De ss Op ten Noort, waar mijn grootvader 1e stuurman van was

Marianne Meisenbacher heeft een genealogische database op het internet, met nu 225.000 namen, waaronder vele Indisch-gerelateerd.   Zij schrijft dit:

Hi Boeroeng,

inktvloeiblok_optennoortZie bijgaand een fotootje van een ‘inktvloeiblok’ die mijn grootvader tot zijn overlijden in bezit had. Opa was 1e stuurman bij de KPM. Na de slag in de Javazee werd de ‘in allerijl’ tot hospitaalschip verbouwde de ss Op ten Oort er op uit gestuurd, mijn opa aan boord, om mogelijke overledenen en gewonden te gaan zoeken. Duidelijk is te zien dat het om een hospitaalschip ging. Zie Hospitaalschip Hr. Ms. Op ten Noort – TracesOfWar.nl

Het afscheid van opa van oma en zoontje op de kade te Soerabaja was nogal bedrukt. Oma had geen vertrouwen in de missie van de Op ten Oort en zei: ”We zien elkaar nooit meer terug!’ Opa was een optimist dus riep vrolijk: ‘Voor je het weet zit ik weer aan je tafel.” maar in zijn zeemanshart had hij een bang vermoeden. Het was ook wel wat vreemd, de ‘Op ten Oort’ zou 2 weken na de slag pas ter plekke zijn en zouden de haaien dan al niet de drenkelingen hebben weten te vinden? En die Japanse oorlogsbodems, zouden ze die nog tegen komen? Maar hij moest aan boord gaan, want hij was stuurman en ze hadden een missie…. Hr. Ms. Op ten Noort was nog maar nauwelijks enkele uren onderweg toen het hospitaalschip werd aangehouden door een lichte Japanse kruiser en twee vijandelijke torpedobootjagers. Ze namen de ss Op ten Oort in beslag en zette de bemanning gevangen in een oude missiepost op Mijoshi.

De Nederlanders, afkomstig van Hr. Ms. Op ten Noort, die geïnterneerd waren in Mijoshi, verbleven daar tot het einde van de oorlog. Zij verbleven in een voormalige houten missionarissenschool waar in 1944 een klein gebouwtje bij werd gezet als verblijf voor de verpleegsters. De behandeling was in vergelijking met de kampen op Java betrekkelijk goed al wisten de geïnterneerden daar op dat moment niets van. Ze konden alleen hun eigen behandeling beoordelen en die was huns inziens onvoldoende. De verstrekking van levensmiddelen, medicijnen, dekens, zeep enzovoort was onder de maat met als gevolg honger en een aantal gevallen van beriberi, een zenuwziekte als gevolg van vitamine B tekort. Het ergste voor de gevangenen in Mijoshi was echter hun volledige isolatie. Zelfs het corresponderen met eigen familie was verboden. Pas na de overgave van Japan ontvingen de Zweedse en Zwitserse diplomaten in Tokio de mededeling dat er Nederlanders aanwezig waren in Mijoshi. Hoe het afgelopen is met de Indonesische opvarenden van de Op ten Noort in Japan is volstrekt onduidelijk.
ss Op ten NoortJaren later in 1945 schrijft opa brieven, over de jarenlange internering in een voormalige Amerikaanse missionarissenschool te Mijoshi, ongeveer 75 kilometer ten noordwesten van Yokohama
Hij is dan door de Amerikanen naar een ander eiland gebracht waar hospitaalkampementen waren ingericht om alle bevrijdde krijgsgevangenen van de Japanners te verzorgen. Hij weet niet of zijn vrouw en zoontje nog leven of waar ze zijn. 1 van die brieven komt aan bij oma, de rest niet. Er zit ook een soort logboek bij van de laatste reis van de ss Op ten Oort, die nadat de bemanning er van af moest van de Japanners werd omgedoopt, tot 2x toe. Dus dan is het geen ‘Op ten Oort’ meer…
Hij schrijft met een geleende pen want die van opa is gebroken. Maar hij heeft tenminste dat vloeiblok nog.
Die ene brief met verslag over de laatste reis heb ik nog.
Opa schijft dat ze (de bemanning) het relatief goed hebben gehad want hij heeft verhalen gehoord…. Toch zijn die jaren van gevangenschap, isolatie en slechte voeding etcetera hem niet in de oude kleren gaan zitten, hij is nooit meer de oude geworden (schijft mijn oma later in een brief naar haar schoonzusje).
Hij schrijft hoe hij er naar uit ziet oma en zijn zoontje weer te zien. Wat zal hij gegroeid zijn! Hij weet dan nog niet dat oma en zoon de oorlog hebben overleefd maar wel in het vrouwenkamp en jongetjeskamp Baros 5 hebben gezeten.
Opa is nog steeds optimist. Hij schrijft hoe hij denkt hun oude leven samen weer te kunnen hervatten. Maar hij is ook een realist. Dus schrijft hij: “.. en als er niets meer over is dan beginnen we gewoon opnieuw.”
En hij maakt maar zelf een hangmat van tentdoek en bamboe want ze moeten nog even blijven en de niet ernstig zieken moeten maar een beetje voor zichzelf zorgen in dat kampement, daar is geen bed voor.

Dank u wel opa. Voor uw optimisme, die brief, die hangmat. Ik koester dat. En dat vloeiblok, kleine getuigenis van het korte bestaan als hospitaalschip van de ss Op ten Oort.

Dank u wel Boeroeng, als je dit plaatst. De Nederlandse regering heeft de oude missiepost nooit erkend als gevangenis waar de bemanning jaren werden vastgehouden. In tegendeel, alles werd glashard ontkend en veel geheim gehouden (tot nu toe). De bemanning is nooit erkend als krijgsgevangenen of geïnterneerden. Niemand heeft een lintje gehad. De overlevenden moesten gewoon weer aan het werk bij de KPM na de oorlog. Maar hoe meer mensen van deze geschiedenis af weten (en het verhaal achter die link lezen), hoe meer begrip. Een lintje hoeft echt niet maar erkenning wel. Want er wachtte ook voor die bemanning, met hun gezinnen, geen warm welkom toen ze na de oorlog naar Nederland moesten ‘repatriëren’. En ze verdienen het wel dat ook hun verhaal bekend wordt.

Met vriendelijke groet, Marianne Meisenbacher

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.