5 apr debat Standbeeld of schandpaal


de balie, Amsterdam:
De discussie neemt een koortsige toon aan en de oplossing blijft uit. Hoe gaan we om met monumenten die het koloniale verleden herinneren? Beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen voegt een nieuw denkmodel toe aan de discussie: zou het mogelijk zijn om van standbeelden schandpalen te maken? Kunnen we een andere betekenis geven aan beelden, waarin we ruimte creëren om te onteren?
Onder meer met Adriaan van Dis.
Verder spreken we met Vilan van de Loo, Irene de Craen, Abram de Swaan, Jeffry Pondaag en Dr. Esther Captain. Curator en recensent Nat Muller modereert het programma.

Dit bericht werd geplaatst in agenda - evenementen. Bookmark de permalink .

16 reacties op 5 apr debat Standbeeld of schandpaal

  1. RLMertens zegt:

    Het van Heutz monument, Amsterdam werd door het verwijderen van de van Heutz buste( door studenten/provo in de Reiniersvinkel kade gegooid) In 1967 ontplofte zelfs een bom. Daarna
    reeds jaren lang de functie (van helden monument 1935) mi. schandpaal!.
    En in 2000, na diverse discussies/studie’s olv. Deelraad Zuid/Instituut Clingendael uiteindelijk omgedoopt tot Nederland Indië monument. Nou… en wat zegt deze benaming ons? Gelukkig is er een historische overzicht/leidraad plateau aan het monument bevestigd, ter info.
    Ook het Indisch platform mengde zich indertijd in de discussie; om de de benaming van Heutz te handhaven. Met als redenen; ‘de generaal heeft onmiskenbaar een grote rol gespeeld in Indonesische(!) geschiedenis. Vele Indonesiërs erkennen volmondig de rol van van Heutz als grondlegger van de moderne Indonesische eenheidsstaat’ Welke status dit monument nu heeft?
    Note; heb indertijd eveneens aan dit gekakel meegedaan en pleitte voor naam wijziging; Indië Indonesië monument. Echter, heb er naderhand spijt van, indertijd voor naam wijziging te zijn. De benaming van Heutz had moeten blijven. Opdat hierdoor geschiedenis blijft ‘leven’ ( discussie’s) cq. actueel blijft.

    • Jan A. Somers zegt:

      “als grondlegger van de moderne Indonesische eenheidsstaat” De wieg die door JPC is getimmerd! Uit het materiaal dat door admiraal Cornelis Matelieff was geleverd.

      • bokeller zegt:
        EV-30-009 Gil Eanes

        In vorige eeuwen richtten Europeanen in de koloniën en in hun eigen landen op tal van plaatsen standbeelden en monumenten op ter ere van de imperiumbouwers. Deze beelden vertelden de voorbijgangers over de moed, de opofferingen en de overwinningen van de pioniers.

        In de voormalige overheerste gebieden werden de meeste koloniale standbeelden al tijdens de bevrijdingsperiode als symbolen van de gehate macht van hun sokkels gestoten.

        In de vroegere `moederlanden’
        staan zij opvallend genoeg onveranderd op straat
        en doen hun oude propagandawerk:
        het Europese optreden overzee een waardig, zelfs nobel aanzien geven.
        Toch is dit geen voorstel om de koloniale monumenten
        ook in Europa te vernietigen, maar juist een pleidooi om ze goed te onderhouden
        want zij kunnen ons en toekomstige generaties nog veel vertellen over
        hoe Europa is rijk geworden.

        De uitgebeelde admiraal, generaal of kaapvaarder draagt gewoonlijk tenminste een stok. Vaker is zijn prominentse attribuut een zwaard of een lans, of hij leunt tegen een kanon. Terwijl de standbeelden voorbeeldige helden eren en herdenken,
        onderwijzen zij tegelijk dat vrijwel alle Europeanen overzee altijd een wapen droegen, simpelweg omdat geweld de pilaar was waarop hun zaken steunde.
        siBo

        • Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

          Hear o Hear.

          Scherpzinnige analyse , maar ik kan niets anders verwachten van de zeer geachte Heer Keller. Ik neem Hem wel als voorbeeld aan.

        • Loekie zegt:

          Vanwege die hoofdletter H dacht ik even dat je het over Jezus had.

  2. Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

    De vergissing van Dhr/Mevr Loekie berust op: Hear o Hear my Prayer O lord, Psalm 86 vers 6, althans in de Engelse versie

    Ik wist niet dat men i.c. Loekie speciaal tegen Jezus bidt. Normaliter bidt men tegen de Drieenigheidsgod: God als de vader, de zoon en de Heilige Geest, of Il Padre, Il Figlio, il Spirito Santo.

    Het gebruik van hoofdletter in dit verband berust op respect ook wel Hormat genoemd, misschien weet Loekie daar iets van, alhoewel ik dat ten zeerste betwijfel, gezien zijn opmerking.

  3. Boeroeng zegt:

    Het debat wordt live uitgezonden 5 april 20.00 uur
    En is daarna terug te zien.
    https://www.debalie.nl/de-balie-tv/

  4. Boeroeng zegt:

    baliedebat begon met clash Pondaag vrs vd Loo, zoals ik vermoedde

  5. Boeroeng zegt:

    Fragmenten van de lezing van Vilan van de Loo en de reactie van Jeffrey Pondaag.
    Een kort verslag van 9 minuten van Histori Bersama, overgenomen uit de lange film van De Balie




    Jeffrey Pondaag verkleedde zich in soekarno-outfit om uit te beelden dat hij daar staat als  vertegenwoordiger van de Indonesische slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme. Al zo staande verweet hij Vilan van de Loo in de lezing  schaamteloos van Heutsz goed te praten.

  6. eppeson marawasin zegt:

    Biografie van Heutsz

    Bij deze waarschuw alvast: begin juni verschijnt mijn biografie van Van Heutsz: Uit naam van de majesteit. De boekpresentatie op Bronbeek is wegens de bekende omstandigheden uitgesteld tot een later moment. Dan kunnen we hopelijk weer gezellig samenzijn en met elkaar praten en discussies voeren. Ik kijk ernaar uit en u hopelijk ook.

    U weet net als ik dat mensen tegenwoordig raar gaan doen bij de combinatie militair+Indië. Dan borrelen er meteen allerlei vooroordelen op en helemaal als het over Van Heutsz gaat.
    Eerlijk is eerlijk, vroeger had ik die vooroordelen ook. Maar wat gebeurde er: uit pure nieuwsgierigheid wilde ik iets van de man zelf lezen. Dus ik naar het Nationaal Archief. Daar las ik zijn brieven en nou ja, eigenlijk was er toen geen weg meer terug. Ik wilde weten wie hij was, wat hij in Indië deed en hoe zijn leven erna was. Ook was ik benieuwd naar het Nederland waarin hij leefde. Daar ben ik inmiddels achter: dat was merendeels koloniaal, van de kledingwinkel om de hoek die tropenuitrustingen verkocht tot en met Wilhelmina. Zij, de majesteit was het staatshoofd en Van Heutsz was precies de man die ze nodig had. Hoe het precies zit staat in de biografie. Het boek is vooral een reconstructie van zijn leven, geplaatst in de historische context. Als dat al moeilijk klinkt, kan ik u geruststellen: ik ga uitgebreid in op de roddels van overspel die destijds circuleerden. Of Van Heutsz daaraan schuldig of onschuldig was, moet elke lezer/es zelf beslissen. Daar ga ik niet over. Wat ik vooral ontdekte, was hoe breed het koloniale gedachtengoed in Nederland leefde; het was dus niet een zaak van militairen. Het was een zaak die ook het civiele gedeelte van Nederland bezig hield: regering, staatshoofd en burgers. Voorbeeld? In 1904 moest Van Heutsz, dan gouverneur van Atjeh, op last van de majesteit naar Nederland komen. Het was duidelijk waarom: overleg betreffende zijn mogelijke benoeming tot gouverneur-generaal van Indië. De benoeming hing aan een los draadje, maar daar gaat het nu niet om. Hij werd ingehaald als de winnaar van de Atjeh-oorlog, zeer tegen zijn zin in. Maar Nederland moest en zou hem huldigen, daar was niets tegen te beginnen. Overal waren feestelijke bijeenkomsten met muziek, autoriteiten en toespraken. Amsterdam spande de kroon: daar organiseerde een comité een speciale huldigingsdag waarvoor toegang werd geheven. Het comité maakte zelfs winst op de dag. Ook kon men voldaan terugzien op alle evenementen, want hiermee had het Amsterdamse bedrijfsleven zich uitstekend geprofileerd bij de vermoedelijke nieuwe GG. Het staat allemaal in mijn boek.

    Op het moment dat ik schrijf, is het boek nog volop in de productie. Dus ik weet niet eens hoe het er gaat uitzien. Ik weet wel, dat heel veel mensen zich erover zullen opwinden. Iedereen heeft een menig over Van Heutsz. Maar weinig mensen weten wie hij is.
    Ik wel. En u straks ook.

    Vilan van de Loo

    Bron: Bronbeek Bulletin maart-april 2020

    • e.m. zegt:

      @Iedereen heeft een menig over Van Heutsz.@

      — (Vijfsterren-) Jenderal Besar TNI Abdul Haris Nasution: “De Nederlandse koloniale periode beschouw in historisch verband. Ik sta er persoonlijk neutraal tegenover. Wel heb ik al eerder verkondigd dat wij het aan Van Heutsz te danken hebben dat van deze archipel een eenheid is gemaakt. Dat waardeer in Van Heutsz, omdat ik kort na de oorlog zelf werd geconfronteerd met opstanden en afscheidingsbewegingen en dus de taak om de eenheid van het land te herstellen.”

      Aldus de voormalig Indonesische ‘chef-staf strijdkrachten’, ‘minister van Defensie’ en ‘voorzitter van het Volkscongres’ Abdul Haris Nasution.

      • Jan A. Somers zegt:

        “dat wij het aan Van Heutsz te danken hebben dat van deze archipel een eenheid is gemaakt.” Dat is wel veel eer voor die man. Een paar titels uit mijn studie:
        “Eveneens van groot belang voor de uitbreiding van het gezag over de buitengewesten was de aanleg van telegraafkabels waarmee de communicatiemogelijkheden enorm werden verbeterd. Op 23 oktober 1856 kwam de landlijn tussen Batavia en Buitenzorg, de hoofdzetel van de gouverneur-generaal tot stand, op 25 juli 1857 gevolgd door de landlijn tussen Batavia en Soerabaja. Een aanpak van allure was de aanleg van diverse zeekabels vanaf 1859, al negen jaar na de eerste zeekabel in Europa. De aanleg was uitbesteed aan Engelse en Australische bedrijven, de onderhouds- en herstelwerkzaamheden werden verricht door de Gouvernements Marine.”
        “Noch de grondwet, noch het regeringsreglement bevatte een geografische plaatsbepaling van het grondgebied in Azië. De term Nederlandsch-Indië werd wel gebruikt in de zin van beheerst object, naast beziging in de zin van gezag-uitoefenend subject, maar declaratoire vermelding in nationale staatsstukken was uiteraard niet voldoende als rechtstitel in het internationale verkeer. Was er op Java en plaatselijk in de buitengewesten al sprake van Nederlandse soevereiniteit, langs de randen van de archipel bestond grote onzekerheid omtrent de grenzen van de Nederlandse invloedssfeer.”
        “- Traktaat van Londen van 17 Maart 1824.
        Dit was eigenlijk geen grensregeling, maar een ruiling van gebied waarbij Nederland van territoriaal gebied op het vasteland van Azië (en Singapore) werd uitgesloten terwijl Engeland Sumatra en de eilanden ten zuiden van Straat Singapore aan Nederland overliet. Dit verdrag had de beëindiging van de geschillen over de zuidelijk van Straat Singapore gelegen eilanden als meest belangrijke doel. Nederland heeft lange tijd vastgehouden aan een interpretatie van het verdrag waarin Engeland zich in de hele Indische archipel op geen van de eilanden gelegen ten zuiden van de breedtegraad lopend over Straat Singapore zou mogen vestigen. Het traktaat van Den Haag van 2 November 1871 was een nadere bevestiging van het Nederlandse gezag op Sumatra en kan worden gezien als opmaat voor de Atjeh-oorlog in 1873; Nederland was nu immers verantwoordelijk voor de zeeroverij in dit gebied.”
        “- Traktaat van Londen van 20 Juni 1891.
        Hierbij werden de grenzen tussen het Nederlandse gebied en de onder Brits protectoraat staande staten op Borneo vastgesteld. Het Indische bestuur had namelijk in 1838 geweigerd de door de hoofden van Serawak aangeboden opperheerschappij, suzereiniteit, te aanvaarden. Men wilde toentertijd geen ruzie met Engeland en het vestigen van Nederlands gezag zou te kostbaar worden en in ieder geval indruisen tegen de onthoudingspolitiek. Het uitzetten van de grenslijn in het terrein werd overgelaten aan een Britsch-Nederlandsche commissie en op 28 september 1915 neergelegd in een protocol. Deze grens is bij traktaat van Den Haag van 26 Maart 1928 nog enigszins gewijzigd om de doorsnijding van het stamgebied van de Djagoei-Dajaks op te heffen.”
        “- Traktaat van Den Haag van 16 Mei 1895.
        In dit verdrag werd de eerder eenzijdig door Nederland getrokken grens tussen het Nederlandse en Britse gebied op Nieuw-Guinea vastgesteld. In 1902 werd het bestuur over het Britse gedeelte overgedragen aan de Australische Commonwealth waarmee Nederland eventuele toekomstige grensconflicten diende te regelen.”
        “Interessant is dat de hiervoor genoemde verdragen tussen Nederland en Groot-Brittannië op 17 december 2002 een vervolg kregen met een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof inzake een geschil tussen Indonesië en Maleisië. Het geschil betrof de soevereiniteit over twee kleine eilanden Ligitan en Sipadan, ten noordoosten van Borneo. Mede op basis van de travaux préparatoires van het verdrag van 1891 en de nadere grensovereenkomsten van 1915 en 1928 concludeerde het Hof dat het grensverdrag niet van toepassing was op het zee-gebied. Een claim van Indonesië op soevereiniteit krachtens rechtsopvolging van de Nederlandse Staat, en een claim van Maleisië op een ketting van opvolgingstitels, beginnend met de rechtstitel van de sultan van Sulu op deze eilanden konden het Hof eveneens niet overtuigen. In een onderzoek van het Hof naar de praktijk van beide staten in het gebied, waarbij bijvoorbeeld activiteiten van particulieren zoals vissers niet als handelingen van een staat kunnen worden beschouwd, bleek dat zowel Nederland, als rechtsopvolger Indonesië, zich nauwelijks konden beroepen op effectieve gezagsuitoefening. Maleisië kon zich op net iets meer effectivités beroepen, gezien het vanaf 1917 stellen van regels met betrekking tot het rapen van schildpadeieren en het onderhouden van vuurtorens. Noch Nederland, noch Indonesië waren tegen deze activiteiten opgekomen. Op basis van deze effectieve gezagsuitoefening besloot het Hof dat de soevereiniteit aan Maleisië toebehoort. Het Hof volgde in deze de lijn die in 1928 in de Island of Palmas case was uitgezet.”
        “- Verdragen met Portugal.
        Grensproblemen op Timor hebben aanleiding gegeven tot enkele verdragen, beginnend met een door de Tweede Kamer verworpen verdrag van 6 oktober 1854 en na nog drie verdragen het verdrag van Den Haag van 1 oktober 1904. In eerste instantie heeft Nederland vergeefs getracht de in vervallen staat verkerende Portugese bezittingen tegen schadeloosstelling over te nemen. Een volgend twistpunt was het niet waarborgen door Portugal van godsdienstvrijheid in door Nederland in het kader van gebiedsruil over te dragen enclaves.”
        “- Conflicten met Spanje en de Verenigde Staten.
        Noch met Duitsland, toenmalige buurstaat op Nieuw-Guinea, noch met Australië dat de voormalige Duitse kolonie naderhand als mandaat bestuurde, noch met de Verenigde Staten ten aanzien van enkele eilanden ten zuiden van Mindanao kwamen rechtstreekse grenstraktaten tot stand. Zijdelings opgekomen geschillen konden alle vreedzaam worden opgelost. Het betrof hier overigens gebieden zonder economische waarde waarmee in de relaties tussen de koloniale mogendheden ook niet kon worden gepronkt.
        Bij de bemiddeling van paus Leo XIII in 1885 in een geschil tussen Spanje en Duitsland werden de noordelijk van Nieuw-Guinea gelegen Mapia-eilanden, behorend tot de Carolinen en onderhorig aan de sultan van Tidore, tot de Spaanse bezittingen gerekend, een toerekening waartegen Nederland niet opkwam. Na een Spaans protest in 1897 tegen een bezoek van de Nederlandse resident van Ternate aan dat gebied sloot de Indische regering in 1899 een nieuw politiek contract met de sultan van Tidore waarin de Mapia-eilanden tot dat sultanaat werden gerekend en dus formeel onder Nederlands gezag werden gebracht. Tegelijkertijd gingen echter de Carolinen als groep in haar geheel over naar Duitsland, en naderhand als mandaatgebied naar Japan. Waarschijnlijk gebeurde dit met uitzondering van de Mapia-eilanden die bleven ressorteren onder de afdeling Ternate.
        Het hiervoor in Hoofdstuk 2 reeds genoemde conflict betreffende het eiland Palmas (of Miangas) kan worden opgevat als een vervolg op de Mapia-kwestie op het moment dat het hele eilandengebied van de Filippijnen in 1898 door Spanje aan de Verenigde Staten werd overgedragen. Nederland eiste de soevereiniteit op krachtens een verdrag met de toenmalige prinses van de Talaud (Sangihe- en Talaud) eilanden, waarmee de Nederlandse suzereiniteit zou zijn gevestigd. De arbiter, Max Huber, erkende in eerste instantie weliswaar die Nederlandse rechtstitel, maar noemde deze een ‘inchoate title’, een nog gebrekkige, beginnende titel, evenals de door Amerika aangevoerde titel van soevereiniteit op grond van ontdekking door Spanje en rechtsopvolging door de Verenigde Staten. De doorslag werd gegeven door het Nederlandse uiterlijk vertoon van gezag, signalen van soevereiniteit die ‘ought to be considered as prevailing over a claim possibly based (…) on discovery in very distant times and unsupported by occupation.’”

  7. PLemon zegt:

    @ Noch de grondwet, noch het regeringsreglement bevatte een geografische plaatsbepaling van het grondgebied in Azië. De term Nederlandsch-Indië werd wel gebruikt in de zin van beheerst object, naast beziging in de zin van gezag-uitoefenend subject, …

    # citaat: ” De vraag over welk gebied de nieuw uitgeroepen onafhankelijk-
    heid zich zou uitstrekken liet verschillende antwoorden toe. Afgezien
    van nuances stond aan de ene kant het inzicht, dat men van het
    verworpen nederlands bewind overnam de souvereiniteit over
    voormalig Nederlands Indië. Aan de andere kant verwierp men
    de gedachte slechts erfopvolger van een koloniaal beheer te zijn.
    Soekarno en Yamin stelden de aanspraak op indonesische onaf-
    hankelijkheid binnen de indonesische geboortegrond (tanah tumpah
    darah) en deze – men zou ook kunnen zeggen het woongebied
    van de indonesische stam – omvat naast Nederlands Indië ook
    het maleise schiereiland, Brits Noord Borneo, Portugees Timor
    en zelfs de Philippijnen. Volgens een enkele spreker ook geheel
    Nieuw Guinea. Intussen, omdat de Philippijnen reeds als afzonder-
    lijke staat waren georganiseerd, liet de vergadering de claim op
    dit gebied vallen.
    *** Citaat2: Malakka is
    een pistool op de borst van Indonesië; beide oevers van de straat
    van Malakka behoren daarom in indonesische handen te zijn. En
    vooral, Indonesië’s oostflank behoort gedekt te zijn , doordat
    Nieuw Guinea (of althans het westelijk deel) deel zal uitmaken
    van de indonesische staat.
    Het is interessant Hatta’s standpunt tegenover deze laatste
    claim te vernemen, al zou het natuurlijk onbehoorlijk zijn daaruit
    iets af te leiden omtrent zijn latere houding tegenover Nederlands
    aanspraken op dat gebied. Nadat hij Yamin’s stelling, dat de
    Papua’s Indonesiërs zijn, heeft verworpen, zegt hij (Naskah 203)
    ” Ikzelf wens te verklaren, dat ik mij over Papua helemaal niet
    druk maak, wij kunnen dat overlaten aan het Papuavolk zelf.
    Ik erken, dat het Pap ua volk ook het recht heeft om een vrij volk
    te worden, maar het indonesische volk is voorlopig, dat is voor
    meerdere decennia, nog niet in staat, beschikt nog niet over
    voldoende krachten, om het Papuavolk op te voeden tot een
    vrij volk”.
    Men heeft ten slotte gestemd over drie mogelijkheden: l. voor-
    malig Nederlands Indië; 2. voormalig Nederlands Indië, Malakka,
    Noord Borneo, Papua en Timor (Portugees) en 3. voormalig
    Nederlands Indië, plus Malakka en minus Papua. De uitslag is
    uit 66 stemmen: 19 voor voorstel 1, 39 voor voorstel 2 en 6 voor
    voorstel 3 (1 blanco, 1 afwijkend). (Naskah 214).
    De geschiedenis heeft anders beschikt en duidelijk gekozen voor
    voorstel 1. Malakka is een zelfstandige staat geworden en vertoont
    voorshands geen neiging tot aansluiting bij Indonesië, wel tot
    federatie met Noord Borneo. Indonesië heeft bij herhaling en met
    stelligheid alle territoriale verlangens buiten het voormalig Neder-
    lands Indië ontkend. Zijn claim op Papua (West) zal worden
    gerealiseerd. De discussies van 1945 maken ons echter duidelijk
    hoe onjuist de in Nederland vaak vernomen mening is, dat het
    opeisen van Nieuw Guinea slechts een politieke kaart in het spel
    van Indonesië’s president zou zijn geweest.
    Bron:
    NIEUWE GEGEVENS OVER HET
    ONTSTAAN VAN DE
    INDONESISCHE GRONDWET
    VAN 1945

    • Jan A. Somers zegt:

      In de publiciteit was slechts sprake van: Van Sabang tot Merauke. Daarmee werd het voormalige gebiedsdeel Nederlandsch-Indië bedoeld (uit de Grondwet van 1922). Maar tijdens de Japanse bezetting werd steeds getracht Malakka bij de toekomstige RI te trekken. Ik weet het niet zeker, maar ik dacht dat ze bij hun terugkomst uit Saigon op 14 augustus 1945, waar ze het Keizerlijk decreet voor de onafhankelijkheid hadden ontvangen, ook Malakka hadden aangedaan. En ook naderhand geprobeerd zowel Malakka als NW-Borneo bij de RI te halen. En met Timor was het ook gedonder.
      “Noch de grondwet, noch het regeringsreglement bevatte een geografische plaatsbepaling van het grondgebied in Azië.” Dit citaat sloeg op de situatie na het verslaan van Napoleon: Engeland bleef streven naar een sterke staat op het continent die een aanval van Frankrijk kon weerstaan, en kon dienen als geschikt bruggenhoofd om aan Oostenrijk en de zuidelijke Nederlanden tegen Frankrijk hulp te kunnen bieden. Al op 11 april 1805 werd in Sint Petersburg een geheime conventie gesloten tussen Engeland en Rusland waarbij België en Nederland werden verenigd onder het Huis van Oranje. De vereniging van Nederland en België kwam ook ter sprake bij de eerste Parijse Vrede van 31 mei 1814 in Artikel 6: ‘La Hollande placée sous la souveraineté de la maison d’Orange recevra un accroissement de territoire. (…) La Hollande recevra les pays cedés par la France entre la mer, la frontière Française de 1790 et la Meuse.’ Op het vredescongres van Wenen werd de vereniging van Nederland en België een feit, door Engeland bedoeld als buffer annex bruggenhoofd, om nieuwe bedreigingen vanaf het continent te voorkomen. De Verenigde Nederlanden leken zeer geschikt als trouwe en dankbare bondgenoot en waren niet zo groot dat zij zelf een nieuwe bedreiging voor Engeland zouden kunnen worden. Maar voor de levensvatbaarheid van zo’n klein land werd het bezit van koloniën als het meest noodwendige bestanddeel voor haar bestaan wel nodig geacht ‘to strengthen Holland, in proportion as that important portion of Europe can be rendered secure by adequate arrangements, against the power of France’. Dit resulteerde in het Londens traktaat van 13 augustus 1814:
      ‘The united provinces of the Netherlands, under the favour of Divine Providence, having been restored to their Independence, and having been placed by the loyalty of the Dutch people and the achievements of the Allied Powers, under the Government of the Illustrious House of Orange, – and His Britannic Majesty being desirous of entering into such arrangements with the Prince Sovereign of the United Netherlands, concerning the colonies of the said United Netherlands, which have been conquered by His Majesty’s arms during the late war, as may conduce to the prosperity of the said State (…).
      Art. I. His Britannic Majesty engages to restore to the Prince Sovereign of the United Netherlands, within the terms which shall be hereafter fixed, the colonies, factories, and establishments which were possessed by Holland at the commencement of the late war, viz., on the 1st of Januarij 1803, in the seas and on the continents of (…) with the exception of (…).’
      Bovendien ontving Nederland in een driehoeksregeling met Zweden enige schadeloosstelling voor de koloniën welke Engeland niet teruggaf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.