Kerstmis 1943

Bron: Tong Tong, 30 dec. 1959, met dank aan Ciwi.

6a013484da3a19970c0148c70fcd32970c-150wi

Er heerste grote bedrijvigheid in en rondom de Haantjeskerk aan ’t Pintoe Besi in Djakarta. In de kerk verschikten Zr. Gildemeester en haar assistenten waarschijnlijk nog gauw wat aan de hier en daar staande vazen sedap-malam, de typisch Indische kerstbloem, of aan de op stapels liggende kerstpakketjes in rood crpe-papier, op de lange tafel onder de tot aan het plafond reikende kerstboom. Deze boom was altijd ’t prachtigste exemplaar uit de serie dennen die het kerkplein sierden.

Buiten op ’t kerkplein krioelde ’t van de kinderen, Ambonneesjes en kleine Indo’s (de totoks zaten immers voor het merendeel reeds achter de kawat) die vandaag 24 december hun kerst bij de zuster kwamen vieren. Allen zagen er keurig uit, al was menig broekje voorzien van n of ander tambalan. Ook ik droeg een fraai kanten jurkje, dat mijn moeder zelf gemaakt had van haar bruidstoilet, want was niet het simpelste stofje praktisch onbetaalbaar geworden voor ’t doorsnee Indisch huismoedertje?
Op mijn japon prijkte een Indisch takje mistletoe, dat uit een paar blaadjes kemoening bestond en twee wilde kersen. Ik voelde me met m’n 12 jaren al echt een hele dame.
Zo stonden we daar in zenuwachtige spanning te wachten op ’t sein dat we de kerk in mochten, want was de eerste aanblik van de feestelijk met bloemen versierde kerk en de prachtig opgetuigde boom niet altijd een verrassing. Toen de kerkklok 6 slagen liet horen, was eindelijk het lang verwachte moment daar. De grote deuren werden open gegooid en we konden in rijen de kerk binnen gaan.

Al gauw gingen er kreten op van: “Aaah, adoeh so mooi”, en “wadoeh seh!” terwijl menig kindermond van bewondering openviel voor de schitterende boom, die in al haar majestueuze pracht omhoog rees. Je werd stil, als je naar de tientallen kaarsen keek, wier zachte gloed weerspiegeld werd in de zilverkleurige bollen en klokjes. Wat een werk was het geweest de boom tot aan de top zo kunstig te versieren en wat een voldoening moest het elke keer weer hebben gegeven die stralende kindergezichten te zien. De juffrouw van de zondagschool wees elk kind zijn (of haar) plaatsje aan en de dienst kon beginnen.
Zr. Gildemeester, stemmig in het zwart, ging ons voor in ’t gebed. Er heerste een eerbiedige stilte, wat je van kinderen van 6 – 13 jaar stellig niet verwachtte. Ze bad zo mooi, voor ons en voor al de kinderen in de kampen, voor alle vaders, die nu zo ver weg van hun gezinnen zaten, voor al die verlaten moeders thuis, opdat God met ons allen mocht zijn om ons kracht en sterkte te geven. Ik luisterde met m’n hoofd voorover op m’n gevouwen handen, terwijl iets warms langs m’n neus tussen m’n vingers drupte. Ook m’n zusje naast me hoorde ik snuiven. Dit zou immers ons laatste Hollandse kerstfeest zijn; met ingang van ’t nieuwe jaar werd er ook in de kerk op het Indonesisch overgeschakeld, en begreep je van zo’n preek toch niets.
Maar het meest ellendige was wel dat Zr. Gildemeester en Zr. Loof, haar naaste medewerkster, ook het kamp in moesten. Deze twee oudjes hadden ons al vanaf de kleuterjaren op hun zondagschooltje gehad, je hechtte je aan hen en Zr. Loof, ze was altijd al zo bleek en magertjes …. zou je hen ooit weerzien ….

Het krampte in je binnenste en je vroeg je in kinderlijke wanhoop af: “Onze Vader, waarom moet dit alles zo zijn …..?”
Maar intussen was ’t gebed geindigd, bruusk veegde je over je ogen, omdat de anderen toch alsjeblieft niets mochten merken van je sentimenteel gedoe …..
Hoe gewoon klonk Zuster’s stem toen ze de eerste toon aangaf voor het heilige lied: “Stille Nacht”. Haar stem klonk ook vast in het eeuwenoude verhaal over de Kerstnacht, waarin dat kleine jongetje werd geboren, dat zo’n grote ommekeer teweeg had gebracht in de wereld van alle gelovigen.
Het hoogtepunt van de kerstviering was voor de meeste kinderen toch wel het uitdelen van de Kerstgeschenken, al wisten we nu vooruit, dat in een van de pakjes mijn handgeborduurde zakdoekje zat, en dat ik waarschijnlijk een zelfgemaakt niemendalletje zou krijgen, dat een van de vriendinnetjes op de handwerkles in elkaar had gewrocht. Toch was je er blij mee, het was immers, hoe eenvoudig ook, een kerstgeschenk, waar we allen onze uiterste best op hadden gedaan.
Later op de avond werd er zoals alle voorgaande jaren, stroop geschonken, maar Zr. Gildemeester had deze keer ook nog aan iets anders gedacht …..

Aan de vele hongerige maagjes, die in de nippontijd hun normale portie niet binnen kregen, om de doodeenvoudige reden, dat het er niet was, omdat Moeder’s inkomsten hadden opgehouden te bestaan. Vader was er immers niet meer om er voor te zorgen en als die er nog was, was er toch geen werk meer …..
Dat alles moet door het hoofd van de Zuster zijn gegaan en daarom gebeurde er iets heel ongewoons op dit kerstfeest.
Daar kwamen haar assistenten binnen, die grote pannen nasi goreng tussen zich in droegen. De kinderen gingen plotseling rechtop zitten en rekten de halzen. Daarna smulden ze, en in een minimum van tijd waren de bordjes leeg en mochten we een tweede portie komen halen. De beide zusters keken lachend toe en schepten steeds weer de lege bordjes vol …..
Ze zagen er zo blij uit, zo echt in een kerststemming, net of er geen bezetting was, alsof ze niet in het vooruitzicht hadden het kamp in te moeten en weg uit het werk, dat ze al die jaren met zoveel liefde gedaan hadden.

Dit kerstfeest, dat je evenals alle kerstvieringen dankbaar moest stemmen, omdat je het Christuskind had ontvangen, had deze keer toch wel een ondergrond van droefenis, om datgene wat je had verloren en wat je nog verliezen ging.
Kerstmis 1943 is echter het mooiste feest in mijn herinnering geweest en gebleven.
Meiti

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

1 Response to Kerstmis 1943

  1. Ciwi schreef:

    Deze kerstviering heb ik ook meegemaakt …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *