“Zij beleedigen hen, mishandelen ze en pogen ze zelfs te vermoorden”

13 september 1909 werd Frits Jansen, employé van de suikerfabriek Tjoekir, officieel beschuldigd van moedwillige doodslag van de karrevoerder Samin. Jansen ontkende moedwil. Indië hield de adem in.Feest in een suikerfabriek, circa 1900-1920 (Commonswikimedia/ Tropenmuseum)Op zich was de zaak Jansen een gewone zaak. Een gezagsverhouding met opgelopen agressie en met een tragische afloop, historiek.net

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

10 reacties op “Zij beleedigen hen, mishandelen ze en pogen ze zelfs te vermoorden”

  1. RLMertens zegt:

    Ook vooral in Deli/Sumatra werden vele moordaanslagen gepleegd op Nederlanders. De samenleving in Indië werd zenuwachtig. Er kwam tot oprichting 1929 van de Vaderlandse Club olv. mr.PMJC.Hamer( in nazi tijd in Nederland als NSB’er, hoofd commissaris van politie in Den Haag).
    Ook Atjeh veteraan/journalist C.Zentgraaf( zie zijn boek Atjeh; met moorddadige foto’s) was bestuurslid. Een club van uitsluitend blanken om zich te weer te stellen tegen ‘die dolle eisen van het oosters nationalisme’. En de pers; Soerabaiasch Handelsblad olv.Mozes(!) van Geuns; ‘men zou wensen met een lange zweep dat volkje te kunnen afranselen, om het orde en tucht te leeren’.
    En nb. in 1914 ingevoerde ‘haatzaaiartikelen’ in het wetboek van Strafrecht. Geen blanke/journalist werd er voor gestraft. Wel Indonesische. Zelfs verbannen. Over ethische politiek gesproken!

    • Jan A. Somers zegt:

      Op basis van die ‘haatzaaiartikelen’ kon je worden berecht en al dan niet bestraft. Net als in Nederland. (gebeurt nu nog, net als in Indonesië). Zoekterm voor het Nederlandse WvS: Haat, aanzetten tot. Verbanning is een heel ander verhaal! Heeft niets met het Wetboek van Strafrecht te maken. Vraag dat maar aan de bannelingen van president Suharto. Had wel met artikelen in de Indische Staatsregeling te maken. Net als nu in Indonesië bij presidentieel decreet.

      • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

        Dhr Somers heeft geen of onvoldoende kennis van het Indisch Recht.

        Toen Soekarno werd gearresteerd, werd hij aangeklaagd wegens overtreding van art 153 bis, het haat-zaai-artikel in het Wetboek van Strafrecht voor Ned. Indie.
        TEGELIJKERTIJD werd gestart met de procedure voor toepassing van art 37 van de Indische Staatsinrichting (exorbitante Rechten van de GG). De reden voor deze wat gekunstelde constructie was dat een voornemen van de Gouveneur-Generaal tot toepassing van de exorbitante rechten geen grond leverde voor voorlopige hechtenis. . Overtreding van 153 bis levert die grond wel .
        Zo belandde Soekarno nu in de Soekamiskin gevangenis in voorlopige hechtenis en wel 5 maanden lang want het Gouvernement nam voor zijn geval rustig de tijd.

        De ondervraging van Soekarno, een inlander => Adatrecht, diende door het OM te Bandoeng, de adjunct-Hoofddjaksa van de Landraad te geschieden, zijn naam staat onder het procesverbaal, maar die deed alleen het schrijfwerk Het verhoor werd in werkelijkheid geleid door Mr Jongjans, jurist bij het Hooggerechtshof bijgestaan door de Bandoengse controleur Kofman. Hieruit blijkt weer de verstrengeling tussen Justitie en Bestuur. Niet voor niets wordt gesproken over Nederlands-Indie als dictatuur, het recht werd in overeenstemming gebracht met de werkelijkheid.

        • Bert de Suri-Indo zegt:

          Nou Nou mr van den Broek U heeft tenminste geen oogkleppen op,mag u daarmee feliciteren!! Pukul Terus van den Broek !!

