Het postkoloniaal debat, een vervolg

 Java Post:
Het historisch onderzoek naar de periode 1945-1950, recent gestart door de onderzoeksinstituten KITLV, NIOD en NIMH, wordt bekritiseerd door een groep personen waaronder Jeffry Pondaag, Francisca Pattipeilohy en Marjolein van Pagee, verenigd in de Stichting Histori Bersama. Op 28 november 2017 stuurde de groep een open brief aan de Nederlandse overheid. Bert Immerzeel reageert op zijn beurt met een open brief aan Marjolein van Pagee, oprichter van Histori Bersama.

Histori Bersama,  de brief van 28 november 2017:
Vooropgesteld dat meer onderzoek naar deze periode toe te juichen is, richten wij onze bezwaren op de politieke besluitvorming en de manier waarop het onderzoek nu opgezet en geleid wordt. Kort gezegd stellen wij dat deze studie niet onafhankelijk is en menen wij dat de opzet cruciale zaken buiten beschouwing laat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

17 reacties op Het postkoloniaal debat, een vervolg

  1. Boeroeng zegt:

    REVOLUTIE’ OF ‘DEKOLONISATIE?’ VERSLAG VAN EEN WORKSHOP IN YOGYAKARTA

    Onze Indonesische partners droegen een breed scala aan specifieke onderzoeksobjecten aan. Gaandeweg groeide het enthousiasme over de kansen die een gezamenlijk Indonesisch-Nederlands onderzoeksprogramma ons allemaal kan bieden. En we vroegen ons (voor de zoveelste keer) af, waarom het zo lang heeft moeten duren voor zo’n gezamenlijke onderzoek wordt ondernomen.
    ———–
    website van het excessenonderzoek:
    https://www.ind45-50.org/revolutie-dekolonisatie-verslag-van-een-workshop-yogyakarta

  2. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Dat het Indonesische geweld tijdens de zogeheten “Bersiap-tijd” nu nadrukkelijk aandacht krijgt, Is toch wel een understatement

    Dat werd na 70 jaar toch wel tijd, ook in Indonesië. Er is er opmerkelijk weinig belangstelling voor het Indonesisch geweld, behalve natuurlijk voor de persoon van Bung Tomo. Naar deze veronderstelde oorlogsmisdadiger is zelfs een oorlogsschip vernoemd. In Nederland wilde men een schip vernoemen naar Pieter Schelte Heerema (1908-1981). Die deed tijdens de Tweede Wereldoorlog als officier dienst in de Waffen-SS en werd later als oorlogsmisdadiger veroordeeld. Blijkbaar mag dat wel in in Indonesië. Natuurlijk is er verschil, Bung Tomo is nooit veroordeeld.

    Daarover hoor ik Pondaag en Van Pagéé niet. maar wel over 300 jaar kolonialisme kletsen.

    Over kolonialisme wil ik best met hun in discussie gaan, daar weet ik toevallig weinig van af, dus dat komt goed uit.

  3. PLemon zegt:

    Met zinnen als :
    “….wij stellen dat het uitgangspunt zou moeten zijn dat de kolonie Nederlands- Indië om te beginnen al geen legitieme regering had. Nederlandse militairen die zich niet direct aan oorlogsmisdaden schuldig maakten, waren net zo goed onrechtmatig in Indonesië. KITLV- onderzoeker Henk Schulte Nordholt vatte treffend samen waar het wringt in de Nederlandse omgang met het koloniaal verleden: “de koloniale aanwezigheid zelf is geen punt van analyse. Als het over geweld gaat, praten we graag over excessen, een incident, een overgangsverschijnsel, eigenlijk in termen van een ongelukje, terwijl dat veel fundamenteler was. … iets wat Nederlandse geschiedschrijvers niet graag willen zien.”

    …”Maar op deze manier wordt er onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat Indonesische schendingen van mensenrechten voortvloeiden uit de onderdrukte positie, terwijl de schending van mensenrechten door Nederland uitgevoerd werden door een overheersende macht die daartoe de autoriteit en het recht meenden te hebben. Illustratief voor de benadering van het Nederlandse onderzoeksteam is bijvoorbeeld het opiniestuk van een van de betrokken onderzoekers, Onno Sinke, die uitlegt hoe hij aan een kant meer erkenning wil voor zijn KNIL-opa die door zijn familie als verzetsheld wordt beschouwd, terwijl hij zich tegelijkertijd ook wil verplaatsen in de “bloeddorstige Indonesische strijder”, iets wat de Indonesische historici volgens hem ook andersom zouden moeten doen: “Ook zij zullen hun vooroordelen opzij moeten zetten en zich moeten verdiepen in het Nederlands perspectief.”

    ###Wordt met het bovenstaande de donkere kant van een koloniaal rijksdeel in z’n laatste fase uitvergroot, men er dan makkelijk voorbij gaat dat het land met een oppervlak als heel Europa en een miljoenenbevolking feitelijk door een eigen feodale elite en maar een handjevol Europeanen naar westerse maatstaven werd ingericht en bestuurd.

    http://www.blikopdewereld.nl/samenvattingen/cse/nederland/3647-cse-nederland-en-ned-indie-1918-1949
    Sinds de instelling van de Volksraad werd het aantal be­voegdheden geleidelijk uitgebreid. In 1918 leek het erop dat de invloed van de Volksraad vanaf het begin aanzien­lijk zou worden. Dat veroorzaakte onrust in Nederland, men was bang voor revolutie. Gouverneur-generaal Van Limburg Stirum liet toen, beïnvloed door de dreigende on­rust, een verklaring afleggen over uitbreiding van de be­voegdheden van de raad. Inheemse leden vroegen om bevoegdheden zoals het Nederlandse parlement die had. Toen de rust teruggekeerd was, liep het zo\’n vaart niet met de macht die de Volksraad kreeg. Een verschijnsel dat zich ook in koloniën van andere landen voordeed.

    Bij de grondwetsherziening van 1922 werd de term kolonie geschrapt en na 1925 kreeg de Volksraad het recht van ini­tiatief, amendement, petitie en interpellatie. Het recht van enquête, een duidelijke controlemogelijkheid, werd niet verleend. In de ogen van veel conservatieven zou dan het hek van de dam zijn. Overigens betekende het verlenen van deze rechten niet dat de Volksraad een echt parlement was geworden. Men kreeg inspraak in het bestuur maar meer dan adviezen kon men niet uitbrengen.

    Toch heeft de Volksraad een behoorlijke invloed uitgeoe­fend. De mogelijkheid was er nu om meningen die anders onder de oppervlakte leefden openlijk te uiten. Bij ver­schillende gelegenheden slaagde de Volksraad er in een ei­gen standpunt naar voren te brengen. Zo bereikte men dat ook niet-Nederlanders benoemd konden worden in de Raad van Indië (een adviesorgaan voor de gouverneur-generaal). Er werden discussies gevoerd en voorstellen ge­daan over salariskwesties. Gesproken werd over het ge­bruik van de term Indonesië en Indonesiër. Van de ingediende amendementen zijn in de loop der jaren onge­veer 40% door de Indische regering overgenomen.

    Voordat de Volksraad bestond was het mogelijk dat nogal autocratisch ingestelde bestuurders hun gang konden gaan. Zoals we zagen waren de Europeanen minder geïnte­resseerd in het doen en laten van de Volksraad: zij hadden immers al een belangrijke invloed. Voor een aantal in­heemsen lag dat anders; voor hen betekende het optreden in de Volksraad een eerste stap op weg naar zelfstandig­heid en inspraak.

    Velen van hen vonden deze manier van inbreng een soort fopspeen. Mannen als Soekarno, Hatta en Sjahrir, die later een belangrijke rol zouden spelen in de strijd om de onaf­hankelijkheid, wilden of konden niet meedoen aan wat zij als koloniaal bestuur bestempelden. Veel van deze natio­nalisten hebben geruime tijd moeten doorbrengen in ge­vangenschap omdat ze in de ogen van het Nederlandse bestuur te veel wilden, namelijk zelfstandigheid voor In­donesië.

    Het was eigenlijk alleen een bepaalde Nederlands gezinde elite die meesprak in de Volksraad. De grote massa van de bevolking bleef buiten deze vorm van politiek voeren.

    • Boeroeng zegt:

      De genoemde Onno Sinke is een van de onderzoekers van het excessenonderzoek
      https://www.ind45-50.org/node/14
      Zijn opa Victor Toers Bijns werd onthoofd door het Japanse leger.
      1e echtgenoot van Maria van Dis, moeder van Adriaan van Dis.

      Dit zei hij letterlijk in een interview met NRC
      Mijn Indonesische collega’s en ik zullen voorbij de stereotypen moeten denken van de op bloed beluste Indonesische pemoeda (vrijheidsstrijder) en de wrede Nederlandse militair.

      Het is een prima standpunt en het is me niet duidelijk waarom Marjolein van Pagee en medeondertekenaars dit fout vinden. (zie hun bijlage)
      Het is een standpunt die zij altijd al verkondigden.

  4. Boeroeng zegt:

    http://mareonline.nl/archive/2017/12/14/doofpot-te-bizar-voor-woorden
    Gert Oostindie:
    Op het moment wordt er in Indonesië een team samengesteld van onderzoekers.
    ‘Dat doen onze Indonesische collega’s, niet wij. Zij zijn hier echt kwaad over. Er wordt nu gesuggereerd dat zij aan onze leiband lopen.’

    • Ron Geenen zegt:

      @‘Dat doen onze Indonesische collega’s, niet wij. Zij zijn hier echt kwaad over@

      Men kan dat de burger ook niet kwalijk nemen. De Nl regering heeft al meer dan 70 jaren het Indische volk voor de gek gehouden. En nu wordt er een onderzoek gedaan dat betaald wordt door die regering. Men vraagt zich af—?
      Het enige dat de onderzoekers kunnen doen is open kaart spelen. Regelmatig update doen. Bij elke stap zoveel mogelijk openspel spelen. Zoals nu over die Indonesische collega’s. Waarom niet meteen al openbaar gemaakt wie het zijn en wanneer het team er staat. Duidelijkheid kan veel helpen.

    • PLemon zegt:

      Nog een citaat dat alles zegt ….
      “Over de lijst ondertekenaars merkt Oostindie op: ‘Er zitten vrijwel geen Indonesische vakhistorici bij, dat zegt genoeg.’

      Inderdaad want wat is de echte waarheid over 300 jaar kolonialisme. Vooral de donkere kant van het systeem zal toch wel uit de feiten blijken. Maar misschien vreest men wel de omstandigheid dat destijds de expansiedrift van scheepvarende naties eenmaal aan de ‘ overlevingspolitiek’ van een natie is toe te schrijven. Handel en commercie hebben altijd een zwart randje.

  5. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het onderzoek 1945-1950 is de geschiedschrijving over het bankroet van het (300-jarige) Nederlands kolonialisme en kan zo samengevat worden:

    “How did you go bankrupt?” Two ways. Gradually, then suddenly. (vrij naar E. Hemingway)

  6. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Prof. Gert Oost-Indie mag zich beter afvragen waarmee Nederlandse historici van de main stream zich de afgelopen 70 jaar hebben bezig gehouden. Zeker niet met de Indische kwestie!!!

    Het is ondanks al zijn gebreken te danken aan dhr J. Pondaag (een allochtoon) , dat hij het geweld in Ned. Indie op de kaart heeft gezet.
    Niet voor niets heeft een ander allochtoon Remy Limpach wetenschappelijk vastgesteld dat het geweld althans van Nederlandse zijde geen Exces maar structureel van aard was.
    Last but not least heeft een onzer buitenstaander Alfred Birney aangeven hoe de Nederlandse bevolking, dwz de Indo, in Indie die periode heeft beleeft. Andere Nederlanders hadden al een veilig heenkomen gezocht.

    En nu verwachten wij van diezelfde hooggeleerde Nederlandse, autochtone historici dat zij de periode 1945-1950 op verantwoorde wijze in kaart gaan brengen, dat mag toch na meer dan 70 jaar.?

    Ik weet niet zoveel van kolonialisme en nog minder van Nederlands kolonialisme. Wel heb ik laatst gelezen “Het Rijk van Insulinde , opkomst en ondergang van een Nederlandse kolonie “. Een lezenswaardig boek dat een inzicht geeft in de 300-jarige koloniale Indische kwestie.
    Met zo’n boek lijkt het me niet moeilijk met wie ook, inbegrepen die club van Pondaag en Van Pagee in discussie te treden. Ook hier geldt dat niet gehinderd door enige vorm van kennis mag ik een mening hebben. Meningen worden geteld en niet gewogen is voor hun bepalend in deze discussie.

    Apropos, doorbladerd in het boek over structureel geweld, maakt Dr. Limpach geen enkele opmerking over de vermeende oorlogsmisdaad in Prambon Wetan. Dat mag Van Pagee wel te denken geven, al dan niet in de “colonial mindset” !!!!

    • Jan A. Somers zegt:

      “Wel heb ik laatst gelezen” Zie ook: De VOC als volkenrechtelijke actor, en Nederlandsch-Indië, Staatkundige ontwikkelingen binnen een koloniale relatie. Beide goedkoop in de ramsj. Standaardwerk van Van Goor: De Nederlandse Koloniën, Geschiedenis van de Nederlandse expansie, 1600-1975. Saai hoor, zonder gehijg. En zonder praatprogramma op TV. Wordt dan ook niet gelezen binnen de Indische gemeenschap in Nederland.

      • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

        Bovenvermelde boeken zijn vnl vanuit een Hollandocentrisch perspectief geschreven . Boeken zoals de ontwikkeling van de VOC, een bedrijf dat fundamenteel de extreme uitdrukking van het Nederlandse roofkapitalisme was, wordt bezien vanuit de veelal ambtelijke en Nederlandse bronnen.

        Dit soort geschiedschrijving geeft meer weer de juistheid van de Nederlandse aanwezigheid in Indie weer , een geschiedschrijving in dienst van het Nederlandse koloniale beleid.

        Het veel geciteerde boek van H.W. van den Doel beschrijft de geschiedenis van Nederlands-Indie, vanaf het moment dat daadwerkelijk van een “Nederland” Indie kan worden gesproken , vanaf circa 1800. Het Nederland optreden wordt als zodanig beschreven zonder uiteraard de ontwikkelingen in de Indonesische maatschappij uit het oog te verliezen en zonder te ontkennen dat er ook een andere meer Indonesië -centrische benadering bestaat.
        Aangezien Nederlands-Indie en Indonesië in de loop van de 19de en 20ste eeuw steeds meer vervlochten raken , bestaat er uiteindelijk weinig verschil tussen de Nederlands-Indische en Indonesische Geschiedenis
        De periode 1945-1949 is in wezen gemeenschappelijke Geschiedenis, met of zonder koloniale bril op.

        • Jan A. Somers zegt:

          “vanaf circa 1800” Exact kan ook: 13 augustus 1814.
          “bezien vanuit de veelal ambtelijke en Nederlandse bronnen.”, “in dienst van het Nederlandse koloniale beleid.” Leuk dat u die boeken heeft gelezen! Is mijn (en die van Van Goor) moeite niet voor niets geweest. Ik wist ook niet dat ik in dienst van een Nederlands beleidsorgaan was. Van Goor overigens ook niet.
          “zonder te ontkennen dat er ook een andere meer Indonesië -centrische benadering bestaat.” Het Erasmushuis heeft voor mij een verzendlijst gemaakt voor toezending van mijn dissertatie, en voor verzending gezorgd. Om te voldoen aan de slotzin van mijn Woord vooraf: “Zo ben ik getuige geweest van een unieke volkenrechtelijke gebeurtenis, de geboorte van een staat, formeel op 17 augustus 1945 in Batavia, maar pas levensvatbaarheid gekregen met de bersiap, de zo bloedig verlopen volksopstand in o.a. Soerabaja in oktober en november 1945. Drs. (…) heeft de vertaling in de Indonesische taal van de samenvatting verzorgd waarmee hopelijk in wijdere kring belangstelling zal ontstaan voor dit deel van de geschiedenis die Nederland en Indonesië gemeen hebben. Ik hoop dat vooral vanuit Indonesië de geschiedenis van de volkenrechtelijke verhoudingen uit de 17e eeuw tot de soevereiniteitsoverdracht de zo hoognodige aanvulling krijgt vanuit Aziatisch perspectief.” Wat had ik nog meer moeten doen? Acties door mijzelf betaald! Niet uit uw belastinggeld, zoals het huidige grote onderzoek.

        • PLemon zegt:

          @…bezien vanuit de veelal ambtelijke en Nederlandse bronnen.”,

          Maar Indonesische bronnen waren voorhanden…?
          .
          ***KLOOSTER, H.A.J.Titel:Indonesiërs schrijven hun geschiedenis. De ontwikkeling van de Indonesische geschiedbeoefening in theorie en praktijk, 1900-1980.Uitgever:LeidenBijzonderheden:1985. 475pp paperback. Proefschrift

          …Klooster heeft pamfletten, journalistiek werk, memoires en fictie opgenomen, hetgeen de bruikbaarheid van zijn werk alleen maar verhoogt. Om zover te komen heeft de samensteller meer dan honderd bibliografieën, catalogi, aanwinstenlijsten en literatuur nageplozen; met indrukwekkend resultaat.
          Dat resultaat is niet alleen te danken aan de omvang, maar vooral aan de grote toegankelijkheid van het materiaal. In een inleiding van ruim tachtig bladzijden geeft Klooster een bondige historiografie van de belangrijkste werken, ingedeeld naar periode: de Japanse periode, de jaren 1945-1949, het tijdvak 1950-1994, en de genoemde ‘nabranders’. Daarbinnen brengt de samensteller een onderscheid aan naar Indonesische, Nederlandse en overige auteurs, zodat een indruk ontstaat van de ‘nationale geschiedschrijving’ in Indonesië en Nederland en van de thema’s die in de Engelstalige, Franse, Duitse, Russische en Japanse literatuur overheersen. Die inleiding is voor de beginnende student onmisbaar en voor de ervaren onderzoeker een te waarderen opfrisser van het geheugen. In haar veelzijdigheid biedt deze bibliografie docenten in het (wetenschappelijk) onderwijs in Nederland een kant en klaar onderzoeksthema. Men hoeft niet helderziend te zijn om te voorspellen dat er in de nabije toekomst waarschijnlijk heel wat werkstukken en scripties over de Indonesische revolutie uit de printers zullen rollen.
          De bibliografie maakt dat niet alleen mogelijk maar ook gemakkelijk. De titels zelf zijn, net als de inleiding, naar periode onderscheiden en naar nationaliteit onderverdeeld. Drie indexen, naar auteur, naar persoon (biografisch materiaal) en naar onderwerp, wijzen de onderzoeker de weg. In de laatste vindt deze zowel vanzelfsprekende onderwerpen (Japanese occupation, guerrilla warfare, Dutch-Indonesian talks) als onverwachte (cultural aspects, music/songs) en weinig bestudeerde (women).
          De bibliografie is van Nederlandse origine. Daar is in de tekst weinig van te merken. Het spreekt hoogstens uit de opname van het onderwerp Molukkers in een apart hoofdstuk. Een Indonesische samensteller zou waarschijnlijk andere onderwerpen als uitvloeisel van de revolutie apart hebben gezet, bijvoorbeeld de vorming van de eenheidsstaat in 1950. Klooster heeft titels daarover wel opgenomen, doch niet onder een specifiek hoofd geplaatst. Het Nederlands karakter blijkt ook uit de belangrijkste vindplaats van de vele titels: het KITLV te Leiden.

          https://boekwinkeltjes.nl/b/120818052/Indonesirs-schrijven-hun-geschiedenis-De/

        • Anoniem zegt:

          “Maar Indonesische bronnen waren voorhanden…?” Zat, alles wat ik nodig had. Salem en Sjahrir kon ik zelf lezen (Nederlands en Engels) van andere teksten heb ik uittreksels gekregen in het Engels, Ik kan uiteraard geen wetenschappelik werk begrijpend lezen in BI. Onderzoek naar de volkenrechtelijke overeenkomsten waren gelukkig al vertaald in het Corpus Diplomaticum Neerlando-Indicum.

        • Jan A. Somers zegt:

          Sorry, mijn stommiteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s