‘Christenslavin onder de slaaffjens’

De Groene Amsterdammer

Leonora van Bali, slavin-concubine van Cornelis Chastelein
‘Christenslavin onder de slaaffjens’
Toen Cornelis Chastelein in 1714 in Indië stierf, kwamen zijn tweehonderd slaafgemaakten vrij, onder wie zijn njai Leonora. De njai, slavin-concubine, speelt in de Aziatische koloniale geschiedenis een hoofdrol. Veel Indische Nederlanders zijn er nazaat van.
==
Vanuit de speciale muziekruimte boven het poortgebouw klinkt het meditatieve geluid van de gamelan over het landgoed Seringsing. De slaghamertjes dansen over de gongs, bekkens en trommels. Ertussendoor vlechten zich de fluit en het snarenspel van de celempung, een soort citer.

Voor Leonora klinkt dit als thuis. Het is de muziek van haar geboorte-eiland Bali, maar sinds jaren hoort ze het ook hier op het landgoed van Cornelis Chastelein. Hij, grootgrondbezitter en vader van haar zevenjarige dochter Maria, is erg gesteld op de muziek, vooral wanneer er bezoek is, zoals nu. Dan waaiert het geluid langs de bijgebouwen, de koeien en de gewassen.
De gast op deze aprildag in 1706 is een tekenaar uit Holland. Deze meneer De Bruin luistert verwonderd en bestudeert aandachtig de plek waar de veertien Balinezen musiceren.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *