Toorop-kumpulan van 3 sept

Op 3 september kwamen Toorops van heinde en verre samen voor een kumpulan. Een reünie en eerste ontmoetingen .
Er was een kumpulanlied geschreven en Reinier de Adelhart Toorop (wereldkampioen debatteren 2008) hield een standup comedyact.

MET EEN KNIPOOG NAAR ONS INDISCH-ZIJN IN NEDERLAND
Stand up comedy act op de Toorop-kumpulan van zondag 3 september 2017
van Reinier [negende generatie Toorop]

Over Indo-zijn in de volgende generaties
Wat bijzonder om zo veel familie bij elkaar te zien, hier op de Toorop-kumpulan. Sommige van ons zijn nabije familie: Broers, zussen, ouders, kinderen. In andere gevallen lijkt het soms wel of we stotteren. Zo zullen veel mensen hier op de Toorop-kumpulan achter-achter-achter-achter-achter-neven en nichten van elkaar zijn. Sterker nog, we dragen drie achternamen: Toorop, de Adelhart Toorop en d’Adelhart Toorop.

En toch, hoewel de familieband soms ruim is en we niet iedereen echt kennen, herkennen we elkaar wel allemaal als Indo’s. En deze kumpulan als een bijeenkomst van Indo’s. Een feestje van totoks ziet er toch anders uit: Met z’n allen koffie drinken in een kring van stoelen.

Ik ben zelf in Nederland geboren, met een bruine Indische vader en een blanke Hollandse moeder. Ik ben een beetje kleiner dan de gemiddelde Nederlander, nou ja, misschien iets meer dan een beetje [hahaha]. Maar qua huidskleur lijk ik redelijk op mijn blanke Hollandse vrienden en dat geldt al helemaal voor mijn jongste zusje, die de Boeleh of de Poetih wordt genoemd.

Oom Rudy vroeg mij iets te vertellen over hoe Indisch wij toch nog zijn in Nederland. Dat is inderdaad iets wat ik me wel heb afgevraagd. Bij mijn oma en opa was het duidelijk. Oma kon geweldig koken. Ik was echt verbaasd toen ik hoorde dat ze dat pas in Nederland heeft geleerd: “STIEKEM”.

Op een klein petroleum gasstelletje met de Indische tantes, In een hoekje van het trappenhuis. Van de Hollanders moesten ze iedere dag aardappels eten, maar dat ging er toch echt niet in. Opa droeg iedere dag een mooi batikshirt. Als we langskwamen, een kneepje in de wang [ een tjoebiet in de wang: zeggen Indo’s]. En toen hij verhuisde naar een huis met uitzicht op een Haags stadspark, verzuchte hij dat het toch zo fijn was dat hij weer een uitzicht had. Dat leek een beetje op de Poentjak [op de weg tussen Batavia en Bandoeng].

Mijn vader was ook een trotse Indo en mijn blanke moeder noemde hem wel liefdevol “de Radja”. Toen ze net samen waren was zij ook vooral erg onder de indruk dat deze Oosterse man aan meditatie deed. Dat was zijn excuus om ’s ochtends de wc lang bezet te houden en volgens mij viel hij vaak nog even in slaap [hahaha].
Mijn vader kwam op zijn negende naar Nederland en beloofde mij dat ik op mijn negende met hem weer terug zou gaan op vakantie in Bandoeng op Java. Helaas viel dat net samen met een periode van politieke instabiliteit, in de laatste jaren van het Soeharto regime, die ook nog doorliepen toen Roos, mijn oudste zusje, negen werd. En toen Laura negen werd, is het er ook niet van gekomen.

Uiteindelijk ben ik samen met Laura naar Indonesië geweest. Toen ik ongeveer 27 (dus drie keer negen) was en zij 18 (twee keer negen). Met Indonesië voelde ik wel een bijzondere band en sommige mensen ook wel met mij.

Ik zag er niet helemaal uit zoals zij, maar was ook niet helemaal een Europeaan. Ze noemden me Gado-Gado, van alles door elkaar heen dus. Over Gado-gado, of meer in het algemeen Indisch eten, hoef ik het natuurlijk niet verder te hebben. Indo’s weten heel goed dat lekker eten het belangrijkste in het leven is. Dat ik veel met eten bezig ben, werd me nota bene verteld door een Italiaanse collega, toen ik daar voor mijn werk was.
En als zelfs een rasechte Italiaan vindt dat je veel met eten bezig bent, nou, dan is het zo. Taal is ook heel bijzonder in de Indische cultuur, of misschien wel de Toorop-cultuur, want van veel woorden weet ik niet of ze nou Indonesisch zijn of Indisch zijn, of alleen bestaan in de Toorop-familiecultuur.

Is een scheef geknoopt overhemd echt pientjang? Is ‘goedoek-goedoek-goedoek’ echt het geluid dat een drukke baby in de buik maakt? Dat is de reden waardoor ik mijn oom altijd ‘Ome Goedoek’ heb mogen noemen. Waarbij mijn tante met Tante Lien natuurlijk ook de ultieme Indische naam had. Één keer heb ik eens besloten dat uit te zoeken en heb ik aan een Indonesisch studiegenootje gevraagd, of een spiegelei echt een Telor Tjeplok is, vergelijkbaar met het vallen van het ei in de pan en het sissen van het ei in de pan.

Het antwoord was “Nee [na]tuurlijk niet”. Dat noemen wij in Indonesia gewoon: “Telor Mata Sapi” oftewel een koeienoog-ei, naar hoe het eruit ziet met de dooier als pupil. Ik concludeerde dat Tjeplok geen Indonesisch woord was, maar gewoon een begrip binnen de Toorop.

Totdat ik, een paar maanden terug, ging lunchen met een Indische jongen [ Indische mannen worden namelijk nooit volwassen, die blijven hun leven lang jongens] en hij me lachend vertelde dat het in zijn familie óók een tjeplok is, waarmee het met Indo-taal tussen Indonesische-taal en Toorop-taal in lijkt te vallen.

Dus al met al kan ik wel stellen: Indo-zijn is nog steeds iets bijzonder, ook voor de generaties die in Nederland zijn geboren, Zeker binnen zo’n prachtige familie als de Tooropjes.

XXX

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.