        • PLemon zegt:

          @Andere versie… het haat-zaaiartikel waarmee Wilders later mee zou worden geconfronteerd.

          ***Soekarno werd in de vroege ochtend van 30 december in het huis aan de Tjoekoe Digoelweg in Djokja, waar hij te gast was, gearresteerd, ‘in naam van de Koningin!’. Daags erna werd hij overgebracht naar Bandoeng, waar hij in de Bantjeuj-gevangenis in verzekerde bewaring werd gesteld.

          De vraag was wat te doen met de gearresteerde PNI-leiders. De Raad van Indië adviseerde gouverneur-generaal De Graeff om gebruik te maken van zijn ‘exorbitante rechten’ en de PNI-leiders, net als met de communistische kopstukken was gebeurd, zonder omhaal naar Boven-Digoel te verbannen. De Graeff wilde de buitenwereld echter laten zien dat de Neder-landse kolonie een rechtstaat was, en gelastte Soekarno gerechtelijk te vervolgen, samen met drie leden uit de rank and file van de PNI – om aldus ook de gewone leden in te prenten hoe verderfelijk het was lid te zijn van een non-coöperatieve organisatie.

          De vier verdachten moesten terechtstaan voor de Landraad van Bandoeng. Deze in ieder regentschap gevestigde rechtbank gold als ‘de gewone dagelijkse rechter van eigenlijk gezegde inlanders’ ─ en tot deze tweederangsburgers behoorden ook Soekarno en zijn lotgenoten. Het vooronderzoek vergde geruime tijd. Bij de huiszoekingen was een berg papier in beslag genomen die helemaal nageplozen moest worden. Ook werden her en der op Java niet minder dan 114 getuigen gehoord.

          Eindelijk, op 28 augustus 1930, begon de openbare zitting. Voorzitter van dej Landraad was R. Siegenbeek van Heukelom. Hij werd gesecondeerd door twee Soendanese edellieden. Ook de openbaar aanklager, de jaksa, was een inlandse jurist. Maar Van Siegenbeek domi-neerde het proces. De aanklacht stoelde op twee artikelen uit het Indische Wetboek van Straf-recht.

          Het ene was 153 bis, het ‘haat-zaaiartikel’, dat in 1925 was ingevoerd en in 1936 navolging zou krijgen in artikel 137d van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht ─ het artikel waarmee Wilders zal worden geconfronteerd. Het tweede strafrechtartikel was artikel 169, ‘deelneming aan een misdadige vereniging’, dat eveneens in ons wetboek navolging heeft gekregen: het huidige artikel 140.
          https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26530/u-oordeelt-over-moeder-indonesia-zelf.html

        • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

          Dhr Lemon haalt twee dingen doorelkaar. Hij haalt het eerste aanklacht tegen Soekarno aan waarbij deze tot een gevangenisstraf werd veroordeeld.

          Bij de tweede aanklacht een paar jaar later, maakte de GG wek gebruik van zijn exorbitante rechten en verbande Soekarno.

          Zoals gezegd: Ned.-Indie was een dictatuur

        • Jan A. Somers zegt:

          “een inlander => Adatrecht” In de eerste plaats was Soekarno geen inlander, maar een Inlander. Dat is sinds 1925 wat anders. En niet alleen vallend onder adatrecht, maar onder voor Inlanders geldende rechtsbeginselen, dat was meer dan adatrecht. Ook had Soekarno op eigen verzoek kunnen vallen onder voor Europeanen geldend recht. En je laten assisteren door een bestuursambtenaar is toch niet vreemd? Mogelijk wist die bestuursambtenaar (Indoloog) meer van adatrecht af dan de jurist. Er zijn getuigendeskundigen van allerlei pluimage. Dit vonnis werd in hoger beroep door de Raad van Justitie bekrachtigd. Maar eind december 1931 werd hij al uit de gevangenis ontslagen. Ik dacht dat hij pas in 1934 werd verbannen, eerst naar Flores, en daarna naar Benkoelen. Ik heb overigens het idee dat de heer Lemon niets door elkaar haalt. Hij bespreekt de rechtszaak keurig gescheiden van de procedure voor de ‘exorbitante rechten’.
          “TEGELIJKERTIJD werd gestart met de procedure voor toepassing van art 37 van de Indische Staatsinrichting (exorbitante Rechten van de GG).” “een paar jaar later, maakte de GG wek gebruik van zijn exorbitante rechten en verbande Soekarno” Wat is de overeenkomst tussen tegelijkertijd en een paar jaar later?

  2. Peter van den Broek zegt:

    Dhr Lemon haalt het artikel uit het historischnieuwsblad (HN) aan https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26530/u-oordeelt-over-moeder-indonesia-zelf.html

    Het eerste gedeelte van het artikel in HN gaat over de PIN-rechtzaak in 1930 tegen Soekarno o.b.v. Art 153, het haat-zaai artikel en art 169, deelneming aan een misdadige vereniging (PIN). Er werd een spectaculair proces gevoerd , waarbij Soekarno zijn beroemde pleitrede hield, die hem onbetwist woordvoerder en symbool maakte van het Indonesisch Nationalisme. Soekarno werd veroordeeld tot 4 jaar gevangenis straf. Op 31 december 1933 werd Soekarno in vrijheid gesteld.

    Ergens midden in het artikel uit HN gaat het over de muiterij op de Zeven provincien in februari 1933. De nieuwe Gouveneur-generaal GG….. B.C. De Jonge wilde van fratsen als rechtsvervolging niets weten. Soekarno wordt verbannen, eerst naar Flores, in 1938 naar Bengkoelen op Sumatra…….

    Mijn analyse gaat over de tweede rechtszaak een paar jaar later (1934) tegen Soekarno , en WAAROM de landvoogd toen wel gebruik maakte van zijn exorbitante rechten, daarbij (tegelijkertijd) art 153 misbruikte om Soekarno in hechtenis nemen, dwz de GG maakt oneigenelijk gebruik van wetsartikelen, maar dat was in Ned. Indie gebruikelijk om de inlandse bevolking, Nederlandse onderdanen te knechten.

    Ik wil daarmee aangeven dat Indie meer een dictatuur dan een rechtsstaat was. De landvoogd besliste uiteindelijk wat er met een aangeklaagde gebeurde. dwz proces of verbanning, het was de totale willekeur in Ned. Indie. Alles was weliswaar in wetten vastgelegd, maar dat betekent nog niet dat het rechtmatig/legitiem was. Dat hoef ik toch niet aan juristen uit te leggen?

    Commentaar op voorgaande reactie:
    1)Soekarno was niet alleenn inlander maar vooral Nederlands onderdaan, dat is wel een essentieel onderscheid, dat juriste maken. Hij had wel onder Europees Recht kunnen vallen, maar in dit geval besliste hij dat niet, dat deden de Nederlandse Staatsburgers voor hem.
    2) Dat in de tweede Rechtzaak iemand van de Rechterlijke macht zich bezighoud met zaken voorbehouden aan het Openbaar Ministerie is toch wel vreemd. Ik hoef toch niet uit te leggen het verschil tussen Staande en Zittende magistratuur.
    3) Dat daarbij een bestuursambtenaar als “adviseur” betrokken is is toch wel raar voor Nederlandse verhoudingen maar in Indie was alles mogelijk. Ik hoef aan juristen toch niet uit te leggen dat een getuigen-deskundige pas betrokken wordt in een proces en niet in een vooronderzoek?
    4) Aangezien het proces in 1930 gold voor een inlander, de Nederlandse onderdaan Soekarno, werd het vonnis niet door Raad van Justitie bekrachtigd maar door de Revisierechtre bevestigd.

    e.e.a. is te lezen in de biografie over Soekarno, Nederlands onderdaan, dat toevallig op mijn nachtkastje ligt.

    In Zeeland zoekt men bij eb niet alleen spijkers maar ook koploze kippen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s