Excessenonderzoek begint september , met website

excessenonderzoek Lees het telegraafartikel via deze link.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

27 reacties op Excessenonderzoek begint september , met website

  1. HES zegt:

    Dit is MHO en van mij alleen. Het bovenste article is in ‘I zelf bewonderbaar om mensen te vergoeden wat zij verloren/geleden hebben gedurende de tijd beschreven. Can we move on en spandeer de vier million aan wat anders ? Heeft Holland niet acute problemen die de aandacht en geld kan gebruiken ? How can one move on with constantly revisiting the past ? Opening old wounds makes the scars worse.
    Gedurende de besetting en Bersiap periode hebben wij in Bandung gewoont en zeggen dat wij geleden hebben is an under statement. That was then, today is now with its own unique challenges.

    • Anoniem zegt:

      Opening old wounds make the scars worse. Vergoed wat ik verloren heb en houd op met zeuren.
      Cap – uit het verre Westen

    • rob beckman lapre zegt:

      “Hoezo waarheidsvinding? Heeft het nog enige zin? Worden de doden weer tot leven gewekt? En de moordenaars,verkrachters en martelaars gestraft?4 miljoen euro voor “zelf-kastijding”? Onze(nog levende?)militairen deden alleen maar hun plicht,de orders kwamen uit Batavia,of nog verder weg,uit Den Haag.Weet u nog hoe het ging “History,it might set you free……..not only from your ignorance,but from everything you never dreamed of”.You are right; why use 4 million……..

  2. j.h.Crawfurd zegt:

    Wat ze nu weer goedwillend proberen te doen is gewoon mensonterend.
    De nieuwe generatie krijgt hoop en de oudere generaties worden de wonden weer opengereten; zonder enig resultaat.
    Laten zien dat deze regeringen mensvriendelijk zijn: ZE zijn altijd vies en gedreven om te huichelen.
    Altijd hebben ze ons gemangeld: Klein beetje geven en flink terug eisen: BB!!!

    • bokeller zegt:

      Ten bate van het onderzoek,komt er ook
      ’n web site waarop iedereen uit die periode,
      {en nu krijg je het !) die nog in leven is zijn
      verhaal te doen.
      Aanvang in Sept. en zal 4 jaren duren.

      De voorgaande verhalen en op papier van
      de nu overledenen,komen die wel in aan-
      merking,?
      Dan over7maanden,hoeveel zullen dan nog
      in leven zijn om maar niet te spreken over
      het 4jaar durend onderzoek.
      Nah hoe dese ?
      siBo

      • Ron zegt:

        Internet is een open source, dus ook de geheime dienst in NL zal daar met argus ogen naar kijken.
        Ik maak mij helemaal geen illusies wat betreft mijn eigen website. Trouwens een paar vrienden in NL hebben mij wel eens er voor gewaarschuwd. Het Indo blad van 40 pagina’s komt eens per jaar uit met een volledige leden lijst. Diverse instanties en ambassades zijn er ook lid van.

      • Loekie zegt:

        Ik stel me zo voor dat er een aantal personen is dat zit te popelen totdat die site open is om vele pagina’s lang zijn verhaal te doen. Waarom ook niet. De commissie gaat toch wel zijn gang, in de wetenschap dat de Indische gemeenschap een speeltje heeft om aan het onderzoek mee te doen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “De nieuwe generatie krijgt hoop en de oudere generaties worden de wonden weer opengereten;” Nieuwe generatie? Mijn kinderen en kleinkinderen en achterkleinkinderen dus? Wat hebben die te hopen? Die leiden hun eigen leven. Oudere generatie? Ikzelf? Wonden? Het zijn mijn ervaringen waardoor ik ben wie ik ben. Lekker in mijn achterhoofd opgeborgen, en verder mijn eigen leven leiden. Wat ik wel nuttig vind is dat alles (hopelijk) keurig op een rijtje in een tijdlijn komt. Zonder vingertjes wijzen. Misschien (hopelijk) maak ik dat nog mee.

      • Loekie zegt:

        Keurig op een rijtje in een tijdlijn? Zo van: op die dag gebeurde dit en daarom gebeurde dat en de volgende dag deed zich daarom zus voor en toen gebeurde zo met als gevolg dat…enz? De geschiedenis als een lineaal met ingebouwde tijdklok? Misschien. Zelf hoop ik op een werk waarin tot uiting komt dat geschiedenis een chaos is en dat een poging is gedaan die chaos for the time being hanteerbaar te maken.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Keurig op een rijtje in een tijdlijn?” Ja, pas dan weet je de volgorde. En kan je verder zoeken, bijvoorbeeld of het acties en reacties zijn. Of dat het een incident in een wilde chaos was. Met alleen maar onbekende daders. Hoef je niet meer je hand op te houden voor een paar Euro’s. (Was mij toch al te min).

  3. Boeroeng zegt:

    Direct na de Indonesische revolutie was het een sterk argument van : laten we het vergeten, de ogen op de toekomst gericht.
    Maar die doofpot is de oorzaak dat Nederland 70 jaar later zich nog steeds druk maakt over de excessen uit naam van Nederland en de excessen uit naam van Indonesia.
    Onderzoek dat nou eens goed . En wees daar gewoon open in. Ook waar overheidsdienaren namens Nederland bruut tekeer gingen.
    Dit onderzoek zou ook gaan over de excessen tegen Nederlanders in de bersiap.
    Prima toch…… en zeer gewenst in Indische kringen.
    Sowieso moet men de geschiedenis onderzoeken en beschrijven. Het is nu echt wel tijd daarvoor.
    Maar zoals men het formuleerde in de berichtgeving lijkt het alsof het onderzoek dan beperkt blijft tot de periode aug 1945 en januari 1946. En er is niks gezegd over de mishandeling en vermoorden van Indonesische burgers vanwege een (vermeende) pro-Nederlandse houding door extreme nationalisten, vaak jongeren. Of omdat ze van een andere etniciteit waren.
    Ook mis ik in de omschrijving dat men excessen van alle strijdende groepen onderzoekt.
    Wordt dat niet gedaan ? De Britten, het Indonesische leger ( in opbouw), moslim-extremisten, communisten, Ander spontaan volksgeweld zonder een duidelijke organisatie of ideologie?

  4. PLemon zegt:

    Het lijkt er op dat het onderzoeksteam dubbel werk zal gaan verrichten of wat er al gevonden en beschreven is vanuit een nieuwer en eigentijdse opvatting door hun stofkam gaan halen.

    In het kort : ***Jarenlang deed Fried Fischer in het Nationaal Archief onderzoek naar de oorlog in Nederlands-Indië en het daaropvolgende dekolonisatie. Fischer wilde dit onderwerp vanuit verschillende visies onderzoeken, maar vond alleen bronnen die het Nederlandse standpunt belichtten. Buitenlandse bronnen lagen buiten zijn bereik Op instigatie van Fischer diende het Nationaal Archief een voorstel in om een schaduwarchiefbestand te vormen van buitenlandse politieke en militaire bronnen over de periode 1940 – 1950. Dit voorstel werd gehonoreerd door Stichting Het Gebaar en het project Afscheid van Indië kon in 2005 van start gaan. In het projectvoorstel staan drie doelstellingen centraal:
    1. Het creëren van een schaduwarchiefbestand op microfilm van documenten uit buitenlandse bronnen over de periode 1940-1950. Deze documenten hebben zowel betrekking op het verloop van de dekolonisatie van Nederlands-Indië als op de lotgevallen van de Indische gemeenschap tijdens deze periode.
    2. Het realiseren van een publieksvriendelijke website met achtergrondinformatie voor historische onderzoekers en geïnteresseerden uit met name de kring van de Indische gemeenschap. 
    3. Het toegankelijk maken van het schaduwarchiefbestand door een digitale onderzoeksgids, die ook verwijzingen geeft naar bronnen in de collectie van het Nationaal Archief.
    Het schaduwarchiefbestand
    De kern van het project vormt het schaduwarchiefbestand van documenten die berusten bij buitenlandse archiefinstellingen. In het onderzoek naar relevante bronnen liet het projectteam zich leiden door de volgende vragen:

    Welke landen waren op militair en politiek gebied betrokken in
    In 2008 kreeg het project Afscheid van Indië een extra subsidie voor het reproduceren van documenten. In overleg met de commissies is ervoor gekozen bronnen te selecteren die betrekking hebben op lotgevallen van de Indische gemeenschap in de periode 1940-1950. Zwaartepunt bij deze digitale deelcollectie ligt onder andere op informatie over Japanse kampen, de bersiapperiode en Republikeinse kampen.

    De website is de digitale onderzoeksgids. Hier wordt de Digitale collectie Afscheid van Indië op een laagdrempelige wijze toegankelijk gemaakt. De microfilms zijn vervangen door digitale scans en de hele collectie wordt digitaal on line aangeboden. Men kan de documenten via een documentviewer raadplegen. De website geeft tevens achtergrondinformatie over de periode. Om het zoeken eenvoudiger te maken worden verschillende zoekingangen aangeboden: via de zoekmachine, via een interactieve landkaart, via onderwerpen of via onderzoeksvragen (‘vragen eruit gelicht’). Daarnaast kan het instructiefilmpje: ‘onderzoek doe je zo’ de beginnende onderzoeker op weg helpen.
    Het boek
    Ten slotte is er een publicatie verschenen: Mark Loderichs, Margaret Leidelmeijer, Johan van Langen en Jan Kompagnie, Verhalen in Documenten. Over het Afscheid van Indië (Amersfoort 2008). In het boek wordt een verbinding gemaakt tussen familieverhalen en de bronnen van de website

    http://www.afscheidvanindie.nl/geschiedenis-achtergrond-project.aspx

  5. Jan A. Somers zegt:

    In de kop van deze topic wordt het begrip Excessenonderzoek gebruikt. Maar in de voorlopige aankondiging gaat het om ‘militaire, politieke, bestuurlijke en justitiële aspecten’ van de periode 19451950’. Dat is toch veel meer? Dat is toch dekolonisatie in brede zin? Een basis m.b.t. de officiële bescheiden bestaat al lang: Officiële Bescheiden betreffende de Nederlands-Indonesische Betrekkingen 1945-1950. 20 delen!!!

    • Boeroeng zegt:

      Hoe de overheid of de 3 instituten het netjes formuleren is te bekijken. Maar het is door de regering aangekondigd als excessenonderzoek.
      De instituten zelf roepen al 3 jaar dat het vooral om excessen moet gaan van Nederlandse zijde. Mee eens, mits de (pro)-Nederlandse slachtoffers van Indonesische excessen ook duidelijk in kaart worden gezet . En eigenlijk , wat mij betreft, alle excessen van alle partijen, met onderbouwde feiten over daders en aantallen slachtoffers

      • HES zegt:

        Eindelijk een andere stem die zegt, “Beide kanten mijne heren en dames, beide kanten moeten onder de microscoop.” Bedankt Boeroeng.
        Hier in de US hebben wij vaak “class action” litigation, duizenden ‘slacht offers’ tekenen er voor, naa Jaren komt de uitspraak, de ‘slacht offers’ krijgen een pit tens en de advocaten krijgen duizenden, de advocaat baat het meeste bij, i.a.w. afzetterij, thank you very much. Heb een maal meegedaan met een “class action law suite”, kreeg uiteindelijk $122.85, whoopty do ! Gelukkig geen belasting want het is een “schade vegoeding”. Nadien heb ik nooit meer een class action getekend, ben niet van plan om de advocaat/en zakken te proppen.

  6. Kembang mawar zegt:

    Wat ik wéér niet snapt waarom ná ruim 65 jaar wederom dat oorlogsverleden naar boven wordt gehaald…..gebeurd is gebeurd je kan het niet meer terug draaien….. léér van het verleden en kijkt positief naar de toekomst…..
    De regering heeft voor mijn gevoel juist expres gewacht tot de meesten zijn overleden en voor bepaalde mensen is het een kolfje naar hun hand om via advocaten geld eruit te slepen voor eigen gewin…!!!
    Geeft liever het geld aan die arme Nederlands/ Indische mensen die tussen het wal en schip zijn geraakt en de Nederlandse regering ze NIET wilden erkennen!! Zie bij omroep Max ( TV ) hoe ze het moesten overleven op Java….dán is het geld goed besteed om het leed van deze mensen wat te verzachten.

    • Cezar zegt:

      Dat kan nog altijd gebeuren. Maar dan moet eerst een bedrag voor de backpay worden vastgesteld. Dat bedrag in een pot en overhandigt dat aan een organisatie, die de arme in de steek gelaten oudjes verzorgd. En laat vooral alleen dat Java weg, want ze zijn over het hele eilanden rijk te vinden.

    • PLemon zegt:

      @Kembang mawar “waarom ná ruim 65 jaar wederom dat oorlogsverleden naar boven wordt gehaald”

      Er zijn ruim een jaar geleden lndische overheidsarchieven vrij gegeven waardoor meer feiten boven water zullen komen die de interpretaties van historici over wat eerder uit andere bronnen bekend was geworden, zullen bevestigen of misschien onderuit halen?
      Het idee leeft bv dat de VS en Engeland , een voortgezet Nederlands bestuur in samenwerking met een Indonesische in Gemenebestvorm, niet zag zitten. En met mogelijk een communistisch regime bij overdracht later, Soekarno z’ n gang lieten gaan en/of Nederland diplomatiek ‘chanteerde’. Nep of echt?

      ***vrijdag 18 december 2015 Verslag: Symposium Oorlog in de archieven

      Al een paar jaar staat de gewelddadige dekolonisatie van Indonesië in de spotlights. In het onderzoek naar excessief geweld van Nederlandse militairen neemt het KITLV een voortrekkersrol in, nadat eerdere pogingen om grootschalig onderzoek uit te voeren in samenwerking met het NIOD, NIMH en in Indonesische partners strandden op politieke onwil.

      Toch deed de overheid een handreiking, door het beperkende embargo van 75 jaar voor de overheidsarchieven die na de oorlog naar Nederland overgebracht waren en bij het ministerie van Buitenlandse Zaken ondergebracht, op te heffen. Het gaat daarbij om verschillende soorten archieven, zoals ‘Rapportage Indonesië’ en ‘Directie verre oosten’.  Andere archieven zoals NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service) en de procureur-generaal van het Hooggerechtshof van Indië, waren al gedeeltelijk openbaar, maar slecht toegankelijk. Het Nationaal Archief heeft een belangrijke rol gespeeld bij het mogelijk maken hiervan.

      Om wat voor stukken gaat het dan eigenlijk? Het meest tot de verbeelding spreekt wellicht het NEFIS-archief, dat door Harry Poeze wordt geïnventariseerd. Het behelst 4000 stukken van gevarieerde aard – het bestaat voor een deel uit ‘voorspelbare bronnen’ zoals inlichtingenrapporten over de belangrijkste politieke spelers Sukarno en Hatta. Maar het NEFIS-archief geeft ook een meer materiële getuigenis van de oorlog, met bijvoorbeeld bebloede notitieboekjes en hoofdbanden, buitgemaakt nadat tegenstanders vermoord waren. Poezes impressie van het NEFIS-archief spoort vooral aan tot verder onderzoek en dat is precies een van de doelen van dit symposium: nu deze archieven open zijn, kan iedereen onderzoek doen en dat onderzoek hoeft helemaal niet beperkt te zijn tot de studie van geweld zoals het KITLV zelf doet. https://www.historici.nl/nieuws/verslag-symposium-oorlog-de-archieven

  7. Arthur Olive zegt:

    Kembang mawar schrijft: Wat ik weer niet snapt waarom na 65 jaar wederom dat oorlogsverleden naar boven wordt gehaald…..leer van het verleden en kijkt positief naar de toekomst….

    Ik kan niet voor anderen schrijven maar ik heb veel geleerd en leer nog steeds veel van het verleden op I4E. Ouwe koeien worden uit de sloot gehaald maar voor mij komen er nog altijd koeien bij die nog nooit uit de sloot zijn gehaald.
    Niet iedereen weet alles al.

    • bokeller zegt:

      Overleven op één ons rijst
      Steunverlening aan Indo-europeanen in Bandoeng

      Etensblik, gebruikt in interneringskamp Bandoeng

      De Indo-europese bevolking van Bandoeng kende tijdens de oorlogsjaren twee grote plagen: angst voor internering, en armoede.
      Wat de internering betreft: aanvankelijk wist niemand wat zou gaan gebeuren. De Japanners wilden eigenlijk iedereen uit het straatbeeld verwijderen die tot het Nederlandse kamp kon worden gerekend, en daartoe behoorden ook de Indo-europeanen.
      Hiervoor was echter te weinig ruimte en bewaking beschikbaar, en te weinig voedsel.
      Om praktische redenen werd daarom besloten tot invoering van een rasregistratie, op basis waarvan het ‘meest Nederlandse deel’, met meer dan 50% blank bloed, alsnog kon worden geïnterneerd
      .
      De definitieve schifting vond plaats in juni 1943, toen de Indo-europeanen werden ingedeeld in acht groepen:
      1: totok-vader en Indo-moeder;
      2: totok-moeder en Indo-vader;
      3: Indo-vader en Indo-moeder;
      4: totok-vader en Indonesische moeder;
      5: totok-vader en totok-moeder, maar in Indië geboren;
      6: Indonesische vader en totok-moeder;
      7: Indonesische vader en Indo-moeder;
      8: Indonesische vader en moeder van andere Aziatische nationaliteit.

      Op basis van deze indeling werden in Bandoeng enkele duizenden Indo-Europeanen behorende tot de groepen 1, 2 en 5 geïnterneerd

      . De andere Indo-europeanen, zo rond de 20 duizend, bleven buiten het kamp.
      Ook voor déze groep was de angst hiermee overigens niet weggenomen.
      Door allerlei Japanse maatregelen werd hun leefomgeving steeds grimmiger; overtreding daarvan leidde tot celstraf en niet zelden tot martelingen.
      Voor de meisjes en jonge vrouwen bestond verder de angst in een bordeel te moeten werken.
      Tenslotte, met de oprichting van werkkampen werden in 1945 alsnog enkele honderden Indo´s in een vorm van ‘vrijwillige’ internering geleid.

      Voedselschaarste
      Voor de Indo-europeanen buiten het kamp stonden de oorlogsjaren verder in het teken van verpaupering.
      In veel gevallen was de man krijgsgevangen gemaakt en bleven vrouw en kinderen achter zonder inkomsten.
      De weinige achtergebleven mannen zaten meestal zonder werk.

      Door voedselschaarste stegen de prijzen snel.
      De Japanners voerden een distributiestelsel in, waarbij iedere bewoner recht had op een rantsoen rijst voor een vooraf vastgestelde prijs.
      Het systeem werkte echter niet goed, omdat de distributeurs zich niet altijd aan de officiële prijzen hielden en het rantsoen naarmate de oorlog vorderde steeds kleiner werd.

      Bijkopen op de zwarte markt was een mogelijkheid; echter ook hier waren de prijzen zeer hoog.
      Een sterke inflatie, tenslotte, maakte dat het weinige spaargeld dat men nog had in korte tijd was opgesoupeerd.

      Ze probeerden te overleven, de Indo’s, zo goed en zo kwaad als het ging.
      De vrouwen bakten koekjes die door hun kinderen op straat werden uitgevent.
      Er werd gehandeld in van alles en nog wat, en alle bezittingen werden omgeruild voor voedsel.

      Het plaatselijke Indo-Comité, onder leiding van Frits Suyderhoud, bemiddelde door brei- en naaicentrales op te richten en andere bezigheden te organiseren die wat extra bijverdiensten konden opleveren.

      De armoede vertaalde zich ook naar de vele verhuizingen. Bijna iedereen verkaste tijdens de oorlog wel één of meerdere keren.
      Sommigen verloren hun woning omdat deze werd gevorderd door de Japanners, anderen konden eenvoudigweg de huur niet meer betalen
      . Vaak verhuisde men dan eerst naar een kleinere woning, en later weer naar een garage of berghok.
      En natuurlijk leidde iedere verhuizing tot spanningen omdat men met steeds meer andere personen ging samenwonen.

      Armenhuizen
      Steun werd geboden door (aanvankelijk) de kerk, de gemeente (in de vorm van voedseluitdeling) en particulieren.
      De in januari 1944 opgerichte Badan Oeroesan Golongan Indo (BOGI),
      ook wel het Indo-Comité genoemd, heeft een leidende rol gespeeld bij veel van de hulpverleningsprojecten.
      Door de BOGI werd een tiental armentehuizen c.q. opvangcentra beheerd.
      In veel gevallen betrof het één of enkele woningen, in enkele gevallen was sprake van wat grotere centra: Dagoweg/Dennenlust en Tjitjadas.

      Van de volgende locaties is bekend dat zij gebruikt werden voor de opvang van verpauperde gezinnen:
      Bronbeek; Dagoweg 143, 149, 183 en 193; Dagoheuvel (Dennenlust); Javastraat 1; Kebon Kawoeng; Merdikalio; Sumatrastraat 33; Tjiateul 26-30; Tjimanoekstraat; Tjitjadas IEV-woningen; Tjitjadas 70; Wilhelmina Boulevard 10.

      Eén van de bewoners van Dennenlust herinnerde zich:

      “Van het complex Tjitjadas kwamen zij in een van de drie armentehuizen in het complex Dennenlust: op nummer 112, later op nummer 56. MevrouwRaedt kreeg er een taak als toezichthoudster. In het bestuur van Dennenlust zaten de dames De Quant en Douwes Dekker.
      Van de bewoners herinnert zij zich mevrouw Jansen, Fransen, en Winkelman.
      Op nummer 112 woonden mevrouw Koester en haar dochters (woonden eerder ook in Tjitjadas), mevrouw Smid (ook uit Tjitjadas), en mevrouw Herfst.
      Al deze dames hadden ook kinderen.
      Dennenlust lag hoog. Het was er koud.
      Zij sliep er met haar zusje en haar moeder onder één enkele deken op oude matrassen op de grond.
      Het schaarse eten was afkomstig uit een gaarkeuken.
      Het gezin breide voor een breicentrale van de Japanners ondergoed en sokken.
      Daarvoor kregen zij dan blikjes met beras.”

      Exacte cijfers m.b.t. het aantal bewoners van armenhuizen zijn niet te geven. Waarschijnlijk in totaal zo rond de 500: een 200-tal op de Dagoheuvel,
      ongeveer 100 in Tjitjadas, en op de andere locaties steeds enkele tientallen.
      Dit betekent ongeveer 5 % van de gehele Indo-europese bevolking van Bandoeng.

      Gaarkeukens

      Armoede onder Indonesische bevolking

      In Bandoeng waren drie gemeentelijke gaarkeukens werkzaam: een Europese, een Chinese en een Indonesische.
      Toen deze op 1 april 1945 werden gesloten, nam de BOGI de Europese gaarkeuken over.
      Deze gaarkeuken, onder leiding van de heer J.H. van der Capellen en mevrouw G.A. van der Capellen – Amaha aan de Kebon Kawoeng, is tot het eind 1945 – toen onder de vlag van hetRode Kruis – in functie gebleven.

      Eén van de jongens die er werkten verklaarde later:

      “Hij wist een baantje in een coöperatieve gaarkeuken voor Indische Nederlanders te krijgen.
      Deze gaarkeukens functioneerden al voordat de Japanners Nederlands-Indië bezetten. Ze waren opgezet in de crisisperiode. In de organisatie van deze keukens speelden de familie Van der Capellen een rol.
      Deze gaarkeuken werd o.a. ondersteund door bijdragen van de Gemeente Bandoeng en door vrijwillige donaties.
      In de oorlogsperiode verzorgde men het eten, dat gratis was, voor de groep Indische Nederlanders die nog niet in een interneringskamp was terechtgekomen.
      Het eten werd centraal gekookt in een gebouw aan de Kebon Kawoengweg achter het spoorwegstation.
      Vervolgens werd het met karretjes naar bepaalde punten in de wijken gebracht vanwaar het verder gedistribueerd werd.”

      De gaarkeuken, bestemd voor de voedselbereiding van de bewoners van de armentehuizen, voorkwam niet dat honger werd geleden.
      De in Bandoeng aan ondergedoken Jan Bouwer schreef in zijn dagboek:

      “7 Januari 1944: Het rantsoen, dat de gaarkeukens verstrekken, is met ingang van 1 januari teruggebracht tot 100 gram gekookte rijst per persoon per dag.
      Dat is dus één ons rijst voor drie maaltijden.

      In de kampong Tjitjadas bij Bandoeng zijn zes Indonesiërs op Nieuwjaarsdag gearresteerd wegens het hamsteren van rijst.
      Twee van hen zijn doodgeranseld en de vier anderen ernstig gewond.
      Men liet hen als afschrikkend voorbeeld aan de kant van de weg liggen.

      Volgens de berichten uit de krijgsgevangenen- en burgerkampen is het rijstrantsoen aldaar teruggebracht tot 70 gram per dag per gevangene.”

      Een terugblik
      Dankzij de steunverlening hebben de Indo-europeanen het gered. Een enkel gezin verloor een kind door ziekte of ondervoeding, maar daar bleef het in de meeste gevallen gelukkig bij.

      Terugkijkende zullen echter alle betrokkenen moeite hebben zich over deze periode te uiten.

      De voedselverstrekking was absoluut ontoereikend.
      Ook het gebrek aan medische zorg komt in alle verhalen naar voren.
      In vergelijking met de Molukse groep kan worden gesteld dat deze laatste al veel eerder terechtkwam in opvanglocaties.
      Bij de Molukkers was daardoor meer sprake van een collectieve ervaring; de Indo-europeanen ondergingen een proces van verarming op individueel, c.q. gezinsniveau.

      Tenslotte, de Molukkers werd onderdak geboden door de bezetter.
      Bij de Indo-europeanen was sprake van opvang door burgerinitiatief en gemeente.
      Beide groepen hadden gemeen dat ze terechtkwamen in een neerwaartse spiraal van verarming en verpaupering.
      Natuurlijk is dit niet los te zien van de algemene oorlogsomstandigheden in Bandoeng.
      De Indonesische bevolking had het niet minder slecht.
      Zíj echter had misschien misschien nog hoop op betere tijden,
      gevoed door de gedachte aan merdeka.
      x
      Bronnen:
      Jan Bouwer, Het vermoorde land. (Van Wijnen, Franeker, 1988).
      Suyderhoud, F., Aantekeningen, NIOD IC-064051.
      siBo

  8. Weer zo’n mosterd na de maaltijd onderzoek

    • bokeller zegt:

      Hier heb je er nog één met vraagtekens,
      Deze Zaterdag 25 Febr. te 21.20u op
      Andere tijden NPO1,Indie
      De mensen die in Andere tijden vertellen,
      behoren tot de groep net onder de blanke top.
      Nederlandse staatsburgers, maar van gemengd bloed.

      De bezetter besloot dat deze Indo’s gelijk aan de
      Indonesiërs waren en niet hoefden te worden
      geinterneerd etc. etc.

      Staat wel een naam bij Fons van Westerloo {?)
      siBo

      • Jan A. Somers zegt:

        “behoren tot de groep net onder de blanke top” Klopt wel, waarom hebben die anderen zich niet aangemeld? Ik heb dat ook aangekaart tijdens het interview. Maar die man wist dat ook niet te vertellen.

        • Loekie zegt:

          Nou, toen de oorlog uitbrak waren het tieners, zeg 15 jaar oud. Op die leeftijd is het wellicht wat moeilijk om zich net onder de top te bevinden.
          Nu zijn ze rond de 90 jaar oud en zoveel 90-jarigen die nog sound of mind zijn en zich nog behoorlijk kunnen uitdrukken, zullen er niet zijn.

  9. HES zegt:

    Wat een geluk en verademing voor nuchtere stemmen, o.a. “Cezar” en “Kembeng mawar” (Rode Bloem ?) Een Duits lied, heb die gehoord als kind thuis in Tegal, “Was gibt’s nur einmal das kommt nicht wieder”. Aandacht aan ‘vandaag’ is belangrijker dan gezeur over ‘tempo dudlu’.
    Geen geld ter wereld kan vergoeden wat wij hebben geleden en verloren.

  10. Ronald zegt:

    Wordt er nu eindelijk ook eens aandacht besteed aan de misstanden van de Indonesische vrijheidsstrijders? Misdaden tegen burgers, oorlogsmisdaden honderdvoudig wat de Nederlandse soldaten hebben gedaan. Ik ben zoon van een Indië-ganger en beleef het oorverdovende zwijgen van mijn vader nog steeds, een voortdurende bron van spanning in het gezin waar ik in opgroeide. Ik heb een vriend die als Indo de Bersiap-periode heeft meegemaakt en daar 60 jaar na dato volledig van door is gedraaid. Maar ja, Indonesië heeft er geen baat bij om gegevens te verstrekken en er zal dus wel niks van terechtkomen. We zullen politiek correct wel weer alle schuld op ons nemen, hoewel “ons”? de jonge mannen die door de regering werden gestuurd om te doen wat helemaal niet kon en daar op vele manieren de tol voor hebben moeten betalen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s