidse Universiteitsbibliotheek. Ik weet niet hoe of je daar bij die collectie kunt komen. Misschien verstandig om bij het KITLV naar de juiste weg te vragen. Van die interviews zijn online korte samenvattingen te krijgen. Goed om je te oriënteren, maar inhoudelijk weinig informatie. Je moet gaan luisteren, Maar dat is enorm tijdrovend. Mijn interview bijvoorbeeld ging in twee middagen, ruim 5 uur gesproken tekst! Ga daar maar eens aanzitten, ééntje van de 720!
    Bij de tweede door mij genoemde collectie ligt het nog ingewikkelder. Die was oorspronkelijk voor een NOS-verhaal, gemaakt door Guido Abuys. Met de rechten bij het Archief Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Maar bij mijn weten heeft het IHC die collectie nu in bezit. Het beste is misschien daar te informeren, en ook bij dat herinneringscentrum. Met hetzelfde probleem van het uren lang kijken en luisteren. Lastig hè?

  4. Bert Krontjong zegt:

    @Hr Somers ,zal ik u maar even helpen ? Die vraag is gesteld door Ronereon op 9 juli om 15.47 uur op het topic “” 70 jaar geleden kwamen Indische Nederlanders aan in Schattenberg “” zie archief juli .

  5. Ronereon zegt:

    @Boeroeng. Dank voor je attente hulp en informatie. De collecties primaire data maken erg nieuwsgierig.

  6. Ronereon zegt:

    Ter infrmatie. “The Oral History Archive Indonesia (SMGI) is a sizeable database with audio files and summaries of interviews with 724 persons about their experiences while living in the Netherlands East Indies/Indonesia during the last period of the Dutch colonial presence (roughly between 1935–1962). These 3000 hours of personal accounts form a unique and rich source for the study of the Dutch (post)colonial history. Topics discussed are among others education, social interaction within and between the various social and ethnic groups, the occupation of the Netherlands East Indies by the Japanese army, Japanese internment camps, forced labor in internment camps in Japan and resettlement in the Netherlands. The accounts cover various islands of the Indonesian archipelago.

    Note on the creation of Oral History Archive Indonesia
    This database is the result of a large-scale interview project conducted by Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië (SMGI). The project was coordinated by Prof. Fridus Steijlen of the Royal Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies (KITLV) in Leiden and ended in 2001.”

  7. Jan A. Somers zegt:

    Samenvatting van interview: 1661.1
    Geinterviewde: Somers, J.A. (Jan)
    (01) Meneer Somers begint met iets te vertellen over de achtergrond van zijn vader en moeder. Zijn vader werkt voor de gouvernementsmarine en is het grootste gedeelte van het jaar van huis. Meneer Somers zelf wordt in 1930 in Soerabaja geboren. Na een verlof in Nederland woont hij in 1935 een jaar in Batavia. Hij beschrijft de enkele herinneringen die hij heeft aan de periode in Batavia. In 1936 verhuist hij weer naar Soerabaja.
    (02) In Soerabaja wonen ze achter de katholieke broederschool, waar hij naar school gaat. Het onderwijs is er volgens hem bijzonder goed. Hij beschrijft het huis in Soerabaja. Hij heeft een eigen baboe die voor hem zorgt.
    (03) Het leven in die tijd wordt beheerst door een soort vanzelfsprekendheid. In het dagelijks leven heeft hij meer contact met de baboe dan met zijn moeder. Zijn moeder wordt als Indische vrouw vaak met de nek aangekeken. Hierover wordt nooit gepraat en hij is zich als kind niet bewust van het onderscheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen.
    (04) In 1940 gaat het geplande verlof naar Nederland niet door vanwege de oorlog. Nederland zegt hem niets, maar hij herinnert zich wel de reacties op het uitbreken van de oorlog in Nederland (inzamelingsacties en Nederland lijkt dichter bij). De oorlog van Japan met China leeft meer voor hem, vanwege verhalen van Chinezen in Indië daarover.
    (05) De kracht van Japan wordt ernstig onderschat en na de veroveringen van Japan heerst er grote neerslachtigheid. Zijn vader wordt aan het begin van de oorlog gemilitariseerd. In Soerabaja is er elke dag luchtalarm, maar bombardementen zijn er nauwelijks. De militairen die achter hem in de school gestationeerd zijn, verdwijnen zonder slag of stoot.
    (06) Zijn vader wordt gedetacheerd op de De Ruyter, maar wordt vlak voor de Slag in de Java-zee overgeplaatst. Tijdens de Slag in de Java-zee vangt zijn moeder de marinevrouwen uit de buurt op. Een paar dagen later komt de vlootaalmoezenier hem ophalen om te assisteren bij de begrafenis van de doden die gevallen zijn op het Engelse schip de Exeter.
    (07) Het schip van zijn vader wordt door de Japanners gebombardeerd, maar hij brengt het er levend van af. Zijn vader komt terug naar Soerabaja en wordt te werk gesteld in de haven. Leden van de Gouvernementsmarine worden geëxecuteerd omdat ze hun schip vernietigd hebben terwijl ze alweer gedemilitariseerd zijn.
    (08) Ze verhuizen naar een speciale wijk voor mensen die nog aan het werk zijn. Na twee weken wordt zijn vader krijgsgevangen gemaakt en moeten zij de speciale wijk verlaten. In de tussentijd heeft de rassenregistratie plaats gevonden; zijn moeder is Belanda Indo, de kinderen ‘kira kira betoel’. Zijn broer en zus moeten naar het kamp, hij en zijn moeder niet. Ze worden ingekwartierd bij een Duits gezin en vervolgens in verschillende andere huizen ondergebracht. De baboe verhuist steeds mee.
    (09) Hij begint een handeltje in gestolen zeep. Die koopt hij in op de dievenmarkt en verkoopt hij aan kennissen. Zijn moeder verdient geld met het breien van sokken. Hij vertelt hoe zijn handel in zeep precies in zijn werk gaat. Hij is niet bang om gepakt te worden.
    (10) Zijn zus zit in het vrouwenkamp in Soerabaja. Hij vertelt hoe hij voor zijn zus en kennissen van haar bij het gedek spullen (zeep, eten) aflevert en voor hen buiten het kamp kleding verkoopt. De handel verloopt via een netwerk van onder andere Chinezen. Met zijn vader en broer hebben ze helemaal geen contact meer, behalve af en toe een kaart. Na enige tijd verhuizen ze weer.
    (11) Eind 1944 wordt hij opgepakt door de Kenpeitai en gevangen gezet in de Van der Werf-gevangenis. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij een verzetsgroep. Hij vertelt over de verhoren in de gevangenis, waarbij geslagen wordt. Na ongeveer een maand stoppen de verhoren en mag hij in de keuken gaan werken. Via de etensblikken worden boodschappen doorgegeven.
    (12) Hij vertelt dat hij zich leert afsluiten tijdens de verhoren, maar dat hij altijd heel bang is bij binnenkomst van de verhoorkamer. Een kennis van zijn moeder weet hem vrij te krijgen uit de gevangenis. In de gevangenis heeft hij geen contact met andere gevangenen.
    (13) Hij gaat op een melkerij werken, waar hij lange dagen maakt. De melk moet officieel aan de Japanse melkcentrale geleverd worden, maar de volle melk verkopen zij via een huisarts onderhands aan zieken. Bij de ijsfabriek en de Japanse melkfabriek weet hij vaak stiekem vis en groenten mee te nemen.
    (14) Hij beschrijft de melkerij en zijn werkzaamheden daar. Hij lijdt geen honger, maar de Indonesische bevolking wel. Omdat hij de hele dag van huis is heeft hij weinig sociale contacten.
    (15) Door een verblijf van enkele weken in Lawang weet hij een nieuw pendaftaran als Belanda Indo te krijgen. In het begin van de oorlog heeft hij nog een paar maanden stiekem les gekregen. Hij weet niets van verzet tijdens de oorlog en nauwelijks iets van organisaties in de wijk. Hij vertelt dat ze tijdens de oorlog leven in een wereldvreemde toestand.
    (16) Hij ziet hoe de Indonesische jeugd en de Japanse militairen getraind worden, waarbij ze streng gestraft worden als ze iets fout doen. Het groeiend nationalisme onder de Indonesiërs richt zich volgens hem met name tegen de Engelsen en de Amerikanen. Hij heeft geen contact met leeftijdsgenoten, maar voelt zich niet eenzaam aangezien hij de hele dag druk bezig is.
    (17) Ook na de capitulatie blijft hij bij de melkerij werken. Het einde van de oorlog wordt aangekondigd door pamfletten die uit Nederlandse vliegtuigen gegooid worden. Tegen het einde van de oorlog vinden er bombardementen door Amerikanen plaats. Er komt steeds meer gepeupel op straat en je ziet mensen afgeslacht worden.
    (18) Zelf blijft hij werken voor de melkerij en om zijn werk ongehinderd te kunnen doen draagt hij een roodwit strikje. Het eten wordt beter, maar het belangrijkste is dat hij nu een radio heeft waarmee hij de Wereldomroep kan ontvangen. Er vindt een vlagincident plaats, waarop een oproer volgt, waar de Japanners met harde hand een eind aan maken.
    (19) Op 19 en 20 oktober 1945 pakken Indonesiërs alle Nederlandse mannen en jongens in Soerabaja op. Meneer Somers wordt ondergebracht in de Werfstraat-gevangenis. Hij beschrijft de situatie daar: volle cellen, gebrek aan eten en een teneergeslagen stemming.
    (20) Op 10 november wordt Soerabaja aangevallen door Engelse militairen en worden zij bevrijd uit de Werfstraat-gevangenis. Hij beschrijft de gebeurtenissen op die dag. Aan het eind van de dag worden ze overgebracht naar de haven, waar hij besluit met een schip naar Singapore te gaan.
    (21) Het schip blijkt echter naar Batavia te gaan, waar hij in een vluchtelingenkamp terechtkomt. Na korte tijd keert hij terug naar Soerabaja als corveeër voor het Rode Kruis. Eerst helpt hij met lijken opruimen, vervolgens met het opzetten van een ziekenhuis en daarna rijdt hij op de ambulance.
    Interviewgegevens:
    Datum interview 25 september 2000
    Duur van het interview in minuten 155
    Opmerkingen: geen

    Samenvatting van interview: 1661.2
    Geinterviewde: Somers, J.A. (Jan)
    (01) Dit tweede interview gaat met name over de periode vanaf augustus 1945, maar meneer Somers begint met enkele verhalen over de periode daarvoor. Hij vertelt dat zijn Indonesische oma binnen de familie ‘geen rol’ speelt, zij staat bijvoorbeeld nooit op de foto’s. Hij vertelt meer over deze oma en opa van moederskant. In zijn jeugd gaat hij elke vakantie naar Poedjon, een bergdorp waar verschillende familieleden wonen en waar zijn ouders een huis laten bouwen.
    (02) Meneer Somers vertelt meer over Poedjon en zijn vakanties daar in de vooroorlogse periode.
    (03) leeg
    (04) Tijdens de Japanse bezetting gaat meneer Somers voor enkele weken naar Lawang, om daar een nieuwe pendaftaran te krijgen. Een familielid van hem heeft een verhouding met een Japanner, maar daar wordt niet moeilijk over gedaan. In het begin van de oorlog wonen ze naast een bordeel, waarvan de vrouwen elke week naar de dokter moeten. Hij heeft geen honger geleden in de oorlog, maar is wel vermagerd.
    (05) In de periode meteen na de capitulatie van Japan gaat het dagelijkse leven gewoon door. Zijn zus komt vlak na de oorlog vanuit een kamp naar huis, achteraf gezien een gevaarlijke reis. Het Rode Kruis speelt een grote rol bij het herstellen van de contacten tussen families.
    (06) Meneer Somers blijft op de melkerij werken. De bezorging van melk wordt moeilijker vanwege het groeiende nationalisme in Soerabaja. Hij vertelt hoe hij ziet dat een Japanner wordt afgeslacht en dat hij lijken in de rivier ziet drijven. De woede van de bevolking richt zich met name tegen de Japanners en pas later tegen de Nederlanders. Hij is zelf niet bang, ook al wordt hij soms aangehouden en daarbij agressief benaderd.
    (07) De periode vlak na de oorlog is een spannende tijd. Uit zijn vroegere huis steelt hij conserven en een radio. Hij vertelt hoe ze in de bersiapperiode aan eten komen en over de rol van de baboe in het gezin.
    (08) De levering van melkproducten van de melkerij loopt via het Rode Kruis. Hij houdt zich als jongen niet bezig met politiek. Hij vertelt dat hij zich belangrijk voelt omdat hij bijdraagt aan de distributie van melkproducten.
    (09) Langzamerhand escaleert de situatie, onder andere door het vlagincident bij het Oranje Hotel op 19 september 1945, waarna de stemming grimmiger wordt. Op 20 oktober wordt hij opgepakt en naar de Werfstraat-gevangenis gebracht. De dag ervoor is er een grote groep mannen opgepakt en naar de Simpangclub gebracht.
    (10) In de gevangenis is de situatie vrij rustig. Hij beschrijft de stemming, de cellen en de voedselsituatie. Hij vertelt hoe Engelse militairen buiten de gevangenis de vrouwen en kinderen in kampen proberen te beschermen.
    (11) Meneer Somers vertelt dat hij zijn herinneringen zonder veel emoties ervaart. Hij vertelt dat zijn moeder na zijn gevangenneming te horen krijgt dat hij niet meer leeft.
    (12) Op 10 november 1945 wordt hij bevrijd uit de Werfstraat-gevangenis. Hij beschrijft de gebeurtenissen op die dag. Rond de gevangenis vinden gevechten tussen Indonesiërs en Gurkha’s plaats. In de loop van de middag worden ze bevrijd en naar de haven afgevoerd. Hij ziet een Hollander met blauwe verf van de geschilderde Indonesische vlaggen, Nederlandse vlaggen maken.
    (13) In de haven spreekt hij met een kennis af dat hij naar Singapore zal gaan. Het schip blijkt echter naar Batavia te gaan, aan boord krijgt hij veel te eten. In Batavia wordt hij ondergebracht in een kamp in de voormalige Struiswijk-gevangenis na een snelle medische keuring. Hij gaat er voor het Rode Kruis bij de voedseldistributie helpen.
    (14) Na een paar dagen vertrekt hij als vrijwilliger voor het Rode Kruis naar Soerabaja. Hij ziet vanuit het vliegtuig dat vrijwel alle kampongs in Soerabaja zijn platgebrand. Hij helpt in Soerabaja een ziekenhuis gebruiksklaar maken. Hij vertelt hoe de stad langzaam weer opgebouwd wordt in een toestand van anarchie.
    (15) Hij vertelt over de toestanden in het ziekenhuis de eerste tijd. Met een ambulance bezoeken ze als Rode Kruis ook gebieden aan de andere kant van de demarcatielijn om daar medische hulp te bieden. Hij vertelt hoe hij uitgescholden wordt door een arts omdat hij hen, een Rode-Kruisteam, een tijd alleen heeft gelaten in vijandelijk gebied.
    (16) Op een gegeven moment hoort hij dat zijn moeder en zus vrijkomen. Zijn vader komt daarop vanuit Batavia naar Soerabaja. Er wordt ’s nachts veel geschoten in Soerabaja, maar daar is hij aan gewend. Zijn moeder en zus blijken uiteindelijk naar Batavia te zijn gegaan, waarop hij en zijn vader ook daarheen gaan in juni/juli 1946.
    (17) Zijn vader wordt afgekeurd en het hele gezin, behalve zijn broer, vertrekt naar Nederland. Hij gaat als corveeër mee op het schip naar Nederland. Tijdens de stop bij Attaca krijgen ze een hartelijke ontvangst. Hij vertelt over de aankomst en ontvangst in Nederland. Ze gaan in Vlissingen wonen, waar je geen Indische gemeenschap hebt.
    (18) Hij vertelt over ideeën over het trouwen tussen verschillende bevolkingsgroepen in Indië, zowel in deze eeuw als vroeger in de VOC-tijd.
    Interviewgegevens:
    Datum interview 9 oktober 2000
    Duur van het interview in minuten 126
    Opmerkingen: geen
    Dit interview 1661.2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.