Deze week had ik de eer en het genoegen te mogen mampir bij ibu Joty ter Kulve. U heeft inmiddels diverse artikelen door, en over haar, kunnen lezen alhier.
Hier bijv. Marie Louise en de Indische mensen.
— en over st Vrienden van Linggadjati
— expo Linggadjati in Den Haag, thans is het te zien in Soest tot 31 oktober en binnenkort ook in andere steden.
Wat een positieve vrouw, inspirerend, een gedreven, mooi mens.
Notities speech/interview opening IHCB 16 aug.jl.
Het overkomt je: 14 jaar oud, drie jaar Jappenkamp daarna Bersiap.
In een concentratiekamp word je als meisje van 14 vlug volwassen. Je wordt geconfronteerd met wreedheid, vernedering, ziekte, dood en vooral honger. Altijd honger, luizen, wonden, hard werken voor de Jappen en de angst dat ze je te pakken krijgen.
Vaak stond ik achter het prikkeldraad en het gedek en tuurde door een gat naar buiten in ons eerste kamp. Ik zag mensen op de straat voorbij fietsen, karretjes met eten, kinderen lachen en dan dacht: kom ik hier ooit nog uit? Ga ik ooit weer naar school?
Tweede kamp: dodenkamp, cholera, ratten, een afgelegen oord, somewhere in nowhere. Boven Bogor, uitgejouwd, vernederd.
Derde kamp: Kramat, Jakarta, een afgescheiden deel van ons kamp. Daarin zaten vrouwen en meisjes, die het hadden gedaan met de Jappen. Sommigen vrijwillig, sommigen verkracht. Ik bracht ze eten uit de gaarkeuken. Bij de toegangsdeur nam een meisje, ze was wel ouder dan ik, het eten in ontvangst. Ze had zulke droevige ogen, een wereld van ellende. Wanhoop en vernedering zag ik in die ogen. Dat is mij mijn hele leven bijgebleven, de ogen van dat meisje. Soms zie ik haar ogen weer voor me. Zoveel verdriet. Daar lag het immense leed in van al die vrouwen, die zo vaak het slachtoffer zijn geworden van een oorlog..
Ik heb geluk gehad in deze dramatische jaren. Ik had een ontzettend wijze en lieve moeder en grootmoeder. Ze hebben mij iets geleerd, wat mijn karakter en verdere leven heeft gevormd. Op heel moeilijke momenten, zelfs toen mijn moeder werd bedreigd met de dood toen zij weigerde mijn zuster van 17 jaar en mij 14 jaar oud af te staan aan de Japanse Gestapo, de Kempeitai, voor het Japanse bordeel in Cirebon, leerde zij ons dat wij ook persoonlijk vrij konden zijn in een concentratiekamp en zelfs bij de Kempeitai. Vrijheid van angst, vernedering, armoede, vrijheid om te geloven. En dat niemand ons die vrijheid kon ontnemen. Zelfs de Japanners niet. Zij leerde mij dat ik geen gevangene moest worden van het verleden. Ze zei me te zorgen dat het verleden niet aan mij kon blijven kleven.
Ze leerde mij respect te hebben voor ieder mens, zelfs de onderdrukkers. Het kwaad te kunnen zien in een persoon, maar toch die persoon niet te haten. Nu ik zelf oud ben, denk ik dat mijn moeder in die moeilijke jaren het zaadje van een wereldburgerschap in mijn ziel heeft geplant.
En als mijn kinderen en kleinkinderen en al die andere Nederlands kinderen van welke minderheidsgroep ook dit Herinneringscentrum gaan bezoeken, zij door al die verhalen ook wereldburgers zullen worden. Ik denk dat wij dan ons werk hebben gedaan.
De Indische mensen in en buiten het kamp hadden het vaak dubbel moeilijk. Hun hele leven hadden ze zich gedentificeerd met de Nederlanders. Maar ze waren heel dubbel, ook onderdeel van het land. Opgegroeid met gamelan, het gezang van mensen in de moskeen, de warme aarde de krekels. Allemaal verbonden met het moederland, ook door de Indonesische voormoeder, de Njai. De oorlog deed hen weer herinneren aan hun dubbele achtergrond. In alle verhalen die nu in dit prachtige Herinneringscentrum bij elkaar worden gebracht, krijgen ook die aspecten een plaats.
IHCB. Dat we hier vandaag samen mogen zijn, danken wij aan onze overheid en de visie van Jet Bussemaker. Ik ken niet veel andere landen, waar de overheid een Herinneringscentrum opricht voor haar ex-koloniale burgers. Dit is heel bijzonder.
Misschien zou je kunnen kunnen stellen, dat het grootste geschenk aan Nederland, daterend uit onze koloniale periode, niet het Tropenmuseum, of alle andere koloniale musea gevuld met Indonesische oudheden enz. zijn. Maar dat de exodus en komst van 300.000 Nederlanders en Indische Nederlanders, Molukkers, Ambonezen en anderen het beste was wat Nederland kon overkomen. Zij hebben diversiteit, creativiteit en nieuw bloed gegeven aan ons mooie landje. We hoeven alleen maar te denken aan Yvonne Keuls, Willem Nijholt, Hella Haasse, the Blue Diamonds en nog vele anderen.
Zij hebben bijgedragen aan de lange traditie van Nederland van een tolerant volk te zijn, open voor nieuwe ideen. Holland een handelsland, zo kwamen wij immers ook terecht in het voormalige Nederlands-Indi. Deze diversiteit en toegankelijkheid van de mensen heeft Nederland als klein landje groot gemaakt.
Wij moeten dit Centrum dan ook koesteren. Niet alleen de Indische mensen, maar het is ook een waardevol en een rijk bezit voor alle Nederlanders, ook de nieuwe Nederlanders.
Het Indisch Herinneringscentrum verzamelt alle verhalen: macro en micro. Wat een kostbaar bezit voor de jeugd van vandaag en morgen. Hier kunnen ze de verhalen lezen over hun opas en omas. Hoe ze leefden en wat hen is overkomen. Er waren zoveel hele dappere mensen en kinderen in die kampen. Ze hebben leren overleven: dat De Geest Overwint, is niet zo maar een kreet. Velen van ons hebben een grote prijs betaald om te kunnen overleven.
Het geeft mij rust te denken dat al die individuele verhalen blijven leven en in veilige handen zijn in ONS Herinneringscentrum. Maar dat je hier ook kunt bidden of knielen of gewoon een briefje kunt schrijven, net zoals ze doen bij de Klaagmuur in Jeruzalem. Bijvoorbeeld aan je vader of je opa, die ver weg begraven ligt en waar je geen bloemetje neer kunt leggen.
Die verhalen zijn niet zomaar verhalen. Het zijn levende getuigen, verhalen die een bron van leven zijn en hoop. Ze kunnen toekomst bieden aan al die mensen die vandaag de dag overal in de wereld doormaken wat wij ooit hebben doorgemaakt. De Geest overwint. Mogen zij die hebben overleefd levende monumentjes zijn van die Geest.
Joty ter Kulve





















































Wat een formidabele geestkracht heeft mevrouw Ter Kulve.Met bewondering heb ik haar woorden gelezen. Ik wens haar nog vele goede jaren toe.
inge meijlink-gnther