De Indo

gastpikiransby Ronald Pino

De Indo diaspora
De weergave van een Verlichting

Indo zou als woord op deze site niet nader verklaard hoeven te worden maar omdat de term ook meer en meer dreigt te worden misbruikt door Nederlanders die een tijd in Nederlands-Indië hebben gewoond (de zg. totoks) is het goed te weten dat Indo een verkorte uitdrukking is voor ‘iemand met zowel Indisch als Europees Bloed .’ In de loop van dit artikel zal volkomen duidelijk worden waarom ik mij stoor aan het onjuiste gebruik van het woord Indo. Uitzonderingen daargelaten betreft de Indo een bruine mensensoort. Waarom dit hier nadrukkelijk vermeld wordt zal eveneens aanstonds blijken.

Diaspora, Grieks voor  verstrooiing, is een woord dat volgens mijn Van Dale  verwijst naar ‘het tussen andersdenkenden verstrooid wonen van leden van een (religieuze) gemeenschap met name van de Joden buiten het Heilige Land.’ Onmiddellijk na dat woord staat er in hetzelfde woordenboek Diaspore: Deel van een plant dat zich passief kan verplaatsen (bv. op de wind) en daardoor vermenigvuldiging veroorzaakt. Dit terzijde maar niet zonder bijbedoelingen gememoreerd.

Met welk doel staat er in de titel boven dit artikel diaspora geassocieerd met Indo? Het gaat om een lang verhaal van zelfontdekking en Verlichting. Verlichting in zijn wezenlijkste betekenis van geestelijk tot inzicht komen over jezelf en je bestaan. In dit geval over de unieke positie van de Indo in Nederland of in Indonesië. Uniek is die positie nog wel maar die toestand dreigt te vervagen en meer en meer zal de Indo lijken op een gewone Hollander of gewone Indonesiër. Dat zou een ernstig verlies zijn aan identiteit en – wat in dit artikel wordt betoogd – aan zelfwaardering en culturele rijkdom.

Niemand kent zomaar zichzelf, niemand is zomaar zichzelf. Bij je geboorte krijg je met de moederborst de taal en leefgewoonten aangeleerd waarmee je je in de samenleving staande moet houden. Je leert je ware zelf pas kennen door crisissituaties; als je er plotseling helemaal alleen voor komt te staan. Tot dat ogenblik ben je een der velen en onderdeel van een cultuur die je je eigen moet maken wil je niet als dakloze zwerver door het leven gaan. Je van je zelf bewust worden is geen alledaagse zaak. Daaraan gaan vaak jaren vooraf gewijd aan psychotherapie en zelfonderzoek.

Ik persoonlijk had de overtuiging dat ik als Indo een soort misplaatste speling van de natuur was. Geen vis en geen vlees, iets tussen Hollander en Indonesiër in en door beide elkaar vijandige kampen geminacht of gewantrouwd. Het beste leek het me om me koest te houden en geen slapende honden wakker te maken. Zo zijn veel Indo’s: stil en bescheiden tot het ze de keel uitkomt en ze in een onhollandse razernij vervallen. Die razernij, die mata gelap heb ik altijd als een uitbarsting van onderdrukte energie gezien. En vanaf de tijd dat ik als jong kind een Indo woedeaanval van dichtbij meemaakte ben ik vervuld geweest met respect voor die vulkanische uitbarsting aan emoties. Ik zag het ook als iets dat ik gezien had op films over vulkaanuitbarstingen. Het vervulde me met vragen over de oorsprong of de bron van die verspilling van emotionele energie en of die energie niet anders gebruikt zou kunnen worden dan in negatieve zin. De Indo werd voor mij een drager van verborgen energie of geheime vitaliteit. Maar met de rest van mijn persoonlijkheid bleef het bij een stilgehouden weet hebben van iets in mijzelf. Ik leefde en bedacht dat ik als Indo op niet meer recht had op het menselijke bestaan dan in de rol van buitenbeentje – op zijn gunstigst.

Ik begon eigenlijk pas te begrijpen wat Indo zijn betekent toen ik van Camus De mens in opstand   las en erdoor geestelijk overhoop werd gehaald. Bij Camus werd ik wakker voor het begrip ‘een volk dat zijn identiteit ontzegd wordt.’ Camus heeft het daarbij over Algerijnen en de Algerijnse opstand en situaties in het algemeen waarbij de mens vanuit diepste onderdrukking van zijn ik, naar de absolute macht van moord en terreur gaat grijpen. Ik had het geheim achter de mata gelap ontdekt. Om de bekende woorden van Simone de Beauvoir  ‘een vrouw wordt niet geboren maar gemaakt ’ te parafraseren ‘een terrorist wordt niet geboren maar gemaakt.’ In een flits doorzag ik de psychologische grond van de vrijheidsstrijd van de Algerijnen en de afschuwelijke wreedheden van de FLN en die van Franse overheersers. Daarmee begreep ik ook het wezen van de vrijheidsstrijd van Indonesiërs en hun wreedheden en de weerstand en wreedheden van hun onderdrukkers die óók alles te verliezen hadden. Nederland zonder zijn koloniën was geen wereldmacht meer ! En zou zijn identiteit verliezen.

Het gaat mij niet om een politiek betoog of om een schuldigverklaring. Het gaat mij niet om de wortels van oorlogsmisdaden te ontdekken of goed te praten. Wie over revolutie en vrijheidsstrijd en de rechtvaardiging van moord en terrorisme wil nadenken kan beter bij Camus zelf terecht. Waar wil ik heen? Naar een persoonlijke revolutie tegen het ontzeggen van de eigen identiteit.

Deze simplistische redenering geeft een beeld van wat ik wil zeggen: iemand die € 1.10 bezit is rijker dan iemand die € 1.00 bezit en dan iemand die € 0.10 bezit.

Die € 1.10 staat voor iemand uit een gemengde cultuur. De Indo is gemengd van oorsprong maar ook van cultuur. Hij is geen zuiver kind van het Nederlandse Calvinisme. Hij is een kind van oorsprong afkomstig uit een gekolonialiseerde samenleving. Zoals Camus die in Algerije beleefd heeft. Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht. Laten we naar een ander land dan Algerije kijken om wat de Indo is overkomen te vergelijken, in te zien en te beseffen: India.

De Engelse overheersing van India kende alle verschijnselen of misschien hetzelfde perfide karakter van de koloniale overheersing van Indonesië maar met een belangrijk verschil. De Engelsen vinden dat zij de rijkste cultuur ter wereld hebben Ze zien zichzelf als de bezitters van de beste taal ter wereld (wie kan dat ontkennen met de verengelsing van alle talen in de wereld?), in het bezit van een aanzienlijke adel wonend in grootse paleizen (tot de tweede wereldoorlog een der kenmerken voor het aanzien van een staat), de grootste literaire schat ter wereld (alleen Shakespeare maakt dat al voldoende waar) en een leven in splendid isolation -grandioze zelfgenoegzaamheid. Toen zij India kolonialiseerden deden ze dat met respect voor de Indiase beschaving maar helaas … hij was zeker wel goed die Indiase cultuur maar de Engelse is beter. Wie groot over zichzelf denkt kan dat ook doen over anderen. Dus respecteerden ze hun koloniale onderdanen maar uiteraard met mate. De Indiase vrijheidsstrijd kende geen actie tegen het Britse leger zoals van de Indonesiërs tegen het Nederlandse leger!

Terug weer naar onze situatie in het voormalige Nederlands-Indië. Daar was de onderdrukker niet van zijn eigen grootheid overtuigd. Nederland is doortrokken van het Calvinisme dat behalve het bezit van een aantal gunstige eigenschappen hoofdzakelijk gekenmerkt wordt door zondebesef en minderwaardigheidsgevoelens. Je wordt in zonde geboren en je blijft een zondaar en je bent verdoemd tenzij God je begenadigt. Doe maar gewoon en eigen roem stinkt. Dus vanuit de visie van de Hollandse koloniaal was Indonesië door en door zondig en slecht. ‘Wij Nederlanders zijn waardeloos maar jullie Indonesiërs zijn werkelijk totaal helemaal shit’ zo zou je de houding van de koloniale onderdrukker kunnen omschrijven in modern hoog Nederlands.

De samenleving in Indonesië was dus en derhalve een gesloten clan van Nederlanders en alles wat niet blank is werd daar buiten gehouden. Goed, je had als gezonde koloniaal je gezonde behoeften en de geest is sterk maar het vlees is zwak en van tijd tot tijd was daar de duivel met zijn duivelse inblazingen. Zo werden Indo’s gemaakt. Genuanceerder beschrijft Reggie Baay het in zijn boek De Njai. Uit praktische overwegingen werden seksuele relaties tussen blank en bruin toegelaten. En er ontstond een bruin ras. In Tjalie Robinson’s biografie  staat het even vanzelfsprekend als helder: er was in Indië geen vermenging van bruin en blank.  In nood leert men zijn vrienden kennen zegt het spreekwoord. Wel in de afschuwelijke nood van het kampleven bleken Hollanders en Bruinen geen vrienden van elkaar te kunnen zijn. Aldus prof. Dr. Wim Willems, hoogleraar sociale geschiedenis: Blank en bruin leefden in het alledaagse kampleven blijkbaar net zo langs elkaar heen als in de koloniale samenleving.  Daarna nog een uiterst even opmerkelijke als bedenkelijke zin: Intussen waren er wel degelijk raakpunten, waarvoor Jan Boon oog had en die hij later lijkt te hebben uitvergroot in zijn werk.  Daar staat dus dat Tjalie Robinson (Jan Boon) de ontmoetingen tussen blank en bruin in zijn later leven wat heeft aangedikt.  Dat is niets bijzonders. Indo’s zullen altijd ontkennen dat ze gediscrimineerd worden/werden.

Ik vroeg ooit aan een Joodse vriend of hij wel eens iets merkte van discriminatie. ‘Ik weet niet of ik het zie of dat ik het soms niet wil zien. Maar je voelt het wel’, zei hij met een gekweld gezicht. Maar dat was in onze hbs-tijd in Ede dat toen een calvinistisch bolwerk was. Antisemitisme neemt toe, staat het in kranten. Het was er dus al maar het is duidelijker geworden.

Eeuwen diaspora, eeuwen pogroms. Hoe blijf je daaronder je identiteit behouden? Joden als zij niet volledig assimileren weten hun Joodse cultuur te behouden door hun geloof; maar ook daar slaat de onkerkelijkheid toe. Belangrijker is het bewustzijn anders te zijn dan de volbloed in het gastland. En iedere Jood al is het maar mondjesmaat spreekt Hebreeuws en blijft voeling houden met zijn cultuur! Daar kunnen Indo’s in hun diasporasituatie iets van leren.

Want de echte Indo dreigt uit te sterven. Tenzij. Tenzij wij Indo’s beseffen dat we cultureel meer in onze mars hebben dan de Hollander. Want naast onze Hollandse identiteit hebben we een extra vleug culturele verrijking namelijk dat wat we uit Indië meegenomen hebben. En ook tenzij wij Indo’s ons ervan bewust durven zijn dat we beter zijn dan de Indonesiër want naast onze Indonesische identiteit hebben we – de een meer dan een ander – een vleug Hollander zijn. To be or not to be. Inzien of ten onder gaan maar je moet dus wel durven je bewust te zijn van je superioriteit. En afstand doen van je Calvinistische bescheidenheid.

Je kunt dus kiezen. Of geloven dat je  niets bent want je bent halfbloed en dus slechter dan een Hollander of je beseft dat je dubbel bent, dat je rijker bent, cultureel  meer bagage bezit. Kortom een betere Hollander. Je hoeft niet uit de hoogte te doen; bewaar je weten inwendig. Wees welwillend naar de Hollander en wees innemend naar de Indonesiër want zij hebben de wortels van jouw bestaan geherbergd! Toon respect ook al heb je dat nooit van hen ontvangen.

Hoe kun je het uitsterven van onze Indocultuur tegenhouden? Bezoek Indonesië. Lees over Indonesië. Leer Indonesisch te spreken en bovenal te lezen. Behoud de rijkdom van je dubbele identiteit.Wij Indo’s zijn van nature gevoeliger, emotioneler, verfijnder in ons optreden. We hebben een betere smaak voor voedsel en kleuren. Wij kunnen ons erop beroemen dat toen de Borobúdur gebouwd werd het Paleis op de Dam nog bedacht moest worden. De gamelanmuziek bestond al toen ze hier nog op muziek van tamboerijn en varkensblaas de driekusman dansten. Je hoeft niet neer te kijken op Nederlanders als je maar beseft dat jij en alleen jij de innerlijke rijkdom die je in je draagt tot bloei kunt laten brengen. Wees een diaspore van de Indocultuur en verrijk de Nederlandse beschaving.

Ik zou tegen alle Indo’s willen uitroepen: dekolonialiseer je geest. Blijf geen Hollander wordt Indo!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

68 reacties op De Indo

  1. michelle apitule zegt:

    Wat ben ik dan??? Ik heb een Indonesische vader en een Hollandse. moeder.Ben opgegroeid in Indonesie.Daar was indo een scheldnaam.Het duurde tot mijn tiener tijd voordat indo’s populair werden.ik heb mij zelf altijd als Indonesische gezien,maar sinds ik in Nederland woon ben ik weer een indo.Volgens mij zijn indo’s afstamelingen van Europeanen die in het verre verleden een inlandse vrouw verkracht hebben of als vast slaapje hadden.De kinderen werden geeigend en kregen pa’s naam maar met moeder werdt niet getrouwd.Mijn vader is 100% Indonesisch en mijn moeder is 100% Nederlands.Zij is na de 2de wereld oorlog naar [toen nog] Indie gegaan en heeft daar mijn vader leren kennen.Toen iedereen bij de onafhankelijkheid moest kiezen, koos zij voor de Indonesische nationaliteit.Die had ik ook totdat ik met die leuke Amsterdamse jongen trouwde.Ik ben dus volgens mij geen indo, maar zoals mijn man zegt …een tropische verrassing in Hollandse melkchocolade !!!

  2. Martin E. C. Roos zegt:

    I. Het Nederlands Calvinisme
    De spanning tussen religie en politiek heeft een lange geschiedenis en gaat zeker terug tot het begin van de VOC en Nederlands Indië vanaf ongeveer 1600.
    De christenheid: het Nederlands Calvinisme en de kolonialen wilde de multi-religieuze- samenleving in Indië verchristelijken.
    De volle beteken kunnen we terugvinden in de harde woorden van Leviticus (18:22 en 20:13)
    In dat bijbelboek is de God van een herdersvolk – in onze context het Nederlands Calvinistisch volk aan het woord -, die met dwingende leefregels en voorschriften moord en doodslag wilde voorkomen – in onze context – in Nederlands Indië. Echter juist door haar specifiek Nederlands Calvinistische interpretatie werd het met ‘respect’ aangehoorde woord getransformeerd tot: dwingende leefregels en voorschriften die moord en doodslag in Nederlands Indië veroorzaakten.
    Net als vele recent opgeleidde wetenschappers die het Nederlands koloniaal Calvinisme links laten liggen lijkt Ronald Pino eveneens niet bekend te zijn met het invullen van godsdienst in Nederlands Indië en Indonesië. Wel lijkt Ronals Pino te weten wat hij zelf met religie – in onze context het Nederlands Calvinisme – bedoelt maar hij is niet in de huid van deze reëel bestaande godsdienst, toen in onze voormalige kolonie, gekropen. Dat toont hij ondermeer door het lege begrip ‘respect’ te gebruiken. En over zijn gebruikte begrip ‘halfbloed’ (1) zwijg ik maar even!
    De VOC werd en de samenleving in Indië zou volgens de richtlijnen van het Calvinistisch geloof worden ingericht. Niks mis met geloof, maar niet als ordenend principe en begrip tonen voor de koloniale Nederlands Calvinistische samenleving in wording. Of met andere woorden. Het was voldagen respectloos, religeus superieur te handelen en zich aldus ontdoen van interne en externe ‘elementen’ of ‘mede multi-religieuze bewoners (inheemsen en de vele variaties van gemengbloedigen).
    1 Halfbloed suggereert, zonder respect! dat er een helft superieur is aan de andere: niet benoemde helft!

  3. sigeblek zegt:

    Wat ben ik dan??? Ik heb een Indonesische vader en een Hollandse. moeder.Ben opgegroeid in Indonesie.
    Ik ben dus volgens mij geen indo.
    ============================
    Dat klopt , je bent INDONESISCHE , met Nederlandse moeder .
    In Indonesia zou je hoogstens de naam krijgen als Indo-Belanda .

  4. Blauwvogeltje zegt:

    Michelle… het is een denigrerend cliché … om het ontstaan van indo’s voornamelijk terug te brengen tot verkrachting.
    Sex tussen de culturen in het koloniale tijdperk was echt niet allemaal gedwongen en met geweld.
    Je bent hoe dan ook een indo-europeaan of je je nu wel of niet indo, indisch, indonesisch noemt.

  5. Ronald Pino zegt:

    Er bestaan geen halfbloeds. Dat is een denigrerend bedoelde uitdrukking van de volbloeds die zich bedreigd voelden en het nodig vonden hun superioriteit te benadrukken.
    Maar zoals ik weliswaar filosofisch doch met wiskundige scherpte heb aangetoond: de meervoudig culturele of de meerbloedige mens is altijd meer begaafd, meer waard, bezit een groter scala aan menswaardigheid dan de (hier met name genoemde) totok.
    Lees er Hella Haasse op na (Een handvol achtergrond) en besef hoe vanzelfsprekend in dit land van Holleeder, Karremans en PVV het misplaatste superioriteitsgevoel in de omgang is verweven. Ik werd in Bennekom pas uit Indie aangekomen voor Soekarno uitgescholden! Alleen wie opgejaagd en vluchtend heeft geleefd in Indië begrijpt wat ik heb doorgemaakt. En voor die tijd kreeg ik een ‘gebaar’. Ik heb voor mezelf dat ‘gebaar’ geaccepteerd maar het niet voor mijn overleden moeder en stiefvader aangenomen omdat ik weet dat ze het liefst het teruggespuugd zouden hebben.
    Ik ben Ronald Pino, ik ben een Indo en ik heb ontdekt dat ik niet alleen maar ‘een’ mens ben maar een die meervoudig begaafd is. Het zou fijn zijn als er een publiek debat zou kunnen worden gehouden over dit onderwerp. Want niet alleen de Indo maar ook de Marokkaan, de Turk, iedere vluchteling die in Nederland terecht is gekomen, kan zich mijn denkwijze aantrekkken.
    Het ‘wij zijn de beste en daarmee uit’ van de PVV-achtigen is er verantwoordelijk voor dat dit land geen multiculturele SAMENleving zal worden.
    Met alles wat daarmee samenhangt.
    Mensen zijn niet gelijk. Er zijn verschillen en het respecteren van die verschillen is de hoeksteen van vrede en welvaart.

  6. Noor zegt:

    Ik vind dit werkelijk een pracht “pikiran” van Ronald Pino. Heb ervan genoten! Geestig en gelardeerd met parabels.
    Alleen zie ik in het Calvinisme niet in eerste instantie een aanleiding over hoe de Hollandse koloniaal over de Indonesiër dacht. Het is algemeen bekend dat het blanke ras zich altijd superieur heeft gevoeld over alle andere rassen (herinner me dat interview nog niet zo lang geleden van die oudere blanke vrouw die vertelde dat “indo’s in de kampong woonden en daar kom ik niet”). Inderdaad óók religieus bekeken. Door Columbus is per slot bijna heel Zuid-Amerika katholiek.
    Marco Polo (en vlak na zijn geboorte ook zijn vader en andere familieleden) is ook in het Verre Oosten geweest, reeds in de 13de eeuw. Volgens zeggen gingen er zendelingen mee. Ze schijnen zelfs in Sumatra te zijn geweest. Dus zou de indo reeds vanaf die tijd onstaan zijn?

  7. Martin E. C. Roos zegt:

    Een Calvinistische ‘insteek’ in de praktijk: christelijk handelen dus.
    De christelijke Compagnie (VOC) was onder de oppervlakte een mistige wereld van dominees, familierelaties, vriendjespolitiek en een regelrechte verrijking van plaatselijke ‘Calvinisten’ en religieuze regenten en vorstenhuizen. Opmerkelijk was dat iedereen die aandelen kocht in deze particuliere onderneming nooit privé als christen aansprakelijk gesteld kon worden. Reeds vijf jaar na de oprichting in 1602, waren de aandelen in waarde verdubbeld.
    De VOC-kolonialen samen met de 300 vorstenhuizen hebben gemoord, geroofd, geplunderd, verkracht, gehandeld in slaven en ontelbare mensen uitgebuit en gedwongen tot samenleven. Historicus H. Niemeijer verhaalde ons in zijn boek Batavia (2005) over de Hollandse witte, protestante (Calvinistische) ‘insteek’ in de praktijk, christelijk handelen dus: “Daarbij werden harde middelen als gedwongen catechiseren, kettingstraffen en rottingslagen niet geschuwd.” Omstreeks 1650 werd de Hollandse christelijke toon reeds gezet: “Het was de bedoeling dat de Republiek blank bleef [……]” Om te trouwen met een inlandse was een permissiebriefje nodig van de Hoge Regering. Niemeijer heeft in de archieven een onuitputtelijke bron gevonden van Hollands Calvinistische volkstaferelen waarin werd gescholden op huidskleur en gelaatsuitdrukking. Opmerkelijk is zijn bevinding over de omringende Indische islamitische wereld. Het Hollandse christelijke bestuur negeerde deze wereld het liefst volledig. Dat ongelovigen tot de ware gereformeerde religie bekeerd moesten worden, daar waren de meeste Hollanders het wel over eens.
    Feit blijft dat niet alleen in vroeger eeuwen, maar ook in de twintigste eeuw bewoners en (land)arbeiders door het hardvochtige christelijke Nederlandse militaire regime niet alleen slecht werden behandeld echter ook stelselmatig werden kapotgemaakt. En wat zich vanaf einde veertiger jaren zich vertaalde in en terugvinden is in het patroon van geweldmisdrijven in de eeuwenlange koloniale tijd en de wijze waarop het christelijke Nederlandse koloniale gezag met misdaad omging. ‘In 1945 en de daaropvolgende jaren werden […], vooral Indo-Europeanen (allen met een Nederlands paspoort. MECR), gedood, verbannen of gedwongen zich tot Indonesiër te assimileren,’ herinnert ons Robert Crib in 2007 in zijn artikel: Misdaad, geweld en uitsluiting in Indonesië.
    In Nederland is het vrijheidsstreven in Indonesië en het goed recht ervan altijd onderschat Er waren reeds vele richtinggevende signalen bekend. Het einde van het christelijke koloniale Nederlandse bestuur, dat eeuwenlang gekenmerkt werd door een complexe, rommelige en tegenstrijdige constructie, zou moeten eindigen in een gewelddadige krachtmeting tussen kolonialisme en nationalisme.

  8. michelle apitule zegt:

    Blauwvogeltje,het was absoluut niet denigrerend bedoeld,als je goed gelezen heb schreef ik ook -vast slaapje-,waar de man echt hield van zijn inlandse vrouw maar niet met haar trouwde om verschillende redenen.Helaas kwam verkrachting wel degelijk vaak voor met daarbij mishandeling.Het kind werd na de geboorte vaak weggehaald bij de moeder en met strenge hand “Europees opgevoed”.Het verloren gevoel wat veel van deze kinderen hadden en soms de nakomelingen nog hebben,is te begrijpen.Je Europeaan voelen door je opvoeding en het niet als zodanig gezien door de donkere huidskleur.Daarom werd ook bij iedere geboorte met spanning afgewacht wat de huidskleur van de nieuw geborene had.En was men opgelucht als het licht van kleur was en teleurgesteld of bezorgd als het donker gekleurd was.Daarom was mijn moeder blij dat wij donker waren om dat dat wat makkelijker is in een donker gekleurde maatschappij, en ik best wel blij was dat mijn zoon eruit kwam als een echte Belanda. Kleur en naam kloppen, is makkelijker toh in Holland.Helaas wel zoals gerefereerd hierboven als de Wilders tijd.Dag blauwvogeltje, vriendelijke groet Michelle

  9. Ronald Pino zegt:

    Ik wist niet eens dat ik ook Ambonees was/ben! Ik mocht het niet weten! Pas toen ik een lezing hield in het Moluks Museum en dingen zag waarover heel lang geleden mijn Opa mij verteld had, ging er een licht bij me op. Opa heeft zijn kamptijd niet overleefd (onthoofd).
    Toen ik op die bewuste dag van mijn lezing mij aan het loket van het Moluks Museum meldde en de (beeldschone!)mevrouw zei ‘U bent toch ook Zuid-Molukker’ ging er een ontroering door me heen die ik niet goed kan beschrijven. Een eindeloos vaag verdriet in mij werd opgelost; ik had mijn roots gevonden begreep ik achteraf. Sindsdien besef ik hoe belangrijk roots zijn; ze zijn van levensbelang. Het is een zaak van geluk en leven je eigen identiteit te erkennen. Als je echt bent, kun je nooit door de mand vallen 😉
    Een Indovriend van mij (met een spitse neus en blauwgrijze ogen!!) vertelde ik dat ik ontdekt had ‘1/2’ Zuid-Molukker te zijn. Hij zei: Dat heb ik altijd geweten maar ik ben je ook altijd een neuslengte voor.

  10. Martin E. C. Roos zegt:

    ‘[…] in deze Wilderse tijden van verafschuwen (1) van multiculturen is dat een moreel lichtpunt.’
    I. De grootste, maar ook de minst uitgesproken minderheid van Nederland.
    Met voldoening en genoegen lees ik de vele geschreven stukken vanuit onze kleurrijke samenleving die ook nog eens goed onderbouwd zijn met verwijzingen naar situaties die dit bevestigen: of niet!
    Met meer dan anderhalf miljoen mensen zijn we de grootste, maar ook de minst uitgesproken multiculturel minderheid van Nederland. De Indische Nederlanders (om de koloniale termen terug te halen: Indo-Europeanen) lijken me het product van drie eeuwen Nederlands-Indonesische (niet-arabische-moslim)huwelijken te zijn. Mijn grootmoeder was moslim en bijna 90% van de mij bekende familieleden.
    I.I. ‘Multiculturen’ en ‘ethnic othering’.
    Er wordt vanaf mijn vlucht naar Nederland gemengd of multicultureel onderwijs gegeven. Een blijvende herinnering uit deze jaren is het politiek verafschuwen van: wij ‘multiculturelen’ uit Indië/ Indonesië.
    Meer dan een halve eeuw is het alweer geleden dat in de Tweede Kamer een discussie werd gevoerd over ‘ethnic othering’ en heldere standpunten werden geformuleerd. De term verwijst naar het feit dat Nederlandse politici Indische Nederlanders (m.n. Indo’s) als ‘andere Nederlanders ‘beschouwden. Zowel binnen als buiten de Kamer. We lezen in Handelingen II 1951/1952 het standpunt van het Kamerlid Schilthuis (PvdA). Dit lid van de PvdA had vragen over of ‘velen’ van de zich in ons land bevindende gerepatrieerden uit Indonesië.’ Deze Nederlanders zouden ‘minder geschikt zijn voor emigratie naar de min of meer klassiek geworden bestemmingslanden’ echter, hij formuleerde zijn standpunt aldus: ‘geknipt zijn voor emigratie naar tropische gebieden en voor wie daarin een uitkomst zou liggen.’ Het idee voor vertrek of vlucht of emigratie uit Nederland of Indonesië van ‘in Indonesië gewortelden naar Suriname’ kwam in 1951, tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen al ter sprake.
    We kunnen in de Handelingen uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw, vele discriminerende en racistische standpunten en uitspraken terugvinden over landgenoten ‘van gemengde bloede’ van Kamerleden zoals bijvoorbeeld van de christelijke partijen: Meijerink (ARP, later opgegaan in het CU)
    Tot kamerbrede verontwaardiging of optreden door de voorzitter van de Tweede Kamer kwam het niet. En tot oplossing van oorlogsschade, roof en rechtsherstel al helemaal niet.
    Zoals katholiek minister Van Thiel van Maatschappelijk Werk (KVP, later opgegaan in het CDA) tijdens de begrotingsbehandeling voor 1954 zo treffend formuleerde was de tijd gekomen voor de volgende overtuiging: ‘De regering heeft de overtuiging, dat de belangen van het overgrote deel van de Indonesië geboren en getogen personen van Nederlandse nationaliteit het beste zijn gediend met een voortgezet verblijf in Indonesië. […] Men realiseert zich onvoldoende dat de maatschappelijke moeilijkheden ten gevolge van de geheel andere levensomstandigheden, waarin zij hier ter lande komen te verkeren, vaak veel groter zijn dan die, welke onze emigranten hebben te overwinnen, die wel voorbereid na een goede selectie zich in andere landen vestigen.’
    I.I.I. Met kleur en een moslimgeschiedenis van eeuwen oud.
    De etnische en religieuze diversiteit, die in de Indische archipel (voormalige kolonie Nederlands-Indië) al eeuwen bestond werd ook, op een zeer speciale wijze, gemixt in Nederland. 300.000 Indisch Nederlandse vluchtelingen/immigranten van verschillende ‘rassen’ (en ‘kleur’ en religie) – een term die toen verwees naar Indo’s (met kleur), Totoks (zonder kleur) en Molukkers allen katholieken of protestantanten of moslims – verspreidden en vermengden zich en studeerden en werkten mee aan een naoorlogse samenleving in opbouw. Met kleur en een moslimgeschiedenis van eeuwen oud – (Indonesië is in 2009 het grootste moslimland ter wereld, Pakistan het tweede), – genoot en gaf ik ‘multicultueer- onderwijs’ op allerlei niveaus in Nederland.
    I.V. 10 maart 2009.
    Hoge Raad: Islam-belediger vrijuit
    Wie de Islam beledigt, kwetst daarmee nog niet automatisch ook alle moslims, aldus de Hoge Raad. De raad leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat bepaling 137c Wetboek van Strafrecht beperkt moet worden uitgelegd. Alleen als de nodeloos krenkende uitlating ‘onmiskenbaar’ betrekking heeft op een bepaalde groep, die zich onderscheidt van anderen door hun godsdienst, is er sprake van groepsbelediging.
    Uitspraak Hoge Raad in zaak over groepsbelediging en Islam (Rechtspraak.nl)
    Eindelijk een lichtpunt. Duidelijk is nu eveneens dat de eerste grote groepen ‘onkwetsbare’ naoorlogse moslims uit Indonesië en Suriname kwamen. Met een eigen beleving, humor en relativeren en identiteit. Nederlands sprekend en ‘globaliserend’ werkzaam, studerend en sociaal actief zijn ze in de Nederlandse multiculturele samenleving. Duidelijk is nu ook dat er ook honderdduizenden moslims uit India, Pakistan, Irak, Iran etc. eveneens ‘globaliserend’ werkzaam en studerend en sociaal actief zijn. Samen met de meer dan een miljoen ‘christelijke’ Indische Nederlanders, (3) waarvan een gedeelte is opgegroeid in een niet-arabische-moslimcultuur en samen met anderen (1,2) in Nederland.
    Zeg eens tegen de ander dat je hem begrijpt, maar het niet accepteert (2). Wie verafschuwt multiculturen in Nederland?
    1 Dr. Arslan Karagul VU-docent – zelf Turk van geboorte – geeft zijn idee van het niveau van onderwijs binnen de moslimgemeenschap in Nederland. “Zeker de eerste generatie Turken in Nederland is laag opgeleid. Maar ook de tweede en derde generatie, die hoger onderwijs heeft, is niet voldoende theologisch geschoold. Dat is logisch, want tot voor kort waren er in Nederland geen theologische islamopleidingen.”
    2 ´Veel religieuze [moslim] vertegenwoordigers [..]speuren de wet af naar bepalingen [en subsidies] waar ze gebruik van kunnen maken. Dat kun je hen niet kwalijk nemen, want zo werkt het hier”, melde ons – in NRC – Hatice Can-Engin (PvdA), wethouder Onderwijs, Cultuur en Zorg in het Brabantse Gilze en Rijen.
    3 Ook interessant is dat de Indische organisaties zich over het algemeen uitstekend hebben gered zonder overheidssubsidies.’’(2009. Terug uit de koloniën)

  11. Martin E. C. Roos zegt:

    ‘Lees er Hella Haasse (1) op na (Een handvol achtergrond) en besef hoe vanzelfsprekend in dit land van Holleeder, Karremans en PVV het misplaatste superioriteitsgevoel (noot) in de omgang is verweven.’
    M. Ferguson, gaf in 1981 het proces, van het vooroorlogse, in de marge worden gezet van de Indische groep (Indo-Europeanen) als onvoldoende Nederlands of onvoldoende Europees wel erg duidelijk weer. Ze ging bij totok Hella S. Haasse, te luister.
    Vanuit de mond van Haasse werd opgetekend: “Wij leefden thuis niet Indisch… Ik ben in Indië geboren, heb er geleefd, iets van die atmosfeer, is onloochenbaar in mij, en toch ben ik er misschien nooit iets anders geweest dan een vreemdeling.”
    Van wat er mogelijkerwijs elders op Java voorviel, met andere mensen, ik haal herinneringen van Haasse op: “Ik wist niets.”… “Ik weet er te weinig van.”
    Beschrijvingen die zij als totok geeft, (met name over de overeenkomsten tussen Nederlandse mensen op Java in hun gezamenlijke doorleefde situatie. 2) bezit volgens Furgerson: “geldigheid voor het grootste deel der toen in de Indische steden woonachtige Nederlanders.” Inclusief voor Joop van den berg volgens Rudy Kousbroek. (1997)
    Zij interesseerden zich minder voor de feitelijkheid der dingen buiten hun eigen gezamenlijke doorleefde situatie van de totoks.
    1 Volgens o.a. Doeko Bosscher, hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen was de Nederlands-Indische samenleving tot op het bot stands- en rasbewust.(2009)
    Noot ‘Met alles wat daarmee samenhangt’.
    Bedoelt u hiermee het volgende Ronald Pino?
    De Turkse hoogleraar Hakan Yilmaz van de Bogazici Universiteit van Istanbul gaf in 2006 al zijn bevindingen – in Nederland (Amsterdam) – als volgt weer: het stimuleren van allerlei moslimorganisaties is zelfs gevaarlijk.
    In het zelfde jaar kwam vanuit Nijmegen een scherpe constatering, waar onderwijs en politiek Nederland weinig aandacht aanschonken: ‘Islamieten in Nederland zijn niet op de hoogte van de nieuwste standpunten van de internationale moslimtheologie.’ aldus godsdienstwetenschapper prof.dr. G. Wiegers, van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij vindt het van belang dat de alle imams (minimaal 100 van de ruim 500 mbo-imans in Nederland zijn door het ministerie van godsdienstzaken van Turkije uitgezonden!) in Nederland hun volgelingen van de veranderde inzichten op de hoogte brengen. Graag in het Nederlands en niet alleen in de moskee maar ook op de werkvloer.
    De arbeidsdeelname van alle allochtonen is van essentieel belang voor de Nederlandse economie wist Bas Heijne in NRC20060408 te melden: ‘[………..] Het probleem van een steeds agressiever wordende sociale onderklasse doet zich in alle rijke, westerse landen voor. Die Verelendung afschuiven op de islam, zoals vaak gebeurt, of op de achterlijke culturele achtergrond, is een vorm van – dank, Joan Didion – trivialisering, waarbij oorzaak en gevolg door elkaar worden gehaald.’
    Voorzitter Emin Ates van IOT (Inspraak Orgaan Turken) gaf ooit een ‘stap’: “Stop met die subsidies (en het tienduizendste bureau MECR) De nadruk moet veel meer liggen op de eigen verantwoordelijkheid van de minderheden. Rol je mouwen op! Maak duidelijk dat ze dezelfde rechten en plichten hebben.” Ates concludeerde dat er voor ettelijke miljoenen in integratie- en antiradicaliseringsprojecten (en werkgelegenheidsprojecten en –bureaus MECR )gestoken wordt via allerlei professionele maatschappelijke instellingen met islam en of moslim in haar benaming. Maar dat die vervolgens nauwelijks resultaat boeken. De Indo’s hebben het haast zonder enig subsidiegeld gered! (2009. Terug uit de koloniën)

  12. Martin E. C. Roos zegt:

    Het gaat mij wel om uw (Ronald Pino) interpretatie: ‘Nederland is doortrokken van het Calvinisme dat behalve het bezit van een aantal gunstige eigenschappen hoofdzakelijk gekenmerkt wordt door zondebesef en minderwaardigheidsgevoelens. Je wordt in zonde geboren en je blijft een zondaar en je bent verdoemd tenzij God je begenadigt. Doe maar gewoon en eigen roem stinkt” ietwat te nuanceren of wel te corrigeren.
    En wel ‘om [en over] de wortels’ van u en mij en de bezoekers van deze site, ‘te praten’.
    Geplaatst door: Blauwvogeltje | dinsdag 10 maart 2009 om 11:02
    “Het doel van de VOC was primair winst maken.
    Het christelijken van het gehele archipel was geen doel..of in bepaalde VOC-gebieden in bepaalde tijden een middel tot het primaire doel.
    Protestantse predikanten kwamen op eigen houtje met een eigen agenda wel naar Indië en de VOC-toplui kon niet anders volgens hun geloof dan meewerken. Maar dan nog was christelijking een secundair doel.”
    Blv., ik mag uw interpretatie zonder bronvermelding ietwat nuanceren en corrigeren met het onderstaande.
    Calvijn en zijn vorm van een kerkelijke regering, zou kenmerkend worden voor de gereformeerde kerk in Holland en haar koloniën. (2003. Ninian Smart.) ‘Er zijn maar weinig mannen, die meer consequentie, meer vuur, meer volharding, en meer zegevierende onversaagdheid in het geloof gehad hebben dan hij. Op de uitzonderlijke roeping zou een uitzonderlijk werk volgen.’ (1931 Prof. E. Doumergue). Ook in Holland en Nederlands Indië!
    Zowel de superieure calvinistische Compagnie (VOC) – noot – als de eerste generaties kolonisten en de predikanten/dominees (1) zagen het als hun dure plicht hun slaven en slavinnen zo gauw mogelijk te kerstenen. Zonder twijfel werden ze ‘gestuurd’ en ‘geestelijk ’geleid met als voorbeeld: ‘Genesis 24, waarin aartsvader Abraham ook de slaven tot zijn huisgezin rekende’ mag ik van H. E. Niemeijer (2005) optekenen. Hij vervolgt met de ontwikkelingen in voormalig Nederlands Indië: om te komen tot de gewenste maatschappelijke ordening naar de wetten Gods. ‘Kerstening (doop) werd dus niet alleen noodzakelijk gevonden voor het zielenheil van een individu, maar ook voor de inrichting van de christelijk-maatschappelijke orde.’
    Noot De Inlandse leermeesters, betrokken bij het intensieve groepsonderwijs (kerstening) aan de slaven en slavinnen in de kerk, stonden vanaf 1652 op de salarisrol van de VOC.
    1 De dominees verzochten al in 1625 aan de Hooge Regering of ‘alle degene die van de inlantsche natie onder U Edelens gehoorsaemheyt staen, haer tot onderwijsinge in de christelijke religie mogen bereyden.’

  13. Ronald Pino zegt:

    @ M Roos: Wat wilt u mij eigenlijk duidelijk maken?

  14. Martin E. C. Roos zegt:

    R. Pino.
    dinsdag 10 maart 2009 weet u ons o.a. te melden, ik mag u citeren:
    “Inzien of ten onder gaan maar je moet dus wel durven je bewust te zijn van je superioriteit. En afstand doen van je Calvinistische bescheidenheid.”
    Zou u allereerst mijn vragen aan u gesteld -naar aanleiding van uw schrijfselen, uw zieleroerselen en uw duiden en uw invullen van – willen beantwoorden?
    Bijvoorbeeld : een voor een!
    Deze bijvoorbeeld> Geplaatst door: Martin E. C. Roos | dinsdag 10 maart 2009 om 23:43
    Het gaat mij wel om uw (Ronald Pino) interpretatie: ‘Nederland is doortrokken van het Calvinisme dat behalve het bezit van een aantal gunstige eigenschappen hoofdzakelijk gekenmerkt wordt door zondebesef en minderwaardigheidsgevoelens. Je wordt in zonde geboren en je blijft een zondaar en je bent verdoemd tenzij God je begenadigt. Doe maar gewoon en eigen roem stinkt” ietwat te nuanceren of wel te corrigeren.
    En wel ‘om [en over] de wortels’ van u en mij en de bezoekers van deze site, ‘te praten’.
    Of voelt u zich zo superieur om vervolgens aldus zelf maar vragen te gaan stellen?

  15. Martin E. C. Roos zegt:

    Een nieuwe handels- en bestuurselite met een eigen zich ontwikkelende cultuur.
    I. Een nieuwe weg.
    Na lezing van recente publicaties over Nederlands Indië, de VOC en ‘koloniale literatuur’ kunnen we concluderen dat tot einde van de negentiende eeuw de meeste Indo-Europeanen of Euro-Aziaten of Indo’s met een eigen cultuur, in Nederlands Indië niet in de meest aantrekkelijke omstandigheden leefden.
    We zien in de (recente) publicaties en literatuur, dat door de snelle koloniale economische en agrarische (plantages) ontwikkelingen en handel (mijn moslimgrootmoeder was een textielhandelaar in Djokjakarta) tussen 1900 en 1930 een mogelijkheid ontstond: tot verdere ontplooiing. De specifieke herkenbare groep: Indo-Europeanen in de koloniale samenleving, die als een onderscheidende groep met name ook in de officiële documenten is te traceren, vond een nieuwe weg. In een koloniale samenleving met een groeiende behoefte aan Nederlands sprekend en schrijvend personeel werden mogelijkheden onderzocht en scholing en kansen benut. Juist uit voornoemde, Europees opgeleidde groep, werden werkkrachten voor de hogere posities uitgezocht en aangesteld.
    I.I. Een onmisbaar deel.
    Deze groep Indo-Europeanen, in 1930 zijn er schattingen van 134.000 (waaronder o.a. mijn moeder: in 2009, 87 jaar!), werd aldus een onmisbaar deel van het westers koloniaal bestuursapparaat, het leger, de agrarische sector, handel en het bedrijfsleven. Deze opkomende groep werd snel onmisbaar en werd , niet allemaal, een nieuwe (handel en/of bestuurs)elite met een eigen zich ontwikkelende cultuur.
    Het groeiende Indonesische nationalisme en de komst van de Japanners waren oorzaken dat de Indo-Europeanen, als cultureel-maatschappelijke groep, in de oncomfortabele positie kwamen van een zeer herkenbare cultureel-maatschappelijke buffergroep.
    I.I.I. Kommer en kwel.
    We zouden kunnen opmaken uit de recente publicaties van Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) dat de christelijke Nederlandse regering, die om te beginnen shinto/boeddhistisch Japan de oorlog verklaarde in 1942, de veroorzaker was van al de kommer en kwel van de christelijke/moslim Indo-Europese groep in onze voormalige kolonie. H. Meijer (2004) onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, met specialisatie de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië e.a., benoemt dit leed (en geeft zonder te filosoferen en met erg weinig wiskunde!) wetenschappelijk verantwoorde verklaringen en cijfers.
    De katalysator voor het geweld na 1945, waaraan de Indo-Europeanen (“ bestempeld als vijanden van Indonesië”) als herkenbare groep ten prooi vielen, was volgens Cribb (2007): “het acute gevoel van kwetsbaarheid dat de Indonesische nationalisten hadden namens hun pas uitgeroepen Indonesische Republiek.” Het geweld bleek niet plaats te vinden zonder aanzien des persoons. We zien dat de belangrijkste doelwitten, net als in de Japanse bezettingsjaren, herkenbare mensen waren met de status van Europeaan, vooral Indo-Europeanen (Indo’s), totoks en de door mij elders op deze site eerder genoemde groep: leden van de inheemse religieuze aristocratische terreur elites. Deze drie herkenbare groepen (deels Indo’s en totoks!) in onze geschiedenis vormden de belangrijke pijlers van het bestuurlijke koloniale systeem in de eerste helft van de twintigste eeuw.

  16. Martin E. C. Roos zegt:

    De Nederlandse volksaard.
    In Calvijns ‘Beschouwingen over Habakuk XI, 6 weet Calvijn mij te treffen. Met, ik geef een voorbeeld, men moet soms woorden, ik citeer: “met twee beteekenissen” gebruiken. Hij vervolgt met “dat is scherper en treft dieper dan rechtstreeksche spot”. Moet er iets bespot worden, dan moet men woorden met tweeërlijk beteekenis en zinspelingen gebruiken; anders is er niets geen aardigheid, niets geen geest in alles wat gezegd wordt”.
    Ik stap over naar 2009 naar professor Herman Selderhuis van de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schetst in Trouw een beeld en breng nuances aan, die sommigen op deze site ‘met superieure stijl’ etc. weten te ‘ontwijken’.
    „Ik [Schelderhuis] denk dat de meeste vooroordelen over calvinisten niets met het calvinisme te maken hebben, maar met de Nederlandse volksaard. En die is echt niet pas in de zestiende eeuw gevormd. Onze mentaliteit is beïnvloed door de Moderne Devotie uit de veertiende eeuw. En in Zeeland, waar misschien wel de meeste calvinisten wonen, hadden de cisterciënzers vanaf de twaalfde eeuw veel invloed.”
    Kortom, zegt Selderhuis, ver voordat het calvinisme bestond, was de ’calvinistische’ mentaliteit al ontstaan. En als die humorloos is, moeten we dat niet aan Calvijn wijten, want die werd pas eeuwen later geboren.
    „Calvijn zelf had best humor”, zegt Selderhuis. „Hij was een intellectuele humanist, dus als hij iets grappigs schrijft, doet hij dat subtiel en ironisch.”
    Bron Trouw. Calvijn voor Dummies 12 maart 2009 Emiel Hakkenes.
    Noot zie ook:
    – I. Het Nederlands Calvinisme
    – Een Calvinistische ‘insteek’ in de praktijk: christelijk handelen dus.
    […] over de Hollandse witte, protestante (Calvinistische) ‘insteek’ in de praktijk, christelijk handelen dus: “Daarbij werden harde middelen als gedwongen catechiseren, kettingstraffen en rottingslagen niet geschuwd.” Omstreeks 1650 werd de Hollandse christelijke toon reeds gezet: “Het was de bedoeling dat de Republiek blank bleef [……]”

  17. Mas Rob zegt:

    Nou, nou, Martin…. We dwalen nu wel erg af, maar ik kan het toch niet laten: Calvijn een intellectuele humanist met gevoel voor humor? En ik maar denken dat Calvijn zich zelf zag als een oudtestamentische profeet, door God geroepen om de Waarheid (met hoofdletter) te verkondigen en net zoals zijn Bijbelse voorgangers behept was met bedroevend weinig subtiliteit of ironie. Jodenhaat, heksenvervolging en de brandstapel voor dissidenten als de theoloog Michael Servet…
    Overigens heeft Ronald Pino het niet over Calvijn maar over het Calvinisme en dat laatste is iets anders dan de opvattingen van Calvijn. Net zoals Marxisme niet gelijk is aan de opvattingen van Marx.

  18. Ronald Pino zegt:

    Zeer geachte heer Roos.
    Uw – voor mij – komische wijze van reageren doet mij groot plezier.
    Ik heb aan twee Nederlandse Universiteiten gestudeerd en ben derhalve niet zo goed op de hoogte van literatuur voor dummies. Maar ga uw gang ik erken mijn onwetendheid op dit punt.
    De bedoeling ‘dat de Republiek blank bleef’ is door de bewoners zelf van uw Republiek doorkruist. Dat ik als bruine jongen hier ben, is het gevolg van het feit dat mijn stiefvader volgens huidige vigerende normen een oorlogsmisdadiger was en ik me dus niet welkom acht in Indonesië.
    U stelt vragen en citeert daarbij vrij veel auteurs – ik neem aan ter adstructie van uw mening – maar daarmee schept u verwarring. Moet ik op uw citaat reageren of op uw vraag? Ik weet dus niet wat de achtergrond is van uw vraag en daarmee wordt een vraag onduidelijk en niet te beantwoorden.
    Misschien hebben we aan verschillende universiteiten gestudeerd en daardoor een verschillend inzicht in de definiëring van het stellen van vragen. Een vraag van u over mijn artikel dient te verwijzen naar mijn artikel en alvorens u mijn antwoord ondergraaft of ondersteunt met citaten moet u eerst mij aan het woord laten. Stelt u uw vragen dus concies en liefst per vraag met minder dan 25 woorden dan zal ik vanuit mijn kennelijk niet voldoende dummy intellect antwoord geven.
    Voorbeeld voor een concieze vraag: ‘Acht u zich surperieur?’ Voorbeeld van een concreet antwoord: ‘Ik acht mij superieur aan u.’ Vraag: ‘Op grond waarvan?’ Antwoord: ‘Op grond van uw breedsprakigheid en in het algemeen geldt dat eenvoud het kenmerk is van het ware.’
    Voelt u zich misschien persoonlijk aangesproken door mijn aanval op de mentaliteit van dit land? Dat ik door totoks geestelijk naar de keel gegrepen zou worden kon ik uiteraard tevoren bedenken. Dus ik heb de grootste lol in uw kennelijke behoefte om de Jongens van Jan de Wit en hun koloniale verleden vrij te poetsen van aanklachten als de mijne – tenminste zo lees ik uw citaten.
    Maar ik kan mij vergissen. Ik wacht uw direct gestelde en ter zake doende vragen af. Een onderwerp per vraag svp en eerst per vraag mijn antwoord afwachten voor u uw volgende vraag stelt. Laten we het eenvoudig houden. Dit is internet en we moeten er rekening mee houden dat mensen van diverse intellectuele pluimage dit web bezoeken. 1 voor 1 dus en anders laat ik het voor gezien. ;-)))

  19. Peter van den Broek zegt:

    Koeterwaals is ook Waals
    Mij ontgaat heel wat in het vorige betoog.
    Mag in het vervolg in modern Nederlands kort maar krachtig gediscussieerd worden.
    Sommige intellectuele niveaus kan ik vanwege mijn al 20-jarige buitenlands verblijf niet meer volgen. Misschien helpt mandarijn-chinees, de cursus volg ik bij het LOI.

  20. Martin E. C. Roos zegt:

    “Overigens heeft Ronald Pino het niet over Calvijn maar over het Calvinisme en dat laatste is iets anders dan de opvattingen van Calvijn. Net zoals Marxisme niet gelijk is aan de opvattingen van Marx.”
    Geplaatst door: Mas Rob | donderdag 12 maart 2009 om 13:56
    “Hij [Indo] is geen zuiver kind van het Nederlandse Calvinisme.” Weet Ronald Pino ons te melden. Naar mijn weten vervolg ik met: het Nederlandse Calvinistische handelen in Indië.
    zie ook mijn reacties:
    – I. Het Nederlands Calvinisme
    – Een Calvinistische ‘insteek’ in de praktijk: christelijk handelen dus.
    “Het ‘wij zijn de beste en daarmee uit’ van de PVV-achtigen is er verantwoordelijk voor dat dit land geen multiculturele SAMENleving zal worden.
    Met alles wat daarmee samenhangt.
    Mensen zijn niet gelijk. Er zijn verschillen en het respecteren van die verschillen is de hoeksteen van vrede en welvaart.”
    Geplaatst door: Ronald Pino | dinsdag 10 maart 2009 om 11:04
    Mijn eerste vraag was.’Met alles wat daarmee samenhangt’.
    Bedoelt u hiermee het volgende Ronald Pino?
    De Turkse hoogleraar Hakan Yilmaz van de Bogazici Universiteit van Istanbul gaf in 2006 al zijn bevindingen – in Nederland (Amsterdam) – als volgt weer: het stimuleren van allerlei moslimorganisaties is zelfs gevaarlijk.
    U kunt ook filosofisch en met wiskundige scherpte antwoorden dat u niet wenst in te gaan op vragen. Of om in de sfeer van Calvijn te blijven: “Maar al is de wijn [in onze context mijn vragen] voor den dronkaard vergif, moeten wij er daarom een afkeer van hebben? Neen zeker niet. Wij zullen er niet minder smaak in hebben, we blijven ervan houden.” (preek van 27 juni 1594 over Jeremia)
    Ergens in zijn geschriften spot Calvijn met hen: “die geen drie glazen wijn achtereen kunnen drinken [in onze context meerdere vragen kunnen beantwoorden] zonder beneveld te worden”.

  21. Martin E. C. Roos zegt:

    Ronald Pino: “U stelt vragen en citeert daarbij vrij veel auteurs – ik neem aan ter adstructie van uw mening – maar daarmee schept u verwarring. “
    Twee vragen dus! Ronald Pino schept verwarring.
    U [Ronald Pino] suggereert: “Dus ik heb de grootste lol in uw kennelijke behoefte om de Jongens van Jan de Wit en hun koloniale verleden vrij te poetsen van aanklachten als de mijne – tenminste zo lees ik uw citaten.”
    Ik mag u wat vermoeien met twee van mijn ‘citaten’ uit mijn reacties als aanvulling/correcties op uw (koeter)waals, geen vragen:
    – “Echter juist door haar specifiek Nederlands Calvinistische interpretatie werd het met ‘respect’ aangehoorde woord getransformeerd tot: dwingende leefregels en voorschriften die moord en doodslag in Nederlands Indië veroorzaakten.”
    – “De VOC werd en de samenleving in Indië zou volgens de richtlijnen van het Calvinistisch geloof worden ingericht. Niks mis met geloof, maar niet als ordenend principe en begrip tonen voor de koloniale Nederlands Calvinistische samenleving in wording. Of met andere woorden. Het was voldagen respectloos, religieus superieur te handelen en zich aldus ontdoen van interne en externe ‘elementen’ of ‘mede multireligieuze bewoners (inheemsen en de vele variaties van gemengbloedigen).”
    U suggereert niet alleen! U verzint ter plekke ‘kennelijke behoefte’ en pertinente leugens!

  22. Blauwvogeltje zegt:

    Niet langdradig en vaag zijn. Niet telkens afdwalend…
    Keer terug naar de oorspronkelijke tekst en bedoeling als afdwalen strandt in het oneindige nowhere…
    Ook niet mensen persoonlijk aanvallen..bijvoorbeeld iemands mening ‘leugens’ te noemen.
    Zeg dan… ‘volgens mij was het zo ……’
    Calvinisme en VOC is een bijzaak in dit topic… en als de discussie daarover letterlijk de mist ingaat.. laat dan maar zitten .

    +++++Citaat Ronald Pino begintekst +++++
    Of geloven dat je niets bent want je bent halfbloed en dus slechter dan een Hollander of je beseft dat je dubbel bent, dat je rijker bent, cultureel meer bagage bezit. Kortom een betere Hollander
    +++++++ einde citaat ++++++++++++++
    Ik denk niet dat de tegenstelling zo ligt.
    Of je zelf MINDER achten dan “den Hollander” of jezelf MEER achten.
    Blijf gewoon jezelf…. waardeer jezelf en je donkere achtergrond… relativeer de superioriteitswanen van donker en blank.
    Verwerp chauvinisme, rigide nationalisme, buitenlanderhaat… eigenvolkeerstmonoculturalisme…
    Dit zijn de lessen die ik geleerd heb uit het spanningsveld indo-versus-hollander waar ik mee opgroeide
    Maar ook lessen uit de historie…. Nederlands heerschappij tot in het brute … en de onafhankelijkheidsstrijd .. ook tot in het brute
    Zooo… tijd voor een makan…

  23. Ronald Pino zegt:

    Mijnheer Roos,
    Leugens meneer Roos? Voor mij heeft u als gesprekspartner afgedaan.

  24. Martin E. C. Roos zegt:

    Goed onderbouwd.
    Met voldoening en genoegen lees ik de vele geschreven stukken vanuit onze kleurrijke samenleving die ook nog eens goed onderbouwd zijn met verwijzingen naar situaties die dit bevestigen: of niet! Geplaatst door: Martin E. C. Roos | dinsdag 10 maart 2009 om 23:43
    Leugen 1: Voorbeeld van een concreet antwoord: ‘Ik [Ronald Pino] acht mij superieur aan u [Martin. E. C. Roos] .’ Vraag: ‘Op grond waarvan?’ Antwoord: ‘Op grond van uw breedsprakigheid en in het algemeen geldt dat eenvoud het kenmerk is van het ware.’
    U blijft liegen met :’[…] uw [Martin E. C. Roos] kennelijke behoefte om de Jongens van Jan de Wit en hun koloniale verleden vrij te poetsen van aanklachten als de mijne – tenminste zo lees ik uw citaten.’
    U liegt omtrent mijn stelingname en omtrent mijn ’citaten.’

  25. sigeblek zegt:

    I.I. Een onmisbaar deel.
    *Deze groep Indo-Europeanen, in 1930 zijn er schattingen van 134.000 …
    **Het groeiende Indonesische nationalisme en de komst van de Japanners waren oorzaken dat de Indo-Europeanen,….
    —————————————-
    mbt *
    Volgens CBS(1930) waren er 208.269 Nederlanders Dus waren er 74.269 “Totoks”
    Aantal Europeanen (incl Totoks + Indo-Indisch) waren 240.162
    Aan de andere kant waren er 172.089 (inclusief de 134.000 geschatte Ind.Nederlanders) Europeanen die de in staat zijn om Nederlands te schrijven .
    1930 waren er evenveel Europeanen (172.089) en Indonesiers die in staat zijn om Nederlands te schrijven (187.708)
    In 1940 : waren er bijna 100.000 Indonesiers met Nedrlandse scholing , vanaf H.I.S-ELS t/m hoger onderwijs.Europeanen ongeveer 55.025
    Bij de Indonesiers (toen Inlanders) waren er ongeveer 88.223
    Universitair geschoolde Indonesiers 637 (Europeanen 245)
    ** Hieruit kan je mss concluderen dat de Indonesiers al in 1930 de concurrentiepositie van de Europeanen (inclusief Nederlanders en Ind.Nederlanders)”bedreigen” .
    De invloed van de Indische Nederlanders op politiek en economie gebied zal hoe dan ook slechter worden door het aantal goedgeschoolde Indonesiers.
    Tot ongeveer 1945 was er nog geen sprake van dreigende nationalisme , dat kan verklaard worden doordat de 1ste generatie Indonesische Nationalisten geen negatieve gevoelens hebben t.o.v de Nederlanders en of Indische Nederlanders .
    De leiders hebben zelf dezelfde opleiding en vaak ook Nederlandse vorming.

  26. Peter van den Broek zegt:

    Ik wil afwijken van het topic omdat de laatste opmerking van Sigebek over de mythe van het dreigend (Indonesisch) nationalisme als verschijnsel tot ongeveer 1945 enige correcties behoeven.
    De Sarikat Islam (1912) kan als eerste verschijnsel van een volksbeweging in voormalig Ned. Indie gezien worden, die zich al gauw in politieke (nationalistische) richting bewoog. De communistsische opstanden van 1926 en 1927 leidde er niet alleen toe dat vele communisten en sympathisanten naar Boven Digoel werden verbannen maar dat ook een groot aantal communisten onderdak zochten bij meer radicaal-Nationalistische groepen zoals de PNI van Soekarno. Hierdoor werde de Nationalistische beweging meer en meer geradicaliseerd. Gematigden zoals Hatta werden ook naar Boven Digoel verbannen.
    Een breekpunt voor de Nationalisten was de afwijzing van de petitie Soetardo in 1936 (alhoewel aangenomen door de Volksraad), dat aangeeft wat Nederland precies met Ned.Indie en het Nationalisme voor had. Hier speelt een grote rol de afwijzing van NL van de term “Indonesie” als element van het nationalistisch gevoel in het Indonesisch bewustwordingsproces. De Nationalisten waren in de ogen van de buitenwereld slechts tot “onderdanen” gedegradeerd, een gevoel van minderwaardigheid, zij bleven tweederangs wereldburgers, er restte een maloe-gevoel.
    Colijn onderschatte de situatie volledig en kwalificeerde het Nationalisme als “futiel” daarbij vergetend dat er een massale bewustwordingsverschijnsel op politiek gebied over heel Azie in beweging was gekomen. Het vraagstuk werd gereduceerd tot een politionele kwestie (toen al), de Ned. politici begonnen meer en meer het element van “tijdelijkheid” in de koloniale verhouding uit het oog en in de werkelijkheid verliezen.
    Bovenstaande geeft aan dat de wortels van het Nationalisme verder reiken dan alleen maar het mythische 1945, alsof toen de koloniale heerser, uit zijn Doornroosje slaap werd gewekten zich bewust werd dat het Nationalisme en de versmaadde Sukarno zich de macht hadden toegeeigend.
    Het druist in tegen de mythevorming dat in Ned. Indie alles “gelijkheid in vriendschap” en er geen wederzijdse negatieve gevoelens waren. Niet alleen hadden Indonesiers deze maar ook en speciaal de Indo-Europese Nederlanders dwz Indo’s, de Indische Renaissance en geen Verlichting, een wedergeboorte in Nederland kon beginnen.

  27. michelle apitule zegt:

    Is dit niet wat kolonialisme is? Verdeel en heers en vooral dom houden.Het ging fout toen wij inlanders opeens ook mochten leren omdat er toch wel veel Nederlanders de tegenstellingen te groot vonden, terecht! Hier in holland dacht men nog over die domme luie inlander maar in Indie zelf waren ze er wel van overtuigd dat er potentie zat in het donkere volk. Het nationalisme was vooral sterk in de kring van Indonesiers die gestudeerd hadden en veel in debat gingen met elkaar over de toekomst van hun zelf in het koloniale Indie. Dat resulteerde in verzet tegen de machthebbers die wel wilden meewerken maar niet te veel en niet te hoog, daar beneden is goed genoeg. Na 1900 kwam er steeds meer verzet ook onder de bevolking die wat meepikte van de gedachten van hun broeders en zusters (vergeet Kartini niet}.er werdt ook veel kennis doorgegeven in prive kring van vrienden familie en kennissen die niet in de gelegenheid waren om scholing te volgen. Vergeet ook niet dat Indonesie een grote bron van inkomsten was die den Haag niet zo snel wou opgeven, liever helemaal niet.Dus die zaten echt niet te wachten op die eigenwijze Soekarno en vriendjes die dachten het allemaal wel alleen aan te kunnen Weg met die oproerkraaiers hup de gevangenis in het liefs zo ver mogelijk waar niemand van ze gehoord heeft.Ja hoe het verder afliep weten we allemaal.Indonesie is een jonge staat die met vallen en opstaan het moet leren. Het komt wel goed ook hier in Nederland ondanks meneer Wilders die ons anders wil doen geloven.Ondanks alles blijft de Nederlander zijn nuchtere zelf en maakt over het algemeen wel zelf uit wat hij er van vind. Jammer dat er gisteren er weer zo’n gedoe was in Amsterdam dat zal weer eens temeer duidelijk maken waar wij met z’n allen staan in onze verhouding tot onze medemens.

  28. Ronald Pino zegt:

    ‘De nuchtere Nederlander’ is vrees ik een fictie die standhoudt zolang er geen tegenspraak is. Toen Jan Boon/Tjalie Robinson (zie biografie pag. 101) voorstelde om Indonesië, Indonesia te noemen en als volwaardige gesprekspartner te beschouwen werd hij van kapitein tot gewoon soldaat gedegradeerd.
    Tegenwoordig is het Engels meer en meer het ABN aan het vervangen. Zoals eens het Frans de taal van het Hof en de betere kringen was.
    Peter Giesen (Land van lafaards?) legt uit hoe de Nederlander altijd aan het heulen is met de nachtigste natie. Dat is inderdaad een vorm van nuchter blijven – maar je kunt het ook lafheid noemen: nuchtere lafheid misschien? ‘Dutch courage’ wordt dat heden ten dage ook wel genoemd.

  29. Martin E. C. Roos zegt:

    De eerste breed gedragen volksopstand of revolte of zelfs misschien wel ‘volksbeweging'(1) waarmee Nederland op Java te maken kreeg.
    Onze gemeenschappelijke (Indische) geschiedenis is voor ons, een herwaardering aangaande culturele uitingen. Het gaat om dichtbij, maar ook om afstand, om contrast, soms om list en bedrog maar merendeel om perspectieven. ‘Wij zoeken in het verleden niet alleen het gelijksoortige, dat aan onze eigen verhoudingen beantwoordt, maar evengoed de tegenstelling, het geheel vreemde. Juist uit die spanning van het begrip tussen ver uiteenstaande polen wordt het historisch verstaan geboren.’ (J.Huizinga)
    De nationale held, Javaan en een islamitisch mysticus, die deels ‘leefde’ met de geestenwereld van Java was leider van de ‘heilige oorlog’ tegen de Nederlanders tussen 1825 van 1830 Hij was een prins, telg uit het sultangeslacht van mijn moederstad Djokjakarta: Dipanagara (1785-1855)
    De confrontatie ook bekend als De Java oorlog, zou het begin markeren van de moderne koloniale periode in Indië die duurde tot de Japanse bezettingsperiode. Het bijna onmerkbare in elkaar grijpen van economische grieven en hoop en geloof in het zogenaamde ‘duizendjarige rijk’ creëerde een beweging van unieke sociale opvattingen die we enigszins zouden kunnen plaatsen in de ‘inspiratiesfeer’ voor de nationale beweging in het begin van de twintigste eeuw.
    Echter vanaf 28 oktober 1928 zou de nationale beweging pas één zijn. Hans van Miert in zijn ’Een koel hoofd en een warm hart’(1995) omschrijft het als volgt: ‘Vanaf deze dag raakte het zojuist ontwaken Indonesische volk doordrongen van het eenheidsbesef.
    1 Voor de eerste maal werd de Nederlandse koloniale regering geconfronteerd met een sociale ‘rebellie’ of ‘volksbeweging’ op bijna geheel Java. 200.000 Javanen werden gedood. De Nederlanders verloren 8.000 van de‘eigen manschappen’ en 7.000 inheemse mannen, zogenaamde hulptroepen uit de Indische archipel en waarschijnlijk ook uit Ghana. De Nederlanders controleerden volgens Dirk Vlasblom voor het eerst het hele eiland, toen het kruitdamp optrok. De Hollandse activiteiten aldaar – een handjevol christenen en vrijdenkers heerste over enkele tientallen miljoenen moslims (met animistische, christelijke, hindoeïstische en boeddhistische invloeden) – lijken af en toe nog steeds een groot taboe en een blijvende bron van al dan niet correcte informatie.

  30. sigeblek zegt:

    1.De Sarikat Islam (1912) kan als eerste verschijnsel van een volksbeweging in voormalig Ned. Indie gezien worden, die zich al gauw in politieke (nationalistische) richting bewoog
    2.Een breekpunt voor de Nationalisten was de afwijzing van de petitie Soetardo in 1936 (alhoewel aangenomen door de Volksraad), dat aangeeft wat Nederland precies met Ned.Indie en het Nationalisme voor had
    3.Bovenstaande geeft aan dat de wortels van het Nationalisme verder reiken dan alleen maar het mythische 1945.

  31. sigeblek zegt:

    Echter vanaf 28 oktober 1928 zou de nationale beweging pas één zijn. Hans van Miert in zijn ’Een koel hoofd en een warm hart’(1995) omschrijft het als volgt: ‘Vanaf deze dag raakte het zojuist ontwaken Indonesische volk doordrongen van het eenheidsbesef.
    ————
    Persoonlijk heb ik toch twijfels.
    Je kan hoogstens zeggen dat de Sumpah Pemuda een intentieverklaring is .
    De eenheid was op het moment nog broos , ook gezien de omvang van Indonesia , de verschillende ethnische groepen , waar de grootvaders of overgrootvaders van de nwe generatie Indonesiers (Angkatan 28) nog elkaar bevechten , al dan niet met de hulp van Kumpeni .
    Ze hebben zelf de kleine , bij velen de onbekende Bahasa Melayu aangewezen als de Eenheidstaal.
    En vergeet ook niet dat de overgrote meerderheid van de ” inlanders” arme ongeletterde boeren waren. (meer dan 90%).
    Ze weten echt niet wat in Batavia 1928 door
    de 78 heren/dames studenten / pemuda-pemudi werden bekookstoofd.
    Dat de weg niet over rozen gaat is ook te zien aan de diverse opstanden van teleurgestelde provincies en de beruchte opstand van radicale Moslims (Darul Islam).
    S.A.

  32. Martin E. C. Roos zegt:

    Waardeer jezelf en je donkere en/of duistere achtergrond.
    Omstreeks 1650 werd de Hollandse christelijke toon reeds gezet: “Het was de bedoeling dat de Republiek blank bleef [……..]” heb ik reeds eerder gemeld.
    Eveneens het volgende. De echtgenote van prins Constantijn (de jongste zoon van de overleden diplomaat Claus van Amsberg en Beatrix, achterkleinkind van Jan van Friesland): prinses Laurentien Brinkhorst is ‘gerelateerd’, met andere woorden een nazaat van een inheemse vrouw van de Indische archipel.
    Terug naar wat Blv. ons aller aanreikt: “[…] Blijf gewoon jezelf…. waardeer jezelf en je donkere (duistere MECR achtergrond.”
    De volgende waardering en donkere achtergrond lijkt me vergeten te worden in onze gezamenlijke min of meer gekleurde herinneringscultuur.
    Prof. dr. H. van Straelen heeft een groot aantal historici geraadpleegd en daaraan de volgende conclusie verbonden. De Portugezen, ook wel te benoemen als de voorgangers van de ‘nuchtere Hollanders’, waren ook al vroeg in de geschiedenis religieus en seksueel actief met onze voorouders: de inheemse bevolking. Ook op mijn geboortegrond de Indische Archipel, in Malakka en in het gehele Verre Oosten, wilden ze fysiek en geestelijk de rooms katholieke levensbeschouwing uitdragen. Door hun rooms katholieke insteek wilden ze van geen racistische superioriteit weten. Huwelijken tussen inlanders en Portugezen werden van hogerhand ten zeerste aangemoedigd en zelfs beloond. Albuquerque, ons aller bekend als vaardig zeeman en veroveraar, noemde al de inlandse vrouwen, die met Portugezen getrouwd waren, zijn dochters. Als ze naar de zondagsmis kwamen, ontving hij ze bij de ingang van de kerk en gaf ze een plaats vooraan in de kerk, dicht bij het altaar en dicht bij de rooms katholieke god, zijn zoon (1) en de heilige geest en Maria, moeder van Jezus. Portugese meisjes, dikwijls meisjes uit de zogenaamde hoge standen kwamen van Lissabon om met de inlanders te trouwen. De kinderen uit de bovenbeschreven (talrijke) huwelijken werden als net zulke volwaardige Portugezen beschouwd als de kinderen uit de huwelijken in thuisland Portugal.
    Opvallend is, lijkt me, dat de resultaten en de naweeën van de Portugese en Hollandse kolonisering zeer verschillend zijn geweest.
    Het toenmalige Koninklijke huis van Portugal was in betrekking met deze kwestie zeer zeker van haar zaak, Ik citeer een edict van de koning van Portugal: “Ik, koning van Portugal, overwegend hoe belangrijk het is, dat mijn Koninklijke domeinen bevolkt worden, zie in deze zeer gaarne de medewerking van huwelijken gesloten met de inlandse bevolking. Het is mij een genoegen te verklaren, dat al degenen, die met inlandse vrouwen trouwen, geenszins minder geacht zullen worden. In tegendeel, ze kunnen op mijn speciale Koninklijke attentie rekenen. Ze kunnen zich later vestigen waar ze dat ook maar wensen, en voor hun kinderen staan alle betrekkingen open. Ik verbied bovendien het gebruik van de term ‘halfbloed’ of een soortgelijke uitdrukking, die beledigend is. Degenen, die hier tegen misdoen, van welke rang of stand zij ook al zijn, moeten binnen een maand hun woonplaats verlaten en nergens anders heen evacueren. Hetzelfde geldt met betrekking tot Portugese vrouwen, die met inheemsen getrouwd zijn.”
    Terug naar ons hedendaags Koninklijke huis met zeer ‘nuchtere’ en duistere koloniale banden. A. van Marle gaf reeds in mijn geboortejaar, met als bron de Indische Navorscher, signalen af dat bloedverwanten van onze universele koninklijke schuinsmarcheerder, de overleden prins Bernard, afstammen van inheemse vrouwen.
    1 Opvattingen van de in Indië/ Indonesië opererende ‘activisten’ werden en worden al eeuwen – met mogelijke signalen tot een beroep op het specifiek geloof (Indische variant van de islam, anno 2009 schijnen er ook andere interpretaties mogelijk te zijn) – gelegitimeerd en uitgevoerd.

  33. Peter van den Broek zegt:

    Blijf gewoon jezelf, blijf trouw aan jezelf en aan je donkere achtergrond, heb branie en ondernemingslust zoals Tjalie Robinson al zei.
    Zoals de film 2602 al duidde wil men de mythe van het vredig samenleven van de Indo-Europese en Europese Nederlander, zonder stands- of rasverschil ook in de kampen in standhouden.
    Daarnaast blijft de mythe of misverstand van het kleurenblind zijn steeds in stand. . Het gaat niet om het terugkijken in de geschiedenis, hoe belangrijk danook, maar hoe met het Indisch-zijn omgaat, hoe je er voor uit komt (ik zie dat noch bij het voorgenoemd prinsesje noch bij haar vader) komt hoe je aan het Indisch-zijn vorm geeft, daar bedoel ik niet mee de onvolprezen botol tjebok, die eigenlijk door het moderne Turkse kraantje al is ingehaald

  34. michelle apitule zegt:

    Oke, laten we het dan hebben over het indisch-zijn en hoe je er mee omgaat .Als ik op de pasar malam rond loop heb ik het gevoel dat iedereen trots is op zijn achtergrond.Er word genoten van de sfeer ,de muziek, uiteraard het eten en ook het theater.Wat ik mij dan wel eens afvraag is of buiten de veilige deuren van de pasar iedereen zich nog zo voelt. Er zijn heel wat koempoelans en andere bijeenkomsten voor indo’s en ook voor Indonesiers. Ik kom wel eens langs bij beide. En ik moet zeggen dat er wel een verschil is. Indonesiers in holland leven meer in het nu. Onder het genot van een hapje en een drankje wordt er gepraat over het leven van alle dag het werk de kinderen hoe het met de familie gaat in Indonesie. Er zijn geen sentimenten hoogstens heimwee naar huis. Trots zijn op wie je bent en waar je vandaan komt speelt niet want dat weet je toch. Anders als je tussen de indische mensen zit.Daar speelt een soort bescheidenheid naar buiten toe van niet teveel opvallen, je best doen en wat de ander wel van je denken zal is belangrijk. Dat verwonderd mij omdat je achtergrond {je roots} iets is waar je gewoon trots op moet zijn. Ik ben dat in ieder geval wel. Toen ik naar Nederland ging kreeg ik 2 dingen mee, vader zei: “Jangan bikin malu bangsa meisje, want doe je iets fout in Nederland dan wordt dat een hele natie aangerekend, zo denkt de Nederlander!”. Moeder zei:”Als ze je discrimineren om je kleur, haal je schouders op en ga verder. De mensen die dat doen hebben niets anders om trots op te zijn dan hun kleur dus zijn ze gewoon kasihan !”Dat was mijn bagage toen ik hier aankwam en dat heeft mij hier staande gehouden. Ik heb altijd geleerd dat niemand dom is van mijn vader. Als je iets niet weet dan vraag je. En als je iets niet begrijpt ligt het niet aan jou maar aan diegene die het uitlegt want dat doet hij dan niet goed en vraag je net zolang tot dat je het begrijpt. Dit heb ik ook mijn zoon meegegeven omdat het zo belangrijk is om te weten dat het niet aan jou ligt hoe de ander over je denkt, omdat het alleen wat zegt over de ander. Dus last van mijn Indonesisch zijn met een Nederlandse moeder heb ik nooit gehad. Wel de luxe dat ik van mijn moeders kant hier ook veel familie heb waar ik altijd welkom ben, wel even bellen dat je komt, was iets waar ik wel even aan moest wennen. En zo waren er nog een paar dingen die ik moest leren bijvoorbeeld keihard NEE zeggen, wat onbeleefd is waar ik vandaan kom. En zelfs dan proberen ze nog je om te praten. Mijn ouders vonden mij “hard” geworden, begrepen het maar vonden het jammer. Nu ik heel veel ouder ben geworden is het geen probleem meer om op een zachte manier je standpunt duidelijk te maken,en is het alleen belangrijk hoe mijn naaste omgeving over de kleine dingen denkt. Ik ben een belanda geworden die de meeste indische gewoontes belangrijk vind {ook de botol cebok peter} en zich daarin thuis voelt. Maar ik voel mij ook thuis tussen mijn Hollandse vrienden en familie. Als je vriendelijk bent en respect hebt voor de ander krijg je dat in de meeste gevallen terug. Dus is het leven net zo makkelijk als je het jezelf maakt met of zonder Indische achtergrond. De geschiedenis van ons blijft interessant om over te praten en te lezen en geeft herkenning op veel gebied. Soms voel ik mij “rijker” dan een ander en dat voelt goed. Ik ben altijd benieuwd hoe de andere Indische nederlander zijn leven beleefd en misschien kan ik wat leren van de ander, je weet nooit. Zoals ik nu weer veel geleerd heb van deze discussie hierboven, veel wist ik nog niet. Laat mij horen hoe jullie erover denken, vriendelijke groet Michelle

  35. sigeblek zegt:

    Mijn oude heer zeide iets anders:
    Jangan bikin malu bangsa dan keluarga.
    En een niet onbelangrijk element , dat de carriere van je vader indirect geschaadt kan worden.

  36. Martin E. C. Roos zegt:

    I. De ‘Indische’ boekenweek?
    “De geschiedenis van ons blijft interessant om over te praten en te lezen en geeft herkenning op veel gebied. Soms voel ik mij “rijker” dan een ander en dat voelt goed.”Michelle
    I.I. Het universele van ‘onze’ Indische cultuur.
    Sommigen onder ons begonnen eigenlijk pas te begrijpen wat Indo zijn betekent toen ze van Camus ‘De mens in opstand’ lazen en erdoor geestelijk overhoop werd gehaald. Bij Camus werden ze wakker voor het begrip ‘een volk dat zijn identiteit ontzegd wordt.’
    Al tegen het einde van de negentiende eeuw beklemtoonde de Padangse journalist en Taalgeleerde Arnold Snackey het kosmopolitische en universele van ‘onze’ Indische cultuur. In feite heeft het thema van de Indische zelfbewustzijn alle politieke stormen, een exodus en een verspreiding over de wereld doorstaan.
    Het valt te herkennen in het werk van Snackey, van Douwes Dekker en veel later in dat van Tjalie Robinson en ook Pramoedya Ananta Toer ‘stipt’ ons Indo’s en ‘Indiscch zijn’ regelmatig aan! Tjalie Robinson was degene die de beeldspraak gebruikte van een zeeschildpad die de oceanen over zwemt om het ‘Indische kosmopolitimisme’ tot uitdrukking te brengen en ook haar hybriditeit, dat wil zeggen het deel uitmaken van meerdere culturen. Voor de buitenstaander was de schildpad vlees noch vis, maar tijdens zijn gang door de wereldzeeën was de beleving van de schildpad en die van mij zelf, die van een oneindige ruimte en dus vrijheid en het neigen naar anarchie en humor.
    I.I.I. Pramoedya Ananta Toer.
    Weer anderen ‘grepen’, al vroeg naar de literatuur uit Indonesië. Bijvoorbeeld naar Pramoedya Ananta Toer (1926 – 2006). Deze helaas alweer bijna drie jaar geleden overleden schrijver bracht zijn romans en verhalen voortdurend in relatie met zijn (en onze) persoonlijke, vaak schrijnende levenservaringen. Met de veelbewogen sociale, politieke, religieuze, koloniale geschiedenis van Indië/Indonesië. De armoede en de overvloed van historische verwikkelingen, zijn bronnen, waaraan hij ten prooi viel. Als schrijver heeft hij dit alles kunnen ontlenen aan de werkelijkheid van zijn geboorteplaats het Midden-Javaanse stadje Blora. Pramoedya wist telkens thema’s te kiezen die, soms zelfs, uitstegen boven het dagelijkse leven. Ontzegging van identiteit, onwetendheid, onderdrukking, mishandeling, innerlijke eenzaamheid en vervreemding, afschuw van geweld, humaniteit dat leerde de eerste generatie Indo’s uit de werken van Pramoedya Ananta Toer (1) als kind ‘thuis’ kennen. Hij is geboren en getogen in wat men zou kunnen noemen een Indonesisch-nationalistische omgeving.
    Pramoedya Ananta Toer gaf als een van zijn inspiratiebronnen de Vlaamse schrijver Lode Zielens als voorbeeld. Zielens getuigde in zijn boeken van de onmenselijke ellende die de verschoppelingen van de maatschappelijke orde moesten ondergaan. Als er één Indonesïer bevoegd en in staat was om ‘van binnen uit’ over mensen in en buiten de gevangenis te schrijven, dan is het wel Pram. Minstens achttien jaar heeft hij, onder verschillende regimes en in uiteenlopende omstandigheden, gevangen gezeten. Positionering van Pram is niet eenvoudig. Omdat hij, zoals we uit zijn boeken en interviews kunnen opmaken (net als een aantal van ons) een universele vorming heeft. In de hindoe-, Javaanse-, boeddhistische- en bijbel en koran en andere religieuze geschriften zien we hem zoeken naar fundamentele en uiteindelijke menselijke betrokkenheid. In zijn literatuur vinden we hiervan de weerslag en zijn vertaling.
    In een ‘gewoon’ milieu, niet dat van de Haags-Indische haute bourgeoisie of ‘Indisch-Haags planters milieu’ of ‘Arabisch milieu’, al dan niet – actueel – ‘overvloedig gesubsidieerd’ liet Pram zijn literatuur en verhaalkunst opbloeien en kreeg dit gewone milieu zijn vorm. Dit gewone milieu is desgewenst als schemergebied te omschrijven. En, gedeeltelijk, ook te interpreteren als de eenvoudige vooroorlogse calvinistische koloniale geweldwaarheid.
    Prof. dr A. Teeuwe geeft in zijn ‘Verbeelding van Indonesië’, (1) de volgende korte schets: de overtuigingskracht, de onverzettelijkheid, de creativiteit waarmee Pramoedya Ananta Toer zijn leven lang het wapen van de taal gehanteerd heeft voor waarheid, menselijkheid en gerechtigheid maken hem tot een waardig kandidaat voor de hoogste internationale onderscheiding, de Nobelprijs voor literatuur. Pram is helaas enkele jaren terug overleden. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd is hij bekend geworden met zijn epische romancyclus over het ontluiken van het Indonesische nationaal bewustzijn.
    1. Pramoedya Ananta Toer. De verbeelding van Indonesië. A. Teeuw hoogleraar Indonesische Letterkunde te Leiden van 1955 tot 1986.De Geus.
    Noot Pramoedya Ananta Toer was een productief schrijver. Zijn oeuvre bevat tientallen romans en omvangrijke historische romans, een tetralogie, essays, novellen en pamfletten. In zijn eigen land Indonesië is hij een weinig gelezen schrijver, mede door ‘verbod’ en het ontbreken van een echte leescultuur. En in Nederland lijkt hij van alle kanten gepasseerd te zijn, door de ‘Nieuwe Nederlanders’ met hun ‘schrijfselen’.
    Voorzichtig begin ik de ‘authentieke’ Indische/Indonesische schrijvers, ‘thuis’ opgegroeid in een Calvinistische Nederlandse kolonie, wat beter te begrijpen. Ook de literatuur van hen die reeds gestorven zijn ben ik aan het (her)lezen en dat, terwijl het zelfvertrouwen in Indonesië toe neemt. Geholpen door, de opkomst van, China, India en ook Indonesië zelf als economische machten, worden mijn vragen uit het verleden beantwoord.
    Een voorbeeld.
    Pramoedya Ananta Toer gaf als een van zijn inspiratiebronnen de Vlaamse schrijver Lode Zielens als voorbeeld. Zielens getuigde in zijn boeken van de onmenselijke ellende die de verschoppelingen van de maatschappelijke orde moeten ondergaan. (noot) Als er één Indonesïer bevoegd en in staat is om ‘van binnen uit’ over mensen in en buiten de gevangenis te schrijven, dan is het wel Pram. Minstens achttien jaar heeft hij, onder verschillende regimes en in uiteenlopende omstandigheden, gevangen gezeten. Positionering van Pram is niet eenvoudig. Omdat hij, zoals we uit zijn boeken en interviews kunnen opmaken een universele vorming heeft. In de hindoe-, Javaanse-, boeddhistische- en bijbel en koran en andere religieuze geschriften zien we hem zoeken naar fundamentele en uiteindelijke menselijke betrokkenheid. In zijn literatuur vinden we hiervan de weerslag en zijn vertaling.
    In een ‘gewoon’ milieu, niet dat van de Haags-Indische haute bourgeoisie of ‘Indisch-Haags planters milieu’ (Hella S. Haasse etc.) of ‘Arabisch milieu, al dan niet – actueel – overvloedig gesubsidieerd’ liet Pram zijn literatuur en verhaalkunst opbloeien en kreeg dit gewone milieu zijn vorm. Dit gewone milieu is desgewenst als schemergebied te omschrijven ook te interpreteren als de eenvoudige calvinistische koloniale geweldwaarheid.
    Prof. dr A. Teeuwe geeft in zijn Verbeelding van Indonesië, (1) de volgende korte schets: de overtuigingskracht, de onverzettelijkheid, de creativiteit waarmee Pramoedya Ananta Toer zijn leven lang het wapen van de taal gehanteerd heeft voor waarheid, menselijkheid en gerechtigheid maken hem tot een waardig kandidaat voor de hoogste internationale onderscheiding, de Nobelprijs voor literatuur. Pram is helaas enkele jaren terug overleden.
    Een literair verleden dat meer christelijk goed dan kwaad vertegenwoordigt lijkt in de zogenaamde witte (Euro-Nederlandscentrisch) Indische literatuur en historische processen en continuïteiten, die niet op die manier ook in andere landen zijn te vinden, wat meer voorrang en voorkeur te krijgen. Uiteraard Multatuli is een uitzondering. Juist de rol die in het verleden op niet altijd frisse wijze door nationale geschiedschrijvers en literaire auteurs is gespeeld wordt vaak gekarakteriseerd in onze voormalige koloniën of actueel op deze site herhaald. Pramoedya Ananta Toer (1926 – 2006) bracht zijn romans en verhalen voortdurend in relatie met zijn persoonlijke, vaak schrijnende levenservaringen en met de veelbewogen sociale, politieke, religieuze, koloniale geschiedenis van Indië/Indonesië. De armoede en de overvloed van historische verwikkelingen, zijn bronnen, waaraan hij ten prooi viel, heeft de schrijver kunnen ontlenen aan de werkelijkheid van zijn geboorteplaats het Midden-Javaanse stadje Blora.
    1. Pramoedya Ananta Toer. De verbeelding van Indonesië. A. Teeuw hoogleraar Indonesische Letterkunde te Leiden van 1955 tot 1986.De Geus.

  37. sigeblek zegt:

    Hoe zit het eigenlijk met de (vermeende) betrokkenheid van Pram bij de Lekra organisatie ?
    Een organisatie waarvan men zegt dat ze gelieerd zijn met de PKI (Partai komunis Indonesia).
    Is dat niet de reden dat hij daardoor een controversiele schrijver werd ?

  38. Martin E. C. Roos zegt:

    Andere interpretaties en conclusies zijn mogelijk.
    A. Teeuw formuleert het aldus: “Het blijft overigens twijfelachtig of Pramoedya ooit tot een echte ideologisch uitgewerkte, laat staan marxistische interpretatie van de Indonesische samenleving als een klassenmaatschappij gekomen is.”
    Uit een interview met Pram in 1991 is het volgende te distilleren:
    “[…] Ik heb nooit een mandaat van de Lekra gekregen om iets te verbieden.” […] “Ik wilde een dialoog met ze (andere schrijvers in Indonesië) voeren en ze hebben mij beschuldigd. Dat is de zaak omdraaien.”
    […] “Ik heb Marx nooit bestudeerd.[…] Als schrijver ben ik individualist. […] Ik heb de PKI (dan ook) gesteund, tot er een keer onenigheid kwam met Aidit. {…] Ik was geen lid van de PKI, […]. Het ging mij er om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen, van wie dan ook.” “[…] volgens mij (is) de democratie, hoe slecht ook als systeem (in Indonesië), toch beter dan het communisme”.

  39. Martin E. C. Roos zegt:

    Colijn bleef ook trouw aan zichzelf en aan zijn zeer duistere en sinistere achtergrond en trouw aan zijn werkzaamheden in de zogenaamde Buitengewesten.
    “Ik voel me thuis in dit (Indisch, MECR) leven van krachtig handelen.”(8 maart 1897, Colijn)
    Hendrikus Colijn (1) beschreef in een tweede brief – 24 november 1894 – aan zijn vrouw Helena, de strijd binnen de poeri (op zich zelf weer een gebouwencomplex). Aldaar moest huis na huis veroverd worden. Aan Balinese kant vochten vrouwen, soms met kinderen aan de hand, mee. Uit Colijns brief kan het volgende genoteerd worden:
    “Ik heb er een gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons afstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind.’
    Vervolgens krijgen we een onheilspellende en volledige beschrijving:
    “We mochten toen geen genade meer geven. Ik (Colijn, MECR) heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. “t Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen.”
    Helena, Colijns vrouw ‘voelde’ met hem mee. In de marge schreef ze bij deze passage: “Hoe vreeselijk!!
    1 Colijn was in de jaren twintig van de vorige eeuw eenmaal minister-president. Daarvoor kennen we hem via zijn Indische carrière in het leger aldaar. In de jaren dertig, gaf hij leiding aan niet minder dan vier kabinetten.

  40. marcel zegt:

    Goh,gratis geschiedenislessen hebben wij de afgelopen periode van meester Roos gehad.
    Nu al cukup toch!!!

  41. Cap van Balgooy zegt:

    Interessant! Ik Hoop dat Roos en Pino vrienden blijven. Ik houd van geschiedenis-lessen zonder boek.
    Cap.

  42. Martin E. C. Roos zegt:

    I.I. De ‘Indische’ boekenweek?
    “[…] je had ‘(zowel) als gezonde koloniaal (als gezonde priester) je gezonde behoeften en de geest is sterk maar het vlees is zwak en van tijd tot tijd was daar de duivel met zijn duivelse inblazingen.” Ronald Pino.
    Ik kan me voorstellen als iemand teleurgesteld wordt bij een confrontatie met het ultieme probleem. “Er moet voorwaarts worden geleefd, maar het leven kan pas achteraf worden begrepen” of iets dergelijks, is mijn motto altijd al geweest. Tijdens mijn werkzaamheden in Denemarken werd dit motto ook door mijn Deense collega’s onderstreept. Later bleken deze woorden afkomstig van Soren Kierkegaard.
    Ook achteraf, begreep ik dat de mogelijke christelijke oorsprong (of wortels) van het concubinaat (De njaj. Reggie Baay, 21 mei 2008, gesigneerd!), zo meeslepend beschreven in Nederlands Indië, in de ‘katholieke sfeer’ (1) – hier in Nederland – te vinden is. Voor de eenzame harde werker, de blanke Nederlandse ongehuwde (jonge)man, was zij zijn diensbode/huishoudster, verzorgster, ‘lijfeigene,’ bedgenote en vaak de moeder van zijn kinderen.
    In de zestiende eeuw was, ik geef twee voorbeelden, het dagelijks leven van vrijgezel en pastoor van Nunspeet, Joost Peters zeer gevarieerd en levendig met voor ons herkenbare handelingen. Volgens de kerkgeschiedenis van Nunspeet had meneer pastoor niet alleen gebrast met soldaten, maar ook zijn vroegere huishoudster Taeke, die hij uit een klein dorpje (kampong), in de binnenlanden van Friesland had gehaald en die moeder was van zijn vijf kinderen, voor zes of zeven gulden doorverkocht aan een kleermaker in het dorp Oldebroek.
    De parochianen van Schalkwijk waren in die jaren reeds erg vooruitstrevend. Zij vonden het vanzelfsprekend dat hun pastoor Fransciscus Duvesius een practische oplossing vond. Hij had kinderen bij zijn dienstbode en was tevens snel met zijn mes.
    Veel Hollandse priesters hebben in de zestiende en zeventiende eeuw ‘gevrouweerd’. Het gezicht van de oermoeder, de Hollandse vrouw lijkt me wat vergeten in onze gezamenlijke geschiedenis. We wachten op haar rechtmatige plaats in de geschiedenis.
    En ik ben nog steeds op zoek naar mijn geschiedenis: de priester/ missionaris die me in Modjokerto (Oost Java) gedoopt heeft.
    1 Aan het pauselijke hof heerste in de zestiende eeuw: ‘overdaad en losbandigheid’.
    Noot Wat zich actueel vertaald! Uit een gisteren gepubliceerd rapport van de Amerikaanse Conferentie van Katholieke Bisschoppen blijkt dat de Rooms-katholieke Kerk in de Verenigde Staten in 2008 436 miljoen dollar (337 miljoen euro) heeft uitgeven in verband met seksueel misbruik van kinderen door priesters en andere geestelijken (missionarissen?). Wegens de economische crises werd in vergelijking met 2007 bijna 30 procent minder uitgegeven.

  43. Ronald Pino zegt:

    Sorry Cap! Voor mij is het geestelijke diarree. Of uit een diep geestelijk isolement ontstane behoefte om kennis te etaleren en reacties op te roepen.
    Het heeft niets met mijn artikel te maken tenzij het het gaat om het tegengestelde van een geestelijke Verlichting namelijk geestelijke Verduistering.

  44. Martin E. C. Roos zegt:

    “Het gaat om het tegengestelde van een geestelijke Verlichting namelijk geestelijke Verduistering.”
    Ronald Pino gaat verder in zijn ‘artikel’: “Hoe kun je het uitsterven van onze Indocultuur tegenhouden? Bezoek Indonesië. Lees over Indonesië. Leer Indonesisch te spreken en bovenal te lezen. Behoud de rijkdom van je dubbele identiteit. Wij Indo’s zijn van nature gevoeliger, emotioneler, verfijnder in ons optreden. “
    In onze actualiteit getoond door Ronald Pino met:
    “Voor mij is het geestelijke diarree.”
    Ik heb wat andere gedachten ontwikkeld.
    In de sfeer van Schopenhauer.
    ”Tot maatstaf van een persoon moet men niet de fouten in zijn producten of de zwakkere onder zijn werken nemen, om het dan dienvolgens laag te stellen, maar enkel het voortreffelijke van hem.”

  45. Peter van den Broek zegt:

    Ik zie niet in hoe je het uitsterven van de indo cultuur kunt tegenhouden door het bezoeken van Indonesie, Indonesisch spreken en lezen.
    Indonesie heeft zich na de oorlog los van de Indo-cultuur zelfstandig ontwikkeld, Nederlands-Indie heeft opgehouden te bestaan en een terugkeer is niet meer mogelijk anders dan naar een tempo doeloesfeer, wat overgebleven is,is het onzagwekkende natuurschoon en de herinneringen. Ik zie niet in hoe Indonesie ons bestaan als Indo definieert, , er is een eigenstandige taal, bahasa Indonesia ontwikkeld die niks te maken heeft met het maleis, dat mijn ouders spreken. Ik zie geen wisselwerking. Ik herken mij gewoonweg niet in het huidige Indonesie, er zijn geen gezaamlijke aanknopingspunten of het moet de Bersiaptijd zijn.
    Als je Indonesie en Nederland bijelkaar zet, dan is dat nog geen Indisch (Ralph Boekholt)
    En dan die afgesleten mythe “Wij Indo’s zijn van nature gevoeliger, emotioneler, verfijnder in ons optreden” blijft een pseudo-ethische voorstelling, een misplaatste superioriteitgevoel dat een gebrek aan doortastendheid, wilskracht,ondernemerzin en branie dient te compenseren.
    Een beschouwing van de geschiedenis uit Indo-oogpunt lijkt mij zinvoller,daar hebben wij recht op zoals een correctie op de film 2602, Stille Kracht etc.
    Tevens wijs ik op een hedendaags feit en wel de zaak van Het Indisch Herinneringshuis. Dit is een van de laatste mogelijkheden om onze stem als Indo te laten horen. Het is niet alleen “herinnering” maar ook “vooruitzien” en dat wordt ons door een stelletje regenten van het VOC-kaliber ontzegd. Anders hebben we verzaakt en kan de laatste Indo het licht uitdoen.
    Er ontbreekt een perspectief, een strategie van de hoop.

  46. Mas rob zegt:

    @ Peter
    Een heroriëntatie op Indonesië geeft nieuwe impulsen aan een Indische identiteit. Ik vind dat niet zo gek. Vraag Indo’s zich zelf te omschrijven (zoals op internet fora vaak gebeurt) en je krijgt, terecht of onterecht,negen van de tien keer typische Indonesische, en dan met name Javaanse eigenschappen of cultuuruitingen als antwoord. Is Indomie iets Indisch? Nee, natuurlijk… maar deze Indonesische snack is geliefd bij vele indo’s waaronder ikzelf.:)
    Het huidige Indonesië is heel anders dan het collectief herinnerde Indië. Dat is juist prachtig: het confronteert en schudt op. Mijn vroegere ervaringen met Indonesië leerden me een hoop over mezelf, over Nederland en over Indo’s in Nederland. Het gaf me de gelegenheid om vele “indische” dingen in een nieuw perspectief te zien.
    Iets anders.
    Het modern Indonesisch mag dan anders zijn dan het pasar Maleis van voor de oorlog, het heeft natuurlijk wél veel te maken met het in de in de koloniale tijd gestandaardiseerde Maleis van boek en voorschrift.
    @ Martin E.C. Roos
    Hoi Martin. Ik ben zolangzamerhand de draad van je betoog helemaal kwijt. Kun je het in enkele krachtige zinnen voor mij samenvatten?

  47. `michelle apitule zegt:

    Wat meneer Pino bedoeld heeft te maken met begrijpen en herkennen! De mensen in Indonesie, de sfeer, de omgang met elkaar.En het leren van de taal maakt het makkelijker om in contact te komen met de ander maar daardoor ook met jezelf. Natuurlijk is het huidige Indonesie anders,zelfs ik die pas in 1970 vertrok herken bijna niets meer.Maar toch kom ik thuis.Andersom, mijn moeder die in 1947 vertrok uit nederland herkende ook weinig van de nederlander die ze achter liet,”Wat zijn ze onbeschoft geworden”zei ze. En toch kwam ze thuis. Het eten de geur van vers fruit, vers gebakken brood heerlijke Hema worst de krentenbollen. Overal het nederlands horen ook op de TV en radio.Met de bus en tram reizen, de Scheveningse pier. De hei in hilversum de straat in Amsterdam en het huis waar ze geboren is. Dat is ongeveer wat ik denk dat meneer Pino bedoeld met teruggaan naar je roots zodat die een deel van jezelf blijven. Meneer Pino, aub blijf deelnemen aan deze gedachte wisseling. Ik sla meneer Roos ook over want ik word alleen maar bingung van alles wat hij erbij haalt.

  48. Ronald Pino zegt:

    Dierbare Michelle,
    ‘Publicize and be damned’ schreef ooit Oscar Wilde en zo voelde ik het ook maar een paar positieve klopjes op de schouder en ik kan weer verder merk ik. Er staat – als Blauwvogel het toestaat – een ander taboe in de pen om vermorzeld te worden namelijk het wijdverbreide misverstand rond het Indo-minderwaardigheidscomplex.
    Het gaat in al mijn schrijfsels om de zelf(h)erkenning. Ook in mijn streven een beeld van onze oermoeder De Njai van de grond te krijgen.
    Nogmaals hoor en zie de Tong Tong roept!
    Dank aan allen voor de opstekertjes en we zullen doorgaan. Van ;-( tot 😉

  49. michelle apitule zegt:

    Beste meneer Pino, Ik kan niet wachten op de volgende pikiran.Ik hoop dat meneer Roos u dan met rust laat en dat anderen wat meer kans hebben om op een normale manier mee te pikiren. Vriendelijke groet en tot de volgende pikiran, Michelle

  50. Peter van den Broek zegt:

    Mijn geboorteland en de leefwereld van de Indische Nederlander ging ten einde (1945-1949)en ik vind het meer dan opmerkelijk dat tig jaar na dato Indonesie als inspiratiebron wordt gebruikt op basis van enkele niet nader aangeduide of vage culturele uitgangspunten, rekening houdend met het feit dat “Indonesie” voor de oorlog werd doodgezwegen en dat het na de oorlog wel heel lang heeft gedaan voordat zij erkend werd. Is er sprake van een lotsgemeenschap of waar zijn die gemeenschappelijke elementen (Javaans, Sumatraans) op gestoeld en wat voor betekenis heeft dat voor mijn huidige bestaan???
    Om weer terug te komen op de discussie, er wordt in het begin een wel ongebruikelijke definitie van “De Verlichting” in filosofische zin gegeven, i.t.t. Horkheimer etc. Ik verwachtte een interessante discussie over de invloed van het Verlichting op het modern Indisch-bewustzijn, hoe kunnen wij door rationaliteit en niet beinvloed door sentimenten, zoals nostalgie en tempo doeloe tot een beter inzicht in het Indisch-zijn en het functioneren komen.
    Ik zie een Indische “Renaissance” in de algemeen geaccepteerde betekenis van het woord meer op zijn plaats, iets meer toekomstgericht, anders wordt weer een boot gemist.

  51. Martin E. C. Roos zegt:

    Het voortreffelijke met vele vraagtekens.
    Of: “[waar is]die gemeenschappelijke elementen (Javaans, Sumatraans) op gestoeld en wat voor betekenis heeft dat voor mijn huidige bestaan???”Peter van den Broek.
    “Waar wil ik heen? We gaan verder met Ronald Pino (noot): ‘‘Naar een persoonlijke revolutie tegen het ontzeggen van de eigen identiteit.’’ Opmerkelijk in onze context is het volgende door Theodor Holman in De Groene (20090311) aangekaart: Een jonge moslim kwam opeens met de vraag ‘waarom ik zijn identiteit wilde afpakken, ja zelfs vernietigen’.
    Ik vond dat een interessante zin, vooral ook omdat hij er applaus mee oogstte. Mijn vraag was: welke identiteit pakte ik hoe af en hoe vernietigde ik die vervolgens?
    Waarop de jonge moslim zei: ‘Dit is precies waar het om gaat. U bent dom als u dat niet begrijpt!’
    Een mening inzake identiteit: Nederlandse of ‘Indische’ of ‘mengvorm’ in onze context, is slechts een ding. Iets anders is, hoe alles in elkaar steekt. En hoe helder krijg je het voor het voetlicht.
    Inderdaad stuiten we dan op het voortreffelijke. “Het gaat om een lang verhaal van zelfontdekking […]geestelijk tot inzicht komen over jezelf en je bestaan [en (waar) ontstaan, MECR]” wat Ronald Pino ons mededeelt en laat meebeleven.
    I. (Zelf)Ontdekking. Waar.
    Tot de dertiende eeuw was het Javaanse boeddhistische koninkrijk Sailendra samen met de grote Srivijaya-zeemacht in het zuiden van Sumatra, de grootste mogendheid in Zuid-oost- Azië. Met name was Srivijaya lange tijd een belangrijk centrum voor de studie van het Mahayana-boeddhisme.
    Borobodur-tempel-complex. Boeddhistisch? (1) “Zo zijn [of lijken? MECR] veel Indo’s: stil en bescheiden tot het ze de keel uitkomt en ze in een on-Hollandse razernij vervallen.” (Ronald Pino)
    I.I. Identiteit.
    Ons Nederlandse variant(en) van Calvinisme ontstond in de zestiende eeuw in Zwitserland en belandde daarna in Holland en in Nederlands Indië. Calvijn was maar één van de voormannen Dit kun je zelf ontdekken uit o.a. ‘Een nieuwe tijd, een nieuwe kerk’ van VU-docente Mirjam van Veen. Volgens van Veen e.a. rust de theorie van het calvinisme als hoofdbestanddeel van de Nederlandse identiteit op drijfzand. En zou aldus (zie ook I.) met het door Ronald Pino geïntroduceerde door de toiletpot getrokken kunnen worden. Sinds Luther (1517) bestonden er in Holland vele stromingen naast elkaar. En ook in de Gordel van Smaragd bestonden vele religieuze stromingen (2) naast, met en door elkaar. Hybride, Indisch dus:ook in 2009.
    I.I.I. Een reeks weerspiegelingen.
    Ik spiegel weer mee met Tjalie Robinson: “Ook de zwaluwen in de lucht en de waterspinnen op het deelvlak tussen twee hemelen schrijven. Shakespeare schrijft en Jean-Paul schrijft en alle Tjalie’s schrijven. Er is geen kunst aan. De wereld trekt zich nergens wat van aan. Het opstel dat ik vandaag schrijf is morgen weer verouderd. Het Djakarta in deze bundel (Piekerans van een straatslijper) is niet meer het Djakarta van vandaag. Een ‘reeks weerspiegelingen in een bruin oog’,dat is één, een bruine hand die schrijft dat is alles. Nou tabé dan van
    Tjalie Robinson.”
    Ik sluit af met Theodor Holman: “Het kwaad zit ’m namelijk hierin dat iedereen meent die onduidelijke woorden heel goed te begrijpen. Identiteit, geloof, solidariteit, barmhartigheid, islamisme, kapitalisme – en ga zo maar door.” En met Peter van den Broek: ‘Ik zie een Indische “Renaissance” in de algemeen geaccepteerde betekenis van het woord meer op zijn plaats, iets meer toekomstgericht, anders wordt weer een boot gemist.’ (-2- of is er reeds ‘een iets meer toekomstgericht’ gecreërd , Peter?)
    1. “[…] ik had mijn (mogelijke, MECR) roots gevonden begreep ik achteraf. Sindsdien besef ik hoe belangrijk roots zijn; ze zijn van levensbelang. Het is een zaak van geluk en leven je eigen identiteit te erkennen. Als je echt bent, kun je nooit door de mand vallen.” Geplaatst door: Ronald Pino | dinsdag 10 maart 2009 om 16:14
    2. Duidelijk (MasRob? 3) is nu eveneens dat de eerste grote groepen ‘onkwetsbare’ naoorlogse moslims uit Indonesië en Suriname (Java) kwamen. Met een eigen beleving (boeddhistisch, hindoeïstisch, animistisch, islamitisch en christelijk), humor en relativeren en identiteit. Nederlands sprekend en ‘globaliserend’ werkzaam, studerend en sociaal actief zijn ze in de Nederlandse multiculturele samenleving. Duidelijk is nu ook dat er ook honderdduizenden moslims uit India, Pakistan, Irak, Iran etc. eveneens ‘globaliserend’ werkzaam en studerend en sociaal actief zijn. Samen met de meer dan een miljoen ‘christelijke’ Indische Nederlanders, waarvan een gedeelte is opgegroeid in een niet-arabische-moslimcultuur en samen met anderen in Nederland.
    Noot Zeg eens tegen de ander dat je hem begrijpt, maar het niet accepteert. Wie verafschuwt multiculturen in Nederland? Ik had slechts twee vragen aan Ronald Pino! Geplaatst door: Martin E. C. Roos | dinsdag 10 maart 2009 om 22:11
    3. Denken is: “[…] en de brandstapel voor dissidenten als de theoloog Michael Servet…” Geplaatst door: MasRob | donderdag 12 maart 2009 om 13:56 Feit is: Het vonnis werd uitgesproken door den Raad der stad Genève, Een Raad waarin de meest felle tegenstanders van Calvijn, de Libertijnen (vrienden van Servet), de meerderheid hadden. (1931)

  52. Mas rob zegt:

    @ Peter
    Nogmaals, het huidige Indonesië is heel anders dan het koloniale Indië. Een zoektocht naar het oude Indië zal in Indonesië gedoemd zijn te mislukken.
    Mij gaat het niet om een Indisch groepsgevoel. Het gaat mij om een persoonlijke zoektocht. Wellicht heb jij geen enkele binding met Indonesië. Ik heb die wel, al was het alleen maar de met mijn familie daar.
    “Enkele niet nader aangeduide of vage culturele uitgangspunten”. zo schrijf je. Maar is dat niet precies wat je krijgt als je Indo’s vraagt om de eigen “cultuur” of de persoonlijke identiteit te benoemen?
    Eten, hormat-cultuur, het omgaan met familie, om maar een paar zaken te noemen die steeds terugkomen bij het spreken over typisch indische sporen in Nederland, blijken au fond weinig anders te zijn dan geïsoleerde brokstukken Javaanse cultuur. Zou het daarom niet verhelderend zijn om je te spiegelen in de bron van dit alles? Die spiegel kan ongenadig, maar ook verrijkend zijn.
    Persoonlijk heb ik steeds minder met etiketten als Indische Nederlander, Indo (-Europeaan) of totok, het is een etikettering die zijn oorsprong vindt in de logica van een kunstmatig in stand gehouden koloniale samenleving, een samenleving die al in 1942 ophield te bestaan. We spreken toch ook niet meer over “inlanders”? Onze Oermoeder was GEEN indo.
    Ik wil af van groepsdenken. Een Indische “renaissance” zegt me niets. Ik zou willen dat een ieder de Indische erfenis gebruikt naar eigen inzicht en behoefte. Laat duizend bloemen bloeien!;)

  53. noor zegt:

    “Ik wil af van groepsdenken. Een Indische “renaissance” zegt me niets. Ik zou willen dat een ieder de Indische erfenis gebruikt naar eigen inzicht en behoefte. Laat duizend bloemen bloeien!;)”
    Ik ben het hier 100% mee eens Mas Rob! En dat brengt ons weer terug naar de pikiran van Pino, één van de duizend bloemen…
    Voor je eigen bloem mag je ook reclame maken en dat heeft hij gedaan, zeer tot mijn genoegen.
    Ik hoop dat hiermee ook het laatste woord gezegd is, want al die zijsporen in dicussie doen alleen maar afbreuk aan het unieke van iedere pikiran.

  54. Ronald Pino zegt:

    Mas en Noor Hebben uiteraard geheel gelijk maar niet iedereen heeft zich op eigen kracht uit de vernederende goepsdruk tav het Indozijn weten vrij te denken. Niemand kan zichzelf bij de haren uit de modder trekken. We moeten leren te leven met het feit dat Indië en Tempo Doeloe absoluut en voor goed voorbij zijn ‘but we got them under our skin.’
    Zijn onder de schrijvers hier die raad weten te formuleren voor de Nederlandse samenleving nu die kennelijk geen raad weet met het multiculturele klimaat dat gegroeid is. Integreren is alleen ‘meer Nederlands worden’ – is er geen alternatief?
    We denken verder en planten het zaad waaruit de bloemen zullen bloeien! ;-)!

  55. Blauwvogeltje zegt:

    Identiteit is een vaag begrip
    Cultuur is een vaag begrip
    Culturele identiteit is dubbelvaag….
    Ik gruw van cultuurfundamentalisten van het type die Maxima veroordelen omdat ze zoiets zei van…” ‘de’ Nederlander bestaat niet”
    Zie hier
    Ze bedoelde te zeggen dat het prototype van de Nederlander en het prototype van de Nederlandse identiteit niet bestaan. Zo eenduidig, duidelijk en concreet is het helemaal niet..Gelijk had ze… Maar de cultuurverdedigers wilden vooral de mythe van duidelijke identiteit nog eens herhalen en de koninklijke instemming van de noodzaak van een culturele mobilisatie tegenover het buitenlands ‘gevaar’ horen of … zo niet.. moet Maxima haar mond houden..
    Het prototype bestaat niet: Idem met de Indischen en de Indische identiteit… brokstukken Javaanse cultuur die je vindt zijn niet geisoleerd en zijn er ook niet toevallig .. de samenhang ervan is logisch en zichtbaar … Je spiegelen in de bron –Indonesische cultuur- kan zeker nuttig zijn.
    Maar in hoeverre het je raakt is voor iedere Indische nazaat anders.
    Voor herontdekking van je Indische afkomst is het niet persé nodig Indonesië te bezoeken… maar velen ervaren een bezoek wel als bijdragend aan die herontdekking.
    Ieder het zijne… ook “het” prototype van herontdekking van identiteit bestaat niet.
    De vraag blijft… en is wel terecht, wát herontdek je dan eigenlijk ?
    Hoe vaag het ook is…. Nederlandse identiteiten, Indisch-Nederlandse identiteiten bestaan wel…Dwepen ermee is het ene uiterste en ontkennen schurkt aan bij het tegendeel ervan.
    Begrippen als Indische Nederlander of indo zijn nog steeds actueel . Die luitjes zijn nog springlevend …. ook al is de oorsprong ervan niet meer aanwezig.
    Die 3e generatie en daarna is een verhaal apart…maar voor het gros van de 2e generatie geldt dat het zelfverloochening is jezelf niet te zien als Indisch…

  56. Blauwvogeltje zegt:


    laat 1000 bloemen bloeien
    ik begin met 1… de kecubung
    @Ronald
    Wat bedoel je met ‘vernederende groepsdruk’ ?
    Wat is die vernedering en wie is die groep?
    Die groep is “Nederland”? Die — nu meer dan ooit–
    integratiedwangelijk en monoculturalistisch is ?
    De leuze is: ..iedereen zal de Hollands-Nederlandse identiteit moeten aannemen ? Er is geen plaats voor de Indische Nederlandse identiteit ?

  57. Peter van den Broek zegt:

    Ik kan best indenken waarom sommigen “Indische Renaissance” niets zeggen maar voor mij betekent het dat de Indische Moderne geschiedenis, zeg 20ste eeuw vanuit Indo-europees gezichtspunt kritisch bezien dient te worden, waaarbij Identeit, cultuur als sociaal oogpunt besproken worden, zodat de Indo-Europees zijn plaats in de geschiedenis terugkrijgt.
    Wim Willemse heeft in de 90er jaren baanbrekend werk gedaan om de Indo in de wetenschappelijke belangstelling te krijgen en dat werk is eigenlijk door al die heibel om Het Indisch Huis teniet gedaan. Er dient wat aan de beeldvorming gedaan worden Kijk bevoorbeeld naar Elsevier.nl en wel het commentaar om de nieuwe site “WO2ONLINE.NL”. Het commentaar spreekt boekdelen. Zolang dat niet verandert, verliezen wij als Indischen geen recht van spreken meer.
    Ik weet dat het discussieren over identiteit belangrijk is, we dienen wel uitte kijken voor navelstaarderij) maar we dienen ook sporen als kaders voor de toekomst uit te zetten. Door wat worden wij Indo’s bewogen, wat is het engagement, of is dat postmodern (Lyotard)

  58. Ronald Pino zegt:

    Vernederende groepsdruk is het verschijnsel dat je negatief over jezelf gaat denken onder invloed van een meerderheid of een groep waar je in zit.
    Voorbeeld. Het op straat nageroepen worden met ‘pinda, pinda, poepchinees’ geeft niet direct dat je op vrolijke gedachten over jezelf komt. Toen het mij overkwam, bracht het mij op de gedachte fout te zijn.
    Een ongeveer vergelijkbaar verschijnsel is door de psycholoog Asch gevonden waarbij bleek dat tot 75% van de mensen op foute gedachten komt simpelweg doordat anderen een foute mening eropna houden.

  59. michelle apitule zegt:

    Dit dilemma speelt voornamelijk bij de 2de generatie, die zich geconfronteerd voelde met het grote verschil tussen wat je meekrijgt van thuis en de Nederlandse maatschappij waarin het dagelijkse leven zich voornamelijk af speelde, school, werk, omgang met de mens buiten de Indische kring. De behoefte te weten wie je bent is groter dan bij de 3de generatie, die vaak de worsteling van de ouders niet ziet of er niets mee te maken wil hebben.Zij leven in het nu. Indonesie is een leuk vakantie land of trekt helemaal niet. Indisch eten is lekker maar ook Japans, Turks, Indiaas enz.De heimwee naar iets wat onduidelijk is, is moeilijk over te brengen.De zoektocht naar hoe wij ons verhouden tot de maatschappij waarin wij leven is een probleem van ons, niet van onze kinderen.

  60. Ronald Pino zegt:

    Staan kinderen werkelijk zo ver van het denken van hun ouders af dat waar hun ouders mee behept zijn hen niet raakt?
    Een jongere halfbroer van me die in Nederland is geboren, bleek aan een kampsyndroom te lijden (mijn ouders waren toen al overleden) terwijl er thuis nooit over het kamp is gepraat!

  61. Peter van den Broek zegt:

    humiliating groups pressure als sociologisch verschijnsel wordt vaak en ik spreek uit ervaring toegepast op 1ste-jaars studenten in studentenverenigingen,KIM e.d. om het groepsproces tussen vreemden te versnellen. Er staan dus in wezen twee groepen t.o. elkaar waarbij de ene, de feuten, zich als groep dient te manifesteren, om geaccepteerd te worden, hoe het individue over zichzelf denkt is niet belangrijk, het is de groep, die dient te overleven. het is een soort survival training van de groep.
    Bij Indo-Europeanen heeft dat niet gefunctioneerd, de groepsdruk werkte niet,de peergroup werkte niet, ik kan mij niet meer herinnering wie daarover heeft geschreven in de 90er jaren, het referentiekader was niet te definieren etc.
    Wel speelde hier de ambivante houding tussen totoks en indo’s een rol.

  62. michelle apitule zegt:

    Ik weet echt niet hoe dit werkt, Reincarnatie[smile]? Mijn moeder weigerde Duits te spreken en er was geen enkel Duits boek in ons huis.Vader is gevangen genomen door de Jap en goed mishandeld, die moest niets hebben van de Japaner. Maar toen ik als 2de taal Duits koos op school werd er thuis niets over gezegd.Mijn nichtje ging Japans studeren en mijn vader had geen commentaar. Ik heb niets traumatisch overgehouden van mijn ouders ervaringen in de 2de wereld oorlog. Ook mijn zusjes en broertjes niet zover ik weet. Ik denk dat het van het kind afhangt, de een is gevoeliger dan de ander. Toch denk ik dat de generatie van nu heel andere zorgen heeft. Alles gaat zo snel tegenwoordig dat deze kinderen geen tijd hebben om over dit soort dingen na te denken. Hun stress is een heel andere dan de onze.Natuurlijk wordt er geluisterd naar de verhalen, maar het is zo’n ver van mijn bed gebeuren. Neem mijn zoon en zijn verhouding tot Indonesie. Leuk vakantie land, mijn oom en tantes wonen er ook oma nichtjes en neef. Leuk om ze af en toe te zien maar e-mail, chat en sms-en is zo’n 2de natuur van deze generatie. Heimwee hebben ze niet, hun leven is hier hun toekomst is hier. So what stroomt er indonesisch bloed in mij, leuk om er over te hebben als het ter sprake komt, maar onzeker omdat het zo is, ben je gek!, het is gewoon leuk. Die pasar en koempoelans zijn voor de oudjes, als wij komen is alleen maar om naar leuke meiden te kijken en lekker te eten.Die muziek zegt ons ook niets zo ouderwets, hoor het wel thuis als ma weer eens een bui heeft maar dat is haar ding. Nee, de meeste jongelui met nog maar een beetje indisch bloed gaan hun eigen gang en gaan niet meer mee met pa en moe naar al die koempoelans en pasar’s. Boeken over Indische ervaringen, niet interessant, alleen als het spannend is.Vrienden hebben ze in alle soorten en maten.De beste vrienden van mijn zoon zijn Pepijn een oer Hollandse jongen en Vincent een rasechte Hindoestaan. Hij woont al 6 jaar samen met Zeliha een volbloed Turks meisje. Hij vraagt zich echt niet af waar zijn roots liggen. Wat hem betreft is hij gewoon een hollandse jongen met een Indonesische moeder en een Hollandse vader eeeen….., een half Noors-Friese stiefvader.Opa mishandeld door de Jap, overgroot vader dood geslagen door een mof, erg, maar die Jappen en Duitsers van mijn leeftijd hebben er toch niets mee te maken. Hoe die Nederlanders tekeer gingen in Indonesie en de Indonesier de Hollander te pakken nam, is geschiedenis. Dat gebeurd nu eenmaal in oorlog, daarom is oorlog iets waar we niet aan moeten. Geef ze ongelijk, ik niet.

  63. Ronald Pino zegt:

    Mijn moeder werd altijd kwaad als je het over racisme had in Nederland.
    Er bestaan kennelijk Indo’s voor wie er geen Indo’s bestaan ….
    😉

  64. Glenn zegt:

    …sorry hoor…maar wat een vermoeiende discussie…wat kan Indisch zijn vermoeiend zijn…;-)

  65. kroepoek zegt:

    ach Glenn, ’t houdt ons van de straat 🙂

  66. kees de ruiter zegt:

    Deze site heeft voor mij een doel & voorziet in een behoefte: het neerschrijven van gevoelens en ervaringen, kun je als lezer alleen maar rijker van worden, voor de schrijver is het een manier om gedachten te ordenen én een uitlaatklep voor positieve en negatieve gevoelens.
    Ik vind het interessant te lezen hoe de jongste generatie Indo’s het Indisch zijn beleeft en ben blij te horen dat het door henzelf als iets positiefs wordt ervaren, multiculti-mentaliteit en met de blik op de toekomst gericht. Ik ben van 1965 en ik probeer dat ook, met opgeheven hoofd voorwaarts met oom Tjalie Robinson als fakkeldrager. Met mij lopen velen mee: Jan Toorop, Jan Akkeringa, Eppo Doeve, Eddy du Perron, Karel Zaalberg, Victor Ido, Elien Utrecht, Lin Scholte, noem ze maar op, schrijvers en kunstenaars, van bekend tot beroemd, weliswaar van een andere generatie, maar boegbeelden voor de nieuwe!
    De geschiedenis zit in ons bloed, via de genen en door de verhalen, heb de hele oorlog, Bersiap of repatriëring nooit meegemaakt, maar “mijn koffertje” is altijd gepakt. Ik gooi geen eten weg, “als je dorst hebt, drink je maar water”, Japanners lachen mij teveel om onduidelijke reden én ik vertrouw op tastbaar goud in zware tijden.
    Vond het dan ook zeer vermakelijk gisteren in de Volkskrant te lezen dat beleggen in goud weer zeer populair is geworden. Adviseur Willem Middelkoop zegt:
    “De verkoop is boven alle verwachtingen, we hebben inmiddels bijna 3 miljoen euro aan goud verkocht”. Op de vraag waar men dan zijn goud moet bewaren antwoordt hij:
    “Ik zeg altijd: wees creatief, maar stop het niet in een bankkluis, want als de banken hun deuren sluiten, kun je er niet meer bij”.
    Prachtig, ik hoor het mijn Indische grootmoeder Evelien “met angst en beven” zeggen, je zou bijna denken dat de Japanners weer op het Koningsplein marcheren…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.