Symposium Indische Letteren, verslag van 14 nov jl

Symposium Indische Letteren
Kritische stemmen in de Indische letteren
Bronbeek, 14 november 2021

Verslag: Edu en Ellen
Vorig jaar werd het Symposium vanwege Coronamaatregelen afgeblazen, maar dit jaar kon het als zogenoemd ‘geplaceerd’ evenement met niet al te veel deelnemers doorgang vinden.

Rick Honings vertelde over Jacob Haafner, een kritische kolonialist (1754-1809).
Deze man kwam op zijn veertiende als wees in Batavia aan waar hij in een koloniale familie werd opgevangen en kort daarna weer weggestuurd. In 1772 dook hij weer in Indië op en bekeek goed hoe de overheersers hun macht en verkregen rijkdommen misbruikten ten koste van de inheemse bevolking. Zijn ‘Reisbeschrijvingen’ verscheen in 1806.
Uitbuiting, slavernij, mishandeling en het etaleren van pracht en praal zouden moeten verdwijnen en plaatsmaken voor het uitdragen van beschaving en een menswaardige behandeling.   Anderzijds typeerde hij de inlander ook als inferieur en keerde hij zich tegen het ‘Verindischen’ (o.a. het gevaar van de baboe) en het ‘Going native’ (raciale vermenging).
Geen koloniaal, maar beslist ook geen antikoloniaal.
Een voorganger van Multatuli.

Jacqueline Bel volgde met een beschouwing over Multatuli als inspirator van koloniale kritiek. In 1860 verscheen de ‘Max Havelaar’, de aanklacht tegen die ‘Roofstaat aan de Noordzee’.
Zij wijst op uitsluitingsmechanismen bij het overheersen: de ander is inferieur, op het niveau van dieren, heeft geen eigen rol of stem.
Multatuli wees ook op de onderdrukking, uitbuiting en beroving (knevelarij) met hulp van het Inlandse machtssysteem onder de regenten (o.a. onbetaalde arbeid).
In de verschillende onderdelen: Droogstoppel als verteller; Stern namens Multatuli; Saidjah en Adinda (Verbonden door Sjaalman).
Multatuli was ook zeker geen antikoloniaal ook al heeft hij figuurlijk koloniale standbeelden omvergehaald (citaat Elsbeth Etty). Hij was uit op eerherstel en het onrecht moest stoppen.
Hij dreigde met publicaties van zijn aanklachten in Europa en de wereld en zelfs met geweld!
Eigenlijk verwonderlijk dat hij daar in die tijd mee weg kwam.

Coen van ’t Veer sprak over de vergeten verhalen van Annie Foore (ps. Francoise IJzerman).
Zij publiceerde 14 romans, eerst als feuilleton in een krant. Behalve 5 die niet gebundeld werden en juist hierin is kritiek op de koloniale samenleving zichtbaar.
Passend in de opkomende Ethische Politiek wees zij op de geringe inspanningen voor het welzijn en de welvaart van de Inlandse bevolking. Maar rassenonderscheid was er wel, hoe lichter, hoe beter.
Kritiek ook op de wijze waarop vele Nederlanders hun kinderen aan de baboe toevertrouwden; die was daar volkomen ongeschikt voor. Verindischen was een groot gevaar; kinderen zouden tijdig voor opleiding en studie naar kostscholen in Nederland moeten gaan.

...

