Boek: Landverhuizers rond de Sloterplas

Boekenbestellen : Landverhuizers rond de Sloterplas
Levensreizen van Indische ouderen in Amsterdam
van Wendela Gronthoud .
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen naar schatting driehonderdduizend Indische Nederlanders naar Nederland. Geboren in het voormalige Nederlands-Indië, thans Indonesië, kenden de meesten Nederland alleen uit schoolboeken – het onbekende Nederland. Ze arriveerden met schepen als de Johan van Oldenbarnevelt en de Sibajak, beladen met herinneringen aan de Japanse bezetting, de Bersiap en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog – in Nederland destijds aangeduid als ‘politionele acties’ – en het gedwongen vertrek dat ‘repatriëring’ werd genoemd.


Ingezonden mail:
Foto: in het midden Wendela’s grootmoeder Charlotte Frédérique Gronthoud-Dahmen met haar oom Wim, links overgrootmoeder Georgina Dahmen-Severijn en rechts overovergrootmoeder Paulina ‘Tjang’ Severijn-Meijer.

Vrijdag 30 januari 2026 kreeg wethouder Alexander Scholtes, zelf kind van een moeder uit Palembang, het eerste exemplaar. Een verslag van de door Shirley Brandeis geleide bijeenkomst staat hier: napnieuws.nl

Het boek is in het Nederlands beschikbaar als gratis pdf-download: tinyurl.com

Meer over ‘staatsdiscriminatie’ in de jaren ’50:  Zie deze scriptie pdf in het Nederlands.

Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

3 Responses to Boek: Landverhuizers rond de Sloterplas

  1. Boeroeng schreef:

    Altijd prima en nodig een bronvermelding te maken.
    Gewoon bij naam of met een direct te openen linkje.
    Zoals deze over de scriptie van Christaan R. van den Bor:

    In het onderstaande citaat valt het een ander te corrigeren

    _ Er was veel niet gehuwd. Dan weer.. veel ook wel.
    _ De kinderen met een Indonesische moeder noemden haar niet Indiër en zichzelf ook niet
    – Mijn moeder was indo-europeaan en had een Nederlandse vader geboren en getogen te Limburg.
    – Haar indo-moeder had een Nederlandse vader, geboren en opgegroeid in Drenthe
    – Mijn indo-vader had een moeder met de Nederlandse nationaliteit, die hem erkende.
    Wat we nu weten is dat mijn vader geen Nederlandse voorouder had, geboren en geleefd in Nederland

  2. Repatrianten 1 - van den Broek schreef:

    Ik ben weliswaar geen deskundige maar dit is een onderwerp waar ik wel wat van afweet.

    In zijn scriptie over de wijze waarop de Nederlandse overheid raciale criteria hanteerde bij de repatriëring, gebruikt Christiaan R. van der Bor een opmerkelijke definitie van de groep ‘Indische Nederlanders’. Hij onderscheidt de volgende categorieën:
    • a) Totoks: Nederlanders die naar Indonesië waren geëmigreerd
    • b) Nederlandse Indiërs: Kinderen uit huwelijken tussen Nederlandse mannen en Indonesische vrouwen en hun kinderen.
    • c) Indo-Europeanen: Personen met een Nederlandse moeder of een Nederlandse voorouder ergens in de stamboom.
    • d) Spijtoptanten: Nederlanders die aanvankelijk voor het Indonesische burgerschap (Warga Negara) kozen, maar later op deze beslissing terugkwamen.
    • e) Inlanders: Personen zonder Nederlandse voorouders, maar met een sterke affiniteit met Nederland.
    Het is problematisch dat Van der Bor “Indische Nederlander” als een ‘containerbegrip’ hanteert voor een historische situatie van tachtig jaar geleden. Het criterium voor deze indeling lijkt willekeurig en houdt onvoldoende rekening met de geldende wetgeving van destijds: Europeaan- Inlander – andere Oosterlingen. Een verantwoorde analyse van de toenmalige sociale realiteit ontbreekt.

    In het eerste hoofdstuk – ‘gastvrije’ ontvangst 1945–1949 – stelt Van der Bor de vraag hoe ‘open’ het toelatingsbeleid werkelijk was. Hij voert aan dat van de 135.000 repatrianten (cijfers CCKP 1945–1951) slechts 25.000 onder de etnische term ‘Indo-Europeanen’ vielen. Dit wijst op een strikt etnisch en raciaal onderscheid in het toelatingsbeleid van de Nederlandse overheid. Houdt er rekening mee dat Indo-Europeaan geen juridische categorie votmde in Nederlands-indie, maar iedereen in de kastemaatschappij wist wat dat betekende en wie er mee bedoeld werden.

    Daarnaast werd een groep van circa 250.000 (bruine) Nederlanders als ONGEWENST beschouwd: Indische Nederlanders zonder Nederlands paspoort. Volgens Van der Bor betrof dit voornamelijk kinderen die voortkwamen uit een ONECHTELIJK HUWELIJK (sic PvdB) ) tussen Nederlandse mannen en Indonesische vrouwen. Deze kinderen werden niet erkend of KONDEN NIET ERKEND (sic PvdB) worden door hun Nederlandse vader en werden derhalve niet erkend als staatsburger door de Nederlandse overheid.

    Van der Bor citeert onderzoekster Laarman, die stelt dat de eerste repatrianten — “succesvol integreerden” in de Nederlandse maatschappij door zelfstandig werk en woning te vinden. Dit wss echt een geruisloze integratie van Totoks in de Nederlandse maatschappij. Waarvan akte.

    Een zwak punt in het onderzoek van Van der Bor is het gebrek aan empirische onderbouwing. Fotomateriaal van evacuatieschepen en een vluchtige analyse van passagierslijsten van evacuatieschepen uit Indie in de periode 1945–1949 tonen aan dat de overgrote meerderheid van de passagiers van Europese afkomst (Totoks) was. Dit bevestigt dat de vroege repatriëringsgolf een selectief karakter had, de Totoks werden voorgetrokken,waarbij de niet-juridische Nederlander en de Indo-Europeaan buiten de boot vielen, tussen wal en schip.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *