Wederom een bericht van Tommy – de andere 4 al gelezen?- Voor wie hem niet kent :
Tom en z’n”tante”op de PMB vorig jaar
2 augustus Beste allen, ik ben inmiddels geslaagd voor mijn cursus Bahasa Indonesia en ben meteen doorgegaan naar Oost-Java. Daar liggen toch mijn roots, immers, dus da’s leuk. Toen ik aankwam in het huis van Hady – een vriend van me bij wie ik deze week logeer – werd ik hartelijk ontvangen door zijn ouders, broer en pembantu (hulp in de huishouding, voorheen: baboe). Ik moet alleen een beetje wennen aan de taal; bijna niemand spreekt hier fatsoenlijk Indonesisch. Maar het gaat me steeds beter af, ik leer met de dag meer (scheld)woorden in het Surabaya-dialect. Verder is het eten hier stukken lekkerder dan in Yogyakarta. 
Een ding viel me wel meteen op toen ik de auto uitstapte; het stinkt hier behoorlijk naar mest. Ik dacht eerst nog dat het alleen Hady’s huis was, maar heel Surabaya ruikt als een riool! Sterker nog, het IS een riool. Waar je ook komt zie je uitwerpselen langs de weg drijven in half opgedroogde slootjes. Overal ligt troep. Volgens de mensen die ik spreek zijn het de Madurezen die er zo’n smeerboel van maken. Een kijkje in de Madurezenbuurt kan dit alleen maar bevestigen: 1 grote vuilnisbelt van brandende afvalhopen, menselijke en dierlijke uitwerpselen, verrotte hutjes en sate-kraampjes. Maar ach, ik heb zo’n voorgevoel dat ik dat zal missen als ik weer in het overgeorganiseerde Nederland ben.
De eerste dagen ben ik rondgeleid door een vriend van Hady die naar de naam Krishna luistert. Ik vond een briefje naast m’n bed: “Ik ben naar m’n werk maar je wordt straks opgehaald door een klein, dik mannetje.” Hij bleek er overigens vrij normaal uit te zien. We gingen eerst naar Ampel, de Arabische buurt. Jaja, die heb je daar ook, heel veel! Het schijnt dat 25% van de Surabayaanse bevolking van Arabische afkomst is. Een simpele rekensom leert ons dat het dan om zo’n 2 miljoen Arabieren gaat. Het begint hier op Nederland te lijken zeg! In Ampel bevindt zich de op een na grootste moskee van Oost-Java. Ik mocht niet naar binnen want ik was geen moslim. Nou ja, als dat de regels zijn dan hou ik me daar maar aan. Krishna vond het maar gelul. 
Verder ben ik nog naar Chinatown geweest, Jembatan Merah, een paar grote Shopping Malls en naar het Provinciehuis van Oost-Java. Er was net een demonstratie aan de gang, maar dat is daar elke dag zo. Voor zover ik het kon volgen ging het over boeren wier land was afgenomen en verkocht aan westerse bedrijven. Het stond vol met politie. We gingen naar binnen via achterdeur, daar waren helemaal geen agenten. Jammer dat de boeren dit niet wisten, ze hadden het al over “het gebouw bestormen en eisen wat van ons is”. Krishna’s vader werkt in het Provinciehuis. We namen koffie en pisang goring, en gingen weer verder. De boeren waren inmiddels strijdliederen aan het zingen.
Volgende week zit ik als het goed is in Oost-Timor, dan horen jullie wel weer van me. Groetjes en tot ziens in Nederland deel 1, deel 2, deel 3 deel 4




















































Ze doet me denken aan….kom… hoe heet ze ook al weer.
je weet wel..
onmoooooooogelijk joh 😀
zijn tante komt me bekend voor…
peins, peins…..