Boekpresentatie ‘Door de ogen van Dodo Berretty’ door Gerard Termorshuizen en Coen van ’t Veer.
De zoon van Dominic Berretty en Mien Duymaar van Twist was 9 jaar oud toen zijn vader omkwam bij de crash van de Uiver in 1936. Testamentair had zijn vader bepaald dat hij en zijn zus Aimée naar hun moeder in Nederland moesten.
De scheiding van hun stiefmoeder Conchita moet vreselijk zijn geweest. In Nederland kwamen ze al gauw in kosthuizen terecht; hun moeder, de actrice, leidde een te onregelmatig leven.
Op zijn achttiende ging hij het verzet in, werd januari 1944 gearresteerd en naar Duitsland afgevoerd.
Hij overleefde en vertrok na de bevrijding (van Nederland) in het najaar naar Indië om daar te vechten. In 1948 besefte hij dat de strijd verloren was en keerde naar Nederland terug.
Hij had liefde voor de fotografie opgevat en vertrok, inmiddels getrouwd met Yoka, naar Parijs.  Dochter Yolanthe werd geboren, maar een scheiding volgde en hij hertrouwde met Ineke van Marle.
Hij kreeg erkenning als een goede fotograaf (o.a. Paris Match) en versloeg de Watersnood in 1953.  Zijn naam werd definitief gevestigd toen hij in 1956 de opstand in Boedapest vastlegde.
Vanaf 1958 werkte hij voor Time Magazine en dekolonisatie-oorlogen vormden een rode draad: Algerije, Congo, Tunesië, Vietnam. Hij was graag weg, maar was ook graag thuis bij zijn gezin.
In 1968 ging het gezin in een dorp buiten Parijs wonen. Daar kwamen zelden anderen over de vloer, het leek of hij zijn gezin voor de buitenwereld wilde afschermen.
Door leukemie getroffen overleed hij uiteindelijk in 1980. Zijn kinderen merkten pas bij zijn begrafenis hoe groot hun vader was.  Het eerste exemplaar werd overhandigd aan zijn dochter Yolanthe.

Frans-Willem Korsten legde uit dat het lichaam niet vergeet. Ook kritiek die tekortschiet laat sporen na in je lichaam, maar herstel is mogelijk.
Aan de hand van foto’s uit een fotoproject van Sylvia Pessireron laat hij zien dat beeld (lichaamstaal) om tekst kan schreeuwen. Omgekeerd tekst om daar bijhorende beelden.
Pijn van de eerste generatie zit in hun lichaam; erover praten kunnen en willen ze niet.
Adriaan van Dis maakte in een Tv-uitzending onlangs duidelijk dat in het huidige debat woede nog steeds niet serieus genomen wordt. Nog steeds blijkt luisteren te moeilijk.
Pogingen om toch te verwoorden wat verzwegen moest worden zijn ook pogingen om opnieuw te beginnen! Goed luisteren vereist een andere houding en verandering roept altijd ook weerstand op. Veranderen van opvattingen is veeleer veranderen van houding en gedrag.
Hij pleit voor meer aandacht voor Corpologie – een leer van het lichaam. Wat is de ‘Impact of the past’?

Jacqueline Bel nam, mede namens de auteurs Rick Honings en Coen van ’t Veer het woord voor de presentatie van ‘De postkoloniale spiegel, de Nederlands-Indische letteren herlezen’. De titel verwijst naar het standaardwerk de Oost Indische spiegel van Rob Nieuwenhuijzen en is na Alfred Birney’s Oost-Indische Inkt de derde in rij. In deze spiegel is een selectie, van Multatuli tot heden, opgenomen en analyseert de verhalen met een postkoloniaal-kritische bril op. Passend in een tijd met kritische terugblikken op Indië in al zijn verschijningsvormen en misschien ook wel omdat de derde generatie minder beladen meer afstand kan nemen.
Alfred Birney, zeker niet terughoudend waar het kritiek betreft, zou het eerste exemplaar overhandigd krijgen en vervolgens worden geïnterviewd.  Helaas moest hij van deelname afzien en viel de eer te beurt aan Dido Michielsen.

Peter van Dongen heeft het omslag van ‘De postkoloniale spiegel’ ontworpen en werd hiervoor bedankt en ook Olf Praamstra werd in het zonnetje gezet voor al het werk wat hij achter de schermen heeft verzet.

En alsof er nog niet genoeg nieuwe boeken gepresenteerd waren, ontving Peter Zonneveld van Rick Honings het eerste exemplaar van de De stille kracht van Louis Couperus uit de serie ‘tekst in context’
Robin Block, singer-songwriter en dichter nam het muzikaal intermezzo voor zijn rekening. Hij begeleidde zichzelf hiermee met de gitaar en droeg een aantal gedichten voor.

