!Nora Dijkgraaf-Lokkers verbleef in het jappenkamp Struiswijk bij Batavia.Eerder publiceerden we haar gastpikirans Struiswijk deel I
HET LEVEN IN DE STRUISWIJK GEVANGENIS 1944-1945 BATAVIA
Vanuit het kamp Tjihapit werden wij op transport gezet, maar wisten niet waarheen.Na 26 uur dodelijk vermoeide reis per trein, kwamen we aan in Batavia en later per trucks vervoerd naar de gevangenis Struiswijk.
Deze aanblik, na een nachtmerrie van een reis, deed ons haast flauwvallen van schrik. Nog nooit had ik een gevangenis van dichtbij gezien.
Toen wij dus met veel geschreeuw en lawaai de poort in werden geduwd, stonden we met open mond te staren waar we beland waren. Doodop en ziek (er was bacillaire dysenterie uitgebroken in de trein) stonden we aan de grond genageld te staren naar die vreselijke cel.
Daar ga ik niet in!, riep ik meteen, om daarna flauw te vallen.
Er zat niets anders op. 650 vrouwen en kinderen werden overal heen geduwd en moest het daar maar mee doen.
Twee dagen later kwam nog een transport van 650 man binnen strompelen.
Deze gevangenis opgericht vr 1900 bood plaats voor 400 man. Nu zaten we met 1350 arme sloebers.
Hetgeen betekende dat wij per cel 50 cm ruimte kregen en elke cel moest worden bewoond door 4 man.
Nu waren wij mijn moeder en twee zusters dus al met zn vieren, dus daar boften we bij. Was je een alleenstaande, werd je verplicht bij een andere familie (soms met kinderen)in te trekken. Het geen niet bepaald een pretje was Men kende elkaar immers niet..
We kregen twee weken de tijd om op gangte komen.
Veel was het niet dat we mee konden nemen. Ieder een koffertje.
Nou, dat was gauw opgeborgen (in dezelfde koffer).
De cel mat 2 bij 2 meter en 21/2 hoog.
Tegen de muur zat een houten brits bevestigd, die omhoog geklapt kon worden.
Verder stond er een stinkende open wc. Dat was alles.
Stel je voor hoe wij daar aan moesten wennen. Daarbij leken de wanden te bewegenvan de wandluizen.
ZWART zag het van die beesten.
Mijn moeder een echte Hollandse huisvrouw rilde er van en ging de volgende dag die beesten meteen te lijf. Daar was echter geen beginnen aan
We moesten tien dagen op de cementen vloer slapen, aangezien de matrassen zouden worden nageleverd..
Die kregen wij inderdaad, nadat ze al die dagen in de regen hadden gelegen
Nou ja, dan ng maar een week op de stenen vloer..
Alles went zegt men wel eens.
Het eten bestond uit een homp brood (lees: klei) dat ook voor de lunch diende. In de avond n pollepel rijst en wat sajur.
We hadden zn honger, dat het smaakte naar meer.Eenmaal per dag een soort heet (lees: gekleurd) water.
Verder niets
De homp, dat voor brood doorging, was vervaardigd zonder gist en kon dus niet rijzen. Het gevolg was een rubberachtige substantie waar geen enkele voedingsstof in zat. Stel je voor dat wij met gist eens vitamine B naar binnen kregen
Door het in heel dunne reepjes te snijden, kon je er langer mee doen. Maar het stilde de honger natuurlijk nooit.
Vooral voor de kleintjes was het een verschrikking.
Als er ruzies ontstonden was het altijd om de kinderen, die kermend van de buikpijn de anderen uit hun slaap hielden.
Toen iedereen een beetje van de schok was bekomen, gingen we bij elkaar kijken hoe die het hadden opgelost.
Elke barak bestond uit een rij van 17 cellen. Haaks daarop een grote zaal met houten schragen. Verder niets. Wie pech had moest daar dus op slapen en wonen. Met kleine (zieke) kinderen en al.
Daarnaast van er een latrine ruimte, met gaten in de vloer waarop men moest djonkokken. Zowaar een tussenschot tussen de 4 gaten.
In de haakse hoek rond een put, met daar omheen een schuttinkje van bamboe, dat ons nog wat privacy schonk.
Met dit water moest alles worden gedaan.
Bedenkt men dat we met 98 man daarmee moesten doen, kun je nagaan dat ook daar weer een rij werd gevormd eer je aan de beurt was.
Nog maar niet te spreken van VIER wcs voor zoveel zieke mensen.
De gevangenis was gebouwd in een U-vorm, ofwel hoefijzer. In het midden was een kale plek, dat voor het appl werd gebruikt, waar we tweemaal daags moesten staan om geteld te worden.
Op de foto kun je zien hoe de keuken er uit zag. Grote gaten in de grond en daarop boomstammen om het vuur te maken.
Voor zoveel mensen moest dus gekookt worden op drums.
Aan de kopse kant waren de kantoren en manschapverblijven.
Een binnenpoort en een buitenpoort. Daar tussen in een twee meter brede gang die langs de gehele gevangenis liep (zie luchtfoto door de geallieerden gemaakt).
Al gauw werd het bestuur genstalleerd en werden de taken verdeeld.
In Tjihapit bestonden taken in lichte vorm. Van dagelijkse slavenarbeid was toen geen sprake.
Nu was het aan het Nederlandse bestuur gegeven om de taken te verdelen en hiervoor mensen uit te zoeken.
Deze taken bestonden uit:
Werken op het land buiten het kamp.
De groenteploeg voor de keuken en de kooksters.
De latrinedienst die de beerputten moesten legen. (deze waren gelegen in de tussengang om het hele terrein heen, waar de beerputten per barak op uit kwamen)
Ziekenboeg personeel voor het verzorgen van de zeer ernstige zieken.
Deze ploeg had ook de taak de lijken in te pakken en tot aan de buitenste poort over te dragen aan de soldaten.
De slijperij. Patjoels en messen slijpen voor het buitenwerk. Mijn moeder en ik kozen voor het landwerk. Een grote moestuin moest worden aangelegd om groente voor de Jap te kweken.
Na verloop van tijd moest in de nacht worden heen en weer gelopen op elke barak, gedurende twee uren. Mocht je omvallen van de slaap en worden bepkt, kon je er zeker van zijn dat een pak slaag je deel wasHet kon zover gaan dat de vrouwen in de tussengang aan een paal moesten blijven staan (40 graden hitte) voor vele lange uren.
Kindertjes moesten vliegen vangen en bij een vol potje kregen ze een klontje suiker. Kun je begrijpen dat die potjes nooit vol genoeg waren.Maarhet hield ze bezig.






















































Beste mevrouw Nora Dijkgraaf-Lokkers,
In de spullen van mijn tante vond ik dit weekend een heel klein hand genaaid boekje met Struikwijk erop geborduurd. Op de eerste pagina is een fotootje geplakt van een Nederlandse man met een marine pak en een witte marine? pet met gouden kroon. In potlood staat er “De Paps” Barak 17 cel 2 “Pim Liew” Jet Tuinhout. De volgende bladzijde heeft ook een fotootje met een vrouw gezien aan een tafel met boek op schoot met de titel Mams. Op de derde pagina zit een fotootje van een kind geknield naast een hond. rond de foto staat C. Koppa Mohr E. Varenhout Bolok en Pim.
Op de vierde pagina zit een fotootje geplakt van een jonge vrouw en de naam Lieneke.
Bij het boekje zit een notitie met de volgende tekst. “Door Lieneke Tuinhout i/t kamp gemaakt en aan mijn moeder gegeven na de oorlog.”
Indien u hier enige informatie uit kan halen wie deze Lieneke was en eventueel de andere personen ben ik zeer erkentelijk. Ik zou graag het boekje aan de familie terug willen geven als dat nog kan. Ik heb ook foto’s indoen dat helpt.
Mijn grootouders Kockelkoren-Volger en twee van hum kinderen hebben in Celebes in het Jappenkamp gezeten en overleefd.
Met vriendelijke groeten,
Thomas Helmer
+32478798887
Lieve Tineke,
Helaas kwam ik er eerst onlangs achter dat je een reactie hebt ingestuurd. Hierbij dan alsnog mijn antwoord.
Mijn boeken geef ik zelf uit en zijn zodoende alleen via mij verkrijgbaar. “Wat Nooit Slijt”zal jou misschien verder helpen. Je kunt me altijd bellen of mailen.
tel.070-363 9847. Voor mail, zie boven.
Hoop van je te mogen horen,
Groetjes, Nora
adres van Nora:
leonoradijkgraaf@yahoo.com
Lieve Nora,
Graag zou ik je e-mail adres en/of
telefoonnummer hebben. En is je boek “wat
nooit slijt” nog via de reguliere boekhandel
te koop? Heb je daar ook de situatie in
Tjihapit beschreven?
Ik ben – eindelijk – met mijn levensverhaal
begonnen en hoewel ik nog me nog veel kan
herinneren (ik was 6 jaar), zijn er wel hiaten. Hopelijk kan jij/je boek daar bij
helpen.
Groetjes Tineke Stijkel-Frans
Lieve Tineke,
Ik lees nu pas je berichtje en wil je hierbij laten weten dat er 7 barakken waren, die dubbel gerekend moeten worden aangezien ze door een muur van elkaar werden gescheiden. Op de plattegrond staat de ziekenboeg er inderdaad niet op, aangezien deze foto ver voor de oorlog is gemaakt.
Wij – mijn moeder en twee zuster – zaten in barak 6, cel 17. De laatste cel van de barak.
Ik ben blij voor je dat je wat hebt gehad aan mijn verhaal. Ik was destijds ook zo blij met de clandestiene film en foto’s.
Je kunt me altijd mailen of bellen wanneer je meer wilt weten. Mijn boek “Wat Nooit Slijt”gaat hier (ook) over.
Groetjes, Nora Dijkgraaf
wat ben ik blij met deze gegevens van Struiswijk.\Ik heb daar ook gevangen gezeten
als , samen met mijn moeder en broertje. Ik wist niet meer uit hoeveel cellen een barak bestond. Hoeveel barakken telde Struiswijk ? Op de plattegrond die ik
op internet vond, kon ik geen ziekenboeg
vinden, terwijl die er wel was(mijn moeder lag daar ziek) Mijn moeder is helaas in 1999 overleden, ik kan haar nu niets meer vragen.