De Verzetsgroep Corsica en de Vuurpijlaffaire

Een sociaal genealogisch onderzoek naar het verzet in Soerabaja, 1942–1944 van Peter van den Broek. Hiermee werd hij verkozen tot familiehistoricus 2026

Lees het hele verslag van dit onderzoek

Dit onderzoek richt zich op het verzet tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, specifiek op de Verzetsgroep Corsica in Soerabaja (Oost-Java).

De Verzetsgroep Corsica stond onder leiding van assistent-resident Halie en was actief in de havenstad Soerabaja in de periode tussen de capitulatie van het KNIL op 8 en 9 maart 1942 en de executie van haar voormannen en leden in december 1944.

De Verzetsgroep Corsica is een van de weinige verzetsgroepen in Nederlands-Indië die er gedurende twee jaar in slaagde de Japanse bezetters concreet schade toe te brengen. Zij is vermoedelijk de enige verzetsgroep op Java — zo niet in geheel Nederlands-Indië — die daadwerkelijk samenwerkte met de Geallieerden in Australië en die waardevolle militaire inlichtingen verzamelde over Japanse vlootbewegingen en installaties in Soerabaja. Op basis van deze inlichtingen werden strategische militaire doelen in Soerabaja met succes gebombardeerd.

Prof. dr. L. de Jong van het NIOD en de historicus B. Immerzeel (www.javapost.nl) beweren dat er sprake was van “vermeend verzet”. Zij stellen dat de Japanners verdachte personen arresteerden en door marteling afgedwongen “bekentenissen” verkregen, op grond waarvan meer dan honderd personen in Soerabaja werden veroordeeld tot de doodstraf en geëxecuteerd door onthoofding. Een onbekend aantal verdachten ontving langdurige gevangenisstraffen en stierf aan de gevolgen van de mishandeling in gevangenissen en interneringskampen. Zij werden door de Japanse bezetters als “politieke gevangenen” beschouwd. Deze gebeurtenissen staan bekend als de “Vuurpijlaffaire”.

Enna Muaia en Nanne Halie

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

25 Responses to De Verzetsgroep Corsica en de Vuurpijlaffaire

  1. milowitsch1951 schreef:

    Heel interessant om het verslag van het onderzoek van Peter van den Broek te lezen en complimenten voor dit gedegen onderzoek dat ik uit nieuwsgierigheid en nauwkeurig heb bestudeerd. Waarom? Mijn oudoom Johannes Frederik (Frits) van Hutten heeft ook deelgenomen aan het verzet in Soerabaja en ik miste hem in dit onderzoek. Na lezing werd het mij duidelijk dat deze verzetsgroep een voortzetting was van de groep van kapitein Willem Adam Meelhuyzen, die toen ook al opereerde onder de codenaam ‘Corsica’. Deze verzetsgroep werd in februari/maart 1943 door de Japanse bezetter volledig opgerold. Frits van Hutten maakte deel uit van deze groep en was commandant Buitenposten (Alap alap) en was ook bekend onder naam ‘Pa van Hutten’. Onder zijn leiding werd een groot aantal wapens weggehaald uit de door de Japanners bezette Suikerschool. Hij werd in augustus 1942 gearresteerd, zeer zwaar gemarteld en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf; hij stierf op 4 februari 1944 in de Tjipinang gevangenis in Djakarta (voormalig Meester Cornelis, meen ik). Voor zijn verzetswerk werd hij postuum geëerd met de Verzetsster Oost-Azië, evenals o.a. Willem Adam Meelhuyzen. Het zou interessant zijn om te weten of leden van de opvolgende verzetsgroep ‘Corsica’ eveneens deze onderscheiding ten deel is gevallen.

    • Vergelijking 2 - van den Broek schreef:

      @ dhr Milowitsch. Aangezien de Verzetsgroep Corsica van Nanne Halie na de oorlog nooit officieel is erkend, hebben de verzetsstrijders van deze groep noch de Verzetsster Oost-Azië (VOA), noch het Verzetsherdenkingskruis (VHK) ontvangen.

      Uit louter interesse is er een uitgebreide vergelijking gemaakt tussen de verzetsstrijders van de groep van KNIL-kapitein Meelhuysen en die van Nanne Halie. Hierbij is rekening gehouden met de aard van het verzet en de positie van de deelnemers binnen de toenmalige Indische maatschappij.

      De groep-Meelhuysen opereerde iets meer dan een jaar (begin 1942 – begin 1943). Binnen deze groep werd een minderheid ter dood veroordeeld en geëxecuteerd; de overige leden kregen langdurige gevangenisstraffen. Hoewel een aantal van hen in gevangenschap stierf — zoals ‘Pa’ van der Hutten — overleefde het merendeel de Japanse detentie als “politieke” gevangene.

      De groep-Nanne Halie daarentegen opereerde ruim twee jaar (begin 1942 – medio 1944). Zeker 70% van de deelnemers bestond uit Molukkers (destijds Ambonezen genoemd). Binnen deze groep werd de meerderheid ter dood veroordeeld en geëxecuteerd, terwijl de rest langdurige gevangenisstraffen kreeg opgelegd. Ook hier stierf een aantal leden in gevangenschap, maar het aantal overlevenden — en dus het aantal directe getuigen — is naderhand op één hand te tellen.

      Wanneer we de Japanse vonnissen als maatstaf nemen, kan worden geconcludeerd dat de Japanners de groep van Nanne Halie als een aanzienlijk grotere bedreiging beschouwde voor hun veiligheid en militaire slagkracht dan de groep-Meelhuysen. De geallieerde bombardementen, die direct stoelden op het inlichtingenwerk en de actieve medewerking van Halie’s groep (zie Vuurpijlaffaire), brachten de Japanse slagkracht in dit deel van Zuidoost-Azië immers een verwoestende slag toe. Het succes van dit verzet toonde bovendien aan dat het Japanse veiligheidsapparaat (de Kempeitai) in Soerabaja en omstreken faalde, wat voor de bezetter leidde tot enorm gezichtsverlies.

      Er is hier dan ook sprake van een historisch onrecht: hoewel de groep van Nanne Halie aantoonbaar langer opereerde, een significant hogere tol betaalde in de vorm van executies en militair gezien succesvol was , hebben zij — in tegenstelling tot wat de vergelijking met een groep als Meelhuysen rechtvaardigt — nooit de officiële postume eer gekregen die hun toekomt.
      Omdat er nauwelijks overlevenden waren, ontbrak na de oorlog simpelweg de stem om voor hun erkenning te pleiten.

      • Gerard Brekelmans schreef:

        Wat een onzin betoog. De ene groep was kleiner, heeft korter bestaan en heeft weinig resultaat gehad, terwijl de andere groep groter was, langer heeft geopereerd en de oorlog een beslissende wending heeft gegeven en daarom is het onrecht dat die club van Meelhuysen meer aandacht en dus erkenning heeft gekregen dan die grotere groep. Dat is niet eerlijk, dat is ondemocratisch, want ook hier geldt de macht van het getal. O zo.
        Welk een kronkel-redenering.

        https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=verzetsgroep+Corsica+&facets%5Bperiode%5D%5B%5D=0%7C20e_eeuw%7C&page=1&coll=ddd&identifier=KBPERS01:002930013:mpeg21:a00031&resultsidentifier=KBPERS01:002930013:mpeg21:a00031&rowid=6

      • different koek - van den Broek schreef:

        De heer Brekelmans geeft een link aan waarin Pieter Tuankotta werd geïnterviewd. Kan hij uitleggen wat deze man te maken heeft met de Verzetsgroep Corsica van kpt Meelhuyzen of die van Nanne Halie?

        N.B. Van de verzetsgroep Nanne Halie werden drie personen met de naam Tuwanakotta ter dood veroordeeld en geexecuteerd.

        Afgezien van dat , in dit verband worden niet de criteria “niet eerlijk” of “ondemocratisch” gehanteerd, die worden wel mij in de mond gelegd!
        Mij gaat het om het historisch onrecht, dat is wel andere koek.

