Overtreders van de krijgswet | Java Post

Vrachtschip voor de rede van Ternate, met op de achtergrond
het eiland Tidore [TM/RV-6234-318]

Zo veel er inmiddels geschreven is over Ambon en Banda, zo weinig weten we van andere, veel grotere Molukse eilanden. Van Halmahera, met een bevolking van minder dan 100 duizend inwoners en een oppervlakte van 18 duizend km2 ongeveer half zo groot als Nederland, weten we over de oorlog niet veel meer dan de flarden informatie die de Geallieerden in Australië wisten te verzamelen door luchtfoto´s en getuigenissen van gevluchte inwoners.De Japanners, die dit gebied in 1942 bezetten, hadden weinig oog voor de bevolking. Naarmate de oorlog vorderde werd deze echter meer en meer ingezet bij verplichte werkzaamheden zoals groentenverbouw. In hoeverre de ‘Groot-Aziatische’ gedachte steun vond bij de bewoners is ons niet bekend, maar dat meerderen hun ongenoegen lieten blijken, is wel duidelijk.   Java Post

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

3 Responses to Overtreders van de krijgswet | Java Post

  1. buitenzorg schreef:

    Geachte heer Van den Broek,

    Dank voor uw toevoegingen. Zelf vond ik al twee betroffen personen die op OGS-lijst staan: Sjamfoedin en Soempit/Soentpiet. Dankzij uw naspeuringen kunnen we daar Nasarane en Lolot Natoe aan toevoegen.

    Wat Haulissa en Roemadas betreft: daarover heb ik twijfel. Leeftijd, beroep en/of executiedata kloppen niet. 

    Wel staat vast dat de door u genoemde Usmany deel uitmaakte van de groep, meer dan dat, hij was de leider. Ik heb in het artikel zijn naam niet genoemd, omdat ik geen onafhankelijk dossier van hem had en niet wist wat de Japanners met hem hadden gedaan.

    • vandenbroek@libero.it schreef:

      Geachte Heer Immerzeel

      Over het Verzet tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) in het voormalige Nederlands-Indië is nog veel onverteld. Zoals Uzelf aangeeft is over Verzet in Halmaheira informatie beschikbaar bij het Nationaal Archief NA 2.10.14 Algemeen Secretariaat,AS n° 2221.

      De persoonsdossiers van de Ooorlogsgravenstichting bij hetzelfde NA geven nadere interessante informatie.
      Bijvoorbeeld, op de lijst vermelde Indonesiër “Soempit”. Volgens de Oorlogsgravenstichting werd Louis Johan Soentpiet=Soempit op 6 juni 1909 geboren in Ternate en Onderhorigheden (zie Regeringsalmanak 1910 blz 118). Hij werd door de Japanners verdacht van spionage en anders dan op de lijst van Javapost aagegeven executiedatum van 23/7/1945, op 18 augustus 1945 geëxecuteerd, dwz 3 dagen na de Japanse capitulatie. Wellicht kan een executielijst van de Japanners uitsluitsel geven over de “exacte” executiedatum!

      Soentpiet was niet alleen chef van het postkantoor te Weda, maar ook radiotelegrafist. Het laatste geeft een aanwijzing dat ter voorbereiding van bombardementsvluchten, wellicht radiografisch contact was met Geallieerde Inlichtingendiensten in Australië.

      Een mogelijke en logische reconstructie van het verhaal geeft het volgende aan: Ngago Mai, klerk bij een Japans administratiekantoor, had militaire inlichtingen verzameld en deze doorgespeeld aan Haulissa. Deze op zijn beurt had een rapport opgesteld, dat in het Engels was vertaald door Joesoep Sjamsoedin. Dit rapport werd door de chef van het postkantoor Louis Johan Soentpiet radiografisch doorgegeven aan de Geallieerden in Australië. Op basis van bovengenoemde intelligence planden de Geallieerden in ASustralie bombardementsvluchten op vliegvelden en fortificaties nabij Halmaheira en Morotai.

      De Vuurpijl-affaire in Halmaheira De Verzetsgroep in Halmaheira kreeg van de Geallieerden in Australië instructies om assistentie te verlenen. De al bovengenoemde Ngago Mai schoot vuurpijlen af om Geallieerde bommenwerpers te leiden naar hun doelen.

      Er lijkt hier sprake te zijn van een tweede Vuurpijlaffaire vergelijkbaar met die in Soerabaja 1942-1944).
      Ook bij de Vuurpijl affaire in Halmaheira is nog onduidelijk hoe het radiocontact tussen de Verzetsgroep en de Geallieerden was georganiseerd. Onderzoek is gaande om een empirisch antwoord op deze vraag te geven.

