Soms ziet hij de schrik bij mensen in hun ogen als hij ze, na enkele telefoongesprekken, voor het eerst ontmoet.
‘ Je bent een buitenlander’, zie je ze denken. ‘Dat konden we helemaal niet horen’ Ze vragen vaak naar Hans Demir.
Denken dat ze het verkeerd hebben verstaan als hij Hasan zegt.
‘Ik ws ook een van de weinige Turken die vroeger in de rij stond om een Hollandse kroeg binnen te gaan’, zegt hij. ‘En veel van mijn Turkse vrienden zijn inderdaad niet zo succesvol. Maar ik word wel moe van al dat wijzen. Allochtonen die zeuren dat de autochtonen hen geen ruimte geven.
En autochtonen die weer terug wijzen.We geven elkaar constant de schuld van alles wat er mis gaat in de samenleving, terwijl het mij niet boeit waar iemand vandaan komt. Neem iemand toch zoals hij is, zeur niet zo over naam, een kleurtje een hoofddoek ‘
Hasan voelt zichzelf nog steeds Nederlander, maar hij beseft dat hij altijd een Turk zal blijven omdat anderen hem zo zien. ‘Misschien dat ik me daarom zo op mijn gemak voel bij mensen die ook een niet-Nederlandse achtergrond hebben’, zegt hij. ‘Mijn vriendin heeft een Indische achtergrond en ik voelde me daar direct thuis. Zij zijn hier al langer, maar ze hebben hetzelfde meegemaakt, dezelfde pijn gevoeld. We lijken op elkaar, dat proef je .’
Volkskrant 8 nov 2005, pag 24, rubriek Achterkant, ‘ze vragen vaak naar Hans’.





















































Geef een kind eten, onderwijs en kleding maar
niet het gevoel dat hij/zij 1 van het gezin is.
Het kind komt in opstand.
De ouders denken alles gegeven te hebben, maar het belangrijkste ontbreekt; erkenning.
Binnenkort mag Nederland zijn oor te luister leggen
naar de schreeuw van zijn stiefkind en vol medelijden zijn hoofd schudden, zeggende: ” Goh, dat heb ik nooit geweten”…