Verzwegen verleden : Hoe het Indische verleden van onze voorouders ons inhaalt en bepaalt

Eduard Steinmetz schrijft en publiceert over verzwegen familieverleden te Indië, maar ook over verzwegen nationaal koloniaal verleden.

In een uitzending van verborgen verleden ( 2016; recent herhaald) achterhaalt zwemmer Pieter van den Hoogenband het verleden van zijn grootouders in Indië. Zijn grootvader , kolonel Cornelis van den Hoogenband, was commandant op Balikpapan en voerde een opdracht van minister president Gerbrandy uit om alle gebouwen en olietanks te vernielen voordat zij in handen van de Japanners zouden vallen. Zou hij aan die opdracht ook hebben voldaan als hij geweten had dat de Japanners uit wraak hiervoor 80 krijgsgevangenen zouden laten executeren op het strand voor de ogen van verplicht toekijkende lokale bewoners?
Net als van den Hoogenband was ook ik bekend met een beperkt aantal feiten van het Indische verleden van mijn ouders en grootouders. Van moeder’s kant grootvader directeur bij de Javasche Bank en vader’s kant kolonel bij het KNIL. Vooral het overlijden van laatstgenoemde op 9 maart 1942 , de dag van de Indische capitulatie, roept nog steeds vragen op. Hij , mijn grootvader met precies dezelfde voornamen en voorletters zou volgens familieoverlevering gestorven zijn aan een niet geopereerde blinde armontsteking. Maar het NIOD beweert dat hij ‘gesneuveld ‘ is en dus ‘killed in action’.
Bij één van de door het NIOD uitgebrachte historische DVD’s figureert hij in een bijgeleverd boekje op een foto in militair ornaat bij het instrueren van kadetten in het gebruik van een geweer. ( foto beschikbaar). Hij was tevens vaste columnist over militair/strategische aangelegenheden in diverse Indische kranten. En hij voorspelde in een column in de Javaasch Nieuwsblad per augustus 1941 dat het gebrek aan luchtsteun Indië wel eens noodlottig zou kunnen worden. Hij heeft gelijk gekregen.

Anders dan bij het terugkerend ritueel van de familierijsttafel bij opa en oma van moeder’s kant en af en toe een grap in het Maleis of een toespeling kwam het in mijn jeugd niet. Er werd zelden echt over Indië gesproken. Pas tegen de tijd dat hun dood naderde heb ik het nodige bij mijn ouders kunnen achterhalen.
Mijn ouders hebben beiden als kind in het ‘Jappenkamp’ door gebracht. Mijn vader was 10 toen hij er in kwam en 14 toen hij er uit kwam. Jongens van die leeftijd werden door de Japanners als volwassen mannen behandeld. Mijn moeder was 6 toen ze het kamp in kwam en 10 toen ze er uit kwam. De precieze omstandigheden heb ik pas na mijn 50e achterhaald. Zelf behoor ik tot de babyboomgeneratie van ruim na de oorlog. Mijn ouders hebben aanvankelijk nooit beseft hoezeer ze getraumatiseerd waren. En omdat zij het niet beseften, wij als kinderen ook niet. In de gegoede kringen waartoe zij ook in Nederland behoorden deed men dat eenvoudigweg niet. Pas toen mijn moeder  rond haar 50e door een verklaring van een psychiater volledig arbeidsongeschikt werd verklaard had ik wakker kunnen worden. Ik dacht nog even dat het een opzetje met de psychiater was. Maar ik zocht het niet per se in Indië, hoewel het achteraf gezien wel vreemd was dat ze het hele huis in Wassenaar javagroen schilderde en kolonial teak meubileerde.
En de schaduwrijke tuin vol met varens had zo in Indië kunnen bestaan. In diezelfde periode, waarin ik al was afgestudeerd, begonnen de psychische problemen van mijn zes jaar jongere zus, die ook bij een psycholoog en psychiater terecht kwam.
Daaraan vooraf ging een periode van veel ruzies tussen mijn ouders, die naarmate ze ouder werden ieder hun eigen manier hadden om hun jeugdtrauma’s te verwerken. Mijn vader werd steeds meer out-going en wilde afleiding. Mijn moeder werd juist ingetogener en bleef meer op zichzelf. Zij concentreerde zich vrijwel volledig op mijn zus; alsof ze haar eigen jeugd wilde inhalen. Mijn vader leek steeds meer op een vrijgezel, die getrouwd was. Hij was in de periode dat hij bij de marine werkte een driftkop. Als hij iets emotioneel slecht kon verwerken ontstak hij in woede en zei dat ze ‘ze allemaal tegen de muur moesten zetten’. Pas later begreep ik dat hij dergelijke taferelen als jonge jongen verplicht had moeten gade slaan in het kamp en de link met emotionele onmacht me alras duidelijk was. Toen hij uit de marine ging en directeur werd van Memisa Medicus Mundi werd hij een ander, rustiger en aimabel mens.

Bij mijn moeder werd het me pas duidelijk in het verzorgingstehuis, waar een Chinees-Indische verpleeghuisarts, bekend met de kampmaterie, mij uitlegde dat zij tot de zwaarste categorie getraumatiseerde kampslachtoffers – hij had vier categorieën- behoorde: de meisjes die hadden moeten toezien hoe hun moeder voor haar ogen en het oog van het hele kamp mishandeld, vernederd en verkracht werd omdat zij niet onderdanig genoeg zou zijn.
Later hoorde ik dat bij binnenkomst in het kamp als angstige zesjarige haar pop was afgepakt. En toen legde ik al gauw het verband met de studeerkamer van mijn zusje, waar mijn moeder onder het mom van hobby hele muren vol met poppen en beertjes als betrof het een museum had uitgestald.
Het was mij allang duidelijk geworden dat mijn moeder haar gestolen jeugd via mijn zus probeerde in te halen. Tijdens haar late studietijd – ze was 29 – werd mijn zus getroffen door psychoses. Jaren later werd ze als schizofreen gediagnosticeerd. Ze werd volgens de psychiatrische biologische leer van die tijd plat gespoten. Aan een verkeerde dosering stierf ze op haar 44e aan een maag/darm vergiftiging. Ze had het uiterlijk van een 65 jarige. Haar aftakeling duurde 15 jaar, maar heeft onze levens, die van mijn ouders en mij bepaald.
Een vrouwelijke chef de clinique van psychiatrisch centrum Schakenbosch had het uiteindelijk door, maar toen had zij al 10 jaar verkeerde medicatie en behandeling achter de rug. “Het probleem ligt bij uw moeder”, liet ze me weten. Woorden schieten te kort om die periode kort te beschrijven . In mijn boek doe ik er een paar hoofdstukken over. Tien jaar later na haar overlijden begreep ik dat het om tweede of derde generatieproblematiek ging. Daar wist men aanvankelijk in de psychiatrie en psychologie (te) weinig van af. Weer later ontdekte ik aan de hand van de gevolgen van familieopstellingen van Bert Hellinger over de generaties heen hoe de verzwegen geschiedenis van onze voorouders onze levens bepaalt. Zelf ben ik bezig met een soort levenswerk. Een driedelige ‘docu’-roman over een familiegeschiedenis van een familie die vanuit Indië in de twintiger jaren na de Japanse bezetting eind veertiger gedwongen terugkeert naar Nederland en overleeft tot in de 21e eeuw. Het eerste deel van de reeks heet Javagroen. U begrijpt intussen waarom.

Andere artikelen:

Nederland sprak schande van apartheid, maar zag in de eigen kolonie die apartheid niet, stelt Eduard Steinmetz. Trouw

De Nederlandse regering houdt in de Indië-kwestie al jaren de boot af, maar laat de archieven maar opengaan. De stelling: Voor een breed onderzoek naar de geschiedenis van Nederlands-Indië is het nog niet te laat. Leeuwarder Courant

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

18 reacties op Verzwegen verleden : Hoe het Indische verleden van onze voorouders ons inhaalt en bepaalt

  1. R Geenen zegt:

    Volledig waar. Ik hoor het vaker van andere Indo mensen en zie het om me heen.

    • Robert zegt:

      Life is short, opportunity fleeting, experience treacherous, judgment difficult. Look at the guys with their” tropenhelm” who thought the were the masters of the world.

  2. Paul van Uffelen zegt:

    LS,
    Ik zou graag uw boek lezen. Wanneer komt het beschikbaar?

  3. Loekie zegt:

    Prachtig wat Steinmetz allemaal zegt en schrijft. Los van alles komt het erop neer dat hij nu op een leeftijd is gekomen dat hij tijd kan nemen om zijn familiegeschiedenis te onderzoeken en te beschrijven. Maar ik hoop dat hij niet de fout maakt om te denken dat hij de eerste is die bepaalde thema’s naar buiten brengt. Integendeel, hij is nummer zoveel. En omdat hij nummer zoveel is, hoop ik dat er ooit niet meer gesproken wordt van ‘het verzwegen verleden’. Dat begint wel afgezaagd te klinken.

    Ter illustratie: een boek uit 1987 : Het kind met clownspop
    “Het verleden – haar jeugd in Ned. Indie gesymboliseerd door de titel – neemt naarmate de ik-figuur ouder wordt steeds meer bezit van haar. Traumatische Jappenkampervaringen worden hier op originele wijze verwerkt: door zich een syndroom in te beelden komt de ik-figuur er juist van af. Men krijgt niet de indruk dat haat en rancune drijfveren vormen tot het schrijven van dit boek, maar alleen fictie is het vermoedelijke ook niet. Het is een fragmentarische, goed opgebouwde realistische roman die uit korte en indringende hoofdstukken bestaat en in een heel directe stijl is geschreven. Een fijn boek dat ook nog gemakkelijk leest.”

    https://www.bol.com/nl/p/het-kind-met-de-clownspop/1001004005168463/?suggestionType=typedsearch&bltgh=q1Ej7BkdBvgi0s1FK8xFiw.1.3.ProductTitle

    Een een boek uit 1981:
    https://www.bol.com/nl/p/verre-oorlog/1001004005098939/#product_specifications

  4. PLemon zegt:

    @ hij is nummer zoveel. En omdat hij nummer zoveel is, hoop ik dat er ooit niet meer gesproken wordt van ‘het verzwegen verleden’.

    # meer verborgen in medische dossiers?

    *** …eens kind in een Japans kamp, staan plotseling oog in oog met de oorlog van een halve eeuw geleden. “Voor henzelf is het vaak raadselachtig waar dat vandaan komt, laat staan voor de partner of de kinderen. Pas door de behandeling wordt er meer duidelijk”, zegt drs. J. N. Schreuder, directeur van Centrum ’45 in Oegstgeest.
    In de kliniek in Oegstgeest worden nu jaarlijks zeventig tot tachtig slachtoffers van de Japanse bezetting behandeld. Deze generatie, die peuter of schoolgaand kind was in de Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indië, is nu de grootste behandelde groep.
    Schreuder was er verbaasd over dat de aantallen getraumatiseerden door de Japanse kampen en veteranen met zogeheten post-traumatische stress-stoornis (PTSS) in de jaren negentig bleven toenemen. “Pas vorig jaar kwam er een stabilisatie. Ook de kampkinderen kunnen lijden aan PTSS en hun gedrag kan nog andere verschijnselen vertonen, die moeilijk zijn te herkennen.”

    “Dat kan komen doordat ze in het kamp geen kind konden zijn, gedwongen te vroeg volwassen waren. Ze moesten de vernederingen van hun ouders zien, of zelf vernederingen ondergaan. Dat betekent dat ze erg bang zijn voor agressie. Ze kunnen daardoor moeilijkheden hebben met opgroeiende kinderen, die een normale gezonde agressie vertonen. Naast de kampperiode op zich kunnen zij ondervoeding, ziekten, vernederingen hebben meegemaakt, zijn geslagen of verkracht.”
    https://www.trouw.nl/nieuws/kampkind~b225449a/

    • R Geenen zegt:

      @@. Naast de kampperiode op zich kunnen zij ondervoeding, ziekten, vernederingen hebben meegemaakt, zijn geslagen of verkracht.”@@

      Dat heb ik in het japkamp zelf ondervonden en gezien hoe anderen werden geslagen en geschopt.
      Ben zelf nu op oude leeftijd er vrij goed uitgekomen. Waarschijnlijk door mijn afreageren via o.a. artikelen te schrijven. Maar ik zie het ook om mij heen en wanneer ik met oudjes spreek. Het is een ellende, dat vaak over het hoofd wordt gezien en/of niet wordt begrepen. Een Amerikaanse kennis/psychiater heeft nog nooit van de oorlog in Indie en de behandelingen die Indische mensen hadden ondervonden, gehoord. Wel van de Joden en Holocaust.

  5. Ohler zegt:

    Belangrijk is ook dat de daders eigenlijk nauwelijks zijn vervolgd ( op een enkele Japanse commandant na) en dat Japan eigenlijk weinig of niets voor de slachtoffers heeft gedaan (de slachtoffers waren niet alleen Nederlanders) en weinig of geen spijt betuigd heeft. Al jaren staan ( en nu noodgedwongen zitten vanwege ouderdom) iedere maand bij de Japanse ambassade in Den Haag overlevenden en familieleden te demonstreren. Na WOII was er weinig erkenning voor de slachtoffers uit voormalig Ned. Indië. Dat maakt de “ tocht” voor vele overlevenden een hele stille en eenzame. Men moest overleven in het na-oorlogse Nederland zonder weinig hulp. Stichtingen als Pelita zijn overigens actief (ook met vrijwilligers) en van grote waarde. Het lijkt overigens dat een ieder anders met zijn/ haar ervaringen omgaat of omgegaan is. Op Pieter van den Hoogenband ( een prachtige uitzending) heeft het een positieve uitwerking gehad.

    Benieuwd naar het boek van de heer Steinmetz

  6. Indisch4ever zegt:

    Verzwegen verleden?
    Eduard Steinmetz vertelt over zijn familie en hoe naar zijn mening dat zwijgen over meegemaakte ellende tientallen jaren later leidde tot nieuwe ellende in zijn familie.
    Die neiging van niet willen weten, trekt hij door naar nationaal niveau hoe Nederland in het algemeen met haar koloniaal verleden omgaat.

    De term verzwegen verleden is toepasbaar … zowel in zijn familie, in totokfamilies te Indië, in Indische families, als wel op nationaal niveau wat de Nederlandse cultuur wilt weten over haar verleden.
    Je kunt ook opmerken…. mensen, wij met een Indië-achtergrond, laten we ons niet te veel in een slachtofferrol zetten, dat schiet ook niet op .
    Ook een waarheid.

    • R Geenen zegt:

      @@mensen, wij met een Indië-achtergrond, laten we ons niet te veel in een slachtofferrol zetten, dat schiet ook niet op @@

      Niemand vraagt om een slachtofferrol. Het gebeurd gewoon als je op oudere leeftijd de herinneringen terug krijgt of droomt., enz.

    • Loekie zegt:

      – zet alle boeken over Indië op een rij, dan is die rij kilometers lang. Het is niet vol te houden dat het verleden wordt verzwegen. Wel is vol te houden dat weinigen boeken lezen en daarom denken dat er verzwegen wordt.

      – misschien is het wel aardig om eens boeken te lezen en verhalen te horen van families die normaal zijn gebleven, normaal hebben gedaan e.d. Ben bijna zeker dat zulke families bestaan.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Het is niet vol te houden dat het verleden wordt verzwegen.” Klopt helemaal! Je kunt ze vinden in Den Haag, de Koninklijke Bibliotheek. Op een steenworpafstand van het IHC. Of oversteken vanaf uitgang Den Haag CS. Die boeken hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze snel in de ramsj komen. Lekker goedkoop. Maar zelfs met die bij onze inburgering horende zuinigheid, blijven ze onverkoopbaar. Oud papier, 5 cent/kilo.

  7. Bung Tolol zegt:

    “” Families die normaal zijn gebleven ,normaal hebben gedaan e.d Ben bijna zeker dat zulke families bestaan “” Ja zeker Loekie ,die zijn er ……..maar euh wacht even ,je bedoelt Indische families ? HA HA HA HA x 100000000000000000 .Ik kom niet meer bij van het lachen ! !

    • Loekie zegt:

      Gevaarlijk Indische families. Moeder doet vreemde dingen, vader mept erop los, kinderen verward en allen afstammelingen van slaven, onderdrukt, gediscrimineerd, geen erkenning, geen geld…..wahhhh. En om dat alles af te reageren allemaal poco2 en veeeel eten.

    • Pieter Otto Cronelis Ottenhoffer zegt:

      Je zou bijna concluderen dat er iemand in de spiegel kijkt of pasar malams afloopt om de poco2 te beloeren.

      • Loekie zegt:

        Elke dag kijk ik in de spiegel. Ik word alleen strontziek van steeds, steeds, steeds hetzelfde: ‘kassian wij, kassian, zo kassian’. Geen enkele power, geen enkele kracht, niks baanbrekends. Kassian, adoeh zo kassian.
        Nu weet ik wel dat het kassian-eskader maar om een paar procent gaat en dat de rest gewoon zijn ding doet en niks te maken wil hebben van dat kassian-gedoe, maar het is net als op de Nederlandse tv.: eenzijdige berichtgeving. Op journaals, actualiteitenprogramma’s, talkshows allemaal hetzelfde geluid. Zou je kunnen menen: nou ja, dan zal dat geluid wel waar zijn. Maar dan ga je je afvragen: wie maken al die programma’s, wie zitten er achter de schermen, wie zitten er in al die redacties? En als je dan begrijpt dat het vooral jongens zijn uit dezelfde hoek, dezelfde partij, dan ga je dingen begrijpen.

        • Indorein zegt:

          Wordt lid van Netflix daar heb je geen enkele actualiteit alleen maar vermaak in allerlei vormen. En …… geen reclameblokken! Heerlijk! Voor mij mogen de NPO’s onmiddellijk van de buis verdwijnen. Een abonnement op een landelijke krant naar je eigen (politieke) voorkeur is dan meer dan voldoende.

      • Boeroeng zegt:

        Loekie….. je komt nu zelf ook met een kassianverhaal.
        Je bent dagelijks strontziek, zeg je

        Je hebt wel een punt als je wil zeggen: niet teveel aan vroeger denken en nog steeds lijden of erg boos zijn wat ooit gebeurde.
        Maar je overdrijft zelf ook , zoals je het formuleert.

        Augustus is de maand van Indisch herdenken, de maand van de geschiedenissen vertellen. Als je dat niet wilt zien, horen, lezen…. dan ga je toch wat anders kijken, beluisteren en lezen.

  8. Bung Tolol zegt:

    Laten we een voorbeeld nemen aan Simon Dekker ( Topic van 22 juli ) hij is 80 jaar ,moeder Javaans ,vader Nederlands .Simon woont in een verzorgingstehuis in Haarlem en beweegt zich per rollator .Simon heeft 2 liefhebberijen ,de eerste is spulletjes kopen op de Zwarte Markt en de tweede is alle Pasar Malams bezoeken ,volgens Simon komen daar veel Indischen en kan hij lekker omong omong in hun eigen taaltje ,kijk daar houd ik van ! Simon legt de lat niet zo hoog ,een beetje gezellig in het maleis kletsen met soortgenoten ,wat wil een mens nog meer ,denk niet dat Simon met zijn rollator nog meedoet aan poco poco .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.