De Weduwe van Indië: Colijn

.
.
.
.
.

.

.

.

 

 

Als eerste in dit graf kwam Hendrikus Colijn (1869 Haarlemmermeer- 1944 Llmenau) In 1886 te Nederland soldaat geworden, in 1893 als luitenant naar Indië, in 1894 opdracht gegeven tot een executie en in 1907 ontslag genomen. In 1909 lid van de Tweede Kamer, daarna minister, werkte ook tien jaar voor Shell. Van 1925 tot 1926 en van 1933 tot 1939 was hij in vijf kabinetten  minister-president van Nederland. In 1940 pleitte hij eerst voor berusting in de  nazi-bezetting, maar veranderde later van mening, steunde het verzet en werd daarom door de nazi’s verbannen.  Zo overleed hij te Llmenau in Duitsland in 1944.
Zijn echtgenote, tevens nicht, Helena Groenenberg (1867-1947) werd 3 jaar later bijgezet. Zij huwden  juli 1893, 2 maanden voor afvaart naar Indië.
Te Indië kregen ze  geen dochters. wel drie zonen, oa in dit graf Hendrikus Antonius Colijn (1897 Kota Radja-1960 Den Haag) 1926-1942: chef KPM ter kantore en gemeenteraadslid in Batavia.  Hij begroef hier  echtgenote Catharina Sophia Wilhelmina Noë (1900 Naarden- 1958 Den Haag) die met hun enigste dochter in het jappenkamp Adek verbleef.
Twee zonen van de minister-president stierven in de jappenkampen. Pieter werd geexecuteerd te Antjol. Anton stierf in een kamp te Muntok. Drie dochters van Anton waren samen in het jappenkamp. Dochter Helen schreef een boek daarover:  De kracht van een lied. Deze werd de bron voor de film Paradise Road.

Dit bericht werd geplaatst in De Weduwe. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *