Moesson januari

Blader door deze editie

moesson jan20

Moesson facebook: Angelina Enny en Robin Block brengen culturen samen met poëzie | Interview met schrijfster Saskia Rossi | Thom Hoffman selecteert vijf foto’s uit Een verborgen geschiedenis | Makan! Over de kunst van het koffiedrinken & de vele gezichten van rendang

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

97 reacties op Moesson januari

  1. Peter van den Broek zegt:

    In Moessoen ziet men op een door Thom Hoffman selecteerde foto het bordje “Voorschip uitsluitend voor Europeanen”

    Er is vaak beweerd dat het bordje ” verboden voor honden en inlanders” dat bij zwembaden zou hangen, niet bestond. Toch wordt heel concreet en door meerdere getuigen beschreven bij journalist H.C. Beynon. Het bordje “Voorschip uitsluitend voor Europeanen” is een variant erop. Officieel volgens art 109 van het regeringsreglement 1854 was er een raciale indeling (Europeanen en Inlanders) en daarmee in formele zin apartheid.
    Voor enige uitleg:

    http://www.tongtong.nl/indische-school/contentdownloads/tjiook_09web.pdf

    Uiteindelijk heeft dhr Mertens in zijn discussie op Javapost toch gelijk.

    • Bertsiap zegt:

      De heer Mertens schreef eens “” Dat is mijn mening ( = waarheid ) “” Trouwens als er op het voorschip een bordje hangt “” uitsluitend voor Europeanen ) hoe dan met die blanke Afrikanen ( De Boeren ) en blanke Amerikanen ? Mogen zij ook niet naar het “”Voorschip “” ?

  2. PLemon zegt:

    @ en daarmee in formele zin apartheid.

    # bijgaande overdenking….dwz het is een geaccepteerde rolverdeling tussen de maatschappelijke boven- en onderlaag.

    *** Citaat : Hans Vervoort : ” Zelf heb ik me met terugwerkende kracht gegeneerd voor mijn koloniale verleden, hoe gering mijn rol als kind in die wereld ook was.

    Upstairs Downstairs

    Maar toen de BBC de serie Upstairs Downstairs uitzond en later Downton Abbey viel me ineens iets op. Beide series spelen in Engeland in het begin van de 20ste eeuw en net zoals in de koloniale wereld was ook hier een bovenlaag en een onderlaag, elk met een eigen vaststaande rol in het leven.
    Wat in beide series benadrukt werd was het door beide lagen accepteren van de standenmaatschappij. Waarbij de onderlaag opvallend trots was op de dienstbare taken die zij hadden. Met name de butlers, de hoofden van die onderlaag, voelden hun dienstbaarheid niet als een vernedering, zij waren er trots op hun meesters te mogen dienen. En die meesters lieten geregeld weten zich geen raad te weten zonder hun bedienden. Zo waren beide lagen tevreden met hun rol.

    En dat deed me ineens sterk denken aan de verhoudingen zoals die in de koloniën waren. Eigenlijk exporteerden de kolonisatoren hun eigen standenmaatschappij naar de kolonie en lukte het hen eeuwenlang die twee lagen in stand te houden. En net zoals het voor een arbeider of dienstmeid in Europa vrijwel onmogelijk was ooit tot de bovenlaag door te dringen, zo bleef het voor de bruine of zwarte onderlaag ondenkbaar ooit op te kunnen klimmen op de sociale ladder.
    En men accepteerde dat als normaal.
    Dat die situatie in de eerste helft van de 20ste eeuw veranderde, eerst in Europa, daarna ook in de kolonies is natuurlijk niet genoeg te prijzen.
    Maar dankzij de twee genoemde series voel ik me nu toch heel wat minder schuldig over ons koloniale verleden.
    https://www.hansvervoort.nl/index.php?page=2&columnId=50&columnNoFlash=1

    • Peter van den Broek zegt:

      In Indie ontbraken “Standen” in de traditionele Nederlandse betekenis, in plaats daarvan trof men twee nieuwe soorten van scheidingslijnen aan; de ambtelijke en de duitenhiërarchie (Vaderlandse Club).
      De Indische samenleving onderscheidde zich van de Nederlandse door een sterke dominantie van de “middenklassen”. Blanke arbeiders ontbraken geheel, Europese boeren nagenoeg. De enige groep die buiten de overwegend welvarende middenklasse stond was die van de Europese militair, de ”kolonialen”.

      De middenklasse vormde echter geen bourgeoisie. Het aantal economisch zelfstandigen was relatief klein, het merendeels werkte – in de particuliere of publieke sector – in dienstverband. Daardoor was ook staatkundig een bourgeoisie afwezig, een klasse van zelfbewuste burgers, bereid en gereed om politiek verantwoordelijkheid te dragen. De Europese bevolking (de trekkers) was trouwens te wisselend van samenstelling om een gevoel van Indisch burgerschap (citoyen) te kunnen ontwikkelen

      Evenmin kende de Europese gemeenschap in Indie in sociologische zin “klassen”, want zonder arbeiders zijn klassentegenstellingen uiteraard onbestaanbaar. Natuurlijk was er kerkelijk leven maar levensbeschouwelijke emancipatiebewegingen en de daaruit voortkomende verzuiling van het publieke leven waren nergens in Indie te bespeuren, zo kenmerkend voor Nederlandse situatie.
      Kortom Indie telde veel Nederlanders maar het vormde sociologisch gezien niet een Nederlandse samenleving.

      Zie JAA van Doorn De laatste eeuw van Indie Ontwikkeling en Ondergang van een koloniaal project p. 42-48) https://www.researchgate.net/publication/284783803_JAA_van_Doorn_De_laatste_eeuw_van_Indie_Ontwikkeling_en_ondergang_van_een_koloniaal_project/link/567eed5e08ae051f9ae66d20/download

  3. ellen zegt:

    Het stelsel van rangen en standen in de Nederlands-Indische maatschappij was heel anders dan die in Nederland. Er was indeling naar landaard, segregatie en apartheid. Dit volgens de socioloog J.A.A. van Doorn. Van Doorn beklemtoont dat deze politiek niet berustte op discriminatie of racisme, maar ‘logisch voortvloeide uit het aloude bestuurlijke principe dat de diverse bevolkingsgroepen hun eigen hoofden gunde en hun gebruiken en instellingen’. De basis zijn de verschillende rechtsbehoeften. Er was één groep die buiten het Inlandse adatsysteem viel en zijn eigen ‘Europese adat’ diende te gehoorzamen. Dat waren de Nederlanders en de Indische Nederlanders. De Wet houdende regeling van het Onderdaanschap uit 1910 zonderde deze laatstgenoemde groep uit van de status van de Inlander, die werd omschreven als ‘Nederlandsch onderdaan, geen Nederlander zijnde’. De bevolkingsgroepen leefden los van elkaar. De Indonesische nationalistenleider Soekarno schreef daarover in de jaren dertig: ‘De blanke heeft in ons land zich zorgvuldig geïsoleerd. Hij heeft zich afgesloten van alles wat niet blank is; hij wijst iedere benadering van onze kant af. Hij heeft zich een samenleving opgebouwd, waarin hij geen contactpunten heeft met de Inlander.’

    http://archief.ntr.nl/deoorlog/page/mappen/780436/Rangen+en+standen.html

    • Jan A. Somers zegt:

      Waarom een wet uit 1910? De Indische Staatsregeling 1925 is van groter belang. Wel hetzelfde resultaat, maar inderdaad, gebaseerd op het indirect bestuur. Elke etnische groep onder zijn eigen bestuurders. Met zijn eigen rechtsbehoeften.

    • Lord Dendeng zegt:

      Geen contactpunten met de de Inlanders? Flauwekul. Er waren vele contactenpunten in de economische activiteiten en somige sociale en culturele activiteiten.

  4. Bertsiap zegt:

    Let goed op 0.50 de omroeper spreekt van 300 miljoen Inlanders in 1940 ,nou nou waren er in die tijd 1940 al 300 miljoen ? Volgens mij 60 miljoen misschien 80 miljoen maar 60 miljoen ligt dichter bij de waarheid .Tegenwoordig heeft Indonesie 270 miljoen inwoners .

    • Boeroeng zegt:

      Goed gezien, Bert
      volkstelling1930https://www.nidi.nl/shared/content/output/reports/nidi-report-64.pdf

      Oeps… 300 miljoen in 1940 ????  Even Apeldoorn bellen ?
      Die 240.000 Europeanen is het getal van 240.000 als Europeaan ingeschreven in de burgerlijke stand en het bevolkingsregister.
      Veel indo-europeanen vielen daar niet onder.

      • PLemon zegt:

        @ 240.000 Europeanen is het getal 

        #Deze cijfers/aantallen kwamen al eens eerder boven water en illustreerden alleen maar het feit dat het onmogelijk is om afgezet tegen de 60 miljoen inheemsen dat de Europeanen afzonderlijk dictatoriaal over de eilanden konden regeren. Enfin het feodale aspect met de vorstenhuizen dat de koloniale structuur mogelijk maakte zou eens beter belicht moeten worden. Meer feiten en cijfers dan de romantiek van de Max Havelaar.

  5. Piet Azijnpisser zegt:

    Wat een opwinding over dat bordje ““Voorschip uitsluitend voor Europeanen”.

    Het was een vooroorlogs bordje, van een andere tijd, dus daar opgehangen onder volstrekt andere omstandigheden dan nu. Erken dat het fout was, nooit meer doen dus, spijt betuigen en verder gaan.

    Bovendien zouden we moeten bedenken dat “discriminatie” waarschijnlijk zo oud is als de mensheid. Heden ten dage wordt in onze “verlichte” westerse samenleving misschien niet meer gediscrimineerd naar ras en huidskleur, maar wel naar allerlei andere verschillen.

    Toen ik van de baas zakenreizen mocht maken vloog ik conform mijn rang en stand “business class”. Achter het gordijn van de “business class” zaten de arme sloebers opgevouwen economy te vliegen en aten ze van plastic. In de 747 mocht ik van de business class niet de trap op naar boven, want dat was “1st class”, voor de super bevoorrechten. Ik werd eens lid van een bepaalde club en werd stevig geballoteerd, tot en met huisbezoek. De club wilde kennelijk niet iedereen in haar gelederen, geen haan die er naar kraaide. In de trein kan je 1ste of 2de klas zitten en wie met een 2de klas kaartje op het pluche van klas satoe gaat zitten wordt er bij controle uitgedonderd. Er was na de oorlog in NL ook een klas kambing, de 3de klas, voor de armoedzaaiers. Zo zijn er talloze voorbeelden in onze samenleving, waar mensen nog steeds tegen een bordje lopen waarop niet staat “voor inlanders verboden”, maar dat een gelijke strekking heeft. Wij vinden dat “gewoon”.

    Misschien denken onze nakomelingen er 50 jaar later anders over en maken zij stampij over wat wij “gewoon” vinden.

    • Arthur Olive zegt:

      “Er was na de oorlog in NL ook een klas kambing, de 3de klas, voor de armoedzaaiers.”

      Klas kambing in Indie en 3de klas in Nl was voor armoedzaaiers maar klas kambing in de bioscoop in Indie werd zo genoemd vanwege het kenmerkend lachen.

      • Piet Azijnpisser zegt:

        Arthur Olive zegt 16 januari 2020 om 06:35: “….. maar klas kambing in de bioscoop in Indie werd zo genoemd vanwege het kenmerkend lachen”.

        Hihihi ….. nooit geweten en eerlijk gezegd ook nooit opgemerkt, toch wel ervaringsdeskundige. Er werden meer luidruchtige opmerkingen in petjok gemaakt dan in de duurdere rijen hoger op, zeker als een mooie dame op het witte doek verscheen.

        In Nederland heette de voorste rij “nekkramp”. Ook daar geen geblaat waargenomen, maar Indische jongens, althans die met wie ik om ging, bleven het “klas kambing” noemen.

  6. Peter van den Broek zegt:

    Bovenstaande uitspraken kunnen gewoon niet. Misschien in het achterlijke Nederlands-indie, maar niet in Nederland van vòòr de oorlog, laat staan van nà de oorlog.

    In Nederland was het ook in die tijd verboden om een onderscheid naar ras en geloof e.d.te maken. Er waren bijvoorbeeld in Nederland vòòr de oorlog geen borden “verboden voor Joden” Joden, die het leven in nazistisch Duitsland onmogelijk werden gemaakt, vonden een nieuw Vaderland in Nederland, kijk maar naar Anne Frank.

    Met de foto is iets heel anders aan de hand. Het bordje staat op een Nederlands schip, dat Nederlands grondgebied is waar de Nederlandse wetten gelden. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen Europeanen en Inlanders, trouwens wie zijn die inlanders in Nederland. Maar dit schip vaart naar Nederlands Indie met mensen die er een andere mentaliteit op nahouden,. die vergelijkbaar was met die in nazistisch Duitsland, nu vergelijkbaar met extreem rechts, daarom mocht zo’n bord op dat schip.

    Het onbegrip in bovenstaande blijkt al in de kromme vergelijkingen. Een biljet voor een vlieg- of treinreis koop je, dat hangt niet van je huidskleur af. Daarom ben ik goddank blij dat Nederlands-indie niet meer bestaat, voor mij geen tempo doeloe.
    Met mijn achtergrond had ik in Nederlands-Indie nooit dat kunnen bereiken wat ik in Nederland, in Zwitserland of Italië bereik. Een zoon van een kleine Boeng kon in Nederlands-Indie toch nooit officier bij de Koninklijke Marine worden, laat staan tijdens zijn dienstplicht ?

    Degenen die nog steeds in die koloniale mentaliteit denken: dat wat “gewoon in Nederlands-Indie was” horen hier niet thuis, passen niet in de traditie en in de morele waarden van Europa: vrijheid, gelijkheid en broederschap.

    • Piet Azijnpisser zegt:

      Peter van den Broek zegt 16 januari 2020 om 08:31: “Bovenstaande uitspraken kunnen gewoon niet. Misschien in het achterlijke Nederlands-indie, maar niet in Nederland van vòòr de oorlog, laat staan van nà de oorlog” – “Degenen die nog steeds in die koloniale mentaliteit denken: dat wat “gewoon in Nederlands-Indie was” horen hier niet thuis, passen niet in de traditie en in de morele waarden van Europa: vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

      Ik weet niet op welke “bovenstaande uitspraken” de achtbare heer Van den Broek doelt, want er hebben zich meerdere schrijvertjes onder dit topic geroerd, maar als hij heeft gereageerd op mijn stukje, dan zou ik zeggen dat hij niet heeft begrepen of niet heeft willen begrijpen wat ik met mijn opmerkingen heb bedoeld duidelijk te maken en wel dat discriminatie, in allerlei vormen, luid en duidelijk (“voor Joden verboden”, “slegs vir blankes”, “alleen voor Europeanen”, “members only”) of versluierd, subtiel, van alle tijden en van alle werelden en samenlevingen is en inherent aan het mens zijn. Denk aan wat er nu in alle openheid met Oeigoeren in China gebeurt en met de Karen en Rohinja’s in Birma, sorry, Myan Mar. Denk aan de stille discriminatie bij sollicitaties op naam en uiterlijk van de sollicitant, zeker ook in het verlichte Italië van de Paus en de heer Van den Broek.

      Wie van ons huisje-boompje-beestje mensen neemt er een arme, verwaarloosde, dakloze, ongeletterde zwerver op in zijn vriendenkring? Een enkeling misschien, die door de rest meteen als “zonderling” wordt bestempeld en zelfs geschuwd. Niet voor niets bestaat ook in onze verlichte tijd de kreet “Niet O.S.M.” oftewel “Niet Ons Soort Mensen”, voor lieden met wie wij, right or wrong, niet willen omgaan en/of met wie wij onze dochter liever niet getrouwd zien.

      Dat wat TOEN in Indië NORMAAL werd gevonden, vinden wij en dus zeker beschaafde mensen als de heer Van den Broek, NU verwerpelijk, beschamend en “achterlijk”, maar die genen zoals ik die de normen van TOEN in relativerend licht plaatsen zijn daarmee nog niet, wat de achtbare heer Van den Broek in zijn wijsheid zo stellig en zonder verder onderzoek en onderbouwing meent te weten, “hier niet thuis horen en niet passen in de traditie en in de morele waarden van Europa: vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

      Oeps ….. vaak heb ik gedacht dat de heer Van den Broek al jaren lang op deze site niet schrijft “in de morele waarden van Europa: vrijheid, gelijkheid en broederschap”, maar ik zal het natuurlijk in de beperktheid van mijn “koloniale mentaliteit” verkeerd hebben gedacht.

      • Peter van den Broek zegt:

        Wat het reizen met business class te maken heeft met discriminatie moet dhr Azijnpisser maar eens duidelijk uitleggen. De rest van zijn verhaal gaat ook nergens over. Als ik het bordje goed lees, dan mochten Amerikanen en Japanners ook niet op het voorschip komen. Leg dat eens uit aan die arme mensen!!!

        Dan kan ik me best indenken dat hij zich ook niet druk maakt over een andere foto van Thom Hoffman (1957) waarop de fascist en anti-semiet Mussert verwelkomd werd in het Kunstkringgebouw in Soerabaja op 1 Augustus 1935!!!!! Sommigen tonen daarbij de gestrekte arm met d handpalm naar beneden, niet wordt vermeld of er ook Sieg-Heil geroepen werd. Een enkele Indo-Europeaan was ook te zien op de foto.

        Hoffman schrijft bij de foto in Moesson dat veertienduizend “totokmannen” zich aansloten bij de Vaderlandse Club VC en NSB, dat zijn toch extreem-rechtse beweging ook voor die tijd. Hij baseert zich op Drooglever, maar Drooglever schrijft zelf in zijn standaardwerk over de VC, dat in Augustus 1930 de VC haar grootste omvang van ongeveer 9000 leden bereikte (p.45). Ik weet dat de NSB op haar hoogtepunt 7000 leden had waarvan een kleine 5000 Nederlanders van Indo-Europese afkomst.
        Het aantal totokmannen herleidt zich tot minder dan 11000. Hieruit blijkt dat de politiek participatie van de Europese bevolking op een totaal van 240000 i.v.m. Nederland toch erg groot.

        • Boeroeng zegt:

          7000 leden?
          Wat is je bron?
          citaat:
          Vanaf 1933 bloeide de partij, na een bezoek van Mussert in 1935 aan de kolonie liep het ledental op tot ruim vijfduizend. Pas toen eind jaren 1930 duidelijk werd dat de partij mee ging met de Duitse nazi-ideeën over raszuiverheid en Blut und Boden zegden velen hun lidmaatschap op.[1] Er bleven nog 1100 leden en 680 sympathisanten over.
          —–
          Bron: Wikipedia

        • PLemon zegt:

          @ waarvan een kleine 5000 Nederlanders van Indo-Europese afkomst.

          #Cruyff : Je gaat het pas zien als je het door hebt.

          ***Citaat: ” Toch verloor de NSB eind jaren 30 veel van haar leden toen duidelijk werd dat zij zich steeds meer op raszuiverheid richtte en een onderscheid maakte tussen vol- en halfbloed Nederlanders. Veel Indische Nederlanders zegden hun lidmaatschap op. Daarnaast was de keuze voor Duitsland voor velen onaanvaardbaar.
          In mei1940 telde de Indische NSB nog maar 1100 leden en zo’ n 680 begunstigers.
          http://www.s-i-d.nl/waren-er-nsbers-in-nederlands-indie/

        • Peter van den Broek zegt:

          Wikipedia als gezaghebbende bron?! Wie is de samenstellen van het artikel over de NSB en welke bronnen vermeldt deze?
          Datzelfde geldt voor de bronvermelding van dhr Lemon.

          Die 5000 leden heb ik ook , maar die werd bereikt in 1935. Die minder dan 2000 totokmannen van de NSB (bronvermelding = 1800) werden bij mij bereikt in 1939.
          https://www.dbnl.org/tekst/_bij005196701_01/_bij005196701_01_0003.php

        • Boeroeng zegt:

          Peter,

          Wat is nou je bron voor die 7000 leden, waarvan 5000 indo-europeanen.

          L de Jong erbij gepakt: Die heeft het over 4500 NSB leden/begunstigers eind 1935.
          NSBleden_LdeJong_11a

        • Peter van den Broek zegt:

          L. de Jong heeft het over 4500 leden/begunstigen!!!!! Hoeveel waren daarvan leden en hoeveel daarvan begunstigen zodat ik de aansluiting met die 5000 leden op 1-1-37 (Wikipedia) kan maken? Als je nog meer bronnen heb, geef ze dan, dan kom ik daarna wel met mijn bron. Dit om een heldere vergelijking te maken.!!!!!!!

  7. Jan A. Somers zegt:

    In Nederland nu discussie over het boek De N-hut van Oom Tom. Waar een klein land groot in kan zijn. Gelukkig ben ik oud aan het worden.

  8. PLemon zegt:

    @ Met mijn achtergrond had ik in Nederlands-Indie nooit dat kunnen bereiken wat ik in Nederland, in Zwitserland of Italië bereik..

    #Klopt…zelfs voor een orang totok / sinkeh.

    *** Citaat:. De Nederlandse aanwezigheid in de Oost werd gedurende de gehele 19e eeuw bepaald door mannen. Mannen, die meestal leidinggevende rollen speelden. In de regel kwamen zij als vrijgezel naar Indië, zowel de militair als de burger. Zijn eerste lessen als sinkeh (nieuwkomer) begonnen al bij het verlaten van de boot. Hij werd als eenling direct ondergedompeld in ‘het Indische koloniale leven’. Aanpassing was daarbij vaak een overlevingsstrategie om zich staande te houden onder de zo totaal andere levensomstandigheden, niet alleen klimatologisch, maar juist ook sociaal-cultureel.

    Hoe afgelegener het oord, hoe groter de noodzaak was voor een sinkeh om opgevangen te worden. Het comfort was immers minder en de eenzaamheid groter. Hoger geplaatsten in de steden hadden een heel stel ‘hulptroepen’, zoals de koki voor het eten, de djongos voor de bediening in huis, de jagar als nachtwaker, de kebon als tuinknecht en de koesir (koetsier). Deze Inlanders waren het, die het leven van de totok leefbaar maakten. Een totok is een volbloed Europeaan, die in Indië is geboren of al langere tijd in Indië vertoefde.

    Behalve de primaire verzorging van de dagelijkse behoeften werd de sinkeh opgevangen in de soos of de club of tijdens de vele partijtjes. Daar is een zowat dagelijks terugkerend ritueel van ontmoetingen tussen alles wat zich Europees mocht noemen. Waar het vooral op aan kwam was het zich conformeren aan bestaande waarden en normen, tenminste als men hogerop wilde komen in een rangen- en standenmaatschappij zoals Nederlands-Indië was. Je moest je er gewoon vertonen. Zij die niet meededen aan deze rituelen, ‘niet met de stroopkwast konden lopen’, stond onverwachte overplaatsing te wachten.
    http://daktari.antenna.nl/indie/kolonia2.htm

    • Jan A. Somers zegt:

      Mijn tante Alice Versteegh, vrouw van een gezaghebber GM, ving in Batavia de baren op, om ze de gewoonten van Indië bij te brengen. Mijn moeder, Leentje Versteegh, een nicht van tante Alice, heeft zo mijn vader leren kennen.

  9. Piet Azijnpisser zegt:

    Peter van den Broek zegt 16 januari 2020 om 13:22: “Wat het reizen met business class te maken heeft met discriminatie moet dhr Azijnpisser maar eens duidelijk uitleggen. De rest van zijn verhaal gaat ook nergens over”.

    Als u meneer Van den Broek nu eens eerst een cursusje “wellevendheid” gaat volgen en het geleerde in praktijk weet te brengen, dan zal ik gaarne moeite doen u andermaal uit te leggen wat mijn bedoelingen zijn geweest.

    Voor uw informatie: “Wellevendheid is een stelsel van manieren en gedragingen die waarborgen dat mensen met elkaar omgaan op een manier die maatschappelijk aanvaard is en die positief wordt gewaardeerd. Hoewel een vergrijp tegen de wellevendheid negatief wordt ervaren, is het niet strafbaar”.

    Deze betekenis van “wellevendheid” heb ik gestolen van Wikipedia omdat die mij wel aansprak. Ik weet dat u deze bron van informatie niet als gezaghebbend beschouwt omdat iedere minkuukel er zijn mening in kwijt kan, maar ik heb gezien dat andere bronnen over “wellevendheid” of “hoofsheid” in de zelfde richting wijzen.

    Kortom: Probeert u eens in uw reacties een vriendelijker toon aan te slaan, zelfs wanneer u vindt dat de ander iets heeft geproduceerd dat “nergens over gaat”. Een cursusje zou helpen, voor sommigen is goed in de spiegel kijken al voldoende.

  10. Boeroeng zegt:

    Peter,
    Als de Jong de begunstigende niet-leden, meetelde in die 4500 totaal. dan ging hij dus van een ledental uit van minder dan 4500.

    https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/334384/Bachelorscriptie%20Bas%20de%20Wit%2018-06-2015.pdf?sequence=2&isAllowed=y
    pagina 11:

    Na Musserts bezoek nam het ledental van de Indische NSB een snelle vlucht. Voor zijn komst bedroeg het ledental zo’n 2500, na zijn bezoek kwamen hier zo’n 2000 bij

    —-

    https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/3364/Goethem%2C_H._van_1.pdf?sequence=1

    pagina 11
    Het bezoek van Mussert was een groot succes. Zijn redevoeringen werden druk bezocht en de populariteit van de NSB in Indië steeg enorm. De beweging telde aan het eind van 1935 zo’n 5000 leden
    pagina 14
    Mussert vatte het effect op zijn heggenspraak van 9 oktober 1937 als volgt samen:
    ‘In Indië hebben wij 5000 leden. Deze leden hebben onzen strijd hier geldelijk belangrijk gesteund.

    Verder ben ik tegengekomen dat Jacob Zwaan in 1984 in zijn boek ‘zwarte kameraden” schreef dat 70% van de NSB-leden te Indië indo-europeanen waren. Dit komt wel overeen met de schatting dat 70% van de Europese gemeenschap van gemengde afkomst was.

    Die 70% zit in jouw cijfers van 7000 en 5000, maar wat is je bron voor die 7000 ? Volgens mij heb je iets niet goed gelezen of je bron is niet correct

    • Piet Azijnpisser zegt:

      Boeroeng: “….. schreef dat 70% van de NSB-leden te Indië indo-europeanen waren …..”.

      Ik heb vaker gehoord uit bronnen die in die dertiger jaren voor de oorlog hebben geleefd en actief IEV-lid waren, dat veel Indo-Europeanen, juist ook de kleine Boengs, NSB lid werden omdat hun totok bazen NSB-er waren, maar verder nauwelijks een idee hadden waar de NSB voor stond. Stel dat het waar is – en waarom niet in die samenleving – en dat een totok baas, tevens NSB-er, meerdere Indo ondergeschikten had, dan kom je al gauw tot een verklaring over die 30 – 70 verhouding.

      Met diepe verontschuldiging voor mijn impertinente bemoeizucht, maar misschien kunnen de geleerden er toch wat mee.

    • Bert zegt:

      @Boeroeng nu we het toch over fascisten hebben ,Zentgraaff ,hij was gehuwd met Henriette Birsak ,uit dit huwelijk geen kinderen maar uit zijn overlijdens annonce 23-03-1940 Bataviaas Nieuwsblad blijkt hij wel degelijk vader en grootvader te zijn ! Nou dat zal wel maar niet van Henriette ! En van wie hij de vader was ? Ik heb zo,n donkerbruin vermoeden en inderdaad zijn vermeende zoon had op 23 maart 1940 reeds 2 kinderen ,hij leek wel op prins Bernard ,na de dood van Bernard kwam het uit dat hij werkelijk buitenechtelijke kinderen had .,stuk of drie .

      • Arthur Olive zegt:

        Ik vraag mij af of er een passagierslijst is van die Duitsers en NSBers van dat getorpedeerde schip “Van Imhoff”.
        Het kan zijn dat ik verre en aangetrouwde familie daarop had.

  11. Peter van den Broek zegt:

    er worden zoveel getallen uit zoveel verschillende bronnen aangehaald dat ik daar nauwelijks tegen op kan . Ik ben op zoek naar mijn notitie over de NSBvoorman van der Laken waarbij uitgaande van 7000 NSB-leden waarvan 70% van Indo-Europese afkomst, ik op een aantal van iets meer dan 1000 kom bij de Duitse aanval in NL

  12. Peter van den Broek zegt:

    Even terug naar de foto over ‘voorschip uitsluitend voor Europeanen’.
    In de documentaire Indonesia Merdeka vertelt PJ Koets directeur van het kabinet van de ltnt -GG, toch niet de eerste de beste , dat hij met één van de Inlandse onderhandelaars van het Linggadjati-accoord ging zwemmen. In een flits drong het tot hem door dat dit voor het voor het eerst was dat hij in een zwembad een donker gezicht zag. Indonesiers hadden zeker andere rechts- en zwembehoeftes. De documentaire Indonesia Merdeka is heel verhelderend en onthutsend voor degenen die in allerlei sprookjes over de dekolonisatie geloven. Dhr Mertens krijgt meer gelijk dan hem lief is. De doc is een toonbeeld van mijn wellevendheid. https://m.youtube.com/watch?v=-xmwDg2qXcE

    De laatste foto is die van Japanse soldaten op de fiets die Soerabaja veroveren op het trotse en onoverwinlijke geachte KNIL . Een onluistering, maar het blijft een schitterende documentaire.

    • Jan A. Somers zegt:

      Andere rechtsbehoeftes? Jazeker, een paar voorbeelden: Inlanders (met hoofdletter!) hadden adatrecht, matriarchaat, grondeigendom, huwelijksrecht, e.d. Ook gewoonterecht, godsdienstrecht Dat kwam niet voor bij de rechtsbehoeften van Europeanen. Chinezen, (Vreemde Oosterlingen) hadden bijvoorbeeld adoptierecht, Niet bij de rechtsbehoeften van Europeanen. Maar er waren ook verschillen bij privaatrecht, bestuursrecht en strafrecht. Indisch recht was een apart vak bij de studie voor Indologen. Ik heb daar geen verstand van, alleen maar ‘van horen zeggen’.

  13. Peter van den Broek zegt:

    Andere Rechtsbehoeftes is toch op een verzinsel om de blanke superioriteit een vernislaagje te geven. In Nederland is het Recht gebaseerd op Rechtsbeginsels of principes, maar in Nederlands-Indie was dat anders en natuurlijk in het voordeel van de kolonialen geregeld, dat was toen heel normaal voor de koloniale minderheid. En als een inlander daar niet mee eens was, dan werd hij toch gewoon opgesloten of verbannen.

    Politiek en juridisch bestonden er geen geen gelijke rechten voor de inlanders
    Economisch gezien was er geen voldoende bescherming voor de economisch zwakkere Inlander
    Op sociale gebied was er discriminatie op gebied van onderwijs, er waren geen gelijke kansen voor Indonesiers. Tienduizenden Nederlanders, want die konden het betalen, gingen studeren in Nederland. En hoeveel keerden terug naar Ons Nederlands-Indie. Nu zou dat braindrain heten, maar gingen de brains naar Nederland?
    En hoeveel Inlanders studeerden in Nederland of gingen daar naar school?

    – wat de inheemsen aanging, gold in beginsel hun eigen adat-recht, voorzover dat niet in strijd was met algemeen erkende regels van billijkheid en rechtvaardigheid”.
    U mag raden wie die algemene regels bepaalde.

    – Er was dus sprake van een inheemse en van een Gouvernements- of koloniale rechtspraak, waarbij het laatste natuurlijk richtinggevend en bepalend was, dat waren volgens dhr Azijnpisser “normale” koloniale verhoudingen, natuurlijk vanuit de koloniaal gezien.

    Bij de strafrechtspleging werd, in tegenstelling tot de civiele rechtspleging, slechts één recht toegepast: het Nederlandse strafrecht. handen afhakken of stenigen volgens de Sharia was niet beschaafd in Nederlands-Indie.

    Afgezien van wat de exorbitante rechten , konden inheemsen en Vreemde Oosterlingen zonder vorm van proces in preventieve hechtenis gehouden worden. Europeanen en met hen gelijkgestelden niet.
    Die Europeanen en met hen gelijkgestelden verschenen bovendien bij ernstige delicten voor de Raden van Justitie – de inheemsen en Vreemde Oosterlingen werden in die gevallen, één trap lager, voor de landraden gedaagd waar de waarborgen voor de rechtszekerheid geringer waren.
    Dit werd door de politiekbewusten onder de inheemsen en Vreemde Oosterlingen als discriminatie ervaren (‘is het dan wondere’, schreef Snouck Hurgronje in ’23, ‘dat Inlanders wel eens van rassenjustitie spreken?’

    Er is tussen het rechtswezen in Nederland en dat in Nederlands-Indië nog twee kenmerkende verschillen: in Indië werden rechters niet voor het leven benoemd en Indië kende de doodstraf; bij elk doodvonnis had de gouverneur-generaal het recht van gratie.

    https://indischeliterairewandelingen.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=228:het-koninkrijk-der-nederlanden-in-de-tweede-wereldoorlog-1939-1945-deel-11a&catid=15:aanvullende-lectuur

    Zulke rechtsongelijk en discriminatie leverden natuurlijk spanningen op en dat hebben w gemerkt in de bersiaptijd.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Afgezien van wat de exorbitante rechten , konden inheemsen en Vreemde Oosterlingen zonder vorm van proces in preventieve hechtenis gehouden worden. Europeanen en met hen gelijkgestelden niet.” Ik vond deze tekst niet duidelijk. Moet ik hier lezen dat Europeanen niet onder de ‘exorbitante rechten’ vielen? En de hechtenis vóór het begin van de rechtszaak (politie. OM), heeft wel regels, maar hoort niet bij het eigenlijke proces. Eerlijk gezegd weet ik weinig van Indisch (straf)recht, maar ‘exorbitante rechten’ vallen niet onder het strafrecht. In afwachting van verwijdering kan de persoon wel in hechtenis worden genomen, ook ‘Europeanen’.
      ” de inheemsen en Vreemde Oosterlingen werden in die gevallen, één trap lager, voor de landraden gedaagd waar de waarborgen voor de rechtszekerheid geringer waren.” Maar het hoger beroep was wel voor de Raad van Justitie. Zie het proces van Soekarno. En de dissertatie van C.P. Briët, Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848.

      • Peter van den Broek zegt:

        Wat heeft Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indie 1819-1848 met het proces van Soekarno in.1929, dus meer dan 70 jaar later, te maken?

        Ik weet weliswaar weinig van strafrecht in Nederlands-Indie af maar ik begrijp best wel het onderscheid tussen het strafrecht en strafprocesrecht. Dat behoort elke Nederlander toch te weten?

        Vanaf 1867 was er een Wetboek van Strafrecht voor Europeanen en vanaf 1873 een Wetboek van Strafrecht voor Inlanders dat in beginsel ook van toepassing was op Vreemde Oosterlingen.
        Rechtshandhaving en rechtsbescherming zijn twee begrippen die in het strafrecht centraal staan. Het strafprocesrecht biedt regels om de in het strafrecht bepaalde strafbare feiten en sancties op een concreet geval toe te passen. Het is echter vooral in het strafprocesrecht dat de macht van de Indische overheid , het Gouvernement gestalte krijgt en ernstig inbreuk wordt gemaakt op de rechten van Inlanders i.c. onderdanen, dus tweederangsburgers. Dan is de rechtsongelijkheid ingebakken in het koloniaal systeem

        Handhaving van de rechtsorde wordt door het Gouvernement gezien als een belangrijke voorwaarde voor het uitoefenen van koloniale macht. Het straf- en strafprocesrecht vervulde daarbij een belangrijke rol. De bedoeling waarmede het rassenonderscheid als maatstaf voor de uitoefening van rechten is gehandhaafd moet gezocht worden in het streven om een bevoorrechte positie van het ene ras boven het andere te scheppen=rassendiscriminatie

        Honderd jaar Wetboek van Strafrecht voor Nederlandsch-Indië https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/60997/2017_Honderd_jaar_WvSr_N-I_oeStrafbladoe.pdf?sequence=1

        • Piet Azijnpisser zegt:

          Peter van den Broek zegt 23 januari 2020 om 10:27 onder meer: “…… maar ik begrijp best wel het onderscheid tussen het strafrecht en strafprocesrecht. Dat behoort elke Nederlander toch te weten?”

          Tja … ik heb lang geleden geleerd dat iedere Nederlander de wet hoort te kennen. Maar die is nogal omvangrijk en ik ben bang dat iedere Nederlander, met uitzondering misschien van de zeer hoog geleerden die zich op deze site roeren, desgevraagd door de mand zullen vallen. Ik in ieder geval.

          Misschien is het leuk voor de goede en ontspannen sfeer op I4E om een kwisje wetskennis onder de lezers te organiseren met om te beginnen maar één vraag: Wie kent het onderscheid tussen het strafrecht en het strafprocesrecht? Niet spieken op Wikipedia.

          1ste prijs: Zoen van Boeroeng
          2de prijs: Zoen van andere deelnemer aan I4E naar keuze, m.u.v. die van Boeroeng, Pak Pierre en Piet Azijnpisser (rasanja ketjoet)
          3de prijs: Dagje in de schuttersput met Pak Pierre en Piet Azijnpisser

        • PLemon zegt:

          @ in het streven om een bevoorrechte positie van het ene ras boven het andere te scheppen=rassendiscriminatie
          @ om een kwisje wetskennis onder de lezers te organiseren

          # Steuntje in de rug…?

          *** Citaat: In haar proefschrift ‘De rechtspositie der Chinezen in Nederlands-Indië 1848-1942’, subtitel wetgevingsbeleid tussen beginsel en belang, beschrijft en analyseert Patricia Tjiook-Liem de ontwikkelingen in die rechtspositie en het wetgevingsbeleid van de koloniale en rijkswetgever ten aanzien van deze bevolkingsgroep. Het juridisch dualisme in Nederlands-Indië, zoals dat verankerd was in het Regeringsreglement (de grondwet) van Nederlands-Indië en waarvoor ras en geloof als criteria dienden, betekende een afzonderlijk recht en een daarbijbehorende afzonderlijke rechtspraak voor de twee hoofdgroepen van de bevolking: Europeanen en Inlanders. Chinezen en andere oosterse, niet-inheemse bevolkingsgroepen waren als gelijkgestelden met Inlanders aan het begin van de onderzoeksperiode onderworpen aan het voor de inheemse bevolking geldende rechtssysteem. Aan het eind van de onderzoeksperiode was de rechtspositie der Chinezen vrijwel gelijk met die der Europeanen. Die ontwikkeling in de rechtspositie hing nauw samen met de betekenis die de Chinese bevolkingsgroep had voor het gouvernement.

          In zeven hoofdstukken, die ieder een afzonderlijk rechtsgebied omvatten waarin de bijzondere rechtspositie der Chinezen naar voren kwam, worden deze vragen beantwoord. Niet beginselen of de in de wet genoemde criteria van ras en geloof, maar pragmatisme en belangen van het gouvernement bleken doorslaggevende factoren te zijn geweest voor het wetgevingsbeleid. Voor het onderzoek is extensief archiefonderzoek verricht, waarbij niet eerder gebruikt archiefmateriaal werd geraadpleegd.
          https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13509

        • Piet Azijnpisser zegt:

          We leven toch maar in een rare wereld: Wordt nu het Indische rechtssysteem door een aantal lezers/schrijvers op deze site scherp veroordeeld omdat het discriminatoir was, te zelfder tijd zijn er groepen in onze huidige samenleving die niets liever willen dan toepassing van hun eigen rechtssysteem, buiten de Nederlandse rechtsorde om.

          Zou het liberale en tolerante Nederland in de goedheid haars harten deze groepen in hun waarde willen laten en hun zin geven, dan is de kans groot dat 50 jaar later al lang is vergeten WAAROM Nederland zich zo tolerant had opgesteld en zouden er lieden opstaan die de ontstane rechtsongelijkheid als discriminatoir fel veroordelen.

          Roewet dese.

        • Jan A. Somers zegt:

          Eerst maar even mijn niet beantwoorde eerste vraag over uw opmerking over de toepassing van de exorbitante rechten op ‘Europeanen’. Heeft overigens niets met strafrecht te maken.
          “Wat heeft Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indie 1819-1848 met (…) te maken?” Alles, het begin van de rechtsstatelijke ontwikkeling in Indië. Gewoon even lezen. Waar o.a. Soekarno m.b.t. het strafrecht mee te maken heeft gehad.
          ” Het is echter vooral in het strafprocesrecht dat de macht van de Indische overheid , het Gouvernement gestalte krijgt en ernstig inbreuk wordt gemaakt op de rechten van Inlanders” Waar kan ik dat vinden?
          Ik heb ook geen antwoord gezien over mijn vraag naar: “konden inheemsen en Vreemde Oosterlingen zonder vorm van proces in preventieve hechtenis gehouden worden. Europeanen en met hen gelijkgestelden niet.” In het Indische strafprocesrecht kon n.a.v. van een verdenking van een misdrijf, een verdachte, ongeacht etniciteit , in voorarrest worden gehouden. Ik kan het echter niet voor u opzoeken, ik heb dat Indische wetboek van strafvordering niet in mijn kast.
          “De bedoeling waarmede het rassenonderscheid als maatstaf voor de uitoefening van rechten is gehandhaafd.” Dit heeft niet alleen met strafrecht te maken, maar met het geheel van het rechtswezen. En de bedoeling was juist niet om te discrimineren, dat hebben we er maar van gemaakt. Het lijkt mij verstandig dat u zich oriënteert bij Van Vollenhoven, de kenner bij uitstek van het staatsrecht overzee. Of Van Mastenbroek. Of De Kat Angelino. Een breed spectrum van meningen.

        • Peter van den Broek zegt:

          Als dhr Lemon meer dan het abstract van de dissertatie van P. Tjiook-Liem had gelezen dan zou hij tot een andere conclusie gekomen zijn. Zij geeft zelf in haar dissertatie aan en ik citeer :

          “Het onderzoek heeft aangetoond dat bij het wetgevingsbeleid regeringsbelangen of belangen van de Europese bevolking, meer dan rechtsbeginselen, beginselen van behoorlijk bestuur, laat staan belangen van de Chinese bevolking, de doorslag gaven. De rechtspositie der Chinezen werd aangepast, gewijzigd en verbeterd al naar gelang de koloniale overheid dat, gelet op de omstandigheden en haar belangen, wenselijk of noodzakelijk achtte” (p.644)

          Voor de verantwoording geef ik de link naar mijn bronvermelding
          https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/13509/Tjiook%2bvoor%2bPoD%5b1%5d-05.02.09.pdf?sequence=2

          Het belang van de Nederlands-Indische regering en dat van het Europese volksdeel, een minderheid , stond voorop en dat was gebaseerd op de vermeende superioriteit van het blanke ras.
          Het doel van het Gouvernement was nooit de uiteindelijke gelijkstelling van de Chinezen met Europeanen , dat zou alleen maar kunnen leiden tot gevoelens van achterstelling bij de inheemse bevolking en die was al achtergesteld. De Chinezen bleven onderdanen zoals in George Orwell woorden ” ALL ANIMALS ARE EQUAL , BUT SOME ANIMALS ARE MORE EQUAL THAN OTHERS.

          Aangezien ik, als Atheneum-klant van het CLD niks begrijp van de reacties van dhr Somers, kan ik er ook niet op ingaan. Daarentegen spreek ik 4 talen, inclusief de moedertaal vloeiend, het schrijven gaat me, behalve het Nederlands ook gemakkelijk af en een vijfde taal Frans spreek ik na enige oefening toch niet helemaal slecht. Aangezien d mensen als ze me horen praten automatisch overgaan op hun dialect, begrijp ik ook dialecten zoals Schwyzerduetsch en Napolitaans,

        • Jan A. Somers zegt:

          ” Daarentegen spreek ik 4 talen,” Wat bent u toch hoogontwikkeld! Daar kan ik niet aan tippen met mijn vier gemiste schooljaren. Nu begrijp ik ook dat u mijn domme vraag over uw voor mij onbegrijpelijke zin over de exorbitante rechten en preventieve hechtenis niet hebt begrepen, niet kunt begrijpen vanuit uw knapheid. Laat maar zitten.
          Dat herinnert mij aan mijn tijd bij TNO. Daar waren velen van mijn jaargang, allemaal met een oorlogsgebrek. Maar dat losten we binnen de organisatie op. Er waren nog geen computers, maar onze slecht leesbare handgeschreven rapporten, publicaties, brieven e.d. werden op de afdeling afgewerkt door een secretaresse en typiste, heel modern op een IBM bolletje schrijfmachine. Zij regelden het gebruik van d, t, of dt. Zij regelden de Duitse naamvallen. Zij wisten dat samengestelde woorden in het Engels los van elkaar worden geschreven, maar in het Nederlands of Duits aan elkaar. Zij wisten wat goed Nederlands was. Bij moeilijke formules z\at je een halve dag bij haar om samen de compositie goed op papier te krijgen. Waarbij dit hele proces nog was voorafgegaan door een collegiaal commentaar door een lid van de commissie commentaar. Dat waren nog eens tijden. maar ja, daar staat u ook boven!

  14. Peter van den Broek zegt:

    @ heer Azijnpisser
    Het boordje ‘voorschip uitsluitend voor Europeanen’, naast dat van “Verboden voor honden en Inlanders” lijkt mij toch geen toonbeeld van Nederlandse tolerantie in die tijd. Dit soort uitspraken zaaide juist haat bij de Inlanders. Hun onderdrukte woede- en haatgevoelens werden alleen maar aangewakkerd. Maar daar lette het Nederlands-Indisch Gouvernement natuurlijk niet op, zij heeft in tegenstelling tot de Inlanders het haat-zaai artikel nooit zo gebruikt tegen de Nederlands-Indische kranten. De kritiek van Inlanders pardon Indonesiers op haar racistisch beleid werd met harde hand onderdrukt: persbreidel, verbanning etc.

    In het boek “Van zachte wenk tot harde hand: persvrijheid en persbreidel in Nederlands …” worden voorbeelden van haatzaai à la de nazistische bladen “der Sturmer” of Volkische Beobachter gegeven:
    https://books.google.it/books?id=hLsHBs4eu48C&pg=PA95&lpg=PA95&dq=Nederlanders+exorbitante+rechten&source=bl&ots=lNFPn6Rhz8&sig=ACfU3U2J6kY8_BHxdks67srFpWBjbqXw7g&hl=it&sa=X&ved=2ahUKEwjLoOWfmZrnAhWIsKQKHW_DDdsQ6AEwAnoECAYQAQ#v=onepage&q=Nederlanders%20exorbitante%20rechten&f=false

    • Piet Azijnpisser zegt:

      Peter van den Broek zegt 23 januari 2020 om 18:08: “@ heer Azijnpisser
      Het boordje ‘voorschip uitsluitend voor Europeanen’, naast dat van “Verboden voor honden en Inlanders” lijkt mij toch geen toonbeeld van Nederlandse tolerantie in die tijd”.

      Ik ben zeer vereerd dat u zich tot mij persoonlijk richt, meneer Van den Broek, maar ik heb dacht ik nergens beweerd dat de gewraakte bordjes in de vroegere kolonie een toonbeeld zijn van Nederlandse tolerantie.

      Nu u er over bent begonnen zou ik wel durven zeggen – alhoewel pas in 1938 geboren en dus niet echt een ervaringsdeskundige van het koloniale leven – dat Nederlands Indië, zoals u weet een fors gebied in Z.O. Azië met uiteenlopende indogene en allochtone bevolkingsgroepen, niet was bezaaid met zulke bordjes en dat we, nu er plotsklaps een paar foto’s van zulke bordjes zijn opgedoken, dat ook niet moeten denken en niet meteen vergelijkingen moeten maken met het systematische weren van Joden uit het openbare leven door de Nazi’s.

      Indië was een gelaagde spekkoek of koé lapiz maatschappij waar iedereen z’n plaats kende. Bordjes waren niet nodig. Ook totoks onderling hielden rang en stand nauwkeurig in de gaten. Voor het lidmaatschap van “de soos” gold een strenge ballotage waarbij maatschappelijke positie een grote rol speelde. Wie afviel kon zich in mijn geboortestad Semarang vermaken in de “Stadstuin”. De blanke Jan Fuselier werd door zijn mede totoks als uitschot behandeld en was nergens welkom.

      Het is op deze mooie site duizend keer geschreven dat de “inlanders” onderling ook hun verhoudingen naar rang en stand kenden en die strikt in acht namen. De Javaanse taal met zijn 3 taalsoorten die afhankelijk zijn van de betrekking die de sprekers met elkaar hebben (Ngoko, Krama, Krama Inggil), is daarvan bij uitstek een exponent. Ik zie onze kebon nog onmiddellijk djongkok toen wij bij ons thuis een heuse Raden Ajoe op bezoek kregen, een oud leerling van mijn moeder van de Kartinischool.

      De moraal van mijn verhaal (bij herhaling): Laten zij die het koloniale leven in voormalig NOI alleen kennen vanaf een afstand en uit de boeken (waarin op zich ook subjectiviteit is verscholen) de sociale verhoudingen aldaar niet tegen het licht houden van de huidige morele opvattingen en dan opgewonden het belerende, veroordelende vingertje ongenuanceerd opsteken.

      • PLemon zegt:

        @ Laten zij die het koloniale leven in voormalig NOI alleen kennen vanaf een afstand …opgewonden het belerende, veroordelende vingertje ongenuanceerd opsteken.

        # Hear hear!!!
        Schot in de roos en duidelijk te merken in de uitwisseling van kennis en ervaring. Hoe maak je de kue lapis structuur vd koloniale maatschappij anderen duidelijk zonder wederzijdse fysieke ervaring. Daar gaat het ook mis in de literatuur en zelfs bij mondelinge overdracht door de 1e generatie als men daar in een bubbel heeft geleefd. In die bubbel soms het materieel moeilijk of juist heel ruim bestaan had.
        Enfin deze site onthult ieders informatie achterstand/tekort om de grote samenhang van de gebeurtenissen vd koloniale periode helemaal te doorgronden. Ook bij de interpretatie van de feiten. Maar dat heeft het voordeel dat met ieders bijdrage aan een discussie de lezer z’n eigen beeld of visie kan bijstellen.

        • Peter van den Broek zegt:

          Ik kan de Heren niet volgen, mijn denkraam is zeker beperkt . Ik ben niet begonnen de sociale verhoudingen in Nederlands-Indie tegen het licht te houden. Dat hebben de autochtone bewoners van Nederlands-Indie, de inlanders zelf al in de koloniale tijd gedaan.

          Roeslan Abdoelgani beschrijft dat op sprekende wijze in de documentaire “Indonesia, Merdeka”. Hij praat over het Zelfbeschikkingsrecht (Atlantisch Charter) het beschikken over het eigen lot volgens de beginselen die hij ook in het Nederlandse onderwijs geleerd had. Hij geeft een voorbeeld: Als de Nederlander in de tachtig jarige oorlog in opstand konden komen tegen de Spanjaarden, de bezetters, dan kunnen de Indonesiers toch ook tegen HUN bezetters in opstand komen en wel op basis van DIEZELFDE morele opvattingen. Dan hebben die opvattingen toch enige universele waarde???

          De wellevende conclusie verwoordt in “opgewonden het belerende, veroordelende vingertje ongenuanceerd opsteken” geeft toch al aan dat het koloniaal bewind in de reacties van de Heren wordt goedgepraat, maar dan mogen best argumenten gebruikt worden. Waar de Heren in hun morele verontwaardiging over hebben mogen ze mij de geschiedkundige onbenul best uitleggen, ik kan aan hun verhaal geen touw aan vastknopen, maar met Geschiedenis heeft het hoegenaamd niets te maken. Dat is different spekkoek.

          Over de oren zal ik het maar niet hebben, want het lijkt mij dat er geen oren meer zijn, er wordt geluisterd noch gelezen, dan kan er ook niet geknoopt worden.

        • PLemon zegt:

          @ dan kunnen de Indonesiers toch ook tegen HUN bezetters in opstand komen en wel op basis van DIEZELFDE morele opvattingen.

          # Punt is dat na de Japanse bezetting die bloedige opstand tegen de oude koloniaal onnodig en vermeden kon worden. Diplomatiek werd eea bekokstoofd via een RTC over een tijdpad van zelfbeschikkings overdracht. Maar vooral de Javaan zag z’n kans om voortaan de andere volkeren /eilanden aan zich te onderwerpen. Het trauma vd Indische gemeenschap daarmee laten ontstaan. Natuurlijk speelde de Nederlandse overheid een verkeerde kaart door met een leger die RTC afspraak af te dwingen, maar de tij was niet meer te keren.

        • Jan A. Somers zegt:

          Die afspraken waren al vóór de oorlog gemaakt. In de Malino-gebieden liepen de contacten tussen de plaatselijke besturen en NICA al langs deze afspraken. Daar waren dan ook geen politionele acties nodig. Pas toen ook de RI hun ideeën over de RIS en de RTC had overgenomen, sloten zij de rijen.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Als de Nederlander in de tachtig jarige oorlog in opstand konden komen tegen de Spanjaarden” Met dat verschil dat er tussen de Spanjaarden en de Nederlanden geen afspraken waren gemaakt over die afscheiding. Tussen Nederland en Indië lagen die afspraken er wel.

        • Peter van den Broek zegt:

          @dhr Lemon

          Wat na 15/ Augustus 1945 in Nederlands-Indie gebeurde is een andere zaak. Het Indonesisch nationalisme had begin 20ste eeuw vorm aangenomen en dat proces van de wording van de Indonesisch Staat was niet te stuiten.

          Het voor de oorlog afhoudend optreden van het Gouvernement tegenover de Indonesische nationalisten maar vooral de Japanse bezetting van Indonesië veroorzaakten een radicale breuk met de voordien in Nederlands-Indië heersende maatschappelijke orde. Terwijl het falen van het KNIL bij de verdediging van het gebied het Nederlandse prestige onder de inheemse bevolking al zwaar beschadigd had, verloren de Nederlanders tijdens de bezetting volledig hun vroegere positie . De Japanse bezettingsmacht sloten alle koloniale Nederlandse elementen uit de samenleving uit en betrokken Indonesiers daadwerkelijk bij het bestuur.

          Dat kan in Nederlandse ogen als “collaboratie” worden aangeduid maar Roeslan Abdoelgani gebruikt er een bijzonder woord voor “accomoderen”. De nationalisten pasten zich weliswaar aan maar hun strategie was gericht op het recht om zelf te kunnen beschikken over het lot van het Indonesische volk (Zelfbeschikkingsrecht) uiteindelijk gericht op een onafhankelijk een soeverein Indonesië volgens de principes van de pancasila: Hij haalt niet voor niets het Atlantisch handvest erbij, dat Atlantisch handvest was voor het koloniale Nederland alleen maar lastig en had geen consequenties voor haar beleid. Die nationalistische ideeën strookten natuurlijk niet met de Nederlandse wensen in Australie en vooral niet in London.Maar wat wist Nederland af van wat er in de Japanse bezetting in Indie gebeurde?

          Dat leverde natuurlijk spanningen op en daar ben ik naar geïnteresseerd. Wat gebeurde er politiek gezien in de bezetting in Nederlands-Indie, buiten de kampen wel te verstaan

        • Jan A. Somers zegt:

          “Het voor de oorlog afhoudend optreden van het Gouvernement tegenover de Indonesische nationalisten” Hoezo? ff weer selecteren, kopiëren en plakken (had u zelf al kunnen lezen):
          Minister Welter had inmiddels laten weten dat na de oorlog een conferentie kon worden bijeengeroepen om hervormingen op staatkundig gebied voor te bereiden. De gouverneur-generaal ging echter verder. Als vervolg op de op 23 augustus in de Volksraad aangekondigde commissie, werd bij gouvernementsbesluit van 14 september 1940 de ‘Kleine commissie van bekwame mannen’ ingesteld onder de naam ‘Commissie tot bestudeering van staatsrechtelijke hervormingen’.
          Een telegrammenwisseling tussen de minister van koloniën Welter, minister-president Gerbrandy, en gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer resulteerde in: ‘Opperbestuur voornemens na bevrijding Nederland aanstonds conferentie bijeen roepen vooraanstaande personen uit diverse deelen rijk.
          De aankondiging in de Volksraad van deze conferentie over hervormingen na de oorlog vond plaats op 16 juni 1941, het werk van de commissie Visman kreeg hiermee het karakter van een Indische voorbereiding van deze rijksconferentie. Het verslag van de commissie werd op 9 december 1941 aan de gouverneur-generaal aangeboden, twee dagen na de aanval van Japan op Pearl Harbor en de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan.
          In augustus 1941 deelde de Indische regering mee in overleg met het Opperbestuur ‘eerlang’ tot aanwijzing te geraken van degenen die uit Indië aan de rijksconferentie zouden deelnemen. Gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer stelde minister Welter voor te komen tot een aanbeveling door de Volksraad van dubbeltallen.
          In november 1941 werd door Idenburg (directeur van het kabinet van de gouverneur-generaal) aan luitenant-gouverneur-generaal van Mook een schema voor staatkundige hervormingen toegezonden.
          Na een drukke wisseling van telegrammen, volgend op het begin van de oorlog met Japan op 7 december, seinde de minister dat koninklijke machtiging was verleend om deelnemers aan te wijzen. De ontwikkeling van de oorlog in Indië was inmiddels zover gevorderd dat de buitengewesten voor een deel al in Japanse handen waren, de verbindingen waren verstoord en voor een belangrijk deel al niet meer bestaand. Hierdoor was ook het aantal deelnemers aan de vergaderingen van de Volksraad in belangrijke mate verminderd. De gouverneur-generaal achtte het niet raadzaam nu tot aanwijzing van deelnemers aan de rijksconferentie over te gaan, dit zou onder de huidige omstandigheden niet representatief zijn. De voorgenomen voorbereiding tot de rijksconferentie was hiermee tot een eind gekomen.
          Genoeg? Voortaan gaarne eerst zelf lezen.