      • Gerard Brekelmans schreef:

        Bij ‘onrecht ‘ is er iets gebeurd wat naar de maatstaven en inzichten van latere jaren onrechtvaardig was en waarvoor rechtsherstel wordt verlangd.
        Als je spreekt over ‘historisch onrecht ‘met betrekking tot de vuurpijlen, dan bedoel je niet dat die pijlen onrechtvaardig waren. Je kan ook niet bedoelen dat verzetsmensen zijn geëxecuteerd, want in oorlogen worden vijanden gedood. Dus waarschijnlijk bedoel je dat alles en iedereen met betrekking tot de vuurpijlen breeduit in de geschiedenisboeken, documentaires en lezingen moeten komen. Maar dat heeft niets te maken met ‘historisch onrecht’, dat heeft te maken met het willen leveren van een bijdrage aan geschiedschrijving….waarbij natuurlijk jouw verhaal uitdrukkelijk als bron wordt genoemd.

      • wanasepi schreef:

        Gerard Brekelman schreef: “Je kan niet bedoelen dat verzetsmensen zijn geeexecuteerd want in oorlogen worden vijanden gedood.”
        Het was een executie want het was een process met een militaire order.
        A.Olive

      • Gerard Brekelmans schreef:

        Lezenswaard :

        “Target Marking: Strategic bombing raids often used flares to light up or mark specific targets, such as the naval base and oil refineries heavily bombed by British and American carrier aircraft during Operation Transom in May 1944”

        “Estimates of the damage inflicted by the Allies differ. Some sources describe the results as modest, and others contend that they were significant. The number of civilian casualties caused by the raid is unknown. There is consensus that the operation provided the British Royal Navy with useful exposure to superior United States Navy carrier tactics. The attack had no effect on Japanese military deployments as the Eastern Fleet was not considered a serious threat.”

        https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Transom

      • Operation Transom - van den Broek schreef:

        G. Brekelmans citeert Wikipedia : “often used flares to light up or mark specific targets, such as the naval base and oil refineries heavily bombed”. De zinsnede “used flares to light up or mark specific targets” wordt in deze context vertaald als: “het gebruik van lichtkogels, vuurpijlen of lichtfakkels om specifieke doelen te markeren of te verlichten”.

        Hierbij wordt echter over het hoofd gezien dat het bombardement op Soerabaja in de vroege ochtend van 17 mei 1944 (tussen 08:00 en 09:00 uur) plaatsvond, zei foto’s . Het gebruik van lichtkogels ligt bij daglicht niet zo erg voor de hand.
        Trouwens, in archiefdocumenten wordt niet vermeld dat de Verzetsgroep van Nanne Halie zich bezighield met de vervaardiging van lichtkogels, daarentegen wel van vuurpijlen.

        Bovendien meldden ooggetuigen dat verzetslieden van de groep van Nanne Halie (Corsica 2) op die dag met spiegeltjes signalen afgaven om de strategische doelen voor de piloten te markeren.

        Een andere interessante passage in deze geschiedschrijving luidt: “The Allies had good intelligence on the locations of Japanese facilities in Surabaya, which aided planning for air raids on the city.” Hoogstwaarschijnlijk wordt hiermee bedoeld de inlichtingenactiviteiten van de verzetsgroep van Nanne Halie.

        Opmerkelijk is dat geallieerde bommenwerpers op diezelfde datum ook een nachtbombardement uitvoerden, in totaal de derde.

        De activiteiten op 17 mei 1944 waren de laatste heldendaden van deze verzetsgroep.

        Deze gebeurtenissen worden uitgebreid beschreven en geanalyseerd in de casus over de Vuurpijlaffaire en de verzetsgroep van Nanne Halie, bezien vanuit een militair-historisch perspectief. Daarbij wordt ook de rol van onze Koninklijke Marine belicht.

      • Executie - van den Broek schreef:

        Wanasepi heeft gelijk: Met Executie in militair-strafrechtelijke zin wordt in deze context bedoeld de tenuitvoerlegging van de doodstraf, waartoe de verzetslieden door een Japanse militaire rechtbank in Soerabaja waren veroordeeld. Deze voltrekking vond vervolgens plaats in de djatibossen van Bodjonegoro, door middel van rituele onthoofding of de kogel.

      • vrouwen - van den Broek schreef:

        Een vraag aan o.a. dhr. Brekelmans, die Verzetsgroep van kpt. Meelhuijsen aanhaalt.

        Bij een feitelijke vergelijking tussen de verzetsgroep van Nanne Halie en die van kapitein Meelhuysen springt direct in het oog dat de groep van Halie uitsluitend uit (oudere) jongens en mannen bestond. In de groep-Meelhuysen daarentegen speelden vrouwen, zoals mevrouw Berg en mevrouw Altman, juist een vooraanstaande rol.

        Is voor dit opmerkelijke verschil een logische verklaring te vinden, in aanmerking genomen dat vrouwen destijds over het algemeen een ondergeschikte maatschappelijke positie innamen binnen de Indische samenleving? Waarom bij Meelhuijsen wel en bij Halie niet?

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        vrouwen – van den Broek schreef 15 juli 2026 om 09:11 onder meer: “…. groep van Halie uitsluitend uit (oudere) jongens en mannen bestond. In de groep-Meelhuysen daarentegen speelden vrouwen, zoals mevrouw Berg en mevrouw Altman, juist een vooraanstaande rol. Is voor dit opmerkelijke verschil een logische verklaring te vinden ……..”.

        Tjonge jonge nu wordt het écht interessant. Is de verklaring voor het opmerkelijk verschil in gender binnen de verzetsgroepen belangrijk óf is dat hun verzetsresultaat?

        Ik was een kleuter in bezettingstijd, ben dus geen ervaringsdeskundige. Nu, op 87 jarige leeftijd, kijk ik in verwondering naar de hamvraag van Vrouwen – van den Broek.

        Vraag mij af wat de relevantie ervan is in het licht van de effectiviteit van de groepen, oftewel in het licht van succes of falen van hun verzetsdaden. Daaruit zou wat te leren vallen.

        Was er verschil in verzetsdoel tussen de groepen, in modus operandi, in feitelijke verzetsdaad en in de daaraan gerelateerde risico’s?

        Ik denk niet dat de dappere initiatiefnemers BEWUST hebben gekozen voor een “men only” of een “women only” groep. Het criterium bij de groepsvorming moet zijn geweest: “Wie ken ik en wie kan ik absoluut vertrouwen”.

        Terug naar de vuurpijlen. Misschien heb ik als een tolol het vele gelezen wat hier over “de affaire” is geschreven en geciteerd, maar is er iets bekend over het effect daarvan in de ogen van de geallieerden? Is daarover iets in militaire rapporten vermeld en zo ja wat?

      • vrouwen 2 - van den Broek schreef:

        In het onderzoek is geanalyseerd wat de overeenkomsten zijn tussen de meer dan honderd geëxecuteerde verzetslieden van de groep-Nanne Halie. Hiervoor zijn van elke persoon FEITELIJKE en objectiveerbare gegevens systematisch vastgelegd.

        Uit deze analyse komt een duidelijk, logisch verband naar voren tussen de volgende factoren: geslacht (uitsluitend mannen), leeftijd (voornamelijk tussen de 20 en 25 jaar), werkkring (de Marinehaven Soerabaja, de Droogdok Maatschappij Soerabaja, machinefabriek Braat en de olieraffinaderij in Wonokromo), de aard van het verzet (het verzamelen van militaire inlichtingen), de organisatievorm (een celstructuur), familiebanden (veelal van Moluks-Ambonese herkomst) en deelname aan de Keibodan (de Japanse hulppolitie).

        De verzetsmannen waren veelal in dienst bij strategisch en militair interessante bedrijven. Hierdoor konden zij zonder argwaan te wekken militaire inlichtingen verzamelen. Daarnaast waren minstens zeventig van hen actief binnen de Keibodan. Deze hulppolitie hield zich onder andere bezig met brandbestrijding tijdens bombardementen en het opsporen en rapporteren van verdachte personen of anti-Japanse activiteiten. Onder deze perfecte dekmantel konden de verzetslieden vrijelijk opereren, zonder op te vallen.

        Zij kenden elkaar bovendien niet alleen van het werk; hun onderlinge loyaliteit werd versterkt doordat een groot deel > 70% nauw via familiebanden met elkaar verbonden waren.

        Wanneer we dit vergelijken met de verzetsgroep van kapitein Meelhuysen, valt duidelijk op dat die groep voor een substantieel deel uit vrouwen bestond. Omdat zij destijds niet bij deze strategische bedrijven werkten, konden zij geen militair interessante inlichtingen verzamelen, laat staan dat zij actief konden zijn binnen de Keibodan. Snachts afsteken van vuurpijlen lijkt niet op hun lijf geschreven. Hun rol binnen het verzet was daardoor noodgedwongen anders van aard, vormde niet een directe bedreiging voor de Japanners

        In dit kader is het criterium ‘geslacht’ inderdaad doorslaggevend voor de operationele mogelijkheden en de organisatie van een verzetsgroep.

        Het eenstemmig oordeel van de deskundige jury voor de Familie Historicus 2026 luidde : De jury was enthousiast over het feit dat Peter van den Broek een gedeelte van de geschiedenis heeft willen aanvullen met nieuwe inzichten, gebaseerd op een onderzoeksmethode waarbij de gemeenschappelijke kenmerken van een specifieke groep mensen worden bestudeerd. Dat Peter een sociaal-genealogische invalshoek gebruikte gaf een nieuwe kijk op de gebeurtenissen. Bovendien heeft hij met het gebruik van dataverwerking ook binnen genealogisch onderzoek vernieuwende methodes gebruikt

        N.B. er kunnen best vraagtekens worden gesteld , maar die behoeven na meer dan 80 jaar beantwoording. Dat zijn we aan de verzetsslachtoffers verschuldigd.

      • vrouwen 2a - van den Broek schreef:

        correctie: leeftijd (voornamelijk tussen de 20 en 35 jaar)

      • Gerard Brekelmans schreef:

        “Het eenstemmig oordeel van de deskundige jury voor de Familie Historicus 2026 luidde : De jury was enthousiast over het feit dat Peter van den Broek een gedeelte van de geschiedenis heeft willen aanvullen met nieuwe inzichten….”

        Hoeveel keer nog ga je citeren uit het rapport van de deskundige jury (om te bewijzen dat jij deskundig bent)?
        Tienmaal, duizendmaal, iedere dag zeven maal?

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        vrouwen 2 – van den Broek schreef 16 juli 2026 om 12:45 onder meer: “In dit kader is het criterium ‘geslacht’ inderdaad doorslaggevend voor de operationele mogelijkheden en de organisatie van een verzetsgroep”.

        Vreemd. Eerder schreef vrouwen2 – van den broek in het zelfde stukje: “Omdat zij destijds niet bij deze strategische bedrijven werkten, konden zij geen militair interessante inlichtingen verzamelen, laat staan dat zij actief konden zijn binnen de Keibodan”.

        Niet het criterium “geslacht” was dus doorslaggevend voor de waarde van het inlichtingenwerk, maar de toegang tot voor de geallieerden waardevolle info.

        Heb ik vrouwen 2 – van den Broek met de verkeerde bril gelezen?

      • Gerard Brekelmans schreef:

        Wacht even, je vergeet nog iets:
        wat als een vrouw het bed deelde met een Jap en hem al liefkozend informatie ontfutselde….?
        Ongetwijfeld zal deze mogelijkheid aan de orde komen in een volgend rapport. Dan ook zal worden gevraagd of deze vrouwen erkenning verdienen.

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        Gerard Brekelmans schreef 16 juli 2026 om 15:00 onder meer:
        “Wacht even, je vergeet nog iets: wat als een vrouw het bed deelde met een Jap …..”.

        Tja ….. laat mij dat geduchte wapen dat vrouwen altijd met zich dragen nu over het hoofd hebben gezien. Ik was druk bezig om een inconsistentie in het verhaal van “vrouwen 2 – van den Broek” te begrijpen en was dus even afgeleid van het voor de hand liggende.

  2. milowitsch1951 schreef:

    Heel interessant om het verslag van het onderzoek van Peter van den Broek te lezen en complimenten voor dit gedegen onderzoek dat ik uit nieuwsgierigheid en nauwkeurig heb bestudeerd. Waarom? Mijn oud-oom Johannes Frederik (Frits) van Hutten heeft ook deelgenomen aan het verzet in Soerabaja en ik miste hem in dit onderzoek. Na lezing werd het mij duidelijk dat deze verzetsgroep een voortzetting was van de groep van kapitein Willem Adam Meelhuyzen, die toen ook al opereerde onder de codenaam ‘Corsica’. Deze verzetsgroep werd in februari/maart 1943 door de Japanse bezetter volledig opgerold. Frits van Hutten maakte deel uit van deze groep en was commandant Buitenposten (Alap alap) en was ook bekend onder naam ‘Pa van Hutten’. Onder zijn leiding werd een groot aaantal wapens weggehaald uit de door de Japanners bezette Suikerschool. Hij werd in augustus 1942 gearresteerd, zeer zwaar gemarteld en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf; hij stierf op 4 februari 1944 in de Tjipinang gevangenis in Djakarta (voormalig Meester Cornelis, meen ik). Voor zijn verzetswerk werd hij posthuum geëerd met de Verzetsster Oost-Azië, evenals o.a. Willem Adam Meelhuyzen. Het zou interessant zijn om te weten of leden van de opvolgende verzetsgroep ‘Corsica’ eveneens deze onderscheiding ten deel is gevallen.

  3. Pierre H. de la Croix schreef:

    “De Verzetsgroep Corsica is een van de weinige verzetsgroepen in Nederlands-Indië die er gedurende twee jaar in slaagde de Japanse bezetters concreet schade toe te brengen”.

    Eén van de weinige …. Wie waren die anderen, waar en hoe opereerden ze, met welk gevolg?

    Ik denk aan de groep Kokkelink op Nieuw Guinea.

    Toen ik in dienst zat in de zestiger jaren v.d.v.e. was er in mijn EOV-Bataljon een adjudant Schram, Indo, die zich met een kleine KNIL eenheid op Soemba schuil had gehouden en radioverbinding onderhield met Australië. Later in de oorlog werd zijn groep opgehaald, ik meen met de Abraham Crijnsen, van huis uit mijnenveger.

    Schram was een bescheiden man. Hij liep niet te koop met zijn verleden. Op zijn uniform nooit bintangs of een “fruit salad” gezien. Hij moet die wel hebben gehad.
    Ben er trots op mannen als Schram te hebben gekend en er mee te hebben gewerkt, zij het in vredestijd oftewel in de ijs en ijskoude oorlog.

    • Vergelijken - van den Broek schreef:

      De groep-Kokkelink is mij bekend. Het blijft in bovenstaande reactie echter onduidelijk tot welke verzetsgroep de KNIL-militair Schram behoorde. Had hij op Soemba de leiding over deze verzetsgroep?
      Hoewel bovenstaande groepen weliswaar radiocontact met Australië hadden, zijn ze niet te vergelijken met de verzetsgroep onder leiding van de gepensioneerde assistent-resident Nanne Halie.

      Deze groep opereerde in Soerabaja e.o., verzamelde cruciale militaire informatie , waardoor de geallieerden besloten om Soerabaja te bombarderen . Door het afsteken van honderden vuurpijlen om strategische doelen te markeren, verleende zij daadwerkelijke steun bij geallieerde nachtbombardementen op Soerabaja. De informatie was zo belangrijk dat het geallieerde opperbevel besloot tot een dagbombardement met vliegtuigen opgestegen van twee vliegkampschepen, waarbij tientalle oorlogsschepen en duizenden militairen waren betrokken. Uiteindelijk werd het grootste gedeelte van de Verzetsgroep door de Jappen opgepakt en geexecuteerd.

      Mijn verhaal Focust op ‘De Verzetsgroep Corsica en de Vuurpijlaffaire: Een sociaal-genealogisch onderzoek naar het verzet in Soerabaja, 1942–1944’.

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        ergelijken – van den Broek schreef 12 juli 2026 om 19:19 onder meer: “De groep-Kokkelink is mij bekend. Het blijft in bovenstaande reactie echter onduidelijk tot welke verzetsgroep de KNIL-militair Schram behoorde”.

        Tja … in de tijd dat ik met Schram van doen had in een EOV bataljon, vond ik mijzelf en mijn werk belangrijker dan de geschiedenis. Dus nooit doorgevraagd en Schram was geen kletskous. Prototype van de bescheiden loyale Indo. Hij was bij het KNIL opgeleid tot telegrafist en moet vanuit Soemba dus direct betrokken zijn geweest bij de radiografische verbinding met Australië.

        Ergens in de oorlogsarchieven van KNIL/KL moet wel iets bekend zijn over de KNIL groep die zich op Soemba schuil hield voor de Jappo’s. Die groep werd immers nog vóór de capitulatie van Japan geëvacueerd met de Abraham Crijnsen (die in 1942 de Japanse luchtverkenning te slim af was door gecamoufleerd als een drijvend bos naar Australië wist te ontkomen).

      • Soenda-eilanden - van den Broek schreef:

        Er is in de archieven van het NIOD en het Nationaal Archief niets bekend dat Hr. Ms. Crijnssen een verzetsgroep van Soemba naar Australië evacueerde. Ook de naam Schram is in dit verband onbekend in deze archieven.
        Zowel deze archieven als het Verzetsmuseum geven geen aanwijzing dat een verzetsgroep op Soemba actief was!

        Wellicht speelt spraakverwarring een rol. Het schip Hr. Ms. Tjerk Hiddes heeft guerrillastrijders/verzetsgroepen uit de Kleine Soenda-eilanden geëvacueerd naar Australie.

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        Soenda-eilanden – van den Broek schreef 15 juli 2026 om 22:55 onder meer: “Er is in de archieven van het NIOD en het Nationaal Archief niets bekend dat Hr. Ms. Crijnssen een verzetsgroep van Soemba naar Australië evacueerde …..”.

        Tja … die mondelinge overlevering. Ik heb niet anders gedaan dan Schram beschrijven als een bescheiden, zwijgzame man die ver stond van dikdoenerij over zijn oorlogsverleden en zijn verhaal aldus als “betrouwbaar” brengen. Jammer dat ik niet heb doorgevraagd. Jeugdzonde.

        Als de Soembagroep door de “Tjerk Hiddes” zou zijn opgehaald, dan moet het rapport van die operatie in oorlogstijd toch wel ergens in de marine archieven zijn te vinden.

      • doorzoeken - van den Broek schreef:

        Elke zeeman, beter gezegd elke marineman kan vertellen dat het verhaal over de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnssen, dat in 1942 750 militairen van Timor naar Australie evacueerde niet waar kan zijn. Een mijnenveger is daarvoor te klein en te langzaam.
        Het was het fregat Hr. Ms. Kinsbergen die de evacuatie van de Verzetsgroep van lt-kol. van Straten in drie missies uitvoerde.

        Hebbes:
        D.L. Schram – Europees sergeant (Indo) – stamboeknummer 92337 – maakte deel uit van de Verzetsgroep N.L.W. van Straten (MWO4) en kreeg het “Ereteken voor bijzondere krijgsverrichtingen met gesp Timor 1942” in Australie uitgereikt

        bron te raaplegen bij de KB -“Zij wilden niet buigen, De Guerilla van het KNIL op Timor 1942”

      • Pierre H. de la Croix schreef:

        doorzoeken – van den Broek schreef onder meer 21 juli 2026 om 12:09: “Hebbes”.

        Tja … onmiskenbaar D.L. (Dick) Schram. Ik werkte 3 jaar met hem samen in de zelfde hush-hush club. Bijna 60 jaar geleden.

        Hij zei niet veel over zijn oorlogsverleden. Maar de weinige keren dat ik daar over iets van hem hoorde, was het Soemba, het eiland Soemba, niet de kanonneerboot van de marine, waar hij zich had schuil gehouden en met anderen verbinding onderhield met Australië, en van waar hij werd opgepikt door, wat ik meende te horen, de Crijnsen.

        Ik wil niet per se gelijk hebben, maar waarom zou hij luid en duidelijk een paar keer daar in Gorkum “Soemba” hebben genoemd?

        All water under the bridge, maar toch knaagt het in mij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *