Tempo Doeloe means Business 

robinblock:   Tafels met een VOC-logo erop, plastic tulpen in een kunststof vaasje, een oude Gazelle-fiets en een koper-gespoten kanon: tempo doeloe is a growing business tegenwoordig bij ondernemers in Indonesië. Hoewel sommige Indonesiërs Nederland historisch gezien nog steeds beschouwen als de boosaardige oveheerser van weleer, is er tegelijkertijd een kleine koloniale hype gaande. Steeds meer eet- en koffietentjes flirten met het tempo doeloe verleden. Aan oude gebouwen immers geen gebrek. Aan goede smaak en historisch besef soms wel.

***
Remco Raben:   Indonesiërs koesteren grote nostalgie naar het koloniale verleden. Koloniale parafernalia zijn niet aan te slepen, kostuumbedrijven verhuren koloniale kledij, de tropenhelm is weer helemaal terug. Maar weemoed? Indonesië heeft zich op de nostalgie van de toekomst geworpen. Wat de meeste Hollanders al lang dachten, blijkt waar: Indonesiërs verlangen naar de koloniale tijd. De afgelopen tien jaar is er in Indonesië een groeiende aandacht voor het koloniale verleden.

Zie meer en bron van de foto: A.Steketee

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

73 reacties op Tempo Doeloe means Business 

  1. George zegt:

    Misschien kan ik mijn bantal en guling van 1940 te koop aanbieden. Ik heb ook een sapu lidi van het vorige millenium te koop.

  2. Jan A. Somers zegt:

    “een VOC-logo erop” Dat is wel tempo doeloe van verschrikkelijk heel erg lang geleden!

  3. RLMertens zegt:

    @RemcoRaben; ‘verlangen naar de koloniale tijd’ – Dat verlangen is eigenlijk een typisch ‘Nederlandse vertaling’. Een soort wishful thinking(Hollanditis) Ik besprak dit verschijnsel met een Indonesiër met uitroep; van ‘verlangen etc.’ Zijn antwoord; niet verlangen, maar het indenken/voelen om in die tijd de Belanda te zijn. De meerdere te zijn van al Inlanders …Doet me weer denken aan het satirische gedicht 1913 van Soewardi Soerjaningrat; Als ik een Nederlander was…Niet een Staatsblad Nederlander, doch een zuivere onvervalste zoon van Groot Nederland, …geheel vrij van vreemde smetten etc.’
    – Mijn kleindochter, net terug van een stage periode(Hogere hotel opleiding) op Bali; 5* hotel, moest alles doorlopen; keuken, bediening etc. In het restaurant als bediende mocht zij zich niet zomaar ophouden; staande of zittende. Wel in de bedienden vertrek met half open toegangsdeur. Als de gasten arriveren wordt middels handgeklap(!)van de chef de bedienden opgeroepen. Ze moeten dan de het gevraagde etc. met een lichte buiging(!) serveren/aanreiken. Niet rechtop! Nauwlettend gadeslagen door de chefs. De bedienden moeten alles ondergaan wat de chefs behagen; betasten,billen knijpen etc. Zij ondergaan het met neer geslagen blik. Want anders kost het hun baan. Er werd een Nederlandse(!) jongeman als manager aangesteld. Hij riep(in het Engels) mijn kleindochter aan; hé, kom even hier! Doe je hand open; en leegde zo een asbak van de tafel met peuken en as op haar geopende hand(!) met de uitroep; gooi het in de afvalbak! Mijn kleindochter; ik had hem kunnen kelen! Ik zei haar; dat was toen ook in Indië! En de Hollander/Indo, die daar een schepje boven op deed. Vreselijk, wat een maatschappij, was haar reactie.

    • P.Lemon zegt:

      @Vreselijk wat een maatschappij….
      #blijkbaar is de hiërarchische lijn van toen niet verdwenen…

      **Dane Beerling (75) is beeldend kunstenaar, publicist en verteller :
      Dat Indo’s nooit in opstand zijn gekomen tegen hun behandeling in de kolonie komt doordat ze altijd apart gehouden zijn. Ze kregen geen behoorlijke opleiding en ze mochten ook geen land bezitten, anders zouden ze bij de Indonesiërs gaan horen. Er was dus totale afhankelijkheid van totoks. Al heel vroeg kreeg je daardoor een splitsing onder Indo’s: aan de ene kant had je de paria’s, aan de andere kant de strebers. Indo’s werden vanouds gezien als onbetrouwbaar: ze zouden het slechtste van de twee rassen in zich verenigen. Blankheid stond boven alles.
      https://www.groene.nl/artikel/jij-hebt-geen-land

      • Ron Geenen zegt:

        Heb uw verhaal tweemaal gelezen en ziet een heleboel terug. Drie interviews en in alle drie vind ik mij terug. Het enige verschil tussen mij en hun: Ik was het zat en wilde weg. Wilde weg zijn van Nederland en weg zijn met de gedachte van Nederlands-Indie/Indonesie. In Amerika, California voelde ik, dat ik hier gewoon mijn gang kon gaan. Mijn eigen toekomst bepalen. Nu ben ik een trotse Indo. Ik heb me zelf bevrijd van de invloeden van de Totok, de Blanda en de Indonesier. Ik kan wel zeggen, dat Californie mij een gelukkig mens heeft gemaakt. Met mijn schrijven kijk ik nu van buiten in Nederland en in Indonesie. En dat bevalt me erg goed.

        • Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

          Met die argumentatie komt dhr Heer Geenen NU niet binnen in de VS van president Trump. Wordt hij toch netjes naar Nederland teruggestuurd. Hij was toch gewoon een economische vluchteling?

        • Ron Geenen zegt:

          @Hij was toch gewoon een economische vluchteling?@

          Moet U wel teleurstellen. En waarschijnlijk bent u wel kort van memory. Voor u herhaal ik in het kort. In 1980 heeft het Ingenieursbureau CF Braun uit SoCal ads in London en Den Haag geplaatst. Zochten Designers en Engineers. Heb persoonlijk hun opgebeld en gevraagd of ze mij met mijn kwaliteiten ook nodig hadden. Een gesprekje van ongeveer 20 minuten. Uiteindelijk kreeg ik de volgende woorden te horen: “When can you be here”. Een paar maanden later met vrouw en hebben en houden vertrokken. Kreeg net als alle anderen uit Nl en Engeland een contract voor 2 jaren. Na 15 maanden vroeg mijn Ca baas of ik in vaste dienst wilde komen. Zij zouden dan zorgen voor alle benodigde papieren. Zo’n aanbod krijgt niet iedereen. Alleen zij die een bepaalde kennis hebben en die het bedrijf hard nodig had. Dat moet u toch ook weten.
          Met mijn ja heb ik nooit spijt gehad. Ben ook nooit meer naar Europa teruggegaan.

        • Arthur Olive zegt:

          Met die argumentatie komen mensen zoals dhr Geenen juist wel binnen in de VS van president Trump want Trump wil een merit-based immigratie.

        • Ron Geenen zegt:

          Suri-Bert maakte eens de opmerking dat er misschien een paar Indo’s jaloers waren.

        • RLMertens zegt:

          @RonGeenen; ‘bevrijd van de invloed van….de Indonesiër’- Ook de invloed van de Indonesiër?
          -U kijkt nu van buiten in(?) of bedoelt u …kijk ik naar(!) Nederland en naar(!) Indonesië?
          Het kijken naar…maakt u zeker gelukkiger. Echt gelukkiger? Dan kijken in…?

      • Jan A.Somers zegt:

        “Ze kregen geen behoorlijke opleiding en ze mochten ook geen land bezitten, ” Maar dat heeft toch niets met Indo’s op zichzelf te maken? Op de broederschool in Soerabaja, die ik uit ervaring ken, was er geen verschil tussen totok en indo en Inlander. Je knokte zelfs zonder rasonderscheid met elkaar. Soekarno (een Inlander!) zat toch ook in Soerabaja op de HBS? En in Bandoeng op de TH? (is wat vak betreft een collega van me!) En op het universitair onderwijs in Batavia varieerde het toch ook van wit tot donkerbruin? Daar studeerde Hario Kecik toch ook? En alleen Inlanders mochten land in eigendom hebben, met uitzondering van uit een ver verleden bestaande gevallen. Op je eigen huis stond een bordje RvO (recht van opstal) met een nummer. En de grote cultures huurden die gronden, de tani/eigenaren bleven daar als werknemer ingehuurd.

