Boeken

Al ruim 450 jaar voert de inheemse bevolking van Indonesië strijd tegen koloniale overheersers. Nederlanders, Portugezen, Spanjaarden, Japanners, Engelsen en Fransen kruisten met hen hun degens. In het imposante boek Koloniale oorlogen in Indonesië (De Arbeiderspers, 2018) schetst journalist Piet Hagen een compleet overzicht van de ruim vijfhonderd conflicten, oorlogen en militaire confrontaties tussen Indonesiërs en kolonisators…… zie historiek.net.
Dit boek kan een librisprijs krijgen.

Honger, incompetentie en brandende kampongs: dagboek van soldaat die goed kon schieten (drie sterren) Onomwonden beschreef dienstplichtig soldaat Theo van Roij van dag tot dag wat hij op Sumatra meemaakte. De schriften verdwenen na zijn thuiskomst in 1950 in het nachtkastje. Postuum is het dagboek nu uitgegeven, een nuttige bijdrage aan de geschiedschrijving. De Volkskrant

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

36 reacties op Boeken

  1. Wal Suparmo zegt:

    Zuid- Ahwaran bestaat niet en is een gewone fantasie van de zogenaamde historie schriiver Gen. Spoor is relatief jong(48 jaar) en blakend van gezonheid en vooral onder steng controlle van de beste doctoren als zijnde op dat ogenblik de machtigste man in Ned.Indie. En nooit over zijn gezondheid geklaacht. Heeft zelfmoord gepleegd van teleurstelling om dat opeens zijn troepen terug moest trekken van de zo moelijk veroverde gebiieden van de Rupbliek Yogja.En hier over nooit geraadpleegd door zijn regering wegens verlies in de diplomatie…

  2. Jan A.Somers zegt:

    “Al ruim 450 jaar voert de inheemse bevolking van Indonesië strijd tegen koloniale overheersers. Nederlanders, Portugezen, ” Mijn studie-ervaringen leren me wel wat anders. In de VOC-tijd(300 jaar) hadden de vorsten het te druk met het bevechten van elkaar. Ik heb stapels verdragen met die vorsten doorgeploegd waarin de VOC om militaire hulp werd verzocht om te helpen de buurvorsten om zeep te helpen. Soms zelfs met keuzemogelijkheden zoals:
    Het wrede bewind van Soesoehoenan Amangkoerat I had in Mataram veel verzet doen ontstaan. De Madoerese prins Taroeno Djojo maakte hier gebruik van om een opstand te beginnen met steun van Makassaren die na het Bongaais verdrag hun land waren ontvlucht en zich met zeeroof be-zighielden. Mataram verloor de noordoostkust van Java aan de opstandelingen, en een uitbarsting van de vulkaan Merapi werd samen met het naderen van het einde van de Javaanse eeuw opgevat als een voorbode van grote veranderingen. Taroeno Djojo maakte hier gebruik van door zich te presenteren als de ratu adil, de rechtvaardige vorst. Zijn uitstraling werd nog versterkt door verhalen over zijn magische krachten: een ware vorst. Op 7 november 1676 werden in Batavia gelijktijdig verzoeken om hulp ontvangen van de kroonprins van Mataram en van Taroeno Djojo; Mataram bleek wanhopig, Taroeno Djojo presenteerde zich als de nieuwe vorst die tevens bondgenoot wilde zijn. De Hooge Regeering in Batavia had weinig zin zich in het wespennest te steken maar was krachtens het verdrag van 1646 gehouden de Soenan bij te staan. Op 29 december werd een expeditie naar Oost-Java gezonden onder leiding van Cornelis Speelman. Overeenkomstig zijn opdracht trachtte Speelman te bemiddelen tussen de Soesoehoenan en de Madoerezen. Taroeno Djojo voldeed echter niet aan zijn verzoek naar Djapara te komen. Speelman meende aan Taroeno Djojo een slechtere buur te krijgen dan de Soesoehoenan, en besloot tot militaire steun aan Mataram.
    En een mooi verslag van het sluiten van een verdrag:
    “D’heer ontfanger” kreeg opdracht op 5 juli “de gesanten, soo van Jamby, als Bantam, in derselver name te gaen begroeten ende te verwellecomen, als mede eenige pinangh ende fruyten toe te brengen”. In de grote zaal van het kasteel waren inmiddels de Gouverneur-Generaal en de Raden gezeten, alsmede de ambassadeurs van Atjeh. “Daerop comen met den heer ontfanger generael (…) de Jambyse gesanten ende mediateurs, als de gesanten van den Sulthan van Bantam (…) binnen, (…) wanneer onder de verwellecominge op allerhande instrumenten wiert gespeelt ende door d’compe des casteels, daer de gesanten tusschen door gegaen waren, drie chiergies met musquettades ende seven canonschoten vande puncten gedaen ende also verwellecomt.” Na de acceptatie van de verdragstekst en vastlegging van het protocol voor de ondertekening werd “naer een gedane dronck, weder soo praeu als stadtwaerts gesamentlyck vertrocken.”
    Op 11 juli werd het gezantschap weer “onder verwellecoming van drie chergies van de compe deses casteels, inde wapenen staende, ende seven canonschoten (…) gehaelt ende geleyt ter vergaderinge, (…) de sael met het geluyt der musycksnaren vervult”. Na voorlezing van de artikelen door de kapitein van de Maleiers, voor de zekerheid herhaald door een van de mediateurs van Djambi, “syn d’selve door d’hr. Gouverneur Generael ende de Raden van India getekent ende daernevens ’t wapen der E. Compe in roden lacke doen setten (…) ende werden alsdoen weder toegevouwen om aen haer Ede. naer Bantam aff te senden gecommitteerde overhandight te werden ende t’harer overstaen door den Sulthan van Bantam ende desselffs grooten mede ondertekent te werden, waerop eens een frissen dronck op ’t goet succes des vredes de gesanten toegedroncken ende andersints onthaelt zynde, weder stadt ende prauwaerts haer vervoeghden.”