        • Jan A. Somers zegt:

          ” Terwijl het falen van het KNIL bij de verdediging van het gebied” Dat was niet de hoofdtaak van het KNIL. Dat wist iedereen al uit de defensiegrondslagen.

        • R.L.Mertens zegt:

          @JASomers; ‘hoezo etc.’- Een prove van een (bezettende) overheid; hoe te handelen tegen hen die om vrijheid/merdeka vragen; vooruit schuiven, vooruit schuiven…..blijven schuiven….

        • Peter van den Broek zegt:

          Natuurlijk ken ik uit den treure het verhaal van dhr Somers De reactie is duidelijk nederlands-centrisch. Uit het onderonsje tussen Welter, Gerbrandy en Van Starkenborgh lijkt het alsof Nederland het initiatief had in Nederlands-Indie, maar de Toeang-Besars liepen toen al hard achter de feiten aan. Ik heb me verdiept in het Indonesisch nationalisme van voor de oorlog en kom op interessante gegevens.

          Maar ook Nederlanders, die de politiek in Indie volgden wisten wel beter. De Indonesiers in de Volksraad waren hard op weg de nationalistische gevoelens nadrukkelijk naar buiten te brengen.

          1) Er was er de motie-Wiwoho die de gedachten van de vroegere petitie-Soetardjo combineerde met die van de campagne ‘Indonesië parlementair’. Deze motie verzocht a) het gouvernement meer zelfstandig zou worden binnen het Rijksverband, dat
          b) het ledental en de bevoegdheden van de Volksraad zouden worden uitgebreid en dat c) de departementshoofden daar als ministers verantwoordelijk aan zouden worden (ministeriële verantwoordelijkheid)

          Twee andere moties waren al in augustus 1939 voorgesteld, maar de behandeling ervan was meermalen uitgesteld.

          2) Soetardjo had een motie ingediend die vroeg om bestudering van de mogelijkheid van spoedige invoering van een Indisch burgerschap (zie het begrip Citoyen van de Franse revolutie) . Zulk een burgerschap zou op gelijke voet voor Nederlanders en Indonesiërs moeten gelden en daardoor breken met de rechtsongelijkheid op basis van ras die ten grondslag lag aan het koloniale rechtsbestel.

          3) Tenslotte was er een motie -Thamrin, die vroeg om in wetten, ordonnanties en andere officiële stukken in plaats van de termen ‘Nederlands-Indië’, ‘Inlander’ en ‘Inlands’ voortaan de termen ‘Indonesië’, ‘Indonesiër’ en ‘Indonesisch’ te gebruiken.

          Maar het gouvernement geloofde niet dat de kolonie op korte termijn rijp zou zijn voor de invoering van een parlementair stelsel op Indische leest. Hoewel het gouvernement het nu niet de tijd vond om plannen voor staatkundige veranderingen vast te leggen, zag het wel nut in het verzamelen van gegevens en gedachten ten behoeve van de latere oordeelsvorming. Eigenlijk was daar de Volksraad voor maar die ging in de richting van teveel zelfstandigheid en dat paste niet in de koloniale denkkraam.

          De afhoudende houding vertaalde zich in de gebruikelijke vertragings- en doofpottaktiek door een commissie te benoemen Het Gouvernement was van plan een erg kleine commissie (Visman) in te stellen.

          De inlandse voorstellers van de moties toonden zich diep gegriefd door deze verklaring van het Gouvernement. Het volksraadslid Wiwoho deelde namens alle ondertekenaren mee, dat zij hun moties introkken omdat er een zo grote kloof bestond tussen hun standpunt (gematigde nationalisten) en dat van het gouvernement dat een verdere gedachtewisseling nu geen zin had.

          Het Gouvernement dacht met Soekarno, Hatta en Sjahrir in ballingschap en de rest van de actieve nationalisten in Boven Digoel of in andere verbanningsoorden de angel uit het Indonesisch nationalisme te hebben gehaald,, maar de realiteit sprak andere taal. Zelfs de Indonesische leden in de Volksraad roerden zich heftig, maar dat was niet de bedoeling van het Gouvernement.

        • Jan A. Somers zegt:

          “sloten alle koloniale Nederlandse elementen uit de samenleving uit” Uiteraard, dat was in de Nanyo bepaald.
          “Wat gebeurde er politiek gezien in de bezetting” Daar is bij Brugmans wel wat te vinden.
          “De Indonesiers in de Volksraad waren hard op weg de nationalistische gevoelens nadrukkelijk naar buiten te brengen.” Toch wel interessant in een bezet en onderdrukt land.
          “moties” Voor de Volksraad staatsrechtelijk niet mogelijk (dus verworpen) bij een koninkrijksaangelegenheid. Wel de petitie Soetardjo, dat is slechts een vraag.
          ” het nu niet de tijd vond om plannen voor staatkundige veranderingen vast te leggen” De voorbereidingen voor de Rijksconferentie werden ingehaald door de oorlog. Kon u hierboven bij mij lezen.
          “een erg kleine commissie (Visman) in te stellen.” negen leden waaronder vier Indonesiërs en een Chinees. Daarnaast hadden zij een groep van twaalf medewerkers om zich heen verzameld. Toch wel voldoende voor hun beperkte opdracht: te onderzoeken, welke wenschen, strevingen en opvattingen bij de verschillende landaarden, lagen en standen in de Nederlandsch-Indische gemeenschap leven op het terrein van de staatkundige ontwikkeling van Nederlandsch-Indië. Let wel: staatkundige, niet staatsrechtelijke!

      • PLemon zegt:

        @ Wat gebeurde er politiek gezien in de bezetting in Nederlands-Indie,

        # De slimmeriken dwz de toekomstige elite benutten hun kans maar offerden wel hun minder kansrijke landgenoten op aan de bezetter.

        *** Raben : “De Indonesische oorlogservaring is gespleten. In veel gevallen heeft de Indonesische elite geprofiteerd van de Japanse bezetting. Bijna alle grote figuren in het leger, de politiek en de kunsten in de naoorlogse decennia hebben de eerste stappen van hun carrière tijdens de Japanse tijd gezet. Dat er daarnaast miljoenen Indonesiërs waren die op geen enkele wijze voordeel hebben getrokken uit de machtswisseling, of sterker: die vaak met behulp van lokale Indonesische beambten en de Indonesische leiders in Jakarta als koelies werden gerekruteerd, blijft buiten beeld.

        Na de oorlog trachtten de Indonesische autoriteiten vooral de gezamenlijkheid van de Indonesische geschiedenis te benadrukken. De Japanse tijd was een episode waar maar niet teveel over gesproken moest worden. De nationale solidariteit mocht niet worden aangetast door een geschiedenis die de Indonesische bevolking had verdeeld. Antecedenten konden beter niet worden nagetrokken. Alle energie moest worden aangewend voor de vorming van een eendrachtige natie.
        https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/5723/de-vergeten-lotgevallen-van-indonesiers-onder-de-japanse-bezetting.html

        • Jan A. Somers zegt:

          En ook wel erg moeilijk.

        • Anoniem zegt:

          correctie en ik citeer prof. Raben juist:

          Degenen die profiteerden waren vooral jongeren uit de Indonesische elite, de intelligentsia en de stedelijke middenklasse: ——–> zij kregen en grepen de kansen die onder het Nederlandse bewind ondenkbaar waren geweest. Zij bezetten de plaatsen die de geïnterneerde Nederlanders hadden achtergelaten in het bedrijfsleven en de overheidskantoren. Journalisten, filmers en kunstenaars werden gestimuleerd de eigen cultuur te ontwikkelen, naar Japans voorbeeld. En vanaf 1943 werden duizenden jongens als militair opgeleid in de PETA, het Indonesische leger dat door het Japanse bestuur was opgezet.

          Dat klinkt toch wel wat beter dan dingen naar je toe interpreteren.

        • PLemon zegt:

          @ correctie en ik citeer prof. Raben juist: en dingen naar je toe interpreteren.

          # ?…Ook het door mij aangehaald artikel fragment is van de hand v Raben.

        • RLMertens zegt:

          @PLemon; ‘eerste stappen van hun carrière etc.- Niet alleen de grote figuren! Ieder Indonesiër/inlander kreeg eindelijk de kans. En greep die; ik zag stationschefs, politie inspecteurs, directeuren/hoofden van diensten etc. Het was complete Aziatische samenleving geworden. Uiteraard onder supervisie van Japanners. De jeugd ging naar school; marcheerde, zong; met houten geweren etc. Trots deden zij hun werk. Als je een inlander tegen kwam keek hij jou/Indo recht in de ogen. Met een blik; wat moet je?/Maoe apa?- zie de tv. doc. Een waarheid met vele gezichten. Geen blanke/Indo die nog wat te vertellen had. En geen blanke, die met zijn handen in de zij; neerbuigend naar de Inlanders keek! Wij, buiten de kampen, hielden ons timide/gedeisd en bogen(!); tjotské voor de Jap!
          En na 15 aug.1945 dachten wij ….dat wij weer automatisch (!)toeans werden. Zoals vroeger. Daar was zelfs een kampbewoner in Batavia, die de betjah nam en naar zijn voormalige kantoor toog. De aanwezige (verbouwereerde) Inlanders meedeelde, dat de hij( toean) binnenkort weer op kantoor kwam.

        • Jan A. Somers zegt:

          ” Als je een inlander tegen kwam keek hij jou/Indo recht in de ogen. Met een blik; wat moet je?/Maoe apa?” Op de melkerij waar ik werkte bestond het personeel, uit 100% Inlander. Van de door u genoemde soort? Niks van gemerkt. Maar wel veel van ze geleerd, het waren vakmensen. Vlak voor de worp hand naar binnen om na te gaan of de voorpoten en kop wel goed lagen. En veel andere zaken.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘met een blik van maoe apa?’- Natuurlijk niet als je met ze samen werkt! Wel eens toen in een vreemde kampong geweest bv.Gattottan? Dapoean?

  15. PLemon zegt:

    Voorbeeld hoe manipuleerbaar de geschiedenis is geworden…

    *** Van de kant van de geproclameerde republiek wilde men een zwakke federatie, een los
    koninkrijksverband, een eigen leger en een eigen rol op het internationale toneel. De republikeinse strijdmacht in opbouw en de gewapende jeugdbendes wensten de onafhankelijkheid te bereiken via strijd en de Nederlanders met geweld uit Indonesië verdrijven. Zij waren wars van overleg en een diplomatiek compromis.

    Ondertussen initieerde de leiding van de Republiek terreur in deelstaten waar zij een zwakke positie had om onder terreurdruk haar positie te versterken. Bijvoorbeeld op Zuid-Celebes. Daar ontstond tegen het eind van 1946 een situatie die werd aangeduid als ‘rood-witte-terreur’. Raymond Westerling heeft in een korte periode van ongeveer drie maanden (december 1946 – maart 1947) een eind gemaakt aan die terreur.
    https://www.dagelijksestandaard.nl/2020/01/bah-nrc-herschrijft-de-dekolonisatiegeschiedenis-gewelddadige-nederlanders-als-daders-van-alle-onheil/

    • Peter van den Broek zegt:

      Bovenstaande is een duidelijk voorbeeld van fake news en hoe selectief met bronvermeldingen wordt omgesprongen, want het artikel gaat niet over de terreur van de Republiek maar om de achtergronden van de moord op M. Nasoetion.

      Nasoetion is niet de commandant van de Siliwangi divisie maar adviseur, regeringssecretaris en goede vriend van Mohammed Hatta, de vicepresident van de jonge republiek Indonesië. Nasoetion, een burger wordt bij Agressi militair 2, de bezetting van Yogyakarta op bevel van ltnt De Mey van het Korsp Speciale Troepen KST geliquideerd.

      Zijn ondergeschikte sgt-mjr Geelhoed, die Nasoetien daadwerkelijk neerknalt, verklaart tegenover de onderzoekers Van Rij en Stam dat het aanvankelijk niet de bedoeling was de gevangenen te doden. Maarluitenant De Mey, commandant van de 2e compagnie paratroepen, geeft opdracht de gevangenen de volgende dag „op te ruimen”. „Het was de bedoeling de mensen met de vlammenwerper te doden.”

      Als reden voor de liquidatie op Nasoetion geeft Geelhoed dat zijn meerderen denken kolonel Abdul Harris Nasoetion, befaamd commandant van de republikeinse Siliwangidivisie, in handen te hebben. Waarom de andere gevangenen dan ook dood moesten, wordt hem niet gevraagd. Ook is onduidelijk waarom alle aandacht van de onderzoekers, ook die van auditeur-militair Bonn, gericht is op Geelhoed en niet op de officier, luitenant De Mey, die hem opdracht gaf. Zij beiden worden in verband gebracht met een reeks bloedige incidenten, zoals twee weken na Operatie Kraai bij Operatie Modder: het bloedbad dat de paratroepen van het Korps Speciale Troepen aanrichtten in de oliestad Rengat in Sumatra.

      Sergeant-majoor Marinus Geelhoed is nooit vervolgd voor de moord op Nasoetion op 21 december 1948 bij Kaliurang. Evenmin voor het doodschieten van ongewapende burgers na inname van het vliegveld Maguwo op 19 december. Noch voor enig ander mogelijk vergrijp tijdens de dekolonisatieoorlog. Hij ontving wel op 9 november 1949 de Bronzen Leeuw, de op een na hoogste militaire onderscheiding. Niet bekend is welke tegenprestatie hij daarvoor moest leveren!!! gewoon zijn mond houden??

      https://javapost.nl/2017/01/28/hoe-een-weduwe-de-nederlandse-staat-deed-buigen/

  16. R.L.Mertens zegt:

    @PLemon; ‘wilde men een zwakke federatie etc.’ – Men wilde helemaal geen federatie! Al uit de jr.’20; de sumpah pemoeda; één volk, één land; Indonesia raja! Het was Nederland/vMook die het federatie gedoe in elkaar flanste. Vooral met de gedachte; Nederland’s invloed te behouden. In elk
    geval bij de Federale. Als tegenwicht vooral tegen de Republiek! – Men had zelfs verwachtingen(!) van Nederland; hen tegemoet te treden- zie Abdul Gani; Atlantisch Handvest; Kiers;tv.doc.Merdeka! * ‘initieerde de leiding etc.’- Wat een onzin. Ons provocerend politiek beleid; Soekarno voor het tribunaal etc. lokte bersiap/terreur uit. Men verwachte zelfs dat de Britten deze ‘opstand’ zouden neerslaan!

    • PLemon zegt:

      @ Men wilde helemaal geen federatie!

      # Helemaal … was het niet..Raben noemde het niet zomaar ‘ zwakke’ omdat de oostelijke deelstaten pro waren en de anderen met een dubbele agenda accoord gingen en even later toch de afspraak opbliesden.
      Geen wonder dat Nederland bij zo’n schending v een verdrag met wapengekletter verhaal ging halen.

      • Peter van den Broek zegt:

        Verbreken van een Verdrag! Welk verdrag? Onderhandelaars hadden obvereenstemming bereikt en een overeenkomst gesloten in Linggadjati, maar deze werd unilateraal door het Nederlandse parlement verworpen en aangekleed door nieuwe eisen. Dat Nederland met wapengekletter reageerde op verbreken van het verdrag is toch de geschiedenis op zijn kop zetten of naar zich toe redeneren?

        • Jan A. Somers zegt:

          “door het Nederlandse parlement verworpen” Daar is het parlement voor. Een verdrag is pas rechtsgeldig als het parlement gesproken heeft. Bovendien hebben ze niets verworpen, wel zoals het hoort een pakket wijzigingsvoorstellen ingediend bij de RI. Geen antwoord gekregen! In Indonesië was het de TNI die de overeenkomst verwierp. Een leger de baas!!! Niks vertegenwoordigend/wetgevend orgaan. Was er wel zo’n orgaan? In ieder geval geen antwoord gekregen op de Nederlandse reacties.

      • Jan A. Somers zegt:

        ” bij zo’n schending v een verdrag met wapengekletter verhaal ging halen.” Niet helemaal correct verwoord! Er was geen verdrag, Linggadjati was nog niet geaccepteerd. Dat wapengekletter (eerste politionele actie) was geen reactie op Linggadjati. Het uitblijven van een reactie van de RI was wel van invloed, maar het ging om het herstel van het staatsrechtelijk rechtmatige Nederlandse gezag. De actie was gericht op herstel van orde en veiligheid en het scheppen van ruimte voor wederopbouw en herstel van de economische (operatie Produkt!) activiteiten. Primair was gekozen voor grote delen van West- en Midden-Java, een belangrijk deel van Oost-Java met Madoera, het cultuurgebied van de Oostkust van Sumatra, een groot gebied rond Palembang en een strook rond Padang. (buiten Java/Sumatra was het politiek rustig, geen actie nodig). Door terugtrekkende strijdgroepen werd veel vernield, de bevolking gedroeg zich echter niet vijandig en de meeste republikeinse bestuursambtenaren waren bereid tot samenwerking. En er kwam een eind aan de diefstallen uit de Nederlands ondernemingen met de daaropvolgende smokkel. Interessant is de Renvile-overeenkomst, waarin er duidelijk sprake was van een Amerikaans-Nederlandse overeenstemming waarbij de Republiek afstand moest doen van de net door de Nederlanders veroverde gebieden. Uiteindelijk werd alles geregeld in de Van Roijen/Roem overeenkomst, de al vóór de oorlog afgesproken rijksconferentie, nu RTC genaamd.

        • R.L.Mertens zegt:

          @JASomers; ‘er was geen verdrag etc.’- Het Linggadjatti verdrag werd op 25 maart 1947 te Batavia door beide(!) landen ondertekend! ( zonder Nederlandse aankleed punten!)Het was Nederland, die alles in het werk stelde om deze overeenkomst te niet te doen! Want onze troepenmacht was op sterkte(!); Drees sr.’onze jongens zijn toch niet voor niets naar Indië gekomen’ etc.! Dat in weerwil van art.17-2 van de overeenkomst; ‘alle geschillen via arbitrage door een voorzitter van het Internationale Hof van Justitie zal worden beslecht’. Met succes in de VN door Indonesische afgevaardigde bepleit; de 1e actie werd gestopt!
          ‘herstel van staatsrechtelijk rechtmatige Nederlands gezag etc.’- Na ondertekening van Linggadjatti was er geen sprake meer van staatsrechtelijk rechtmatig Nederlands gezag etc.!

        • Jan A. Somers zegt:

          “Het Linggadjatti verdrag werd op 25 maart 1947 te Batavia door beide(!) landen ondertekend!” Ik vind het zo jammer dat u mijn voorgaande reacties niet hebt gelezen. Op die datum werd het akkoord niet door de landen ondertekend, maar door beide onderhandelingsdelegaties, dat is wat anders.
          Voor Nederland was Linggadjati aanvankelijk geen volkenrechtelijke overeenkomst maar een overeenstemming over onderwerpen die op de RTC aan de orde moesten komen, op de agenda moesten staan. Voor Indonesië was het wel een volkenrechtelijk verdrag. Nou, dat mag. Maar daarbij kwamen ze natuurlijk art. 91 van de Nederlandse grondwet tegen: ‘Het Koninkrijk wordt niet aan verdragen gebonden en deze worden niet opgezegd zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal.’ Die Kamer deed zijn werk, en had zo zijn opmerkingen. Dat lijstje werd keurig naar de onderhandelingspartners in Batavia en Djokja gestuurd. Nooit iets van gehoord. In Djokja was het nog erger. De TNI wilde niets van een verdrag weten, daarmee was ook Djokja uitgepraat. De rest kent u. Ik vind het een beetje flauw om moeilijk te doen over een aangekleed verdrag, er was geen verdrag. En Nederland de schuld geven dat Linggadjati was mislukt. En u vergeet ook dat tegenover die ‘aankleding’ de kreet de ronde deed dat Djokja dat ‘verdrag had uitgekleed’ (tot op de pèndèk). En vergeet ook niet dat in het uiteindelijke Van Roijen/Roemakkoord Linggadjati, opnieuw geformuleerd in het Renville-akkoord, overeind gebleven is. Als u alles netjes op een rij stelt, heeft Nederland van de Veiligheidsraad zijn zin gekregen. Een Koninkrijksconferentie en de RIS.

        • R.L.Mertens zegt:

          @JASomers; ‘niet door de landen ondertekend etc.’- Dus ondertekening door de onderhandelaars namen hun land geldt niet als een overeenkomst tussen beide landen. Maar over de onderwerpen van die overeenkomst. Had het dan een overeenkomst moeten zijn zonder onderwerpen? Of zonder onderhandelaars? Wel met inachtneming van art. 91 van onze grondwet? -Onze onderhandelaars waren toch uitgezonden namens ons parlement? ( en die handen inderdaad gehoopt op en mislukking) En… werd tenslotte na maanden daarna met feestelijkheden in Batavia ondertekend. Dat 1e wapen gekletter was juli ’47 was na ondertekening dd. 25 mrt.’47!…

        • Jan A. Somers zegt:

          “geldt niet als een overeenkomst tussen beide landen.” Klopt, alleen overeenkomsten tussen staten.
          “Had het dan een overeenkomst moeten zijn zonder onderwerpen? Of zonder onderhandelaars? ” Linggadjati diende o.a. om de onderwerpen op de agenda voor de RTC vast te stellen. Bijvoorbeeld dat er een RIS zou zijn. Bijvoorbeeld dat er een RTC zou zijn, wilde de TNI niet. enz.
          “‘herstel van staatsrechtelijk rechtmatige Nederlands gezag etc.’-” Klopt helemaal. Indië was een gebiedsdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. (zie ledenlijst va de VN). Dat hield pas op op 27 december 1949.
          “Onze onderhandelaars waren toch uitgezonden namens ons parlement? Nou nee, door de Nederlandse regering.
          “Dat 1e wapen gekletter was juli ’47 was na ondertekening dd. 25 mrt.’47!” Ja, had ook niets met Linggadjati te maken.
          Denk er ook om dat Indonesië pas was bijgedraaid na de 2e politionele actie. Er was ruzie ontstaan vanwege de overgave van de Indonesische regering, Soekarno incluis. Alhoewel de guerrilla-activiteiten van het leger succesvol waren realiseerde vooral generaal Simatupang zich dat een blijvende kloof met de eigen regering tot een burgeroorlog zou kunnen leiden. Uiteindelijk gaf het leger toe, waarmee de impasse die de Republiek al sinds het begin van de revolutie had geteisterd werd doorbroken. De Republiek was rijp voor een succesvolle afronding van de onderhandelingen met Nederland. Het ging nu snel. Renville-overeenkomst, Van Roijen/Roem-overeenkomst, RTC, Soevereiniteitsoverdracht.

      • R.L.Mertens zegt:

        @PLemon; ‘pro waren etc.’ – Totaal mis. Het was van Mook die dit bedacht ivm. Menado de 12e provincie, Ambon; Knil Ambon etc. Echter er was ook in Menado; Ratulangi ea. en op Ambon;Leimena ea. Van Mook benoemde allemaal lieden,die zgn. pro Nederland waren Die bleken nl. helemaal niet zo Nederlands gezind te zijn. Men koos ‘eieren voor citroenen/Nederland’; zie dr.L.de Jong over de vorming van de deelstaten. ‘met wapen gekletter etc.’- Dat was Beel’s laatste optie; de Republiek te vernietigen. Echter het resultaat was; VN greep in en eiste dat de Republiek in ere werd hersteld. En ….Soekarno keerde triomfantelijk in Djokja terug!

    • Peter van den broek zegt:

      Ik heb de discussies in de Volksraad gevolgd waarin de Indonesiers altijd spraken over Eén volk, Eén taal etc verwoord in de Pancasila. Het woord “Deelstaat” komt nergens voor anders had het Gouvernement het wel beschouwd als een voorstel tot afscheiding van een deel van Nederlands-Indie, zoiets zaaide alleen maar verdeeldheid dwz in kolonial-speak haat tussen de bevolkingsgroepen. Het Gouvernement had dan wel gewelddadig gereageerd, tenminste als ambtelijke maatregel voor straf verblijf in Boven-Digoel voor onbepaalde tijd.
      Ook tijdens de Japanse bezettingstijd was voor de Indonesiers “Deelstaat” geen item, althans ik heb daar geen informatie over gevonden.

      Iemand met fysieke ervaring mag mij vertellen welke Indonesiers vóór de oorlog afspraken met het Nederlands gezag over een toekomstig Indonesië in wat voor vorm dank. Nederland was veel te druk bezig met zichzelf

      En dan komt de ltnt-GG van Mook pas na de oorlog met het idee van de deelstaten, let wel als Minster van Koloniën had hij in de oorlog nooit over deelstaten gesproken laat staan daarover met Indonesiers in Ned.-Indie contact gehad. Van Mook zaaide toch verdeeldheid en zaaide haat? Nu trapt hij in Deval die hijzelf heeft opgezet!!!

      Het was het initiatief en idee van Van Mook om een conferentie van Malino aan een Ronde Tafel te houden, vandaar RTC.

      Wat deelstaten betreft ben ik het met de geachte Heer Mertens volledig eens.

      • PLemon zegt:

        @ Nederland was veel te druk bezig met zichzelf…

        # Ook naar u toe geredeneerd?

        *** Citaat : In 1916 verleende Nederland Indië het recht een Volksraad te houden met beperkte, raadgevende bevoegdheden. Van de Indonesische partijen werd echter niemand verkozen, zodat de Nederlandse overheid dan maar een aantal mensen uit de Indonesische elite benoemde. De Volksraad kwam in 1918 voor het eerst bijeen. De oproep tot revolutie van Troelstra in Nederland veroorzaakte ook in Indië paniek. Hoewel Troelstra geen bijval kreeg, zei gouverneur-generaal Van Limburg Stirum in de Volksraad verregaande staatkundige hervormingen toe in de zogenoemde novemberverklaring, om te voorkomen dat hij bij omverwerping van het gezag in Nederland in Indië het gezag zou moeten overdragen aan mannen als Henk Sneevliet en Asser Baars. In deze periode kondigde Charles Guillaume Cramer de vorming van de Radical Concentratie aan, een samenwerking van de in de Volksraad vertegenwoordigde Boedi Oetomo, Sarekat Islam, Vereeniging Insulinde en zijn Indische Sociaaldemocratische Partij. De nationalistische activiteiten van deze beweging stond echter niet in vergelijking met dat van de uit de Sarekat Islam getreden marxistische Sarekat Rakjat en de in 1920 opgerichte Communistische Partij van Indonesië, Partai Komunis Indonesia (PKI), die onafhankelijkheid nastreefden.

        Er werd een commissie tot herziening van de staatsinrichting van Nederlands-Indië ingesteld onder leiding van prof. J.M. Carpentier Alting. In 1920 werden de voorstellen van de Commissie-Carpentier Alting gepubliceerd. Er zou een verlegging van bevoegdheden van Nederland naar Indië moeten komen en een medewetgevende bevoegdheid voor de Volksraad. De Raad van Indië en de Raad van Directeuren zouden samen moeten gaan, terwijl het rascriterium opgeheven zou moeten worden. Slechts de uitbreiding naar de medewetgevende bevoegdheid voor de Volksraad werd in 1925 overgenomen.
        https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Indonesische_nationale_beweging

      • Jan A. Somers zegt:

        “welke Indonesiers vóór de oorlog afspraken met het Nederlands gezag over een toekomstig Indonesië in wat voor vorm ” Niemand sprak over welke vorm dan ook. Dat moest naar boven komen in de Rijksconferentie. Contacten in deVolksraad: Uit mijn hoofd, 23 augustus 1940, en ergens in juni. Kunt u zelf nakijken in de verslagen van de Volksraad, Daar is alles te vinden.
        “het recht een Volksraad te houden met beperkte, raadgevende bevoegdheden.” Bij wet van 1916, (N.Sb. 1916, 535; I.Sb. 1917, 114), in werking getreden op 1 augustus 1917, werd aan het Regeeringsreglement het tiende hoofdstuk inzake de instelling van de Volksraad toegevoegd. Artikel 131, lid 1: ‘Er is een Volksraad.’ U heeft het over beperkte, raadgevende bevoegdheden maar de tijd gaat verder!. Ik verwijs naar I.S. Art 82, De Gouverneur-Generaal stelt, behoudens het bepaalde bij het eerste lid van art.90, in overeenstemming met den Volksraad, ordonnanties vast tot regeling van(…), Art. 103, De Gouverneur-Generaal stelt de algemeene begrooting en de aanvullingsbegrootingen vast, voor zoover hij zich met het gevoelen van den Volksraad vereenigt. (…). De GG kan niet om de Volkstaad heen!

    • Jan A. Somers zegt:

      Wat is er mis met een federatie? USA, UK, Bundesrepublik, Verenigde Nederlanden, enz. En van die Nederlandse invloed is natuurlijk flauwe kul. De RIS was soeverein!

      • R.L.Mertens zegt:

        @JASomers; ‘een federatie etc,’- De RIS bestond slechts enkele maanden! Nederland vernietigde zijn eigen creatie; door Nw.Guinea niet over te dragen! En in 1962 toch door de Republiek ingelijfd. Met als resultaat/souvenir…..een free Papoea kwestie!
        En Nederland’s invloed…. is inderdaad flauwe kul!

  17. Peter van den Broek zegt:

    In Nederlands-Indie participeerden niet alleen veel Indonesiers in de politiek maar ook Nederlanders. Wat mij dan opvalt is dat niemand op dit blog praat over de politieke participatie van zijn/haar ouders. Ik wil dan niet weten of één van de ouders lid was van de NSB of een andere rechts-extremistische partij , maar statisch gezien hadden de ouders IEV-leden kunnen zijn (ledenaantal > 10000?). In Nederland is er Indische politieke participatie. We hebben de troetelindo’s Wilders en Klaver om een paar namen te noemen. Ikzelf was na een jeugdzonde bij de JOVD lid van en actief in D66 en JEB Jongeren Europese Beweging , bij de laatste vervulde ik ook bestuursfuncties.

    Is de sprekende populatie op dit blog wel representatief of ben ik de buitenlandse eend in de bijt?

    • Jan A. Somers zegt:

      ” of ben ik de buitenlandse eend in de bijt?” Maakt ons toch niets uit? U bent gewoon een medereageerder op deze prachtige I4E. Elke stem telt (ook voor U?). En wel handig om een paar troetelindo’s te hebben (kennen ze die ereplaats zelf al?). Dan hoeven de Indo’s zelf niet aan politiek te doen. Gewoon in je krossi males blijven dutten. Dromen over die goede oude tijd.

    • PLemon zegt:

      @ In Nederland is er Indische politieke participatie.

      # ( Dromen over die goede oude tijd.) Valt allemaal mee… maar ja de geassimileerde jongeren.

      *** De Vrije Indische Partij (VIP) werd 18 januari 1994 opgericht door leden van de Vereniging Indische Nederlanders om de belangen te behartigen van de ‘Indische gemeenschap’, breed opgevat als ‘allen die op enigerlei wijze te maken hebben (gehad) met Nederlands Indië’, aldus haar beginselverklaring en haar statuten (interview met Ed Blaauw, lijsttrekker en vervolgens voorzitter van de VIP, 25 mei 1994)
      De partij verenigde in haar midden ook verschil­len­de culturen: Indisch (c.q. Indonesisch) en Nederlands. In 1994 en 1998 nam de VIP deel aan de Twee­de Kamer­ver­kiezingen, in beide geval­len zonder een zetel te bemachtigen (ze behaalde 17.224 respectievelijk 7225 stemmen). De eerste keer werd de lijst aangevoerd door Ed Blaauw, de tweede keer door R.O. Koop.

      De belangrijkste problemen die de partij wilde aanpakken, betroffen belangen van haar doelgroep: de integratie van de derde generatie Molukkers in Nederland, de huisvesting van Indische ouderen, de erkenning van het Nederlanderschap van ‘spijtoptanten’ die na de onafhankelijkheid van Indonesië daar bleven en er spijt van kregen.

      Onderhandelingen met Leefbaar Nederland leidden ertoe dat hij in 2003 de derde plaats op de lijst van deze partij mocht innemen. Toen ook dit geen zetel opleverde, besloot het partijbestuur van de VIP om de opheffing van de partij voor te bereiden. Een krappe meerderheid op de algemene ledenvergadering bleek daartoe op 29 maart 2003 nog niet toe bereid. De matige opkomst – 35 van de bijna 2000 leden – versterkte echter de twijfels van de voorzitter (Blaauw) en vice-voorzitter (Koop) over de toekomst van de partij. De beide bestuursleden gaven toe dat hun bezieling sterk was gedaald, dat het moeilijk was nieuwe bestuursleden te vinden, dat er weinig geld in kas was wegens wanbetaling van veel leden, dat jongeren weinig belangstelling voor de partij toonden en – misschien het ergste van alles – dat de Indische gemeenschap over het algemeen weinig steun en erkenning aan de partij bood (Onze VIP Koers, augustus 2003, pp. 7-9). Op een volgende algemene ledenvergadering, voorzien op 20 september, hoopten ze de leden te kunnen overreden de partij alsnog op te heffen.https://dnpp.nl/dnpp/node/751

  18. Peter van den Broek zegt:

    In bovenstaande reacties komt de zienswijze van de Indonesiers niet aan bod. er werd en wordt niet alleen geluisterd naar maar ook niet gekeken naar wat Indonesiers vonden, maar dat is van alle Koloniale tijden. Maar de documentaire van R. Kiers geeft een interessant kijkje in de Indonesische keuken . Op een gegeven moment wilde Nasoetion, toen al een invloedrijke en jonge legercommandant, de toen jeudige Soerabajaanse pemoedaleider Abdoelgani arresteren, omdat hij niet gehoorzaamde aan het centrale Indonesische gezag. Daarbij geeft Adoelgani een uiteenzetting over het functioneren van het Indonesisch bestuur met de andere organen.

    Mijn vraag is hoe dat zich verhoud tot de Bersiap. Direct na de Japanse capitulatie tot aan begin Oktober was het relatief rustig. Aan het eind van deze periode beginnen de Indonesiers te radicaliseren en breekt het moorden uit. Was dat wel de chaos en wanorde waarover zij die fysiek aanwezig waren, spreken ? . Kijkend na de documentaire heb ik zo mijn twijfels. Dat behoeft nadere bestudering. Punt

    • PLemon zegt:

      @ Was dat wel de chaos en wanorde waarover zij die fysiek aanwezig waren, spreken ?

      # Dat wordt een bezoekje aan het archief…

      *** Rapporten en verslagen betreffende de situatie op Java en de politieke stromingen aldaar; met lijst van ontvoerde en vermoorde Nederlanders. 1945 sep. – 1946 apr., 1945 – 1946 2.10.14 2988 (..).Verslagen over de gebeurtenissen in en rond Bandung tijdens de bersiap-periode. 1945 okt. , 1945 2.10.14 3021 (..).Rapport van Waibel, geoloog bij de BPM, over de situatie in Salatiga in de periode september 1945 – februari 1946, met name ten aanzien van de indo-Europese en Europese bevolking, 1946 2.10.14 3044 (..).Nota’s van n.n. betreffende de situatie aan de noordkust van Midden-Java, in de Vorstenlanden en in Cheribon. ongedateerd en 1946 dec., 1946 2.10.14 3045 (..).Stukken betreffende de situatie op Madura gedurende de republikeinse overheersing, de bezetting door Nederlandse troepen en de algemene situatie nadien; met kaarten en foto’s, 1946 – 1947 2.10.14 3075
      Enz. enz.
      https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00432?searchTerm=

      • Peter van den Broek zegt:

        @ Heer Lemon
        Dat is een zeer interessante link, want “Padang” wordt vermeld. Ik lees onder n° 2.10.14 – 3595 : Afscheid van Indië, Beschrijving inventarisnummer: (..).Stukken betreffende klachten over het Brits militair bestuur in Padang en over het optreden van hun troepen. 1946 feb. – aug., 1946.

        Padang is bekend om de moorden in de Olostraat 27 eind November 1945 waarmee dhr Geenen bezig is. Het is ook toevallig want ik was net bezig een mail aan dhr Geenen te schrijven aangaande het Goldman-rapport, een rapport van commissaris van politie Goldman over de gebeurtenissen in Padang dat tot op heden niet openbaar is.
        Wellicht is op een andere manier mogelijk te weten wat Goldman over Padang en de moorden (niet alleen op Nederlanders en Indo-Europeanen maar ook op Chinezen) te melden heeft.

        Wetenswaardig is ook dat de gegevens onder dit archiefnummer gescand zijn, dus dat bespaard mij een archiefbezoek. Helaas zijn nog vele documenten over de Bersiapperiod niet bekend.

        Bij voorbaat hartelijk dank Heer Lemon

        • R Geenen zegt:

          @Stukken betreffende klachten over het Brits militair bestuur in Padang en over het optreden van hun troepen@
          Heb al een tijd geleden een zelfde artikel van een Indonesier, werkzaam in Leiden, in mijn file opgeslagen. Vond toen zijn website en hem an email gestuurd. Maar tot op heden geen antwoord gekregen. Daarnaast heb ik ook contact met een kleinzoon van een van de mensen, die het slachtoffer was van de Olo moorden. Hij zit als ambtenaar dicht bij het vuur en probeert achter het Goldman rapport te komen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “er werd en wordt niet alleen geluisterd naar maar ook niet gekeken naar wat Indonesiers vonden,” Waarom ook wel? Ik vertel hier het verhaal van mijn ervaringen, ingebed in enkele literatuurverwijzingen voor het complete plaatje. Klaar, punt uit. Het is mijn verhaal. Ik heb zo het idee dat er best wel oude Indonesiërs zijn met hun verhaal en hun verwijzingen. Ze kunnen lezen en schrijven, zijn welkom met reacties op mijn verhaal. Ik zal ze goed lezen. Maar ik ben niet van plan in hun literatuur te zoeken, ik ben geen historicus. Ik heb andere hobby’s. Ik ben in Surabaya wezen zoeken naar plekken van hun verhaal over Soerabaja. De Werfstraatgevangenis is er niet meer, ook geen verwijzing. De Simpangclub is er in volle glorie. Met bord: was hoofdkwartier van de moedige PRI. Meer niet. Nou dan is mijn verhaal het verhaal. De rest van de vroegere stad praktisch hetzelfde.

      • R Geenen zegt:

        @Ik vertel hier het verhaal van mijn ervaringen, ingebed in enkele literatuurverwijzingen voor het complete plaatje. @
        Het verhaal van de persoon die het meegemaakt heeft is meer waard dan een boek. Ik kreeg het volgende verhaal, o.a. wat er in Soerabaja gebeurde, via Federatie Indische Nederlanders, toegestuurd. Zie en luister naar de film. Vandaag hebben wij een nieuw (deel)interview online gezet, ditmaal met de heer Dirk Minderhoud (LET OP: MOGELIJK SCHOKKENDE INHOUD). U kunt de beelden hier http://www.federatie-indo.nl/dirk-minderhoud en http://www.federatie-indo.nl/20-01-27oh/ bekijken.

    • R.L.Mertens zegt:

      @PetervandenBroek; ‘te radicaliseren etc.’ – Geen merdeka! Een Japans maaksel, Soekarno de collaborateur moet voor het tribunaal etc. daar wordt je toch radicaal van? Jouw gekozen president zomaar voor het tribunaal, als een oorlogsmisdadiger! Na meer dan 3 eeuwen bezetting! – Nou ja radicaal? Gewoon anti Belanda !

  19. PLemon zegt:

    @ Dat was Beel’s laatste optie; de Republiek te vernietigen. Echter het resultaat was; VN greep in en eiste dat de Republiek in ere werd hersteld.

    # Vernietigen? Meer andersom.

    *** Citaat: “De periode van het kabinet-Beel 1946-1948 is beslissend geweest voor de
    dekolonisatie van Nederlands-Indië. In deze periode is immers een
    serieuze poging gedaan uitvoering te geven aan de belofte van Koningin
    Wilhelmina uit 1942 om het Rijk te herstructureren en daarin de overzeese
    gebieden vrijwillig op gelijkwaardige wijze te doen verbinden met Neder-
    land. Die poging leek bij voorbaat niet te stroken met de pretenties van de
    op 17 augustus 1945 uitgeroepen Republiek Indonesia. In de periode
    Schermerhorn-Drees was het niet gelukt overeenstemming te bereiken
    met de republikeinen over hetgeen in Nederland door een politieke
    meerderheid van katholieken en de linkerzijde mogelijk werd geacht: de
    Republiek als deel van een federatie, verbonden voor enige tijd met
    Nederland. De parlementaire rooms-rode coalitie moest derhalve inzake
    de Indonesische kwestie spijkers met koppen slaan, al was het maar om
    de overname van de Britse boedel mogelijk te maken. In zeven paragrafen
    wordt in de boeken Nederlands-Indië van de serie-Beel een chronolo-
    gisch-thematisch overzicht gegeven van de Indië-politiek van het kabi-
    net-Beel en de reacties daarop in Indië, de internationale gemeenschap en
    vanzelfsprekend het parlement in Den Haag.
    Par.l behandelt de periode vanaf de instelling van de Commissie-Generaal
    (CG) tot en met het debat in de Tweede Kamer over het op 15 november
    1946 tussen Nederland en de Republiek Indonesia geparafeerde Akkoord
    van Linggadjati. Nederland niet gekregen.
    Bron: PARLEMENTAIRE GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND NA 1945

    • R.L.Mertens zegt:

      @PLemon; ‘meer andersom etc.’- Klopt. Het bespoedigde tenslotte ons smadelijk vertrek uit Indië. De federalisten hadden wel degelijk contact met de Republiek( als Indonesiërs onder elkaar; zonder Belanda’s!!) -Terwijl een vergelijk met de Republiek ons veel meer baat zou hebben gegeven! JdeKadt 1947; ‘wat ons nog over blijft, dat is; het beseffen van wat gemist en verknoeid hebben. En de schaamte over zoveel bekrompenheid en zelfgenoegzaamheid!’

      • PLemon zegt:

        @ Terwijl een vergelijk met de Republiek ons veel meer baat zou hebben gegeven!

        # Nog maar even alles op een rijtje…

        *** Citaat : ” De eerste politiële actie gaf de stoot tot het effectiever worden van het Indonesische guerrillaleger.

        Onder de begeleiding van de Commissie van Goede Diensten kwam in 1948 de Renville -overeenkomst tot stand, waarbij min of meer de overeenkomst van Linggad­jati werd gevolgd. Nederland was echter vrij om deelstaten in zijn gebied te vestigen. Dit moest uiteindelijk leiden tot een verzwakking van de Republiek, die steeds meer in grondgebied zou worden teruggedrongen. Dit gaf voor­standers van een federale regeringsvorm meer ruimte tot optreden. Veel deelstaten zijn dan ook juist in deze tijd gevormd.

        Ook de Renvilleovereenkomst liep uiteindelijk stuk op de tegengestelde visies van de Nederlanders en de Republiek. De Republiek had zich van het begin af aan onafhankelijk beschouwd en wenste deze positie niet meer op te geven. Guerrilla-acties namen bovendien in deze tijd sterk toe. Nederland probeerde van zijn kant de Republiek zoveel mogelijk in te dammen.

        Dit had uiteindelijk een tweede actie in december 1948 tot gevolg, waarbij de Nederlandse troepen de hoofdstad van de Republiek Djokja bezetten en de leiders ervan gevangen namen. De reactie zowel van de kant van de federalisten in Indonesië als internationaal was zodanig, dat Nederland op verzoek van de Veiligheidsraad zijn actieopnieuw beëindigde. De goodwill die Nederland bij de federalisten had, was daarna verspeeld. Deze zochten overeenstem- ming met de Republiek en het gesprek met Nederland kwam weer op gang.

        Dit leidde tot de Van Roijen/Roem-overeenkomst, die een terugkeer van Soekarno en Hatta naar Djokja mogelijk maakte en een Rondetafelconferentie voorstelde waarop de soevereiniteit aan de VSI zou worden overgedragen.
        Zonder overgangsperiode zou de VSI onafhankelijkheid verkrijgen aan het einde van 1949. Nederland en Indonesië zouden samen met Suriname en de Nederlandse Antillen een unie aangaan. De nieuwe staat was een federatie van deelstaten, de Republiek Djokja was één van de vele. Nieuw-Guinea werd op aandrang van Nederland buiten de overdracht gehouden. Binnen een jaar zou daarover moe­ten worden onderhandeld. Indonesië erkende de oude Nederlands-Indische schulden grotendeels. De Nederland­se bezittingen werden gegarandeerd en de ondernemingen mochten hun werk voortzetten.

        De reden dat Nieuw-Guinea buiten de overdracht werd ge­houden was dat anders geen twee derde meerderheid in het parlement te vinden zou zijn geweest voor de grondwets­wijziging ten behoeve van de soevereiniteitsoverdracht. Dit kwam door de tegenstand van VVD en CHU.

        De unie bevatte niet meer de bepalingen over een gemeen­schappelijke defensie en buitenlandse politiek. Nederland had gedurende het conflict, evenals de Repu­bliek, herhaaldelijk een beroep gedaan op andere mogend­heden en eveneens getracht de internationale opinie te beïnvloeden. De Verenigde Staten trachtten tussen beide landen een zekere mate van neutraliteit te handhaven. Ze steunden een oplossing door middel van onderhandelingen en namen deel aan de Commissie van Goede Diensten. De Amerikaanse twijfels over de effectiviteit van het bestuur van de Republiek werden weggenomen nadat het republi­keinse leger een communistische opstand in Madioen in september 1948 had neergeslagen. Amerika streefde er­naar de gematigde partij in de Republiek in het zadel te houden. Het gevolg hiervan was een grotere druk op Ne­derland om tot een overeenstemming te komen.
        https://www.blikopdewereld.nl/samenvattingen/cse/nederland/3647-cse-nederland-en-ned-indie-1918-1949

        • RLMertens zegt:

          PLemon; ‘Nw.Guinea buiten de overdracht gehouden etc.’- Uit frustraties! Nederlandse laatste bastion in de Oost, aldus de propaganda uit die periode; zie de politieke affices uit die periode. Voor de opvoeding(!) tot het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s. Met als voorwaarde; dat binnen 1 jaar na overdracht onderhandelingen met de RIS zouden worden gehouden. Nederland traineerden de zaak, stuurde zelfs troepen naar Nw.Guinea etc. Er kwam (al) weer een confrontatie politiek, gevolg nationalisatie van Nederlandse bedrijven in Indonesië; aldaar werkenden voormalige Nederlanders/WN Indo’s werden ontslagen en tot armoede gedreven etc. In Nederland werd het Nasi comité gevormd; steun aan spijtoptanten in Indonesië. En (al weer) een oorlog situatie ontstond. En… wederom onder druk van de VN een smadelijke einde van Neerland’s laatste bastion het slot werd.

  20. PLemon zegt:

    @. Uit frustraties! Nederlandse laatste bastion in de Oost, aldus de propaganda uit die periode; zie de politieke affices uit die periode. Voor de opvoeding(!) tot het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s.

    # Zinvol om ook eens achter de feiten te kijken en door te analyseren.

    *** Citaat: ” Over het verlies van Nieuw-Guinea worden altijd dezelfde verhalen verteld. Nederland zou een naïef, emotioneel beleid hebben gevoerd. Maar was dat wel zo? Onderzoeker Bart Stol ontzenuwt de belangrijkste misverstanden.
    X
    De Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek is vaak verguisd. Den Haag zou vooral gedreven zijn door
    rancune jegens Indonesië, naïef idealisme en een gebrek aan realiteitszin. Maar dat blijkt te kort door de bocht. Vijf onjuiste aannames over het Nederlandse Nieuw-Guineabeleid op een rij.
    1 EMOTIONEEL
    Vraag een historicus waarom Nederland het barre westelijk Nieuw-Guinea in 1949 überhaupt wilde behouden, en grote kans dat deze zal zeggen: emoties! Volgens de gebruikelijke verklaring waren de meeste Nederlandse politici zo gefrustreerd over het verlies van Indië dat ze zich uit koloniaal ressentiment en sentimentaliteit op de valreep vastklampten aan dit achtergestelde gebied. Veel historici beschouwen de actie als een krampachtige poging om iets van koloniale grandeur te behouden en tevens om een lange neus te maken naar de Indonesische nationalisten, de vermaledijde president Soekarno voorop.
    Op deze verklaring is het nodige af te dingen. Niet de toenmalige politici leden aan blikvernauwing, maar de historici die hun besluit later veroordeeld hebben. Zij hebben zich eenzijdig gefocust op de Nederlands-Indonesische betrekkingen in 1949. Daarbij hebben ze bepaalde kenmerken, zoals frustraties om het verlies van Indië, een te grote plaats gegeven in hun analyse. Ze gaan eraan voorbij dat het idee dat Nederland westelijk Nieuw-Guinea van Indonesië kon loskoppelen al eerder had postgevat.
    Veel koloniale mogendheden begonnen zich vanaf de jaren 1920 en 1930 al meer te interesseren voor de nauwelijks ontwikkelde gebieden binnen hun vaak uitgestrekte imperia. Veel (Indische) Nederlanders keken net als de Australiërs naar Melanesië: de verzameling eilanden in de Pacific waarvan Nieuw-Guinea etnisch en geografisch deel uitmaakt. Sommigen van hen zagen Nieuw-Guinea als een mogelijk nieuwe vestigingskolonie; bedrijven vermoedden de aanwezigheid van grondstoffen. Politici zagen Nieuw-Guinea ook als een middel om de Nederlandse presentie in de Oost te handhaven, als Indië onafhankelijk zou worden.
    Daarnaast vonden veel Nederlanders dat de oorspronkelijke bewoners, de naar westerse maatstaven nog nauwelijks ontwikkelde Papoea’s, onder Nederlandse voogdij moesten blijven – in elk geval tot zij klaar waren om te bepalen of hun politieke toekomst in Indonesië lag of in bijvoorbeeld een Melanesische federatie.
    In de late jaren veertig was het voor veel (Indische) Nederlanders niet langer de vraag of Nederland het gebied moest blijven besturen, maar of dat binnen of buiten een hervormd Nederlands-Indië zou gebeuren. Toen in het bewogen jaar 1949 bleek dat Nederland Indië moest loslaten, werd het antwoord op die vraag gegeven. Emoties over dat verlies hebben de wens om Nieuw-Guinea te behouden versterkt, maar die niet veroorzaakt.
    Enz. Enz

    https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/48314/5-misverstanden-over-de-dekolonisatie-van-nieuw-guinea.html

  21. RLMertens zegt:

    @PLemon; ‘tot zij klaar waren etc.’- Na 3 eeuwen, nu 1949 plots verklaren; de Papoea’s, toen merendeels in penis kokers gestoken, op te leiden voor zelfbestuur! Zoals het met Indië is gegaan; de inlander te verheffen? Dus voor de Papoea’s nog …enkele eeuwen opleiding?
    Conform de ondertekende Linggadjatti overeenkomst 1947; art.3 De Verenigde Staten van Indonesië(RIS) zullen omvatten het gehele (!) grondgebied van Nederlands Indië met dien verstande , dat indien de bevolking van enig gebiedsdeel, ook na overleg(!) met de overige gebiedsdelen, langs democratische(!) te kennen geeft niet tot de RIS te willen toetreden, voor dat gebiedsdeel een bizondere verhouding tot deze(!) Staten in het Koninkrijk der Nederlanden in leven kan(!) worden geroepen – Hebben de Papoea’s, langs democratische weg(!) te kennen gegeven een bizondere verhouding met Nederland te willen hebben? En tot de overige Staten van de RIS? (zelfs toenmalige min.Luns was het antwoord schuldig)

    • PLemon zegt:

      @ …de Papoea’s, toen merendeels in penis kokers gestoken, op te leiden voor zelfbestuur!

      # U downplayed een volk ws uit onwetendheid . Ook zitten er niet alleen kwade kanten aan het Nederlands bestuur.

      *** Citaat: ” Nederlands Nieuw-Guinea werd altijd een beetje beschouwd als aanhangsel van de Molukken, er werden weinig jongeren opgeleid, en er werden mensen uit andere delen van het oosten van de archipel naartoe gestuurd om professionele taken uit te voeren. Dat veranderde toen Nieuw-Guinea in de Tweede Wereldoorlog al een jaar voor de Japanse capitulatie werd bevrijd en het Nederlandse koloniale bewind er opnieuw de macht kreeg, terwijl de rest van Nederlands-Indië nog Japans was. Resident Jan van Eechoud moest in 1944 een stuk land besturen waar haast niemand professionele vaardigheden had. Hij begon een voortvarend programma om docenten, verpleegsters en politie-agenten op te leiden. Wat zich in Indonesië had afgespeeld, gebeurde hier op kleinere schaal: jonge mensen met een opleiding, die hun identiteit daarvoor vooral aan hun regio of geboorteplaats hadden opgehangen, gingen zichzelf als ‘Papoea’ zien. “Maar in de late jaren vijftig werd het beleid van Van Eechoud omgevormd tot een expliciet programma om een politieke elite op te leiden”, zegt Chauvel.
      Op dat moment was Nederland in een bittere diplomatieke strijd met Indonesië verwikkeld. Na de onafhankelijkheidsoorlog van 1945-1949 had Nederland West-Papua weten te behouden, tot frustratie van de Indonesiërs. Eind jaren vijftig werd het de Nederlanders duidelijk dat er weinig internationale steun te vinden was voor het behoud van de kolonie, en dus werd het doel om West-Papua voor te bereiden op onafhankelijkheid.

      Maar Indonesië wist in de VN te bewerkstelligen dat het vanaf 1963 West Papua mocht besturen, in afwachting van een referendum in 1969, waarin de bevolking zich zou uitspreken over de toekomst. Dat referendum werd een farce: Indonesië wees een stuk of duizend ‘vertegenwoordigers’ aan, die onder zware druk voor aansluiting bij Indonesië kozen.
      Inmiddels was Indonesië een hardvochtige militaire dictatuur geworden, onder leiding van president Soeharto, en werd het gebied ‘Irian Jaya’ gedoopt. Karma vatte die jaren zo samen: “Je hoefde niet eens over vrijheid te praten, als je de naam ‘Papua’ gebruikte in plaats van ‘Irian’, dan werd je al als separatist beschouwd.”
      In die tijd groeide het nationale zelfbewustzijn in West-Papua, volgens Chauvel. “Begin jaren zestig was er een kleine elite, misschien tienduizend mensen, die een gevoel hadden ontwikkeld van dat ze allemaal ‘Papoea’ waren. Als je vervolgens ziet hoe tijdens de Papua Lente in de jaren na de val van Soeharto de onafhankelijkheidsbeweging allerlei massabijeenkomsten wist te organiseren, dan valt wel te beargumenteren dat het onafhankelijkheidsstreven inmiddels was gegroeid.”
      https://www.trouw.nl/buitenland/alsof-we-halve-beesten-zijn-hoe-west-papua-steeds-verder-wegdrijft-van-indonesie~bba232fc/

    • Jan A. Somers zegt:

      “toen merendeels in penis kokers gestoken” Klopt, met de viering van Koninginnedag, de vrouwen voor deze gelegenheid voorzien van een BH. In Nederland droegen ze bij dit soort gelegenheden een boerenkiel. Heeft u wel eens een draglinebestuurder met peniskoker gezien? Of op de school van pater Geurtjens?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.