Indische Schrijfschool In 1878 is er heldenmoed voor nodig in te doen wat de Indo-Europese journalist Arnold Snackey deed en dat was eisen stellen. Hij eiste een gelijkwaardige behandeling voor zowel de Indische als de Hollandse Europeaan in ’s lands dienst. Die was er niet, vond hij. Daarom heette zijn artikel ‘Meten met twee maten’.
Het is een geweldig stuk. Want:
- hij klaagt aan, hij bedreigt, hij leest het koloniale gezag de les en scherp ook
- dat was tamelijk ongepast anno 1878, maar Arnold Snackey heeft geen zin in nederigheid of aanpassen
- hij gebruikt de term sinjo als geuzennaam. Sinjo, als sinjeur, als seigneur, heer





















































https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijmetselarij_in_Nederlands-Indi%C3%AB
Heeft het iets met Vrijmetselarij te maken (meegenomen met de VOC)?
Vrijmetselarij in Nederlands-Indie was actief van 1762 tot 1962, met loges die een belangrijke sociale en educatieve rol in de Europese samenleving speelden, vooral in de Ind0-Europese samenleving die zich richtte op welzijn en neutraal onderwijs, zelfs emancipatie van de lokale bevolking.
Arnold Snackey staat niet op de lijst van de Loge Mata Hari te Padang, een vrijmetselaarsloge
https://sites.google.com/site/sumatraswestkust/archief/mata-hari
Zie tot mijn verbazing de naam van de ( adoptie) vader van mijn vader er op , die trad toe in 1897 .Als lid van de Vrijmetselarij hoefde men zich nergens om te schamen !
Arnold Snackey: Indo-Europese emancipatie
Hoewel de emancipatie van de Indo-Europeaan doorgaans op Java begon, ontstond het eerste kritische geluid in 1871 op Sumatra met het Padangsch Handelsblad. De krant werd pas echt invloedrijk toen deze in 1877 in handen kwam van een drietal capabele Indo-Europeanen: H. Verleye, F.K. Voorneman en Arnold Snackey. Samen startten zij de beweging ‘Jong Indië (Pemoeda Indo) ’, de wieg van de Indo-Europese emancipatie.
Van dit drietal was Snackey de meest uitgesproken figuur. Hij onderscheidde zich door zijn vermogen om volledig in twee culturen te leven: hij beheerste zowel de Nederlandse als de Maleise taal voortreffelijk en bezat een diepgaande kennis van de lokale literatuur en zeden.
Terwijl zijn mederedacteuren zich vooral richtten op de specifieke belangen van de Indo-Europeaan, trok Snackey de discussie breder:
1. Erkenning van de Javaan: Snackey leverde scherpe kritiek op de Europese neerbuigendheid. Hij stelde dat de Javaan door de Nederlander onterecht als een ‘onmondig kind’ werd beschouwd, terwijl deze in werkelijkheid beschikte over een ‘eeuwenoude beschaving’ en als mens vaak hoger stond dan de Nederlandse gelukzoeker.
2. Gelijke rechten voor iedereen: Hij was de eerste die expliciet eiste dat de hoogste staatsbetrekkingen toegankelijk moesten zijn voor zowel de Hollander als de Sinjo en de Inlander. Zijn visie was gebaseerd op “gelijk recht en gelijke beschaving voor allen”.
3. De Indo als bemiddelaar: Snackey zag de Indo-Europeaan als de natuurlijke schakel om de HAAT tussen blank en niet-blank te overwinnen en gezamenlijk front te vormen tegen de uitbuiting door de “Haagsche nachtmerrie”.
De openhartige kritiek van Snackey en zijn collega’s op het koloniale regime – waaronder hun verzet tegen de oorlog in Atjeh die zij als “moord” bestempelden – leidde tot felle reacties. In de blanke pers werd schande gesproken over de ‘Padangsche beweging’ en de redactie werd beschuldigd van het preken van oproer . Zelfs binnen de eigen Indische achterban was er angst, omdat velen economisch afhankelijk waren van de blanke elite.
De mondigheid die Snackey en zijn krant opeisten, werd door het koloniale bestuur als een bedreiging van hun privileges en de blanke superioriteit gezien.
Het Indisch Recht of beter gezegd Onrecht werd als wapen ingezet. In 1882 werd de krant de mond gesnoerd met een verschijningsverbod via een aanklacht wegens een persdelict.
Hoewel de redactie uiteindelijk in 1883 werd vrijgesproken door het Hooggerechtshof, was de krant toen al failliet gegaan.
Ondanks dit einde bleef de invloed van Snackey groot; de door hem ontstoken fakkel van emancipatie werd later overgenomen door andere Indo-Europese bladen op Java.
Arnold Snakey, een Indo om trots op te zijn.
Werd Snackey meegetrokken door de socialistische bewegingen die groeiend waren in Europa in zijn jaren ?
@Boeroeng, goede vraag.
In de 19e eeuw werd de opkomst van het (wetenschappelijk) socialisme beïnvloed door zowel de Franse Revolutie (Liberté, Égalité, Fraternité) als de Industriële Revolutie.
De theoretische basis van dit socialisme werd gelegd door Karl Marx en Friedrich Engels. Aan het eind van de 19e eeuw ontstond er echter een splitsing: het wetenschappelijk socialisme deelde zich op in het Communisme en de Sociaaldemocratie. Sociaaldemocraten wilden de samenleving — in tegenstelling tot de communisten — via de democratische (parlementaire) weg veranderen. Aldus mijn geschiedenisschriftje van de middelbare school.
Het lijkt dus goed mogelijk dat Arnold Snackey werd meegetrokken door de opkomende socialistische beweging in de 19e eeuw.
Vilan van de Loo van de Indische Schrijfschool kwam zijn naam tegen in het boek van Gerard Termorshuizen, “Journalisten en heethoofden, over de Indisch-Nederlandse dagbladpers 1744-1905”.
Helaas is dit prachtige boek niet online te lezen. Een gang naar de Koninklijke Bibliotheek is de aangewezen en goedkoopste weg. De volgende keer dat ik in Nederland ben, zal ik dit boek opvragen.
Toch valt er een en ander te lezen over Arnold Snackey. Enig zoekwerk wijst uit dat Gerard Termorshuizen een artikel schreef in Acta Neerlandica 4 met de titel ‘Sija, de kampongroos’ (blz. 61), waarin Arnold Snackey en zijn krant het Padangsch Handelsblad worden vermeld.
Eén citaat mag best vermeld worden: : Verreweg het grootste deel van de Europese bevolkingsgroep in Nederlands-Indië
bestond uit Indo-Europeanen (of Indo’s), voortgekomen uit seksuele relaties tussen Europeanen en inheemse vrouwen. Velen van hen waren geboren uit het concubinaat en vervolgens ‘erkend’ door hun Europese vade
Welk een omvang dat concubinaathad, kan men opmaken uit het feit dat er in 1880 op elke 1000 Europese mannen 471 Europese vrouwen in Indië woonden. Het ‘samenwonen’ van een Europeaan met een ‘vrouw van het land’ was dus meer regel dan uitzondering!
Formeel bezaten Indo-Europeanen – of Sinjo’s, zoals ze vaak werden genoemd – dezelfde rechten als de blanke Europeanen, maar in de praktijk van het dagelijkse leven werden zij zowel sociaal als economisch gediscrimineerd. De werkloosheid onder hen was groot, en zij die wel werk hadden, vervulden de laagste en dus slechtst betaalde functies. Door de in de jaren zeventig van de negentiende eeuw inzettende economische crisis nam hun materiële misère nog aanzienlijk toe -> zie het paupervraagstuk.
Het artikel in Acta Neerlandica is de bron van mijn samenvatting. Een kwestie van je eigen intelligentie EI gebruiken.
Het boek Journalisten en heethoofden is te downloaden in meerdere pdfjes
https://brill.com/display/title/23502?srsltid=AfmBOormx0IC2BSNM-eLEu4auBiZhiLenGdd-THaXXPYSfhj_tEdrIiq
“Helaas is dit prachtige boek niet online te lezen. Een gang naar de Koninklijke Bibliotheek is de aangewezen en goedkoopste weg. De volgende keer dat ik in Nederland ben, zal ik dit boek opvragen.”
Het boek, elk boek, kun je ook gewoon kopen, nieuw of tweedehands of antiquarisch. Hoef je niet naar de bibliotheek.
En je hoeft niet deftig naar de Koninklijke Bibliotheek, in elke openbare bibliotheek, mits je lid bent, kun je elk boek aanvragen.
“Het lijkt dus goed mogelijk dat Arnold Snackey werd meegetrokken door de opkomende socialistische beweging in de 19e eeuw.”
Het lijkt dus goed mogelijk. Kan ook zijn dat het niet zo was. We weten het dus niet. Maar het klinkt wel stoer dat een Indo in de 19e eeuw op de golven van het socialisme bewoog. Aan de andere kant: misschien moeten we eerst maar Henkie Sneevliet bestuderen.
Ik kom terug op Arnold Snackey en de invloed van socialistische idealen zoals gelijkheid, broederschap en verzet tegen exploitati op zijn werk als journalist
Hoewel de term ‘socialisme’ niet letterlijk in de tekst staat, vertoont de visie van Snackey duidelijke parallellen met socialistische denkbeelden:
1. Gelijkwaardigheid (Egalité) : Snackey brak met de koloniale hiërarchie door te stellen dat de Javaan “als mensch even hoog staat als de Europeaan”. Hij eiste gelijke rechten en toegang tot de hoogste staatsbetrekkingen voor iedereen: “Hollanders, Sinjo’s en Inlanders”.
2. Broederschap (Fraternité) : In de geest van het socialisme pleitte hij voor het afzweren van rassenhaat. Hij zag de Indo-Europeaan als de natuurlijke bemiddelaar die tegen de blanke en niet-blanke kon zeggen: “Wij zijn Broeders”.
3. Anti-kapitalisme en anti-exploitatie: De tekst vermeldt dat hetPadangsche Handelsblad van Snackey zich richtte tegen de “westersche wanbeschaving” en de “exploitatie-staatkunde”. Snackey c.s. verzetten zich tegen het batig saldo-stelsel, waarbij de kolonie slechts diende om de Nederlandse schatkist te spekken. .
4. Vrede en anti-imperialisme: Een belangrijk programmapunt was “Geen veroveringsoorlogen”. Zij zagen de oorlog(en) in Atjeh als “moord” ten behoeve van economisch gewin.
Wat tot nu toe niet vermeld werd is dat het Padangsche Handelsblad publiceerde brieven van Roorda van Eysinga, een figuur die bekend stond om zijn felle kritiek op de Nederlandse staat en zijn sympathie voor de onderdrukte klassen/rassen, wat de redactie verbond met de radicale politieke stromingen van die tijd.
Kortom: Snackey werd beïnvloed door het socialisme via het streven naar een rechtvaardige samenleving waarin niet de afkomst of het kapitaal, maar de menselijke (gelijk)waardigheid centraal stond.
En waaruit blijkt in de tekst dat dat niet zo is, is mijn vraag? Welke argumenten kunnen daarvoor worden aangedragen?
Wat heeft in dit kader de totok Henk Sneevliet er nou in hemelsnaam mee te maken?
Sneevliet werd pas in 1883 geboren en in 1900 politiek actief in Nederland. Hij verbleef tussen 1913 en 1918 in Nederlands-indie en daarna werd hij er uitgegooid.
Wat is de concrete invloed geweest van Henk Sneevliet op Indo-Europeanen en hoe kwam dat politiek tot uitdrukking? Welke Indo’s werden zijn navolgers?
Weet je wat zo opmerkelijk is, maar vooral ook zo zielig:
Vilan heeft een kort artikel, waarin zij de naam noemt van een Indo die in de 19e eeuw een boze ingezonden brief schreef naar de krant. Al.
Anno 2026 springen mensen op en worden helemaal lyrisch. Een Indo die toen het gouvernement op zijn donder gaf. Wie was hij, wat was zijn beroep, wat is er nog meer van hem te vinden, wat was zijn lievelingsgerecht. Zo wordt er vermoedt dat betrokkene in Indië wellicht de eerste evangelist van het socialisme was, een nader toetst driftig allerlei knoppen in om in seconden een beeld te schetsen van iemand waarvan hij nog nooit gehoord had, maar die wellicht in aanmerking komt voor een standbeeld…..Een beetje hysterich allemaal. En als Boeroeng toen de redacteur was van betreffende krant, grote kans dat die ingezonden brief helemaal niet geplaatst werd, want te hard, te onbeleefd, te opruiend.
Wie werkelijk oude boeken heeft gelezen, wie werkelijk oude kranten heeft doorgebladerd, die weet dat er talloze Indo’s zijn geweest die aardige dingen hebben gedaan. En talloze Indo’s die ingezonden brieven hebben verstuurd. Maar omdat we leven in een tijd dat sambel goreng boontjes en slavernij de belangrijkste topics zijn, is een schijnbaar heldenverhaal erg welkom om even los te gaan
Wel Gerard, met mijn visies van NU zou ik het ingezonden stuk in 1878 geplaatst hebben.
Het valt te lezen bij delpher
Mooi verhaal van Gerard, maar over welke Indo’s heeft hij het nu concreet? Is het noemen van namen ook een vorm van ‘hysterische’ geschiedschrijving geworden, of hebben we hier te maken met het welbekende ‘Indisch Zwijgen’?
Het is natuurlijk bewonderenswaardig dat Gerard oude boeken en kranten bestudeert, terwijl wij hier beneden blijkbaar alleen maar oog hebben voor sambal goreng boontjes. Maar laat hij ons eens uit de Indische droom helpen: wie zijn die talloze Indo’s die ‘aardige dingen’ deden en zich verweerden tegen het gouvernement?
En waarom was die bewuste ingezonden brief ‘te hard, te onbeleefd, te opruiend, bijna on-indisch ‘? Welke fatsoensnormen hanteerde het almachtige Gouvernement destijds om de ‘Blanke superieure Orde’ en de ‘Hollandse Gemoedsrust’ te handhaven, terwijl men ondertussen doodgemoedereerd Indië leeghaalde ten behoeve van de schatkist in Den Haag?
Als hij lezers verwijt lyrisch te worden over één enkele briefschrijver, dan heeft hij vast zelf een top drie klaarliggen van échte rebellen die wél een standbeeld verdienen.
Want zeg nu zelf: waar is onze Indo-Europese Kartini gebleven?
Mijn oud tante, Sarah Olive, schreef een klaagbrief in de Java Bode van 13-02-1874 waarin ze het had over de wantoestanden op het stoomschip Holland van de maatschappij Java waarmee ze een terugreis naar Indie ondernam.
Ze was genoodzaakt om vanuit Southampton eerst naar Amsterdam te gaan omdat in die tijd geen Engels schip in Indie werd toegelaten..
De klaagbrief was welleswaar niet tegen het gouvernement maar wel tegen een Hollandse maatschappij.
A.Olive
Leuk hè, AI ?
@vandenBroek; ‘om trots op te zijn etc.’- Inderdaad! Hoe is het verder met hem gegaan? – Graag het artikel in de Locomotief in zijn geheel publiceren.
zie delpher.nl
Voor degenen die niet vertrouwd zijn met de ‘fatsoensnormen’ in het voormalige Nederlands-Indië waarmee Indo-Europese journalisten zoals Arnold Snackey te maken hadden , volgt hier een historisch of liever gezegd: hysterisch en juridisch overzicht.
De fatsoensnormen van het Indisch Gouvernement waren feitelijk vastgelegd in het Drukpersreglement van 1856. Dit was een van de machtigste instrumenten die het autoritaire bestuur gebruikte om de publieke opinie te controleren en kritiek te smoren.
Van persvrijheid — het fundament voor een functionerende democratie — was in ‘Ons Indië’ geen sprake.
Elke uitgever was verplicht om vóór publicatie een exemplaar van zijn drukwerk (krant, boek, etc.) in te leveren bij de lokale autoriteiten, zoals de resident of procureur-generaal.
Als de inhoud de blanke autoriteiten niet beviel of als ‘gevaarlijk voor de (witte) openbare orde’ werd beschouwd, mocht het werk niet worden verspreid.
Deze preventieve censuur werd later omgezet in repressieve censuur. Men mocht toen weliswaar publiceren zonder voorafgaande toestemming, maar achteraf kon de overheid keihard ingrijpen. De redacteur en de drukker bleven persoonlijk aansprakelijk.
Als een artikel de koloniale autoriteiten irriteerde (sic), konden zij worden vervolgd wegens ‘haatzaaien’ op grond van de artikelen 154 t/m 157 van het Wetboek van Strafrecht. Een kritisch artikel kon leiden tot hoge boetes, gevangenisstraf of verbanning uit de archipel.
Toen het Indonesisch nationalisme in de jaren ’20 en ’30 sterker werd, raakte het koloniale bestuur in paniek. Men voerde de Persbreidel-ordonnantie in. Journalisten van Indo-Europese afkomst werd hiermee de mond gesnoerd.
Mijn vraag naar de top drie van Indo-Europese journalisten die zich kritisch uitten over het autoritaire Gouvernement is nog steeds onbeantwoord.
Maar niet getreurd. Mijn lijstje ziet er — naast de al gememoreerde Snackey — als volgt uit:
1. Karel Zaalberg (1873–1928): Een goede vriend van Ernest Douwes Dekker, maar gematigder in zijn aanpak. Hij was de ware ‘stem van de Indo’ en de drijvende kracht achter het Bataviaasch Nieuwsblad, één van de belangrijkste kranten in de archipel. Zaalberg werd herhaaldelijk vervolgd op basis van de haatzaai-artikelen en heeft meerdere malen vastgezeten voor zijn publicaties. Hij was tevens een van de voormannen van het Indo-Europees Verbond (IEV).
2. Ernest Douwes Dekker (Danudirja Setiabudi,) 1879–1950: Redacteur bij De Locomotief en oprichter van zijn eigen tijdschrift Het Tijdschrift en de krant De Express. Hij werd meerdere keren verbannen, voor het laatst in 1941 naar een strafkolonie in Suriname.
3. Dominique Willem Berretty (1891–1934): De ‘koning van het nieuws’. Hoewel vaak gezien als zakenman, was hij een rasechte journalist en mediamagnaat. Hij richtte in 1917 ANETA op, het eerste algemene nieuwsagentschap in Nederlands-Indië. Berretty werd voortdurend geschaduwd door de Politieke Inlichtingendienst (PID). Vanwege zijn turbulente privéleven en gewaagde zakendeals gebruikte het gouvernement dreigementen met juridische vervolging om hem in het gareel te houden.
Conclusie:
Gezien het bovenstaande lijkt de invloed van deze journalisten, via de eerdergenoemde dagbladen, op de Indo-Europese gemeenschap groot te zijn geweest.
Hiernaar is echter nooit verantwoord onderzoek gedaan.
Er ligt een schone taak te wachten voor de aanstormende derde en vierde generatie, maar deze lijkt volledig in beslag genomen — of zelfs geconditioneerd — door het modisch onderwerp van het slavernijverleden. Het Indisch schaamtegevoel kan weer uit de klerenkast
Wij Indo-Europeanen/Euraziaten worden zo opnieuw ‘ge-njaaid’.
@IndischeSchrijfschool: ‘sinjo etc.’- Graag een samenvatting wie/wat was Arnold Snackey?