Het Parool : Oost-Indiëvaarders hadden een slechte reputatie. Matrozen en soldaten van de VOC waren veelvuldig betrokken bij vechtpartijen in de stad, blijkt uit de gerechtelijke archieven. Ook waren er mannen die na aanmonstering de benen namen met hun gage van twee maanden. Tussen juli en oktober 1752 werden zes van dergelijke deserteurs opgepakt, verhoord en veroordeeld. Op de ‘gruwelijke zonde’ van sodomie aan boord stond de doodstraf. Ook in de handelsposten werd er zwaar gestraft.
Driemaal per jaar zette een VOC-vloot koers richting Azië.
Van de 4721 schepen die de VOC gedurende haar bestaan uitzond, keerden er 3356 volgeladen retour. Toch berust het beeld dat de mannen aan boord ongeschoold, ruw en ongeletterd waren deels op een misvatting, stelt Van Gelder. Uit overgeleverde Oost-Indische memoires en de vele verwijzingen daarin naar geschoolde landgenoten blijkt volgens hem dat er wel degelijk mannen aanmonsterden die konden lezen en schrijven. Ook waren er velen getrouwd.





















































