De weeskinderen van de VOC

Wat is er vier eeuwen later over van de contacten tussen de mannen van de VOC en de inheemse bevolking? Hoe verging het de overlevenden van de schepen die voor de kust van West-Australië schipbreuk leden? Legden ze contact met de inheemse bevolking? Hoe keek de oorspronkelijke bevolking naar de families Wouthuyzen en Joostensz, die zich rond 1650 in de Molukken op het minuscule Indonesische eilandje Kisar vestigden om te fungeren als de ogen en oren van de VOC?    Bron: De weeskinderen van de VOC

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

8 reacties op De weeskinderen van de VOC

  1. wal suparmo zegt:

    Op de eilang KISAR zijn er 10 familie namen( soals die in DEPOK).O.a.JOOSTENSZ, COFFIN enz.Mensen met blond haar en blauwe ogen maar het zijn INLANDERS,met met geen enkele recht voor Europeanen toen geldig in Nederlans Indie.

    • Jan A. Somers zegt:

      Zijn die kinderen misschien niet geëcht door hun biologische vader? Dan bestaan ze ook niet in de Europese registers. In een oude Franse film was er een jongetje dat geen dossier had. Probleem! (Les enfants du paradis?)

      • bokeller zegt:

        Op één van de kleine Soenda eilanden
        werd jl.nog een vergeten Portugese Buitenpost
        ontdekt,waar de bemanning in de loop der jaren
        zich vermengde met de bevolking aldaar.
        Misschien komt er nog meer boven water.
        siBo

  2. PLemon zegt:

    Om een indruk te geven over het gebied dat de VOC bestreek…., de personele bezetting en sexuele moraal.

    *** De VOC had in 1625 ongeveer 4500 Europe- se dienaren in Azië, in 1687/88 was dit aantal, inclu- sief een 500 dienaren aan de Kaap, 16.000. Voor de achttiende eeuw worden deze getallen, afgerond op 500, berekend op 18.000 in 1700, 25.000 in 1753 en 18.500 in 1780.(3) Men kan gevoegelijk aannemen dat d it prak- tisch allemaal mannen waren. De Compagnie had in de Oost soldaten, zeelieden, ambachtslui, schrijvers en handelslieden nodig en daarom lie t z ij in het algemeen alleen mannen toe op de schepen die naar Indië voeren. De VOC stond slechts aan kooplieden – dat was de hoog- ste rang in de hiërachie voor de handel – toe vrouwen kinderen mee te nemen.
    Voor de ongehuwde mannen waren er voor de sexuele contacten drie vormen: z ij konden prostituées bezoe- ken, z ij konden een concubine nemen of z ij konden te r plaatse trouwen. P rostitutie was in de Oost niet on- bekend; in Batavia had zij zulke vormen aangenomen dat ‘onbeschaamde vrouwen’ zelfs de schepen die op de rede lagen, bezochten. In de statuten van Batavia van 1642, de wetgeving door Gouverneur-Generaal en Raden voor de Nederlandse vestigingen in Azi~, werd d it expliciet verboden.(9) Europese mannen konden v rij gemakkelijk concubines en echtgenotes vinden in de Nederlandse nederzettingen met een kolonie van gemengd bloedige Indo-Europeanen, aanvankelijk meest Indo-Portugezen, later ook Indo-Nederlanders, maar waar een dergelijke gemeenschap ontbrak, waren z ij aangewezen op Aziatische vrouwen. Vooral de godsdienst wierp daarbij barrières op. Een moslim of hindoe vrouw die samenleèfde of huwde met een Europeaan, verbrandde a lle schepen achter zich. Door een dergelijke rela tie trad z ij u it haar eigen samenleving en cultuur. Op hun beurt konden de Europeanen in dienst van de VOC, wat hun privé leven aanging, niet in een moslim of hindoe gemeenschap opgaan zonder hun betrekking op het spel te zetten. Dat was gewoonweg ondenkbaar. De VOC was een Europese en daarom christelijke organisa- tie ; haar Europese dienaren moesten per defin itie christen zijn. Voor dienaren van de VOC was het pro- bleem vrouwen te vinden die het leven met hen wilden delen, binnen de marges die de Compagnie voorschreef.
    Uit : DE VERENIGDE OOSTINDISCHECOMPAGNIE CONCUBINAAT EN HUWELIJK
    h.k.s’jacob
    H.K s’Jacob is wetenschappelijk hoofdmedewerker bij de vakgroep Nieuwe Geschiedenis aan de R ijksuniversiteit Groningen.

    • Jan A. Somers zegt:

      De Compagnie was heel ver verwijderd van de Bewindhebbers in de Nederlanden. Wat niet ziet, wat niet deert! De Compagnie zocht zijn eigen weg. Bijvoorbeeld Ceylon: Huwelijken met inheemse vrouwen werden aangemoedigd, dit was goedkoper dan het laten uitkomen van gehuwden. En dat Christelijk gehalte van de dienaren van de VOC kon toch ook niet worden volgehouden. Dat zocht de Compagnie zelf wel uit. Al op 7 oktober 1623 schreef Carpentier dat Hollandse vrouwen niet konden aarden en ook veel te verdorven waren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s