De voetbal mes

Een lezer stuurde onderstaand gedicht in, die in een andere versie eerder gepubliceerd was in de Moesson.  Zoek zelf in het Moessonarchief naar vele andere mooie stukjes.:  Link Moessonarchief   De Moesson publiceerde een versie in november 1997 en in maart 1977.
In 1977 schreef Lilian Ducelle :
“De voetbal mes” (wie was de auteur) behoort met “De Kokki” en “Den Varken” tot de drie beroemdste Indische dichtsels die vroeger in kleine of grotere kring met ferve werden gedeclameerd. Misschien geschreven uit openlijk verzet tegen het smetteloze Nederlands van de taallesjes op school, misschien ook om zo maar eens lekker krom Hollands te praten.

Voetbal match van Go- Ahead

Ik lopen wandelen eens een keer,
Op Bodjong weg zo heen en weer,
Ik lopen vrolijk mijn gevoel,
Ik was zo blij, heus betoel,
Ik lopen zo sewier-sewier,
Ik kijken rond, naar daar naar hier,
Terwijl mijn wandelstok voor prt
Ik laat maar sleep, sleret, sleret,
Ik draaien deftig met mijn kop
Met achterop een strooien dop,
Mijn boord omhoog, met mooie das,
Ik dragen Europeaanse zwarte jas,
Met witte broek, met zoom zoveel
Mijn sokken groen, mijn schoenen geel.

Die dag, het was al middag laat,
Ister veel mensen op de straat,
Ik zie maar autos, delemans daar
Al renteng, renteng aan elkaar,
En dan nog dames, heren veel,
En meisjes, wah, ik kijk haast scheel.
Je worden werkelijk biengoeng, heus
Wah, telkens parfum raken je neus.
Ik kijk maar rond, ik kijk maar stil,
Opeens daar klinkt van ver gegil,

Hie.bang.. zeg sobat zie Endrik,
Ik kijken om, ik zie, ik schrik
Mijn vriend, sie Tjoh, hij komen daar
Hij spreken Frankrijk, hij zegt “Bonsoeaar”
Ik zeg: “Hoa Tjo, hoe jij kom hier”,
Sie Tjoh, hij lach, mijn rug keplok
Keplok hij met zijn hand hij kies Endrik,
Zeg weet je wat ga mee met ik
Naar waar? Naar itoe, reuzig man,
Die voetbalmes bij Seteran.
Je weet nog niet, vanmiddag net,
Ister een wedstrijd van Ko-het,
Ko-het???…Ik heb nog nooit gelezen
Ko-het???.. Hoe moet je eten dezen?
Dan Tjoh, hij lacht, terlaloe, jij,
Jij denkt alleen aan vreterij.
Ko-het, ja dat is een club voetbal,
Njan first dlasse, tjap djempol,
Nu djangen pikir, ga maar mee,
Wah, daar is werkelijk veel ramee,
Nu ga ik mee, ik denk, “Come an”
Ik wil wel zien die bal-bal-an
Wij komen op kebon
Met veel mensen njang nonton,
Wij gaar door de pager en ik zie
Een ding kaja kandang sapi.
Ik vragen: Tjoh, itoe apa?
Wah dat triebuun nama nja,
Ister veel dames dragen mooie dop
Met boeloe op hun kop.
En dan itoe, je weet nog niet
Je worden biengoeng als je ziet,
Je worden, rood, je worden bleek,
Je kijk maar stil, je ken niet spreek.
Pas wij gaan zitten of..troiiiiiiiiiiiiiiiit,
Daar klinkt een fluitje en ik ziet,
Een tropje lange jongeluis,
Met witte broek en zwarte truis,
Voorop daar loop een lange vent
Met benen amper zonder end,
Sie Tjoh, hij zegt: Itoe is Piet
Hij kan goed maien jang keliet,
Wanneer hij ren hij antem hem,
Precies als Norton zonder rem,
Dan als al naar binnen gaa, die troep,
Daar komen aan die andere groep.
Van jongeluitjes, fris en kloek,
Pake witte bloes maar met rooie broek
Zij lachen vrolijk naar tribuun
Waar zij hun aanhangsels zien.
En dan, als allen zijn al klaar,
Zij gaan poseren voor elkaar.

Tot daar klinkt, Troeieieiet,
Daar gaan die lui opens mentiet.
De een hij ren maar naar hier, naar daar,
Hun benen roewet door elkaar,
De ander weer zo strak zo stijf,
Dat rammelt heel zijn lange lijf.
Wah, dat is werkelijk rame, heus
Je wordt gelie tot in je neus.
Je wil ook mee. Je moet dat zien,
Die luitjes daar op de tribuun.
Je moet daar horen dat gejoel,
Je worden gila, heus betoel.
Naast mij zitten meisje, adoe!
Zo kwiekkaja, sie kangeroe.
Haar ogen onstuimig, rood haar wang,
Zo zacht, zo mollig, als.kentang.
En steeds maar door zij gillen luid
En steeds maar knijpt ze in mijn kuit.
Ik denk: Hoh, terlaloe zeg,
Zo straks ik krijgen kuitenpech.
Ik zeg daarom zo van opzij,
Pardon, die kuit hij is van mij.
Zij kijk naar mij met schuine blik,
Mijn hart hij gaat riktik, riktik.
Ik krijg haast bijna hanevel,
Zij kijken zo life, die moeloet tremble.
Zij kijken maar weer vooruit,
Naar al de spellers heel de kluit.
Zij rennen maar door, zonder stop,
Als orang-orang in galop.
Opeens, een van de rooie broek,
Hij vallen voorover, nja..tebloek,
Ik blijf maar stil, ik denk alvas,
Die vent zoekt djankrik in het gras,
Maar toen hij opstaan, kassian,
Hij kan niet lopen haast die man,
Hij is so poesing, so misselijk,
Zijn smoel kaja blekok-pilek.

Dan opens krijg die lange vent,
Met pake benen zonder end,
De bal, en hij rennen maar,
Hij toebroek hier, hij toebroek daar,
Hij ren maar door tot hij dat hok,
Nama nja “GOOL” volgens die Tjoh,
Hij loert, hij rukt, hij trapt, nah.siroeoet,
Die kieper springt, hij grijpt, ..loepoet,
En dan geschreeuw.. o man,
Die bal ligt in the koeroengan.
Die luitjes gaan maar weer ngingkil,
En dan, als alles is weer stil,
Achter die bal van vooraf aan,
Weer trappen, rennen, douwen, slaan,
Koh, kan niet op, ik zeg tot Tjoh,
Apa, die luitjes nog niet kapok,
Tjobah, als ik toch lopen zo,
Mijn darmen zijn als gado-gado.
Sie Tjoh, hij lach met lip omlaag,
Natuurlijk als jij ouwe zaag.
Maar ja, die sportlui immers kan,
Zoe doen met bal-bal-an.
Wij zwijgen stil and kijken maar,
Naar dat geschrampang, door elkaar,
Soms stil zij stop van ted tot ted,
Ister wel prekiet of opzet.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.