31 okt 14 uur, Salto, Radio Signaal , Indische kwestie

Luister live naar Salto.  Klik op het plaatje

…. naar Radio Signaal luisteren op SALTO Omroep Amsterdam. Op de radio via FM kanaal 103,3 (kabel) of FM kanaal 106,8 (ether). En overal ter wereld via internet.

De Indische Kwestie
Meldpunt de Indische Kwestie wil erkenning van én verontschuldiging voor de behandeling van Nederlanders uit Nederlands-Indië door de Nederlandse regeringen. Het gaat om salaris dat nooit is uitbetaald, maar ook om schadevergoeding. Gestreefd wordt naar een allesomvattende regeling, waarbij ook de tweede generatie niet vergeten wordt. We ontvangen Peggy Stein, voorzitter van Stichting Het Indisch Platform 2.0/Meldpunt Indische Kwestie en Griselda Molemans, onderzoeksjournalist op het gebied van koloniale geschiedenis.
Cliëntenbelang Amsterdam

Luister naar het interview.  Begin op 10.05. 

Dit bericht werd geplaatst in agenda - evenementen. Bookmark de permalink .

14 reacties op 31 okt 14 uur, Salto, Radio Signaal , Indische kwestie

  1. Boeroeng zegt:

  2. RLMertens zegt:

    @Griselda/Peggy; Zie mijn vader voor me in 1947, die pogingen deed zijn achterstallige salaris uit de kamptijd uit betaald te verkrijgen. -Nu meer dan 75 jaar later beluister ik dit programma; waarom, waarom niet die hele kwestie voor het Europese Hof brengen? De ‘enige taal’ die deze overheid verstaat! Bespaar al die moeiten om onze politici te bereiken, die blijven toch (opgelopen) oostindisch doof! – Organsiseer een geldpot om mevr.Zegveld in te schakelen en procedeert!!

    • Griselda Molemans zegt:

      @De heer Mertens De pijlen zijn niet puur en alleen op de politiek gericht, laat dat duidelijk zijn. Na dertig kabinetten op rij die de openstaande schuld weggedrukt hebben, is dat een ronduit naïeve grondhouding.

      • RLMertens zegt:

        @G.Molemans; ‘niet alleen op de politiek gericht etc.’- Ik heb het over de staat der Nederlanden, waartegen geprocedeerd moet worden! Het was toch Nederland, die de oorlog tegen Japan voerde. Idem tegen de Republiek!

  3. Jan A. Somers zegt:

    “die pogingen deed zijn achterstallige salaris uit de kamptijd uit betaald te verkrijgen.” Weet u nog waar uw vader dat deed? Voor het Europese Hof is het van belang dat u in Nederland bent uitgeprocedeerd. Ik ken die route niet (bij vakbond of Pelita vragen), maar ik denk vordering bij de werkgever van uw vader, en bij afwijzing het vonnis van een rechtbank, wellicht kantonrechter.
    “Bespaar al die moeiten om onze politici te bereiken” Hier gaat het niet om het achterstallig salaris, maar om de morele compensatie.
    “om mevr.Zegveld in te schakelen en procedeert!!” Dat is in de jaren vijftig (dacht ik) al twee keer (dacht ik) gebeurd, tot aan het gerechtshof. Maar dat ging over achterstallig salaris. Ik dacht dat daarbij is verwezen naar de werkgever. Sorry voor ‘ik dacht’. Ik ben niet zo goed in digitaal de jurisprudentie doorzoeken, dat is een vak voor de jongelui..

    • PLemon zegt:

      @ Dat is in de jaren vijftig (dacht ik) al twee keer (dacht ik) gebeurd, tot aan het gerechtshof. Maar dat ging over achterstallig salaris. 

      # Zoals… Gepubliceerd op: 15 maart 1956 Rede van Ir van D IS.

      *** De zaak is namelijk deze, dat volgens de thans nog geldende garantiewet mi­litairen K.N.I.L. aan deze militairen garantie verleend wordt van alle rechten en aanspraken uit hoofde van de door hen tot 26 December 1949 verrichte dienst. Op grond van deze bepaling hebben enkele oud-K.N.I.L. militairen tegen de Staat der Nederlanden een rechtsvordering aanhangig gemaakt, waarbij door hen uitbetaling wordt geeist van de salarissen, waarop zij gedurende de Japanse bezetting van Nederlands-Indië recht menen te hebben, maar die na de bevrijding van Indië niet werden uitbetaald.

      Terwijl deze rechtsgedingen nog hangende zijn, heeft nu de Regering in het genoemde wetsontwerp een wijziging voorgesteld, waardoor alle aanspraken op uitbetaling van de bedoelde salarissen finaal uitgesloten worden.

      Het valt te begrijpen, dat dit voorstel bij de oud-K.N.I.L. militairen grote ontstemming heeft verwekt. Terecht heeft men er van die zijde op gewezen, dat door aanvaarding van de door de Regering voorgestelde wijziging de beginselen van de rechtsstaat op de ernstigste wijze worden geschonden, doordat de staat als wetgever wil trachten zichzelf als procespartij in een burgerlijk geding door de rechter in het gelijk te doen stellen door middel van een wetsvidjziging met terugwerkende kracht.
      Ten gevolge van die overdracht is het voormalige K.N.I.L. opgeheven en hebben deze beroepsmilitairen hun functie moeten prijsgeven zonder enig recht op pensioen, terwijl daarmede tevens het uitzicht op pensioen voor hun nagelaten betrekkingen verviel. Dat de voorgestelde wijziging ten aanzien van de weduwen en wezen der gewezen
      beroepsmilitairen van het voormalige K.N.I.L. hierin verandering beoogt aan te brengen, achten wij alleszins billijk. Wanneer wij ten deze toch critiek uitoefenen, dan heeft dit hierop betrekking, dat deze maatregel, evenals de andere besproken maatregelen, reeds veel eerder had behoren genomen te zijn. Ook kunnen wij in dit verband niet nalaten nogmaals onze sterke afkeuring uit te spreken over het na-oorlogse Indische Overheidsbeleid,
      waarbij de Regering aanvankelijk zelfs weigerde om de over de periode van de Japanse bezetting verschuldigde pensioenen aan de in Nederlandsch-Indië vertoevende pensioengerechtigden uit te betalen, terwijl de rechthebbenden in Nederland hun pensioenen tijdens de Duitse bezetting ten volle uitgekeerd kregen. En toen eindelijk onder de dreiging van een proces in Nederland besloten werd tot uitbetaling over te gaan, ging het hiermede zo, dat bij de souvereiniteitsoverdracht in 1949 nog slechts iets meer dan de helft der achterstallige pensioenen was uitbetaald, terwijl de resterende gevallen daarna getroffen werden door de Indonesische monetaire maatregelen, waardoor deze pensioenen slechts voor één derde in Nederland werden uitgekeerd. Het behoeft dan ook geenszins te verwonderen, dat er in de kringen zowel van het burgerlijk Overheidspersoneel als van de militairen van het voormalige K.N.I.L.grote ontstemming bestaat over het gevoerde Regeringsbeleid, zo zelfs, dat er onder hen, gelijk wel zeer duidelijk blijkt uit de verhandeling van mr. Akkerman in het Decembernummer 1935 van het „Rechtsgeleerd Magazijn Themis”, gesproken wordt van een serie onrechtmatige Overheidshandelingen,
      bestaande in de niet tijdige uitbetaling van de over de Japanse bezettingsperiode verschuldigde achterstallige pensioenen; voorts door het doen overgaan van de Indische pensioenfondsen naar de Indische rechtssfeer in strijd met de wetten van 1918 en 1929; vervolgens door de opheffing van de eigen pensioenfondsen door Indonesië en de weduwenen wezenfondsen door Nederland en ten slotte door de terzijdeschuiving van de op wettelijke basis ingestelde Directie van de Nederlandsch-lndische Pensioenfondsen. 

      https://www.digibron.nl/search/detail/012e0144b8f55ad2b88144cf/wijziging-garantiewet-militairen-k-n-i-l

      • Griselda Molemans zegt:

        1. De backpayschuld is helemaal niet overgedragen aan de Indonesische regering, zo blijkt uit de bewijslast van documenten uit het archief van de Ronde Tafel Conferentie. Met andere woorden: de schuld van 22,5 miljard euro staat tot op de dag van vandaag open ten laste van de Staat der Nederlanden.

        En 2. Door een geslepen wetswijziging in de Garantiewet in 1956 is met één pennenstreek het pensioen van duizenden KNIL-militairen (ter hoogte van 60 miljoen gulden) weggelakt. Het was kamerlid Van Dis die de sluwe opzet van het kabinet-Drees doorzag, maar machteloos stond.

        Het afdwingen van het openstaande bedrag dat de Nederlandse Staat verschuldigd is aan de Indische gemeenschap zal via een combinatie van politieke, gerechtelijke en mediadruk plaatsvinden.

        • Jan A. Somers zegt:

          “De backpayschuld is helemaal niet overgedragen aan de Indonesische regering, zo blijkt uit de bewijslast van documenten uit het archief van de Ronde Tafel Conferentie.” Ik ben niet in detail op de hoogte van alle stukken, maar er zijn nog aparte overeenkomsten gesloten in het kader van het Uniestatuut, na de RTC!.
          Bij de overdracht van een zaak gaan in beginsel alle onderwerpen van de hele balans over, actief en passief. Wil je daarvan afwijken, dan (en alleen maar dan) worden daar aparte afspraken over gemaakt.
          Voor het KNIL, dat onder gezag van de Indische regering (niet Nederlandse regering!) stond en als zodanig aan de Verenigde Staten van Indonesië zou moeten worden overgedragen, werden afzonderlijke regelingen getroffen. Ik ben alleen een beetje bekend met de Molukse militairen. Dezen wensten niet in het federale Indonesische leger te worden opgenomen, waarop de Nederlandse regering besloot tot hun demobilisatie in Indonesië. In kort geding verbood in december 1950 de rechter de Nederlandse regering echter de Molukse militairen tegen hun zin te demobiliseren binnen het gebied van de Verenigde Staten van Indonesië. Dit resulteerde in het naar Nederland overbrengen van deze militairen en hun gezinnen, in totaal 12.582 personen. Ik ben niet bekend met afwijkende afspraken (ook voor de Nederlandse KNIL-militairen) inzake het werkgeverschap. Als die er niet zijn, dan is dat overgegaan naar de RIS.
          In een bij het Uniestatuut behorende overeenkomst inzake de positie van de Nederlandse burgerlijke ambtenaren waren dezen overgedragen aan de regering van de Verenigde Staten van Indonesië, een buitenlandse mogendheid! In juridische zin was dit correct, Indonesië nam immers alle plichten en rechten over van de Indische regering, zo ook alle verplichtingen ten aanzien van de Indisch ambtenaren. De ambtenaren van bijvoorbeeld de Dienst Scheepvaart kregen gewoon de RIS als werkgever. Mijn vader, gezaghebber GM met recuperatieverlof in Nederland, gevolgd door blijvende afkeuring, ontving zijn salaris gewoon van de RIS via de Komisaris Agung RIS in den Haag. Ook zijn eervol ontslag werd door de RIS verleend, met zijn pensioenrechten via SAIP. Zijn collega’s bleven gewoon varen onder nieuwe naam en vlag. Pensioenpremies werden gewoon naar Nederland overgemaakt. Ik ben niet bekend met een afwijkende regeling inzake zijn achterstallig salaris, noch bij de RTC, noch bij het Uniestatuut..
          Wat mij bekend is van rechtszaken in Nederland is dat er door Indisch ambtenaren (militair en burger) nooit een vordering is ingediend bij hun werkgever, de RIS. Ik ben niet in detail op de hoogte van de jurisprudentie van de de rechtszaken waarbij de vordering bij de Nederlandse staat werd gelegd. Naar mijn geheugeninhoud zijn er in de jaren vijftig in Amsterdam, twee (?) keer, tot bij het Hof (Hooge Raad??) de eisen afgewezen, met verwijzing naar de werkgever RIS. En daar heeft de Nederlandse regering zich aan te houden. Met als gevolg dat de heer G.S. Vrijburg toen afzag van ‘recht op achterstallig salaris’ bij de Nederlandse regering en overstag ging naar ‘ereschuld’.
          Misschien ben ik mis, of loop ik achter, maar dat hoor ik dan wel.

        • Jan A. Somers zegt:

          “met één pennenstreek het pensioen van duizenden KNIL-militairen (ter hoogte van 60 miljoen gulden) weggelakt.” Dit heb ik vaker gelezen zonder te weten wat hier aan de hand was. Pensioen valt niet weg te lakken. Pensioengeld is er gewoon, daar kan niemand aankomen, zelfs ikzelf niet. Dat geld (van militair ambtenaar) was bij het ABP in Nederland veilig opgeborgen. Net als van mijn vader, (burger) Indisch ambtenaar.
          Pensioen is een van de belangrijkste onderdelen van je arbeidsovereenkomst. Het is gewoon uitgesteld salaris. In mijn tijd als secretaris van de Centrale Ondernemingsraad TNO kwam dit elke vergadering wel op de agenda. De opbouw van deze spaarcentjes is elke maand gebeurd vanuit mijn salaris. En goed opgeborgen in pensioenfonds of pensioenverzekering. Dat is geld van MIJ! Daar kan niemand aankomen, ook mijn werkgever of regering niet. Daarom intrigeert me dat verhaal zo. Wie heeft die pennenstreek uitgevoerd? Onder wiens verantwoordelijkheid? Als dat een overheidsfunctionaris (militair!) was, waar was de Kamer? En in alle gevallen, wie is er met een afgewezen vordering naar de kantonrechter gestapt? Waarom zijn de vakbonden er niet ingesprongen? Pelita? Maar een stapje eerder: Waar stond het in uw arbeidsovereenkomst? Naar welk pensioenfonds is de premie gestuurd? De premies van KNILmilitairen zijn volgens mij altijd naar het ABP in Nederland gestuurd, veilig voor welke overheid dan ook. En als die pennenstreek werkelijkheid was, dan is er nog altijd mijn al bestaande geld bij het ABP. daar komt die pennenstreek niet bij. Maar dan de hamvraag: was hier sprake van pensioen? Zo ja, waarom is er al die tijd aan die pennenstreep niets aan gedaan? Zo nee, waarom wordt er steeds met het vingertje een richting op gewezen? Sorry, ik weet van deze situatie geen een detail. Wie weet dat wel?
          “de niet tijdige uitbetaling van de over de Japanse bezettingsperiode verschuldigde achterstallige pensioenen; voorts door het doen overgaan van de Indische pensioenfondsen naar de Indische rechtssfeer” Mijn verhaal doortrekkend: pensioen wordt niet uitbetaald door de werkgever, (dat kan hij niet eens, in dat fonds zit mijn geld, daar kan hij niet eens bijkomen). maar door het pensioenfonds. Een klein beetje van pensioenen kennend, voor (militaire) ambtenaren was dat toch het ABP in Nederland, net als voor de (burger)ambtenaren? Met nog een stukje niet weten van mij: wie/wat/waar waren die Indische pensioenfondsen, daar heb ik nog nooit van gehoord. wel van ABP > SAIP.
          Sorry dat ik zo wetstechnisch bezig ben. Pensioen is te belangrijk om het aan ons praethuûs over te laten.

        • RLMertens zegt:

          @GriseldaMolemans; ‘back pay etc.’- Ik heb het over procederen bij het Eropese Hof aangaande achterstallig salarissen, schade/verlies van have en goed tijdens de Japanse en bersiap/politionele oorlog!

  4. PLemon zegt:

    @ De backpayschuld is helemaal niet overgedragen aan de Indonesische regering,

    # o.a….versterkt door deze overeenkomst ?

    *** Uit: . TITEL
    Protocol, met daarbij behorende briefwisseling, ter regeling van de
    onderlinge verhouding van het Koninkrijk der Nederlanden en de
    Republiek Indonesië als onafhankelijke en souvereine Staten;
    ‘s-Gravenhage, 10 Augustus 1954

    3 . De staatsburgers van de ene Partij zullen op het rechtsgebied
    van de andere Partij het recht hebben op vrijheid van geweten, op de
    vrije uitoefening van de godsdienst en vrijheid van onderwijs, onver-
    minderd het recht van ieder der Partijen om maatregelen te nemen,
    welke nodig zijn ter bescherming van de openbare orde en veiligheid
    en van de goede zeden.
    De staatsburgers van de ene Partij zullen in het rechtsgebied van de
    andere Partij niet van hun vrijheid worden beroofd, uitgezonderd in
    de door de wet voorziene gevallen en overeenkomstig de algemene
    rechtsbeginselen, welke in deze gevallen tevens zullen gelden ten aan-
    zien van hun rechten en hun behandeling. Terzake zullen in de teh
    sluiten regeling nopens consulaire aangelegenheden nadere voorzie-
    ningen worden opgenomen.
    4. Elk der Partijen heeft de bevoegdheid om desgewenst staats-
    burgers van de andere Partij overheidsbetrekkingen in Haar dienst te
    doen vervullen.
    Bron : TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK
    JAARGANG 1954 No. 113

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik heb hierin nergens gelezen dat de RIS niet mijn werkgever is geworden. (bij mijn vader was de RIS gewoon de nieuwe werkgever). Als niet bij overeenkomst wordt afgeweken van het bestaande recht, dan bestaat dat recht gewoon. Maar dat wisten ze in de jaren vijftig al bij de Hooge Raad. En de RIS heeft volgens mij nooit een vordering op achterstallig salaris afgewezen. Konden ze niet eens, er was nog nooit gevorderd.

  5. ellen zegt:

    Mijn vader was – in Ned, Indie – werkzaam voor de Indische militaire luchtmacht bij de technische dienst (vliegveld Andir, Bandoeng). Hij noemde zich burger-militair. Later ging hij over naar de Indonesische militaire luchtvaart (AURI, Angkatan Udura Republik Indonesia, de luchtmacht van de nieuwe staat.) te Bandung. De Indonesische Luchtmacht werd onofficieel opgericht direct na de onafhankelijkheidsverklaring van Nederland in augustus 1945. Officieel viert ze zelf de oprichtingsdatum op 9 april 1946. Na de definitieve onafhankelijkheid in 1950 werd haar luchtvloot aangevuld met vliegtuigen van het ML-KNIL de Nederlandse Luchtmacht, zoals Mustangs en DC-3’s. Mijn vader heeft het nooit gehad over zijn achterstallig salaris. Hij was blij met zijn goed pensioen, omdat tropenjaren dubbel telden (zo zei hij altijd). Omdat hij er nooit over zeurde, heb ik het ook niet overgenomen. Tevredenheid is ook “erfelijk”.

    • Jan A. Somers zegt:

      De gang van zaken met uw vader was precies zoals het de bedoeling was bij de soevereiniteitsoverdracht.. Alleen de werkgever veranderde. De voor die tijd verzamelde pensioenopbouw ging ook gewoon verder bij hetzelfde pensioenfonds, ABP > SAIP.. Precies zoals bij mijn vader, had het ook nooit over achterstallig salaris.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.