Kolonialisme is voorbij, niet de pijnen.

Nederlands weinig verheffende koloniale verleden wil maar niet in de herinnering beklijven. Het is een nationaal geheim dat telkens weer onthuld wordt en dan opnieuw wordt weggemoffeld. We willen niet weten wat we weten.  Postkoloniale absences

Het zwijgen over Nederlands optreden tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië lijkt afdoende doorbroken. Alfred Birney en Abram de Swaan onderstrepen dat wegkijken niet langer kan.   De Groene 

The main activity of the foundation is to translate recent publications from Dutch and Indonesian media that refer to the colonial past and the Indonesian decolonization war (1945-1949.)We believe that – besides the large distance and the difference in culture –also the language is a barrier that stands in the way of mutual understanding. For the Dutch audience it may be interesting to read how Indonesian articles talk about the colonial past including the Dutch military actions. And vice versa; Indonesians may be surprised to learn about the ideas and sentiments that live among Dutch people when it comes this particular history.Histori Bersama is officially founded in September 20th, 2016 in Rotterdam.   About us – Histori Bersama

In de berichtgeving erover wordt benadrukt dat het zou gaan om een “onafhankelijk” onderzoek, maar dat veegt Pondaag resoluut van tafel: “De slager keurt zijn eigen vlees. Zo zie ik dit onderzoek. De regering zou een voorbeeld moeten nemen aan het onderzoek dat al in 1948 is gedaan naar de massamoord door Nederlandse militairen in het dorp Rawagede.” Dat onderzoek werd uitgevoerd door een zogeheten Commissie van Goede Diensten, die was ingesteld door de VN om onderhandelingen van de grond te krijgen tussen Nederland en Indonesië. De commissie moest een onafhankelijke status krijgen: er zaten bewust geen Nederlanders of Indonesiërs in, maar wel een Belg, een Australiër en een Amerikaan. Met een rapport zorgde de commissie ervoor dat het bloedbad in Rawagede al tijdens de koloniale oorlog bekend werd. Als het aan Nederland had gelegen, dan was ook die massamoord onder tafel geveegd, zoals zoveel andere
Doorbraak.eu

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

35 reacties op Kolonialisme is voorbij, niet de pijnen.

  1. Wal Suparmo zegt:

    Ik weet niet of dit wel relevant in met de topic in kwestie maar ik vindt het after all de kolonale oorlog in het verleden door de VOC en de Nederlande troepen met hun expedities in het hele Indonesia, meer verschrikelijker..Om het volk te kunrn onderdrukken.

    • rob beckman lapre zegt:

      Ben met u eens,hoewel ik als kind prachtige verhalen van mijn opa-Kapt.Inf.KNIL Gerard Jean Lucien-hoorde over de heldendaden van de KNILLER’ s in Atjeh,onder van Heutz.
      Later,toen ik boeken over de Atjeh-oorlog las,bleek opa’s verhaal toch niet helemaal te kloppen.Wat wel is gebleven,zijn de woorden die-tot op de dag van vandaag-onveranderd bleven ;(onvoorwaardelijke) Trouw aan onze Souverein, (onafgebroken)Plichtsbetrachting t.a.v.ons land,en onze fiere Driekleur,niet 9-5,maar 24/7,365 days/week.in en buiten dienst,zelfs nadat ik met pensioen ging.Call me old fashioned,I don’t mind!

      • bokeller zegt:

        En wat dacht U over de heldendaden van de Atjehse verzetstrijders.
        Ik had tegenover deze mensen gestaan en als het over heldendaden
        gaat,dien je ook je tegenstander hierin te betrekken.
        Bij de laatste ”klewang ”aanval te Bindjei (zie boek Geerts) was
        ik bij en aan wie moet je dan de ” heldendaden” toeschrijven.
        siBo

    • Petet zegt:

      Hr Suparmo het doel van de VOC was handel drijven en dat was ook dat van het kolonialisme. Om dat alles efficiënt te bereiken pasten de bestuurders zich aan bij de mores van de inheemse bestuurders. M.a.w. de onderdrukking ging in eerste aanleg uit van de eigen bangsa. Hetzelfde deden de Britten en de Fransen.
      Maar zoals zo vaak gezegd: wij onderdelen vanuit onze hedendaagse normen, en die zijn niet vergelijkbaar met die van 300 a 200 jaar geleden.

      • Peter zegt:

        Lees oordelen

      • Ron Geenen zegt:

        @het doel van de VOC was handel drijven @
        Het doel was rijk worden!

        • P.Lemon zegt:

          @Het doel vd VOC was rijk worden.
          Voor o.a. deze lieden :
          ***De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), opgericht in 1602, was de eerste onderneming ter wereld die onder een breed publiek aandelen uitgaf. Voor de opkomst van de VOC kon een beperkte kring van geldschieters al meedoen aan de financiering van een enkele zeereis. Was die succesvol dan deelden de investeerders mee in de winst, maar werd de tocht een mislukking dan waren ze hun geld kwijt. Bij de VOC konden beleggers uit alle lagen van de bevolking voor het eerst investeren in een onderneming die beoogde vele jaren te blijven bestaan en die al veel kenmerken had van een moderne naamloze vennootschap.
          De handel in VOC aandelen nam een grote vlucht. Met de eerste emissie haalde de VOC 6,5 miljoen gulden binnen en de onderneming groeide daarna uit tot de eerste multinational ter wereld. In 1606 waren de stukken al 200% in waarde gestegen; in 1610 keerde het bedrijf voor het eerst dividend uit. Al vrij snel na de eerste ‘beursgang’ was er sprake van een levendige handel en ontwikkelde Amsterdam zich tot bakermat van de mondiale aandelenhandel.

          http://www.beursgeschiedenis.nl/voc-het-begin-van-de-aandelenhandel

        • Robert zegt:

          Rijk worden ten koste van anderen, je medemensen,die de slachtoffers worden van jouw geldzucht en onmenselijkheid.

  2. P.Lemon zegt:

    ad 1 Postkoloniale absences (Helaas is dit artikel niet langer beschikbaar ) Nederlands weinig verheffende koloniale verleden wil maar niet in de herinnering beklijven.

    Daarom….
    De (voor)geschiedenis in een notedop voor het juiste perspectief en krachtenspel….

    ***Bij de komst van de Hollanders was Indonesië niet één land; het bestond uit vele zelfstandige vorstendommen, bestuurd door adel en een vorst. Java was een relatief hoog ontwikkeld en vruchtbaar gebied. Er waren verschillende culturen. De islam was het belangrijkst. Nadat de eerste Hollanders er waren gekomen, werden er snel verschillende compagnieën opgericht. Om de concurrentie tegen te gaan en om sterk te staan tegen andere landen (Engeland, Portugal) werd in 1602 de VOC opgericht. Deze kreeg van de Staten Generaal het recht om als enige Nederlanders in dat gebied handel te drijven. Dat hield tevens in het recht om daar verdragen te sluiten en oorlog te voeren. Toen begon de koloniale periode, maar het gebied was dus niet echt een kolonie van Nederland of de Republiek. Nederlanders waren voornamelijk aanwezig op de specerijeilanden en langs de kusten van Java. Met militaire steun en geweld dwongen zij de vorsten tot verdragen. De vorsten dachten alleen maar dat ze een contract met Nederlanders hadden gesloten. De VOC gedroeg zich alsof het gebied hun bezit was.(!!!!) Door het leiderschap van gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen kwam de VOC tot grote bloei. Hij probeerde te zorgen dat de VOC een belangrijke rol kreeg in de handel binnen Azië. Hij veroverde gebieden zoals Jakatra en verplaatste het hoofdkwartier naar Java. Hij moordde de bewoners van de Banda-eilanden uit wegens contractbreuk. Het in stand houden van de VOC kostte op den duur meer dan het opleverde. De macht van de Republiek brokkelde af en Engeland verwierf een groter deel van de handel. Toen het land veroverd werd door Frankrijk (1798), werd de VOC opgeheven.

    Indonesië verviel aan de staat, de nieuwe Bataafse republiek. De Engelsen bezetten later een deel van Indonesië. Zij voerden een steviger Europees bestuur in. De Engelsman Raffles liet de boeren land-rent (grondhuur) aan de staat betalen. In 1816 kreeg het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden het volledige beheer over de koloniale gebieden terug. Nederland probeerde een sterker gezag over de inlandse vorsten te krijgen. Tegen de Nederlandse overheersing kwam vergeefs verzet: de opstand van Pattimoera \ Matoelesia op de Molukken en de opstand van Diponegoro \ Dipanegara op Java (1825). Deze opstanden werden met geweld onderdrukt. De kolonie kostte ondanks de landrente meer dan deze opbracht. Daarom voerde Van den Bosch in 1830 het cultuurstelsel in. Daarbij moest de boer een vijfde deel van zijn grond bebouwen met producten voor de Europese markt (cultures) en deze afstaan aan Nederland. Daarvoor kreeg hij plantloon. Daarnaast bestonden er nog herendiensten, bijvoorbeeld voor de aanleg van een infrastructuur. Dit stelsel was een groot succes; het gaf een hoge bijdrage aan de Nederlandse begroting en er is bijvoorbeeld een deel van de Nederlandse spoorwegen uit bekostigd. Het was echter wel een zware druk op de boeren, die ook aan het ‘eigen’ bestuur moesten betalen. Multatuli (Douwes Dekker) had felle kritiek op de praktijk van het cultuurstelsel omdat het mogelijk maakte dat inheemse vorsten de bevolking te zwaar belastten. Hij vond dat de ambtenaren te weinig daarop toezagen.In het bestuur stond onder de minister van koloniën een gouverneur generaal boven het binnenlands en het inheems bestuur. In het binnenlands bestuur werkten Europese ambtenaren, zoals residenten. In het inheems bestuur werkten Indische bestuurders, zoals regenten en dorpshoofden. Verder waren er nog de vorsten.
    Multatuli schreef in 1859 het boek Max Havelaar. Men zou hem de uitvinder kunnen noemen van de ethische koers die rond 1900 het koloniale beleid ging bepalen. Volgens ethici had Nederland een schuld tegenover de Indonesische bevolking wegens eeuwen van onderdrukking en uitbuiting. De tijd was gekomen om Indonesiërs te laten delen in westerse welvaart en ontwikkeling. Maar juist door het onderwijs zou het Nederlandse gezag verdwijnen.

    Bron: Profielwerkstuk, Indië, Indonesië, Indonesiërs Door Dinja op 16-03-2007

    • e.m. zegt:

      Dag Pak Lemon, haha … ik weet al wie hier in negatieve zin op gaat reageren !

      • Petet zegt:

        haha je mag niet raden

        • Loekie zegt:

          Als je voor een begrip van het verleden een profielwerkstuk ( = een werkstuk van een middelbare scholier) als bron hanteert, dan heeft dat wellicht iets innemends, maar echt solide voelt het niet aan.

        • P.Lemon zegt:

          @Loekie “..echt solide voelt het niet aan.”
          …de scholier vermeed m.i. eigen interpretaties van de historische feiten, die hij uit de literatuur tegenkwam zodat ruis hiermee kon worden voorkomen. Soms werkt jeugdige onbevangenheid voor ons ‘bevooroordeelden’ verfrissend.

        • e.m. zegt:

          @Loekie zegt: 14 juni 2017 om 14:54 Loekie zegt: Als je voor een begrip van het verleden een profielwerkstuk ( = een werkstuk van een middelbare scholier) als bron hanteert, dan heeft dat wellicht iets innemends, maar echt solide voelt het niet aan.@

          @een profielwerkstuk ( = een werkstuk van een middelbare scholier)@

          — Robin van Doorn won met haar profielwerkstuk, ‘Verzwegen geschiedenis’ [Leven in en na Tjideng], over het jappenkamp Tjideng in Nederlands-Indië, de KNAW*** Onderwijsprijs.

          *** Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

          @ maar echt solide voelt het niet aan@

          Criteria
          Inzendingen voor de KNAW Onderwijsprijs worden allereerst beoordeeld op hun wetenschappelijke kwaliteit, uitgesplitst in de hierna genoemde criteria.
          • Kwaliteit en originaliteit van het gekozen onderwerp
          • (Vak-)inhoudelijke opzet van het onderzoek
          • Kwaliteit van informatieverwerking/conclusie (inzicht) in relatie tot de onderzoeksvraag/vragen
          • Verslaglegging en presentatie
          • Begeleiding door docent op basis van argumentatie leerlingen

        • Loekie zegt:

          Prachtig. Werkelijk.
          Op middelbare scholen worden wel meer prijzen uitgereikt voor dit en dat. Alles voor de motivatie van de leerlingen. Heel goed. Prachtig.
          En als werkstukken van 16 en 17-jarigen mee gaan doen in het verkrijgen van zicht op het verleden is dat dat prachtig

        • e.m. zegt:

          Niet zomaar ‘werkstukken’ natuurlijk, maar Profiel* Werkstukken (zie PWS Robin van Doorn) uit de aard der zaak, aan het einde van de Tweede Fase voor 17/18-jarige Havisten en VWO-ers !

          *Maatschappij in combinatie met Economie atau Cultuur en Natuur in combinatie met Techniek atau Gezondheid . . .

        • e.m. zegt:

          Kasper Raphael en Sweder Steensma, met hun Profiel werkstuk (PWS) “Srebrenica, de verraden stad” winnaars van de KNAW Onderwijsprijs 2016 kregen als eerste zin in het juryrapport:

          “”Dit uitzonderlijk intellectuele werkstuk heeft het niveau van een masterscriptie.””

          Okay, voor de minder optimistische medelezers inzake jongeren en geschiedenis het volgende dan maar:

          ‘Hoe de Duitsers dapper standhielden in Vietnam’ [en andere verfrissende visies van de schooljeugd op onze geschiedenis] – Oscar Westers** – met een inleiding (4 pagina’s) van Maarten van Rossum – isbn 9 789027 432827

          In de gebruiksaanwijzing adviseert de auteur/samensteller**: “”Overdaad schaadt. /…/ Het devies luidt dus: doseren. Bijvoorbeeld niet meer dan één hoofdstuk tegelijk tot u nemen.””

          ’n Klein lekkerbekkie als voorbeeld (onderaan blz. 29):

          V: “”Maak met behulp van de bron duidelijk dat Nederland, door de Indonesische jeugd vanaf ongeveer 1900 naar school te sturen, de eigen machtspositie in Indonesië ondergroef.””
          A: “”Ja, je geeft ze inteligentie”” (Havo 3)

        • Loekie zegt:

          Wat wil je nu aantonen? Dat er knappe jongeren bestaan die een universitaire loopbaan waardig zijn? Is dat niet heel oud nieuws? Het enige wat ik stel is dat een werkstuk van een middelbare scholier, hoe knap ook, een belofte voor de toekomst kan inhouden, maar niet als oorspronkelijke bron voor geschiedbeschouwing gehanteerd kan worden….omdat die scholier vooralsnog niet anders kan dan zich baseren op een (beperkt) aantal al lang bestaande bronnen, veelal boeken. Dat hij die bronnen wellicht op een oorspronkelijke manier heeft gerangschikt en/of geïnterpreteerd doet daaraan niet af.

          Leestip: dat beroemde boek van Stefan Zweig.

        • e.m. zegt:

          @Loekie zegt: 14 juni 2017 om 23:32 /…/Het enige wat ik stel is dat een werkstuk van een middelbare scholier, hoe knap ook, een belofte voor de toekomst kan inhouden, maar niet als oorspronkelijke bron voor geschiedbeschouwing gehanteerd kan worden….omdat die scholier vooralsnog niet anders kan dan zich baseren op een (beperkt) aantal al lang bestaande bronnen, veelal boeken. Dat hij die bronnen wellicht op een oorspronkelijke manier heeft gerangschikt en/of geïnterpreteerd doet daaraan niet af.@

          — U kunt stellen wat u wilt natuurlijk, maar in het geval van het Profielwerkstuk van Robin van Doorn bijvoorbeeld met als titel ‘Verzwegen Geschiedenis’ [een leven in en na ‘Tjideng’] wordt er zelfs door ‘Tjidengkamp.nl’ als oorspronkelijke bron voor geschiedbeschouwing naar verwezen!

          — Over het verleden schrijven (eender welk niveau) kan alleen maar gebaseerd zijn op het raadplegen van bronnen, bestaande literatuur en bestaande studies. En of het nu beperkt specialistische bronnen, literatuur of studies betreft of uitgebreidere algemene, maakt dat wat uit?

          — Hoe zouden anders professionele historici of neem bijvoorbeeld de auteurs van ‘De geschiedenis van de VOC’; ‘De VOC – een multinational onder zeil 1602-1799’; ‘De VOC als volkenrechtelijke actor’ en ‘Family life onder de VOC – een handelscompagnie in huwelijks- en gezinszaken’ aan hun informatie zijn gekomen om hun boeken met deze ‘titels’ het levenslicht te doen zien? Juist, door met name bronnen, bestaande literatuur en bestaande studies te raadplegen!

          — Maar als laatste jaars Havisten, VWO-ers en Gymnasiasten zich voor hun PWS hier op solide professionele wijze aan wagen, dan entameert Loekie een integriteitscriterium.

