Een sociaal genealogisch onderzoek naar het verzet in Soerabaja, 1942–1944 van Peter van den Broek. Hiermee werd hij verkozen tot familiehistoricus 2026
Lees het hele verslag van dit onderzoek
Dit onderzoek richt zich op het verzet tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, specifiek op de Verzetsgroep Corsica in Soerabaja (Oost-Java).
De Verzetsgroep Corsica stond onder leiding van assistent-resident Halie en was actief in de havenstad Soerabaja in de periode tussen de capitulatie van het KNIL op 8 en 9 maart 1942 en de executie van haar voormannen en leden in december 1944.
De Verzetsgroep Corsica is een van de weinige verzetsgroepen in Nederlands-Indië die er gedurende twee jaar in slaagde de Japanse bezetters concreet schade toe te brengen. Zij is vermoedelijk de enige verzetsgroep op Java — zo niet in geheel Nederlands-Indië — die daadwerkelijk samenwerkte met de Geallieerden in Australië en die waardevolle militaire inlichtingen verzamelde over Japanse vlootbewegingen en installaties in Soerabaja. Op basis van deze inlichtingen werden strategische militaire doelen in Soerabaja met succes gebombardeerd.
Prof. dr. L. de Jong van het NIOD en de historicus B. Immerzeel (www.javapost.nl) beweren dat er sprake was van “vermeend verzet”. Zij stellen dat de Japanners verdachte personen arresteerden en door marteling afgedwongen “bekentenissen” verkregen, op grond waarvan meer dan honderd personen in Soerabaja werden veroordeeld tot de doodstraf en geëxecuteerd door onthoofding. Een onbekend aantal verdachten ontving langdurige gevangenisstraffen en stierf aan de gevolgen van de mishandeling in gevangenissen en interneringskampen. Zij werden door de Japanse bezetters als “politieke gevangenen” beschouwd. Deze gebeurtenissen staan bekend als de “Vuurpijlaffaire”.
Enna Muaia en Nanne Halie




















