        • Hans Boers zegt:

          Heer Somers “Soekarno zat toch ook in Soerabaja op de HBS? ”

          Klopt als een bus. Hij (en andere Inlanders die later belangrijke functies bekleedden) staan in het gedenkboek H.B.S. Soerabaia 1875-1 nov-1975 uitgegeven door de Ketabang/Gentengkali HBS.

        • P.Lemon zegt:

          @ ‘Ze kregen geen behoorlijke opleiding…’

          ***In de eerste helft vd 19e eeuw zorgde het gouvernement vrijwel alleen voor basisonderwijs aan Europese kinderen.
          In de 2e helft vd eeuw ging het peil van het onderwijs op de Europese school flink omhoog.Het werd ‘concordant’ gemaakt met het onderwijs in Nederland, wat betekende dat leerlingen die naar Nederland gingen hun studie zonder meer op Nederlandse scholen konden voortzetten.
          De bemoeienis vh gouvernement met het onderwijs voor niet,-christelijke inheemsen begon in het midden vd 19e eeuw met de stichting van Inlandse lagere scholen (ILS) voor kinderen vd inheemse bestuurselite.
          https://books.google.nl/books?id=sXphAAAAQBAJ&pg=PA143&lpg=PA143&dq=concordante+school+indi%C3%AB&source=bl&ots=nEmWFPd_PX&sig=fX0fOPn2Hk1acLBymCgfyKLW3dc&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwiV3r_1rYrcAhWQY1AKHe6oBkg4ChDoATAFegQIBRAB#v=onepage&q=concordante%20school%20indi%C3%AB&f=false

        • Loekie zegt:

          “En op het universitair onderwijs in Batavia varieerde het toch ook van wit tot donkerbruin?”
          Welk universitair onderwijs? Welke universiteit?

        • Jan A.Somers zegt:

          “Welke universiteit?” Naast de TH in Bandoeng was er in Batavia nog geen complete universiteit maar een medische faculteit, en ik dacht een juridische faculteit. Ik dacht dat Hario Kecik in Batavia medicijnen studeerde. Mijn eerste baas bij TNO in Nederland, Prof. Baars, was daar hoogleraar geweest, daar had ik al over geschreven in Javapost. Daarvóór kwamen ze naar Nederland voor universitair onderwijs. Zo ging dat ook in Nederland. In Rotterdam was er eerst een rechtenfaculteit, maar die is nu al lang ook uitgebouwd naar een complete universiteit. Na het begin van de oorlog in Nederland kwamen er in Batavia faculteiten bij zodat ook hier sprake was van een redelijk complete universiteit. Ik dacht incl. een landbouwkundige faculteit Mijn broer had in het kamp in Tjimahi zijn gymnasium afgemaakt, incl. eindexamen, maar is in Nederland gaan studeren.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers;’heeft niets met Indo’s te maken etc.’- Klopt. Wel met die raciale indeling: Europeanen – Inlanders. Een Indo/ een Ieder(!) tracht zo veel mogelijk Europeaan te zijn. Hoe blanker des te meer Europees gezien. Met een goede opleiding er bij, zit je snor. Vooral je meerdere naar de mond praten; zie Aug.de Wit; Orpheus in de Desa. Ben jij getint; vooral de Nederlandse chef altijd bij staan. Niet gestudeerd/geschoold, getint;
          probeer vooral ABN te praten. In geen geval tjedar, tjedoer. Op school; de juf; ‘je bent toch geen Inlander! Praat Nederlands!’etc. Lees; prof. Wertheim; toen hij bij zijn eerste job in Indië zich door een Indo ambtenaar liet ontvangen, ipv door de hoogste in rang; natuurlijk een Totok. Nb/ hij wilde gewoon kennis maken/ wist vooraf niet, dat het Indo was. In die maatschappij, te leven en werken betekent toch; je aanpassen!!!! Men wisten het toch niet beter. ( vandaar de successen van de Amerindo’s!) Ach op de lagere school/ een Europese school!; herinner ik me, dat de Totoks veelal met elkaar om gingen. Er waren ook Indo kinderen, die uit Holland terug kwamen 1948. Onze Indisch buurvrouw merkte/ gaf ons info, dat haar Jan toch wel rooie koontjes had in deze hitte! Deze sloot zich bij de Totoks aan. Liep in de regentijd op Hevea water laarzen en onder een paraplu naar school. Wij onder een pisang blad met afgetrapte kets schoenen.
          Voor een ‘aangepaste’ Indo in Indië was het al met al goed toeven. Voor de Inlander….wordt Staatsblad Nederlander! Sultan Agoeng Gde in een tv. doc.; ‘als ik toen Nederlands op kantoor sprak tegen een Nederlander/meerdere, dan antwoordde hij…in het maleis!’

    • Indorein zegt:

      ” ..Mijn kleindochter; ik had hem kunnen kelen! ” :
      Ik had hem gekeeld! En daarbij in goed begrijpelijk Nederlands tegen hem gezegd dat ik hem daarmee een plezier deed. Wat een lompe zak! Dan maar je baan verliezen, zou ik zeggen. Het knaapje (hij was jong, schreef u) is waarschijnlijk opgevoed door ouders die “omhoog gevallen” zijn door hun rijkdom en nu hun “pareltje” uitzetten in een van hun geldbeleggingen. Hoe komt hij anders aan zo’n baan als manager? Dat kan absoluut niet door studie en praktijkervaring zijn.

  4. Jan A. Somers zegt:

    “@JASomers;’heeft niets met Indo’s te maken etc.’” Wel volledig citeren! Er stond: “met Indo’s op zichzelf “. Het hele verhaal van P.Lemon 6 juli 2018 om 01:41 gaat over zielige Indo’s. Ik dacht, niks zieligs aan. Natuurlijk was er de standenmaatschappij, maar dat Indo’s (op zichzelf!) geen behoorlijke opleiding kregen en ook geen land bezitten is natuurlijk onzin.

    • P.Lemon zegt:

      @ dat Indo’s (op zichzelf!) geen behoorlijke opleiding kregen en ook geen land bezitten is natuurlijk onzin.

      #Beerling relativeerde dat ook : “Al heel vroeg kreeg je daardoor een splitsing onder Indo’s: aan de ene kant had je de paria’s, aan de andere kant de strebers.”
      Oftewel in die standenmaatschappij bleven de meesten in de ‘kleine Bungs’ gemeenschap hangen, tenzij enz.

      • Jan A. Somers zegt:

        Dat had je in Nederland ook: vader timmerman, zoon ook timmerman. Dochter huishoudschool otwel spinazie-academie. Bestaat nog steeds: aanrecht-uitkering. Voor zowel mijn Zeeuws meisje als ikzelf gold ook zoiets, de oudste ZOON mocht studeren, daarmee was het geld op.

        • P.Lemon zegt:

          @’ dat had je in Nederland ook…
          # dwz ‘ als je voor een dubbeltje geboren bent … maar in Indië werd je bewust vh kwartje weggehouden.
          ***De Indo-Europeanen als Europese middenklas-
          se, ondervonden direct de concurrentie van
          de Westers geschoolde Indonesiërs. De
          werkelijke kansen om te stijgen binnen de
          Europese groep waren voor de meeste
          Indo’s toch al erg beperkt. De ‘echte’
          Nederlanders lieten hen slechts mondjes-
          maat toe tot hun eigen hogere posities.
          Discriminatie van Indo’s door totoks was
          geen randverschijnsel. Overigens maakten
          Indo’s onderling ook onderscheid tussen
          lichte en donkere huidskleur om zich
          maatschappelijk te onderscheiden.
          Bron : drs Humphrey de la Croix
          les De multiculturele kolonie
          Maatschappelijke verhoudingen in Nederlands-Indië, 1850-1942

        • Ron Geenen zegt:

          Zowel Humphrey de la Croix, als Jeroen Dewulf (Belg) van de Universiteit Berkeley en ook Precilla McMullen van het Indo Project hier in Amerika hebben voor Indo’s een unieke samenwerking tussen de Indo’s in Nederland en Amerika opgezet. Dit is volgens mij het beste voorbeeld voor het IHC in Den Haag. Maar ja, mag het van de subsidie gevers uit politiek Den Haag? Of blijft het IHC een kleuterclub onder toezicht van onderwijzer VWS?

          Sinds 2009 heeft IndischHistorisch.nl een samenwerking gestart met het Amerindo project van de University of California Berkeley. Onder leiding van prof. dr. Jeroen Dewulf verzamelen studenten informatie over Indische immigranten in de VS en houden interviews met hen. Daarmee bouwen zij een informatiebank op over de Indische Amerikanen, een gemeenschap van misschien 100.000 personen. Dat materiaal kan later dienen voor verder historisch, sociologisch en antropologisch onderzoek. Een eerste aanzet is onderzoek naar de ontwikkeling van de Indische identiteit bij achtereenvolgende generaties Indische immigranten. De tweede partner is The Indo Project, dat gericht is op het doorgeven van het Indisch erfgoed aan de volgende generaties Indische Nederlanders in Engelstalige regio’s. Oprichters en bestuur van The Indo Project zijn vooral tweede en derde generatie Indische Amerikanen. De spreuk “Honor the Past. Preserve the Future” is helemaal passend in ons partnership.
          Een derde partner is de Stichting Herdenking Birma Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg (SHBBS). Zoals de naam het aangeeft geven we speciale aandacht aan de geschiedenis van deze beide beruchte dwangarbeid praktijken die vele slachtoffers heeft gekost.

          De redactie
          Humphrey de la Croix (historicus), Inge Dümpel (radiomaker, schrijver en journaliste) en Pieke Hooghoff (journaliste) vormen de redactie. Regelmatig leveren gastredacteuren een bijdrage aan de site.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘dat had je in Nederland ook etc.’- Kom nou hr.Somers. Uw Zeeuw meisje had een blanke huid. In Indië was u sociaal en vooral ….raciaal gestegen! Uw Indische moeder had een feest georganiseerd!

        • RLMertens zegt:

          @PLemon; ‘tussen lichte en donkere etc.’- Correct, wat drs.Humphrey de la Croix schrijft. Hij is toch niet ‘onze’ Pak Pierre?

        • Jan A.Somers zegt:

          “Uw Indische moeder had een feest georganiseerd!” Mijn moeder was kennelijk verstandiger dan u, en liet dat aan ons zelf over (ook het organiseren van ons huwelijksfeest). Zij was geen racist! Toen ik trouwde met mijn Zeeuws meisje (geen Hollandse dus) werd dat afgekeurd door sommige Indische kennissen. Kon ik wat donkerder Indische meisjes niet meer uit hun moeras trekken, en hun ouders iets wittere kleinkinderen bezorgen. Dat vond ik gewoon racistisch. Dat heb ik later weer bij mijn jongste dochter gezien. Zij is in Zwitserland nooit door haar schoonmoeder aanvaard. Terwijl zij toch dat taaltje vloeiend sprak.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘wittere kleinkinderen bezorgen etc’- Raciaal denken is racistisch. Nou, dat was in Indië toen gewoon. En hier…? Provinciaal? I

        • Jan A.Somers zegt:

          “Provinciaal? ” Maar hoe kijkt de Indische gemeenschap in Nederland dan tegen die slechte, vieze, domme Hollanders aan? Het liefst trouwen binnen de lichtgetinte club? Riekt dat niet naar racisme? Ik ben nog altijd blij dat mijn Zeeuws meisje geen Hollandse is. Maar zelfs dat huwelijk werd niet gewaardeerd. Racisme?

        • Ron Geenen zegt:

          @Het liefst trouwen binnen de lichtgetinte club? Riekt dat niet naar racisme?@

          Racisme: Wel een snelle conclusie. Heb over de jaren wel geleerd, dat met je eigen soort het meest makkelijke is te leven. Bottle Cebok, b.v. en iedere dag een bad nemen. Iedere dag een rijst maaltijd eten. Indische gewoonten, zoals een andere vorm van beschaving, die we samen delen. Gewoon een Indische voorkeur en dat is geen racisme, dacht ik. In tegendeel, de manier waarop de Blanda ons in de jaren 60 behandelde, dat riekt naar racisme!

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘binnen de licht getinte club etc.’ – Hier werd ik rationeler, meer dan toen. De persoonlijkheid is primair. Kleur/ras onbelangrijker. Kan mij zelf heel goed vinden met mijn zowel Indische als autochtone kennissen/vrienden. Met mijn Hollandse/Tielse schoondochter als mijn Indische schoonzoon. Opvallend (en tot mijn vreugd) zijn al mijn kleinkinderen zeer begaan met Indonesië en zijn bewoners. Heb zelf de kans gehad/genomen om ook veel met Indonesische tijdgenoten over toen te praten/ verhalen.
          note; met het provinciale bedoel ik, het neerkijken van Randstad bewoners op hen uit de provincie. Tijdens mijn diensttijd/1961 werden Zeeuwen kleiboeren genoemd. Drentenaren met bèèè (schapenherders) aangeduid etc. Typisch Hollands? Hollandse kneuterigheid.

        • Arthur Olive zegt:
          “Gewoon Indische voorkeur en dat is geen racisme, dacht ik”
          Ik had ook een voorkeur voor Indische vrouwen maar toen ik mijn toekomstige vrouw voor het eerst zag kon ik niet afblijven van haar (met mijn ogen).
          Mijn gedachten gingen niet naar botol cebok of een bordje rijst, ze was een Amerkaanse en dus ook niet naar elke dag een bad, integendeel ik rook de bloem in haar haar en dan die mooie ogen.
          Love at first sight.
        • Ron Geenen zegt:

          @integendeel ik rook de bloem in haar haar en dan die mooie ogen.@

          Zo gaat het in ieders leven. Bij de een zijn het de ogen, en bij de ander, ik, haar figuurtje. Ze werd op onze huwelijksreis naar Rimini in Italie ook gekozen tot miss Rimini. Not bad voor een Indisch meisje.

        • Indorein zegt:

          ” .. met je eigen soort het meest makkelijke is te leven .. ” :
          Daar ben ik het geheel mee eens meneer Geenen. Heeft inderdaad ook niets met racisme te maken. Racisme is als het ene ras zichzelf superieur acht boven het andere ras en dat ook uit in gedragingen (KuKluxKlan, en de Boeren in Zuid-Afrika bijv.) en regelgeving (de nazi’s en de Jap in WO2).

          Wat ik tijdens mijn jeugd ook vaak heb ervaren is dat menige Indo ouders hun dochters alleen maar met blanke jongens lieten omgaan. Indische jongens waren in hun ogen toch minder. Dat was ook geen racisme maar wij noemden dat “upgraden”, want blanke kleinkinderen verhoogden immers je status! Ook al was je schoonzoon een analfabetische boerenlul! Hij was blank!. Dat telde.
          Gelukkig maar dat de huidige Indo ouders, zo die er nog zijn, daar anders tegen aan kijken.
          Oja, sorry, ik ben zelf nog zo’n indo vader getrouwd met een Indische.

  5. Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

    Het is toch opmerkelijk dat in voorgaande reacties dat het woord “pauperisme” in verband met Indo-Europeanen niet wordt genoemd, dat heeft toch wel een bekende klank in de Indische geschiedenis? Er is toch iets zoals de paupernota verschenen, wat toch wat stof deed opwaaien, ook in Nederlands Indie?

    Ik citeer Javapost: “In februari 1902 werden twee volumineuze, zakelijke en goed gedocumenteerde rapporten over het pauperisme onder de Europeanen in Nederlands-Indië en de staatsarmenzorg aangeboden aan de regering. In 1902 werd onder voorzittersschap van Van Rees (sic) een commissie benoemd, die in 1903 haar voorstellen in een uitgebreid rapport vastlegde. Deze voorstellen zijn vooral belangrijk, omdat daarin de middelen werden aangegeven ter bestrijding van de praktische nadelen van het kazerne-concubinaat, en werd aangetoond hoe noodzakelijk het was alle in Nederland aangeworven militairen na expiratie van hun diensttijd dáár, en níet in Indië van hun dienstverband te ontslaan. Verder werden voorstellen ingediend tot het instellen van een “Centrale Armenraad” en een “Inspectie van het Armwezen” ” Dat heeft alles met Indodom te maken, “dom” geïnterpreteerd als “zaak behorend tot ….” vergelijkbaar met eigendom. hertogendom, bisdom etc.

    Dat er In Rotterdam eerst een rechtenfaculteit was, lijkt mij zoals gewoonlijk een geborneerde en geheel subjectieve interpretatie. Tot 1973 was er een ‘uit de hand gelopen hobby van de Rotterdamse havenbaronnen’ de Nederlands Economische Hoogeschool NEH, de voorganger van de Erasmus Universiteit. Ook dat is exactheid van de geschiedenis. Om Erasmus Universiteit een volledige universiteit te noemen, noem ik wel wat hoogmoedig.

    • Jan A.Somers zegt:

      En wat denkt u van Tilburg University? En Twente University? En Wageningen University (and Research!!!)? Een Nederlandse rechtenfaculteit sadja was in de universitaire wandelgangen nog altijd meer dan een Hogeschool! Vandaar ook Delft University! Ach ja!

      • Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

        Ach nee.
        Ook hier komt hoogmoed tegelijkertijd met de exactheid voor de val. Ik dacht dat de Rechtenfaculteit in Rotterdam in 1972 onderdeel was van het NEH. Zelf de geschiedenis van zijn eigen Erasmusuniversiteit kent dhr. Somers niet, om van de andere geschiedenis maar te zwijgen.

        Exactheid? Delft? University of Technology althans zo heet die universiteit op zijn engels. In het Nederlands heet het dacht ik Technische Universiteit Delft.

        • Jan A.Somers zegt:

          “Ik dacht dat” Niet denken! De Juridische faculteit was als (tweede, de medische faculteit als eerste) faculteit onderdeel van de EUR in oprichting. Daar ging de NEH als economische faculteit ook toe behoren. Net als de huidige faculteiten/masters Bestuurskunde, Management gezondheidszorg, Gedragswetenschappen, Wijsbegeerte, Huisvesting en stedelijke ontwikkeling, Rechtswetenschappen, Maatschappijgeschiedenis, Sociologie, Medicijnen, Economie, en nog enkele andere, (ik kijk alleen maar in mijn hoofd) . Ik vind dat allemaal niet zo belangrijk, het is zelfs meer dan een complete universiteit, vanwege de innige samenwerking met Delft en Leiden. Je kunt zelfs vakken bij die andere universiteiten doen. Mijn copromotor was een hoogleraar geschiedenis uit Utrecht, in mijn promotiecommissie zat o.a. Prof. P. Malanczuk, Peking University School of Transnational Law en toentertijd gasthoogleraar EUR, en sinoloog Prof. Blussé van Oud Alblas, hoogleraar Geschiedenis van Europees-Aziatische betrekkingen in Leiden. De secretaris van mijn promotiecommissie was zelfs een (Indonesische!) Chinees, Prof. Ko Swan Sik. U ziet, we kijken niet zo nauw in hokjes. Leuk te weten, de kinderopvang onder de aula daar heet d’onderd’eur. Misschien begrijpt u die woordspeling.

        • Ron Geenen zegt:

          Het zit wel allemaal hoog in uw hoofd, heer Somers! Heb daarentegen mijn hele leven onder de grond begeven. Als zeeman in de machinekamer beneden dek en als Design Engineer mij bezig gehouden met allerlei soorten pijpen en kabels die ondergronds in raffinaderijen werden gelegd. Een stuk makkelijker en minder pijn in mijn hoofd.

        • Loekie zegt:

          DE EUR bestaat pas sinds 1973 en heeft dus nog geen traditie, zoals Leiden, Sorbonne, Coimbra, Oxford of Heidelberg.
          https://www.eur.nl/over-de-eur/traditie-en-historie/ontstaansgeschiedenis

        • Jan A.Somers zegt:

          “en heeft dus nog geen traditie,” Dat is alleen een probleem voor mensen die zich snerend/denigrerend willen uiten. Niet mijn probleem, ik heb er goede herinneringen aan. Goeie uni hoor! Mijn jongste kleindochter heeft daar ook gestudeerd, net als haar vriend. Zijn allebei goed terechtgekomen.

        • Jan A.Somers zegt:

          “Het zit wel allemaal hoog in uw hoofd,” Nee hoor. Het probleem ligt misschien bij u, vermeende ‘discriminatie’ van Indo’s in Nederland. Ja, als je dat met de paplepel is ingegoten, als me dat dagelijks hier op I4E wordt voorgehouden, vind je jezelf zielig in Nederland. En vergeet je alles te pakken wat je wordt aangeboden. Zelf je zakgeld verdienen met rotklusjes, bent u wel eens bezig geweest met ketels bikken op een scheepswerf? Halve dagen werken om je studie te kunnen betalen? Afbetalen van je studieschuld? enz.? En daarna minder verdienen dan een makelaar? Maar wel tevreden zijn met mijn aanwezigheid in Nederland, en hartstikke leuk werk gehad! En trots dat het me toch allemaal is gelukt. Met al die mensen die voor mij klaar stonden. Ja, in dat slechte Nederland, met al die vervelende totoks. Dat is wat ik etaleer tegen al die opmerkingen over vieze Hollanders.

        • Ron Geenen zegt:

          @vermeende ‘discriminatie’ van Indo’s in Nederland. Ja, als je dat met de paplepel is ingegoten@

          Niets vermeend, gewoon ondervonden. Maar ja u leeft ook zo in uw eigen wereld van wetten, enz

        • P.Lemon zegt:

          @En vergeet je alles te pakken wat je wordt aangeboden

          #Dat gebeurde zeker…maar men moest wel achter aan de rij. aansluiten…

          ***Glgobaal gezien hebben de ontheemden uit Indonesië in Nederland vooral een geduchte eerste hulp in materiële zin gekregen. Huisvesting in barakken. kampen kontraktpensions. Toewijzing van woonruimte, ook in nieuwbouwwijken. De huisvesting werd een zaak van spreiden van Indische Nederlanders over alle provinciën tot in de kleinere dorpen toe. Maar wie maar even kon en op eigen initiatief woonruimte wist te vinden onttrok zich aan teveel overheidsbemoeienissen. Hoe het ook zij: sommige gemeenten herbergen momenteel relatief veel mensen uit Indonesië, getuige bv. Den Haag. Het Gooi en Gelderland zijn eveneens van oudsher gebieden waar oud-indischgasten graag vertoeven.

          De inschakeling binnen het arbeidsproces is een hoofdstuk apart. Velen moesten worden omgeschoold. Dan moesten ze vaak op een lager niveau gaan werken dan ze gewend waren geweest. Een douane-ambtenaar werd handwerker-timmerman in een meubelfabriek. De administrateur van een zeer grote theeonderneming kon met op zijn lauweren gaan rusten, kwam berooid in Nederland aan. kreeg geen steun van zijn vroegere werkgever en moest via een stoomkursus voor onderwijzer zijn pensioen gaan verdienen voor de klas op een lagere landbouwschool.

          Beter af waren akademici die hun opleiding in Nederland hadden gehad on mede via relaties geruisloos bij de overheid of in het bedrijfsleven aan werk konden worden geholpen. Bedenk wel dat Nederland destijds gonsde van de aktiviteit. Het was in krachtige wederopbouw, dank zij Amerikaanse Marshallhulp. En toch konden velen het in Nederland niet bolwerken of uithouden. zodat een vrij krachtige stroom van emigranten-oud-lndischgasten naar Canada, de Verenigde Staten. Australië en Nieuw-Zeeland trok. om daar — onbelast — een pioniersbestaan volgens oud recept tegemoet te gaan. En als die mensen het in den vreemde goed deden, dan wijst dat er ten overvloede nog eens op. dat Indische Nederlanders geen bij-de-pakken-neerzitters waren. Ik heb hen. die zich hier vestigden. OMGEKEERDE PIONIERS willen noemen. Tropenmensen die vanuit de weelderige tropennatuur pioniers zijn in de leefwereld van de vlakke verstedelijkte moderne technische jungle.
          https://psychotraumanet.org/nl/de-achtergrond-van-de-mensen-uit-voormalig-indi%C3%AB

        • Ron Geenen zegt:

          Ja, die warmte, klimaat, de zon, makkelijk bewegen. Ik zit nu achter de computer in mijn huis office met t-shirt, korte broek en blote voeten. Heerlijk is dat. Uit het raam kijkend naar mijn zonnige voortuin. Alles gelijkvloers, geen trappen. Indie in Californie.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Het was in krachtige wederopbouw, “Klopt, als je wat wilde, en je je er voor inspande, lukte het ook, in Nederland. Met één uitzondering, gebrek aan landbouwgrond. In de gebieden waar de oorlog nogal had huisgehouden, zoals bijvoorbeeld in Zeeland, werd de wederopbouw ook gebruikt om via herverkavelingen grotere, meer levensvatbare landbouwbedrijven te maken. De vanwege hun kleine bedrijven uitgekochte boeren konden ‘emigreren’ naar de nieuwe IJsselmeerpolders waar ze grotere lappen grond kregen toegewezen. Maar daar kwam ook een eind aan. Hun emigraties, met reclame door de ontvangende landen, waren meestal grote successen. Ze konden bedrijven stichten, veel groter dan in Nederland.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Tropenmensen die vanuit de weelderige tropennatuur “Volgens mij was de Europese bevolking in Indië vooral gehuisvest in de steden, weinig natuur. Het idee in Nieuw Guinea met die mensen landbouwbedrijven te gaan oprichten, heb ik altijd al vreemd gevonden. Een landbouwende Indo in Indië boerde niet, speelde wel de baas over tani’s. Natuurlijk kan je dan die administrateur in Nederland geen passend werk geven. “kreeg geen steun van zijn vroegere werkgever ” Had dan waarschijnlijk ook geen fatsoenlijke arbeidsovereenkomst mee gesloten, incl. pensioenvoorziening. Dom! Maar moeten we hem dan zielig vinden? Toch fijn dat hij als onderwijzer aan de slag kon? Ik heb ook wel rare baantjes gehad om aan mijn geld te komen. Was al tijdens de Japanse bezetting daarmee begonnen, als heler handelen in bij Unilever gestolen zeep, margarine e.d. Terwijl andere mannen en jongens waar we mee samen woonden zaten te wachten totdat baboe Soep samen met mijn moeder het eten had gekookt. Ik was dan kwaad op mijn moeder met als reactie: soedah, laat maar.

        • Arthur Olive zegt:

          Indische landbouwers in Nieuw Guinea waren daar al voor de oorlog, ik heb het hier over Manokwari.
          De meeste Indische “landbouwers” die na de oorlog kwamen wisten niets van landbouw af. Indische families zoals Kokelink, Gosewich, Wiedema enz. deden het goed en exporteerden naar Biak en Hollandia. In de latere jaren kwam er ook veeteelt.
          Op ons erf wat nogal groot was werd in 1950 een proefstation gemaakt voor kippen

        • Ron Geenen zegt:

          Hier in California heb ik met eigen ogen gezien dat Indische mensen op allerlei gebied god kunnen aanpakken. Dat was/is het resultaat van eigen initiatief zonder beperkende regeltjes en wetten.
          De “Free Enterprise” filosofie past goed bij de Indische mannen en vrouwen.

  6. Peter van den Broek van die andere generatie zegt:

    Klaarblijkelijk heeft dhr. Somers de introductiedagen voor eerstejaarsstudenten van de Erasmus Universiteit niet gevolgd anders had hij die opeenstapeling van onvolledige en foute informatie kunnen vermijden.

    Ik weet wel iets van informatie aan studenten af, want ik heb zelf meegewerkt aan het Wegwijzerproject, introductie van Eerstejaarsstudenten aan de Economische faculteit. Daarna was ik ook nog redacteur van het introductieboekje voor alle eerstejaarsstudenten van die Universiteit.

    Wellicht bestaan zo’n introductie boekje ook nu nog. Kan bijdragen tot verhelderend inzicht over het reilen en zeilen van die Universiteit, ook over haar geschiedenis.

    • Jan A.Somers zegt:

      Uit mijn introductieboekje: De toenemende complexiteit van de samenleving leidde in de jaren zestig van de twintigste eeuw tot de komst van de faculteiten Rechtsgeleerdheid en Sociale wetenschappen, in latere decennia gevolgd door Wijsbegeerte, Historische en Kunstwetenschappen en Bedrijfskunde. De groei van het aantal studenten maakte nieuwe huisvesting noodzakelijk. De NEH verhuisde in 1968 van de Pieter de Hoochweg in Rotterdam-West naar Kralingen, naar campus Woudestein. (ontworpen door de architecten Kees Elffers, A. van der Heijden en C. Hoogeveen.)

      • bokeller zegt:

        Pak Somers,
        “” Het idee in Nieuw Guinea met die mensen landbouwbedrijven te gaan oprichten, heb ik altijd al vreemd gevonden”””

        Jammer dat U niet veel weet van de kolonisatie in Nw. Guinea ( Manokwarie-
        Merauke ) en de tegenwerking van het Nederlands bestuur na de oorlog.
        Ik was daar en het gehele land moest van de grond af worden opgebouwd.
        siBo

        • bokeller zegt:

          ’De eerste naoorlogse Indo-Europese kolonisten scheepten zich op 24 decem-ber 1949, drie dagen voor de soevereiniteitsoverdracht, in voor Nieuw-Gui-nea.
          De grootste groep van 550 personen was met de volkomen overladen s.s. Waibalong op de dag voor de soevereiniteitsoverdracht uit Soerabaja weggevaren.
          Moeilijkheden met exportvergunning vanaf Java en de vrije val van rupiah (de opvolger van de Indische gulden) begin 1950, beroofden de meeste kolonisten van hun werktuigen en spaargeld.
          Er heerste op Nieuw-Guinea werkelijk aan alles gebrek, en iedere maand kwamen er kolonisten bij zodat er in maart 1950 al een kolonie was ontstaan van bijna 1400 personen.

          Tegelijkertijd werden er 1485 Nederlandse (meest Indo-Europese) militairen van het koloniale leger naar Nieuw-Guinea gestuurd, van wie honderden met gezinnen.
          Na Raymond Westerlings mislukte opstand in Bandoeng, werd Nieuw-Guinea bovendien nog opgescheept met 125 knil-soldaten die zich bij zijn actie hadden aangesloten en er voor straf naartoe waren gezonden.

          Er waren duizenden mensen in korte tijd geland, wat grote logistieke problemen gaf en de net aangetreden gouverneur S.L. van Waardenburg in februari 1950 ertoe bracht een immigratiestop af te kondigen

          .Onder die 1400 kolonisten bevonden zich ook enige honderden Indo-Europese jongens van rond de twintig jaar, die waren aangeworven voor de Dienst Economische en Technische Aangelegenheden (deta).
          Voor een mini-maal daggeld moesten zij het zware ontginningswerk doen.
          Velen van hen hadden niet kunnen aantonen dat zij voor de wet Nederlander waren. Vaak waren hun papieren, als ze die al hadden, door de oorlogsomstandigheden weggeraakt.

          Weliswaar hadden ze Nederlandstalig lager onderwijs genoten, maar hun geringe sociale afkomst en het ongeregelde leven dat zij in oor-logstijd hadden moeten leiden, gaf hun het odium van ruig en onaangepast.
          Velen hadden als militair gevochten of onderdeel uitgemaakt van knokploegen tegen de Indonesische pemuda’s, waardoor hun leven gevaar liep.

          Aan deze jongens werd door de Nederlandse vertegenwoordiging in Jakarta een toekomst op Nieuw-Guinea voorgespiegeld alsmede het recht om hun familie – die in Indonesië ook steeds meer in het nauw kwam – uit Indonesië te laten overkomen.

          Al gauw dreigde dit in een explosieve situatie te culmineren.
          De omstandigheden waaronder deze jongens leefden, baarden ook de Nieuw-Guinea-propagandist Feuilletau de Bruyn grote zorgen:
          De ontevredenheid van dit randproletariaat begint bedenkelijke vormen aan te nemen en het is dringend nodig dat snel en met krachtige hand sociale verbeteringen tot stand worden gebracht, vooral omdat deze Deta-jongens vrij nauw contact hebben met het randproletariaat van Papoea’s

          Het moet gezegd worden dat Feuilletau de Bruyn het niet bij woorden liet.
          Hij startte in de loop van 1950 een inzamelingsactie onder de noemer van de Centrale Transmigratie Stichting Nederlands Nieuw-Guinea.
          Hij bracht ook een klein blaadje uit, dat de weidse titel Bondsorgaan van de Nieuw-Guinea Nederlandse Vrouwenbond, Groter Nederland Actie en Nationaal Réveil .

          Zie over Deta-jongens ook Hans Meijer, ‘Door Ellende tot Armoe’.
          Zie ook Drooglever et al., nib 50-63, 1972: na [Nationaal Archief], archief Minkol., dossierarchief ministerie van Koloniën en opvolgers 1945-1, 11861 Brief J.P.K van Eechoud aan Minister J.H. van Maarseveen, van 27 januari 1951, 11.43. W.K.H. Feuilletau de Bruyn geciteerd in: Van den Berg

          https://www.researchgate.net/publication/254813287_Nederlands_Nieuw-Guinea_en_de_late_empire_builders [accessed Jul 12 2018].
          siBo

        • Jan A.Somers zegt:

          “dat U niet veel weet” Klopt. Mijn vooroorlogse ervaring met Indische boeren waren de planters die op hun paard toezicht hielden over de tani’s. Tijdens de oorlog hebben de Japanners ook geprobeerd landbouwkolonies voor Indo’s te stichten,. tevergeefs natuurlijk. Tijdens de oorlog, na mijn Kenpeitai logeerpartij, werd ik te werk gesteld op een Nederlandse melkerij. (Indo)Europeanen: mijn baas, die er bijna nooit was, werkte ook elders, zijn vrouw, die alleen assisteerde bij bevallingen, en ik, die bezig was met de boterproductie en bezorging in de stad. Al het andere werk, melken, wassen, voeren, schrobben e.d.) werd door de Inlanders verricht, onder hun eigen mandoer.
          “het ongeregelde leven dat zij in oor-logstijd hadden moeten leiden” In een boek, dat ik even niet kan vinden lees je over de Indische jongelui tijdens de bezetting, die niets te doen hadden. Alleen als ongeremde pubers stoute spelletjes doen. Ik snap niet waar ze van leefden, ik moest hard werken voor de kost.

  7. bokeller zegt:

    Ja in die tijd was ik (schande) ook aan het roven geslagen,
    voor stoute spelletjes hadden ik/ wij geen fut meer.
    sibo

    • Jan A.Somers zegt:

      “In een boek, dat ik even niet kan vinden” Gevonden: Cornets de Groot, Tropische jaren. ISBN 90 6801 062 x. Wat hadden die buitenkampertjes het eigenlijk goed, als je het zo leest.

  8. Henk zegt:

    Maart 1942.Ik was toe 16 jaar. Ben nu 92. Denk nog vaak aan de jaren 1942-1950. Hoe we daar in Bandoeng leefden. Moeder overleden, vader in een Japans interneringskamp, broer in een krijgsgevangenkamp, zusters woonden in Malang (Oost Java). Kreeg een slaapplaats bij goede kennissen, ging voor een Chinese bakker brood verkopen om aan centjes te komen. Tot ik zelf me moest melden om naar een kamp te worden overgebracht.Wat een tijd! Maar een mens kan veel verdragen!

  9. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het Indo-Europees Verbond IEV had vòòr de oorlog op Java en Sumatra al geëxperimenteerd met Landbouwcooperaties voor Indo’s maar met weinig succes. Dat is natuurlijk niet te wijten aan de Indo’s want ik ken ook Indo’s die goed boeren.

    “Je kan wel willen, je inspannen, dan lukt het ook” klinkt als een boerenwijsheid maar de sociale realiteit functioneert toch anders.
    Als je vader in Indie/ Indonesië een hoge positie had, als je als het ware met de gouden lepel geboren was, dan moet je niet verbaasd zijn, dat de toekomst in Nederland van een lijen dakje gaat. Dat is niet het verhaal van de Indo.

    Het verhaal van de Indo’s, van de repatriëring en wat daarmee samenhangt is wel het verhaal van de “kleine Boeng”, want al die verhalen gaat toch over Hem/Haar.
    Het zijn de Jan Boons, de Marion Bloems , de Alfred Birney’s etc die vorm en inhoud hebben gegeven en steeds geven aan het Indo-zijn.

    Het is niet het verhaal van wie voor een dubbeltje geboren is, maar het gaat over sociale mobiliteit, wat in het oude Indie met haar rangen en standen in een koloniale maatschappij was dat zeker niet mogelijk.

    • Loekie zegt:

      Marion Bloem geeft vorm en inhoud…? Oh, vandaar…
      Maar goed, zoals ze zei: ze draagt het Indische verdriet in zich.

    • Jan A.Somers zegt:

      ” verhaal van wie voor een dubbeltje geboren is,: Mijn vader was ook maar een bakkerszoon, die ’s avonds en ’s zaterdags nog met de bakkerskar op stap moest en in de vakanties van de zeevaartschool zijn vakantiegeld zelf bij elkaar moest schrapen. En als gezaghebber GM de Chinese kok leerde bolussen te draaien. Als andere traktatie bij de ontvangsten tijdens de inspectiereizen.

  10. bokeller zegt:

    Voorbeeld ;Eén woudreus ,zie de omvang van deze liggende boom en daarna
    nog in kleinere stukken hakken en verslepen.
    Waar de natuur en klimaat voor velen van ons heel hard terug slaat, en
    ga daar maar ‘ns tegenaan staan.
    siBo

    • bokeller zegt:

      Boeroeng 14 december 2014

      zie indisch4ever
      14 dec.2014

      Maar toen men eenmaal terug wilde keren naar Manokwari om hun bestaan aldaar weer op te bouwen werd men op allerlei manieren tegengewerkt.
      Een oom van mijn moeder heeft zulks verwoord in volgende brief.

      Afschrift.
      Aan de Kolonisatie Commissie Manokwari, 8 juli 1947
      v/h Departement van Sociale Zaken
      M a n o k w a r i.

      WelEd.Gestrenge Heeren,
      Beleefd verzoekt ondergeteekende, J. Zeelt, mede namens den Heer M.C. Kokkelink,
      beiden kolonisten der S.I.K.N.G. (Stichting Immigratie en Kolonisatie Nieuw Guinea), thans
      nog onder de wapenen zijnde resp. als Serg.maj.adm. 1e Bat. Hulptroepen en Adj.O.O. Nefis te
      Manokwari, Uwe commissie wel haar aandacht te willen schenken met het ondervolgende.

      De kolonisatie der S.I.K.N.G. bestond voor het uitbreken van den oorlog uit circa 60 perceelen
      welke waren gelegen in de omstreken van Manokwari. Het zielenaantal bedroeg 214. De meeste mannelijke kolonisten werden met spoed onder de wapenen geroepen, waaraan een ieder onmiddellijk gevolg gaf.
      Op 9 December 1941 vormden wij 4 brigades inf., ingedeeld bij het Oorlogsdetachement Manokwari onder commando van wijlen Kapt.J.H. Willems Geerooms. Het verdere verloop van den oorlog zal ik stilzwijgend voorbijgaan, aannemende dat e.e.a. bekend genoeg zal zijn. Slechts wil ik memoreeren, dat thans blijkt, dat van de 214 zielen welke de kolonie voor het uitbreken van de oorlog telde, thans nog in leven zijn 13 mannen, 10 vrouwen en 27 kinderen, totaal uitmakende 50 zielen.
      164 menschen zijn gesneuveld, vermoord of hebben door ontberingen, uithongering en uitputting het leven gelaten. (vide bijgaande lijsten)

      Toen ik in Mei 1946 met een kort verlof te Manokwari vertoefde nam ik de gelegenheid te baat om te zien, wat er van onze perceelen, huizen en andere bezittingen was overgebleven. Ik constateerde, dat er op 2 na, alle huizen waren verdwenen, alle perceelen door de Jap waren geoccupeerd en van onze overige bezittingen geen spoor meer te bekennen was. De Meeste perceelen waren deerlijk gehavend, vele vruchtdragende vruchtboomen omgekapt, zoomede ander overjarig gewas zoals klapper en kapok. Vele perceelen waren echter door de Jap beplant met cassave, bataten en diverse groenten, terwijl ook een voldoend aantal Jap hutten en loodsen aanwezig waren om er later onze woningen van op te bouwen. Materialen, die de Jap had achtergelaten werden in eenige goedangs te Manokwari opgeslagen.
      Van de toenmalige hoofden van militair en civiel gezag, resp. de wd.Kapt. Smalink en de Controleur BB, Dr.Noordlander, kreeg ik schriftelijk vergunning om uit de Jap. voorraden eenig materiaal te verzamelen ten behoeve van de nog in leven zijnde kolonisten der S.I.K.N.G. Deze materialen, vermeld op een lijst bekrachtigd door de handteekeningen van bovengenoemde autoriteiten, waarvan een afschrift hierbij wordt overgelegd, werden in bewaring gegeven aan den Heer v.d.Knaap, voormalig Adm.Rubber Ondern.”Ransiki”, die mij zulks aanbood en welke vriendelijkheid dankbaar door mij werd aanvaard.
      Op het landbouwperceel van den kolonist R.Jacquard hadden de Japs een 3kw dieselmotor, gekoppeld aan een dynamo en zuig-en perspomp gemonteerd, welke installatie alle perceelen op het Mangoapi-plateau van licht en water voorzag. Mijn verzoek om deze installatie te laten staan en later te mogen aanwenden ten behoeve van de kolonisten perceelen te Mangoapi, werd door de Heeren Smalink en Noordlander toegestaan. Deze installatie is dan ook na het vertrek van de Jap blijven staan in Mangoapi.