          Vertaal ik dat evenwel naar de hierboven aangehaalde werken van de hand van respectievelijk de heren Femme S. Gaastra; Jan J.B. Kuipers, Jan A. Somers en mevrouw Carla van Wamelen, dan kan ik die wel tot mij nemen, ##maar deze niet als oorspronkelijke bron voor geschiedbeschouwing hanteren, omdat de auteurs vooralsnog niet anders konden dan zich baseren op een al dan niet beperkt aantal al lang bestaande bronnen, veelal boeken. En dat zij die bronnen wellicht op een oorspronkelijke manier hebben gerangschikt en/of geïnterpreteerd doet daaraan niet af.##

          Ik mag hopen, dat Loekie zichzelve wel begrijpt!

          Het juryrapport oordeelde over het PWS van Robin van Doorn: “”De jury prijst Robin van Doorn voor de manier waarop zij dit profielwerkstuk (‘Verzwegen Geschiedenis’ [een leven in en na ‘Tjideng’] e.m.) heeft gemaakt. Als literatuurstudie komt dit werkstuk als een van de beste uit de bus. Het is een historisch zeer sterk gedocumenteerd onderzoek, waarvoor Robin immens veel literatuur heeft gelezen en verwerkt. De studie is zeer volledig en vooral met veel passie geschreven. Ondanks de persoonlijke betrokkenheid heeft Robin het onderwerp op een wetenschappelijke verantwoorde manier behandeld. Door het combineren van secondaire literatuur met interviews, telefoongesprekken en emailwisseling met verschillende vooraanstaande figuren op dit gebied weet Robin diverse zowel de feitelijke gang van zaken als de ervaring van de bezetting van Nederlands-Indie treffend onder woorden te brengen. De auteur behandelt een waaier aan onderwerpen in een kort bestek waardoor deze studie zeer aantrekkelijk is om te lezen.””

          In het andere voorbeeld, dat van de winnaars van de KNAW Onderwijsprijs 2016 met hun Profiel werkstuk (PWS) “Srebrenica, de verraden stad” vervolgt het juryrapport met:

          [CITAAT]
          “”Het werkstuk betreft een relevant, opzienbarend en belangrijk onderwerp, waar weliswaar al veel over geschreven is, maar waar de schrijvers van dit werkstuk een andere invalshoek kiezen.

          Het werkstuk is uitstekend gestructureerd en goed geschreven; over de aanpak is gedecideerd nagedacht. De auteurs hebben vele bronnen geraadpleegd, zij hebben het proces van Mladic voor het Joegoslaviëtribunaal bijgewoond en ze hebben zelfs interviews gehouden met kopstukken in het Srebrenicadrama. Ook hebben Kasper Raphael en Sweder Steensma juridisch onderzoek uitgevoerd, wat nogal zeldzaam is voor scholieren. Dat hebben ze bovendien bijzonder professioneel gedaan. Interessant is ook dat er uit het onderzoek beleidsmatige adviezen komen om herhaling van een drama als dat in Srebrenica te voorkomen.

          Kortom, de jury was buitengewoon onder de indruk van dit werkstuk en heeft unaniem besloten om het de eerste prijs toe te kennen.””
          [EINDE citaat]

          Maar ja, @Loekie zegt: 14 juni 2017 om 23:32 /…/Het enige wat ik stel is dat een werkstuk van een middelbare scholier/…/ niet als oorspronkelijke bron voor geschiedbeschouwing gehanteerd kan worden….omdat die scholier vooralsnog niet anders kan dan zich baseren op een (beperkt) aantal al lang bestaande bronnen, veelal boeken. Dat hij die bronnen wellicht op een oorspronkelijke manier heeft gerangschikt en/of geïnterpreteerd doet daaraan niet af.@

          — Het zij zo !

        • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

          Heer E.Marawasin

          Uw woorden zijn uit mijn hart gegrepen. Nu kan ik zonder problemen citeren, uit wat voor bron dan ook. Ik zal mij laven aan Uw bron des Kennis

          Integriteitscriterium !!!Nou, nou…….. is dat ook eetbaar?…. als dat al van toepassing is op een HAVO/VWO ProfielWerkStuk?

          Integriteitscriterium !!!!, die term heb ik de laatste keren in politieke kringen vaker gehoord. Dat gaat toch zeker over de Voorzitter van de partij van Mark?. Nou als dat dezelfde integriteit is als die van de crematieKeizer, dan kan een PWS gelijk de oven in.

          Integriteit lijkt een bijzondere ook wetenschappelijke i.c. kennisverwervend term ? Ik zal dit woord van dhr Marawasin maar gaan toepassen op enkele en zijn uitspraken.

        • e.m. zegt:

          @Peter van den Broek van een andere generatie zegt: 15 juni 2017 om 16:06 Heer E.Marawasin Uw woorden zijn uit mijn hart gegrepen. Nu kan ik zonder problemen citeren, uit wat voor bron dan ook. Ik zal mij laven aan Uw bron des Kennis@

          — Dat doet mij deugd heer Van den Broek, dan ben ik in zinderende afwachting van uw binnenkort te verschijnen, sinds 2012 aangekondigde ‘Bersiap Atlas(je)’.

          Mijn persoonlijke belangstelling daarbij heeft natuurlijk uw bronnenoverzicht en geraadpleegde literatuurlijst.

          Selamat makan !

        • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

          2012 ….Bersiapatlasje? Praat ik al zo lang over een Bersiapatlasje.? Dhr Marawasin dient dat maar tegen zijn integriteistcriterium af te zetten.

          Voor een afgewogen oordeel dien ik Indonesische bronnen te raadplegen en dat duurt wel want de studie Bahasa Indonesia loopt niet zoals ik wil .Google Translator is wat dat betreft niet betrouwbaar en kan het integritetiscriterium niet doorstaan.

          Maar misschien kent dhr E.M. wel een PWS die in detail gaat over de Bersiap. Dat kan mij best vooruit helpen. Met of zonder integriteitscriterium (ik dacht dat carnaval al voorbij was!!!).
          Gelukkig hoefde ik mijn eindexamen met keuzevak Geschiedenis alleen mondeling te doen. De eerste vraag was dacht ik : Slag bij Nieuwpoort?? Dit als opwarmertje.

          Opmerkelijk is toch dat dhr E.M. mij zoveel tijd gunt, terwijl in de afgelopen 70 jaar zegge en schrijve twee Nederlandse personen zich uitdrukkelijk en systematisch met de Bersiapslachtoffers hebben beziggehouden (Bussemaker en van Delden). Ligt toevallig een boek van die mevrouw op mijn bureau.

        • e.m. zegt:

          @Peter van den Broek van een andere generatie zegt: 15 juni 2017 om 17:57@

          — U blijft een opmerkelijke door de mand gevallen Prietpraetjesmaker; weinig wol !

          Nu, geen verdere smoesjes meer heer Van den Broek: “Zoekt & Gij Zult Vinden!”

        • Jan A. Somers zegt:

          “zegge en schrijve twee Nederlandse personen zich uitdrukkelijk en systematisch met de Bersiapslachtoffers hebben beziggehouden ” Ja, bij mij was er nog maar nauwelijks sprake van slachtoffers. Meer verzamelingen van beenderen in stinkend vlees. Het aantal kon je alleen maar schatten door de schedels te tellen. Anders gewoon zonder aantal te noemen in een verzamelgraf. We hoefden niets systematisch te doen. Gewoon in het Katholieke Ziekenhuis aan de Reinierszboulevard in de snijkamer afleveren. Daar was meestal niemand, maar de volgende keer waren die resten toch wel verdwenen.

    • Boeroeng zegt:

      @ P.Lemon. Merci
      Ik heb de link veranderd van ‘postkoloniale dingessen’
      Deze werkt wel: https://www.groene.nl/artikel/postkoloniale-absences

      • P.Lemon zegt:

        Wel een beetje op hol geslagen stuk van Abram de Swaan sinds 2001 universiteitshoogleraar sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

        Citaten : “Er is iets vreemds aan de hand met dat koloniaal verleden van Nederland. Het wil maar niet in de herinnering beklijven.”

        “Vrijwel niemand kent nog Maleis of Javaans en in Indonesië is het Nederlands nagenoeg restloos verdwenen (Nederland is de enige koloniale mogendheid waarvan de taal door eigen stommiteit en arrogantie volledig verdwenen is uit de voormalige wingewesten”

        “…willen de Nederlanders liever niet denken aan de roemloze nederlaag tegen de Japanners, of de vertwijfelde en bloedige onderwerpingscampagne tegen de nieuwe, onafhankelijke Republiek Indonesië? En, hoe gaat dat, ‘ergens niet aan denken’? ”

        —In werkelijkheid kwamen de repatrianten in de jaren 40 en 50 vd vorige eeuw tot het besef dat doorsnee nederland geen idee had wie ‘die vreemdelingen’ nou waren en als ze er iets van wisten…dat wij uitbuiters waren, of onbeschaafd en onderontwikkeld.
        Rechtstreeks of indirect bij de kolonie betrokkenen beleefden hun dagelijkse politieke werkelijkheid misschien meer kritiekloos of publiceerden in de kring van ingewijden over het koloniale leven.
        Veranderingen in de wereldorde scheurde niet zonder kleerscheuren de o.a. op europese leest geschoeide aziatische maatschappij(en) los vh westen. Onderdrukker en onderdrukte overtraden daarbij de veel later opgestelde mensenrechten. Het eenzijdig opgeheven vingertje naar onze excessen …een anachronisme?

        • Jan A. Somers zegt:

          “Vrijwel niemand kent nog Maleis of Javaans ” “in Indonesië is het Nederlands nagenoeg restloos verdwenen” Het was nooit de bedoeling het Nederlands als landstaal in te voeren. Behalve als er moest worden aangesloten bij Nederlandstalig middelbaar/hoger/wetenschappelijk onderwijs. Er is ook nooit reclame voor gemaakt. In tegendeel. Het Maleis, oorspronkelijk in gebruik als lingua franca in de gehele archipel en daardoor etnisch neutraal, werd de standaard waarmee tevens een belangrijke stoot werd gegeven aan de ontwikkeling van een nationale identiteit. Was het aantal kranten tussen 1918 en 1925 al gegroeid van 40 tot 200, in 1938 bestonden er 400 dag- week- en maandbladen. Bij de verspreiding van literatuur, vertalingen van de klassieke (Westerse) wereldliteratuur, de moderne (Westerse) literatuur en de opkomende moderne Indonesische literatuur, speelde het gouvernements uitgeversbedrijf Balai Poestaka, het Kantoor voor de Volkslectuur, een belangrijke rol. Deze instelling, gesticht in 1908, kan worden gezien als een van de belangrijkste voortbrengselen van de ethische politiek. Zij beheerde openbare bibliotheken binnen de Hollandsch-Inlandsche Scholen en haar uitgaven beperkten zich niet tot literatuur, maar omvatte bijvoorbeeld ook publicaties over persoonlijke hygiëne, verkeersregels, en vrouwen in de politiek. Van groot belang voor de acceptatie van Balai Poestaka was dat de vertalingen behalve in het Maleis ook in regionale etnische talen werden uitgevoerd.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Nederland is de enige koloniale mogendheid waarvan de taal door eigen stommiteit en arrogantie volledig verdwenen is uit de voormalige wingewesten” Het is nooit de bedoeling gewest dat het Nederlands werd ingevoerd als landstaal. In tegendeel! Het Maleis, oorspronkelijk in gebruik als lingua franca in de gehele archipel en daardoor etnisch neutraal, werd de standaard waarmee tevens een belangrijke stoot werd gegeven aan de ontwikkeling van een nationale identiteit. Was het aantal kranten tussen 1918 en 1925 al gegroeid van 40 tot 200, in 1938 bestonden er 400 dag- week- en maandbladen. Bij de verspreiding van literatuur, vertalingen van de klassieke (Westerse) wereldliteratuur, de moderne (Westerse) literatuur en de opkomende moderne Indonesische literatuur, speelde het gouvernements uitgeversbedrijf Balai Poestaka, het Kantoor voor de Volkslectuur, een belangrijke rol. Deze instelling, gesticht in 1908, kan worden gezien als een van de belangrijkste voortbrengselen van de ethische politiek. Zij beheerde openbare bibliotheken binnen de Hollandsch-Inlandsche Scholen en haar uitgaven beperkten zich niet tot literatuur, maar omvatte bijvoorbeeld ook publicaties over persoonlijke hygiëne, verkeersregels, en vrouwen in de politiek. Van groot belang voor de acceptatie van Balai Poestaka was dat de vertalingen behalve in het Maleis ook in regionale etnische talen werden uitgevoerd.

        • Jan A. Somers zegt:

          Nou is behalve de inleiding een heel stuk dubbel verschenen. Misschien mijn schuld? dan sorry.

    • Jan A. Somers zegt:

      “haha je mag niet raden” Zal ik maar een voorzet geven? Had ik al ongeveer op schrift staan! “Hij veroverde gebieden zoals Jakatra en verplaatste het hoofdkwartier naar Java.” Maar het was niet zijn initiatief!
      Matelieff had in zijn brief van 12 november 1608 aan Hugo de Groot ook geschreven dat men “Voor eerst ende al moeten in India een rendevous ofte gemeene plaetse verkiesen, alwaer alle de schepen van dese landen recht op aen mochten comen ende haer aldaer verversen; daer oock alle provyand, lijftocht, ammunitie van oorloge mocht werden gebracht ende van langsamerhant byeen vergadert, (…); alwaer oock alle waren van alle quartieren souden mogen werden gebracht ende in goede versekertheyt aldaer bewaert, want altijt metten grootsten schepen binnenslants te seylen brengt oock veel costen ende ongemack.” Matelieff dacht hierbij aan Bantam, Malacca, Atjeh of Palembang, maar in het bijzonder aan Jakatra. Het zou een volksplanting van ‘vrije burgers’ moeten worden “die altijts ten dienste van de patrya souden staen (…) maer men most de luyden, die aldaer gingen wonen, middel geven om aldaer watt te verdienen (…) want die in dienste is, laet hem aen sijn maentgelden genoegen sonder verder te pracktiseren, want de mensch is uutter nature soo: die practiseren wil sal’t voor hem selve doen en voor geen vreemde.”
      In 1611 besloten de bewindhebbers “om by forme van een secreete instructie te besoigneeren over ’t maken van een rendevous in Oost-Indiën, daar de capitalen van de Compagnie souden mogen wesen bewaart.” Nadat het niet was gelukt van de vorst van Bantam het eiland Pandjang te kopen, kreeg Pieter Both opdracht te zoeken naar een andere geschikte plek. Met het oog op de onbetrouwbaarheid van de Bantamse bestuurders werd het in artikel 23 raadzaam geacht “metten coninck van Jacatra in naerder communicatie ende alliantie te treden, te weeten van hem te begeeren een gelegen plaets, omme tot ons contentement een fort, dienende tot een rendevous van de gantsche Indische navigatie van onse schepen aldaer te bouwen, houden ende in alle gelegentheyt te blijven besitten”.Pieter Both moest zorgen dat de vorst arbeidskrachten zou leveren “omme d’selve plaets sterck ende bequaem te maecken; item, dat ghij ende d’uwe in deselve alle gebiet, macht ende auctoriteyt zout hebben sonder zijn becroon; item dat een goed deel van zijne onderzaten rondom en omtrent uw fort en plaats zoude moeten komen wonen, tot commoditeit van uw onderhoud. Dat hebbende, zoude mettertijt aldaer een bequaeme stadt ende plaets van handelinge ende traficque gebouwet en aangefoct cunnen werden, tot groot proffijt van den coninck ende verseeckeringe van onse Indische navigatie”.
      JPC was dus in overleg met Jakatra al begonnen met de huur van grond en het bouwen van een gebouw. Maar de vorst van Jakatra had nog een hogere baas, Bantam, en die vond het niet leuk dat de VOC uit Bantan zou verhuizen naar Jakatra. En daar begonnen ook de Engelsen zich mee te bemoeien, die wilden ook iets leuks.. De rest kent u.

  3. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Uitstekend opmerking van dhr J.Pondaag over “onafhankelijk “onderzoek, de slager keurt zijn eigen vlees in Doorbraak.eu

    Redeneer ik in dezelfde trant door dan ben ik volledig met dhr Pondaag eens dat onderzoek naar het seksuele gedrag van Olifanten dient niet door olifanten gedaan te worden. Logisch toch?
    Om de onafhankelijkheid en vooral de objectiviteit van het onderzoek te garanderen dient dat toch door Mensapen gedaan te worden.

  4. Jan A. Somers zegt:

    “Commissie van Goede Diensten, die was ingesteld door de VN ” Nadat de Republiek Amerikaanse bemiddeling had afgewezen, werd een voorstel van minister Van Kleffens om een aantal landen te laten bemiddelen door de Verenigde Staten overgenomen en op 25 augustus aanvaard. Op 27 oktober arriveerde de Commissie van Goede Diensten bestaande uit Paul van Zeeland (België, namens Nederland), Richard Kirby (Australië, namens de Republiek), en Frank Graham (Verenigde Staten, door beide eerdergenoemden gevraagd). De besprekingen vonden in Tandjong Priok plaats op het Amerikaanse transportschip Renville. Op 17 januari 1948 werd het akkoord van Renville ondertekend, feitelijk een bevestiging van Linggadjati! Er was duidelijk sprake van een Amerikaans-Nederlandse overeenstemming waarbij de Republiek afstand moest doen van de net door de Nederlanders veroverde gebieden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s