Als laatste onderdeel van de middag werd Dido Michielsen geïnterviewd door Jacqueline Bel en Rick Honings over haar boek ‘Lichter dan ik’. Hoe het boek tot stand is gekomen en over de zoektocht naar Isah, de naam die zij gaf aan haar voormoeder, en de invulling daarvan. Over haar voormoeder zelf heeft ze niets kunnen vinden, het meeste in het boek is dus niet gebeurd of gebaseerd op andere personages uit ongeveer die tijd. Momenteel staat Lichter dan ik op de planken, uitgevoerd door het Nationale Theater. Michielsen is bezig met een vervolg van dit boek. De planning is, dat het in september 2022 uitkomt. En wie weet, volgt er nog een derde deel.

Ook andere pas verschenen ‘Indische’ boeken waren verkrijgbaar:
Joop Heilijgers – Expats in de tropen; Wim Bakker – Fotoboek Bali; Sanatan de Jongh Swemer – Tropenjongen.
En bij twee antiquariaten natuurlijk de boeken van toen.

Na een afsluitend woord van Peter van Zonneveld was deze dag weer voorbij en hopelijk kunnen we volgend jaar weer in Bronbeek bij elkaar komen.

Foto’s van deze dag zijn hier te vinden: https://photos.app.goo.gl/mDCPGXjcguJQoCzM6

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

18 reacties op Symposium Indische Letteren, verslag van 14 nov jl

  1. R.L. Mertens zegt:

    @ ‘niet verindischen etc.’- Leefden vóór 1900 veelal Europese mannen met een Inlandse vrouw/njai; na 1900 door de komst van Europese vrouwen werd het Europese huwelijk de norm. En dus ook westerse leefwijze. De jurk verdrong de sarong en kebaja. Het was alles westers wat de klok sloeg. Een kritische journalist merkte sarcastisch op, dat het aantal Nederlanders er niettemin in slaagt volkomen buiten Indië te leven groot is. Steeds verder vervreemd raakte de Europeaan van de Inlander en verwaarloosbaar klein waren de mogelijkheden voor een ontmoeting van mens tot mens. Onder wat voor erbarmelijke omstandigheden de gewone Inlander vaak leefde, in en buiten de steden, interesseerde de totok niet in het mins. De Inlander was arm en vooral rechteloos(!). Publicist DMG.Koch; Een halve eeuw in Indië; ‘over de toekomst , tenzij die van henzelf, dachten de Nederlanders niet na. De Inheemse maatschappij was voor hen een reservoir van spotgoedkope arbeidskrachten die zij nodig hadden, maar waarvoor voor het overige niet de geringste belangstelling bestond. Minderwaardig was de positie van de Indonesiër en onvermijdelijk was zijn wrok tegen de Nederlanders met alle desastreuze gevolgen van dien….. ‘ – En dan vragen velen zich nog af waarom bersiap is gebeurd/ontstaan. Over oostindisch doof/blind gesproken!

    • vandenbroek@libero.it zegt:

      In 1940 was de sociale kloof tussen de Indonesische en de Nederlandse bevolking van de kolonie was wijder geworden dan ooit tevoren. Nog nooit was een zo groot deel van de Nederlandse ingezetenen in Nederland zelf opgegroeid; nog nooit waren er zoveel volledig Nederlandse echtparen en gezinnen geweest. De witte bevolking woonde nu grotendeels in aparte villawijken in de steden (vgl ghetto’s) en beperkte haar sociale omgang gewoonlijk tot de eigen kring. Zij beschikte over eigen clubs, zwembaden en tennisbanen, waar Indonesiërs meestal niet welkom waren (veboden voor inlanders en honden). Veel westerlingen kenden Indonesiërs alleen als personeel. Het kwam zelden voor dat Nederlanders op voet van gelijkheid met Indonesiërs omgingen.

      Over rechteloosheid gesproken. Het koloniale bestel was in 1940 nog steeds gebaseerd op het onderscheid tussen Inlanders en Europeanen, dat voor de Indonesiërs verschillende vormen van rechtsongelijkheid en achterstelling meebracht .Wat bijvoorbeeld de rechtsbedeling betreft, kwamen zaken tegen Europeanen in de regel voor andere rechterlijke organen dan zaken tegen Indonesiërs. Terwijl tal van Nederlandse rechters aan de berechting van Indonesiërs deelnamen, werden Indonesiërs bijna nooit tot rechter benoemd bij organen die Europeanen berechtten. Op het gebied van huiszoeking, voorarrest en bewijsvoering genoten Europese verdachten bepaalde waarborgen die niet voor Indonesische verdachten golden.
      De Nederlandse wetgeving kende aan Indonesiërs niet de Nederlandse nationaliteit toe, maar maakte hen tot tweederangsburgers als ‘Nederlandse-onderdanen-niet-Nederlanders.

      Maar dat laatste gold ook voor allen die aan de Europeanen gelijkgesteld waren. In de vijftiger jaren kwamen vele “Indo-Europeanen gelijk gesteld aan….”tot hun verbazing en later walging tot ontdekking dat ze niet de Nederlandse nationaliteit zoals dhr Bo Keller of drs Cleintuar . Ze kregen later als vreemdelingen door NATURALISATIE !!!! alsnog hun Nederlands Staatburgerschap.

    • Robert zegt:

      In het bed,op de bale bale, soms onder de kolong, en in het donker vonden vele intieme ontmoetingen plaats.

    • Anoniem zegt:

      Zijn er nu geen arme Inlanders meer?

    • Anoniem zegt:

      Minderwaardig is nog steeds de positie van de arme Indonesier.

  2. Pierre de la Croix zegt:

    Ik zie dat dit topic “Symposium Indische Letteren” wordt gebruikt om weer eens lekker tegen het kolonialisme en de mensen die het bedreven aan te schoppen. Post mortem.

    Ik dacht dat de ware wetenschapper niet oordeelt, maar vooral probeert te begrijpen WAAROM een verschijnsel of gebeurtenis heeft plaatsgevonden, zoals ook een integere rechter eerst wil begrijpen WAAROM een verdachte tot haar/zijn daad is gekomen, vooraleer vonnis te wijzen.

    De analyse van het WAAROM mis ik in de tirades van de zeer geachte schrijvers Mertens en Van den Broek. WAAROM waren die Belanda’s die in de eerste helft van de 20ste eeuw NOI binnenstroomden zo boesoek en hardvochtig en blind voor de noden van de inlander? Waren zij intrinsiek slecht? Treft men soortgelijk gedrag niet bij andere mensensoorten aan? Waarom bleven ze in hun “getto’s” (uitspraak van een van de schrijvers) wonen en zochten zij geen omgang met de inlanders, enkelen misschien uitgezonderd? Was hun attitude tegenover de inlandse bevolking een uitvloeisel van ernstige “tropenkolder” die hén onder de felle zon overviel of was de neiging in den vreemde alleen mensen van eigen stam, kleur, cultuur te vertrouwen en als gelijke te behandelen een uitvloeisel van verborgen angst en onzekerheid?

    Dit zijn maar enkele van de waarom-vragen die ik als eenvoudig inlander graag van de geleerden beantwoord zou willen zien. Of veroordelen zij gemakshalve alleen de daad en zijn zij niet geïnteresseerd in de omstandigheden?

    • vandenbroek@libero.it zegt:

      Het waarom is duidelijk : het is de (natuur)wet van de superioriteit van de sterke tegen de zwakkere. De superioriteit van de belangen van de VOC of kapitalistische Nederlandse ondernemingen zoals NHM, Deli maatschappij, Internatio etc tegen de rechten van het individu , de inlander. De bereidheid om misdaden te begaan als bewijs van loyaliteit tegenover niet-legitieme staatsgezag , maar dat was al het Gezag in Nederlands-Indië

      Bij Indischen zoals Bo Keller en Guus Cleintuar gaat het om de daden van het Gouvernement in Nederlands-Indië zoal gelijkstelling aan… en de consequentie voor de individuele burgers dwz Indo’s.

  3. R.L. Mertens zegt:

    @PierredelaCroix; ‘waarom etc.’- Profijt en niets anders! *@Blind voor de noden van de inlandse bevolking? -Welke noden? – jr ’30 Ons Indië; ‘van slanke palmen en donkere bamboe bossen, van blijde, rijst oogstende tengere lichtbruine menschenkinderen, een tropische plantenkleed en …dolce far niente’!

    • Pierre de la Croix zegt:

      Van de heer ing. R.L. Mertens had ik niets anders verwacht dan zijn bekende mantraatje.

      • ing. weg-waterbouw R.L. Mertens zegt:

        @PierredelaCroix; ‘bekende mantraatje etc.’- Waarom/waarvoor(!) dan het bezit van Indië? En waarom(!) dan na 1945 die gewelddadige poging tot her bezetting? – Nou….. uw mantraatje?

        • Pierre de la Croix - Zwemdiploma B zegt:

          Zie onder “Brieven van Shahrir”, 22/11, 1721 uur, meneer Mertens.

        • R.L. Mertens zegt:

          @PierredelaCroix; ‘uw mantraatje etc.’- Bij de brieven van Sharir?> Hoezo…bent u ook onwettige in het huwelijk getreden met een volbloed Nederlandse?

        • Pierre de la Croix zegt:

          Platitudes ben ik van u gewend. Maar bent u nu niet erg onder de gordel bezig, meneer Mertens?

        • R.L. Mertens zegt:

          @PierredelaCroix; ‘platitudes etc.’- Alsof door mij besteld; lees het nieuwe Historiek; Ethische politiek in Indië; profijt uit het wingewest Indië; mr. Cth. van Deventer; een Ereschuld! Nog steeds niet ingelost!

  4. vandenbroek@libero.it zegt:

    Ik had toch een kritische reactie op Postkoloniale spiegel geschreven!
    https://indisch4ever.nu/2021/10/24/boeken-116/#comments

    Lees ik het verslag van het symposium Indische letteren van 14 november weer door, dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we weer in Tempo Doelloos zijn. Ik analyseer het onderwerp “KRITISCHE stemmen in de Indische Letteren” en neem willekeurig 3 schrijvers onder de loupe.

    1) Jacob Haafner (1754-1809), uit de tijd van het VOC wordt deze man geportretteerd als aanhanger van een Ethische Politiek avant la lettre,. maar wel geeft hij af op de inlander en de Indo-Europeanen, een racist avant la lettre. Hij keerde zich tegen het Verindischen. Over het Waarom hoef ik na meer dan 2 Eeuwen niet uit te weiden, dat is toch een open deur intrappen.
    2) Max Havelaar van Multatuli EDD (1820-1887) waarbij de inlander inferieur is, op het niveau van dieren, heeft geen eigen rol of stem. EDD is weer zo’n aanhanger in de lijn van de Ethische politiek.
    3) Annie Foore, pseudoniem van Francoise Ijzerman-Junius (1847-1890). Ook zij was een voorloper van de Ethische politiek. Tevens komt ook hier het Verindischen aan bod, toch een latente vorm van racisme?

    Maar nu weer terug naar onze Indo’s, de Heren Bo Keller en Guus Cleintuar. Het verhaal over dhr Bo Keller mag als bekend verondersteld worden. Dat deze man met zo’n staat van dienst zo schaamteloos behandeld werd, kent zijn weerga niet in de moderne Indische geschiedenis.
    Maar dhr. Guus Cleintuar was ook geen kleine jongen. Ik lees bij het Indisch Wetenschappelijk Instituut IWI een interessant artikel over hem http://iwi-nu.nl/aangespoeld.aspx?j=1869&id=85
    Wat mijn aandacht trekt is dat gesproken wordt over een hechte Indo-gemeenschap in Billiton.

    Datzelfde kom ik ook bij Bo Keller tegen waar ik lees dat hij afkomstig was uit Sawa Loentoe in Sumatra, ook een hechte Indo-gemeenschap.
    Vaak wordt er in Nederland vanuit gegaan dat er vòòr de oorlog geen sprake was van een indo-gemeenschap in het voormalig Nederlands-Indie. Dat betwijfel ik als ik zo de geschiedenis van Indische families met stevige wortels in Nederlands-Indie bestudeer.

  5. Robert zegt:

    Natuurlijk waren er Indo-gemeenschappen in Ned. Indie, zoals ze ook nu bestaan maar nu over de hele wereld.Ik ben altijd op een website”mijn Indo Family”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.