De kinderen zijn alweer vele jaren het huis uit. De kleinkinderen groeien op. Doortje maakt zich grote zorgen over haar moeder in het verpleeghuis. Tijd … haar leven op een rij te zetten..
Anak beruntung (gelukskind)
Ik zit tegenover mijn moeder in het verpleeghuis, je ziet haar nauwelijks in haar rolstoel zitten, zo klein en frle is ze. Nog maar 1.35 meter. Ze is altijd maar angstig, ze voelt zich opgesloten met vreemde mensen, er zijn bewakers, ze moet aan eten zien te komen want je krijgt het niet zomaar en elke dag zegt ze dat ik niet weg moet gaan, ze is zo bang in het donker. Want s nachts dan gebeuren de ergste dingen
Wanneer zijn we samen begonnen, mijn moeder en ik? Eigenlijk zou ik daarvoor terug moeten gaan naar Malang 1941, een gelukkig jaar voor mijn vader en moeder, ze trouwden in maart, kregen een eigen huisje en vooral mijn moeder genoot van haar leven als 19-jarige, bevrijd uit de strenge ouderlijke macht. Ze hielden van feesten en dansen. Mijn vader was zeer sportief, was Unitas Java kampioen wielrennen op de sprint, mijn moeder korfbalde.
Natuurlijk waren er de sombere berichten over de oorlog in Nederland, maar sombere gedachten probeer je als jonggehuwden van je af te zetten. Totdat daar op 7 december 1941 de aanval op Pearl Harbour kwam. Op 8 december werd de algemene mobilisatie aangekondigd en mijn vader vertrok naar zijn bestemming. Het sprookje dat net begonnen was eindigde wreed en abrupt.
Negen maanden later, eind augustus 1942 werd ik geboren..
Mijn moeders zwangerschapstijd was wel heel anders dan ze ooit verwacht had, geen roze wolkjes en blauwe sokjes, maar een hectisch proberen om mijn vader nog eens te zien. In maart 42 capituleerde Nederlands Indi. Elk bericht over een troepentransport was voor veel vrouwen aanleiding om naar ieder station te gaan waar mogelijk een trein zou langskomen waarin hun echtgenoot zou kunnen zitten. Zo is mijn moeder nog eens een keer vanuit Malang naar Magelang gereisd en bij Pa van der Steur opgevangen, waar ook meerdere vrouwen waren aangekomen omdat het gerucht ging dat daar grote troepentransporten langs zouden komen. Ze wilde hem zo graag het grote nieuws vertellen, ze is daar een aantal weken gebleven, maar helaas Ze heeft wel aan zoveel mogelijk mannen en vrouwen de naam van mijn vader doorgegeven met het bericht van de zwangerschap, in de hoop dat via via het nieuws mijn vader zou bereiken.
De tijden werden ook steeds roeriger, uiteindelijk wilde ze graag naar haar familie in Surabaya om daar de oorlog door te komen en is met gevaar voor eigen leven samen met een oudere vrouw met de trein vanuit Magelang daar naartoe gegaan. Tot op de dag van vandaag spijt het haar dat ze de naam van die vrouw vergeten is. Ze heeft mijn leven gered vertelde ze me.
In Surabaya werd ik dus geboren, in een katholiek ziekenhuis (dichtbij het Darmo ziekenhuis), en mijn vader wist nog van niets.
Op een dag kwam er een troepentransport door Surabaya, de broer van mijn moeder was te werk gesteld op het station aldaar. Toen de trein stapvoets langs het station reed zag mijn oom ineens uit n van de raampjes van de coups het blonde hoofd van mijn vader. Hij rende met de trein mee en riep: Jan, Jan!! Je hebt een dochter! Mijn vader riep: een dokter, waarvoor een dokter?!. Mijn oom riep nogmaals, maar de trein was al te ver weg
Hij liet mijn moeder weten mijn vader gezien te hebben, maar ook dat hij het nieuws niet begrepen had. Mijn moeder was alleen al blij dat mijn vader in ieder geval nog in leven was.
Een jaar daarna kreeg diezelfde oom officieel te horen dat mijn vader was omgekomen bij de torpedering van de Suez Maru, november 43, Hij en zijn gezin hebben het niet aan mijn moeder durven vertellen. Dit wilden zij aan hun oudste zuster overlaten, die het haar zou vertellen wanneer de tijd er rijp voor was.
Zo verliep de tijd, het duurde uiteindelijk 3 jaren voordat de oorlog afgelopen was, en daarna kwam nog de Bersiap, De Bersiap in Surabaya, volgens dr. Bussemaker de stad waar het er het ergst aan toe ging. Ook dit hebben we overleefd, ik herinner me nog iets van een vrachtwagen waar we over en onder elkaar lagen, er werd geschoten, ik moest stil zijn en toen was daar die boot (oorlogsschip) waarmee we naar Singapore gevacueerd werden.
Later, veel later, eigenlijk pas 6 jaar geleden, hoorde ik bij stukjes en beetjes het juiste verhaal. De 4 lagen kleding die ik over elkaar heen droeg, de matrassen waarachter we ons in de vrachtwagen op weg naar de haven verscholen, de paniek, de Engelse helpende handen, het transportschip, en dan rond 6 of 7 november 45 de aankomst in het opvangkamp in Singapore.
In Singapore waren ondertussen ook mijn oma en opa en twee zusters van mijn moeder aangekomen. Dat was een mooi weerzien, maar het droeve nieuws moest mijn moeder toen wel verteld worden. Ze was nog zo jong. Ook nu vertelt ze nog aan iedereen die het horen wil:
Ik werd verliefd toen ik 17 was
Ik was verloofd toen ik 18 was
Ik was getrouwd toen ik 19 was
Ik werd moeder toen ik 20 was
Ik werd weduwe toen ik 21 was.
Mij werd verteld dat ik geen vader meer had, ik had hem nooit gekend en ik miste hem natuurlijk ook niet. Ik was alleen maar vrolijk omdat er zoveel te beleven viel in Singapore. Er kwamen steeds nieuwe transporten binnen en het schijnt dat ik regelmatig in de aankomsthal te vinden was en naar mannen toeliep om te vragen of ze mijn vader wilden zijn. En man is daarop ingegaan en liep met mij mee naar de barak waar mijn moeder was. Toeval bestaat niet, dat heb ik nu op mijn oude dag wel begrepen. Die man was de broer van mijn vader. Ze waren blij elkaar te zien, maar er sloeg geen vonk over
Oostenrijk: Opa staat rechts bij zijn zelfgebouwde piano
Mijn opa stierf in Singapore, hij was al behoorlijk ziek en ondervoed en heeft het niet gered. De barre tijden, de emotionele toestand van mijn moeder, dit alles heeft mijn lot bepaald. Haar oudste zuster (ze scheelden 21 jaar) kon geen kinderen krijgen en mijn oma, mijn moeder en mijn tante besloten gedrien dat het voor mijn moeder en mij het beste zou zijn om mij mee te laten gaan met mijn tante en haar man. Een grote rol hierbij speelde ook het feit dat ik een behoorlijke navelbreuk had ontwikkeld en hiervoor was een operatie noodzakelijk. Mijn a.s. pleegouders zouden in 1946 voor een jaar naar Holland gaan, en ik zou dus mee kunnen gaan.
Aldus werd besloten en ik kreeg nieuwe ouders. Ik was nog geen 4 jaar, en het zou tot mijn 18de jaar duren vrdat ik mijn echte moeder weer zou zien. Afgesproken werd dat ik de naam van mijn pleegouders zou dragen, ik wist niet beter of ik heette zo, al zal het best zo zijn geweest dat ik reisde onder mijn eigen naam..
Ik herinner me niet veel van deze overdracht maar ik weet tot nu toe niet beter dan dat mijn leven altijd een feest is geweest. Men zou mij in deze tijd een ADHD-kind genoemd hebben, ik had daar geen last van en genoot volop van alle nieuwe uitdagingen die het leven mij bood. Achteraf besefte ik hoe zwaar mijn moeder het waarschijnlijk met mij gehad had in de afgesloten wijk waarin wij vast zaten tijdens de oorlog. He hadden ze me stil kunnen houden in die vrachtwagen naar Tandjung Perak (haven van Soerabaya)?
Mijn verhaal gaat verder, maar wanneer ik het nu over mijn moeder heb dan bedoel ik dus mijn pleegmoeder. Zij was voor mij mijn moeder, een lieve lieve vrouw, ik wist niet beter of zij was mijn chte moeder. Haar man werd mijn vader.
Wij gingen naar Nederland, met de Johan van Oldenbarnevelt, een eldorado, ik was regelmatig zoek op de boot. Op de vraag van n van de manschappen die mij helemaal alleen op het dek zag rondlopen- waar mijn moeder was, gaf ik als antwoord dat ze over zee was gaan wandelen. Ik moest toch iets verzinnen wat mijn aanwezigheid op het dek legitimeerde. Er werd onmiddellijk alarm geslagen man overboord, zoektocht op het schip, de vaart werd al verminderd,
en ineens was daar mijn moeder, boos omdat ik ontsnapt was uit de hangmat (wij sliepen in open ruimten in hangmatten) waar ze me in had gelegd voor mijn middagslaapje. Mijn vader lachte waarschijnlijk in zijn vuistje toen nog wel
De naween van de oorlog waren in Nederland nog merkbaar, sommige levensmiddelen waren nog op de bon. We kwamen in Den Haag terecht, waar het gebombardeerde Bezuidenhout (vergissingsbombardement door de Engelsen) veel indruk op mij maakte. We woonden in een winkelstraat en ik was gebiologeerd door al die mooie etalages. Al die indrukken!
Na een paar maanden mocht ik van mijn moeder uit logeren. In het Bronovo Ziekenhuis. Opgewonden met mijn koffertje in mijn hand danste ik daar de wachtkamer rond, vertelde aan iedereen dat ik hier mocht logeren. Veel fijne herinneringen had ik niet aan die logeerpartij. Behalve de operatie aan mijn navelbreuk (o, dat vreselijke kapje op mijn neus) ontdekte een zuster een puistje op mijn arm. Daar kwamen toen een paar dokters naar kijken. Ik voelde de spanning. En ja hoor. De hele kinderafdeling werd gesoleerd, alle kindertjes in aparte glazen hokjes, want dat zwarte kindje zal wel de apenpokken hebben. Uiteindelijk bleek ik gewoon waterpokken te hebben, Ik heb drie weken in het ziekenhuis gelegen, een eeuwigheid voor een 5-jarige, ook al omdat mijn ouders niet in mijn hokje mochten komen.
Deze ervaringen zouden een teer kinderzieltje toch de das om hebben moeten doen, althans zo leerden de psychologieboeken mij later. Maar niets van dat alles, het leven was nog steeds een feest voor mij.
Ik vond het jammer dat we weer terug gingen naar Nederlands-Indi. Mijn vader ging al eerder, hij was bij de politie en werd opgeroepen in verband met de onrustige tijden, voorlopers van de politionele acties. Maar de bootreis terug, wr met de Johan van Oldenbarnevelt, maakte alles weer goed.
Mijn vaders bestemming was de Riouw Archipel. We hebben daar heerlijke huizen gehad, op Dabo Sinkep, Benkalis en Tandjung Pinang. Er waren geen Nederlandse scholen, mijn moeder had boekjes van Ot en Sien meegenomen uit Nederland en via die boekjes leerde ik van haar lezen, schrijven en ontleden. Rekensommetjes maakte ze zelf. Ik herinner me haar ijzeren geduld, ze was streng met de wekker (die mijn schooltijden en de pauzes aangaf) en wist goed met mijn ADHD-gedrag om te gaan. Na ieder uur ijverig werken mocht ik een kwartiertje fietsen, ontladen zei ze later.
Van mijn ouders hoorde ik dat mijn echte moeder weer hertrouwd was, en dat ik een broertje had, maar ik kon daar niet wakker van liggen, mijn echte moeder was voor mij deze moeder, met wie ik al die fijne bootreizen had gemaakt en bij wie ik altijd terecht kon met leuke en vervelende zaakjes
Toen ik 9 jaar was werd mijn vader overgeplaatst naar Palembang. Naderhand bleek dit maar voor 2 jaar te zijn, Ik ging hier voor het eerst naar school. Ik kon op school zowaar redelijk meekomen, de helft van de 4de klas, de vijfde en de helft van de 6de klas. Het was deze moeder, die de basis gelegd heeft voor wat ik geworden ben. Zonder kweekschool of PABO heeft deze vrouw mij klaar gestoomd voor de hogere klassen van de lagere school.
Doortje wordt vervolgd






















































Dag Belinda,
Deel II is net gepubliceerd.
Pjew wat een ontroerend verhaal!!! Ik zit met tranen in mijn ogen.
groeten Belinda Tuhepary-Jansen (indo getrouwd met ambon)
Compliment voor Doortje, mooi beschreven!
@ Kamperfoelie: wanneer je ook plannen hebt…:) je weet ons adres he?
ieder heeft zijn verhaal, dat is goed.
de eerste alinea…. ook ik zou dit binnenkort kunnen schrijven.
een gevoel van weemoed bekruipt me, daar kan ik niet onder uit.
al de jonge moeders van toen, zijn (waren, worden)kleine gekrompen omaatjes geworden, hun zwarte haren verkleurd tot wit; zij die ons in nederland opvoedden en voor prachtige kleinkinderen zorgden, ze worden steeds kleiner…..
…intrigerend..nieuwsgierig makend…hongerd naar meer…ayooh Mevrouw Doortje!!!…niet te lang wachten hoor..toevallig weet ik dat U ruim in Uw vrije tijd zit..en wat grappig dat zo’n adhd-kindje zich tot zo’n gedistingeerde dame heeft ontwikkeld…hoe?..hopelijk lezen we dit spoedig…