de Volkskrant:
Door het herlezen van Louis Couperus’ De stille kracht werd Thomas Beijer teruggebracht naar zijn jeugd in een Indische familie. Het zette hem aan het denken over door Indië geïnspireerde muziek. Zou hij de Java Suite nu nog spelen?
Als kind was ik blond, en mijn neven en nichten, die allemaal een veel donkerder uiterlijk hebben dan ik, plaagden me daarmee en noemden me, tot mijn immense woede, totok. (De benaming voor volbloed Europeanen in voormalig Nederlands-Indië. Indo’s, die zowel Aziatische als Europese voorouders hebben, gebruiken het woord onderling, zoals in dit geval, soms spottend en plagerig – het betekent dan zoiets als ‘kaaskop’.)
‘Ajo, dat trèk wel bij’, zei tante Soesa.
‘Weet je wat jij bèn’, riep oom Panki, ‘jij bèn een katjang bule, een blonde pinda!’




















































