Derde Indische Letteren-lezing

Op vrijdag 18 oktober 2019 vond de Derde Indische Letteren-lezing plaats met de voordracht van dr. Jacqueline Bel, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, onder de titel:

Een gordel van smaragd? Van Multatuli tot Birney

In het beroemde slot van de canonieke en kritische roman Max Havelaar uit 1860, waarin Multatuli koning Willem III erop wijst dat de Javaan in zijn naam wordt mishandeld, wordt de kolonie omschreven als ‘’t prachtig ryk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd…’ Later werd het gebruikelijk Nederlands-Indië aan te duiden als de ‘Gordel van smaragd’, een cliché met een tempo-doeloe-inkleuring van de tropische schoonheid van de Indonesische archipel en zijn inwoners. Alfred Birney, auteur van de bestseller De tolk van Java (2016) ‘haat’ deze term dan ook, zo meldt hij in een interview uit 2018. Elders noteert hij: ‘Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen.’ Deze verschuiving in de betekenis roept vragen op. Wanneer werd de kritische visie in de Max Havelaar vervangen door een nostalgisch tempo-doeloe-verhaal? En in hoeverre staat de Indisch-Nederlandse literatuur nu in de kritische traditie van de Max Havelaar? Welke elementen komen terug in de Indische roman die na 1860 populair wordt in de (post)koloniale literatuur? In de derde Indische Letterenlezing zal Jacqueline Bel ingaan op deze vragen, waarbij zij een tocht maakt langs een aantal Indisch-Nederlandse romans van 1860 tot nu, van de Max Havelaar tot De tolk van Java. De lezing is opgedeeld in drie delen, deel 1 over de tempo doeloe periode, deel 2 over 1860 tot nu, o.a. over de Max Havelaar en het 3e deel gaat over de Tolk van Java.

Foto’s: https://photos.app.goo.gl/hYeYSVVZsbUm9g7h7
Camera:  Ellen

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Een reactie op Derde Indische Letteren-lezing

  1. ellen zegt:

    Bijzonder is, dat de Indo-Europeaan zowel tot de kolonisatorenlaag als de gekoloniseerde laag behoorde in Nederlands-Indie. “In de – koloniale – literatuur blijft het accent liggen op de blanke koloniale maatschappij. Daarnaast ontwikkelt zich een literatuur van de inheemse bevolking, in de vorm van ‘Indo’-literatuur (Boeka, Victor Ido), auteurs van ‘gemengde’ afkomst die een onderklasse vormde in de Indisch-Nederlandse standenmaatschappij, maar ook door de inheemse bevolking zelf (Noto Soeroto, Soewarsih Djojopoespito, Soetan Sjahrir). Bovendien heeft de Indische groep – voor zover deze sociologisch gedefinieerd kan worden – een ingewikkeld verleden: zij maakte enerzijds deel uit van de Nederlandse gemeenschap – de kolonisator – en stond in dat opzicht tegenover de Indonesiër met wie zij door een of meer voorouders ook verbonden was; aan de andere kant vormde zij een eigen groep met een eigen identiteit. De naoorlogse Indische generatie moest haar plaats bepalen in de postkoloniale Nederlandse samenleving, wilde weten wie ze was, wie haar voorouders waren. De koloniale geschiedschrijving gaf op dit soort vragen geen antwoorden. Vandaar dat de roep begon te klinken om een alternatieve Indische geschiedschrijving en – zo voeg ik daar aan toe – om een eigen Indische literatuurgeschiedenis.” (Bron: dr. Jacqueline Bel).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.