Kaneel en olifanten –
Sri Lanka en Nederlands sinds 1602 van Lodewijk Wagenaar
Ruim anderhalve eeuw was de voc koloniaal bestuurder over het kustgebied van Sri Lanka – vanaf de verovering van Galle in 1640 tot aan de Engelse overname van de kolonie in 1796. De koning van het binnenlandse rijk Kandy had de Nederlanders uitgenodigd om te helpen de Portugezen van het eiland te verjagen. Het resultaat was echter dat de machtige bondgenoot Raja Sinha II en zijn opvolgers op hun eigen eiland gevangen hield. Tandenknarsend moesten zij toezien hoe de machtige VOC de rijke opbrengsten van de uitvoer van kaneel en olifanten voor zich hield en niet bereid was het koninkrijk Kandy ook maar enigszins te laten delen in de rijkdommen van het eigen land.
Lees ook dit artikel.
Een artikel van Remco Raben in 2006
Anti-Chinese_Violence_in_the_Indonesian Revolution :
The violence against Chinese during the revolution is only one of the many examples of large-scale violence during the Indonesian revolution. If mentioned, it is in passing, and it has received little thorough analysis. The circumstances of the violence is often shrouded in legend and neglect. Much Dutch literature tends to concentrate on the experiences of the Dutch nationals and the political debates during the revolution, while Indonesian writers have, until recently at least, shown little interest in the acts of violence that were perpetrated in the shadow of the formal revolution. Studies of Indonesian-Chinese communities that appeared in the early 1960s hardly mention the hardship, fear, and worse of the late 1940s.





















































Opmerkelijk is dat Boeroeng juist dat artikel van dhr. Remco Raben uit 2006 citeert. Dhr. Remco Raben heeft recenter (2011) een meer afgewogen artikel over hetzelfde onderwerp geschreven ” Het Geweld van de Bersiap” voor historischnieuwsblad.nl
Hij is dus een niet-gewoon-Indsiche Hoogleraar geworden en ik ben benieuwd of hij enkele brandende onderwerpen gaat aansnijden. Ik noem bvb het vraagstuk van het aantal Nederlandes maar ook Chineze doden in de Bersiaptijd. Indonesiers mogen hun doden tellen. Dat zou een leuk initiatief kunnen worden waarbij dhr Remco Raben ook samenwerking met Indonesische onderzoekers kan zoeken, gewoon een particulier initiatief, hij wordt tenslotte gesponserd door ons Indisch HerinneringsCentrum.
Daarnaast is de Betrokkenheid, i.c. het Nederlands-Indisch stilzwijgen in de Bersiapperiode ook zo’n brandvraag. Wat heeft Van Mook als lt-GG maar ook de politici in Den Haag met de doden gedaan of beter gezegd waarom hebben ze niks gedaan?
En dan blijft over het heikele punt van het raciaal woordgebruik van Generaties (1…4/5) Indische Nederlanders in samenhang met de Zwarte Piet discussie. Dat lijkt me wel een wel een aardig en ook verhelderend onderzoe, maar misschien is dat meer voer voor psychologen..
Maar ik denk niet dat dhr Raben zich gaat snijden aan zulke sambalbrandende onderwerpen anders was het al lang en breed gedaan. Hier is sprake van een algemeen stilzwijgen, dus dat is niet kenmerkend voor het Indischstilzwijgenzijn, in tegendeel.
Ik verwacht van dhr Raben meer onderwerpen als het Thuis en Indisch Gevoel, mijn Terugkeer. Want echt houtsnijdende ondewerpen worden door Buitenlanders behandeld, zoals prof Cribb of die Zwitser dhr LImpach die zo mooi over de koloniale oorlog schrijft, hoop ik. Het proefschrift is vorig jaar in Zwitserland besproken en ze hopen dat de publicatie van het proefschrift ergens in Augustus, 15 Augustus soms? zal plaatsvinden, de postkoets heeft zeker vertraging opgelopen.
Of misschien kan dhr Raben onderzoeken wanneer de biografie van Kap.t Westerling uitkomt, Dat wordt, dacht ik al jarenlang uitgesteld en U weet van uitstel komt afstel. We hebben het dus over Geschiedenis. L’histoire se repète.of iets dergelijks in het Japans.
Voor de liefhebbers,keus te over.
http://www.archive.org/stream/registeropdearti00lemb/registeropdearti00lemb_djvu.txt
siBo
Het is verbazend dat de vorst blijvend heeft ingestemd met verdragsbepalingen die hem niet alleen beroofden van belastinginkomsten, maar ook met inbreuken op zijn soevereiniteit. Waarschijnlijk zag hij het nut van de voordelen zwaarder in. Sri Lankaanse auteurs als Goonewardena en Arasaratnam komen niet ver in hun pogingen tot een verklaring vanuit Ceylonees perspectief. Het VOC-bestuur in Colombo was overigens een belangrijke concurrent voor Batavia.
In Nederland is (was?) er een grote vereniging Sri Lanka-Nederland, waar Van Goor veel aan heeft gedaan. Ik ben eens bij zo’n bijeenkomst geweest, waar redelijk veel ‘Nederlands’ werd gesproken. Dat was nog in de tijd van de burgeroorlog tussen de Tamil- en Singalese bevolkingsgroepen, die dertig jaar duurde. Met tienduizenden slachtoffers.