      N.B. Nog niet gepubliceerde bronnen geven aan dat er daadwerkelijk radiografisch contact bestond tussen de Verzetsgroep van Nanne Halie in Soerabaja en Geallieerden in Australie. Daardoor wordt duidelijk dat de Verzetsgroep van Nanne Halie een voortzetting is van de Verzetsgroep van kpt. Meelhuyzen. Dan is begrijpelijk dat de naam Corsica op beide Verzetsgroepen van toepassing is.

      Vergeten Verzet:  De Vuurpijlaffaire – Het Vervolg

  2. vandenbroek@libero.it schreef:

    Analyse van het Verzet in Nederlands Indie.

    Een snelle verificatie van d bovenstaande Javapost-lijst met de database van de Oorlogsgravenstichting OGS en de persoonsdossiers bij het Nationaal Archief NA geven het gewenste resultaat:

    -Lolot Natoa is  bij de OGS/NA geregistreerd als  Lolota Motoa,  geëxecuteerd op 28/8/1944 in Defa (kampong), begraven op Ereveld Kembang Kuning, leeftijd 60 jaar, geslacht: vrouw !, geloof: christen, afkomstig van Halmaheira 

    -Nasaran is  bij de OGS/NA geregistreerd als Thomas Nasarane, geexecuteerd op 28/8/1944 in Defa, begraven op Ereveld Ambon St. O, beroep godsdienstleraar

    -Elias Roemada is hoogstwaarschijnlijk geregistreerd bij de OGS/NA als  E.  Poemadada, geexecuteerd op 28/8/1944 in Defa, begraven op Ereveld Kembang Kuning, beroep politie-agent

    -Joesoep Sjamsoedin is bij de OGS/NA geregistreerd als Sjamsoedin geexecuteerd op 18/12/1944 in Kau, begraven op Ereveld Kembang Kuning , leeftijd 30 jaar.

    -Haulissa is  bij de OGS/NA geregistreerd als,   S. Haurissa – geexecuteerd op 18/9/1944 waarschijnlijk in Kau, begraven op Ereveld Kembang Kuning,  leeftijd 23 jaar  

    De naam S.J.H. Usmany ontbreekt op het lijstje van Javapost, geexecuteerd op 2/11/1944 in Kau, begraven op Ereveld Kembang Kuning, beroep Gouvernementsarts.

    Het missie- en zendingswerk was in de Molukken in de koloniale tijd sterk in opkomst. Door een christelijk opvoeding hadden “inlanders” dwz de autochtone bevolking toegang tot christelijk dus Nederlandstalig onderwijs. Veelal voldeden zij dan aan de eisen van “Gelijkstelling aan …)  konden na een persoonlijk verzoek aan het Indisch Gouvernement gelijkgetseld worden aan Europeanen, waardoor ze bepaalde (voor)rechten kregen. 

    Daardoor kwamen deze “inlanders”  in aanmerking voor banen die alleen voor Europeanen waren weggelegd zoals die in het onderwijs of bij het Gouvernement.  Daaruit valt te concluderen dat het christelijke en gelijkgestelde deel van de bevolking pro-Nederlands was. Ze waren weliswaar “Gelijkgesteld” aan Europeanen, maar dat betekende niet dat ze automatisch recht hadden op Nederlands Staatsburgerschap. Ze bleven gewoon Inlander, tweederangsburger in eigen land.

    • Uit de tekst valt te concluderen dat genoemde personen  op eigen houtje verzet pleegden tegen de Japanse bezetter, het is niet duidelijk dat er sprake was van georganiseerd Verzet. 
    • Ook Prof. L. de Jong beweert in zijn standaardwerk dat het empirisch bewijs van daadwerkelijk Verzet in het voormalig Nederlands-Indie moeilijk te leveren is.   

    • Dit werkt in Nederlands-Indie en vooral voor de niet-totok bevolking in haar nadeel. Het aantal Verzetskruizen Oost-Azie VOA uitgereikt aan degenen van Indo-Europese afkomst en “inlanders” (Gelijkgestelden) is niet in verhouding tot het aantal uitgereikt aan “Volbloed” Nederlanders. Is hier sprake van vooroordeel, een onterechte nadruk danwel oneerlijkheid (unfairness)?   

    • Het Verzet in Nederlands-Indie  behoeft systematisch onderzoek, vooral na 80 jaar mag eindelijk duidelijkheid worden verschaft. Dat zijn wij verschuldigd aan degenen die door de jappen werden geexecuteerd. 

Laat een reactie achter op buitenzorg Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *