Indisch in Beeld

OpeningTsepering2small
Mail: “Foto van de feestelijke opening van de suikerfabriek Tjepiring (ca.
1917). Ik ben benieuwd of er lezers zijn die gezichten hierop herkennen.
Diverse leden van mijn eigen familie van moeders zijde (Keijner-Kerrebijn) zijn hier opgegroeid en hebben er gewerkt, maar helaas zie ik zelf geen bekende gezichten.
Ik ben benieuwd naar de reacties.”
Mijn hartelijke dank en groetjes, René van Haasen

Dit bericht werd geplaatst in Indisch in Beeld. Bookmark de permalink .

28 reacties op Indisch in Beeld

  1. Pierre de la Croix zegt:

    Ik denk dat ik dezelfde foto heb gezien in een bijdrage van Leonie van Haalen – Röell, ik meen een dochter van de administrateur (top baas) van de fabriek, op Java Post, mei vorig jaar.

    Volgens Leonie was dat een foto van het jaarlijkse maalfeest, genomen net vóór de oorlog, dus niet bij de feestelijke opening in 1917.

    Wellicht dat u via Javapost in contact kunt komen met Leonie. Zij moet dacht ik nu een meisje zijn van in de tahetig. Misschien weet zij nog wat namen te noemen.

    Ik heb na de oorlog als jongen vaak gelogeerd op Tjepiring, bij de families Eekhout en Niehoff. Het jongste zusje van Leonie, Ennie van ongeveer mijn leeftijd, heb ik daar nog even leren kennen. Ook herinner ik mij uit die tijd een meisje Mehlbaum en jongens Löffler en Lentz, ouder dan ik.

    Pak Pierre

    • Mehlbaum zegt:

      Een meisje Mehlbaum, dat moet mijn tante zijn.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ik logeerde in de jaren 1947 – 1952 op Tjepiring. Eerst bij mijn tante en oom Eekhout (zoon Carl) en later bij de familie Niehoff (zoon Edu).

        De meisjes Mary en Irene (Reentje) Mehlbaum heb ik bij die logeerpartijen leren kennen. Irene vond ik wel aardig. Zij was geloof ik van mijn leeftijd (ik ben nu 77) of ietsje jonger, Mary was ouder. Uw tantes?

        Irene heb ik nog in NL terug gezien, mogelijk op de begrafenis van tante Pop Eekhout, ergens in de tachtiger jaren v.d.v.e.

        Pak Pierre

        • Anoniem zegt:

          Beste Pierre,

          Mary en Irene zijn inderdaad mijn tantes, althans de tantes van mijn man. Ik heb tante Reen gelijk gebeld, toen ik je bericht kreeg. Ik zal het voor haar uitprinten en opsturen.
          Ken je toevallig ook hun broer Ruud Mehlbaum?

        • Anoniem zegt:

          Wat interessant om dat allemaal te lezen over de suikerfabriek in Tjepiring. Jullie praten over de Mehlbaums en een meisje Mehlbaum. Dat meisje moet één van de 2 zussen (Mary of Irene Mehlbaum) van mijn overleden schoonvader (Ruud Mehlbaum) zijn. Kinderen van volgens mij Guus Mehlbaum en Helena Mehlbaum-van Rosmalen.
          Ik kan ze niet terugvinden op de foto, hoewel ze er ongetwijfeld op zullen staan.
          Zelf zijn we in 2000 naar Indonesië geweest en hebben een bezoek gebracht aan de suikerfabriek. Mooi om te zien waar de familie van mijn man gewoond en geleefd heeft. De oude foto’s te kunnen vergelijken van het hoofdgebouw het zwembad.

  2. masrob zegt:

    Het is een mooie foto die uitnodigt tot lang kijken en ontdekken: de Europese mannen met de strooien hoed in de hand, de vrouwen met de hoeden op, in tegenstelling tot de Javanen zitten zij op stoelen… D

    e sandalen vooraan met gekrulde uiteinde…. de eenzame paraplu die er ligt, de Javanen getooid met blangkon.. alleen degene die vooraan rechts zitten blootshoofds.. ook de enige Javanen (?) met broek. Zoals gebruikelijk zitten alleen mannen aan bij een selamatan…

    Rechts achteraan zijn een aantal jongens met halflange broek te zien, ook zonder hoofddeksel maar één houdt zijn strooien hoed in de hand. Het lijken toch geen Javanen te zijn, Indo-Europese jongens?

    • Pierre de la Croix zegt:

      Ja, ik houd ook van foto’s kijken. Vooral oude foto’s. En dan de beelden interpreteren, mijn fantasie de vrije loop laten.

      Deze foto. Een tijdsbeeld, of het nu van de opening in 1917 was of van een van de laatste vooroorlogse maalfeesten. De (Indo) Europese toeans in pakean deftig op stoelen. De inheemsen zittend op de grond, ongetwijfeld in volgorde van rang en stand, de mandors in een betere positie dan de gewone koelies. Wie het tafereel als typisch “koloniaal” zou willen bestempelen, die vergist zich dus. Zij/hij moge bedenken dat de onderlinge hiërarchische verhoudingen tussen inheemsen, in dit geval Javanen, vaak nog veel strikter waren dan die tussen blank en bruin, zeker aan de Solose en Djokdjase hoven. Multatuli heeft over die onderlinge verhoudingen ook een boekje open gedaan.

      Indo-Europese jongens op de foto? Zeker in de na-oorlogse tijd waren er nogal wat Indo-Europese employé’s op Tjepiring. Mijn Oom Poel (Paul) Eekhout was er eentje. Eerste machinist. Kreeg de fabriek na zijn krijgsgevangenschap in Japan en enige avonturen als KNIL-militair op Celebes weer aan het draaien, met zijn “toekangs”. Moest daarvoor de omliggende kampongs in om her en der verspreide machine onderdelen te recupereren, een karweitje dat niet zonder risico was. Maar Oom Poel was een jongen uit de streek en sprak vloeiend Javaans. Zijn moeder, die ik nog heb gekend als “Oma Sembong”, woonde in het naburige Kendal. Zijn dochter Ger, nu ver in de tahetih, heeft daar nog op de Lagere School gezeten, samen met de latere bisschop van Rotterdam, Biroeang.

      De administrateurs – zeg maar de CEO’s – van de onderneming waren witneus. Dat was wel zo vertrouwd voor de aandeelhouders. Zij woonden in het grootste huis op het terrein, , de “Besaran” genoemd. Voor de oorlog was er Ir. Gus Schäfer, van huis uit Zwitser. Zijn directe opvolger moet Jhr. Röell zijn geweest, vader van Leonie en Ennie. Daarna weet ik niet meer. “Sf” werd “PG” (Perusuhan Gula) Tjepiring en er zal wel een Indonesiër kepala zijn geworden. Tjepiring is een tijd erg verwaarloosd geweest, maar schijnt nu weer goed te putar.

      Terug naar die Indische families op Tjepiring. Naast de reeds genoemde Niehoffs, Eekhouts, Mehlbaums en Lentzen (mijn meervoud voor Lentz) was er nog de familie Mollet en als ik mij niet vergis ook de familie Von Winkelmann.

      Tjepiring was een dorp op zichzelf. Employé’s woonden met hun families op het terrein, de “compound” zou men nu zeggen. De kinderen gingen per schoolbus in Semarang (33 km) op school. Eerst in de bak van een omgebouwde vrachtwagen, overdekt met stevig kippengaas voor de veiligheid. Dat vervoermiddel werd dan ook gauw “kandang ajam” genoemd. Later kwam er een heuse bus. Verder waren er een zwembad en tennisbanen. Na de oorlog was het leven er niet ongevaarlijk. Ondernemingen en hun personeel waren gemakkelijk doelwit voor “de extremisten”. Gewapende “ondernemingswacht” aan de poort versterkt met zandzakken en op patrouille in de velden.

      In die na-oorlogse tijd was Semarang, waar ik woonde, een relatief veilige enclave. Daar buiten was het “front”. Daar werd gevochten. Daar werd gerampokt, ontvoerd en gemoord. Het betekende dat er niet veel uitjes waren weggelegd voor opgroeiende kinderen zoals ik. Ik prees mij dan ook gelukkig als ik op Tjepiring mocht logeren, eerst bij (wijlen) Carl Eekhout, later bij mijn HBS-vriendje Edu Niehoff. Iedere dag ongelimiteerd zwemmen, rijden met de dressine, rondneuzen in de grote bèngkèl waar Oom Poel en zijn toekangs bezig waren aan de 2 stoomlocomotiefjes, of gewoon donderjagen op het fabrieksterrein. Wat heb ik die jongens en meisjes benijd die er permanent mochten wonen!

      Pak Pierre

      • René van Haasen zegt:

        Leonie van Haalen – Röell ken ik van http://javapost.nl/2013/04/15/the-military-in-tjepiring/. Ik heb geprobeerd contact met haar te maken, maar tot dusver geen resultaat.
        De foto heb ik gekocht van http://media-kitlv.nl/. Het onderschrift heb ik ook overgenomen daarvan. Ik heb nog nergens anders gelezen wanneer de suikerfabriek precies is geopend, dus ik hou het voorlopig op ca. 1917.
        Bedankt voor je uitvoerige reactie trouwens! De naam Eekhout klinkt mij bekend in de oren; is vast en zeker een keer genoemd door mijn moeder, alleen herinner ik me niet in welk verband. Tjepiring ligt voor de hand, denk ik.
        Ken je trouwens het boek ‘Fifty Years of Silence’ van Jan O’Herne. Ook zij is opgegroeid op de s.f. Tjepiring en in haar boek vertelt ze over haar geweldige jeugd. Ik heb een kaartje van haar gekregen (uit Australië) waarop ze schrijft dat ze zich mijn moeder en haar familie goed kan herinneren, bijv. haar vader als ‘weegbrugger’. De opa van mijn moeder was een machinist.
        Ik ben trouwens het boek in het Nederlands aan het vertalen voor een geïnteresseerde oom van me die het Engels niet machtig is. Jan O’Herne is tijdens de Japanse bezetting van Indonesië een ‘sex slave’ geweest oftewel een ‘troostmeisje’ en het boek heeft ze geschreven na vijftig jaar gezwegen te hebben over haar ervaringen van toen. Ze zet zich (naar mijn weten) nog steeds in voor erkenning en genoegdoening van de vele ‘troostmeisjes’ (vreselijke naam eigenlijk!). zie bijvoorbeeld; http://www.youtube.com/watch?v=Mard9WrYn2I (Engelstalig).
        Ik hoop nog vele reacties te krijgen over Tjepiring!
        René

        • Pierre de la Croix zegt:

          Nou …. als de opa van uw moeder machinist was, dan zou hij – of uw moeder – mijn Oom Poel Eekhout (een hele goede “oom”, maar geen bloedverwant) gekend moeten hebben. Oom Poel klom op Tjepiring op tot 1ste machinist, direct na de oorlog. Hij was – ten onrechte – de bescheidenheid zelve, noemde zichzelf “ook maar een toekang”.

          Een dochter van de Eekhouts leeft nog, nu 86 jaar. Met haar heb ik goed contact. Ik had de indruk dat zij nog contact had met Leonie van Haalen – Röell die in Zwitserland woont. Zal eens vragen. De familie O’Herne kent ze natuurlijk ook.

          Ik heb haar die foto, vorig jaar gepubliceerd op Java Post bij het verhaal van Leonie Röell, laten zien. Ze herkende niemand. Maar ja, net voor de oorlog was ze ook maar een meisje van 12, 13 jaar.

          Misschien is die foto toch van de opening in 1917 en niet van een maalfeest net voor de oorlog. Aan de kleding van vooral de hoge toeans (streng “witte jas toetoep”) te zien, zou het best zo kunnen zijn.

          De familie O’Herne heb ik zelf niet gekend (ik ben van 1938). Het waren goede vrienden van de Eekhouts. Een jongen uit het gezin O’Herne (broer van Jan Ruff- O’H) heeft het in NL nog gebracht tot brigade generaal.

          Andere namen van (Indo) Europese Tjepiringers zijn mij nog te binnen geschoten: Löffler (zoon Jörgen), Vogeler (dochter Irma), Bernet(t?), alias Bètèt (dochter Lizzy).

          Over René van Haasen gesproken: Mijn compagniescdt op de Legerplaats “De Wittenberg” (1962 – 1963) was een Indische jongen Van Haasen. Voornaam weet ik niet. Voor de eenvoudige sergeant die ik toen was deed het er ook niet toe. Mede dankzij deze Van Haasen mocht ik naar de officiersopleiding. Familie?

          Pak Pierre

        • Martin Helmantel zegt:

          Ik heb vorig jaar de dochter en kleindochter van Jan O’Herne leren kennen. Mijn kinderen hebben meegespeeld in een (korte) verfilming van het boek van Jan O’Herne. Dit heeft nogal indruk gemaakt op mijn kinderen (en op mijzelf), vandaar dat we allerlei plekken uit het boek willen bezoeken. Weet u het adres van SF Tjepiring?

        • Boeroeng zegt:

          Hoera voor de digitalisering. Hiep hiep internet. En veel dank archivarissen !
          Onderstaande is uit een boek van 1939.
          Er staat: Gelegen: a/ grooteweg Semarang-Cheribon op 4,5 km v/ Kendal en 35 km v/ Semarang.

          Zie ook dit: http://opreis.crossmarx.nl/update/29/michel—18-01-2012-10-00—java—cipiring
          Zoek op het internet ook onder de namen cepiring en cipiring.
          Er maar gewoon heengaan en te Kendal een taxi nemen. De chauffeur moet het toch wel weten ?

      • Peter Mollet zegt:

        Klopt Pierre, de heer Mehlbaum was collega van mijn pa..is tragisch om het leven gekomen. Programmamakers Andere Tijden willen over Tjepiring een programma maken. Zijn er nog Eekhouts, Mehlbaums, enz die er nog over kunnen praten? Ik was te jong ..

        • Pierre de la Croix zegt:

          @ Peter Mollet.

          lk klim maar even uit mijn schuttersputje om je te antwoorden, Peter. Ja, ik herinner mij goed het bericht van de moord op vader Mehlbaum. Het waren woelige tijden. Kasian Reentje en Mary.

          Je familie woonde naar ik meen in het zelfde rijtje huizen als de Eekhouts. Zij woonden als ik me niet vergis aan het einde (of begin zo je wilt) van het straatje met mooie na-oorlogse employé woningen. Misschien heb ik je tijdens mijn logeerpartijen bij de Eekhouts, later bij de Niehoffs, nog gezien in je hansop, maar je was te klein om aandacht aan jou te besteden! Hoogstens om je een ketak (djitak) te geven als je lastig werd. In welk geval: Sorry!

          Eén van de programmamakers waarover je schreef heeft contact met mij opgenomen. Ze komt a.s. maandag bij mij thuis voor een partijtje “brain picking”.

          Tenslotte je vraag: Ik onderhoud nog steeds contact met Gerrie (Gerarda) van Hek – Eekhout, still going strong op haar 92ste. Zij heeft tot haar 14de (1942!) op Tjepiring gewoond. Daarna nog een tijdje met haar moeder en broer Carl bij ons in Semarang ingewoond. Zo ging dat in die tijd. Papa Eekhout die na de oorlog als 1ste machinist de fabriek van scratch opbouwde (ik heb daarvan nog foto’s gekregen van zijn kleinzoon), zat toen in Japan. Niet voor zijn plezier overigens.

          Meer weet ik niet, maar als je contact wilt, dan moet je maar aan Boeroeng mijn mailadres vragen. Hij weet natuurlijk dat het zonder mijn toestemming niet mag.

          Nu gauw terug naar de veiligheid van mijn schuttersput, voordat de kogels me om de oren vliegen.

          Pierre de la Croix

        • Arthur Olive zegt:

          Pak Pierre, leuk om wat van u te horen voordat het saai wordt.
          In Manokwari was er ook een fanilie Mollet. Ik zat samen met Irma Mollet op school.

        • Pierre de la Croix zegt:

          @ Arthur Olive

          Ik heb alleen op een persoonlijke vraag aan mij gereageerd, Arthur.

          Overigens ….. die Irma Mollet zou best eens eentje uit het Tjepiringse gezin kunnen zijn geweest, maar dat kan Peter het beste weten. Op de fabriek was er ook een familie Vogeler, waarvan een dochter ook Irma heette.

          Schiet me ineens wat te binnen uit het verleden. In Indië was het gebruikelijk iedereen een bijnaam te geven. Vaak een verbastering van iemand’s werkelijke naam of een (vrije) vertaling daarvan in het Maleis of Javaans. Zo werd Kalman “Kolak pisang”, Sauhoka “Bazooka”, meneer Kortekaas “Toean Kèdjoe Pèndèk”, en de arme gesneuvelde broers Varkevisser (zie elders op de site) zouden waarschijnlijk door het leven zijn gegaan als “Parkepisser”.

          Zo lag het voor ons kinderen in Tjepiring voor de hand om van Mollet “Monjèt” te maken.
          Sorry Peter M., wij waren jong en wisten niet beter.

          Nu maar weer gauw in de onderduik.

          So long.

          Pierre

    • bokeller zegt:

      masrob zegt:
      8 juni 2015 om 08:16
      Het is een mooie foto die uitnodigt tot lang kijken en ontdekken: de Europese mannen met de strooien hoed in de hand, de vrouwen met de hoeden op, in tegenstelling tot de Javanen zitten zij op stoelen… D

      Masrob, Ik kijk met veel plezier terug op oude foto’s,
      Mss.omdat ik het zelf diverse selamatans van nabij had
      meegemaakt. De Ombllinmijnen .het leger ed.
      dan zie ik ,dat ook Indonesische dames hierbij aanzitten,zie
      een kind rechts en zonder ”blangkong” uiters rechts de dames.
      De ”jongens”rechts achter zijn de djongos om het eten te regelen
      en geen hoed maar presenteerblad.
      Tjsa de stoelzitters , is nmm. een vorm van beleefdheid, want
      stel je voor dat deze personen naar lands gebruik op de mat plaats zouden
      gaan nemen. Binnen 10 minuten krijg ze beslist rek en strek problemen.
      De Javaan kan wel op een stoel plaats nemen en dan nog zonder
      enige zit problemen.
      Hierbij kan ik het natuurlijk grandioos naast zitten maar zo
      zie ik deze heel interessante foto uit een ver verleden.
      siBo

      • Martin zegt:

        Geachte Boeroeng,

        Excuses voor de vertraagde reactie. Ik ben inmiddels naar Semarang en omstreken geweest. Inderdaad ook de suiker fabriek bezocht. Zeer indrukwekkend. Het complex is nog aardig in tact. Enig idee of er ergens bekend is welke families in welk huis op het complex hebben gewoond?

      • Bung Tolol zegt:

        Toch leuk dat die ouwe Zeemaaranger uit Zemarang effe zijn kop boven het Hollandse maaiveld durft uit te steken ,toch dapper want overal in dat Hollandse maaiveld loeren Indische sluipschutters ,die je vanuit hun palmbomen genadeloos neerknallen ! Ook nog een mazzel dat Almere geen code rood heeft gekregen van Belgie en Duitsland ,terwijl “”Grote broer “” Amsterdam een vuurrode kaart op zak heeft .Nou beweren alle Amsterdammers dat ze toch echt uit Almere komen !

  3. René van Haasen zegt:

    @Pak Pierre:
    Ik hoop dat je iets te weten komt via die dochter van van Eekhout. Het zou leuk zijn om van verschillende mensen de herinneringen aan Tjepiring te lezen, vooral als ze leden van mijn familie gekend hebben. Het is vreemd, maar het is met name die vooroorlogse tijd die me fascineert; wat moet dat toch een bijna paradijselijke situatie zijn geweest voor de totoks en Indo’s. Maar wat een breekbare werkelijkheid eigenlijk, een luchtbel die elk moment uit elkaar kon klappen. En geklapt heeft hij en hoe!
    Is mijn fascinatie een soort uitgestelde weemoed die ik heb geërfd van mijn ouders, het ‘verjaagd zijn uit het groene paradijs’. Ik weet het niet. Een paar jaar geleden ben ik begonnen met een stamboom van mijn familie; een belofte die ik mijn (inmiddels overleden) moeder gedaan heb. Zij herinnert zich als kind een muurschildering van de familiestamboom bij haar opa (de gepensioneerde machinist) Keyner in Weleri. Uren kon ze daarnaar kijken en zich verwonderen!
    Van haar heb ik de belangstelling voor de geschiedenis van onze familie meegekregen, vandaar.
    O ja, wat je opmerking betreft over de militair Van Haasen op ‘De Wittenberg’, dit doet helemaal geen belletje rinkelen. Mijn eigen (overleden) vader Jan van Haasen was adjudant bij de landmacht (oude KNIL-man, en Birma-overlevende), maar hij was gelegerd in Breda op diverse kazernes. Ik kan me verder geen andere militair Van Haasen herinneren, maar ik zal eens navragen. Wordt vervolgd hopelijk!

    René

    • Boeroeng zegt:

      René..

      Je hebt deze gegevens al?
      Kwartierstaat van Vera Geertruida Keyner

    • Pierre de la Croix zegt:

      Weleri, Kaliwoengoe, Kendal. Allemaal gehuchtjes in de buurt van de suikerfabriek. Daar stroomde ook de brede kali Bodri richting Javazee. Achter de fabriek was een strandje, Pasir Koetjing als ik mij goed herinner. Ik was toen ook maar een katjong van 10 – 12 jaar.

      In Semarang waar ik woonde stikte het van de Keyners. De laatste van die familie die ik heb gekend werkte na zijn komst in NL en militaire dienst (rond 1953) zijn hele leven als boekhouder bij de coöperatie Friesland (later geloof ik opgegaan in DMV Campina) in Leeuwarden. Dat was Leo, roepnaam “Ting”. Al een jaartje of 10 geleden overleden. Hij was getrouwd met Janie Manuel, een Semarangs meisje, ook al bij God in den hemel. Zijn broer heette Henk, maar werd “Tong” genoemd. Ooit verkering gehad met een van mijn stiefzusters, Winny Rader (+). Dan waren er van die Keyner-tak nog de zusters Mona en Ellie. Allen woonden in Semarang op “Sompok”. Meer weet ik niet.

      Ik zal dochter Eekhout nog eens bellen. Onder meer voor jou zien of ze nog recent contact heeft gehad met Leonie van Haalen. Ook Leonie was net voor de oorlog een meisje van rond de 12 jaar.

      Tja … de spoeling is heel dun geworden ….

      Pak Pierre

  4. Mehlbaum zegt:

    Beste allemaal,

    Wat interessant om dat allemaal te lezen over de suikerfabriek in Tjepiring. Jullie praten over de Mehlbaums en een meisje Mehlbaum. Dat meisje moet één van de 2 zussen (Mary of Irene Mehlbaum) van mijn overleden schoonvader (Ruud Mehlbaum) zijn. Kinderen van volgens mij Guus Mehlbaum en Helena Mehlbaum-van Rosmalen.
    Ik kan ze niet terugvinden op de foto, hoewel ze er ongetwijfeld op zullen staan.
    Zelf zijn we in 2000 naar Indonesië geweest en hebben een bezoek gebracht aan de suikerfabriek. Mooi om te zien waar de familie van mijn man gewoond en geleefd heeft. De oude foto’s te kunnen vergelijken van het hoofdgebouw het zwembad.

    Gr. Anita Mehlbaum

  5. Herman Oomen zegt:

    Dit alles lezend rijst bij mij de vraag of iemand weet of er omstreeks 1930 een Christiaan Monteiro op deze suikerfabriek gewerkt heeft. Zijn eerste 2 kinderen, Karel Lodewijk Willem, en Dolly (misschien een bijnaam) zijn geboren in Tjepiring, misschien wel op deze suikerfabriek.
    Wie kan mij wijzer maken?

  6. Arthur Olive zegt:

    S.W. Keijner, R.J. Keijner en F.L. Keijner hadden een naamsverandering in Lapre.

  7. Fiona Schussler zegt:

    Vandaag achter gekomen dat mijn oma Rika Soffner dochter van
    Otto Soffner, op gegroeid is op deze plantage. Zijn/is er toevallig nog ouderen persoon(en) die mijn oma kenden? Ze heeft ook voor en tijdens de oorlog in Tasikmalaja gewoond.
    mvg,
    Fiona Schussler

Laat een reactie achter op Fiona Schussler Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.