      Eind Mei 1946 was mijn verlof om en moest ik naar Hollandia terug. Ik was verheugd dit alles voor de kameraden te hebben kunnen bereiken en was er van verzekerd dat wij na de demobilisatie dadelijk weer met nieuwen moed aan den slag zouden kunnen gaan. Ik berichtte zulks aan de nog in leven zijnde S.I.K.N.G. kolonisten. Ook vroeg ik groot verlof aan, doch mijn verzoek daartoe werd van de hand gewezen. De te Hollandia zijnde S.I.K.N.G. kolonisten o.a. Th.Beynon, Mevr.Maas, Mevr.Ang deden het verzoek bij den Resident om naar Manokwari te mogen terug gaan, doch werd hun daartoe niet de gelegenheid gegeven.

      In December 1946 werd ik naar Manokwari overgeplaatst. Spoedig had ik de gelegenheid met den A.R. den Heer Visser die Hr. Noordlander intusschen had vervangen, van gedachten te wisselen over kolonisatie aangelegenheden. Tijdens dat onderhoud verzocht ik de eenige maanden geleden verzamelde goederen uit de woning waar zij opgeslagen waren te mogen weghalen, aangezien ik thans zelf voor de bewaring kon zorgdragen. Tot mijn grootste verbazing kreeg ik ten antwoord, dat daarvan niets kon komen, aangezien hij, de A.R., weigerde daarvoor toestemming te verleenen. Op mijn weerlegging, dat de inzameling der materialen t/b van der nog in leven zijnde S.I.K.N.G. kolonisten toch was geschied met volledige schriftelijke toestemming en goedkeuring der Heeren Smalink en Noordlander en onder toezicht der militairen (peleton stoottroepen) en dat zij uiteraard niet meer voorkomen in de later opgemaakte inventarislijsten, antwoorde de Hr. Visser, dat hij niets te maken had met gedane toezeggingen van zijn voorganger en niet van zins was de goederen aan mij af te geven. Het stond mij vrij mij hoogerop te wenden. Aangezien het geen zin had om, gezien de vreemde opvatting van den A.R., verder op deze kwestie in te gaan, zeidde ik, dat ik zeer zeker t.g.t. mij hoogerop zou wenden.
      Van de verzamelde materialen waren echter, zooals later bleek, verscheidene reeds uitgegeven, volgens zeggen door den Heer v.d. Knaap, die intusschen met verlof naar Holland was vertrokken, aan menschen die daar niets mee te maken hadden en voor wie de goederen niet bestemd waren.

      In de afgeloopen maanden hebben de Adj.Kokkelink en ik tot onze grootste verbazing, ergenis en verontwaardiging geconstateerd dat de perceelen en bezittingen der nog in leven zijnde S.I.K.N.G. kolonisten niet in het minst werden gerespecteerd, laat staan beschermd. Ter illustratie dient het volgende :

      1. Van de meergenoemde Jap. installatie te Mangoapi was de motorkop weggehaald en aangewend voor herstelling van een lichtmotor in het militaire kampement te Manokwari.

      2. Een ijzerhouten woning, toebehoord hebbende aan den door de Jap vermoorde kolonist G.Th.Steiginga te Fanindi werd zonder ons ermede in kennis te stellen, tot den grond toe afgebroken en het houtwerk gebezigd voor woningbouw elders. (Wijlen Steiginga heeft een zoon, thans te Tjimahi en is de oom van Adj.Kokkelink)
      De circa 300m. lange harmonicagaas omheining werd afgebroken, vermoedelijk door het boschwezen.
      Op een ander perceel van genoemde kolonist Steiginga eveneens te Fanindi hadden de Japs een woning gebouwd. Dit huis werd op last van de Nica (BB) verfraaid door de Jap en toen ter beschikking gesteld aan den Gouv.Arts Dr.Soedarsono. Na diens vertrek werd de woning betrokken door den Bosch-Architect, den Heer van Tielmet toestemming van het B.B. Dit alles geschiedde weer zonder ons er in te kennen. Wij hebben er tegen geprotesteerd bij het H.P.B. doch tot nog toe zonder resultaat.

      3. Over het vruchtgebruik der tuinen ontfermde zich naast de Papoea’s ook het B.B. en de L.V.D.
      Bij truckladingen werden cassave en andere voedselgewassen, pisang, djeroeks en andere vruchten uit de tuinen gehaald en aan den man gebracht, met totale negatie van ons beiden. Nimmer werd ons eenige mededeeling daarover gedaan laat staan een verzoek daartoe. Nimmer gewerd ons eenige financieele afrekening. Vele vruchtboomen werden beschadigd doordat men gemakshalve heele takken afhakte teneinde het plukken te vergemakkelijken. Toch werd door mij tot twee malen toe het B.B. een schetskaart overhandigd waarop alle S.I.K.N.G. perceelen waren opgenomen onder vermelding van de namen der bezitters, benevens een volledige naamlijst der nog in leven zijnde kolonisten en van hen die tijdens de oorlogsjaren om het leven zijn gekomen.
      Ook de L.V.D., de Hr.Simmerlinck werd door mij terzake ingelicht. Het is begrijpelijk, dat Papoea’s zich schuldig maken aan schending en roof van onbeschermde perceelen, doch het verwonderd en grieft ons ten zeerste, dat wetkennende gezagsdragers zulks tolereeren en zelfs daar de hand in hebben.

      4. Een paar maanden geleden werden op het Mangoapi plateau door den Landb.Consulent den Hr.Brantjes en den L.V.D. ambtenaar den Hr.Simmerlinck opmetingen gedaan, voornamelijk op de perceelen van de kolonisten Jacquard, Herklots en Kraaijenoord, ten behoeve van eventueele terreinuitgifte aan de in November 1946 aangekomen nieuwe kolonisten. Ook in dit geval werd ik volkomen genegeerd.
      Niettemin bracht ik het H.P.B., de Heer Verkerke, en den L.V.D. ambtenaar, de Hr.Simmerlinck beleefd in herinnering, dat er in Mangoapi verscheidene S.I.K.N.G. kolonisten perceelen gelegen waren, waarvan de eigenaren nog in leven zijn, zoodat bij eventueele gronduitgifte daarmede rekening gehouden dient te worden. Ook de nieuwe kolonisten stelde ik hiermede in kennis.
      Desniettegenstaande ontvingen deze nieuwkomers op den 24sten Mei jl, een schriftelijke aanzegging van den Hr. Simmerlinck, dat zij op de aangewezen terreinen te Mangoapi huizen konden gaan bouwen en bijbehoorend erf in orde maken (vide bijgaand afschrift van deze aanzegging). Ook hiervan, het wordt eentonig, werd ik onkundig gelaten. Aangezien onze terreinen hiermede gemoeid zijn, meenen wij ons deze poging tot onwettige occupatie niet zoo maar te moeten laten welgevallen doch daartegen krachtig protest te moeten aanteekenen.

      5. In November 1945 zetten voet aan wal te Manokwari een detachement Papoea Hulptroepen mitsgaders de Nica. Van de Jappen werden onmiddelijk alle aanwezige vee, zooals koeien, paarden, varkens en kippen in beslag genomen. De Nica verkreeg de beschikking over een twintigtal varkens en een hoeveelheid kippen. Deze dieren werden in bruikleen gegeven aan de toenmalige civiele bevolking, hoofdzakelijk bestaande uit Papoea’s en eenige Amboneesche kantoorpersoneel. Het leger behield het vee en begon een fokkerij. Daarvoor was nodig kippengaas, harmonicagaas en een groot aantal zinken bladen. Al dat materiaal werd eveneens van de perceelen weggehaald.
      Bij het uitbreken van den oorlog telde de veestapel der S.I.K.N.G. kolonisten ongeveer 200 koeien, 180 varkens (Duitsche landvarkens) 150 geiten en schapen en circa 3000 kippen, meest basterds leghorns en R.I.Reds. De in beslag genomne dieren bestaan hoofdzakelijk uit bovengenoemde diersoorten, zoodat de herkomst hiervan niet nader behoft uiteengezet te worden. De situatie is thans zoo, dat nu de demobilisatie voor de deur staat, dus ook de terugkomst der nog in leven zijnde S.I.K.N.G. kolonisten (3 onzer zijn reeds hier), de vroegere eigenaren van het vee niet de beschikking kunnen hebben over maar 1 beest, terwijl buitenstaanders er vroolijk mooi weer mee spelen. Zoo is het ook gesteld met ons materiaal, kippen- en harmonicagaas. Overal op de perceelen van de nog niet teruggekomen kolonisten worden thans de Jap hutten afgebroken door V. & W. op last van het H.P.B., voorzoover de hutten niet geoccupeerd worden door Papoea’s. Als straks de jongens terugkomen vinden zij zelfs geen Jap hut op hun perceel om voorloopig er hun tenten in op te slaan.
      Het spreekwoord “wie het eerst komt, het eerst maalt” wordt hier wel bewaarheid, doch op een voor ons eenigzins grievende wijze.
      Wij kregen geen kans om te profiteren van de “Oorlogsbuit” (niet weer afnemen van de Japs van hetgeen deze ons hadden ontstolen).
      Wij moesten Vorstin en Vaderland dienen ver van onze haardsteden.
      Wij hebben het gedaan en doen het nog, omdat het onze plicht is, maar de wetenschap, dat voor de schamele resten onzer bezittingen niet in het minst wordt zorggedragen, integendeel, dat men nog steeds bezig is met roof en afbraak, doet het volharden in die plicht uitermate zwaar vallen en het gemoed bitter stemmen, want op welke wijze moeten wij straks op nieuw beginnen, nu de aanschaf van materiaal en vee schier mogelijk is voor particulieren.
      Van gezagsmedewerking valt weinig te bespeuren, dat hebben wij thans ondervonden, integendeel, het woord tegenwerking is hier meer op zijn plaats. Men schijnt al het mogelijke te willen doen om ons het weder opbouwen van onze farms onmogelijk te maken. Men handelt bij ons, over ons doch zonder ons!

      Men schijnt ons liever te zien gaan dan komen, waarom ? Is het omdat wij blijven aan ons doel de S.I.K.N.G. kolonisatie weer op te bouwen te Manokwari ?Is het omdat Manokwari coûte que coûte klein moet blijven, doch Hollandia een wereldstad ? Waarom worden ons al deze moeilijkheden en plagerijen en den weg gelegd ?
      Moeilijkheden die er niet zijn, plagerijen die geprovoceerd worden.
      Waarom zijn wij in het oog van het BB zoo ongewenscht ?
      Zie Mijne Heeren, dit zijn vragen die wij niet kunnen beantwoorden. Wel weten wij, dat de bejegening die wij, S.I.K.N.G. kolonisten thans ondergaan, onrechtvaardig is, dat wij zulks niet verdiend hebben en dat stemt ons bitter.
      Wij weten, dat wij tot het einde toe onzen plicht hebben gedaan. Aan de 4 brigades landstorm en militie (kolonisten) is het te danken dat het “Rood Wit en Blauw” tot het einde toe heeft blijven wapperen in de Vogelkop, zoodat Ned.Nieuw Guinea door de Jap nimmer geheel veroverd is geworden. Het heeft Hare Majesteit de Koningin behaagd ons hiervoor te onderscheiden en ook het Legerbestuur is hierin niet achtergebleven. Groot zijn de offers die wij hebben moeten brengen. 75% van ons hebben het leven gelaten in den straijd, liggen in eenzame graven in het oerwoud. Onze familieleden zijn omgekomen, deels vermoord, deels gestorven door ontberingen, verhongering en uitputting. Wij hebben dit alles gelaten gedragen, sterkte puttende uit de gedachte en daarop vertrouwende, dat onze plichtsbetrachting wel gewaardeerd zou worden.
      En thans dit ?

      Mijne Heeren

      • Ron Geenen zegt:

        Een schoolvoorbeeld hoe ambtenaren hun eigen wetten en regels gewoon normaal overtreden en diefstal plegen. Gewoon criminelen aan het werk. Is er later verhaal gehaald en zijn de mensen gecompenseerd? En de dieven, zijn die later berecht?

      • Arthur Olive zegt:

        Deze brief moet, met Engelse vertaling, een aparte plaats krijgen in Bronbeek naast het “Rood Wit en Blauw” die tot het einde toe bleef wapperen in de Vogelkop.
        Zodoende kunnen Japanse toeristen zien hoe Nederland haar helden beloond.
        Vraag me af of sergeant Kokkelink en zijn groep hun salarissen hebben gekregen met terugwerkende kracht voor al die jaren in de jungle.

        • bokeller zegt:

          Tsja,zo kan je het ook bezien en ik proef
          uit enkele regels een antipathie over de Indo.

          a. Vechtpartijen, opeen klein” kleefoppervlak ”
          diverse jonge mannen waarvan (marine) goed
          gevoed/gekleed en een eenheid plus ontspanning
          de bijv.Detajongens voor de voeten loopt.

          b. Huisvesting, zeer schandelijk . Een kamponghuis
          in Nederlands-Indië zag er beter uit.
          O ja ,ook zelf gebouwd

          cContacten’ Eens in de maand komt de Kustvaarder aan
          ,met een minimaal aan leefgoederen of rookgerei.

          d. Scholing. Eén- twee netjes in de maat anders wordt …

          e, Koppelverkoop . bijv. een fietsband dien je ook een
          haarkam oid erbij te kopen.
          Ik was daar en nog wel in een gunstiger positie,maar
          wij hadden wel honger zo goed was onze verzorging daar.
          siBo

        • Ron Geenen zegt:

          Heb al een paar DETA boys gesproken. In wezen werden deze jongens nog minder behandeld dan een straathond. Ze kregen 1,75 per dag en een heleboel loze beloften van de Nederlandse ambtenarij. Zelf een marineman, die daar ook zat en goed werd gevoed, vond het schandalig hoe deze Indo’s werden behandeld. Tegenover die 1,75 per dag stond de prijs van een hamer voor 60 gulden. Marineman Rudy Goutier werkte namelijk bij het magazijn. Er moet eigenlijk ook maar eens een onderzoek worden gedaan naar het gedrag en de mentaliteit van de Nederlandse ambtenaren in die periode in NNG. Er zijn beslist een paar goed rijk geworden en ten koste van!

        • RLMertens zegt:

          @#Loekie; ‘O breng mij terug naar mijn Nw.Guinee etc.’- Op de wijs van Sari Marijs; ‘daar waar mijn toekomst wacht etc.’ was het lijflied van de vereniging NEVING, Amsterdam 1952/3= Nederlands Eerste Volksplanting in Nieuw Guinea. Alle fuiven( met leuke meisjes) werden gehouden in hotel de Kroon, Rembrandts plein. Ik was 16 jr. en voor mij gratis entree, want ik moest de leden contributie ad. f10,- pjr. ophalen. Veelal; ‘niet thuis’.
          De Indo voorzitter woonde in een villa(!) op de Apollo laan recht tegen over de Sociale Verzekeringsbank. Het volkslied moest altijd staande worden gezongen. Daarna enig informaties over ‘de pioniers op Nw.Guinea’. Er was een boek; KC.Snijtheuvel, drager van het Bronzen Kruis (Knil) Indisch Nederlanders 1950; Harde feiten. Met tekeningen van Rudy van Giffen. Met op de voorplaat; een pionier met Gadjah merah hoed op, in de ene hand; een geweer en in de andere een hakbijl. En als achtergrond; de kaart van Nw.Guinea. Hoofdstuk 1; Plan 100.000 Indische Nederlanders in Manokwari! nav de. volkomen ongemotiveerde eis van Soekarno om inlijving(!). In de jaren na 1962 vroeg ik aan de uit Nw.Guinea gerepatrieerden(!) over de Neving; ‘nooit van gehoord’.

  11. bokeller zegt:

    De gehele bemanning inclusief de kapitein
    van de kustvaarder ” ss Karossa” kreeg in
    Merauke een duchtig PAKSLAAG van ons.
    Tsja er verdwenen teveel goederen van boord.
    siBo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.