Onderzoek naar Bung Tomo


Afgelopen voorjaar vertrok ze voor zeven weken naar Java, met een van de beurzen van het LUF Internationaal StudieFonds (LISF), om voor haar masterscriptie onderzoek te doen naar de Indonesische verzetsleider Sutomo (1920-1981). Deze maand won ze de LISF-prijs voor het beste verslag.
Ze sprak onder meer met Sutomo’s zoon en doorzocht een archief in Surabaya met getuigenissen van veteranen.   mareonline.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

22 reacties op Onderzoek naar Bung Tomo

  1. Wal Suparmo zegt:

    Alhoewel mennige van ons op dat ogenblik pas in en om de 10 jaar oud waren, herrinineren wij duidelijk en met schrik de opruiende radio uitzendingen van Radio Pembrontakan in Surabaya aande jalan MAWAR tijdens de bersiap tijd. Het was de stem van de ongeveer 23 jarige BUNG TOMO alias SUTOMO.. die de pemuda’s ging ophitsen om te vechten tegen de NICA,Engelsen en Gurkha toepen die in Surabaya geland waren tegen de einde van de Tweede Wereld oorlog in 1945 .Het verschil tussen b.v. Tokyo Rose is dat deze het moraal van de vijandelijk troepan tracht te ondermijnen terwijl Bung Tomo het volk en zijn pembrontaks ( verzetters,opstandelingen), hun moraal zo hoog mogelijk te houden. Elke avond om 18.30 begon hij tespreken door de radio en werd in heel Oost en Midden Java, dat gerealaid is door de RADIO Republik Indoneia,gehoort met openings instumenalem lied SUBMARINE..
    De TNI was er nog niet en het zijn de PEMOEDA’S of AREK SUROBOYO die tegen de geweldige winnende Engelsm leger vochten die binnen 2 maanden 2 generaals Malaby en Symonds en 3000 soldaten hadden verloren Dat nooit is gebeurt.Maar ook ogeveer 200 Hollanders enn Indo families het leven hadden verloren en soms door de bamboe roentjing vav de pemoeda’s.

    De Radio Pembrontakan in Surabaya is alleen maar 100 watt sterk maar de uitzending werden gerelayed daar Radio Malang, Kediri,Madiun,Semarang , Solo en nog vele andere radio stations in het Westelijke en Oostelijke gedeelte van Java.. Of het in Bandung en Jakarta hoorbaar is, ben ik niet zo xeker van.
    Bung Tomo is een demagoog en kan zonder text bijna twee uuren non stop praten en wil Ir Sukarno graag nadoen maar hij heeft daar de capaciteiten wel voor als spreker, maar met zijn beperkte HIS opleiding heeft hij de kennis niet in vergelijking met Ir Sukarno met zijn HBS basis opleiding die behalve het Hollands en Engels beheerst, plus in minder mate ook Frans en Duits.

    Bung Tomo is geen militaire en zijn militaire opleiding is beperkt tot dat die van SEINENDAN, dat is een zoort semie militaire opleiding van een paar weken voor de jeugd (jongelingen) met houten geweren( “ju “) in vervanging van een echte geweer maar omdat hij de commandant is van de pemuda’s en pembrontaks , zag hij er erg vervaarlijk uit.
    Met zijn lang haar, Don Quichotte snor en bievakmuts , rijbroek en rijlaarsen plus een vickers pistol aan zijn heup. Later heeft hij mij zelf verteld dat hij eigenlijk nooit iemand heeft doodgeschoten Zijn militaire titel is dan echter ook TITULAIR..
    Bung Tomo werkte tijdens de Japanse tijd, als free lance journalist bij de DOMEI, dat is de Japanse propaganda en pers bureau en zo doende kwam hij tijdens de bersiap tijd bij de Radio Pembrontakan in Surabaya. Hij woonde in Surabaya, als ik mij niet vergist ergens in kampung Tembok en zijn vader was wasman of penantu waar toen alles met de hand gedaan moest worden en in zijn vaders’s tuin werden de sprijen. kleren en kussen slopen enz, gehangen aan de kawat om te drogen..

    Bung Tomo is voor de Indonesische revolutie een heel belanrijke persoon des temeer omdat er niet meer dan 3 BUNG’S( eerbiedbare broer) in de gehele Republiek Indonesia bestaat en dat is BUNG KARNO, BUNG HATTA( mede proclamateur en vice president),en BUNG TOMO zelf,want zelf de zeer begaafde Minister van Buitenlandse Zaken (met Hollandse opleiding net als Hatta) , werd vaak niet Bung Sjahrir genoemt maar gewoon Sutan Sjahrir.

    Voordat Bung Tomo met zijn pidato(speeches) voor de radio begon, werd een openings en daarna een sluitings lied gedraaid (die tot nu toe vooral voor ex Surabayanen die op dat tijdstip in de stad hebben gewoont, afschrikbare herrineringen opwekten) en wordt eens in het jaar op 10 November( Helden dag) door de radio en TV uitgezonden terherdenking aan de grote aanval van de Geallieerde troepen op Surabaya en de pemuda’s nadat ze geen gehoor hebben gegeven aan de ultimatum van Brigadier Generaal Manserk na de dood van Brigadier Generaal Mallaby.

    Maar voordien heb ik de ophitserij van Bung Tomo al eerder meegemaakt dwz dat ik met eigen ogen het ORANJE HOTEL incident had gezien en dat was toen ik met mijn ouders , broer en zuster, terug kwamen van de Wonokromo dieren tuin ,was de electrische trem voor Hotel Oranje gedwongen om testoppen en niet door kon rijden, wegens de menigte opstraat. Daar zag ik een paar pemuda’s op het dak van Hotel Oranje, het blaauwe gedeelte van de vlag afscheuren zo dat er alleen maar de MERAH PUTIH( ROOD WIT) wappert. En ook had het, het leven van een Hollander gekost.

    Ik heb nooit gedacht dat ik Bung Tomo ooit in levende lijfe zal zien maar het was toch gebeurd want in 1954 woonden wij in een huis aan de Jl.Gondangdia Lama no.:1 in Jakarta, dwz Bung Tomo voor in het hoofdgebouw en ik was in de kost, achter in de bij gebouwen. Daar heb ik opgemerkt dat hij een heel synpatiek persoon was en een kleine man van ongeveer 1,65 cm hoog.
    Tijdens die periode had Jakarta last van de waterleiding en bij ons stroomde het alleen maar van af 3 tot 5 uur in de ochtend en dan moesten wij alle bakken en emers vol vullen met water voor gebruik van de hele dag. Maar het water echter stroomde alleen maar tot de bijgebouwen en berijkte het hoofdgebouw niet. Dan zie je Bung Tomo uit het hoofdgebouw met emmers aan zijn linker en rechter hand uit het hoofdgebouw , naar ons toekomen, en schreeuwde in typisch Surabayajaans:: “ Tjak,njaluk banjune,tjak “
    ( jongen geef mij wat water).
    Op dat ogenblik, alhoewel verschil van leeftijd van meer dan 15 jaren, zat ik met hem opde EXTENSION COURSE van de Universieit van Indonesie in Jakaeta..

    Bung Tomo heeft niet veel van de Indonesische regering gekregen en ook niet veel kunnen genieten want hij had relatief niet lang geleefd om dat hij in 1970 op zijn haji pilgrims tocht in Mecca (op eigen kosten) was overleden.

    • Robert zegt:

      Ook vele onschuldige slachtoffers van zijn brontak blafferijen en gekrijs hebben niet lang geleefd en hebben niets ontvangen van de Indonesische en/of Nederlandse regering.Vele onschuldige mensen werden lafhartig gemarteld en vermoord alleen om hun ethnicity en afkomst. dankzij Bung Tomo who now must be rotting in Hell!.

  2. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Opmerkelijk is dat in bovenstaand verhaalde naam van Ketut Tantri of Muriel Pearson ontbreekt. Zij deed toch ook mee aan het OPHITSEN, een welbekend label verbonden aan Bung Tomo. Is dit een vorm van omgekeerd discriminatie?

    Volledig onvermeld is ook in het verhaal van Marjolein van Pagee de rol van Bung Tomo in de Simpang Club.
    Groepen georganiseerde Pemuda’s sleepten Indo-Europeanen en ook Indonesiers , die verdacht werden van collaboratie met de Nederlanders naar de Simpang Club. Bung Tomo geeft zelf aan dat hij tegen zijn wil door andere Pemuda’s naar de Simpang Club gebracht werd, maar dat lijkt mij voor een man van het postuur van Bung Tomo niet geloofwaardig. De slachtoffers kwamen voor een soort Volkstribunaal waarvan Bung Tomo de opperrechter en beul in één persoon zou zijn . De overlevenden van die moordpartij werden daarna afgevoerd naar de Kaliosok (Werfstraatgevangenis) en Bubutan gevangenis.

    Van de politieke groepering rondom Bung Tomo in de tijd van de Simpang Club zijn archieven bewaard gebleven. Die Indonesische historici zouden daar toch in het kader van dat befaamde onderzoek toch enig speurwerk kunnen verrichten om niet alleen autonoom maar ook prominent te zijn.

    Bij Nederlandse instantie in de Bersiaptijd is er gediscussieerd om Bung Tomo gerechtelijk te vervolgen maar dat is om één of andere duistere redenen nooit gevolg aan gegeven.

    Seponeren was schering en inslag.

    • Jan A. Somers zegt:

      De overlevenden van die moordpartij werden daarna afgevoerd naar de Kaliosok (Werfstraatgevangenis). ” In mijn geval was Boeboetan al vol met Japanners. Er waren overigens veel overlevenden. Naar schatting zijn in de Simpangclub ca. tussen de vijftig en tweehonderd doden gevallen. Een aantal is mogelijk in de Kali Mas gegooid, die stroomde achter Simpang. Vandaar dat het juiste aantal niet bekend is. Ik heb in de Simpangclub weinig organisatie opgemerkt. Terwijl het toch het hoofdkwartier van de PRI was.

  3. bokeller zegt:

    Het gebrul van deze man is elke tien (10)minuten
    in het museum Bronbeek luidt en duidelijk te horen.
    Tsja en zoals gebruikelijk zonder enige toelichting
    en vertaling.
    siBo

  4. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Wat mij verder opvalt in het verhaal “Onderzoek naar Bung Tom”o is dat de onderzoekster niks vertelt over haar geruchtmakend interview met de pemuda Hario Kecik, één van de generatie 1945 , die OOK een prominente rol vervulde in de slag in Soerabaja (zie zijn boek Student Soldiers. A memoir of the battle …)
    Hario Kecik vertelt weliswaar anekdotes over Bung Tomo in Surabaya , maar weet behendig concrete vragen over Tomo’s rol in de Simpang Club te vermijden, duidelijk een gemiste kans van de onderzoekers. Wel vertelt Kecik in zijn boek, dat van Pagee wellicht niet heeft gelezen, dat de befaamde foto van Bung Tomo, die ook haar verslag siert, onder de parasol, nooit opgenomen was in Soerabaya maar 2 jaar later in een hotel in Malang, onduidelijk is op de foto te zien de reclameslogan op de parasol, een soort fake foto dus maar dis wel goed voor propaganda doeleinden, eigenlijk een soort Marketing of History

    Zij vermeldt ook niet dat Bung Tomo zich in zijn Soerabaaise periode afgescheiden had van de PRI en een eigen clubje vormde dat juist huis hield in de Simpang club. Ook hier bestaan duidelijke en onderbouwde en andere verhalen.

    Daarnaast is een opmerking van W.H. Frederick over die verzamelnaam Pemuda’s verhelderend: …….. the perpetrators were not only mobs consisting of members of independent fighters or criminals, but also members of prominent or even (deviant) military officers. Frederick concluded that unlike in other parts of urban Java, the killings in Surabaya were committed in a more SYSTEMATIC way, not only by uneducated villagers but also by educated youth.

    Het is niet alleen Soerabaja waar Bersiapmoorden op een meer systematische wijze begaan werden. Een oppervlakkige beschouwing over de situatie in Bandoeng geeft toch aanwijzingen dat ook daar IN A MORE SYSTEMATIC WAY moorden werden begaan.

    Wellicht kunnen onze twee Indische onderzoekers bij HET onderzoek met meer Indisch gevoel verhelderend licht op deze zaken werpen, ik ga ervan uit dat zij dat gaan bestuderen of zit ik in de verkeerde bioscoop?