    • P.Lemon zegt:

      @ In de VOC-tijd(300 jaar) hadden de vorsten het te druk met het bevechten van elkaar.

      #Tja…die Radjahs in hun koninkrijkjes/sultanaten speelden de Hollandse handelaren
      daarmee in de kaart. Twee honden vechten om een been … en verdeel en heers…

      ***Aan het eind van de 18e eeuw raakte Oost-Indië in een isolement: Nederland was in 1794 door Frankrijk bezet, de VOC was op 31 december 1799 opgeheven en de bewindhebbers in Batavia moesten zichzelf maar zien te redden. Op 14 januari 1808 werd GG Daendels namens Frankrijk naar Oost-Indië gezonden om orde op zaken te stellen. Daendels legde de basis voor een nieuwe bestuursorganisatie op Java. Hij dwong de Inlandse regenten, de Javaans-adellijke bovenklasse, in een ambtelijk keurslijf. Deze Javaanse radjahs en prinsen met hun al dan niet uitgebreide hofhoudingen in hun kratons (paleizen), waren in de tijd van de Compagnie absolute, volkomen onafhankelijke potentaten. Boven en naast de regenten werden nu Europese ambtenaren aangesteld met vergaande bevoegdheden. Al snel kwam er kritiek op het bestuur van Daendels. Daendels werd op 16 mei 1811 teruggeroepen.

      Inmiddels hadden de Engelsen gebruik gemaakt van de Franse overheersing in Nederland. De defensie van Java was al sinds jaren erg slecht: na het vertrek van Daendels verscheen op 3 augustus 1811 een Engelse invasievloot in de baai van Batavia. De Engelse troepenmacht had iets meer dan een maand nodig om een einde te maken aan het Nederlands bestuur over Java. De Brit Raffles werd benoemd tot luitenant-gouverneur. Hij voerde economische hervormingen door.

      Van groot belang voor het verdere verloop van de geschiedenis van Indi� was het optreden van Raffles tegenover de Javaanse vorstenhoven. De pogingen van zowel de sultan van Jogjakarta en de soesoehoenan van Soerakarta om hun oude positie te herwinnen, werden namelijk met militair geweld de kop ingedrukt.

      De bestorming van de kraton (het paleis) van Jogjakarta was een definitief keerpunt in de Javaanse geschiedenis. Het was voor het eerst dat een Europese macht daadwerkelijk het hof van een Javaanse vorst had veroverd. De vernedering die de Jogjase elite daardoor onderging was bijzonder groot en voor iedereen was het duidelijk, dat er een nieuw tijdperk was aangebroken.

      Het Engelse tussenbestuur duurde tot 1816, daarna keerden de Nederlanders weer terug.

      Daendels en Raffles hadden beiden Indi� slechts kort bestuurd, maar hadden desondanks de basis gelegd voor het latere Nederlands-Indië. Zo zorgden beiden ervoor dat er op Java een enigszins modern bestuursapparaat werd ingericht, dat het de GG mogelijk maakte de kolonie vanuit een centraal punt te regeren
      Gedurende de gehele negentiende eeuw en het eerste decennium van de twintigste eeuw heeft het KNIL talloze oorlogen met Inlandse staten en vorstendommen gevoerd om de Nederlandse koloniale belangen veilig te stellen. De bekendste, hevigste en bloedigste conflicten waren de Java-oorlog (1825-1830 en de Atjeh-oorlog (1873-1903).

      Pas na 1900 volgde de onderwerping van de nog niet onder Nederlands gezag gebrachte delen van de archipel. Dat waren er nog heel wat. De talrijke militaire expedities uit het verleden in de buitengewesten waren meestal niet gevolgd door vestiging van het bestuur. De traditionele conflicthaarden als Zuid-Oost-Borneo en Zuid-Celebes, waren nooit echt onderworpen geweest.
      https://geneaknowhow.net/faq/koloniaal/kolonien-ni.htm

    • RLMertens zegt:

      @JaSomers; ‘mijn studie ervaringen leren me wel wat anders etc.’ _Klopt. Omdat dat u citeert uit geschriften van de (VOC) overwinnaars. Uit de rapportage van bv. ene Westerling komen natuurlijk alleen zijn heldhaftige optredens voor het voetlicht. Journalist(!)/auteur Piet Hagen; Opmerkelijk is het ook dat buitenlandse historici/journalisten een ‘andere kijk’ hadden over de dekolonisatie dan Nederlandse. Trouw 23/6’18; Zo heeft de auteur nog eens 70 jaargangen van het Indisch Militair Tijdschrift, elk jaargang telt 1000 pagina’s, doorgeploegd. ‘Bevat natuurlijk geen toonbeeld van objectiviteit, maar wel; neem geen blad voor de mond, zelfs niet bij de beschrijving van wat we nu oorlogsmisdaden zouden noemen’. (lees ook Westerling 1951; Mijn memoires) De auteur zet al die 1500 oorlogen op een rij. Als lezer val je van de ene in de andere verbazing over zoveel onrecht, onverbloemd racisme(!), geweld en excessen. Hij beschrijft de rol van de VOC, de kerk, de pers, van Oranjes. Gouverneur gen.Laurens Reaal, voorganger van JP.Coen, zei eeuwen geleden al, dat Nederland de allerwreedste natie van de gehele(!) wereld was!
      Coen daarna; ‘geen handel zonder oorlog. En geen oorlog zonder handel’!
      Lezen hr.Somers; vakantie lectuur.

      • Jan A.Somers zegt:

        “geschriften van de (VOC) overwinnaars. Uit de rapportage van bv. ene Westerling” Wat hebben die twee met elkaar te maken?
        “‘geen handel zonder oorlog. En geen oorlog zonder handel’! Lezen hr.Somers; vakantie lectuur.” Inderdaad, oorlog met de Portugezen en de Engelsen. Had u kunnen lezen. Bijvoorbeeld in Jan A. Somers, De VOC als volkenrechtelijke actor.

        • Jan A.Somers zegt:

          Voor uw gemak even gekopieerd: “De admiraliteiten hadden inmiddels ook niet stil gezeten. Op 17 december 1599 dienden zij bij de Staten-Generaal een ontwerp-commissie en een ontwerp-instructie in, die zou moeten worden opgelegd aan alle Indië-vaarders. De vlootoversten zouden “alle negotierende uytte rycken van Spanien, mitsgaeders die landen ende Coninckrycken den Coninck van Spanien toecommende, (…) mogen aantasten ende overweldigen” en de veroverde goederen als prijs mogen beschouwen. De ontwerp-instructie ging nog verder, “Sullen de voorz. capiteinen mede vermogen aen alle landen den Coning van Spanien subject zynde, invallen te doen, ende aldaer hostiliteyt te plegen”.” En ook: “Van groter belang bleek het rapport van 17 mei 1601 van een tweede subcommissie te zijn : “De vaart [diende] op naam van de Staten Generaal of van zijne Excellentie gedirigeerd te worden, tot meer afbreuk van den vijand en tot voorkoming van andere landen in deze vaart”. Het was daarbij “tot conservatie van de handel noodich alle Compagnien tot eene te brengen, de voorsz. handelinge te octroyeren, ende oock te authoriseeren om in de Oost verbonden aentegaen, de Koningen daer jegens de Vyanden te assisteren,”

        • Jan A.Somers zegt:

          De noordelijke Nederlanden waren verwikkeld in een nog lang niet gewonnen oorlog. Het stond er af en toe niet goed voor. De vereniging van de gewestelijke compagnieën in de VOC was door Van Oldenbarnevelt en Prins Maurits bedoeld om de vijand overzee afbreuk te doen bij zijn winstgevende handel, om zo hun oorlogscapaciteit in te perken. Die compagnieën zelf zagen dat niet zo zitten, het betekende oorlog, gedoe. Vooral de Middelburgse en Veerse compagnie zagen die handel best zitten zonder VOC. Bovendien verdienden zij aardig aan de oorlog met Spanje/Portugal.

        • RLMertens zegt:

          @Boeroeng; ‘Uit de Groene’- Lezen!

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘VOC-Westerling etc.’- U haalt aan/citeert veelal bronnen van de ‘daders’/VOC. Die natuurlijk hun eigen daden verheerlijken! Zoals het indertijd in Indië gold. Wat de ‘kompenie’ beweerde was de ‘waarheid’! Zo ook-mijn verwijzing-naar Westerling, die in zijn Memoires met zelf trots/voldoening zijn daden belicht; oa. het doodschieten van een ongewapende Indonesiër in de soos te Makassar.

  3. RLMertens zegt:

    @PLemon; ‘niet gevolgd door vestiging van het bestuur’ – Oh neen, lees verder in geneaknowhow.net -Pacificeren=vrede brengen heette het. Lees Marie van Zeggelen; De Onderworpenen(Bone/Sopeng)1905/7; Ze voelde schaamte voor het onrecht dat de bevolking was aangedaan in naam van pacificatie, die met geweld was aangedaan en het opleggen van een zware oorlogsschatting! Als de mensen, eerst na vele aanmaningen en bedreigingen(!), met geld zakken de heuvel opkwamen, verborg ze zich in het huis. Ze kon het niet aanzien.
    note; haar echtgenoot kapt.H.A.Kooy had aan deze expeditie(= leerzame uitstapje) deel genomen.
    Hij had zich hierbij onderscheiden, niet alleen met een decoratie, maar ook door zijn benoeming tot civiel gezaghebber. Sopeng is gelegen nabij Pare Pare; in 1946/7 gezuiverd(!) door Vermeulen/Westerling!

    • PLemon zegt:

      @Hr Mertens
      U haakt graag in op de negatieve kanten vh kolonialisme, maar u moet eens weten hoe men in die periode’s er tegen aan keek.

      *** Piet Emmer (1944) is emeritus hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie en slavernij-expert.

      “Eigenlijk is het bestuderen van het verleden een onmogelijke opgave om de simpele reden dat we weten hoe het afliep, waardoor we ons niet meer kunnen verplaatsen in de dilemma’s van diegenen die dat niet wisten.

      Hoe is het ooit mogelijk geweest dat zoveel mensen de overzeese expansie van Europa, de opkomst van het communisme in de Sovjet-Unie en dat van het nationaal-socialisme in Duitsland hebben toegejuicht?

      Dat komt doordat honderden jaren lang het kolonialisme als progressief werd gezien, niet alleen in Europa, maar ook in de gekoloniseerde wereld. Het koloniale bestuur verving immers de inefficiënte, hardvochtige, en parasitaire heersers in Azië en Afrika, waardoor het mogelijk werd om de koloniale bevolking te bevrijden van de permanente onderlinge oorlogen en rooftochten, van uitbuiting, honger, ziekten en onwetendheid.

      Vandaar dat onze eigen Multatuli de eenvoudige dessabewoner op Java meer Nederlands kolonialisme toewenste, niet het toenmalige halfslachtige kolonialisme, dat wel zoveel mogelijk geld naar het moederland wilde sturen, maar het lokale bestuur overliet aan de corrupte, traditionele heersers. Het moderne kolonialisme moest dieper in de maatschappij doordringen om zo de landbouw te verbeteren, moderne wegen, spoorwegen, telegraafverbindingen aan te leggen en voor schoon drinkwater te zorgen. Dan maar geen batig saldo.

      https://www.trouw.nl/home/aan-de-geschiedenis-valt-weinig-te-ontlenen~ae21b4c0/

      • Jan A.Somers zegt:

        “maar het lokale bestuur overliet aan de corrupte, traditionele heersers.”
        Max Havelaar zou voor veel aankomende bestuursambtenaren een lichtend voorbeeld worden: de Europeaan die de bevolking van ‘ons’ Insulinde zou verlossen van uitzuiging, afpersing, knevelarij, roof en moord. Vooral de afschaffing van het cultuurstelsel droeg bij aan de omvorming van hun taak als toezichthouder op de plantages tot ‘controleur Binnenlands Bestuur’.
        Max Havelaar was bestuurder in een vaststaand, onwrikbaar systeem waarvan alleen de uitwassen dienden te worden bestreden. In dit rechtmatige en rechtvaardige systeem bracht de bestuurder bescherming en recht, Europees recht dat met inheems ceremonieel moest worden geïntroduceerd. Een systeem dat niet altijd paste binnen de traditionele verhoudingen, net zo min als bijvoorbeeld verbeteringen van landbouwmethoden of in de gezondheidszorg die door de Europese bestuursambtenaren met de beste bedoelingen werden opgedrongen.
        Zie voor de ethische politiek vooral E.B. Locher-Scholten, Ethiek in fragmenten. Vijf studies over koloniaal denken en doen van Nederlanders in de Indonesische archipel 1877-1942, (diss. Leiden), Utrecht: H&S Publishers 1981.
        De term ‘ethische politiek’ wordt toegeschreven aan Brooshooft: ‘Wat ons moet nopen tot plichtsbetrachting tegenover Indië is de beste der menschelijke neigingen: het rechtsbewustzijn, het gevoel dat wij den, tegen zijn wil, van ons afhankelijk geworden Javaan het beste moeten geven wat wij voor hem hebben, de edelmoedige drang van den sterkere om den zwakkere rechtvaardig te behandelen’, hetgeen hij schreef onder de titel ‘De ethische koers in de koloniale politiek.’ Locher-Scholten wijst op de mogelijke samenhang tussen de ethische politiek en de expansie van het Nederlandse gezag tussen 1894 en 1915; zij definieert de ethische politiek dan ook als ‘beleid gericht op het onder reëel Nederlands gezag brengen van de gehele Indonesische archipel èn op de ontwikkeling van land en volk van dit gebied in de richting van zelfbestuur onder Nederlandse leiding en naar westers model.’ Het begrip ‘ethisch’ kreeg na 1920 een vooral negatieve betekenis: sentimentaliteit, welgezindheid ten opzichte van het nationalisme, een streven naar los-van-Holland, uitmondend in landverraad: de ‘nestbevuilers’. Waarschijnlijk was deze wending een antwoord op het groeiende Indonesische nationalisme en de ontwikkelingen na de eerste wereldoorlog. Ontwikkelingen die inderdaad waren gefundeerd in de ethische politiek.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘de ethische koers etc.’ – Het verheffen van de Inlander! Werd in die tijd door ons bestuur in Indië verstaan; Dan eerst onder het gezag(!) brengen oftewel onderwerpen(vHeutz) en dan pas verheffen! En dat verheffen….. komt later!

      • RLMertens zegt:

        @PLemon; ‘negatieve kanten van het kolonialisme etc.’ – Ik wijs graag op die ‘andere kant’ van de geschiedenis. Feitelijk; wat goed en fout is volgens ieder/ons moraal !
        Wijs zelfs(!) op uitspraken van hen, die het in die periode(!) het zelf hebben meegemaakt. Wars van die goed praterij van misdadige praktijken welke als positief propaganda aan ons werd verkondigd: ‘van de koloniën niets dan goeds’! Was eens de leuze van ene Knil officier JC Lamster, die ooit de Droste chocolade plaatjes albums sierde; De inlanders maken voor Lamster vanzelfsprekend deel uit van de flora en fauna van het eilandenrijk, waar fier de vaderlandse driekleur wappert. Werpt het dan niet bij U de vraag; hoe/wat zouden die Inlanders dit hebben ervaren?
        Ad.Piet Emmer; ‘waardoor wij ons niet kunnen verplaatsen etc.’- Dat is natuurlijk onzin. Waarom niet? Zij die dat wel in zich hadden; bv. gg. Laurens Reaal (VOC tijd, mevr.van Zeggelen ( koloniale expansie 1906) uitten zich. Echter natuurlijk belet/mond gesnoerd door hen die dmv. propaganda/gezag etc de massa wisten te misleiden. Zo was het toch in onze Indië periode. Hij is toch ook degene die in de Telegraaf beweerde, dat meer verdiend werd met de graanhandel in de Oost zee dan met de slavenhandel.- Alsof onze voorvaderen liever oceanen trotseerden om van ene continent naar het andere mensen te verhandelen! Terwijl zowat ‘om de hoek van ons land’ meer met graan te verdienen was. Gij gelooft dat? Ad.Multauli; meer kolonialisme? – Hij noemde Nederland nb. een roofstaat aan de Noordzee!

        • P.Lemon zegt:

          @Hr Mertens. Uw punt, hoe wij en tijdgenoten van het oorspronkelijke roofkolonialisme hierover negatief oordelen is duidelijk. Maar Hr Emmer stipt aan dat het koloniaal systeem zich ook doorontwikkelde en niet meer het doel had het ‘bezette’ land alleen uit te kleden. Die landen werden naar westers model en infrastructuur ingericht en gemoderniseerd. Men had er alleen moeite mee de bevoogding op tijd los te laten.

        • Jan A.Somers zegt:

          “beweerde, dat meer verdiend werd met de graanhandel in de Oost zee dan met de slavenhandel” Dat krijg je nou als uit half (of minder) gelezen verhalen een nieuw verhaal wordt verzonnen, zonder raadpleging van de bronnen. Dat verhaal heeft niets met de slavenhandel te maken maar met de vergelijking tussen de ‘moedernegotie’ en de VOC-handel. Moedernegotie die brede welvaart bracht, VOC rijkdom voor de bazen (grachtengordel!).:
          In de zuidelijke Nederlanden werd in de zestiende eeuw de economie gedreven door de ‘rijke’ handel in textiel, specerijen, metalen en suiker, vooral in Antwerpen. In de noordelijke Nederlanden lag het accent op de haringvisserij en de handel in bulkgoederen.
          Op basis van de Magnus Intercursus van 1496 tussen Engeland en de Nederlandse gewesten, mochten de Nederlanders de Engelse wateren vrij bevaren en visvangst uitoefenen. Direct aan de visserij gekoppeld was uiteraard de handel in zout, maar er waren veel combinaties mogelijk, gezien de vraag naar retourlading welke weer elders moest worden afgezet. Zo kon in het voorjaar haring worden gebracht naar Zuid-Europa, alwaar zout geladen werd voor Nederland en het Oostzeegebied. Hiervandaan kon voor het invallen van de winter worden vertrokken met graan en hout voor Spanje en Portugal. De op het Iberische schiereiland in het najaar geproduceerde wijn kon dan, samen met zuidvruchten en specerijen, naar Dordrecht en Middelburg worden gebracht waar ook Duitse wijnen werden opgeslagen. Hiervandaan konden de wijnen in het voorjaar verder worden gedistribueerd.
          In de scheepsbouw en aanverwante bedrijvigheid, zoals het uitrusten en bemannen van schepen, de productie van touw, zeilen, tonnen, en zakken werden activiteiten ontplooid waar velen werk in vonden, die vervolgens als consument op hun beurt weer impulsen gaven aan de economie.
          Het verschil tussen de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden met betrekking tot de basisstructuur van hun handel en nijverheid, ‘rijke handel’ tegenover massagoed, kwam ook tot uiting in de aard van hun handelsvloten. De Antwerpse vloot was klein maar bestond uit dure schepen, ingericht voor het transport van kostbare goederen. De Noord-Nederlandse handelsvloot bestond uit eenvoudige, goedkope schepen met een minimale tuigage en een kleine bemanning. Zij konden een grote lading vervoeren tegen lage kosten, waar geen buitenlander mee kon concurreren. In het zuiden konden fortuinen worden gewonnen èn verloren, in het noorden dienden handel en transport tot levensonderhoud. Antwerpen kende kooplieden die rijk genoeg waren om alleen, of met twee tot drie anderen, schepen in eigendom te hebben. In het noorden waren er daarentegen tot circa 1585 nauwelijks belangrijke kooplieden en, hoewel de schepen er van een veel goedkoper type waren, was het uitreden ervan breed gespreid over vele medereders van bescheiden welstand zoals brouwers, molenaars, graan- en houtkopers en haringhandelaren. Het verloop van de oorlog bracht hier grote veranderingen mee. De val van Antwerpen in 1585 veroorzaakte een omwenteling in de economie van de noordelijke Nederlanden, die beslissend kan worden genoemd met betrekking tot de ontwikkeling van de latere (handels)relaties met Azië.
          Zowel in politieke als in economische zin leek de tijd rijp te zijn voor handelsreizen vanuit de noordelijke Nederlanden naar Azië. Met als directe relatie het embargo op Hollandse en Zeeuwse schepen in de Spaanse en Portugese havens, nadat die staten in 1580 onder één kroon waren gebracht. Het was weliswaar oorlog, maar de handel tussen de combattanten ging voorlopig voort, gedoogd of slinks. Handel was noodzakelijk voor alle partijen om aan grondstoffen te komen en om die oorlog te kunnen financieren. Coen zou het naderhand scherp stellen dat “d’oorloge sonder den handel nyet gemainteneert connen werden.” Ook nam zowel in Spanje als Portugal de vaart op de koloniën zoveel schepen in beslag, dat men voor de aanvoer van granen, hout en scheepsbenodigheden afhankelijk was van buitenlanders. Veel Nederlandse kooplieden wisten onder vreemde vlag en met door Amsterdamse notarissen vervalste papieren van Oost-zeelanden te blijven varen, maar die handelsvaart werd wel onzeker. Daarnaast was er een groeiende tegenwerking van Engelse zijde, op 4 april 1586 resulterend in een verbod van Leicester op handel met de vijand. Maar niet alleen ging de handel op Iberische havens onder valse vlag en gefingeerde namen door, de schepen namen nu ook overmatig veel geschut aan boord, zogenaamd ter verdediging, in werkelijkheid om met winst van de hand te doen. Antwerpen was door de blokkade van de Schelde niet meer in staat de Europese specerijenmarkt te bedienen, vanwege Engelse kapers in de zuidelijke Atlantische Oceaan, liep de aanvoer naar Lissabon sterk terug, en Venetië kon niet voldoende bijspringen vanwege Portugese blokkades van de Perzische Golf en de Rode Zee. Prijsstijgingen waren het gevolg. In deze marktsituatie leek het dus gunstig de peperaanvoer in eigen hand te nemen. >> voorcompagnieën >> VOC!

        • RLMertens zegt:

          @PLemon; ‘niet meer het bezette land alleen uit te kleden etc.’- Juist wel! Al die infra structuur; wegen,havens, vliegvelden is uitsluitend bedoelt voor maximale exploitatie(!) van Indië! Geen asfalt, elektra, leiding water in de desa’s, kampongs Tot aan ons vertrek, grond-modder=betjek-wegen, putwater, olie lampjes/lampoe templek. Zie Soekarno’s verweer in 1930; Indonesië klaagt aan; elk jaar verlaten rijkdommen; rubber,tin, olie etc. uit Indonesia. Uit Ned.Indië Statisch Jaaroverzicht 1928! En de invoerwaarde? Bij vergelijking blijkt, dat GEEN enkel ander land een uitvoer overschot heeft, dat % zoo hoog is als dat van Indië(!); uit prof.v.Gelderen, hoofd Centraal Kantoor voor de Statistiek. prof.Emmer bedient zich weer(!) van snorrende vooroorlogs retoriek , die kant noch wal raakt!

  4. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    “doorontwikkeling van het kolonialisme”? wat moet ik me daarbij voorstellen?

    Dhr Emmer dient wel met concrete voorbeelden te komen: “modernisering naar westers model” in de 20ste eeuw in Indie betekende toch
    “verlicht despotisme” ook ethische politiek genoemd, daarvòòr had de koloniale politiek weinig met ethiek te maken?

    De “modernisering van de infrastructuur” betekende dat machines onderdaan en paard vervingen, globalisering avant la lettre. De grote depressie maakte voorgoed een einde aan de schone en ethische voornemens in ons Indie.

    De Nederlandse politiek was er toch nooit op gericht de bevoogding op tijd los te laten of is dit een ander woord voor de “dekolonisatie 1945-1950”?
    Het boek van Piet Hage in populair wetenschappelijke uitvoering van wat 1.000 bladzijden geeft eens te meer aan dat 1945-1950 nog steeds een blinde vlek is.

    Dhr Emmer vergeet gemakshalve dat geschiedenis bestudering van het verleden is, meer dan het debiteren van politieke vooroordelen over migratie.

    • P.Lemon zegt:

      @geschiedenis bestudering van het verleden is, meer dan het debiteren van politieke vooroordelen…

      #inderdaad juist omdat ” er tegenwoordig de merkwaardige gewoonte is om te denken dan onze normen en waarden altijd al hebben bestaan.”

      ***Over het boek Roofstaat zegt Emmer: “Het zegt genoeg dat Roofstaat werd gepresenteerd in een poptempel en alleen was onderworpen aan de historische vakkennis van een rapper”

      Over de reden waarom hij dit boek( Het zwart-wit denken voorbij) nu schrijft, dat de ondertitel Een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slavernij en migratie, zegt Emmer: “Ik vind het oprecht belangrijk, juist nu, om te laten zien dat het verleden een vreemd land is. Dat moeten we goed beseffen want er is tegenwoordig de merkwaardige gewoonte om te denken dat onze normen en waarden altijd al hebben bestaan. Dit wordt nu sterk geprojecteerd op ons koloniale verleden en onze rol bij de slavenhandel.”

      Op de vraag of het morele aspect van slavenhandel ook in die tijd hypocriet was, zegt Emmer: “U moet overigens niet vergeten dat wij in de koloniale tijd juist een einde hebben gemaakt aan de slavernij in Azië en Afrika, en aan de rooftochten en plunderingen die in deze gebieden veelvuldig voorkwamen. We hebben riolering, leidingwater, telefoonverbindingen, wegen en spoorwegen aangelegd. Je mag het vandaag niet meer zeggen, maar het kolonialisme bracht moderne beschaving.”

      Het gesprek met Piet Emmer kent diverse uitspraken die op sociale media tot de nodige kritiek hebben geleid. Over de bescheiden econmische bijdrage van slavenhandel, die volgens Emmer slechts 0,005% zou bedragen van slavenhandel in Nederland:…….
      https://www.nieuwwij.nl/nieuws/piet-emmer-kolonialisme-bracht-moderne-beschaving/

      • bokeller zegt:

        Pak Lemon,
        ###Op de vraag of het morele aspect van slavenhandel ook in die tijd hypocriet was, zegt Emmer: “U moet overigens niet vergeten dat wij in de koloniale tijd juist een einde hebben gemaakt aan de slavernij in Azië en Afrika, en aan de rooftochten en plunderingen die in deze gebieden veelvuldig voorkwamen. We hebben riolering, leidingwater, telefoonverbindingen, wegen en spoorwegen aangelegd. Je mag het vandaag niet meer zeggen, maar het kolonialisme bracht moderne beschaving##

        Wel verplicht aangelegd en zo goedkoop mogelijk
        door onze Koloniale bestuurders.
        Tot zoveel paal was het verplicht te arbeiden (moderne slavernij)
        ### De verplichtte Heerendiensten.###
        Nmi. bestond dit ook in Nederland, alleen
        werd het daar in Indië alleen aan de Inlanders opgelegd.
        siBo

      • RLMertens zegt:

        @PLemon; ‘ merkwaardig te denken dat onze normen en waarden altijd al hebben bestaan, aldus Emmer’- Die bestonden al sinds Bijbelse tijden. Echter door onze, veelal vroomste lieden in ‘andere waarden en normen’ omgezet, nl van de zich ethisch noemende beschavingsbrengers! prof.Kilestra; Ons gezag1920; Handels monopolie moest door de onzen worden verworven en was het eenmaal verkregen, dan wordt zonder enig bedenking elk middel toegepast, dat voor zijn handhaving dienstig is. Voor de belangen dier bevolking voelden onze machthebbende bitter weinig; de Mohammedanen en Heidenen waren in de oog der Christenen minderwaardig; naar de opvatting van dien tijd; een verkeerd verdraaid geslacht(!) Wanneer het weerstreefde, desnoods vernietiging verdiende! ‘koloniale tijd een einde gemaakt aan de slavernij etc.’- 40 jaar later, na dato! Terwijl de Inlanders daarna, koeli contracten- nog steeds in bittere armoe een bestaan hadden! GeEmmer van de bovenste plank!

        • P.Lemon zegt:

          @…de Mohammedanen en Heidenen waren in de oog der Christenen minderwaardig; naar de opvatting van dien tijd; een verkeerd verdraaid geslacht(!) Wanneer het weerstreefde, desnoods vernietiging verdiende! ”

          # Aiii, natuurlijk bestonden er al levensregels geïnspireerd door verschillende bronnen maar ze veranderden naar de tijdgeest.

          ***Zijn de oud-vaderlandse deugden, waarden en normen met de oude republiek opgeborgen op de archiefzolder van de tijd? Zijn zij in een secularisatieproces gedurende de 19de en 20ste eeuw uit een moderne toonaangevende cultuur en uit het maatschappelijk verkeer vrijwel weggevaagd?
          Secularistische kortzichtigheid
          In secularistische kringen is het (nog steeds) ‘bon ton’ om smalend te spreken over wat eens bestond als ‘civil religion’ (bijvoorbeeld ‘God-Nederland-Oranje’) en nu nog als ‘organized religion’ – althans in hun ogen – zieltogend bestaan rekt. Ach ja, die kerken! Ze worden almaar leger. Haar ledental, inmiddels geslonken tot een minderheid, zal binnenkort niet groter zijn dan een kwart van de bevolking. Stel je voor, dat de islam heelhuids door een secularisatieproces heenkomt (wat in de optiek van de secularisten niet waarschijnlijk is), dan zullen straks in dit land de moslims in aantal het restant christenen naar de kroon steken!
          Secularistische vertegenwoordigers van de westerse moderniteit maken opnieuw dezelfde taxatiefout als bij hun beoordeling van de wereldgodsdiensten. Zij onderschatten de levenskracht en duurzaamheid, de spankracht, weerbaarheid en vasthoudendheid van een beschaving, die ten diepste gefundeerd is op het bijbels getuigenis, waarvan zij overigens geen weet meer hebben.
          Als gevolg van hun onverschilligheid ten opzichte van het vaderlandse verleden ontgaat het de secularisten hoe een godsdienstige minderheid, sterk bewust van haar eigen identiteit, in staat is een besef van waarden en normen onder brede lagen van het volk aan te merken.
          https://wapenveldonline.nl/artikel/10/waar-komen-onze-waarden-en-normen-vandaan/

  5. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Hoezo geëmmer?! Dhr. Emmer vergelijkt in zijn dissertatie (sic) de slavenreis van Afrika naar Amerika met een reis met een Boeing 747 daarbij het argument gebruikend dat een reiziger in zo’n vliegtuig economy class evenveel ruimte heeft als een slaaf op een WIC-schip.

    Dan vind ik zijn opmerking dat het kolonialisme de riolering bracht in onbeschaafde landen in dit kader toch niet zo misplaatst.

    Daarbij vergeleken is de uitspraak van Mevr. Marion Bloem dat “zij het Indisch verdriet in zich draagt” van hoog wetenschappelijk gehalte.

    Gelukkig maar dat deze Heer emiritus hoogleraar is, anders gaat het kennisniveau van geschiedenis in Nederland nog harder achteruit.

    • RLMertens zegt:

      @PetervandenBroekveag; ‘riolering bracht in onbeschaafde landen’ – Niet voor de inlander in de kampong of desa. Die moesten hun behoeften doen; hurkend op een steen in de kali. Met bebbeks/eenden die de behoeften verorberden!

      • Jan A. Somers zegt:

        “Niet voor de inlander in de kampong of desa.” En ook niet voor de Europeaan in de stad. Wij woonden midden in een nieuwe Europese wijk in Darmo, Soerabaja. In de Westmoesson stroomde de septictank en de beerput over, en de kakkerlakken vlogen in horden eruit. Langs de straat was een selokan waar alles in terecht kwam. In die tijd was er ook in Nederland nog niet overal riolering. In mijn studietijd in Delft, jaren 50, begon men in de binnenstad riolering aan te leggen. Heel interessant voor archeologen, al die resten van oude begraafplaatsen midden in de stad. Als u de jaarverslagen van de Dienst Volksgezondheid leest, lijk het erop dat aan Indonesische kampongs meer aandacht werd besteed dan aan Europese wijken. Bij Gezondheidstechniek waar ik afstudeerde was er een vak Sanitatie in de tropen.

        • Tolol ( betoel) zegt:

          Hr Somers schrijft “” Niet voor de inlander in de kampong of desa “” Si Tolol schrijft “” Niet voor de Inlander in de kampong of dessa “”

        • Arthur Olive zegt:

          Wie wren dan de uitlanders of Uitlanders?

      • Jan A. Somers zegt:

        “Hr Somers schrijft “” Niet voor de inlander in de kampong of desa” Als u met uw gezellig Indisch geleuter ook nog zou proberen een beetje te lezen en te begrijpen wat u leest, zult u merken dat inlander (met kleine i) niet door mij is geschreven, slechts geciteerd. Van een meneer (van u weet ik niet of u een hij of een zij, of een onzijdig, of omgebouwd bent) die altijd een beetje boos op mij is.

    • Loekie zegt:

      “In relatief korte tijd is het beeld van het koloniale Indonesische verleden 180 graden gedraaid. Indië is nu synoniem aan oorlog. De deconfiture is volledig en onthullend. De vraag is – en die blijft onbeantwoord – hoe de vele duizenden mensen die op welke manier dan ook een band met het voormalige Indië hebben met deze onttakeling van hun verleden om dienen te gaan. ”
      Het antwoord is simpel: al die onderzoekers en schrijvers fijn verder laten onderzoeken en schrijven. Hebben ze wat te doen.
      En wat betreft “hoe de vele duizenden mensen die op welke manier dan ook een band met het voormalige Indië hebben met deze onttakeling van hun verleden om dienen te gaan.”….nou, dat maken die mensen zelf wel uit. Daar gaat Kester niet over.

      • Jan A. Somers zegt:

        Meneer, of mevrouw Loeki, ik ben het meestal niet met u eens (maar daar moet u zich gewoon niets van aantrekken), maar deze keer ben ik het wel met u eens. (niet te vroeg juichen hoor).

  6. Tolol ( betoel) zegt:

    Pak Olive vraagt “”Wie wren dan de uitlanders of Uitlanders “” Antwoord van si Tolol : Je hebt Inlanders ,die eigenlijk Eilanders zijn maar als ze in de bergen wonen zijn het Hooglanders ,nemen ze je voor het lapje zijn het Laplanders ,zeggen ze “”Loop naar de maan !!”” zijn het Maanlanders .Geven ze een “” Dutch Party “” zijn het Hollanders ,lopen die Inlanders de hele dag door de stront zij het Shitlanders ,Vechten ze voor de Koningin zonder salaris te krijgen ,zijn het Indo,s ,dus eigenlijk de echte Vaderlander ..

    • Tolol ( betoel) zegt:

      Oh ja lupa ,tolol ikke ,als die Inlander een dagje uit gaat zijn het Uitlanders ,nou maar hopen dat Pak Olive het begrijpt .

  7. Huib zegt:

    En wie zijn toch die plattelanders tegenwoordig?
    Beslist niet die hemelbestormers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.