    En over het aantal doden en vooral het aantal vermisten in Soerabaja.? Daaromtrent ontbreekt elke onderbouwing., alhoewel toch veel gegevens over de slachtoffers bekend zijn, althans in de archieven, maar gestructureerd onderzoek ontbreekt, NOG steeds.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Soerabaja waar Bersiapmoorden op een meer systematische wijze begaan werden.” Hario Kecik: ‘Het was een revolutie van de kampung-mensen. Ik moest met zo veel verschillende mensen praten.’ De Indonesische bevolking werd in die chaos steeds rustelozer, en sloeg uiteindelijk aan het moorden. Waar die moorden begonnen en waarom , is moeilijk te bepalen. Zie interview Volkskrant 10 mei 2014. Ben ik even blij dat ik voor de Volkskrant in dat interview slachtoffer was! Dan ben je een beetje onschuldig, een good guy?
      “althans in de archieven” U kent kennelijk die archieven. Heeft u al geteld?
      “voegt het in concreto iets toe de situatie in Soerabja omstreeks 10 November 1945 begrijpelijk te maken” Omstreeks 10 november heb ik niets gehoord van Soetomo.
      Ik wist overigens niet dat Jack Boer een KNIL-luitenant was. Volgens zijn eigen biografie had hij een opleiding militie-matroos vliegtuigmaker (stamboek nr D 211). Nadat hij ons had ‘bevrijd’ ging hij de stad in. Daarna deed hij van alles en nog wat, kan je dat als luitenant?

      • bokeller zegt:

        In 1946 kende ik 3militairen die zich zelf
        een rang hadden toegekend en nmm. goed
        bezig waren geweest in de periode voordat
        de militaire administratie op orde was.
        En dit nog wel in mijn beperkte omgeving als
        soldadoe sadja.
        Verder werd gedurende de Nijmeegse 4daagse
        nog een hooggeplaatste veteraan ontmaskerd.
        O ja, Luitenant was een zeer hoge ”pangkat”
        in die periode.
        siBo

        • Anoniem zegt:

          Iemand schreef hier eens dat volgens een Indisch boekje de heer Boer kolonel was geweest of zoiets. En Ridder Oranje-Nassau met de zwaarden. Je moet als Indo toch ergens trots op kunnen zijn. Dan is luitenant niet genoeg, laat staan militie-matroos.

        • Jan A. Somers zegt:

          Het blijft sukkelen met mijn anoniem. Misschien moet ik een keer op herhaling. Of gewoon beter opletten.

      • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

        Als de Volkskrantverslaggever het boek van Hario Kecik had gelezen, dan was hij in staat de opmerking van die bewonderenswaardige man beter plaatsen. Maar ik verwacht niet van een journalist , dat hij/zij zich enigermate verdiept in de geïnterviewde.

        Bovenstaand laat ook zien dat er lukraak geciteerd wordt. Dat doe ik ook als ik Prof. W,H, Frederick citeer, die heeft onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen in Soerabaja en die geeft aan dat er toch wel systematiek is in de moorden, maar hij is slechts een Amerikaanse Professor en kenner van de problematiek. Hij is toch bekend om zijn uitspraak over genocide?
        Een ieder kan wel zijn mening hebben, maar ook hier worden meningen niet geteld maar gewogen.

        Ik kan de Dhr Somers geruststellen: Ik tel wat ik zoal tegenkom bij mijn willekeurig lezen. Het gaat NIET om domweg tellen van de Bersiapdoden, dat is niet al te moeilijk. Ik werd door Aelle van een ander blog op gewezen dat in de Soerabajaanse kranten van die tijd wel een heel groot aantal doden en vermisten vermeld staan, ook Chinese. Bij het lezen van ooggetuigenverslagen valt het mij op dat de plaats van herkomst (woonwijk of straat) iets meer verteld over de dood/vermissing, dit als één van de verklarende variabelen Als dhr Somers dit weet, komt er wellicht een ander getal uit zijn schatting.

        Ik ga rustig verder met het tellen, als ik tijd heb. Die onderzoekers hebben tot 2021 de tijd genomen dus ik kan vooruit.

  5. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Boeng Tomo is wel de verpersoonlijking van al het leed aangericht tegen onschuldige Nederlandse burgers in Soerabaja in 1945. Het verhaal over hem is weliswaar gelardeerd met anecdotes van belanghebbende personen, maar voegt het in concreto iets toe de situatie in Soerabja omstreeks 10 November 1945 begrijpelijk te maken? Zie http://www.luf.nl/nieuws/bericht/1000009449/winnaars-lisf-prijs-en-janneke-fruin-helb-beurs.

    De gebeurtenissen in Surabja worden dan wel versimpeld tot een paar clichés. De geachte Heer Keller merkt al snedig op dat in ons eigen HerinneringsCentrum het ophitsen om de 10 minuten hoor maar een bijbehorende verklaring voor zijn woorden? Ho maar.
    Het verhaal mist diepgang, het rept geen woord over de BPRI-archieven van diezelfde Bung Tomo uit die tijd. Als van Pagee die geraadpleegd had dan had zij uit de eerste hand iets over die Club en Boeng Tomo kunnen vertellen en tot een eensluidend oordeel kunnen komen.
    Dat niet alleen, ik mis de cruciale vraag aan de zoon van Boeng Tomo, waarom zijn vader pas in 2008 officieel tot Held van Indonesie werd uitgeroepen, dat is toch wel een heel erg late erkenning voor zo’n prominent figuur, dat vraagt toch om een verklaring? Ook hier geldt dat de juiste vragen, de goed antwoorden geven.
    Haar verhaal over de mythische figuur van Boeng Tomo beantwoordt wel aan alle koloniale vooroordelen, baart opzien en trekt natuurlijk media-aandacht, maar verklaart hoegenaamd weinig. Wat dat betreft is er niks veranderd. Dat is na de vermeende oorlogsmisdaad bij Prambon Wetan, na het mislukte interview met Hario Kecik de zoveelste gemiste kans van Marjolein van Pagee.

    Bung Tomo dient wel tegen het licht van de gebeurtenissen in Soerabaja gehouden worden
    Ik kan zijn verhaal ook anders vertellen, daarbij de slachtoffers als uitgangspunt kiezend, want daar gaat het toch om?

    Soerabaja in tijden van revolutie en oorlog (1945)

    Diverse groepen pemoeda’s voerden razzia’s uit in wijken van Soerabaja. Personen werden gericht en doelbewust uit hun huizen gehaald en in gereedstaande vrachtwagens geladen. Sommige vrachtwagens ,zoals die behorend tot de BPRI, de tpas opgerichte politieke eenheid van Bung Tomo , vervoerden hun buit naar de Simpang Club waar een soort Volkstribunaal was ingericht. Het was niet het enige volkstribunaal, dat actief was in Soerabaja, maar daarna trok deze Club om haar koloniale betekenis wel alle Nederlandse aandacht. Nederlanders maar ook Indonesiers werden daar berecht en velen terechtgesteld. De overlevenden van de slachtpartijen werden daarna naar de Werfstraatgevangenis vervoerd. Vrachtwagens van andere Pemoeda-groepen vervoerden hun gevangenen direct naar de gevangenis. Deze gevangenis was als een soort opvangcentrum ingericht.

    In de ochtend van 10 November 1945 bevrijdde een gevechtsgroep van 10 Gurkha’s o.l.v. de KNIL-Luitenant Jack Boer meer dan 2.384 gevangenen, Buitenkampers en Ex-geinterneerden uit de Werfstraatgevangenis. Bij deze actie werden een honderdtal Indonesische gevangenisbewakers gedood of vluchtten naar de eerste Indonesische verdedigingslijn. 1 Gurkha raakte dodelijk gewond. De bevrijdde gevangenen werden daarna de hele dag door met 3 Britse militaire vrachtwagens naar het dichtbij gelegen haventerrein getransporteerd en daar vandaan met schepen naar veilige oorden vervoerd.

    De betrokkenheid van Boeng Tomo staat niet ter discussie. De rest is alleen maar Geschiedenis.

    • Jan A. Somers zegt:

      ff vergeten: “vluchtten naar de eerste Indonesische verdedigingslijn” Lijkt mij een beetje moeilijk. Die lijn lag langs de Bataviaweg en die was allang door onze Gurkha bevrijders gepasseerd.
      “schepen “Bij mijn weten was het alleen de Princess Beatrix, maar ik weet lang niet alles.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik vond het verhaal van Hario Kecik tot mijn verbazing heel openhartig, de journalist had niet veel te vragen. In mijn deel van dat interview is mij hetzelfde opgevallen. je werd niet geleid naar voor de journalist vooruitgedachte meningen. Denk er wel bij dat dit vrijwillige interviews waren, geen wetenschappelijk onderzoek.
      “plaats van herkomst (woonwijk of straat)” De door ons in Darmo gevonden stoffelijke resten werden door ons gebracht naar het Rooms-Katholieke Ziekenhuis aan de Reinierszboulevard, tegenover het Leger des Heilshospitaal waar ik was gedetacheerd. Beide ziekenhuizen waren nog een puinhoop. De resten werden door ons achtergelaten op de snijzaal, met een briefje met de straatnaam. Daar was nooit iemand, maar de volgende keer was het vorige lijk verdwenen. Begrafenis was op Kembang Koening als naamloos. Soms was niet te zien welk deel hoorde bij een ander deel. Door die delen te tellen kon je opmaken om hoeveel personen het ging. Van de registratie weet ik natuurlijk niets af, maar ik heb geen vertrouwen in dat soort tellingen, en waar die gebleven zijn. Voor mij geldt het aantal op Kembang Kuning, met datum. Dat is natuurlijk een minimum aantal. Maar heel makkelijk te tellen in de registers van de OGS. Dan heb je tenminste een exact minimumgetal zonder gegoochel met nullen. De registers met vermisten, voor zover die er zijn, zijn onbetrouwbaar. In leven teruggevonden personen zijn niet afgeboekt, de door ons geborgen resten konden ook niet worden afgeboekt.
      “bij welke eenheid die Gurka-soldaat was ingedeeld” Hoe zou ik dat moeten weten? Bij acties hebben militairen geen onderscheidingstekens m.b.t. de organisatie. Bij het verlaten van de gevangenis heb ik overigens meerdere Gurkha’s zien liggen.
      “was niet het enige schip” Let op de gebeurtenissen in de tijdlijn. Van de door de 49e Indian Infantery Brigade group geëvacueerde vrouwen en kinderen zijn de meesten naar Singapore gebracht. Wij zij echter bevrijd door de 5th Indian Division. Vanwege de drukte in de havens werd een deel van die vrouwen en kinderen met een LST naar het buitengaats gelegen schip gebracht. Interviews zijn o.a. te vinden in de SMGI-database. Op 12 november vertrok de HMS Princess Beatrix met de laatste vrouwen en kinderen, aangevuld met de eerste (een paar honderd, zie passagierslijst) mensen uit de Werfstraatgevangenis, waaronder ik. Onderweg bleek Singapore vol te zitten en werden we naar Batavia gebracht. Daarna bleek ook Batavia (Kamp Struiswijk), vol te zitten en werden de resterende vrijgekomen gevangenen verdeeld over twee kampen, in Oedjoeng en nog een andere plaats.

      • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

        Openhartig. De journaliste heeft het boek van Hario Kecik niet gelezen, misschien omdat het toen alleen in het BI beschikbaar was. Nu is een vertaling wel beschikbaar en dat heeft ze ook niet gelezen. Ze vroeg gewoon niet door, maar dat is wellicht een gebrek aan voorbereiding en hind-sight. Anders had ze ook geweten dat die foto van Bung Tomo met Hotel-parasol in scene gezet was in Malang, althans een ooggetuige Suhario Padmodiwiryo verklaarde dat in 2010.

        De 5th Indian divison is wel bekend, maar het gaat om een klein en substantieel onderdeel van die divisie n.l. 9th Gorkha Rifles, het regiment en daarvan de militaire eenheid van 10man+1 die in de Werfstraat was. Het zou al wat zijn als ik het nummer van hun Compagnie kende

        Van die 2.384 overledenen kan ik wel nagaan waar ze naar toe gegaan zijn, die mensen zijn geregistreerd door de Britten. Dat is best interessant maar niet relevant wie de doden en vermisten zijn in Soerabaja. De naam Somers ben ik nog niet tegengekomen.

        OGS geeft wel aan waar de mensen begraven , maar niet waar ze gedood zijn of waar ze voor het laatst gewoond hebben. Dat laatste is wel een verklarend variabele, waar tot nu toe geen rekening is gehouden., maar ja met die oude technieken is weinig aan te vangen.

        In het verhaal van dhr Somers, hoe interessant ook zitten wel wat teveel veronderstellingen.

        • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

          2.384 overledenen moet zijn 2.384 overlevenden.

        • Ron Geenen zegt:

          Is het 2.384 of 2,384? Voor hen die het nog niet weten, in de US, waar het metrisch systeem niet wordt toegepast, zijn bij getallen voorzien van een komma inplaats van een punt en bij een Europese decimaal is het in Amerika een punt. Heb in mijn begin jaren bij de bank bijna een fout gemaakt.

        • Jan A. Somers zegt:

          “die mensen zijn geregistreerd door de Britten.’ Waar is dat gebeurd? Bij vertrek uit de gevangenis stond niemand te tellen/registreren. En de gevangenis had geen administratie. Het was snel doorlopen, instappen, wegwezen in een lange rij trucks. Sommige trucks reden naar Perak, zoals ik. Andere trucks reden over de Ferwerdabrug via Oost-Kali Mas naar Oedjoeng. Daar was nog een kamp waar de bevrijde vrouwen en kinderen waren ondergebracht. Bij uitstappen op Perak werd je aan je lot overgelaten. Pas na mijn vertrek werden de blijvers in een kamp opgevangen, en waarschijnlijk geregistreerd, Ik heb pas op de Princess Beatrix mijn naam genoteerd.
          “De naam Somers ben ik nog niet tegengekomen. ” Klopt gelukkig helemaal. Die naam is voor het eerst opgedoken op de Princess Beatrix. Maar dat kon u al lezen bij Javapost, daar staat de hele passagierslijst.

        • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

          Fout , de naam Somers is het eerst opgedoken in de Soerabaaise bevolkingsregisters (ik neem aan dat J. Somers daar geboren is of tenminste heeft gewoond) Daarna in de registratie van de Kempeitai. hij had toch een pendafteran o.i.d Ik heb begrepen dat J. Somers bij de Jappen ondervraagd werd, tenminste is hardhandig behandeld, werd ook geregistreerd.

          Uit ooggetuigenverslagen haal ik dat groepen georganiseerde Pemoeda’s met namenlijsten langs de huizen gingen. Op die lijst stond ook Somers, anders is hij gewoon uit verveling ook opgehaald.

          De Britten registreerden alles, die wilden toch weten hoeveel mensen ze niet alleen te eten moesten geven maar ook vervoeren. Somers is eerst geteld (bij de Britse vrachtwagens richting haven) en later geregistreerd (op het schip).

          Militairen plannen dat. En de rekening werd naar de zelfstandige rechtspersoon met een eigen budget gestuurd.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Soerabaaise bevolkingsregisters” Ik dacht dat we het hadden over de bersiaptijd. En de rekening zal wel naar de opdrachtgever zijn gestuurd, SEAC.

  6. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Mij gaat het om die Gurkha die bij de actie in de Werfstraatgevangenis dodelijk gewond werd.Hij heeft zijn leven opgeofferd om die meer dan 2.384 Nederlandse gevangenen te bevrijden. In 2006 hebben 2 onderzoekscommissies, ik herhaal twee commissies, onderzoek gedaan naar die actie. De toenmalige Minister kwam tot de wonderbaarlijke conclusie dat Jack Boer NIET de leiding had over die groep. Niemand vroeg zich af of wilde weten wie dan wel de leiding had. Voor zover mij bekend heeft Nederland de gedode Gurkha niet beloond/gememoreerd/erkend.

    Wellicht weet dhr Somers, hij zat zelf in de gevangenis, bij welke eenheid die Gurkha soldaat was ingedeeld, die die actie uitvoerde. Het regiment/ batalljon weet ik al. Dat kan mijn gezoek naar de naam van die soldaat en de andere 9 Gurkha’s vergemakkelijken.

    De MS Princess Beatrix was niet het enige schip dat de Buitenkampers en ex geinterneerden wegvoerden uit Soerabaja, dat lijkt me ook wat moeilijk bij die meer dan 2.384 personen. Er zijn zelfs foto’s over die schepen bij Soerabaja en lijsten net welke schepen, ook LST, betrokken waren bij de evacuatie, gepubliceerd. Zelfs ken ik een ooggetuigenverslag van één van de Engelse opvarenden van die schepen.

    De opmerking waarnaar de Indonesische bewakers naar toe vluchtten berust op een denkfout of foutieve waarneming. Ooggetuigen meldden dat Indonesische bewakers, na de inval van de Gurkha’s en luitenant Jack Boer, via een zijpoort wegvluchtten uit de gevangenis. De militaire unit was onderwijl bezig die 2.384 gevangen uit hun cellen te bevrijdden, dat vergt toch enige tijd.

  7. Jan A. Somers zegt:

    Over de activiteiten van Soetomo is veel te vinden bij Meelhuijsen, met bronvermeldingen van heel veel hier ook genoemde personen, Indonesisch, Amerikaans, Engels, Australisch, Nederlands. Met vertalingen van enkele radiotoespraken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s